Als het woensdag is

”Uuuut levuh is terrrr om te levuhhhhh”, jodelde Geertje mee, met de muziek op de radio in haar keukentje.
Ze duwde de rode kater van de eettafel richting de grond.
”Hupsakeeh ouwe, deraf”! De kat liep mopperend weg, met zijn staart beledigd omhoog gestoken, alsof het een opgestoken middelvinger was.

Er werd aangebeld.
Geertje veegde haar handen af aan de geblokte keukendoek en trok het rood gebloemde schort recht, schikte snel haar blonde krullen en opende de deur. De bakker. ”Ah mooie dame”, fleemde hij, als vanouds, ”het is woensdag”, zei hij erna ten overvloede.
”Jazeker bakker, hetzelfde als vanouds, de koffie staat klaar”. Heupwiegend ging zij hem voor naar de kleine maar gezellige keuken.
De bakker pakte zijn broden van de kar en kwam even binnenwippen voor een bakje koffie bij Geertje.
In de kleine keuken sloten de rood geblokte gordijntjes toe, en ontdeed Geertje zich van haar kleding. En daar stond ze dan, met haar blanke bollende borsten en haar flinke achterwerk bloot te wezen voor de bakker. Hij greep haar eens flink beet aan alle kanten van haar voluptueuze wezen, ze gingen flink tekeer aan de wankele wiebelige keukentafel. De bakker vertrok even later vrolijk fluitend naar zijn volgende klanten. Geertje zong weer uit volle borsten in haar keukentje en deed de verse Goddelijke broden in de kelder. Het was nog maar half tien, straks zou de slager ook nog langskomen. Geertje ging zich maar eens verfrissen aan de pomp in de bijkeuken.
De slager had eenzelfde recept bij Geertje op de woensdag, want dan was manlief de hele dag de hort op, de stad in. Dan kon het namelijk.
Geertje had het niet zo ruim en op deze manier kwam zij aan wat gratis etenswaren, wat moest zij anders. Ze wilde ook af en toe een leuk kleedje en mooie kousen en nieuwe rollers voor haar blonde lokken. Karel de man van Geertje wist van niets uiteraard. Dat hoefde hij ook niet te weten, want bij zijn Geertje kwam hij niets tekort.