Hans en Grietje met Kerst

 

Hans en Grietje waren een tweeling en ze woonden in een armoedig huisje in het grote bos.

Hans keek naar buiten door het kleine raampje. Kijk Grietje, het sneeuwt bijna de ballen uit de lucht.
Wauw wat een pak sneeuw, zei Grietje opgetogen. Ze klauterde naast hem op het houten bankje en drukte haar neusje tegen het raam.
Zullen we buiten gaan spelen Hans? Ze keek hem aan met haar helblauwe oogjes haar sproetenneusje krulde grappig wat op.
Neh, zei Hans,  we moeten eerst nog de boel stofzuigen van ons moeder. Schurfie de hond blafte tegen hen en wilde met hen spelen maar dat moest nog maar even wachten.
Kom, als we dat nu snel doen, dan zijn we zo klaar en kunnen we nog gaan spelen in de sneeuw. Ze klommen van het houten bankje af en Hans pakte de stofzuiger en Grietje sjokte achter haar broertje aan.
Zo snel ze konden maakten ze de boel aan kant en uiteindelijk was alles klaar.
Moeders zou zo wel thuiskomen, maar omdat ze er nog niet was, hoefden ze het niet te vragen dus gingen ze buiten spelen.
Ze maakten een sneeuwpop met een takje als neus, en twee stenen als ogen, en een mond van oude dorre bladeren.
Ze gleden op het pad en pakten een slee uit de schuur.En Schurfie speelde met hen mee als een dolle hond.
Het werd al bijna donker. En daar kwam moeders aan op haar oude fiets, slingerend en wel.
Hans en Grietje! Riep ze uit. Hebben jullie wel schoongemaakt zoals ik jullie had opgedragen?

Hun moeder had de hele dag in de coffeeshop zitten blowen, want dat was ook erg modern tegenwoordig en ja met een tweeling is het wel eens wat afzien, qua drukte e.d. Dus moeders vond dat zij dat kon maken.  Alleenstaande moeders en tweelingen, nou,… ze vond dat ze haar best wel had gedaan inmiddels. Me dunkt ze waren al zeven jaar oud inmiddels. We blijven niet aan de gang dacht moeders.
Moeders ging het huisje binnen en begon al te tieren wat er allemaal niet goed was, de vloer was niet goed genoeg schoongemaakt, en waarom stond het eten nog niet klaar voor de magnetron!?
De kinderen doken in elkaar bij de boze toon van hun moeder en Grietje ging al bijna huilen.
Snel pakte zij goedkope pizzadozen uit de vriezer en zette ze één voor één in de magnetron.
Moeders draaide alweer een flinke jonko en zat op haar dikke reet op de bank in de woonkamer.
Zo Jaap komt zo ook nog, eerst maar eens even wat eten, zei ze tevreden de jonko aangestoken in haar mond.
Een kattenbaklucht kwam de kinderen voorbij waaien. Zo rook dat spul nml.
En ze werden er zo sloom van als wat.
Er was geen toetje na het eten, want daar deed moeders niet aan. Ik kan niet aan de gang blijven met jullie hoor.
Even later terwijl Hans en Grietje de afwasmachine vulden kwam toeterend ome Jaap eraan met zijn oud barrel. Doen jullie ff open, riep moeders op de bank.
Hans deed wel weer open.
Soow kiddo, zei ome Jaap en wreef Hans door zijn mm kuif.
Hij stommelde naar binnen met in zijn hand een sixpack bier.
En nou maar eens naar bed kinders, riep moeders wellustig uit.
Ze greep ome Jaap maar eens in zijn kruis, gelukkig snapten de kinderen daar nog niets van en dat ontlokte bij beide volwassenen een salvo aan gelach.
De kindertjes wensten de volwassenen een welterusten toe en ze liepen naar boven naar hun slaapkamertje met Schurfie op de hielen.
Het was er ijzig koud.
De sterren stonden aan de hemel te fonkelen en beiden keken nog even een tijdje naar buiten om naar al dat moois te kijken.
Zou dat de ster van ons vaders zijn, vroeg Grietje met betraande oogjes aan haar broertje.
Kijk die grote daar, ze wees met haar vingertje naar de grootste ster.
Vast wel, zei Hans. Kom we gaan slapen.
Ze kropen bij elkaar in het tweepersoons bed, want toevallig had moeders besloten maar een tweedehands tweepersoons bed voor de kids te kopen, dat scheelde weer extra rommel en verwarmingskosten en wat maakte het toch uit allemaal.
Ze hadden het saam wel lekker warm in bed. Vooral met Schurfie die onder de dekens mocht.
Grietje viel al snel in slaap maar Hans hoorde hoe de volwassenen beneden ruzie maakten en dat ging van kwaad tot erger.
Hij besloot te gaan luisteren op de trap, daar kon je alles namelijk erg goed horen.
Grietje bewoog wat onrustig in haar slaap toen Hans het bed verliet maar sliep door.
Brr wat was het koud dacht Hans toen hij met zijn blote voeten op de overloop liep.
Oei wat schreeuwden ze tegen elkaar.
Je doet maar wat ik zeg, snauwde ome Jaap tegen moeders.
Het is nu wel klaar, ik ga niet werken voor jou en die twee koters van je!
Ik heb zelf al nauwelijks genoeg en die kids vreten me de oren van mijn kop!
Oh ja wie gaat er dan opruimen enzo in huis, snotterde moeders.
Jij zeker?
Ome Jaap lachte smalend, nee jijzelf natuurlijk mens!
Mens!? Mens????? Noem je mij zo tegenwoordig.
Ja dat ben je toch ook een mens.

