De nieuwe wereld in orde – kort kerstverhaal 2020

De deurbel ging. Wat gestommel klonk al snel in de gang en de voordeur ging langzaam en zachtjes open.
Gefluister, voeten stampten in de gang op het kleedje.
De voordeur ging voorzichtig weer dicht, gisteren nog gesmeerd met W40. “Kom gauw binnen, fluisterde Thea. Ze keek nog eens buiten de deur met haar hoofd of iemand hen misschien had gezien
Je verrader sliep namelijk nooit hé!?
De woonkamer even later was pikkedonker. De gordijnen waren dicht.
Er klonk wat gegiechel, en wat geschuif. Op de grond zaten ze met zijn allen.
De hele woonkamer zat vol. Iedereen was er .
Maar alle lichten waren uit. De gordijnen dicht. Het leek wel oorlog.
”We zijn er nu allemaal”, zei moeder Thea blij. Steek de kaarsjes maar aan hoor.
Ieder had een zelfgemaakt kerststukje meegebracht en daarin zat een waxinelichtje dat ze allemaal aanstaken.
Alle kinderen van Thea en Wietse Bakker. Daar zaten ze nu in het pikkedonker in Wier, in hun kleine boerderij.
Niemand mocht het weten dat ze samen waren anno 2020.
Het was tijdens de lockdown namelijk. Maar ja,… hoe kon dit gezin nu zonder elkaar? Dat konden ze niet verwachten. Nee, de Bakkers deden daar niet aan hoor.
Liefde was sterker dan de wil van een slechte regering. ”Geen denken aan”, had Wietse gezegd, ”om den donder niet”, brulde hij het uit. En hij sloeg toen met zijn sterke vuist tegen de deurpost en daar zat nu nog een deuk in.
En dat allemaal tijdens het journaal op de televisie. Nou moeder Thea liet sindsdien de tv wat vaker uitstaan, al die ellende ook altijd maar weer.
De kaarsjes branden allemaal en moeder Thea keek gelukzalig in het rond, 14 kinderen had zij gebaard in het leven.
Wat een mooie bijzondere kinderen hadden zij wel niet. Enkele tweelingen ertussen, ach ja die konden elkaar toch ook niet missen met de feestdagen. Trots keek ze hen aan, kind voor kind. Al hun gezichten waren zwart geschminkt, zwarte piet mocht niet meer, maar ze moesten toch een beetje als onderduikers langs kunnen komen in Wier en zonder gezien te worden via de achterdeur het huus binnen goan toch?

Nou zo deden zij dat, de familie Bakker uit Wier.
Al die zwarte geschminkte toeten in de woonkamer, op de dikke zachte en warme vloerbedekking, wat een bijzondere kerst zou dit worden.
Natuurlijk bleven ze allemaal slapen en morgen kwam de aanhang wel bij de kinders die al volwassen waren en een relatie hadden. Het was weer een heel, maar ook heerlijk geregel voor moeder Thea.
”Grietje? Komt Harm morgen ook zwart, of wit?”
”Ik denk dat Harm ook zwart komt moeder, je weet het maar net yer (niet hoor = vertaald) !?”, zei Grietje direct. Haar felle blauwe ogen staarden haar moeder fier aan, gelijk een echte Friezin betaamd.
Onverschrokken, dat was Grietje. En met dat zwart geverfde gezichtje van haar waren de ogen nog feller.
Even later zaten ze allen aan de lekkere groentesoep te slurpen, ”echte heerlijke groenten uit eigen tuin”, zei moeder Thea nog glunderend. Het smaakte hen prima.
De soepkommen hadden zwarte vegen voor ze de afwasmachine ingingen, maar moeder Thea kon het niets schelen, als ze maar snel gewassen waren, voor er aangebeld werd door deze of gene, want je wist het maar nooit.
Het was gezellig, zo sjoelen op de grond was ook best te doen. Klaverjassen ging ook best goed dankzij alle waxinelichtjes.
Het was weer een gezellige boel bij familie Bakker in Wier. Bijna als vanouds.
Er werd flink gelachen, zoals altijd natuurlijk, tot er plots onheilspellend op de ramen werd gebonsd.
Iedereen schrok zich lam. Muisstil waren ze plots. En vreemd genoeg ergens ook doodsbang.
Kijk Friezen waren te nuchter voor al die gekke poespas van die regering, dus die trapten nergens meer in natuurlijk, maar dat dreigende bonzen op de ramen. Het was onnatuurlijk en niet normaal.
Dat kenden zij niet, dat hadden zij nog nooit zo meegemaakt. Vader Wietse stond op en gebaarde dat ze de kaarsjes uit moesten blazen.
Dat deden ze dan ook gelijktijdig.
Pffft pfffttttttttt…. en het was donker.
Vader opende de voordeur en daar was blijkbaar de dorpsagent aan de deur. Wat dat voor een lawaai was in hun huisje, vroeg hij. Met een grote zaklantaarn scheen hij in de gang.
Waarom wolloe dat wiette dan? (Waarom hij dat wilde weten hé?) vroeg vader Wietse verbolgen.
”Je mag maar met zoveel man in 1 huus”. zei de agent trots. ”Dat wisten wij al agent, geen zorgen hoor”. Vader Wietse wreef in zijn handen, ”Het is best koud, ik ga weer naar binnen toe”.
“Ho eens even, ik wil weten hoeveel mensen er in dit huis zijn”, zei de agent, en hij versperde de weg.
Eén been stak hij alvast tussen de deur, tot grote ergernis van vader Wietse. Het flikkerde gevaarlijk in de ogen van Wietse, ‘maak hem de kop niet gek’, zei moeder Thea wel eens, maar dat was wel waar.
Vader Wietse was niet gemakkelijk als er dingen gebeurden die hem niets aanstonden.
Maar de agent wist dat natuurlijk niet. Hij werkte nog niet zolang in het dorp, hoe kon hij dat weten immers? Hij dramde door en duwde met zijn schouder tegen de voordeur aan.
Vader Wietse hield hem tegen: ”En wat wol oe?” (wat wil je?) Wietse zijn stem begon al te donderen, de kinderen en moeder Thea wisten dan dat je, je maar beter uit de voeten kon maken als dat gebeurde.
“Even rondkijken, want ik hoorde lawaai”, zei de jonge agent wijsneuzerig. Maar Thea kwam plots van een zijdeur de gang instormen in haar nakie.
”Wietse schat, waar blijf je nou toch, kun je de fles wijn niet vinden schatje?”
Met open mond staarde de agent Thea aan. ”Mijn excuses”, mompelde hij met rode oortjes. “Ik wilde jullie niet storen hoor.” Hij vertrok zeer rap rechtsomkeer. En de hele week kwam de agent niet meer langs.
Wat een geluk. Even later hoorden de kinderen het verhaal lachend aan. Wietse was maar wat trots op zijn vrouw, die dat zo had aangepakt. ”Wat ben je toch ook een slimmerd, mien lieverd”, liefkoosde hij haar met de lippen in haar hals. Hij dacht weer aan haar bolle borsten en blote kont toen ze door de gang was komen rennen… lachend keek hij haar aan. Hij sloeg haar pardoes op de billen in de gang,
Kirrend rende ze de slaapkamer in, de kinderen waren allen al naar bed gegaan zo midden in de nacht. Nu kon het weer.
Ze hadden niet voor niets zoveel kinderen immers.
Dat idiote gedoe van de regering dat hielden ze maar buiten de deur. Ze woonden in Wier. Wat kon hen nu deren immers.

Lees dit ook eens:  Het was kerst en het was goed (2015)

Angel-Wings

 

 

Related posts