Korte VerhalenVisionair

Mark en Sigrid en de dropping

Featured Image

De zon scheen zijn laatste lichtstralen die dag door de takken van de bomen in het oeroude bos. Vogels schoten verschrikt uit de struiken toen Mark en Sigrid zich een weg baanden tussen bomen en struiken, want een voetpad hadden zij al uren niet meer gezien.
‘’We zijn de weg kwijt Mark’, opperde Sigrid terwijl ze een blonde pluk haar uit haar gezicht plukte.
Hahhaha, ‘’Dat zie ik ook wel Sieg’’! “Echt kwijt’’, zei Sigrid bezorgd.
Mark zijn maag knorde intens en dat was goed hoorbaar.
Grinnikend wees hij naar zijn maag en keek Sigrid aan. ‘’We moeten toch snel de weg terug vinden hoor, want anders red ik het niet’’.

Een klein lachje kon er toen nog wel vanaf bij Sigrid.
Ze draaide haar ogen quasi naar de hemel. “En dat na die hamburgers van vanmiddag. Ik dacht dat je niet nog meer kon eten en toch hé!?’’
Schaterlachend vervolgde Mark zijn weg door het bos.
Sigrid volgde hem hoofdschuddend.
Ze waren bij elkaar gezet door Klaus Schwab, “Gaan jullie maar saam”, zei hij met zijn gebrekkig Duitse accent. “Das ist goet vur die samenwirkong”.

Sigrid kon soms haar lachen niet inhouden als ze hem hoorde praten en dan keek ze Mark ondeugend aan en dat wist ze, daar kon hij totaal niet tegen, dan moest hij zijn lachen inhouden nml.

Ze waren de dag leuk begonnen, een Goddelijk lekker ontbijtje en elkaar ontmoeten in de grote zalen met allemaal vooraanstaande WEF leden.

De hernieuwde kennismakingen en besprekingen waren best vermoeiend, maar dat waren ze inmiddels wel gewend. Het middageten was het favoriete moment voor Markje. Hamburgers in allerlei soorten en maten en van het beste vlees ooit.
Gemasseerde koeien e.d. die opgroeiden met klassiek muziek e.d.
Gewoonweg bizar.
Maar uiterst smakelijk hoewel Sigrid na 2 hamburgers gruwelijk vol zat en zij met ontzag naar Mark had zitten kijken hoe hij wel 7 hamburgers op at in zeer korte tijd.
En nu alweer honger, hoe was het mogelijk.

Mark droeg een korte kaki broek met flink grote bergschoenen, zijn kuiten waren bleek en lichtelijk behaard. Sigrid vond de aanblik wel aandoenlijk. Het zweet stond hem duidelijk op zijn rug en zijn donkerblauwe Tommy Hilfiger shirt was doorweekt. Sigrid droeg een zachtgeel ensemble geschikt voor een hete zomerdag, met luchtige mouwtjes en doorzichtige flarden zijden  rokdelen.
En natuurlijk gymschoenen, wat wel niet zo netjes stond onder het geheel aan vrouwelijkheid maar toch, ze had geen keus gehad omdat ze een dropping zouden krijgen die middag.

Je mag je shirt wel uitdoen hoor Mark, zei Sigrid vriendelijk. Niemand die je hier ziet behalve ik dan!
Ze gaf hem een flinke knipoog en hij barste in lachen uit.
‘Ja, ja schavuit! Hahaha…
Maar hij trok zowaar het shirt uit en propte dit in zijn felgroene rugtas.
Zijn blote body gaf bijna licht in het bos, zo wit was hij. Sigrid barste in lachen uit. Nou Mark, hahahahaha, je mag wel eens een zonnebankje meepikken hoor.
Maar dat is slecht voor de huid hoor, zei Mark nuffig. Hij streek even over zijn bovenarmen, en het kippenvel kwam overeind. Ach welnee joh, wie heeft jou dat verteld!? Vroeg Sigrid verbaast.
Nou, Jesse Klaver natuurlijk. Die had het over het belang van insmeren e.d, nee ik waag me daar niet aan, ik ben niet zo van dat insmeren hé! grimaste Mark.
Nee, dat zal ook wel niet, zei Sigrid. Lichamelijk gedoe daar was hij niet zo van, dat was inmiddels wel duidelijk.

Oh kijk Mark, daar moeten we naartoe denk ik. Sigrid keek naar beneden, langs een bergpad en zag daar een aantal parasols staan met allerlei vrolijke kleurtjes.
Mooi, dan gaan wij die kant op. Enigszins stuntelig gingen ze op pad, langs de stenen rotsen en het brokkelige bergpaadje naar beneden.
“Godver’’, riep Mark uit, hij gleed uit over wat steentjes en had een pijnlijke enkel. Hij ging op de grond zitten en wreef over zijn been en keek met een zuur gezicht naar Sigrid. ‘’Wat een gedoe toch weer allemaal’’, verzuchte hij.

