Hannes en Jan Godenzonen -verhaaltje

Hannes en Jan Godenzonen -verhaaltje

Hannes en Jan Godenzonen -verhaaltje

Heel lang geleden op het woonwagenkamp van Aartien, was er een nieuw geloof ontstaan. Namelijk dat Hannes van Beertiena de zoon was van God.
Iedereen geloofde dat op het kamp en dit ging jaren door.
Eeuwenlang wist men dat ”Hannes”, de Goden zoon was geweest onder de kampers.
De meesten geloofden er heilig in, Hannes was diegene, die alle woonwagens die kapot gingen, zomaar wonderwel gerepareerd werden zonder dat Hannes eronder lag te prutsen.
Nu dat was toch wat.
En als Hannes met zijn grote handen op iemand zijn lijf zijn warmte energie doorgaf was diegene direct genezen voor lange tijden. Koppijn, rugpijn, alles haalde hij weg, hij had zelfs een kind uit de dood opgewekt.
Ja, men wist het nog goed te vertellen.
Het ging over van grootouders op de kinderen en ja, wie geloofde er nu niet in de heilige Hannes.
Iedereen, hoewel?
Op een groot woonwagenkamp in westersmilde, was een kamp dat niet geloofde in de heilige Hannes, maar in de heilige Jan!
Jan dat was me er een, die kon alles, 5 eeuwen terug, werd hij geboren bij Jantien, en Jantien had hem zonder seks ontvangen. Wat dat dan was wist men niet precies. Misschien had ze haar hoogblonde zoon wel gestolen van rijke mensen. Maar Blonde Jan, was heilig en een echte goden zoon.
Als Jan een kapotte woonwagen zag, was de wagen al klaar, alleen zijn blik was al voldoende nml. om de wagen weer in goed verkerende staat te doen verkeren.
Als iemand pijn in zijn kop had en Jan kwam deran, dan was het al over, hij zag en overwon!
Hij genas ook paarden, wat ze ook hadden, het was over als Jan langskwam en ze in het oor fluisterde.
Maar ene Hannes, nee daar wilde men niets van weten!
Kom, kom zeg onze blonde Jan! Dat was hem.
Niemand minder.
Dit kwam het woonwagenvolk op woonwagenkamp Duistereberg ter ore, en geloof me ze waren er niet blij mee!
Wat voor den donders had men nu weer bedacht een Blonde Jan!?
Kom zeg dat was geen volbloed kamper!
Geen denken aan.
Op een dag waren de gemoederen zo verhit dat men op weg ging richting het kamp van Blonde Jan!
Men moest even wat recht zetten, nu ging dat gepaard met rieken en harken en schoppen en veel bombarie.
Bij Jans kamp aangekomen, vond men een rustige bevolking die wat vreemd opkeek naar de wildebrassen van Kamp Hannes.
Wat ze kwamen doen enzo.
Nou eh dat leek hen wel duidelijk er was maar een Goden zoon en dat was Hannes, klaar en punt uit!
Wat zouden we nu gaan krijgen zeg.
Er volgenden wat vuistslagen over wie er nu gelijk had en dergelijke, zo ging dat daar.
Toen wat fikse scheldpartijen, toen wat doodsverwensingen over en weer, want niemand kwam aan hun godenzonen!
Nee geen denken aan.
Hierna schoot iemand van kamp Jan iemand dood van het kamp Hannes.
Een hele toestand.
Daarna schoot iemand van het kamp Hannes iemand dood van het kamp Jan.
En zo ging dat maar door over en weer.
We hebben het nu wel over vele jaren verspreid uiteraard, maar de dwaasheid?
In elk geval er bleef weinig kampvolk over.
Zowel Jan, als Hannes draaiden zich om in hun welbebloemde met kersverlichting verlichte graven.
Er was geen stoppen aan.
Tot op een dag Christelijk stiekem gelovige, slome Dientje, van kamp Jan, een mager scharminkeltje, haar kleine oogjes liet vallen op de kamper van het volk van Hannes, Harm was zijn naam en Harm was een mooi kerel.
Dientje hield haar oogjes niet van zijn lijf, en ook Harm kon dat deerntje dat zo teer en mager was wel waarderen.
Ze had mooie zwarte haren namelijk, heel lang tot over de billetjes ook al waren deze klein.
Heel stiekem gingen ze er vandoor een nacht en voor kampers betekend dit toch dat ze zo goed als getrouwd zijn!
Zo kwamen zij terug, in elk kamp, met uitgestreken smoelwerken.
Zo van wat willen jullie nu?
Dientje begon als eerste, dat ze enorm boos was op haar volk, want misschien had God wel meerdere zonen, hierbij keek ze verliefd naar haar Harm.
En waarom zou dat niet kunnen, al die haat en nijd, het moest maar eens over en uit.
Toen vertelde Dientje over Jezus dat zij daarin geloofde, en dat het eigenlijk niet uitmaakte wie nu echt een zoon van God was, want waren zij niet allen kinderen van God?
Had men daarom mensen gedood. Moest men zich niet diep schamen.
En ja dat deed men, die magere deern, zonder kont in der broekje, stond daar maar wat te kletsen maar ze had wel gelijk immers.
En Dientje en Harm waren gelukkig saam, moesten zij dat alles kapot maken omdat ze dachten dat ze gelijk hadden?
Men had veel om over na te denken, maar Harm maakte twee prachtige beelden, twee godenzonen, en met meer armen en benen en ogen, dan waar kon zijn.
Hij noemde het het Jan en Hannes beeld, de zonen van Gods stond eronder gebeiteld, daar was Harm goed in.
Steenhouwen.
Ze leefden hierna nog lang en gelukkig.
Het kan dus best wel!

©AngelWings

Over de Schrijfster

Gerelateerde Berichten