Photobucket

Het was zomer 1966, Babs reed op haar scooter richting de stad. Haar haren los, zonnebrilletje a la vlindermodel op haar neus.
Ze zag er altijd uit om door een ringetje te halen, perfecte kledingcombinaties waren haar wel toevertrouwd. Ze was net begonnen met haar nieuwe baan op kantoor, met leuke collega’s en goede verdiensten. Thuis moest ze uiteraard nog wel wat geld afstaan, maar veel was het niet. Ze kon zo haar gardarobe weer aanvullen met chique kleding en schoenen, waar zij zo van hield.
Ze woonde nog thuis bij haar ouders en haar jongere broer en zus,
waarvan de rest van de inmiddels al getrouwde broers en zusters graag op bezoek kwamen, inclusief aanhang. Het was er altijd druk en gezellig.

Verjaardagen waren groots en druk, de hele woonkamer werd dan verbouwd, met in de voorkamer een soort barretje met allerlei drankjes en hapjes, en een ruimte waar ze konden dansen.

Thuis was het goed vertoeven, zo vonden alle kinderen.

Moeders was een struise vrouw, echt een moedertje die dol was op al haar kinderen. Als ze maar wat te zorgen had, dan was het haar al lang goed.

Vader riep het respect op, zijn wil was wet en hij had voldoende invloed op de grote kinderschare.

Babs stapte van haar scooter en deed het sjaaltje om haar hals netjes, deze was verwaaid in de wind, evenzo haar haren, schikte zij net.

In het cafe was het rustig en donker en lekker koel, Babs ging zitten aan de bar en keek om haar heen. Tweeëntwintig jaar oud was ze nu, een tikje eigenwijs en ze kon hautain kijken, zo van ‘wie doet mij wat’.

Toch was zij ondertussen een gevoelige jonge vrouw, die ergens ook hunkerde naar liefde. Ze had wel enkele vriendjes gehad, maar serieuzer was het nog niet geworden, helaas. En sex was in die tijd taboe, dat deed je toen nog niet voor het huwelijk. Ze bestelde een licht wit wijntje, en ging er op haar gemak voor zitten, straks zouden haar vriendinnen wel komen, ze hadden afgesproken nml. Ze was wat vroeger gegaan, omdat er thuis wat woorden waren geweest, omdat Babs en haar jongere zusje, gisteravond weer eens te laat thuis waren gekomen, en hun vader de voordeur op slot had gedaan. Gelukkig kwam Ma even later toch de trap afgeslopen om haar dochters binnen te laten. Maar vader was er nog steeds boos over en daarom was ze weggevlucht, het huis uit, de vrijheid tegemoet. Verlost zijn van ‘dat gezeur’.

Er kwamen enkele militairen binnen, een stuk of 5 jonge mannen, die luidruchtig langs haar heen liepen, elkaar op de schouders slaand om één of andere grap, die verteld was.

Babs keek even om naar de deur of er inmiddels misschien, één van haar vriendinnen aan kwam, maar dit was nog niet het geval. Ze nipte aan haar wijntje. Naast haar stond één van de militairen, hij bestelde drankjes voor zijn maten. Ze keek opzij, en hij keek haar aan en glimlachte, ze glimlachte terug.

Het was een mooie man, vond zij, ze nipte nogmaals aan haar wijntje.

‘Wil je nog een wijntje’, bood hij haar aan. Ze knikte een beetje schuchter.

Hij bracht de drankjes naar zijn maten, kwam terug en ging naast haar zitten. ‘Hai’, hij stak zijn hand uit naar haar, mijn naam is John. Hij glimlachte zijn witte tanden bloot, en ze zei: ‘Ik ben Babs’.
Zo kwamen ze met elkaar in gesprek. De avond vloog voorbij, zie ik je nog, vroeg John toen ze nodig naar huis moest. Anders was de deur weer op het nachtslot. Ze had een hekel aan dat strakke schema, wilde graag haar eigen ding doen, maar zolang ze niet op haarzelf woonde, moest ze wel gehoorzamen aan de wet van thuis.