“Ik haat dit soort dingen ook Mark, dat weet je’’, zei Sigrid. Wil je een beetje thee? Sigrid nam plaats naast Mark en rommelde in haar rugtas.
Twee kartonnen ecologisch verantwoorde bekertjes kwamen tevoorschijn.
‘Ik heb geen suiker bij me, want daar doen wij thuis niet meer aan’, zei ze tegen Mark.
‘Ook dat nog’, mompelde Mark.

Het leven werd steeds saaier zo langzamerhand, dit mocht niet en dat mocht niet en ja daar had hij zelf ook last van.
Maar goed het bekertje dat naar karton rook, gaf toch een redelijke rooibosthee mee, dus het was te doen.

Sigrid keek vakkundig naar de enkel van Mark.
‘Niet gekneusd hoor’ zei ze monter, we kunnen weer verder.
Mark keek even bedenkelijk. maar ze moesten toch door immers.
‘Ik kijk wel even naar de route Sieg, moment’. Volgens de routekaart moesten ze langs de parasols rechtdoor en dan was er ergens een aanknopingspunt die ze niet konden missen.

Mark stond langzaam op en klopte het stof van zijn korte broek. Hij nam de routekaart nog eens goed in zich op, terwijl Sigrid geduldig naast hem wachtte. Na een paar minuten studeren en peinzen, keek Mark op met een vastberaden blik.

 

“Ik denk dat we dood moeten gaan,” zei hij met een lach op zijn gezicht, terwijl hij naar een kleine pad wees dat tussen de bomen door liep. “Het lijkt erop dat het ons naar het aanknopingspunt kan leiden.” “Dood?” vroeg Sigrid verbaast. “Nee, door natuurlijk”, lachte Mark.

 

Sigrid knikte grinnikend instemmend en stond ook op. Ze stopten de lege bekertjes in hun rugzakken en volgden het pad dat Mark had aangewezen. Het bos werd dichter en de geluiden om hen heen veranderden. Ze hoorden het zachte geritsel van de bladeren onder hun voeten en het zachte gefluit van vogels hoog in de bomen.

Bij de vrolijke parasols keken ze even rond maar er was niemand te bekennen behalve een kaketoe in een grote goudkleurige kooi die lekker aan een pinda zat te knagen.
Ze gingen maar door.

Terwijl ze verder liepen, begonnen ze te merken dat het pad weer  wat steiler en rotsachtiger werd. De zon begon langzaam onder te gaan, waardoor het bos in een prachtig gouden licht werd gehuld. De vermoeidheid begon echter toe te slaan, en hun voeten voelden zwaar aan.

Lees dit ook eens:  Regenachtig

 

“Ik denk dat we er bijna zijn”, zei Mark met een opwinding in zijn stem. “Als we dit pad blijven volgen, moeten we het aanknopingspunt kunnen vinden.”

 

Sigrid glimlachte en moedigde hem aan. Samen zetten ze hun tocht voort, vastbesloten om de weg terug naar het resort te vinden. Na nog een korte klim zag ze eindelijk het aanknopingspunt dat op de routekaart stond aangegeven.

 

Voor hen lag een prachtige open plek met gras en bloemen, omringd door hoge bomen. Kleurrijke parasols stonden verspreid over de open plek, waardoor er speelse schaduwen op de grond vielen. Het was een betoverend gezicht.

 

Mark en Sigrid zuchten het uit terwijl ze zich vermoeid laten neerzakken op het gras waar zij om zich heen kijken. Ze voelen zich zelfs helemaal los van de wereld, omringd door de rust en schoonheid van de natuur. De vermoeidheid maakte plaats voor een gevoel van voldoening. Op enkele tafeltjes staan verkoelende drankjes in allerlei kleuren, met ijsblokjes en versiersels.

 

“Kijk nou, dit is prachtig,” fluisterde Sigrid, terwijl ze haar hand door het zachte gras liet glijden. “Het was het allemaal waard.”

 

Mark knikte instemmend en glimlachte. Hij sluit de routekaart af en legt deze naast zich neer. Ze lijken niet langer te zoeken of zich zorgen te maken. Ze hadden hun weg teruggevonden, niet alleen in het bos, maar ook in elkaars gezelschap.

Terwijl de zon langzaam onderging en de kleuren van de lucht veranderden, genoten Mark en Sigrid van een moment van rust en verbondenheid. Ze waren misschien verdwaald geweest, maar ze hadden elkaar gevonden in de zoektocht naar de weg terug.

Met vernieuwde energie en een heerlijk verkoelend drankje,  gaan ze uiteindelijk weer op pad en beginnen ze aan de terugweg naar het resort.

 

Mark en Sigrid vervolgden hun terugreis door het bos, genoten van elkaars gezelschap en de prachtige natuur om hen heen. Na een tijdje bereiken ze een breder pad dat hen naar een rustige landweg leidt. De zon begint langzaam onder te gaan en de lucht kleurt oranje en roze.

