december 03, 2021

 

Niemand sprak er nog over…

Ze hadden het gevonden. Niemand wist er het fijne van. In het dorp had men af en toe wel aparte dingen gevonden op het land. De boeren ploegden het land om en dan kwam er wel eens iets bijzonders naar boven. Nu daar maakten ze dan weer gebruik van heel simpel, gewoon omdat het kon.

Zo had Mieke de vrouw van boer Johan een soort stoeltje in de zitkamer. Nu al hun kinderen hadden erop gezeten en gespeelt. Daar kon je toch niets van zeggen of wel?
Een prachtig gaaf wit stoeltje was het.

Pootjes zaten er nog onder zelfs en perfect recht.
Wat zeg je? Oh nu, boer Johan had de pootjes wat bijgevijld, maar dat was niets erg.
En Familie Harmsma had een bos rode wol gevonden, nu bijna een veld vol, en daar hadden ze beddenlakens maar mee opgevuld.
Ze waren er inmiddels rijk mee geworden met hun inmiddels schapenwollen dekbedden.
(Ja, ja, zo was het begonnen nml. Het idee was begonnen bij de gevonden wol)

Familie Kooistra had een prachtig kippenhok, van een soort wit been.
Prachtig en ze hadden het met liefde uitgekerfd hoor. Met raampjes erin en deurtjes voor hun kriepkippetjes die het prachtig vonden allemaal.

Zwerver Mollema sliep in zijn huisje dito van wit been.
Prachtig was het, hij had er zelfs ramen in en een brievenbus.
De buurvrouwen hadden de arme man zelfs gordijntjes gegeven en kleden voor op zijn vloer. Zo dat sliep een stuk beter, dan buiten in de koude nacht.

Het duurde even, maar op een dag kwam er een professor in het dorp. ‘Nou, nou’ riep hij uit en ‘wel, wel’.
En zo liep de goede man dagen rond in het dorpje. Niemand wist wat hij kwam doen, maar ze vonden zijn bezoek wel aardig.
‘’Wonderlijk’’, zei de professor en hij keek door zijn monocle naar het huisje van Zwerver Mollema… ‘’Uiterst wonderlijk’’, zei hij nogmaals nadenkend. Hij klopte even op de witte muren van het wonderlijke huisje.
Hij bezocht Mieke en bekeek het witte stoeltje. “Opmerkelijk,” mompelde de professor.
Men hoorde hem bellen met het ministerie en het museum voor oudheden.
Bij Familie Kooistra trok de professor even zijn fijngevoelige neus op door de geur van de kippetjes die er rondliepen. Met een klein hamertje tikte hij wat tegen het kippenhok aan.
“Bizar”, zei hij nog.

Er kwamen graafmachines naar het dorpje toe om van alles af te graven.
De boeren vonden dat maar niks. Ze mopperden wat af die zomer.
Maar de professor was na 3 maanden wel klaar. Ze hadden van alles meegenomen van de velden en verstopt in grote vrachtwagens. Wat het toch was, en waarom zo geheimzinnig zeiden de dorpelingen.
Wat was er toch gaande.

Lees dit ook eens:  Anna en Zombie

Ook boden ze flinke prijzen voor het kippenhok en het stoeltje van boerin Mieke en het huisje van de Zwerver zouden ze omzetten in een prachtige caravan.
Nu dat vonden ze prima. Of ze dan wel even een contractje wilden tekenen.
Ze kregen een zwijgplicht.. niemand mocht nog spreken over het witte stoeltje, de rode wol, het huisje van de zwerver, en het kippenhok voor de krielkippetjes. De dorpsbewoners zagen hoe de professor en zijn medewerkers op een dag het witte stoeltje kwamen ophalen bij boerin Mieke. Die er maar snikkend bijstond, want ja al haar kinderen hadden erop gezeten immers.
Men begreep haar zo goed.

Ze zagen ook hoe ze bij Mollema een prachtig grote caravan afleverden.
Hoofdschuddend stonden ze erbij te kijken, wat een prachtig huisje had hij nu.
En daar ging het kippenhok en had familie Kooistra er ineens een prachtig glanzend nieuw hok staan voor de krielkippetjes.

Ze begrepen er allen niets van in het dorpje.
Familie Harmsma van het dekbeddenverhaal kreeg een flinke zak met geld, waarmee ze hun bedrijf nog verder gingen uitbreiden.

Uiteindelijk was de professor vertrokken met een blijde wazige glimlach rond zijn mond.

Ze zwaaiden hem allen uit.
Wat er toch aan de hand was riepen ze uit naar Mieke en familie Harmsma en Kooistra en zwerver Mollema.
Nu hadden ze zwijggeld gekregen maar de dorpelingen moesten toch weten wat er gaande was.
Ze vertelden hoe alles wat zij gebruikt hadden eigenlijk afkomstig was van een grote reus.
Nou, nou mompelde men opgewonden in de menigte die zich had gevormd voor het stadhuis.
Boerin Mieke vertelde dat het stoeltje in feite een grote kies was geweest.
Het kippenhok van familie Kooistra bleek een groot kniebot te zijn geweest.
En ja zwerver Mollema had geslapen in de schedel van de reus.
De rode wol…dat was het haar geweest van de reus.

Natuurlijk vond men het idee heel bizar. Slapen onder reuzenhaar, en slapen en wonen in een schedel. Niet erg prettig om te beseffen, maar ach het was al zolang geleden.
Niemand sprak er ooit over met anderen dan alleen de dorpelingen. Zo waren zij namelijk.
In hun dorp was het gebeurd, een oude reus van ooit was daar gestorven op het land.
Hoe bijzonder was dat wel niet.
Als zij het maar wisten dat was bijzonder genoeg.

Dus als je opa of oma ooit een verhaal vertellen over een reus in een dorp.

Weet dan dat zij uit dat dorpje kwamen, of ontken het gewoon.

 

Related posts