Categorie: Kerstverhalen

Hans en Grietje met Kerst

Hans en Grietje met Kerst

 

Hans en Grietje waren een tweeling en ze woonden in een armoedig huisje in het grote bos.

Hans keek naar buiten door het kleine raampje. Kijk Grietje, het sneeuwt bijna de ballen uit de lucht.
Wauw wat een pak sneeuw, zei Grietje opgetogen. Ze klauterde naast hem op het houten bankje en drukte haar neusje tegen het raam.
Zullen we buiten gaan spelen Hans? Ze keek hem aan met haar helblauwe oogjes haar sproetenneusje krulde grappig wat op.
Neh, zei Hans,  we moeten eerst nog de boel stofzuigen van ons moeder. Schurfie de hond blafte tegen hen en wilde met hen spelen maar dat moest nog maar even wachten.
Kom, als we dat nu snel doen, dan zijn we zo klaar en kunnen we nog gaan spelen in de sneeuw. Ze klommen van het houten bankje af en Hans pakte de stofzuiger en Grietje sjokte achter haar broertje aan.
Zo snel ze konden maakten ze de boel aan kant en uiteindelijk was alles klaar.
Moeders zou zo wel thuiskomen, maar omdat ze er nog niet was, hoefden ze het niet te vragen dus gingen ze buiten spelen.
Ze maakten een sneeuwpop met een takje als neus, en twee stenen als ogen, en een mond van oude dorre bladeren.
Ze gleden op het pad en pakten een slee uit de schuur.En Schurfie speelde met hen mee als een dolle hond.
Het werd al bijna donker. En daar kwam moeders aan op haar oude fiets, slingerend en wel.
Hans en Grietje! Riep ze uit. Hebben jullie wel schoongemaakt zoals ik jullie had opgedragen?

Hun moeder had de hele dag in de coffeeshop zitten blowen, want dat was ook erg modern tegenwoordig en ja met een tweeling is het wel eens wat afzien, qua drukte e.d. Dus moeders vond dat zij dat kon maken.  Alleenstaande moeders en tweelingen, nou,… ze vond dat ze haar best wel had gedaan inmiddels. Me dunkt ze waren al zeven jaar oud inmiddels. We blijven niet aan de gang dacht moeders.
Moeders ging het huisje binnen en begon al te tieren wat er allemaal niet goed was, de vloer was niet goed genoeg schoongemaakt, en waarom stond het eten nog niet klaar voor de magnetron!?
De kinderen doken in elkaar bij de boze toon van hun moeder en Grietje ging al bijna huilen.
Snel pakte zij goedkope pizzadozen uit de vriezer en zette ze één voor één in de magnetron.
Moeders draaide alweer een flinke jonko en zat op haar dikke reet op de bank in de woonkamer.
Zo Jaap komt zo ook nog, eerst maar eens even wat eten, zei ze tevreden de jonko aangestoken in haar mond.
Een kattenbaklucht kwam de kinderen voorbij waaien. Zo rook dat spul nml.
En ze werden er zo sloom van als wat.
Er was geen toetje na het eten, want daar deed moeders niet aan. Ik kan niet aan de gang blijven met jullie hoor.
Even later terwijl Hans en Grietje de afwasmachine vulden kwam toeterend ome Jaap eraan met zijn oud barrel. Doen jullie ff open, riep moeders op de bank.
Hans deed wel weer open.
Soow kiddo, zei ome Jaap en wreef Hans door zijn mm kuif.
Hij stommelde naar binnen met in zijn hand een sixpack bier.
En nou maar eens naar bed kinders, riep moeders wellustig uit.
Ze greep ome Jaap maar eens in zijn kruis, gelukkig snapten de kinderen daar nog niets van en dat ontlokte bij beide volwassenen een salvo aan gelach.
De kindertjes wensten de volwassenen een welterusten toe en ze liepen naar boven naar hun slaapkamertje met Schurfie op de hielen.
Het was er ijzig koud.
De sterren stonden aan de hemel te fonkelen en beiden keken nog even een tijdje naar buiten om naar al dat moois te kijken.
Zou dat de ster van ons vaders zijn, vroeg Grietje met betraande oogjes aan haar broertje.
Kijk die grote daar, ze wees met haar vingertje naar de grootste ster.
Vast wel, zei Hans. Kom we gaan slapen.
Ze kropen bij elkaar in het tweepersoons bed, want toevallig had moeders besloten maar een tweedehands tweepersoons bed voor de kids te kopen, dat scheelde weer extra rommel en verwarmingskosten en wat maakte het toch uit allemaal.
Ze hadden het saam wel lekker warm in bed. Vooral met Schurfie die onder de dekens mocht.
Grietje viel al snel in slaap maar Hans hoorde hoe de volwassenen beneden ruzie maakten en dat ging van kwaad tot erger.
Hij besloot te gaan luisteren op de trap, daar kon je alles namelijk erg goed horen.
Grietje bewoog wat onrustig in haar slaap toen Hans het bed verliet maar sliep door.
Brr wat was het koud dacht Hans toen hij met zijn blote voeten op de overloop liep.
Oei wat schreeuwden ze tegen elkaar.
Je doet maar wat ik zeg, snauwde ome Jaap tegen moeders.
Het is nu wel klaar, ik ga niet werken voor jou en die twee koters van je!
Ik heb zelf al nauwelijks genoeg en die kids vreten me de oren van mijn kop!
Oh ja wie gaat er dan opruimen enzo in huis, snotterde moeders.
Jij zeker?
Ome Jaap lachte smalend, nee jijzelf natuurlijk mens!
Mens!? Mens????? Noem je mij zo tegenwoordig.
Ja dat ben je toch ook een mens.

We brengen ze morgen naar het bos. En die schurfthond erbij!
In die koude? Snikte moeders uit.
Je kleedt ze gewoon netjes aan! Lekker warm en geef ze een tas mee met wat extra’s dat overleven ze heus.
Met zijn tweetjes zijn we vast veel gelukkiger, zei ome Jaap nog.
Even later hoorde Hans wat gehijg en gekreun en hij vond het maar weer eens tijd om naar bed te gaan.
Hij kon de slaap niet meer vatten en die hele nacht lag hij wakker.

De volgende ochtend pakte moeders een rugtas in voor beide kinderen.
Waarom doet u dat moeders, vroeg Hans…
Gewoon tis koud, niet zeike nou hé, zei moeders met roodomrande ogen.

We gaan naar het bos om een kerstboom uit te kiezen…
Hoeraaaaaaaa riep Grietje blij uit, een kerstboom!

Hans wilde zijn knikkers zoeken om uit te strooien, maar ome Jaap stak daar een stokje voor.
Nee, Hans geen knikkers dit keer, nu gaat het anders!
Ome Jaap leek soms wel paranormaal ofzo, Hans schrok van die felle ogen in ome Jaap zijn kop.
Toen ze uiteindelijk in het bos waren, mochten de kinderen dus een kerstboom uitzoeken.
Zoek maar een mooie uit kinderen, zei moeders poeslief.
De kinderen liepen wat rond en rond en ineens waren ze moeders en ome Jaap kwijt, die alweer op weg waren naar huis natuurlijk in ome Jaap zijn oude barrel.

Schurfie snuffelde op zoek naar het baasje, maar ook hij kon hen natuurlijk niet meer vinden, bij de bandensporen in de sneeuw was duidelijk dat zij vertrokken waren.
Grietje begon te huilen en Hans vertelde haar wat ome Jaap had gezegd die nacht tegen moeders.
Hoe kon moeders ons dat aandoen Hans?
Ik weet het niet Grietje, maar we gaan gewoon op zoek naar nieuwe ouders, want dit is niks zo.

Ze liepen uren in de koude sneeuw door het grote bos en hoorden af en toe wat knallen. Plots rende een hert hen voorbij.
Oh Hans kijk dan wat mooi een hert, riep Grietje uit.
Ja, zei Hans. Dat zagen ze ook niet elke dag.
Maar daar kwam de jager al aan, met zijn geweer.
Grietje gilde het uit.