Op het pad ziet Sigrid plots een wit konijn. Het beestje kijkt naar hun.
‘’Oh kijk eens Mark een wit konijntje!’’ roept ze uit en ze loopt ernaartoe.
Mark volgt haar op de voet want hij wil dat witte konijntje ook wel eens zien.
Het diertje lijkt vastgebonden te zitten aan een touwtje.

“Ach kijk dat arme dier, Mark toch”, zegt Sigrid. “Ik heb niets gedaan hoor”, hahaha, lacht Mark. Toch kijken ze waar het diertje naartoe gaat en dat is in een heel groot hol. Het lijkt wel een reuzen konijnenhol.
Iets trekt duidelijk aan het touwtje dat vastgebonden zit aan een pootje van het konijntje. “Ik denk dat wij het moeten volgen Sigrid”, zegt Mark dan.
“Kom we gaan er achteraan”.
Ze volgen het konijntje in het grote konijnenhol. Aan de zijkanten van het hol is er verlichting van kleine kerstlampjes. Het ziet er gezellig uit.
Maar het licht wordt steeds zwakker.
“Oh Mark ik vind het eng hoor.” Sigrid grijpt de hand van Mark vast, “Ik wilde eigenlijk thuisblijven Mark”. “Ja ik ook eigenlijk”, zenuwachtig lachend knijpt hij in haar hand.”Kom het komt wel goed”.
Ze kijken in de tunnel wat het eigenlijk is en zien dat het licht achter hen ook gedoofd wordt.
Nog één stap en dan glijden ze naar beneden, langs een hele lange glijbaan richting het onderaardse.
Sigrid maar ook Mark gillen het uit van angst en schrik.
Uiteindelijk na wel 3 minuten eindigen ze op een stuk grond met zacht mos.
Wonderlijk licht schijnt op hen vanaf het plafond in allerlei kleuren.
het ruikt heerlijk.
Ook horen ze muziek.
“Alles goed Mark?”, vraagt Sigrid en strijkt haar jurk glad. “Héhé, ja ik denk het wel”, lacht Mark nerveus.
“Kom we gaan naar de muziek, dat kan alleen maar goed zijn, lijkt mij”, zegt Mark weer…
Als ze aankomen bij de muziek zien ze allemaal bekenden, Klaus Schwab, Willem Alexander met Maxima, en daar stond ook Zelensky te praten met één of andere hoge Pief. Hij was weer aan het schooien voor more money.
Mark en Sigrid schudden de hand van de Koninklijke hoogheden, ze kregen een drankje aangeboden met een flinke scheut rum erin.
Heerlijk. Dat hadden ze wel verdiend na hun wonderlijke dropping van die dag.
Het was een gezellig feestje.
Ze kregen heerlijk te eten met een Bbq en goddelijk gemasseerd wagyu vlees.
Het kon niet beter gewoon. Veel mensen met gouden maskers voor stonden te dansen op een dansvloer, velen half ontkleed, en een beetje quasi opgewonden wreven zij tegen elkaar aan.
Maar ook Sigrid stond even later te dansen op een tafel. Dat vond ze heerlijk altijd. Blijer kon je haar niet maken nml. Mark moest lachen om Sieg, altijd fun met haar.
De avond vorderde gestaag, en steeds meer mensen verlieten uiteindelijk het feestje.

Na enige flinke borrels kon Mark het niet laten om te vragen waar zij dan uiteindelijk aangekomen waren. “Zeg, mijn Beste Klaus, mag ik vragen waar wij ons nu bevinden? We hebben nog steeds geen flauw idee nml.” vroeg Mark aan Klaus Schwab.
Doordringend keek Klaus hem aan, en hij legde zijn hand op Mark zijn schouder en kneep er eens flink in. “You have to do as I say, so now I brought you here! I will Blackmail you all, you don’t have any choice no more. We are on Epstein Island, there is no way back!” (also known as Little Saint James). Grijnzend keek Klaus, Mark aan, hij kneep zijn kleine oogjes samen, en Mark stond als versteend, en verkilde ter plekke tot op het bot. Geen enkele weg terug, dat klopte,  ze waren in de val gelopen in een wreed systeem en niets wat zij wensten mocht nog doorgang vinden, alleen Klaus kon bepalen wat zij gingen doen. Hij had dit handig geregeld zo te zien. De camera’s stonden op hen gericht.
Met de Ai video editing hadden ze geen schijn van kans meer.
Hoe moest hij dit uit gaan leggen aan Sigrid, mijn hemel…

©AngelWings

Laat meer zien

Gerelateerde verhalen

Bekijk ook
Close
Back to top button
Close

Een Adblocker gedecteerd

Je gebruikt een adblocker, zet deze uit om de hosting van de website te ondersteunen