Sneeuwprinsje

Sneeuwprinsje

Sneeuwprinsje

 

Er was eens een sneeuwprinsje. Nu zal men zich afvragen wat een sneeuwprinsje is, nu dat zal ik  vertellen. Sneeuwprinsje is zoiets als sneeuwwitje, maar dan heel anders. Het was iets moderner zeg maar. Op een dag werd sneeuwprinsje geboren, zijn huid zo wit als sneeuw, zijn oogjes zo donker als het ebbehout uit de paardenstal, zijn haren idem zo donker als ebbehout uit de paardenstal.
En zijn lipjes waren zo rood als bloed. Echt een leuk kind zeg maar. Zijn moeder was Tanja Fleur.
Ze had haar zo blond als gesponnen goud, niet echt natuurlijk maar toch, het leek wel goud.
Haar man was dagelijks druk op zijn tractor in de weilanden en dan speelde zij met het sneeuwprinsje de ganse dag. Ze waren gelukkig allemaal.
Tot de dag kwam dat er een afgevaardigde van de koningsultatiebureau langskwam, of ze even enkele prikjes mochten geven aan sneeuwprinsje. “Nou, ehm nee”, zei Tanja Fleur, “geen prikkerij in mijn kind”. “Maar Tanja toch”, mompelde de oude dame, “Dat mag niet hé van onze koning”.
“Nou én”, zei Tanja Fleur, “Ik wil het lekker toch niet dús”. “Dat zal u bezuren mevrouw Tanja Fleur”.

Boos stapte de oude dame haar koets weer in en vertrok. Boos keek Tanja Fleur de oude vrouw na. “Weird”, riep ze uit over de velden, “ Weirddddddddddd”. Ah daar kwam Weird al aan met zijn tractor. “Schiet eens op dan!” riep Tanja Fleur uit. “Kom dan!”, gebaarde ze. Weird was ook boos, geen geprik in zijn sneeuwprinsje dat was heel ongezond dat hadden ze wel gelezen op internet enzo. “Nee, wij gaan hiertegen vechten”, riep hij uit en hij balde zijn vuist. Weird ging er vandoor op zijn tractor en begon gaten te graven in de voortuin, zodat als ze kwamen ze erin zouden vallen. “Dat zal ze leren Tanja”, zei hij even later tevreden. Nu vielen ze er zelf wel eens in en dat was vervelend.

Dus ze plaatsten er vlaggetjes bij, zodat ze wisten waar een gat gegraven was, en als iemand vroeg wat al die rode vlaggetjes in de tuin deden, dan zeiden ze gewoon dat het uitwerpselen waren van honden. Op een dag kwam er een kinderroofvoertuig voor de deur. Deze viel uiteraard in een diep gat en moest hierna met een takelwagen eruit getakeld worden. Natuurlijk vond de koning dit niet goed en moesten ze op een dag langskomen bij het confrontatiebureau.
Nu had Tanja flink zitten handwerken en fimokleien want ze had een supersgoed idee bedacht. Het sneeuwprinsje kreeg een leuk pakje aan, met blote armpjes. Letterlijk blote armpjes. Hierna gingen ze naar het confrontatiebureau, met paard en koets. “Zo, zo wat een flinke jongen is dat zeg”, murmelde de confrontatiezuster uit, ze kneep het kind eens flink in de dikke armpjes. “Dat heeft hij van zijn vader”, zei Tanja Fleur. Weird deed zijn ene arm in de lucht en spande de spieren aan.

“Poeh”, zei de confrontatiezuster ze kreeg het er altijd warm van die vaders namelijk. “Prikt u maar gerust hoor”, zei Tanja vriendelijk. De confrontatiezuster nam het armpje vast en stak er een flinke naald in. “Zo flink hoor, hij huilt niet eens”. Bewonderend keek de confrontatiezuster naar het sneeuwprinsje. “Dat komt door zijn moeder”, zei Weird gul. Uiteindelijk konden ze zonder gedoe weer naar huis. Waar Tanja Fleur het speciale naaktpakje uittrok van het sneeuwprinsje, niemand die door had dat het nep was. Zijn armpje was ongeschonden en in het pak droop er nog wat vaccinatievocht na.

©AngelWings

Over de Schrijfster

Gerelateerde Berichten