Nee, niet dat hert schieten! Ze rende naar het hert toe dat angstig hijgend stilstond op het pad en de jager aankeek.
Grietje ging voor het hert staan, en Hans schopte de jager tegen zijn schenen.
Schurfie ging grommend voor de jager staan.
De jager koos eieren voor zijn geld en zei goedgemutst, het is goed kinderen.
Het hert sprong het bos weer in en de jager sprak met de kinderen wat zij daar nog deden op dat uur van de dag zo diep in het bos.
De kinderen vertelden wat er gebeurd was. Nou, nou mompelde de jager, het is me wat!
Kom maar met mij mee naar huis, mijn vrouw bakt appeltaart en we eten vanavond hertenbiefstuk.
Maar dat is best lekker hoor, zei hij glimlachend tegen Grietje die hem met grote ogen aankeek.
Appeltaart hadden ze al tijden niet meer gegeten en een honger hadden ze zeker wel.

Ze kwamen aan bij een mooi huis in het bos dat helemaal van hout gemaakt was.
Binnen knapperde een gezellig haardvuur en er stond een prachtige  kerstboom en een gezellige dikke mevrouw omhelsde de beide kinderen en liet Schurfie zelfs voor de open haard liggen.
De jager vertelde zijn vrouw wat er gebeurd was met de kinderen.
Och, och die arme kindertjes riep ze maar uit.
Ze gaf de kinderen een lekker stuk nog warme appeltaart met slagroom.
En daarna mochten ze even tv kijken en dan in bad samen met Schurfie dus dat was wel lachen.
Hierna werden ze in bed gelegd en las de jager een verhaal uit een mooi boek voor.
Mogen we hier blijven zei Grietje slaperig tegen de jagersvrouw die naast het bed zat en de hand van Grietje vasthield terwijl haar man voorlas.
Tuurlijk zei de jagersvrouw, van mij zeker en ook van mijn man, we hebben zelf geen kinderen en we wachten al jaren opdat er kinderen komen.
Jullie zijn gekomen uiteindelijk, riep ze blij!
Haar man knikte goedmoedig en blij.
De kinderen vielen in een diepe rustige slaap.
En de jager en zijn vrouw liepen de trap af naar beneden.
Wat een wonder hé zei de jagersvrouw met tranen in haar ogen.
Ja zei de jager en hij hield haar handen vast.
Wat een geluk!
Jazeker zei hij.
En dat op kerstavond verzuchte zijn vrouw nog.

De kinderen werden geadopteerd door de jager en zijn vrouw.
De moeder mocht hen nooit meer zien en werd uit de ouderlijke macht gezet.
Kinderen achterlaten in een bos, dat was verboden!
Gelukkig waren er mensen die wel van kinderen hielden en voor hen konden zorgen.

En ze leefden nog lang en gelukkig!

 

Het was enorm lang geleden in Betlehem
Het was enorm lang geleden in Betlehem

Het was enorm lang geleden in Betlehem, toen Jozef en Maria op hun ezeltje aankwamen bij een herberg, waar zij die nacht mochten neder liggen naast koeien en schapen en ezeltjes enzovoorts.
Dat verhaal kennen wij immers al.
Maar hoe het echt ging?

De herders wisten het te vertellen namelijk,want zij lagen bij nacht in het veld.
Natuurlijk flink aan de zelfgestampte en gebrouwen wijn die nacht, vertellend over oude verhalen van voorouders e.d.

Maar plots werd de nachtelijke hemel intens verlicht, een ster kwam door de lucht scheuren.
Heel vreemd wel en deze ging dalend en wel richting de herberg waar Maria en Jozef net een tukje wilden gaan doen, of iets anders?…
Maria was niet zwanger namelijk.
De ster stond stil op het erf van de herberg en er kwamen drie aliëns uit, ze zagen er uit als mensen, dus niets vreemds verder.
In hun armen brachten zij een kind naar de aarde, een hybride kind.
Ze hadden namelijk eicellen genomen van Maria, die wel de moeder van dit kind was, maar de vader, was een buitenaardse prins. Ze deden dit wel vaker want ze wilden zich vermengen met het aardse ras.

This is such a beautiful picture of our blessed mother and our Lord Jesus.:
Maria kreeg het wonderlijke kind in haar armen gedrukt en ze was er intens blij mee.
Het kind had prachtige grote blauwe ogen en keek al erg intelligent in het rond.
Ze moesten dit kind Jezus noemen, en het kind zou wonderen verrichten naar aardse begrippen. Het zou verhalen vertellen over zijn vader, en mensen onderrichten.

Het kind werd in een kribbe gelegd en bedekt met stro.
All God's creatures, great and small, loved by Baby Jesus, one and all.:

Nou zo vreemd is dit alles toch niet?
Omdat het gewoonweg kan.

"I testify that Jesus is the Christ, the Son of the Living God. He is our Creator, Savior and Redeemer, Advocate with the Father, Deliverer, and Jehovah of the Old Testament. He is the promised Immanuel, the anointed Messiah, and our great Exemplar. One day He will return to rule and reign as King of kings and Lord of lords." - Russell M. Nelson #IBelieveInChrist #ShareGoodness Artwork:http://goo.gl/U9enei 900×900 pixels:

Kerst en de overbuurvrouw
Kerst en de overbuurvrouw

Kerstmis

(Met natuurlijk een zelfgemaakte vage tekening online…omdat het kan! 😛 )

Het was kerst, de eerste kerstdag dat jaar.
Morgen nog een dag en dan was het weer voorbij. Ruud keek eens naar buiten door zijn raam, de straat lag er stil en verlaten bij.
De regen viel druilerig naar beneden langs de ramen. Niks geen witte kerst, alsof dat moest? Hij had het bijna nooit meegemaakt. En verder was er dus niets te beleven, iedereen zat natuurlijk gezellig samen binnen, te gourmetten o.i.d, of een rollade naar binnen te werken.
Ruud snoof nog maar eens de geur op van zijn kippetje die in de oven stond te braden, dat rook wel goed.
Daar had hij voor twee dagen wel genoeg aan in zijn alleentje.
Een boompje had hij ook al jaren niet meer. Nadat zijn nepkerstboom ging uitvallen hield hij het maar voor gezien, als zelfs een nepboom al ging afvallen, waar moest het dan nog heen in deze wereld. Nu waren ook bijna al zijn kerstballen gesneuveld in jaren tijd, dus nieuwe kopen ach, de onzin. De verlichting uit elkaar prutsen vond hij ook al niets. En toen dat ook de geest gaf, was het ook wel over voor Ruud.
Het hoefde niet meer zo nodig allemaal, hij was 62 en vond het wel goed zo.
Zijn kerstpakket was ook elk jaar al minder en minder geworden. Waar hij vroeger een flinke doos in ontvangst mocht krijgen van het bedrijf, was het dit jaar een flesje goedkope wijn geworden met een kerstkrans. Ruud streek eens door zijn grijze kuif en ging aan het tafeltje bij het raam zitten. Zou hij dan toch maar een slokje nemen van die troep wijn?
Roderick de rode kater lag op de andere stoel voor het raam te ronken in een diepe onschuldige kattenslaap. Het was behaaglijk warm in het huisje, genietend alsnog zat Ruud daar aan zijn wijntje en las hij een boek. Getrouwd was hij nooit, dat was er nooit van gekomen namelijk. Veel familie had hij ook al niet of niet meer. Niemand die aan hem dacht op dit soort dagen, wanneer wel eigenlijk?
Ruud vond het wel best zo. Even later at hij zijn kippetje en deelde het samen met zijn kat. De magnetron patatjes waren best te eten en de appelmoes smaakt hem ook goed, de doperwten vond hij niet geweldig, dus de meeste liet hij maar op zijn bord liggen.
En daar zat Ruud voor het raam te knikkebollen na de maaltijd.
Langzaamaan viel hij in een diepe droomloze slaap.

Hij werd plots wakker, doordat er op zijn raam geklopt werd.
Ruud keek naar buiten en zag een vrouw staan, ze zwaaide enthousiast naar hem, ‘’Hallo’’, vormden haar lippen. Het was de nieuwe overbuurvrouw.
Ruud stommelde naar de voordeur en opende deze.
‘’Dag buurman’’, zei de vrouw opgewekt. “ Kijk ik dacht zo hé, dat u ook allenig was en ik ook met deze dagen, dat doe je toch geen mens aan wel?’’.

