De Twee Boeren

De Twee Boeren
Er waren eens twee boeren in een ver land — een land waar de regen niet meer viel, en het recht te koop was voor een zak meel of een leugen met tanden.
De eerste boer, Eli, was kalm van aard. Hij hield van zijn grond, zijn dieren, zijn vrouw met haar kersenlippen en zijn kinderen met modder op hun knieën. Zijn akker was klein, maar zijn hart groot. Hij werkte hard, loog niet, stal niet. Hij had niets te verbergen — behalve zijn angst voor de mannen met geweren die op de heuvel woonden.
De tweede boer, Karim, had een grote mond en nog grotere plannen. Hij verpatste zijn buren aan de lokale commandant, stal geiten, verkocht beloftes en groef kuilen voor wie hem in de weg stond. Zijn akker was gestolen, zijn geld zwart als olie, zijn glimlach scherp als glas.
Op een dag begon het vuur te kruipen door het land. Oorlog. De huizen brandden, de vaders verdwenen, en de lucht werd dik van verdriet.
Eli bleef. Niet omdat hij dom was, maar omdat hij geworteld was als een oude boom. Zijn geweten was zijn kompas, zijn grond zijn thuis. Hij had nooit iemand kwaad gedaan en vreesde geen gerechtigheid.
Karim vluchtte. Niet omdat hij zwak was, maar omdat hij wist wat hij gedaan had. Hij pakte zijn zakken, zijn vervalste papieren, en ging op weg — naar een land waar niemand zijn naam kende. Daar, in het rijke Westen, zei hij: “Ik ben een slachtoffer. Geef mij geld. Geef mij een huis. Ik heb recht op meer.”
En men gaf. Want men dacht: Ach, hij is gevlucht… dus hij zal wel goed zijn. Het zal wel niet voor niets zijn dat hij gevlucht is. Dat doe je niet zomaar toch?
Maar het land waar hij aankwam, was niet gemaakt voor zijn aard. Hij bracht zijn streken mee, zijn minachting, zijn sluwe glimlach. Hij had geleerd in zijn eigen land hoe je buigt voor wapens, hoe je neemt zonder geven, en hoe je lacht terwijl je liegt.
Mensen begonnen zich af te vragen: Waarom voelt dit niet goed? Waarom verandert ons land?
En niemand sprak over Eli. Die zat daar nog steeds, onder de olijfboom, in de stilte, omdat hij wist dat niet iedereen die blijft, dom is — en niet iedereen die vlucht, onschuldig.
Niet iedereen die vlucht, deugt.
Niet iedereen die blijft, liegt.
De wereld is grijs — maar we moeten leren kijken, écht kijken, voordat we ons hart of onze grenzen openen.
-De politiek kijkt weg en begrijpt het blijkbaar niet.
Veel Links georiënteerde mensen zijn naïef te noemen.
Mensen die niet zo goed nadenken, niet begrijpen en niets meemaakten begrijpen wat dit kan veroorzaken in ons land.
Je past je aan, je bent dankbaar als je ergens kunt leven, waar je kunt leven zoals hier…
Maar zij kennen vaak die dankbaarheid niet.
Er zijn mensen uit landen waar men die dankbaarheid wel heeft, waar men wel fatsoen heeft geleerd.
Maar vluchten doe je uit echte noodzaak, of uit criminele wanpraktijken!