Nasrin

Nasrin

Ze heette Nasrin.
Ze kwam uit een land waar angst normaal was
nog voor ze kon slapen.
Een man – haar man –
hield de sleutel tot haar vrijheid
en draaide hem telkens dieper in het slot.
Ze lachte soms, voor de kinderen.
Ze fluisterde verhalen, sprookjes van hoop,
maar in haar ogen zat de storm die maar niet ging liggen.
Tot die avond.
Zijn woede werd een mes, een kogel, een vuist.
Nasrin verdween.
Niet uit het hart van haar kinderen,
wel uit hun leven.
Kinderen zonder moeder –
hun wereld brak in tweeën,
hun toekomst kreeg rafelranden.
En hij?
Hij bleef achter met bloed aan zijn handen,
een leeg huis,
een schaduw die hem nooit meer loslaat.
Nasrin werd een naam op papier,
maar ook een echo.
Een waarschuwing.
Een stille schreeuw:
dit mag nooit meer gebeuren…
En toch gebeurd het nog.