Ze glimlachte vriendelijk naar hem, het was een stevige struise dame, met blonde opgestoken haren die overal tussenuit uitpiekten, ze had nog een wit schort voor, op haar lange donkergrijze jurk.
Ze had leuke grappige ogen, met lange wimpers. Ruud glimlachte ook maar eens naar haar.
‘’Dag, dag,  wat een verrassing buurvrouw! Kom er toch in’’.
“Nou buurman ik dacht zo hé, dat u bij mij kon komen eten, en ik heb nog een lekker drankje staan enzo en, nou u lijkt me erg aardig buurman en waarom ook niet?’’ Zenuwachtig streek ze over haar schort met haar handen. Ruud zei maar niet dat hij al gegeten had. Oh nee deze kans was er één uit duizenden dat begreep hij wel. Samen staken ze even later de straat over en hij stapte binnen in een wereld vol kerstgedachten, twee kerstbomen volledig versierd, verlichting en kaarsjes, kerststukjes op tafeltjes, het was één grote warme sfeer van kerst. Even later zaten ze gezamenlijk aan een eettafel, met kerstservetten en waxinelichtjes in allerlei potjes en schaaltjes rondom hen. Kerstmuziek schalde uit de boxen, en Ruud ervoer voor het eerst een echte kerst, met een intens leuke en gezellige vrouw. Ze konden het zelfs erg goed met elkaar vinden.
Ze woonden al samen voor het oud en nieuw jaar begonnen was.
Ze leefden toch nog een flink aantal jaren in goede gezondheid met elkaar samen en waren dol op elkaar. Gelukkig dat de buurvrouw de stoute schoenen aangetrokken had die eerste kerstdag. Wat als ze dat niet gedaan had, dan hadden beiden misschien nog jarenlang alleen kerst moeten vieren.
Zo zie je maar…

©AngelWings

Voor nog meer AngelWings kerstverhalen:

 

Kerstverhalen

 

 

Het was kerst en het was goed (2015)
Het was kerst en het was goed (2015)

Het was kerst en het was goed (2015)

Roderick was seksverslaafd, zoveel was hem zelf ook wel duidelijk inmiddels.
Zag hij een vrouwelijk wezen, hoe lelijk ze ook was, hij zag enkel schoonheid, en seksualiteit, hij snoof als hij achter hen stond in de supermarkt,
rook hun Goddelijke zoete vrouwengeuren in zijn ranzig verhitte neus.
Vaak raakten zijn handen, hun vrouwelijke haardos aan, per ongeluk natuurlijk, zogenaamd en toch zo expres!
Opzettelijk onschuldig zette hij dan grote ogen op, ”Pardon”, zei hij dan.

Vaak liet hij iets vallen bij de dames met rokken aan, zodat hij al bukkend langs hun wijde klokkende open poorten, bijna bij het walhalla van zijn intiemste dromen uitkwam.
Opgewonden stond hij dan vaak trillend op, met bevende handen!
Het zweet stond hem dan vaak op zijn voorhoofd, en vanuit koortsig kijkende ogen, staarde hij dan pardoes in de geschrokken vrouwenogen.

Zo had hij ze het liefst, puur en geschokt, alsof hij hen aangeraakt had diep in hun zielen.
Dat was natuurlijk niet zo, dat wist hij ook wel…
Maar toch.

In zijn fantasie raakte hij hen aan op zachte warme tedere delen, die hij niet kon zien, die hij in gedachten voor zich zag, tijdens zijn buk festijn.
En dan daarna rende hij naar zijn fiets en ging snel op huis aan, spelen met zijn makker, en zijn fantasiewereld.
Hij kreeg geen vriendin, er was geen normaal woord met hem te spreken.
Hij stotterde en stamelde, hij kwam niet uit zijn woorden bij al dat mooie vrouws!
Waar hij ook keek hij zag de Godin in elke vrouw, hoe dan ook en van welke leeftijd dan ook.
Hij kon het niet laten, hij kon er niet mee stoppen.
De huisarts kon hem ook niet helpen.
De pastoor wist het ook niet meer, bidden was zijn enige optie.
Nu dat deed Roderick dagelijks, als hij kwam.
Dan dankte hij de Here voor al dat schoons dat hij toch geschapen had immers.
De Eva’s, de bollebozen, de volle boobsen, de bolle bipsen, de lange benenstelten, de zichtbare kamelentenen in te strakke broekjes, de rokjes die omhoog waaiden.
Niets ontkwam aan zijn wellustige blik. Hij zag het, elke dag opnieuw, de schoonheid, de wulpsheid, de dikke billen van een oude oma, konden hem zelfs nog bekoren, omdat het een vrouw was.
Maar echt aan zijn trekken kwam hij nooit. Hij wist niet hoe dat moest, de liefde enzo.
Contact leggen met vrouwen, hij bloosde al als hij er aan dacht, nee in zijn fantasie ging hij zo ver, telkens opnieuw.
Meer was er voor hem niet weggelegd dacht hij.
Zo dacht hij al jaren.
In de kerk waar hij vaak kwam was er een groep die voor hem ging bidden, men wist er het fijne niet van, maar de pastoor had een kleine uitleg gegeven en hij moest weer normaal gaan worden, dat was alles wat men wist.
Uiteindelijk dat jaar, was het dat hij genezing vond van zijn prachtige dromen, over vrouwenlijven en lichamen en duistere spelonken en grotten.
Misschien had men te heftig gebeden?

Wie zal het zeggen, wat er gebeurde.
Roderick stond die dag op, om de post te halen van zijn voordeur, hij bukte en hoorde een flinke knal bij zijn voordeur.
De rook steeg omhoog door zijn brievenbus, en hij opende verbaast zijn voordeur.
“Wel voor den donder, wat is hier aan de ha….”.

Een vuurpijl schoot zo zijn gang in, ketste af tegen de muur en schoot hem zo in zijn kruis.

Met kerst lag Roderick in het ziekenhuis met een flink verbandje om zijn kruis.
Hij voelde zich vredig en gerust, de intense jeuk had hij eindelijk verloren, sinds zijn verschroeiing van zijn edele kruisdelen.
Eindelijk zag hij de wereld zoals deze was, en oké het was minder mooi dan daarvoor. Maar toch, geen intense ranzige drang meer, geen handen die zijn schrale voorhuid omvatten, ze lagen te ruste op het dek. De kerkgangers kwamen op bezoek, en brachten kaartjes mee en gebreide sokken.
men mompelde dat Roderick eindelijk eens normaal kon praten.
Dat hij eindelijk eens schoon uit zijn ogen keek.
Men bad voor zijn genezing. Niet te hard, waarschuwde de pastoor.
Roderick las kranten, las boeken, hij verslond ze. Eindelijk tijd voor andere zaken!
Hij genoot in zijn ziektebed in het ziekenhuis, van een eindelijke bevrijding van hetgeen hem alles ontnomen had in zijn leven aan echte contacten.
Eefje verzorgde hem gestaag, dagelijks kwam zij de vriendelijke man wat lekkers brengen.
Ze spraken wat af en toe, die flinke blonde deerne met een grote boezem.
Maar toch deerde het Roderick niet langer, hij kon er eindelijk naar kijken hoe het was.
Zij was een vrouw, en hij een man.
Waar had hij zich zo druk over gemaakt al die jaren.
Na een half jaar kon Roderick zich eindelijk gaan verlustigen in de spelonken van zijn geliefde Eefje, ze waren elkander zeer nagekomen.
Na wat opstartproblemen ontdekte hij eindelijk het geheim van de liefde.
Eindelijk was hij dan een man die de liefde genoot zonder absurde intense wellustigheid.
Met kerst een jaar later traden zij in het huwelijk voor de kerk.
De gemeente zuchtte het uit, bidden had dus wel degelijk zin, zie je nu wel!
Dankzij hen en God was het ten goede gekeerd.
Voor het altaar snoof Roderick de zoete vrouwengeuren op, van zijn eigen vrouw.
Het was goed zo…zoals het was.
Tevreden zei hij “JA” ten overstaan van de gehele gemeente.

©AngelWings

Geen kerst voor hen!
Geen kerst voor hen!

Geen kerst voor hen!

Geen kerst voor hen! (kort verhaal)
Onder het afdakje stonden ze buiten, bij het asielzoekerscentrum, nog even een sigaret voor ze gingen slapen, op hun te kleine bedden,
met te weinig dekens, met 6 man op één kamer.

