Korte VerhalenVolwassen Sprookjes

Het Pokemonster

Featured Image

monster - Google zoeken:

De hitte lag zinderend op het wegdek, trillingen stegen op van het asfalt.

Sven keek op van zijn mobiel en zag hoe de lucht voor zijn ogen trilde. “Hm, apart dat wel,” dacht hij. Hij was het nog niet zo gewend om buiten rond te struinen. Vanaf zijn 7e verjaardag had hij een computer gekregen van zijn ouders, en in feite had hij daar jaren van zijn leven verdaan achter dat ding. Hij kon gamen als de beste; hij speelde dit spel dan ook dagelijks, urenlang. Dit hield in dat hij zogezegd jaren niet meer buiten kwam.

Maar inmiddels, dankzij de nieuwe game van Pokémon, kwam hij weer dagelijks buiten en zelfs vele uren lang. Zelfs zijn armen raakten gebruind, voor het eerst sinds zijn jongere jaren. Sven was inmiddels 23 jaar oud. Hij voelde zich wel prettig zoals het nu ging. Sven was een lange, magere jongen met nog steeds een rugzak op zijn rug, simpele doorsnee kleding, zijn haren waren lang en verwilderd, en op zijn neus droeg hij een donker montuur. Hij had niets op met mode; het interesseerde hem niet zo, en in feite droeg hij nog dezelfde soort kleding als toen hij zeven jaar oud was.

Maar inmiddels zag hij weer iets van de wereld, de levenden, de mensen, en ergens besefte hij wel wat hij gemist had al die jaren. Hij zag weer mensen, hij sprak zelfs met mensen. Dat viel nog niet mee; zijn stem leek wel vastgeroest te zijn, omdat hij eigenlijk jarenlang met geen mens meer écht had gesproken. Maar nu leerde hij weer om te communiceren en dat vond hij toch wel fijn.

Vandaag was het bizar heet, 35 graden zelfs. Maar toch wilde hij een nieuwe Pokémon scoren. Hij had al vele uren rondgelopen, van het park tot aan het ziekenhuis en weer terug, want ergens verstopt tussen de bomen moest er een Pokémon zijn. Het was er best druk, ondanks de hitte. Sven kneep zijn ogen even samen, om weer te focussen op zijn smartphone beeldscherm. “Vooruit, hij ging er weer voor.” Hij tuurde naar het beeld en zag nog niets.

Maandenlang had hij zich hierin verdiept. Hij speelde dagelijks Pokémon. Hij droomde ’s nachts van Pokémon, die overal waren, overal rondom de mensheid op de meest vreemde plaatsen. Een virtuele wereld, die steeds meer leek te versmelten met de realiteit. Nu kende Sven na al die jaren gamen, al niet veel realiteit meer.

Het was die avond een mooie zomeravond en Sven liep met zijn bakje patat naar een bankje in het park. Er zaten nog twee mensen op het bankje, ook op zoek naar de Pokémon dichtbij. Ze spraken af om door te gaan in het donker, met elkaar. Op jacht naar de Pokémon in het bos. Ergens moest er één zijn.

Rond het middernachtelijke uur liepen zij nog steeds tussen de struiken te banjeren. Het was gelukkig volle maan, dus ze konden nog zien waar zij liepen. Sven struikelde echter over een boomstronk en lag even voluit, plat voorover op de grond. Tegen de tijd dat hij opstond, zag hij zijn twee medezoekers niet meer. Plotseling waren zij verdwenen. Hij riep hen nog, maar vreemd genoeg hoorden ze hem niet of waren ze al te ver weg.

Sven haalde zijn schouders op en liep verder, continu turend op zijn mobiel. Ergens verderop zag hij een vreemd rood licht schijnen op zijn beeldscherm. Daar moest hij dus zijn. Sven liep snel door, richting het schijnsel. Hij keek door zijn beeldscherm naar de Pokémon die hij zou zien, als eerste! Ja, daar was wat te zien, maar wat was het?

Sven zijn adem stokte in zijn keel. Op zijn beeldscherm staarde een duivels wezen hem aan. Sven keek op van zijn mobiel en zag niets. Hij zag enkel het duister van de bomen. Hij keek weer op zijn beeldschermpje en zag het weer, een monsterlijk wezen dat hem grijnzend aanstaarde. Sven werd plotseling intens duizelig. Hij wreef eens over zijn voorhoofd, welke vochtig was. Was het zweet of was het bloed?

In het maanbeschenen donker zag Sven tot zijn schrik een zwarte vlek op zijn hand. Bloed dus? Hij voelde nogmaals aan zijn voorhoofd, een flinke snee, niets ernstigs toch? Was hij soms even buiten bewustzijn geweest? Waren zijn medezoekers vertrokken zonder hem? Sven wist het niet, maar voor hem stond een naar lelijk wezen dat een Pokémon zou voorstellen. Hij tuurde nogmaals naar het beeldschermpje, ja, kijk daar was het weer, het wezen was dichterbij gekomen.

