Korte Verhalen

Onweerstaanbaar

Featured Image

Onweerstaanbaar

De zomerzon hing loom boven de stad, haar gouden stralen glinsterden op de warme stoeptegels.

De geur van versgebakken brood en vers fruit hing in de lucht, terwijl mensen zich door de supermarkt haastten. Maar zij niet. Hij niet.

Ze liepen elkaar al maanden tegen het lijf. Op straat, in het park, bij het stoplicht. Soms een vluchtige blik, een glimlach, een kort moment waarin de wereld even stil leek te staan. Maar vandaag… vandaag was anders.

Toen ze de hoek omkwam met haar mandje vol nectarines en een fles witte wijn, botste ze bijna tegen hem op. Zijn geur—warm, houtachtig, een vleugje citrus—vulde haar zintuigen. Ze keek op, recht in die prachtige, intense ogen.

Hij bleef stilstaan. Een seconde, twee… hun ademhaling versmolt. Zijn mondhoeken krulden in een lome glimlach. Haar lippen glansden, zacht, uitnodigend. De tijd leek uitgerekt tot een eindeloos moment, gevuld met een spanning die door hun lichamen tintelde.

“Jij weer,” fluisterde hij, zijn stem een lage trilling.

Ze lachte, een flits van witte tanden, een glinstering in haar ogen. “Toeval?”

“Of iets onvermijdelijks,” antwoordde hij, zijn blik gleed over haar gezicht, naar haar hals, naar haar lippen…

Ze slikte. Haar vingers streken langs de fles wijn, nerveus, verlangend. “En wat als het onvermijdelijk is?”

Hij zette een stap dichterbij, zo dichtbij dat ze zijn adem op haar huid voelde. “Dan is er geen ontsnappen meer.”

Ze wist niet wie de eerste beweging maakte. Misschien hij. Misschien zij. Maar daar tussen de mango’s en de bananen was het zover. Plotseling waren hun lippen op elkaar. Een explosie—warm, wild, onstuitbaar. Alsof ze altijd al zo samen hadden moeten zijn. Zijn hand gleed langs haar kaak, vingers in haar haar, haar lichaam smolt tegen het zijne.

De supermarkt, de wereld, alles verdween. Bevreemd keken mensen naar die twee mensen in het gangpad waar de passie vanaf spatte.

Toen hij eindelijk losliet, zijn voorhoofd tegen het hare, fluisterde hij: “Mijn huis is dichtbij.”

Zonder twijfel, zonder aarzeling, knikte ze. “Laten we gaan.”

Ze liepen samen de supermarkt uit, de zon gleed langzaam naar de horizon, en de dag en de  nacht beloofde alles wat ze zich ooit hadden kunnen wensen.

Back to top button