Farouk mopperde tegen zijn kameraad, om die eeuwige regen in dit koude land.
Ali blies de rook de avondlucht in, en knipperde met zijn ogen, om tranen tegen te houden die bij hem opkwamen.
Hij voelde zich, ondanks alle andere vluchtelingen, intens eenzaam, hij miste zijn familie elke dag.
Rillend stonden ze daar, in het donker te staren.
Het is hier heel koud hé? Ik vind dit niks aan. Zei Amir in zijn moerstaal.
Ik denk niet dat ik mijn kinderen dit aan kan doen.
Nee, hij schudde zijn hoofd, zijn zwarte lok viel hem voor zijn ogen.
Ik denk dat ik terug ga naar mijn land.
Het duurt toch veel te lang allemaal. Ik hou dit niet vol en we krijgen niet veel geld.
Ik word gek anders, van al die mensen die ons willen vragen met hun kerstdagen.
Amir spuwde boos op de grond. Wat hebben wij met die kerst in dit vreemde land, helemaal niets.
Denken wij hier naar toe te komen voor geld en een mooi huis, met tuin, waar onze hele familie in kan wonen straks.
Wat krijgen wij, wij zijn niets meer dan een hond.

Ali keek met dichtgeknepen ogen, naar de rook van zijn sigaret die de nacht inwolkte.
Glimlachend zei hij: Heb je die ene meid gezien, met die dikke tieten?
Hmm grijnsde Amir, die gisteren kwam, die met die blonde haren?
Ja, die ja, ik heb haar over haar billen gewreven.
Zij wilde mij niet, maar ik heb fijn gedroomd over haar.
Maar thuis heb jij een vrouw?
Waarom doe jij dit? Amir keek verbaast naar zijn roommate.
In ons land hoort dit niet, hier ook niet. Oh hier mag alles, glimlachte Ali.
Die vrouwen hier zijn hoeren, meer niet. Farouk keek ook verstoord, jij mag zo niet denken.
Dat is niet waar, dat weet jij toch, wil jij problemen soms?
Jij weet toch wat Sarang laatst zei! Vrouwen hier zijn goed voor één ding.
Onzin, mompelde Amir.
Hij dacht aan zijn mooie vrouw in zijn vaderland.
Jij moet je hier gedragen, anders ga jij terug. Niet aan die vrouwen komen man.
Geloof mij…
Onwillig trapte Ali zijn sigaret uit.
Hij nam haastig een slok van zijn fles vodka. Dat was wel prettig. Het verwarmde zijn ziel van binnen.
Wat is dit een raar land, zei Amir, zij vinden alles goed hier, homo’s, ik vind dat niet normaal!
In ons land is het verboden en hier mogen zij alles. Dat is niet goed voor mijn kinderen.

Hoe kunnen wij onze kinderen hier grootbrengen?
Hier is alles zo anders, en ze zullen niet accepteren dat mijn vrouw haar hoofd bedekt. Ja, ja, ik weet het, zij doen alsof!
Geloof mij maar.
Hij nam de fles vodka over van Ali en nam ook een slok.
Alles was zo teleurstellend geweest, ze hadden zoveel anders verwacht dan dit.
De boekjes die zij kregen van de mensenhandelaren, waren zo mooi geweest, prachtige foto’s hadden zij gezien, en ook hoeveel ze in welk land kregen aan geld en spullen, zelfs huizen kreeg je zomaar gratis.
Ze werden met open armen ontvangen door mensen met een heel ander geloof en een zak vol knuffelberen.
Hier hadden ze dagen plezier van gehad door ermee te voetballen in het AZC.
Wat moesten ze hier nu mee, wachten, en wachten.

Ik ga echt terug, zei Amir ineens. Hmm ik denk dat ik ook terug ga, nog voor de kerst.
Anders moet ik eten bij die dikke mevrouw met haar katten. Ik weet dat zij mij wil, voor meer, ik ga niet daar eten.
Zij knipoogde naar mij! Ik heb het gezien en zij hield mijn hand vast alsof ik een klein kind was.

Ik ook niet, zei Farouk,… Ik ga ook weg en terug!
Ik wil geen kerst vieren, ik wil een vrouw uit mijn land of een hele mooie hier.
Maar dan nog blijft alles anders dan in ons thuisland.
Ik kan hier ook niet wennen, denk ik, zei Ali.
De regen drupte neder, in het donker, en onder het afdakje, spraken zij af, te vertrekken voor de kerst dat jaar.
Ze wilden geen feest vieren in een land zonder hun familie, een christelijk feest nog wel, waarom begreep niemand, dat zij dit niet leuk vonden?
Ze wilden niet bij vreemde vrouwmensen in huis gaan eten, met soms een man erbij of zelfs kinderen, ze misten hun kinderen toch?
Hoe wreed was het om hen te willen laten genieten van de geneugten van een familie, waar zij zo ver van waren?
Met eten dat zij vies vonden zelfs.
Nee, het klokje tikte nergens zoals het thuis tikt.

©AngelWings

Kerstverhaal 2015
Kerstverhaal 2015

Het was in één van die oude tijden, dat er een man leefde en rijk was, erg rijk!
Hij had een kantoor in de stad en verdiende erg goed, maar had dan ook veel geerfd van zijn voorouders.
Iedereen hield van deze man, hij was intens goed voor mens en dier.
Hij gaf hen alles wat ze maar nodig hadden, hij had geld genoeg namelijk en kon het missen. Scrooge was zijn naam, zijn compagnon Marley was sinds kort overleden, maar er waren vele mensen die zijn plaats konden innemen, toch miste Scrooge zijn oude vrind intens. Zo ook dat jaar toen hij uiteindelijk de deur sloot van het herenpand en richting zijn grote herenhuis nabij ging.
Verdrietig keek hij naar de sneeuw die neerdaalde, hij was een gevoelig man.
Hij pinkte een traan weg die langs zijn grote neus naar beneden droop.
Hij zou dat jaar bij zijn neef kerst gaan vieren, en had al veel besteld voor het uitbundige kerstmaaltje.
Onderweg kwam hij een meisje tegen die zwavelstokjes verkocht. Hij gaf haar zoveel goudstukken dat het kind juichend wegrende en ondertussen alle zwavelstokjes liet vallen.
Scrooge was een goed en lief man! Kijk eens hoe gelukkig dat kind nu was!
Anders was zij misschien wel doodgevroren die nacht in de bittere koude.
Scrooge trok zijn jas flink over zijn oren en liep met versnelde pas richting zijn huis, waar het heerlijk warm zou zijn.
Thuisgekomen schudde hij zijn lange zwarte mantel uit die met sneeuw bedekt was. Zijn huishoudster nam de jas over en hing deze te drogen in de bijkeukens.
Scrooge had het koud en liep naar zijn rijkelijk ingerichte woonkamer en schonk zichzelf een wisky in. Dat verwarmde hem intens.
Voor de haard ging hij zitten en nam wat papieren door en na zijn derde glas viel hij langzaam in slaap.

Hij had een uiterst vreemde droom want plotseling stond zijn beste vrind Marley voor hem, hij kwam zo door de muur gevlogen en was doorzichtig. Om zijn enkels hingen ijzeren kettingen en uit zijn neus kwam een zwavellucht.
Het leek ernstig serieus echt, en Scrooge schrok intens. Marley wat kom jij hier doen?
Oh Scrooge, ik moet je waarschuwen!
Je bent veels te goed voor deze wereld Scrooge dat gaat niet goed in de toekomst.
Stop met aardig zijn en lief zijn want?… Hoofdschuddend, met rinkelende de kettingen om Marley zijn nek, keek hij hem bedroefd aan.
Maar Marley goed zijn kan toch geen kwaad?
Dat is juist goed zeker voor je karma enzo en jij was ook altijd goed waarom draag je deze helse kettingen nu je gestorven bent?
Oh voor mij is het al te laat! Kreunde Marley!
Rinkelend wreef hij zijn handen in elkaar. OH Scrooge je snapt het niet.
Goed zijn betekend helemaal niet dat je goed doet?
Hoezo vroeg Scrooge verbaast.

Nou het zit zo…
Marley nam Scrooge mee naar een kamer met een intens uitzicht het leek wel een televisie met breedbeeld maar dat kenden ze toen nog lang niet, maar zoiets was het want in dromen kan alles.

