Photobucket

Er was eens een knappe jongeman, zijn naam was Jozef.

Hij werkte bij zijn vader in het timmermansbedrijfje.

Elke dag timmerde hij de mooiste dingen in elkaar.

Tafels, en stoelen, bedden, kribben, noem maar op.
Vaak moest hij van zijn vader boodschappen halen bij de buren op de hoek, daar haalde hij versgebakken broodjes, en een kan verse melk, nog warm van de koe zo vers!

En in die winkel zag hij de dochter, haar naam was Maria.

Maria was wonderschoon, en nog maagd natuurlijk, maar dat was iedereen in die tijd, als je nog niet getrouwd was.

Prachtige lange donkere haren, vielen over haar schouders, en haar ogen zo bruin als van een hert.

Ja, die Jozef was zwaar verliefd op Maria.

Hij had niet veel te bieden, met het armoedige bestaan als timmerman, daar werd je ook in die tijd niet erg rijk van natuurlijk.

En aangezien ze in die tijd, veel beter hout hadden dan nu en echt vakmanschap, gingen er nooit eens tafels of stoelen kapot.

Dus eenmaal een set gemaakt, hoefde men nooit weer iets te maken voor een familie.

In die tijd was men nog niet erg gemeen zeg maar.

Maar goed op een dag, wilde hij Maria toch mee uit vragen, hij plukte een bos wilde veldbloemen en gaf deze aan de mooie Maria en vroeg haar mee uit.

Nu dat wilde ze wel, blozend stond ze daar voor hem, want ze was ook wel een beetje verliefd op Jozef.

Die avond zouden ze gaan wandelen, dat was in die dagen een soort van date zeg maar..

Maar dan anders dan nu!

Gezellig wandelden ze langs de woestijn, klommen in een laaggroeiende boom en Jozef vertelde hele mooie verhalen aan Maria.

Maria genoot, en ze dronken een glas kamelenmelk, die Jozef had meegenomen in een waterdrinkzak.

Ze aten een stukje gedroogd schapenvlees, ipv chips oid…en een breezer hadden ze niet in die tijd!

Wel zeer heftige wijn, maar ja die mochten ze nog niet drinken zo voor het huwelijk.

Na deze avond volgden er vele avonden, met een gezellig samenzijn.

Maar op een dag kreeg Maria een stem in haar hoofd, de stem zei dat hij Meneer God was!

En dat Maria een zoon zou krijgen, en dat ze hem Jezus moest gaan noemen!

Ja maar stamelde Maria verschrikt, ik ben niet eens getrouwd hoe kan ik dan een kind gaan krijgen?

Je moet niet zoveel vragen Maria wat is dat zal zijn!

Klaar…het is mijn WIL en dat is de WET!

Ok…zei Maria…en zowaar ze was plots zwanger..

Jozef was in alle staten, hoe kan dit nou?

En ik heb hem er niet eens ingestopt!

Nou ja ok ervoor misschien wel maar, dit is van erna en dat kan toch niet zomaar?

Toen vertelde Maria dat Meneer God haar had verteld dat ze een heel belangrijk kind zouden krijgen die de zoon was van God…

Nou dat klonk plausibel dus Jozef vond het wel ok…een kind van God, dat was iets heel bijzonders!

God was immers de vader van ons allemaal dus wie was hij om zijn vader duidelijk te maken dat hij zelf de vader had willen zijn van Jezus?

It’s all in the family dus zodoende, gingen ze dan toch maar snel trouwen!

De hele stad hoefde dit nu ook alweer niet te weten nietwaar?

Ze hebben een leuk huisje in de stad, en Jozef timmert aan de weg, en ze hebben hele mooie meubeltjes in huis, zelf gemaakt uiteraard.

Nee ze hebben het goed samen!

Op een dag komt er een soldaat aan de deur, tegenwoordig noemen we dat oom agent…maar toen nog niet..

En hij kwam van de Romeinse keizer speciaal naar NaZARETH, om te zeggen dat iedereen zich moest laten inschrijven in hun geboortestad, dus Maria en Jozef moeten met spoed naar Bethlehem.

Ze lenen een ezel van de buurman en gaan op weg, de zwangerschap van Maria is al behoorlijk gevorderd en het zitten op een ezel viel niet mee!

Maar goed ze moesten wel.

Onderweg als het bijna donker is geworden, kloppen ze aan bij een herberg want een bel hadden ze nog niet aan de deur hangen, wel om de nekken van schapen enzo, maar niet aan de deur, dus ze klopten aan.

De herbergier doet open en zegt, eh sorry maar het is hier vol!

Alle mensen waren op weg gegaan om zich te laten inschrijven en overal was het vol, en bij elke herberg krijgen ze geen gehoor.

Maria is moe en de bevalling is aanstaande, ze heeft erge buikpijnen en zit kreunend op de ezel, die een natte rug heeft gekregen van het inmiddels gebroken vruchtwater, aangezien het vroor zat dat ook niet erg lekker.

Maar uiteindelijk krijgt een herbergier medelijden en zegt, ik heb nog wel een schone warme stal, daar kunnen jullie overnachten.

Hij wijst hen de stal en Maria gaat snel liggen op enkele balen schoon stro.

Jozef maakt zich zorgen om zijn lieve vrouw, maar na enkele uren wordt er een kind geboren!

Een heel mooi kind!

Het is een jongen, en zijn naam is Jezus!

Ze leggen Jezus in een schone kribbe met stro, en enkele doeken.

In de graslanden dichtbij de stal, lagen herders bij nachte, zij lagen bij nacht in het veld.

En ze hoeden hun schapen, bij kampvuren omdat het zo koud was.

En terwijl ze wat fluit speelden en zongen, kwam er plots een grote ster op hen af, en die ster bleek een engel te zijn…de engel riep:

Het kind is geboren, het kind van vrede, het kind van God!

Dan volgen er nog meer engelen en zij zingen wonderschoon over het nieuwgeboren kind.

‘’Jezus is Christus, de Messias (“Gloria in Excelsis Deo”)’.

De herders gaan op weg naar de stal.

En kloppen aan, Jozef denkt dat ze hen willen overvallen, en wil ze eerst een flinke klap op hun snufferd geven, maar ze geven aan dat zij een boodschap hebben ontvangen van de engelen…dat het kind van God geboren is en dat zij hem graag willen aanschouwen, nu dat mocht wel.

En met zijn allen kijken ze naar het wonderschone kindeke klein, dat ligt te slapen in de kribbe.

Met om hen heen de dieren in de stal, en het warme weerschijn van het vuur dat de stal verwarmt.

Het kerstverhaal door AngelWings