Ze spraken af voor de volgende zondagmiddag.

Ze gingen rijden met haar scooter, overal naar toe, de bossen in, cafeetjes bij langs, terrasjes. Ze had net als haar vader het motorrijbewijs gehaald, voor de scooter. Het was heerlijk, ze genoot. En hij was gezellig, ze konden goed met elkaar praten.

Hij was tijdelijk in het leger in de buurt overgeplaatst, maar woonde eigenlijk in Scheveningen. Hij was enkele jaren verloofd geweest maar de verloving was inmiddels verbroken. Het werd een mooie warme zomer in 1966 voor hen twee.

Enkele weken later zaten ze weer in het cafe, waar ze elkaar ontmoet hadden. Ze keek naar zijn profiel, ze vond hem zo knap. Zijn oogleden leken wel vlindervleugels, als hij opkeek dan vertraagde zijn oogopslag, alsof hij bij elke blik zijn ogen even moest sluiten. Hij had zwart haar en leek wel een Italiaan.

Ze dacht, als ik dan ooit voor de eerste keer mijzelf geef aan een man, dan wil ik, dat hij dat is.

Ze had besloten. Van een eerste keer werd je toch niet zwanger?!

En die avond gingen ze wandelen in het bos nabij het cafe, en van het één kwam het ander. Zo werd hij haar eerste, zomaar,… nee niet zomaar, ze had dit zelf besloten. Zoals jonge vrouwen zoiets wel vaker besluiten uit een gevoel van liefde en romantische dromen voor een man. Drie weken later vertelde John dat hij weer terug moest naar de legerbasis. Hij ging dus vertrekken, het afscheid was moeilijk. Twee mooie zomermaanden, voorbij.

Hij liet niets meer horen nadien.
Babs was teleurgesteld, ze had zichzelf aan hem gegeven nml. Was dat al dan zo weinig waard? De dag kwam dat ze s’morgens vroeg misselijk was, ze wist toen al hoe laat het was. Te laat om terug te draaien. Ze was zwanger.

Wat nu? Wat moest ze nu beginnen? Eerst maar contact zoeken met hem.

Ze wist waar hij gelegerd was, en ze belde met de kazerne. Of ene John Smit daar ook aanwezig was.
Jawel, na even wachten kreeg ze hem aan de lijn. ‘Hai John, ik moet je iets vertellen’!

Ze vertelde hem hierna dat ze zwanger was.
Het was een tijdje stil aan de andere kant van de lijn.

‘Ben je er nog’? vroeg ze ademloos en zenuwachtig.

‘Eh ja…’, zei hij verward. ‘Waar kan ik je bereiken? Ik kan nu niet praten’, zei hij nerveus. Hij noteerde het nr van de overburen, die al telefoon hadden in die tijd. ‘Ik bel je’! Beloofde hij. Ze hingen op.
Babs opgelucht ergens, hij zou er wel voor zorgen dat alles goed zou komen, ze stond niet alleen met dit alles. Maar John belde niet meer terug. Het werd tijd dat ze het ging vertellen aan haar ouders. ‘Ik moet jullie wat vertellen’, begon ze, ze zaten aan de eetkamertafel en Babs had haar handen voor haar op de tafel gelegd. ‘Ik ben zwanger’, zo het was eruit. Uitdagend keek ze hen aan. ‘Mooi is dat’, bromde haar moeder. ‘Potverdomme’! Riep haar vader uit. En na lange omwegen, gesprekken en tranen, was hij diegene die zei:

“Waar er acht zijn grootgeworden komt de negende ook wel groot”.

En zo zou het zijn.

Samen met haar baas, waar ze ook mee gesproken had, ging ze naar de kazerne, om John te bezoeken, om te praten.