Marley liet Scrooge beelden zien…
Scrooge zag zijn neef, lui als wat, hij deed werkelijk niets en zijn vrouw mocht alles opknappen. Het bleek een enorm luie kerel te zijn geworden dankzij de giften van zijn oom.
Zijn jongste kind was geboren met een spasme aan de benen, en Scrooge had ervoor gezorgd dat deze jongen de mooiste en beste krukken kreeg die er maar bestonden op de wereld…
Kijk zei Marley, hij wees naar het knappe knulletje die trots met zijn krukken rondsjokte en hierbij dieren sloeg met de krukken.
En zijn nageslacht zal zorgen voor veel ellende in de wereld.
Over enkele eeuwen zal hij een achter achter achter kleindochter hebben en haar naam zal Jettie zijn. Leuke naam mompelde Scrooge nog vertederd.
Toen zag hij plots de dame voor zich, ze had ook hetzelfde met haar benen als het zoontje van zijn neef zag hij.
Geen lekker ding zeg, mompelde Scrooge weer. Jettie klijnsma, zo zal ze heten zei Marley toen.
Maar wat is er dan mee Marley?
Nou zij zal mensen die het moeilijk hebben nog moeilijker maken dan nodig is!
Dankzij het feit dat jij je neef en zijn gezin ontzettend verwend. Het worden vervelende mensen en hun nageslacht zal dit alles met zich meedragen!
Maar hoe kan iemand die het moeilijk heeft dan geen begrip hebben voor mensen die het al zo moeilijk hebben?
Omdat ze niet zo intelligent worden dankzij verwennerij mijn beste Scrooge.
Zo zitten veel mensen nu eenmaal in elkaar. Zij kunnen dat niet aan tenzij ze intelligent zijn en begrip en warmte hebben in hun zielen zoals jij!
Maar de meesten worden er juist beter van als ze het zwaar hebben in het leven.
Niets voor niets immers.
Ja maar, wierp Scrooge tegen.

Wacht… Marley liet hem weer een beeld zien.
Een nichtje van Scrooge kreeg ook achter achter achter kleinkinderen.
Kijk dit is nu Mark Rutte!
Nou dat is me er eentje verwend als wat en hij begrijpt niets van mensen!
Hij wordt minister president Scrooge.
Zo wat geweldig, riep Scrooge blij uit.
Dankzij mijn geld natuurlijk!
Nee, Scrooge kijk eens hoe hij doet en is!
Scrooge zag enkel een lachende minister, hij is erg aardig.
Dat lijkt maar zo, mompelde Marley.
Hij zal een heel land in de afgrond doen storten!
En het zal hem niets kunnen schelen!
Oei, zei Scrooge en dat alleen omdat ik mijn nichtje zo verwen?
Ja, zei Marley onvoorstelbaar hé?
Hierna liet hij de film zien, The Butterfly effect, Scrooge kreeg het er warm van zeg.
Wat een verhaal zeg! Wat mooi?
Over vele jaren zal men dit allemaal kunnen kijken via hun huizen, op een scherm zei Marley. Zo wat geweldig, jammer dat wij dit nog niet hebben.
Jij zult niet kunnen leven in die tijd Scrooge geloof mij nu maar.
De tijd gaat zo snel en mensen leven sneller, en drukker en krijgen het nieuws van de hele wereld te horen. Elke dag wel 50 x als men wil.
Brr rilde Scrooge, dat lijkt me heel zwaar. Dat is het ook mijn vrind.
Hierna liet Marley weer beelden zien van toekomstige mensen die werkten bij de regering, allen nazaten van zijn familieleden!
Kijk hier heb ik er een van mijzelf, wees Marley aan, hij heet Geert Wilders, hij heeft wel humor, mensen snappen hem vaak niet, toch heeft hij wat vreemde trekjes!
Humor, ja dat heeft hij dan vast nog van jou! Riep Scrooge enthousiast uit. We hebben erg veel gelachen samen vrind!
Maar ook jij hebt je familie intens verwend. En dit is dus je achterachterachterneef?
Zijn pruik is dezelfde als die van jou. Ja zei Marley glimlachend alleen bij hem is die echt! En kijk hier, dat is er een van je oudste neef, Diederik Samson, idem enorm onverschillig aangaande de bevolking.
Het kan ze geen bal schelen nml, het gaat hen enkel om geld.
Zij halen al het geld binnen Scrooge waar mensen hard voor moeten werken.
Oh maar die mensen hebben die dan niets meer over?
Steeds minder mijn beste Scrooge.
En dat alles dankzij jouw verwennerij nu aan je neefjes en nichtjes.
Kun je nagaan hoe dat werkt allemaal.
Ik kom je dus waarschuwen.
Maar ik kan jou geen slecht mens maken Scrooge, misschien is het al te laat.
Plotseling vervaagde Marley en Scrooge werd wakker.
Helemaal nat van het zweet.
Hij liep de woonkamer in en nam nog een glas wisky.
Hij keek naar de intense berg cadeautjes die daar klaar stonden om morgen meegenomen te worden naar zijn familie.
Zoveel mooie dingen als hij had gekocht, wat zouden de kinderen toch blij zijn, dacht Scrooge. Nee, hij kon niet anders! Hij was zoals hij was en wie dan leefde wie dan zorgde toch?

Zo zie je maar! Nu weten we hoe het komt allemaal.

Ik wens iedereen een rijkelijk en gezond 2015, met gezonde voeding, normaal vlees, en meer centen dan menigeen heeft momenteel.

©AngelWings

Kerstverhaal 2013
Kerstverhaal 2013

Kerstverhaal 2013
Het was ijskoud, die nacht, Stella liep door de sneeuw richting de auto.
”Kom nou Peter!” Riep ze angstig uit.
”Kom, alsjeblieft we moeten weg hier!”
Peter kwam achter haar aan met nog een grote doos en de hond aan de riem die netjes en rustig naast hem bleef lopen.
De hond was het rustpunt op dat moment voor hen die moesten vluchten.
In de auto snikte Stella het uit, haar ogen welden vol tranen…
“Oh Peter, ons huis, alles?”, hij pakte haar hand in een opwelling maar was zelf ook radeloos.
Er was niets aan te doen, beiden waren ze hun baan kwijtgeraakt, hun kind was hen afgenomen, omdat ze weigerden het te vaccineren.
Hun lieve dochtertje zat nu in een pleeggezin.
Plots op een dag, waren zij gekomen, onverwachts, en hadden de vierjarige Priscilla meegenomen, rondom hun huis, hingen vele drones in de lucht, ter bewaking op afstand bestuurd door mensen die onmenselijk waren opgeleid.
Het huis werd hun ontnomen, nadat men het kind van hen nam, zorgde men ervoor dat ze hun banen kwijtraakten, en niets nog konden betalen.
Eergisteren had Peter uit wanhoop het konijn Pammie, van hun dochtertje, geslacht.
Ze hadden zo een intense honger en hierna hadden beiden intens gehuild, ze moesten weg van hier.
Maar waar naar toe?
Ze hadden zich ook niet laten chippen toen het moest van de regering.
Daarom waren ze nu ook alles kwijt wat hen lief was.
Totaal kapot gemaakt door een corrupte maatschappij en regering.
Weg moesten ze zo snel mogelijk, voor hen erger zou overkomen, zoals de overburen, een prettig stel met 2 kinderen.
Gedood voor de deur op straat, door drones.
In opdracht van de regering.
Het was afschuwelijk geweest de aanblik van dat lieve gezin, bloedend op de straat.
Ze waren gelukkig wel direct dood geweest, door een gericht schot.
Stella bleef huilen van de zenuwen, en verlies.
Peter reed snel de stad uit, overal was het donker een of andere fall out van stroom was hun redding misschien.
Ze hadden hun mobiel weggegooid, Peter had een hele oude gevonden op een tweedehands website, en daar zat een anonieme kaart in, gekocht via anonymous online.
Alles uiterst geheim.
Ze waren niet meer te traceren nu, de tom tom stond uit.
Ze moesten hun stad uit, want daar was het niet langer pluis, iedereen verraadde elkaar.
Al was het om wat extra eten, begrijpelijk als je honger had.
Waren ze maar uit de stad, dan konden ze weer denken aan een toekomst?
Was er nog een toekomst?
Het zag er slecht uit op aarde, alles werd beheerst door de rijken.
Je mocht betalen voor een maand zon per jaar, en als je geld genoeg had vaker.
Dan mocht je naar het dorpje Sunsville in Engeland, waar men een gat in ozonlaag had gemaakt om zonlicht door te laten, dan mocht je, je laven in het warme zonnebad.
Voor de rest werd de lucht grijzig verduisterd door chemtrails.
Voeding was enkel nog van slechte kwaliteit.
Mensen werden niet meer zo oud.
Vaccinaties maakten de mensen snel oud en snel ziek.
Zonlicht tekorten maakten de mens bevattelijk.
De regering was ziek, duistere zielen hadden controle over de hele wereld bijna.
Maar er waren mensen die in opstand kwamen tegen deze controle, die altijd al hadden geweten dat dit ooit zou gebeuren.
Het was de avond voor kerst.
Peter reed keihard over de snelwegen, hij hoopte maar dat de fall out niet snel verholpen zou zijn.
Camera’s langs de weg konden hen dan traceren, ook al had hij een ander kenteken op zijn auto.
Ook via Anonymous verkregen.
Priscilla konden zij niet ontvoeren ze had een chip gekregen en zou hen verraden wat zou betekenen dat zij allen de dood onder ogen zouden moeten zien.
Dat wilden ze hun kind niet aan doen, ze had ergens nog een kans op een leven, in een wereld die nieuw voor haar was, maar zij, zij konden niet verder leven in deze wereld.
Niet zoals deze was geworden.
Uiteindelijk toen ze de stad hadden verlaten werd Stella rustiger en ook Peter werd kalmer.
Ze reden zuidelijk, in de hoop dat iets hen op wonderbaarlijke wijze kon redden.
Peter wist van een locatie die hij niet had verteld aan Stella, had men hen gepakt dan kon zij het niet verraden.
Een waarheidsserum zou haar alles doen vertellen, Peter had een ander genen pakket waar dit waarheidsserum een ander effect op had.
Men kon uit hem niets verkrijgen aan informatie.
Een oude mappenkaart van de wegen in het land, hadden ze via een tweedehands boekenwebsite gevonden.
Daarin moesten ze hun weg gaan vervolgen.
Sneeuwvlokjes dwarrelden uit de hemel plotseling.
”Kijk”, zei Stella treurig, ”de rijken willen dat het nu sneeuwt, dus sneeuwt het.”
Ze reden door, gestaag en rustig,…
De hele nacht door, beiden diep in gedachten.
Denkend aan hun kind, die zij nu achter moesten laten…