Sven schrok weer intens, want het was een smerig wezen, wanstaltig lelijk en griezelig. Dit was zo geen Pokémon die hij kende… Hoe konden ze dit nu als een Pokémon wezen in een bos neerzetten? Sven begreep er niets van. Hij mikte maar op het wezen voor hem. De eer was aan hem, hij had hem toch? De rode mist rondom het wezen werd groter…

Een vreemde rottende geur trok aan hem voorbij, Sven durfde niet op te kijken van zijn smartphone. “Oh mijn god,” dacht hij, “is het echt soms?” Er hijgde iets in zijn nek, een stinkende warme adem. Op zijn schouders voelde hij klauwen klemmen, met flinke nagels, die pijnlijk in zijn huid staken. Sven wilde zich omkeren, maar dat lukte niet, verlamd van angst en de handen hielden hem tegen; ze waren ijzersterk namelijk.

“Wie bent u, wat wilt u van mij?” stamelde Sven.

“Ik, ik ben het Pokémonmonster!” siste het monster achter hem, “je bent de eerste die er één ziet. Jij hebt bijna alle Pokémon’s gevonden en daar staat een beloning tegenover. Mij! Het Satanische Pokémonmonster, en jij hebt mij als eerste gevonden. Wat een wonder en wat duurde dit lang,” lachte het wezen in zijn nek.

“En nu?” vroeg Sven aan het Pokémonmonster.

Het monster lachte hard in zijn oren en Sven voelde hoe de klauwen richting zijn rug gingen. Het zweet brak Sven inmiddels uit, wat ging er gebeuren en hoe kon dit gebeuren? Dit was niet de game zoals hij dit kende. “Wat wilt u van mij, Pokémonmonster?”

“Oh dat,” mompelde het monster verhit, “laat dat maar aan mij over, jongen. Diegenen die mij vinden mogen ervoor betalen uiteraard, hierna ben je wel the king of the Pokémon’s! Eigenlijk ben ik de eindstreep van de game, snap je?”

Sven voelde hoe de klauwen richting zijn broekriem gingen en behendig de riem losgespte.

“Wat gaat u doen met mij?” gilde Sven uit met een hoge stem.

“Hahahahaa,” lachte het Pokémonmonster, “wat ik ga doen? Dat merk je zo wel.”

Het Pokémonmonster stroopte behendig de broek van Sven naar beneden. Daar stond Sven in zijn blote kont midden in de nacht in het bos, wie zou hem vinden, dacht hij nog angstig. Met enorm veel kracht duwde het Pokémonmonster Sven voorover op zijn knieën.

“Oh god, neeeeeeeee….” riep Sven uit. “Neeeeeeeeee niet dat!!??” Het Pokémonmonster snoof eens heftig. “Hmmmmmm heerlijk,” riep het monster uit. “Helaas, van achteren kwam er een flink geslachtsorgaan, kokendheet gloeiend, in Sven zijn anus. Sven gilde het uit van de pijn en verloor het bewustzijn.”

De zon kwam al op en op de grond in het gras lag Sven nog steeds bewusteloos met in zijn hand zijn smartphone vastgeklemd in zijn vingers. De twee medezoekers zagen hem eindelijk liggen en waren opgelucht.

“Sven! Sven, wakker worden,” riep één van hen.

Sven opende zijn ogen, zijn anus deed enorm veel pijn, dat was het enige dat hij voelde. “Oh,” kreunde hij, “oh, wat een pijn.”

Hij vertelde wat hem overkomen was. Meewarig keken de medezoekers hem aan. “Wat een kul joh, hahahaha, je bent vast verkracht hier door een homo!”

“Nee echt serieus,” riep Sven vertwijfeld uit, “kijk hier op mijn mobiel.” Hij liet de foto zien, “ik ben nu de king van Pokémonmonsters,” mompelde hij nog bijna huilend.

Verbijsterd keken de medezoekers naar de foto van een afgrijselijk duivels monster. Het grijnsde hen toe vanaf de smartphone. “Mijn god, en dat heeft jou verkracht vannacht in dit bos? Ik stop met dit spel hoor,” zei één van de medezoekers, “als ons dit allemaal te wachten staat.”

“Ik ook,” zei de ander, “dit moet ik niet.”

“Nee hè,” zei Sven met een vage glimlach op zijn gezicht, “de pijn kwam hem bijna zijn oren uit. Dit wil niemand!”

De medezoekers sleepten Sven mee naar huis, strompelend door het park, liepen de tranen hem over zijn wangen. Bij het ziekenhuis besloten ze Sven toch maar te laten onderzoeken; hij mocht meteen een paar dagen blijven vanwege een gescheurde darmingang. De medezoekers werden wel de beste vrienden van Sven, maar Pokémon spelen deden ze nooit meer. Het spel was al snel over, toen de verhalen rondgingen die sommigen niet konden geloven. Maar toch, door de hele wereld kwamen er meer verhalen over dat Pokémonmonster, het scheen een wezen te zijn dat was opgeroepen vanuit de duistere werelden dankzij CERN. Hoe men ervan af kwam, wist men niet, want men kon het nooit te pakken nemen, maar hij nam mensen wel te pakken en flink ook. Vaak in een donker bos.

© AngelWings

Back to top button