Korte Verhalen

Grasmaaier Geert en het Gemillimeterde Mysterie

Featured Image

Grasmaaier Geert en het Gemillimeterde Mysterie

Elke ochtend klokslag 07:43 stond hij paraat.
Geert.
Maaitechnicus van Gemeente Groen.
In z’n feloranje hesje, en met een blik alsof hij de wereld ging redden met één ruk aan het startkoord van z’n grasmaaimachine.

Hij maait. Altijd. Overal.
Soms zelfs twee keer per dag.
Je was nog niet eens uitgeslapen of je droomde alweer van een brommende machine die je tuin binnenreed en je pollen kwam verpulveren.

“Het gras is weer drie centimeter, mannen!” brulde Geert op het plein, alsof hij een dreigende overstroming aankondigde.
“Standje paniek! Iedereen de maaiers in!”

Hij maaide met een overgave alsof het gras persoonlijk zijn vrouw had beledigd.
Graspollen vlogen door de lucht alsof ze aan het migreren waren.
Een wolk van jeuk, niesbuien en snotterigheid trok door de straten als een groene apocalyps.

In de huizen eromheen: mensen met rode ogen, krassende kelen en tissue-torens tot aan het plafond.

“Waar komt dit vandaan?” vroeg men zich af.
De huisarts dacht aan virussen. De mensen dachten aan de lente. Ze vielen zomaar overdag in een diepe slaap, op het werk zelfs, men schaamde zich kapot en dit elk voorjaar, dan begon de ellende weer, dan dacht men ineens weer aan een vaag nieuw covid verhaal dat zich op een vreemde wijze had gemuteerd tot een supersonisch slaapvirus met rode oogjes en snottebellen.

Maar het was Geert.
En zijn Grote (Or)Grasmaaimissie.

Een buurtbewoner vroeg voorzichtig:
“Geert, zou je het gras misschien ietsje minder vaak kunnen maaien? Je weet wel… biodiversiteit, hooikoorts, rust?” Gewoon even 2 maand niet maaien. Het gras loopt niet weg hoor. Maar in het hele land was het feest, het hele land zat vol met Geerts! En gemeenten die er niets van begrepen, mensen, klachten welke klachten, nee men had geen enkele actieve herinneringen in de gemeenten des lands. Stel je voor zeg dat ze gingen werken!?

Geert keek hem aan alsof hij net had voorgesteld om de Domtoren af te breken voor een parkeergarage.
“Minder maaien?!” brieste hij.
“Dan krijgt het gras de overhand! Dan gaat het woekeren! Dan komt de chaos!”

En hij maaide verder. Als een wilde Harry sjeesde hij als een halve gare over grasperken, parken, groene zijkanten, grasvelden en het liefst zo groot mogelijk, hoewel hij schuine hoeken ook wel interessant vond, kijken of hij dat kon.
Het leek wel alsof zijn pensioen afhing van het aantal gemaaide vierkante meters.
En misschien deed het dat ook wel.

Ondertussen droomde de buurt heimelijk van een grasopstand.
Van een wildernis.
Van madeliefjes, klavers, bijen en stilte. En meer vlinders en bijtjes, want ja als men het gras al maaide voor het kon opstaan dan bleef er niet veel over natuurlijk.

Maar voorlopig bleef het bij dromen.


Want daar kwam Geert weer.

Trrrrrrrrrrtrtrtrtrrrrrrrrrrrrrr…

Back to top button