Pike de tortelduif

Pike de tortelduif

Lang geleden vonden we eens een gewonde tortelduif.
Zijn naam was Pike.
Een verbastering van Pikje, maar daarover had ik ooit al eens geschreven.
Pike zat jarenlang in een te kleine kooi. Wat een schande ik dat vond.
Zoals men eens een plant in een pot zet, die ooit te klein is geworden, maar door niemand nog wordt gezien, behalve bij het robotic wateren van de plantjes, zo ging dat ook met ons Pike.
Hij kwam er in en bleef erin, nu verzorgden we hem prima hoor.
Elke dag een schone krant onderin en vers water en duivenvoer.
Af en toe zijn spiegeltje eens afsponzen en Pike kon er weer tegen aan.
Hij koerde zich suf in het kleine hokje tegen zijn eigen spiegelbeeld.
Het was een soort narcist zeg maar, maar dan tortels.

Op een gegeven moment gingen mijn ouders scheiden, dat gebeurd steeds vaker dus zo raar was dat helemaal niet.
En soms maar beter ook als het niet langer gaat.
Maar we woonden tijdelijk in bij familie.
Deze hadden een vreselijk groot huis, wat ooit een bakkerij was geweest.
En ik kwam op het idee om Pike in de grote aanbouw schuur af en toe zijn vrijheid te gunnen.
Dan ging hij los, fladderend van balk tot balk en dan uiteindelijk kwam hij weer terecht in zijn minigevangenis.
Ik vond dat toch niks.

Op een vroege zondagmorgen toen iedereen lekker uitsliep behalve ik.
Tegenwoordig is dat andersom oid.
Maar in je kinderjaren is vroeg opstaan normaal omdat je er ook veels te vroeg in moest natuurlijk.
Maar op dienen zondagmorgen zag ik met lede ogen de arme opgesloten duif aan.
Hij kon zijn vleugels niet goed uitslaan in die kleine kooi en ik nam het duifje liefdevol in de hand.
Ik bedacht mij dat ik hem mooi vast kon houden aan zijn staartje en dat hij dan lekker kon fladderen met zijn vleugeltjes. Zo gedacht zo gedaan, gelijk een prachtige propeller van een vliegtuigje begon Pike wild te fladderen en vond het best fijn.
Ik hield het snorrende beestje voor mij uit en liet hem zo de kamer zien alsof hij echt aan het vliegen was.
Plots klaps, fladderde de duif minkukelig voor mij uit tegen de muur aan, en had ik zijn staart nog in mijn handen.
Vol vrees en verbazing keek ik naar de uitgetrokken staart en de kale kleine duif die niet meer kon vliegen, als hij dat al kon.
Paniek in de zondagstent wat nu?
Ik stopte snel de veren onderin de vuilnisbak, deed er nog wat vuilnis bovenop en stopte de duif in zijn minikooi, die nu toch veel ruimer was zo zonder zijn staart erbij.
Dat scheelde weer, zoals in missie geslaagd oid.

Uren later, rondom 11 uur kwam de familie de trappen af na gebadderd te hebben etc, en toog men de woonkamer in.
Ik was uiterst gespannen, zagen ze nu niks?
Verdorie, ik kon nooit liegen en dit zat me wel dwars.
Zouden ze boos zijn?
Of niet?
Ik wist het niet, had geen flauw benul.
Zou ik het nu zeggen of niet?
Pike bewoog zich best vrijelijk in zijn iets ruimere kooi, en nu ja?
Zo erg was het toch niet?
Of wel, zouden ze boos zijn?
Na enige tijd begon ik voorzichtig, zien jullie niets te vragen.
Neuh niemand zag iets, wat dan?
Nu niks zei ik dan droog…
Wat zou er zijn hé?
Maar het zat me te hoog hé?
Ik moest het vertellen gewoon, zoals mijn moeder altijd uit me kon trekken wat ze kreeg voor haar verjaardag, zo moest ik nu vertellen wat ik gedaan had.

Nou het werd een raadspelletje ook goed op zondag!
Misschien een tip?
Ik zie ik zie wat jij niet ziet oid.

(hond zonder staart, nu doe maar niet hé? 🙂 )
Nou goed, zien jullie nu nog niks?
Nee waar dan, nu daar ergens, ik wees in de richting van het raam.
Nee de duif viel duidelijk niet meer op en was als een stuk meubilair geworden.
Arme diertje.

Nu uiteindelijk vertelde ik dan maar dat de duif geen staart meer had.
Ah wat zielig, en oh wat heb je dan gedaan?
Nou ik wilde dat hij kon vliegen hé? Even er uit…
Even wat anders en het is zondag dus ja.

Niemand was boos zelfs Pike niet die nu eindelijk wat meer beenruimte had, of vleugelwijdte.

Zijn staartje groeide tergend langzaam weer aan, dus ik werd nogal geconfronteerd met mijn onschuldige daad.
Hoe kon je weten dat die zomaar loslaat?

Uiteindelijk die zomer, heb ik ons Pike echt bevrijd.

In de mega grote achtertuin op een boomstronk die gekapt was en ooit door de bliksem geraakt, stond dan zijn minikooitje, hij ging er uit, keek rond.
En plots vloog hij, weg van ons, weg van jaren bij ons uit zijn kleine kooitje.
Hij vloog nog eenmaal terug in een cirkel en trok weg.
Dag Pike zei ik, met tranen in mijn ogen.
Ik zwaaide hem nog na.

Jaren erna kom ik ze altijd nog tegen tortelduifjes op mijn pad.
Overal…. vast nazaten van Pike.

©AngelWings

Over de Schrijfster

Gerelateerde Berichten