De avondklok

De avondklok

In een  Fries dorpje  in het Noorden van Friesland woonden zo ongeveer 150 inwoners.
Het was een gezellig dorpje, met leuke aardige mensen. Alles ging zo al jaren zijn gangetje en dat was goed. Maar het moest wel gezegd, de politie in dat dorpje was niet eigen, die kwamen van buitenaf en daar waren ze niet zo blij mee, zacht gezegd. Teun en Tom waren van die omhoog gevallen jonge dienders, en hun arrogante houding dat beviel die Friezen niet zo, doe maar normaal dan doe je al gek genoeg vonden zij.

En vooral tijdens de lockdown was het nogal wat geweest, de enkele jongeren in het dorp waren met keiharde hand uit elkaar gedreven op het dorpsplein, waarbij Doeke een flink blauw oog had opgelopen en Tjeerd zijn pols had gebroken, maar ook in het weiland van boer Harry mochten ze niet samenscholen, en waren ze met een waterkanon van het weiland afgespoten.
De mensen spraken er schande van. Wat dat toch moest in hun dorp die nieuwelingen.
Ze konden toch zelf wel voor politie zorgen in het dorp?
En zie de zoon van Harmsen die was politie agent geworden en waar moest hij werken, in Leeuwarden. Zo onlogisch ook allemaal weer.
Nee,… ze waren er niet over te spreken. Er werd flink over gesproken in het dorp. En nu alweer die malle fratsen van de Hoge Heren uit Den Haag, menigeen sprak er schande van. Of ze daar nu eens niet wat anders te doen hadden dan mensen pesten. En of het nu eens niet tijd werd voor een nieuwe normalere regering. Die Friezen hadden  er niets mee en dat virus, nu dat was de gewone griep dat was nogal logisch natuurlijk. Nee je hoefde een Fries nooit wat wijs te maken want dat wisten ze zelf al wel. Eén vinger in de lucht en ze wisten al wat voor weer het zou worden die hele week! Daar kon geen weerman of vrouw tegenop.
Geen flauwekul of rare fratsen daar hielden ze daar niet van. Ze waren wel goed, maar niet gek en dat soort dingen bespraken ze dan vanachter een glas citroen jenever of een jonge klare op de late avond. Maar ineens mocht ook dat niet meer. Nee die Hoge Heren uit Den Haag hadden ineens besloten dat ze na  negen uur in de avond niet meer weg mochten en dat ze maar met 1 persoon op bezoek mochten bij elkaar. Nou ze spraken er wederom schande van, of ze daar in Den Haag een klap voor de kop hadden gehad van het één of ander, het was toch niet langer meer normaal. Van Lotje getikt hoor, en dan wezen ze naar hun voorhoofden. Knettergek waren ze!
Eenstemmig knikte men dan, men was het roerend met elkaar eens.
Nu was dat wel handig in een dorp als dat van hun, want alles trouwde met elkaar al eeuwen lang en dan kreeg je een  dorp met mensen die allen bijna eenzelfde karakter hadden en gelukkig was dat in hun dorp allemaal goed gegaan, allen waren het aardige mensen die direct uitkwamen voor hun gedachten en waren ze tegoeder trouw, maar oh wee als iemand hen te na kwam, dan waren ze niet gemakkelijk.

Nou geen denken aan dat zij zich aan die belachelijke regels gingen houden. Laat ze maar komme, zei pake Tjibbe. Ik lust ze wel rauw en hij klopte zijn oude grote herdershond op de flanken, waarna de hond meteen een jeukaanval kreeg en begon te krabben met zijn grote achterpoot op zijn flank.
Pake Tjibbe spuwde eens venijnig een klodder pruimtabak in de kwispedoor naast de bank.
In al die jaren had hij nog niet zoveel gekkigheid gehoord. De stoom kwam bijna uit zijn oren van woede.
‘’Straks gaan ze nog voor ons bepalen of we nog met elkaar naar bed mogen of niet’’, mompelde pake. Kleindochter Tera riep uit;  dat ze zich daar ook al mee bemoeit hadden.
‘’Godverredomme nog eens aan toe’’, riep pake uit, zijn gezicht liep rood aan. Zijn dochter kwam er al snel aanlopen om pake tot rust te manen en hem zijn jenevertje te geven voor de nacht. Tera kreeg nog een waarschuwende blik van moeders, het kind kon er soms zo van alles uitflappen en pake, zijn hart kon dat allemaal niet langer verwerken natuurlijk.
Het kind kon er niets aan doen, ze was nog jong, maar pake daarentegen zou ook wijzer moeten wezen. Wat een toestanden toch ook allemaal.