Peter schudde Stella wakker, de volgende morgen, ze waren aangekomen op de plaats van bestemming.
Peter zijn ogen waren rooddoorlopen van vermoeidheid en verdriet.
Ze hadden geen enkele keus gehad nml.
Hij wist wat mogelijk was, zij nog niet daar kwam ze snel achter.
In een ondergrondse garage stapten ze uit, de hond liep achter hen aan.
”Waar zijn we Peter?” Vroeg Stella.
”Ergens…Lief!” Bij een poort kwamen mensen hen tegemoet.
Aardige mensen, vriendelijke mensen, mensen met gevoel, het straalde van hen af.
Warmte en liefde.
Ze schudden elkaar de hand.
“Goed dat jullie zijn gekomen”.
Na een uur bijkomen, stelde men vragen van het anonymous team.
Wat Stella’s fijnste tijd was geweest in haar leven, en ze begon te vertellen…welke tijden dat waren.
Zou je de grootste opoffering ooit kunnen maken Stella vroeg men haar.

Je kind nooit meer zien, omdat het niet bestaat?

Je hebt ook geen weet van haar bestaan, zei men toen. Tenminste velen vergeten dingen als ze naar een andere tijd gaan..sommige mensen weten alles nog.
Verward keek ze hen aan, ”hoe bedoelen jullie dit?”’
Wij hebben een tijdsmachine ontworpen en die werkt.
Vele mensen zijn terug in goede tijden, terug in de tijd, ze konden het leven niet langer aan hier.
Welke tijd dat was, vroeg ze nog begrijpend.

Nog geen uur later stonden ze beiden hand in hand in de tijdsmachine, met de hond naast hen, rustig als altijd.

Terug naar de guldentijd,
toen er nog geen één Europa was toen de ellende nog niet begonnen was.
Het was iets!
Ze werden weggezoeft door de ruimte van tijd en daar kwamen ze aan, bij een huisje dat al voor hen bestemd was. Anonymous leden hadden geregeld dat het huis van hen was nml.

Het jaar 1950, het zou moeilijk zijn, na de oorlog maar ze kwamen er wel.
De opoffering was hun kind, maar misschien? Zij konden niet vergeten nml ze wisten van het bestaan van hun dochtertje.
Anonymous had beloofd te kijken wat ze konden doen nml.
Ze kregen beiden een baan, en met veel gemis bouwden ze weer een bestaan op.
Vijf jaar later bracht anonymous hun dochter terug naar hen.
De chip was verwijderd uit het meisje, ze was ontvoerd uit 2022, maar het kon niets meer schelen.
Toen ze op kerstavond eindelijk hun zo geliefde kind weer in hun armen sloten.
1955 was het inmiddels bijna. dat er overbevolking ontstond in de toekomst begrepen ze nu al wel.
Vele mensen wilden weg uit die nare tijd uit de toekomst.
Stella glimlachte gelukkig, toen er uit de hemel echte sneeuw viel…
zonder een elite die misbruik maakte van hun macht.
“Deze sneeuw is nog echte sneeuw hé, mama?” zei hun dochter blij.
Hand in hand keken ze naar de sneeuw die uit de hemel viel.

©AngelWings

KerstVerhaal 2012
KerstVerhaal 2012

KerstVerhaal 2012

 

Eindelijk was het dan zover, in de volksbuurt op nummer 33 was er een geboorte aanstaande.

Het was kerstavond, ook dat nog. De sneeuw dwarrelde romantisch uit de grijze avondhemel. En voor het raam hing een verlichte  kerstster. De gordijnen waren gesloten, maar boven brandde het licht.
Jan liep zenuwachtig heen en weer, zijn vrouw Marian lag in het grote tweepersoonsbed te krijzen van de pijn. De verloskundige een oude vrouw, mompelde voor zich uit, maar zei nog niet zoveel.
Jezus mens hoe lang duurt het nog?
Nou, nou meneer, als het komt dan komt het, wat er in gaat komp ter ook weer uit! Boos keek de oude heks hem aan, ze miste een voortand, erg irritant om tegen aan te kijken vond Jan. Vooral nu.
Het duurde gewoon veel te lang!
Ik ga met je naar het ziekenhuis Marian! Snel pakte hij de tas die klaarstond naast het bed, duwde de oude heks de deur uit en zette de tas in zijn autootje. Hij nam ondertussen de winterjas mee van Marian, stuiterde de trappen weer op en nam haar in zijn armen de trap af.
Helaas hij viel niet, dus het verhaal gaat door.

Hij krabde de ramen van de auto, de motor stond aan en de kachel in de auto  idem op de hoogste stand. Eindelijk was hij klaar en haalde zijn vrouw, die krijsend in de woonkamer stond te huilen, richting auto. Zo de auto wilde eerst niet starten, vloekend vervloekte Jan alles en vooral die oude heks van daar net, die waarschijnlijk veel te lang had gewacht met Marian naar het ziekenhuis door sturen.

Vroee… vrooeeeeeeee…vroemmmmm..eindelijk, hij gaf gas en de auto gleed van de straat bijna tegen de stoeprand aan. Uiteindelijk konden ze op weg naar het ziekenhuis.

Marian lag krom op de achterbank, kreunend en hijgend en puffend, als dat maar goed ging, dacht Jan nerveus.
Gaat het schatje, vroeg hij bezorgd. Nee LUL, riep ze venijnig naar hem.
Godverrrrrrrrrr kreunde ze weer, waauuuuuuuuw dit doet zeeheerrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr………..AUWWWWWWWWWWWWWWWWW!!!!!!!!!
Jan reed levensgevaarlijk langs de weilanden, dat achterlijke dorp moesten ze ook eens verlaten dat ziekenhuis was veels te ver weg van alles. Pikkedonker op een snelweg! Het moest niet gekker worden zeg.
Hoog in de lucht scheen een ster, Jan keek er naar en glimlachte vast een teken oid.

Hij moest die kant op richting het Oosten nml.
Na veel spanning in de auto, brak het water met grote golven over de achterbank en zelfs Jan zat er onder. Oh mijn god, zei hij nog, de zoete geur, wel apart, dreef hem in de neusgaten. Nu dat werd schoonmaken straks.
Later zorg, eerst naar het ziekenhuis, ‘’verdomd’’, vloekte Jan weer.

