Kinder verhalenKorte Verhalen

De Koning en Zijn Knorrende Koninkrijk

Featured Image

Er was eens een koning die zó dol was op varkens, dat hij ze overal om hem heen wilde. En dus… haalde hij ze vanuit het buitenland allemaal naar zijn land. Heel. Erg. Veel. Varkens.

In dit sprookje – dat misschien wel een beetje op de echte wereld lijkt – ontdekken de mensen iets belangrijks: je kunt wel boos zijn op varkens omdat ze varkens zijn… maar soms moet je toch echt even naar het paleis kijken.

~*~
Er was eens een koning. En die koning… die hield van varkens. Niet een beetje. Nee, écht heel erg veel. Hij kocht varkens en nog meer varkens, en toen hij dacht dat het wel genoeg was, kocht hij er gewoon nóg een paar. En nog een paar. Het was een verslaving geworden.
Tot zijn hele koninkrijk er vol mee stond.

De varkens snuffelden en knorden en rolden door de modder. Alles werd vies. De straten, de huizen, de mensen. En het ergste: de tuinen! Geen bloem was nog  veilig. Je plantte net een rozenstruik en hoppa, daar kwamen de varkens alweer, met hun lompe poten en hun scherpe sabeltanden.

Ja, want deze varkens hadden tanden als messen, zo scherp, dat ze zelfs af en toe hun verzorgers beten.  Niet expres hoor. Zo waren ze nou eenmaal. Een varken weet toch ook niet wat wel en niet mag? Die is zo dom als een varken. Die denkt: “Oh, een mooie tuin. Leuk! Die ga ik lekker omploegen met m’n snuit.” Tja.

De mensen begonnen te mopperen. Eerst zachtjes, maar al snel luidkeels. Sommigen werden zó boos dat ze de varkens begonnen weg te jagen, alsof het hun schuld was. Maar eigenlijk… eigenlijk had het varken geen schuld.

Want wie haalde die beesten nou allemaal binnen?

Juist. De koning.

Maar die zat veilig in zijn paleis. Met een gigantische tuin. Prachtig onderhouden, geen moddervlekje te bekennen. Geen varken te zien. Nee zeg! Dáár mochten ze niet komen. Veel te zonde van zijn mooie tuin.

En toen, na jaren van geknor en geklaag, stond er ineens iemand op. Die wees naar het paleis en zei:
“Zeg… we kunnen wel blijven mopperen op die varkens, maar moeten we niet gewoon even aankloppen bij de man die dit allemaal begonnen is?”

En ineens zagen de mensen het.
Heey verdomd ja! Natuurlijk!

De varkens waren misschien lomp en onhandig, maar zij hadden zichzelf niet uitgenodigd.
Je kon wel boos zijn op een varken, maar dat was zoiets als schreeuwen tegen een steen: zinloos én een beetje dom.

Dus trokken de mensen naar het paleis.

De waarheid werd gezegd! Die mocht ook gezegd.

De koning keek verdrietig toen hij het hoorde. Hij hield zielsveel van zijn varkentjes. Maar hij begreep het. Er waren gewoon té veel varkens geworden. Dus zuchtte hij diep, gaf zijn varkens een dikke knuffel en stuurde er een heleboel naar verre weggistan landen waar nog plek genoeg was voor modder, knorren en gesnuffel.

En zo… leefden de mensen weer vredig, met bloemen in hun tuin en schone schoenen aan hun voeten.
En de varkens? Die hadden ruimte genoeg om te rollen, te knorren en te bijten met hun scherpe sabeltanden – zonder dat iemand daar boos om werd.

En ze leefden nog lang en gelukkig. Allemaal.

Vond je dit verhaal leuk?
Steun mijn verhalen door ze te delen met anderen 💫
👉 Kopieer de link, stuur ‘m door, of deel hem op social media

Back to top button