We brengen ze morgen naar het bos. En die schurfthond erbij!
In die koude? Snikte moeders uit.
Je kleedt ze gewoon netjes aan! Lekker warm en geef ze een tas mee met wat extra’s dat overleven ze heus.
Met zijn tweetjes zijn we vast veel gelukkiger, zei ome Jaap nog.
Even later hoorde Hans wat gehijg en gekreun en hij vond het maar weer eens tijd om naar bed te gaan.
Hij kon de slaap niet meer vatten en die hele nacht lag hij wakker.

De volgende ochtend pakte moeders een rugtas in voor beide kinderen.
Waarom doet u dat moeders, vroeg Hans…
Gewoon tis koud, niet zeike nou hé, zei moeders met roodomrande ogen.

We gaan naar het bos om een kerstboom uit te kiezen…
Hoeraaaaaaaa riep Grietje blij uit, een kerstboom!

Hans wilde zijn knikkers zoeken om uit te strooien, maar ome Jaap stak daar een stokje voor.
Nee, Hans geen knikkers dit keer, nu gaat het anders!
Ome Jaap leek soms wel paranormaal ofzo, Hans schrok van die felle ogen in ome Jaap zijn kop.
Toen ze uiteindelijk in het bos waren, mochten de kinderen dus een kerstboom uitzoeken.
Zoek maar een mooie uit kinderen, zei moeders poeslief.
De kinderen liepen wat rond en rond en ineens waren ze moeders en ome Jaap kwijt, die alweer op weg waren naar huis natuurlijk in ome Jaap zijn oude barrel.

Schurfie snuffelde op zoek naar het baasje, maar ook hij kon hen natuurlijk niet meer vinden, bij de bandensporen in de sneeuw was duidelijk dat zij vertrokken waren.
Grietje begon te huilen en Hans vertelde haar wat ome Jaap had gezegd die nacht tegen moeders.
Hoe kon moeders ons dat aandoen Hans?
Ik weet het niet Grietje, maar we gaan gewoon op zoek naar nieuwe ouders, want dit is niks zo.

Ze liepen uren in de koude sneeuw door het grote bos en hoorden af en toe wat knallen. Plots rende een hert hen voorbij.
Oh Hans kijk dan wat mooi een hert, riep Grietje uit.
Ja, zei Hans. Dat zagen ze ook niet elke dag.
Maar daar kwam de jager al aan, met zijn geweer.
Grietje gilde het uit.

Nee, niet dat hert schieten! Ze rende naar het hert toe dat angstig hijgend stilstond op het pad en de jager aankeek.
Grietje ging voor het hert staan, en Hans schopte de jager tegen zijn schenen.
Schurfie ging grommend voor de jager staan.
De jager koos eieren voor zijn geld en zei goedgemutst, het is goed kinderen.
Het hert sprong het bos weer in en de jager sprak met de kinderen wat zij daar nog deden op dat uur van de dag zo diep in het bos.
De kinderen vertelden wat er gebeurd was. Nou, nou mompelde de jager, het is me wat!
Kom maar met mij mee naar huis, mijn vrouw bakt appeltaart en we eten vanavond hertenbiefstuk.
Maar dat is best lekker hoor, zei hij glimlachend tegen Grietje die hem met grote ogen aankeek.
Appeltaart hadden ze al tijden niet meer gegeten en een honger hadden ze zeker wel.

Ze kwamen aan bij een mooi huis in het bos dat helemaal van hout gemaakt was.
Binnen knapperde een gezellig haardvuur en er stond een prachtige  kerstboom en een gezellige dikke mevrouw omhelsde de beide kinderen en liet Schurfie zelfs voor de open haard liggen.
De jager vertelde zijn vrouw wat er gebeurd was met de kinderen.
Och, och die arme kindertjes riep ze maar uit.
Ze gaf de kinderen een lekker stuk nog warme appeltaart met slagroom.
En daarna mochten ze even tv kijken en dan in bad samen met Schurfie dus dat was wel lachen.
Hierna werden ze in bed gelegd en las de jager een verhaal uit een mooi boek voor.
Mogen we hier blijven zei Grietje slaperig tegen de jagersvrouw die naast het bed zat en de hand van Grietje vasthield terwijl haar man voorlas.
Tuurlijk zei de jagersvrouw, van mij zeker en ook van mijn man, we hebben zelf geen kinderen en we wachten al jaren opdat er kinderen komen.
Jullie zijn gekomen uiteindelijk, riep ze blij!
Haar man knikte goedmoedig en blij.
De kinderen vielen in een diepe rustige slaap.
En de jager en zijn vrouw liepen de trap af naar beneden.
Wat een wonder hé zei de jagersvrouw met tranen in haar ogen.
Ja zei de jager en hij hield haar handen vast.
Wat een geluk!
Jazeker zei hij.
En dat op kerstavond verzuchte zijn vrouw nog.

De kinderen werden geadopteerd door de jager en zijn vrouw.
De moeder mocht hen nooit meer zien en werd uit de ouderlijke macht gezet.
Kinderen achterlaten in een bos, dat was verboden!
Gelukkig waren er mensen die wel van kinderen hielden en voor hen konden zorgen.

En ze leefden nog lang en gelukkig!