Plots stond de auto stil. Hij deed niets meer, wat Jan ook probeerde, ook dat nog dacht hij woest.
Wat nu?
Mobiel vergeten uiteraard, zo een sukkel was hij wel. Godverde, godverde, hij knarste met zijn tanden, een eindje verderop stond een huisje, het licht scheen bleekjes door de bomen heen, de sneeuw lag hoog, hij moest Marian meesleuren door de sneeuw, in de koude richting dat huisje daar. Hun enige redding, misschien konden zij bellen?
Marian gilde het uit, oh ik voel het tusse me bene Jan! Het komp ter an!
Ik ga zittuh hoor, en pats daar zat ze midden in de sneeuw met haar natte broek, kom op meid!
Nog ff doorzetten we zijn er zo.

Waar zijn we, riep ze verwilderd rondkijkend naar Jan.
Ergens in the nowere, ik weet het niet zei Jan peinzend.
Kom, meid, hij tilde haar op, in zijn sterke armen. En ploeterde met een persende vrouw door de sneeuw in zijn armen.
Eindelijk kwamen ze verkleumd aan bij het huisje. Het was er feest, erg veel mensen en enorm druk. Hij belde aan, een vreemd gekleed man deed open, hij droeg een schortje, en daaronder niets.
Waar zijn we hier vroeg Jan.
Oh bij seksboerderie de HolleKnolleh, zei de man plat.
Wat? Jan viel bijna achterover toen zijn vrouw begon te gillen dat haar broek uit moest want het kwam deruit!
Oh help ons alsjeblieft, we krijgen een kind. We hebben autopech zei Jan nerveus.
Oh eh, ja binnen is het vreselijk druk en blotig allemaal? Maar we hebben wel een stal hier achter dat is ook warm en nu ja er staat een bed, voor als de koeien bevallen dan moeten we er wel eens een nachtje naast slapen dus. De man ging hen voor naar de stallen.
Er brandde een klein lichtje, er lag vers stro en er stonden wat koeien en een paard en zelfs een ezel.

Zijn die voor eh? Vroeg Jan geaggiteerd, zijn wangen waren ineens vuurrood, de man knikte.
Hm hm, maar het verdiend enorm goed dat wel.

Jan legde Marian op het bed in een hoek, en vroeg of de man een ambulance wilde bellen.
De man knikte, en gaf wat schone handdoeken, en bracht wat te drinken mee van uit het huis.
Marian lag inmiddels in haar blote kont op het bed in het stro, omringt door vee.
Het is bizar, hé? Fluisterde ze zachtjes er kwam weer een perswee.
Ja, knikte Jan liefdevol en streek haar over haar krullende haren.

Er kwam een man kijken, ik biedt u 10.000 euro als ik de bevalling mag zien, riep hij joviaal uit.
Hij had inmiddels vernomen dat er een kind in de stallen geboren zou worden. Als u zich netjes aan kleed dan is dat prima zei Jan.
Kon hem dat schelen?

Een dikbuikige burgemeester kwam ook langs en legde een cheque op het bed. Zo 150.000 euro die kan ik declareren dus, dat betaal ik voor de bevalling die aanstaande is. Hij keek vriendelijk en had zijn kleding nog aan dus hij mocht blijven.

Er kwam ook een travestiet kijken, prachtig gekleed in gouden gewaden, was dat geen bekende Nederlander, dacht Jan plots?
Nu ja, onherkenbaar inmiddels. Deze man bood hen een hele parfumerie keten aan, ter waarde van wel 200.000 euro. Ik vind het zo enig op kerstnacht een kindje dat geboren wordt, kirde hij.

Marian begon te persen, en te persen, de mannen hielpen flink mee, de travo drukte op de buik dat had hij gezien op tv ergens ooit lang geleden. Doe maar niet dreigde Jan.
Nou, zeg ik betaal er toch voor?
Ja geen geintjes man, anders deruit!
Het kind werd geboren en gleed zo uit de moeder. Ach een meisje! Wat geweldig fijn riep Marian met de tranen in de ogen. Ja mompelde Jan, gelukzalig, het kindje was mooi om te zien, alleen wat bloederig. De ambulance kwam er ook al aan, hoorde hij, in de verte.
Oh Jan, ik noem mijn dochter Jezus!

Ben je gek riep Jan geschokt uit, echt niet!
Jawel hoor, zei ze, terwijl ze het meiske over haar bolletje aaide. Het is kerstnacht, we zijn in een stal, er zijn 3 onwijzen bij uit het Oosten en nu ja ik noem haar Jezus.
Ok dan zei Jan, de ambulance medewerkers kwamen al binnen.

 

©AnGeLWinGs

 

Samuel
Samuel


Hij zat op de grond, voor de supermarkt, voor hem op de grond lag zijn oude pet, en in zijn reumatische handen had hij zijn viool. Trieste liederen speelde hij, enorm triest. Toch bleef hij altijd vriendelijk groeten naar voorbijgangers, altijd vriendelijk lachend, wie het ook was. Voor hem was elk mens bijzonder en zo uniek. Toch keek het merendeel op hem neer. Met geirriteerde blikken gingen ze aan hem voorbij.

Hij was een niets, een nada, een mens zonder bestaansrecht leek het wel. Omdat hij in ogen van juist diegene die het meest hadden en een baan, een nietsnut was. Een loser. Waardeloos dus. En zo voelde hij zich ook vaak.

Toch als hij muziek maakte dan gloeide zijn hart, zijn ziel alsof hij opeens opleefde vanuit een lethargie, een zombie achtig bestaan. En zo was het ook. Sedert vele jaren sliep hij op straat, soms bij het leger des heils, en overdag was hij altijd buiten, in de kou, weer en wind.

Niets deerde hem nog.

Samuel was zijn naam, meer was ook niet langer van belang. Hij verloor in een klap zijn gezin, jaren geleden. Zomaar in één seconde was het over en voorbij. Zijn lieve vrouw, en zijn zoon en dochter, een klap en weggevaagd voor eeuwig van deze aardbol. Een vrachtwagen, storm, en regen, gladheid en..voorbij.

Zijn fijne lieve leven, zijn baan,…zijn geliefden.

Oh wat had hij gehuild, zich verzopen in de drank, zich kapot gespoten aan de drugs, maar dat alles hielp hem niets tegen de intense pijn die hem dagelijks overviel.

Hoe oud was hij geweest, wist hij het nog?

Wel 30 jaar geleden inmiddels. zo ongeveer, want zeker wist hij het niet.

Hij was gestopt met drugs, en drank ach, hij nam nog wel eens wat. De pijn bleef toch wel, het verleden hing aan hem. Of hing hij aan het verleden? Wie zal het zeggen, we zijn allen uniek immers?

Samuel speelde door, de hele dag op die koude grond, bijna kerst.

De eerste sneeuwvlokken dwarrelden uit de hemel.

Rondom hem die zijn trieste muziek speelde vanuit zijn hart en ziel.

Hij glimlachte naar voorbijgangers…

Zo ook naar haar, een hautaine dame die hem 2 euro gaf. Zo, zei ze hardop, dit is alvast voor Kerst hoor!

Arrogant stapte ze verder op haar dure hakken. Tik tik, klonk het op de straat,… tik tik.

Het klonkt als een tijdsklokje, tik tik.

Samuel keek haar nadenkend na. voor kerst hoor, had ze gezegd.

Bedoelde ze hiermee, dat ze het hem nu wel gunde en anders niet? Fijn om zulke kerstgedachten te hebben, dacht Samuel.

Hij speelde door, klassieke stukken, wonderschoon mooi, bespeelde hij viool, zijn oude vriend van jaren voorheen.

Het enige dat hij nog had, van toen, uit die tijd.

En de tranen druppelden over zijn gelaat.

Diepe tranen vol pijn, nog steeds.

Oh wat had hij de mensen gehaat die zeiden dat hij er toch eens overheen moest komen.

Wat wiste zij hier nu van?

Hoe kon men toch oordelen over hoe een ander zich kon voelen?

En hoe had men hem in de steek gelaten, al zijn vrienden en familie.

Hij wilde er niet langer aan denken.

Keek op en voor hem stond een klein meisje, met lange blonde vlechtjes, met haar grote donkere oogjes keek ze hem verlegen aan.

Hier zei ze gul en ze gaf hem een papiertje.

Hier voor jou!

