De witte en de zwarte vlinder

Photobucket
Er waren eens twee vlinders, ze ontmoeten elkaar zomaar aan het begin van de zomer en ze dartelden door de zomerse hemel van bloem tot bloem. De ene had spierwitte vleugeltjes en de andere vleugeltjes zo zwart als de nacht. Het was wel een mooi gezicht om die twee vlindertjes te zien dwarrelen door de hemelsblauwe lucht. Ze speelden met elkaar, en hadden plezier. Nu wist het witte vlindertje niet dat de zwarte vlinder laaiend jaloers was op haar witte vleugeltjes, maar hij deed net alsof hij niet jaloers was.

Photobucket
Altijd deed hij zich prachtig voor, hij klapperde met zijn gelakte zwarte vleugeljas voor haar ogen, en krulde met zijn voelsprieten ten groet. Altijd dartelde hij om haar heen, hij werd het nooit moe, maar de witte vlinder kon eigenlijk nooit vrijuit vliegen. Altijd was de zwarte vlinder nabij, ze kon niets doen zonder de zwarte vlinder om haar heen. Soms probeerde ze los te komen van zijn nabijheid, maar hij zorgde er wel voor dat hij weer bij haar kwam. En dit duurde een hele zomer lang, de witte vlinder was uitgeput op het laatst want ze had geen enkele vrijheid meer. Altijd was hij daar, alsof hij teerde op haar energie omdat hij zelf niets had. Het witte vlindertje werd ziek, het lag op een grote bloem te rusten, uitgeput en op de bloem ernaast zat hij de zwarte vlinder, kijkend naar de witte vlinder. Continu lette hij op haar, niemand kwam nabij. Hij was de baas nml. Als er iemand vroeg naar de witte vlinder, sprak hij slecht over haar, zo erg zelfs, dat niemand nog naar de witte vlinder vroeg. De witte vlinder kwijnde bijna weg, elke dag werd ze zwakker en zwakker, en hoorde ze zijn honende woorden aan. Hij was helemaal geen aardige vlinder, nooit geweest zelfs! Vanaf het begin had zij zich zo vergist, dat ze zich schaamde voor zichzelf. Hoe had zij zo dom kunnen zijn om in zijn val te trappen? Dit was een vlinder die teerde op de energie van anderen. Die gelukkig werd als het een andere vlinder stuk kon maken, die genoot van de ellende van een ander, zodat hij zichzelf kon vergeten. Daar kreeg de zwarte vlinder namelijk zijn gevoel van eigenwaarde door. Daar werd de zwarte vlinder blij van. De witte vlinder begon eindelijk te begrijpen wat er aan de hand was en waarom zij zo moe was geworden. Dat gaf haar iets meer kracht. Ze wist dat de bloemen om haar heen kwaad over haar spraken maar daar kon zij niets tegen doen. Ze wist ook dat ze niet ongezien weg kon komen van de zwarte vlinder. Ze fluisterde in haarzelf wat moet ik toch doen? Wat moet ik toch doen? De bloem waarop zij lag, fluisterde terug. Lieve witte vlinder, bedek je met mijn oranje stuifmeel, schudt aan de stampers en douche je in mijn stuifmeel en dan ben je vrij.

Photobucket

Ik ken je ik weet wie je bent lieve witte vlinder, doe het snel! De witte vlinder kroop onder de stampertjes door en trok er aan, over haar heen viel het oranje stuifmeel, het bedekte haar witte vleugeltjes, ze was niet langer maar oranje. Goed zo fluisterde de bloem. Neem nog een druppel dauw mee voor onderweg lieve vlinder, en vertrek zo snel je kunt, de zwarte vlinder is even bezig met zijn ontbijt, aan de overkant. De witte vlinder dronk wat dauw voor onderweg, ze stond op het punt om uit te vliegen ver weg. Ver weg van de zwarte vlinder. Ze bekeek haar vleugels die nu prachtig oranje waren. De bloem riep uit: Ga nu! Ga! De nu oranje vlinder fladderde op van de bloem, Bedankt fluisterde ze naar de bloem. En ze vloog weer door de blauwe lucht, heerlijk de wind onder haar vleugeltjes haar vrijheid tegemoet. in het voorbijgaan zag ze plots tot haar grote schrik de zwarte vlinder voorbij komen. Hij bekeek haar nauwelijks, opgelucht zwenkte ze uit naar links en vertrok, om nooit meer terug te keren naar die zwarte vlinder. Bevrijd.

©AngelWings