Rusthuis van der Zanden

De zon scheen over rusthuis Der Zanden.
Zacht geel licht dwarrelde tussen het bladerdek op de rieten daken van het rusthuis. In het bejaardenhuis was het nog rustig, maar daar kwam snel verandering in. Hoofdzuster Beatrice kwam over de afdeling zeilen met een klinkende klok. Kloing, kloing… “tijd om op te staan!” gilde ze.
Met veel genoegen joeg ze de ouden van dagen uit hun nachtrust, dat gaf haar namelijk een enorme kick.
Het was klokslag zeven uur. Zij vroeg eruit, zij er ook vroeg uit.
“Hups, mensen, wakker worden!” gilde ze weer.
De bejaarden mopperden om haar dagelijkse terreur. Maar zonder enig pardon rukte ze aan kale hoofden en gewatergolfde haren. “Hups, kom lieverd, opstaan,” zei ze dan liefjes, maar ze meende er niets van.
Uiteraard niet.
Dat zat namelijk niet in haar aard.
Zo was zij niet geboren!
Eindelijk was iedereen paraat. Aan de eettafel kregen ze een mok koffie of thee, wat men wilde, en een broodje met honing of gebakken ei.
Beatrice keek tevreden rond naar de schare ouderen.
Haar volkje, haar mensjes. Ze was eindelijk de baas.
Als kind was zij enorm onderdrukt door haar tirannieke vader en sindsdien had ze een vreemde tic hieraan overgehouden. Ze moest de baas spelen op een ziekelijke wijze, want ze leek namelijk altijd zo aardig.
Geen mens die haar nog had kunnen betrappen op onrechtvaardigheid, gelukkig maar.
Het verdiende toch lekker en haar vakanties keer op keer, deed menigeen diep zuchten van verlichting. Daar deed men het dan maar voor.
Het was rond elf uur in de ochtend toen iedereen net de koffie achter de kiezen of het gebit had, en Beatrice opperde dat er maar eens gewerkt moest gaan worden.
Mopperend werden de ouden van dagen de openbare ruimte ingeduwd door vele vrijwillige lieverds, die geen werk hadden, maar toch het idee hadden dat schuldgevoel zin had en daarom deden zij dan vrijwilligerswerk.
Beatrice stak haar hand op in de lucht, een teken waarop de vrijwilligers de ruimte gingen verlaten.
“Zoooooo… dan!” zei ze lieflijk. “Iedereen klaar?”
“Mooi…, webcams aan voor diegene die het nog kan?”
“Nee, opa Harmsen, u niet natuurlijk… U krijgt hem niet meer omhoog, dit is zo zinloos,” mopperde ze.
“Oma Terpstra!” riep ze uit. “Uw pruik moet nog op!”
Beatrice rende snel met de make-upkoffer naar oma Terpstra.
“Kom even stiften, liefje,” zei ze vriendelijk lachend.
Oma Terpstra tuitte de droge lippen. Prachtig rood omfloerste de lippen. “Ik doe de gordijnen weer op een kiertje, lieverds,” kirde Beatrice.
Ze sloot het harde licht buiten.
“Kom, kom… opschieten allemaal!”
Opa Van Dijk opende zijn pyjamabroek en zette de webcam richting zijn geslacht. “Nou, nou opa!” kirde Beatrice. “U kunt er nog wat van,” en trots blikte opa Van Dijk in haar ogen.
Een kushandje was haar dank.
“Madame Valeria, wat doet u nu? U hoeft uw boezem niet te tonen vandaag, u weet toch wat we hebben afgesproken?” riep Beatrice uit.
Madame Valeria was dan wel dement, maar toch begreep ze vaak wel wat de bedoeling was, hoewel vandaag blijkbaar haar slechte dag was.
Beatrice knoopte de blouse dicht van de oudere dame.
“Kom, lieverd, dit hoeft u toch niet meer te doen? U heeft al genoeg verdiend, u mag gewoon telefoneren vandaag!”
Beatrice gaf haar liefdevol een kus op haar zachte wangen.
Beatrice liep alles nog eens snel na.
“Zo, klaar allemaal? Begin maar!”
Ze liet de klingel van de klok gaan. Kloing, kloing!
Het was tijd.
Alle bejaarden begonnen hun dagelijkse werk. Achter de webcam, hun geslachtsdelen tonen, liefjes en sexy praten aan de telefoon.
Hadden ze keus?
Totaal niet. Anders kregen ze geen eten en mochten ze bijvoorbeeld niet in bad. Beatrice was de baas namelijk. Nee, er was er niet een die niet deed wat zij wenste. Men was bang voor haar. Toch was er na vele jaren een oma die nog wel bij de tijd was. Ze mailde met de regering. Die dacht: kom zeg, ze nemen me maandelijks mijn pensioentje in en ik moet nog werken ook?
Nee, gek was zij nog lang niet en een zucht van verlichting kwam over het rusthuis Der Zanden toen uiteindelijk na veel bombarie de directrice Beatrice werd meegenomen door de politie.
Iedereen haalde opgelucht adem. Geen lipstick meer op oude droge lippen of pruiken op bijna kale hoofden en geen gordijnen meer die gesloten moesten worden om een leeftijd te verbloemen!
Eindelijk een rusthuis zoals het behoorde te zijn.