Lees dit ook eens:  Er was iets

Nadat de avondklok was ingegaan hield niemand zich aan de regels natuurlijk in dat Friese dorpje. Ze waren toch niet gek of wel en wat wilden ze dan doen, uit Den Haag eventjes naar hun Friese dorpje komen kijken. Nee zo gek waren ze toch niet of wel?
Maar vreemd genoeg waar ze ook kwamen, met twee personen of drie, of vier en vijf, de dienders stonden terstond zo weer aan de voordeur te rammelen en te dreigen.
Hups zo weer wat bekeuringen op zak.
De dorpsbewoners snapten er niets van. Hoe wisten Teun en Tom elke keer weer waar mensen bij elkaar op bezoek waren of jongeren in een boerenschuur?
‘’Het lijkt wel tovenarij’’, zei beppe Tjibbe. Ze stak daarbij vervaarlijk de breinaalden in de lucht, terwijl ze met felle ogen in het rond keek. Ze werden steeds voorzichtiger en zelfs dat hielp niets.
Elke keer weer de TT’s voor de deur. Op een avond ging Sjobkje eens stiekem aan het loeren bij dat politiebureau, want hoe konden zij nu weten wie bij wie op bezoek kwam immers?
Daar zat een raar luchtje aan en Sjobkje ging dat eens snel onderzoeken.
In zijn donkerblauwe overal zat hij gehurkt onder het raamkozijn in de hoop wat op te vangen van eventuele gesprekken van de TT (Tom en Teun) dienders.

Terwijl de regen met bakken uit de hemel kwam en Sjobkje kleddernat zat te worden onder het raam werd hij wat gewaar.
Sjobkje viel bijna van zijn hurken af, want wat  hij nu toch te horen kreeg. Geschokt maakte hij zich snel uit de benen, op zoek naar zijn kameraden en zijn ouders.
‘’Nou, nou, nou, dus dat’’. Nu snapten ze wel hoe die dienders iedereen te grazen konden nemen.
Nou daar wisten zij wel raad mee. Iedereen gooide zijn mobieltje op een grote hoop op het dorpsplein, dan maar terug naar vroeger. ‘’De fik erin’’! joelden ze allen. En zo deden zij dat heel gewoon. Zij hadden geen mobieltjes nodig, die hen konden volgen en waar de dienders konden nachecken waar zij uithingen. Nee,… dat ging mooi niet gebeuren.

In het hele dorp was het plots stil. Teun en Tom begrepen er niets meer van.
Geheimzinnig keken de dorpsbewoners hen aan als ze hen tegenkwamen in het dorp, het was “Goeie” een tik tegen de pet, of een knikje van de vrouwen, maar meer ook niet. Ze bekeken hen met argusogen, maar ook met enige spot.
En Friezen zijn daar goed in. Teun en Tom wisten niet hoe zij het hadden, maar ze konden niemand nog vangen sinds de dag dat Sjobkje onder hun raam had meegeluisterd.
Ze waren dus betrapt, zagen zij wel aan de grote berg verkoolde mobieltjes op het dorpsplein. Wel slim van die Friezen. Zo ging dat daar dus.

Een week later zaten Teun en Tom in hun politiewagen. Even de ronde doen, want ze moesten het nu zelf weer met eigen ogen aanschouwen om mensen te pakken.
Sjobkje had met zijn kameraden wat zitten knutselen in de schuur van pake Sibbe.
Carbidschieten dat zat hen in het bloed. Maar zo ook vandaag.

Teun start de auto en terwijl hij achteruit rijdt, volgt er zo’n enorme knal, dat het lijkt alsof er een bom onder de auto ontplofte.
Verdoofd zitten ze daar naast elkaar Teun en Tom.
Beiden met beschadigd gehoor konden zij hun werk niet langer uitoefenen.
De zoon van Harmsen mocht aan de slag in het eigenzinnige Friese dorpje die zijn nieuwe collega wel aan kon. De rust keerde weder in het dorp, de mensen bezochten elkaar weer als vanouds en de jongeren liet die maar lopen.

 

©Angel-Wings 2021

 

 

Related posts