Korte Verhalen

Geert, en zijn Winderitus

Featured Image

Geert, en zijn Winderitus

Geert was veertig, van goeie komaf — tenminste, als je boerenbloed en een voorliefde voor trekkerwedstrijden, brommers kiek’n daartoe rekent. Hij had tot voor kort bij zijn vader en moeder gewoond, waar hij zich jarenlang had laten vertroetelen met stamppot, sokken zonder gaten en een wc waar niemand ooit iets zei van een gezellige flinke wind.

Maar sinds kort woonde Geert bij Jannie. Jannie zijn liefje, Jannie was van de stad. Ze werkte op kantoor, droeg nette jassen en at buitenlandse gerechtjes. En hoewel de liefde tussen hen voorzichtig begon op te bloeien — zoals een madeliefje tussen de stoeptegels — had Jannie één zwakke plek: haar reukzin.

Geert hield namelijk van het vrijlaten van winden. Niet stiekem, niet bescheiden — nee, in volle glorie. Het liefst met een klein hupje erbij, of een grinnikje alsof hij zojuist een mop had verteld die alleen hij snapte. Zijn trots op deze gave was onbegrensd.

“Geert!” riep Jannie dan, als het huis weer eens trilde op z’n voegen. “Dat moet je niet binnen doen, dat moet je buiten doen!”

Geert bromde dan wat, maar hield zich in. Soms. Tot die ene zomeravond, toen ze met de hond wandelden door de wijk, en Geert dacht: nou, dít is mijn moment. Dit is weer zo’n momentje.
Met de blik van een schutter die zijn doel in het vizier heeft, liet hij er eentje klappen die de bladeren van de struiken deed ritselen.

Jannie draaide zich met het schaamrood op haar kaken en met vuur in haar ogen om.
“Geert toch! Dat moet je toch niet op straat doen!”

Geert keek haar aan, verontwaardigd, als een kalf dat voor het eerst hoort dat gras niet mag.
“Ja wáár moet ik ’t dan doen, Jannie?” brieste hij. “Ik mag ‘t binnen nie doen, ik mag ‘t buiten nie doen — moek dan op ’t dak goan zitten?!”

De hond keek op, snuffelde even, en liep toen demonstratief een meter naar rechts.

Jannie zuchtte. Geert keek haar aan, met dat guitige gezicht waar je niet écht boos op kon worden.
Ze pakte zijn hand.

“Misschien,” zei ze zacht, “moeten we gewoon een schuurtje bouwen.”

Geert straalde. “Met ventilatie?”

“Met dubbele ventilatie.”

Ze liepen verder. De lucht was zuiver, de liefde ook. Voor even. Voorlopig.

Back to top button