En ze glimlachte en snelde weg als was zij een kleine goedhartige engel geweest die even op aarde kwam om hem iets te geven.

Verbaast keek Samuel naar het papiertje in zijn hand.

Hij glimlachte, het was een lot.

Een lot hoe kwam die kleine daar nu aan?

Hij zag hoe zij in de verte meeliep aan de hand van haar moeder die met vele tassen vol cadeaus richting huis ging.

Ze zwaaide nog want ze keek nog even om naar hem en Samuel zwaaide terug naar haar.

Een lot…

Hij stopte het lot in zijn jas, en vergat het lot al snel weer en speelde weer wonderschone liederen op zijn viool.

Maar een week later toen hij bij de kiosk zijn saffie eindelijk weer kon betalen pakte hij een krant, met de uitslagen van de loterij.

Hij nam het vodje uit zijn jas en keek, toch nieuwsgierig of het lot hem nog iets gunde!

Na al zijn ellendige jaren op aarde.

Zijn mond viel open, zijn hart sloeg enkele malen over, dit kon niet waar zijn!

Dit kon niet waar zijn, hij Samuel had de hoofdprijs.

15 miljoen euro!

Hij had de hoofdprijs!

Bleekjes en wankel keek hij om zich heen of iemand hem betrapt had op het stiekem lezen van de krant.

Hij glimlachte opeens.

HIJ Had de hoofdprijs!

Samuel woonde tijdens kerst al in een enorme villa,

had een prachtige auto, een slaapkamer waar je u tegen zei.

Een chauffeur alles, en een pup, want die had hij altijd graag willen hebben, maar door zijn straatleven wilde hij een dier dat niet aan doen.

Maar elke dag

bij de supermarkt, speelde hij nog steeds op zijn viool.

Droeve liederen, zomaar, omdat, hij niets anders meer kon en hem dat nog vreugde gaf, in zijn intens beschadigde bestaan.

Tik tik, tik tik,….de hautaine dame, hij herkende haar nog. Een jaar na dato, liep ze weer langs hem heen, en hij stond op en gaf haar de 2 euro terug.

Alvast voor Kerst mevrouw!

Bevreemd keek ze hem aan, een zo net geklede en schone zwerver had zij nog nooit ontmoet.

Ze keek op hem neer en arrogant stak ze haar neus in de lucht.

Klik klik, de tijdsklok tikte weer weg.

Alleen anders dan het jaar ervoor.

Heel anders.

Samuel pakte zijn viool weer op en begon te spelen en zijn hond, die huilde mee.

Door AngelWings

 

Damiën
Damiën

Photobucket

Kreunend stond Maria in het ziekenhuis, haar benen wagenwijd geopend, het bloed stroomde eruit gelijk een waterval, inclusief flieders en fladders…waarschijnlijk vruchtwater inclusief de overblijfselen van de tweeling die opgegeten was door de nog ongeboren Damiën.
Krijsend viel zij neder, in de armen van dokter Bernard.

Dokter Bernard u moet mij zeggen, is het goed met hem? Hijgde ze in zijn oor, hangend in zijn ijzersterke armen. Is hij nu niet meer in gevaarrrrrr, zeg mij alleen de waarheid maar, begon zij uit volle borst. Waarschijnlijk een soort hallucinatie, gebeurd wel vaker bij ernstige pijnen, het lichaam schijnt dan opiaten aan te maken, vandaar die gothics die in wezen eigenlijk verslaafd zijn maar goed, daar ging dit verhaal niet over natuurlijk.

En dokter Bernard helemaal week, en nat door deze bloedende alleenstaande aanstaande moeder, zuchtte het uit en zei;
Nee, mevrouw Maria, dan moet ik eerst even een kijkje nemen in het vrouwelijke oerwoud tussen uwer benen.

Hij tilde de arme jonge vrouw op in zijn armen en legde haar op de dichtstbijzijnde brancard.
Hierop kroop hij snel onder de witte nachtpon van Maria en keek naar de borrelende fontein die hem vanuit haar Goddelijke wonde toestroomde. Oh Maria, mompelde hij met enkele zoete spatters vruchtwater en overblijfselen, in zijn gelaat,  van de tweeling die al verorberd was door Damiën…een stukje bleef steken in zijn neusgat, en hierop kreeg hij een intense niesbui, zodat de snotterbellen op de vrouwelijke zonde terecht kwam. Aangezien het een zo’n komisch gezicht was barste dr. Bernard in lachen uit, daar zo gelegen tussen de benen van de jonge bloedende aanstaande moeder…

Oh dr. Bernard red u mij dan toch? Kreet zij uit in barensnood. Wat zit u daar nu te niezen?

Er is werk aan de winkel, zei ze streng doch rechtvaardig.
Hierop kreeg zij een enorme perswee en drukte zij in enkele seconden een mega baby uit haar onderlijf, van wel 5 kilo zwaar, en een dikgevreten buikje.

Dr. Bernard had zijn hele gezicht onder de rode sappen, maar dit kon hem niet veel schelen, want hij was zowat bijna verstrengeld in een tongzoen met de boreling, aangezien deze met de navelstreng om zijn nekje ter wereld kwam, en tevens met de tong zwaar uit de mond hangend, waarschijnlijk nog een wraakactie van zijn opgegeten broertje.

In de gauwigheid nog even snel een navelstreng om zijn schouderpartij wringend er weer vandoor ging richting het hemelse rijk.
Dr. Bernard snufte het uit van blijdschap toen hij het geslacht waarnam van de boreling, mevrouw Maria u heeft een zoon!

Oh zuchtte Maria uit, van geluk stroomden de tranen haar over de wangen, ze had het even niet meer hoor. Een zoon, wow. Als ze nu maar niet een overbezorgde moeder werd zeg, stel je voor, neen ze zou hem opvoeden tot een flinke zelfstandige jongen, die heel goed wist wat hij wilde. Zoiets als in Hitler maar dan ietsje anders.

De vader was er al vandoor voor hij gekomen was, dus hij wist ook niets van het feit af dat hij vader was geworden en Maria was van mening dat, dat ook maar het beste was.
Aangezien ze het met de zeden niet zo nauw nam, was dat geen enkel probleem. Haar achternaam was niet voor niets Magdalena natuurlijk.

Haar zuster Rita kwam ook nog op bezoek, en dr. Bernard die al als een blok viel voor de schone Maria viel nu als een betonblok voor haar roodharige zuster Rita.
Zuster Rita, dit is nu dr. Bernard. Mompelde Maria terwijl ze haar dikke zoontje de borsten gaf, die hij gretig leegzoog met een duivels genoegen.

Onderwijl zijn dikke baby knuisten op haar blanke bollen leggend en hierop melkende bewegingen maken, want de slimmerd wist nu al, wat melken was en inhield, zodoende kreeg hij nog meer mamasapjes dan eigenlijk was toegestaan. Hij dronk voor twee, want niemand wist natuurlijk dat hij zijn ongeboren tweelingbroertje had opgegeten. Het was nogal een hongerlapje maar ja, dat is nu eenmaal zo met dikkerdjes die eten gewoonweg teveel toch?

Zo ging dat in deze wereld, kortzichtigheid ten top, maar ja, kon ons dat nu schelen als er maar een verhaal uitkomt nietwaar?

Nou goed, Damiën ging ook mee naar de bruiloft van tante Rita en dr.Bernard en had het enorm naar zijn zin. Hij keek zijn grote oogjes uit en brabbelde en bubbelde behoorlijk wat babybellen uit zijn pruilmondje. Nu had hij nogal vreemde oogjes, een beetje geelachtig met een vage streep dwars door zijn pupillen heen en soort van kattenogen maar dan anders!

Zijn nageltjes die wonderbaarlijk snel konden groeien, zodat mams ze elke dag wel kon gaan bijsnoeien waren ditmaal iets te lang in de haast van het bruidskleed etc, passen en meten..

Het kind graaide er lustig op los en bezeerde nogal veel mooie kantachtige zijden panty’s van dames die langsdrentelten. Foei Damiën riep zijn moeder dan uit. Koortachtig verontschuldigde zij zich dan tegenover de andere gasten, dat doetie anders nooit hoor zei ze dan, met het schaamrood op de kaken.

Het was weer een fijne kerst dat jaar hoe dit toch afliep? Geen idee het was immers kerst 2008!

De rest moet nog komen…

Angelwings