John lachte schuchter, hij was inmiddels terug bij zijn verloofde.
En wonder boven wonder, zijn verloofde was ook zwanger!

Hoe kreeg hij dat voor elkaar in zo’n korte tijd?

Maar het overkwam hem wel. Hij ontkende glashard dat hij de vader kon zijn van het kind dat Babs bij haar droeg.

Hij was nml niet de enige geweest die met haar het bed had gedeeld immers. Zo beweerde hij dat ijskoud en stoer. Babs moest hierna voor een groep soldaten staan, haar baas stond naast haar, “Met wie heb ik nog meer iets gehad dan’? Vroeg ze gekwetst tot op het bot. ‘Met wie dan’?

Maar zijn maten kwamen voor hem op en ze staken de hand op. Leugenachtigheid, dat was John.

Diep gekwetst vertrok Babs even later naar huis, nu beseffend hoe minderwaardig mensen elkaar kunnen behandelen. Een barst in je ziel, die je nooit meer kunt vergeten. Een slap man was John, geen karaktervolle man. Maar slap, iemand waar je dus niets van op aan kon blijkbaar. Mooie woorden waarin zij gelooft had.

Een jonge vrouw haar hart breken is niet zo moeilijk nml.

Babs beviel van een dochtertje, alleen in het ziekenhuis en drie weken later, had John zijn zoon.

Bij zijn verloofde, waar hij inmiddels mee getrouwd was.

Babs kwam thuis met haar kind, waar haar ouders zich liefdevol ontfermden over het meisje, en Babs weer aan het werk ging, want er moest geld op de plank komen.

Moeder zorgde goed voor de baby, ze waren dol op het kleine meisje. En vaders ging er vaak op uit met zijn kleindochter voor op zijn motorkap, samen rijdend door de weilanden einden ver en dan zong het kind uit volle borst en opa genoot.

Als het meisje ziek was, was het hele huis in rep en roer, dan waren ze vreselijk ongerust, het kind werd op handen gedragen.
Het was ook een schattig meisje om te zien, grote groene ogen en lange donkere krullende haren omlijsten haar gezichtje. En Babs kocht altijd de duurste kleding voor haar dochtertje.

John ontkende nog steeds het vaderschap, en zijn inmiddels vrouw geloofde hem op zijn woord. Waarom zou hij liegen immers? Die vrouw daarginds wilde hem van haar afpakken! Ze wilde hem als haar man en nogal logisch want het was een knappe vent. Nee, die leugenachtige vrouw daar, met haar dochtertje, ze geloofde er niets van. Ze steunde haar man zo goed zij kon. Maar Babs liet het er niet bij zitten ze eiste een vaderschapstest. Ze had geen enkele bedoeling te trouwen met een man die haar zo had laten vallen, geen denken aan zelfs!

Ze kon het zelf allemaal wel aan, en het ging allemaal prima zo.

Maar het ging om het principe. Op een dag kwam John bij de ouders thuis, samen met zijn vrouw, kwamen ze het meisje bekijken, om te zien of het kind wel op hem leek.
De vrouw nam het kind op schoot en zei, ja ik zie gelijkenissen met jou John! Het kind lijkt op jou.
John verliet het huis, kon het niet langer aan zien, de leugens die hem nu overspoelden werden hem blijkbaar te veel.
De vaderschapstest kwam er wel. En de uitslag was dat hij in die tijd, voor 97,7 procent de vader was van het meisje. Hij werd veroordeelt tot het betalen van 2 gulden per week.
Dat was in die tijd al bar weinig, en het ging Babs niet om het kleine beetje geld waartoe hij veroordeelt was, maar om het principe, hij zou elke maand weten en beseffen dat hij een dochter had.

Omdat hij zich er zo gemakkelijk vanaf had gemaakt.

En John wenste zich altijd een meisje, een dochtertje, maar bij zijn vrouw kreeg hij alleen maar zoons, en geen van die zoons leek op hem.

Zo gaat dat nml.

©AngelWings