De Droom, de Kus en de Jankende Hond

De Droom, de Kus en de Jankende Hond
Ik zweefde in mijn geweldigste droom ooit op een roze wolk, zo licht als een suikerspin.
En daar was hij — de man met de glimlach incl mm baardje die boter deed smelten en sterren deed flonkeren. Met zijn lange Jezus haren over de schouders. We zaten zó dicht bij elkaar in een bruin café ofzo dat Cupido zelf nerveus in een hoekje stond te trappelen.
En toen gebeurde het:
De DrooMTongzoen van het Jaar 2025.
Vuurwerk, engelenkoortjes, zelfs de melkweg draaide een extra rondje van blijdschap.
Onze tongen kwamen warmig tegen elkaar aan als slakken die elkaar voor over en onder de kleffe kleeflijven liepen.
Lekker klef en nattig. Dat duurde best wel even, dus ik kon er na jaren wel echt even van genieten. Net echt!
“Ben je dan nu mijn vriendinnetje?” fluisterde hij, zijn ogen twinkelend als discoballen op een vrijdagavond.
Ik zei zwoelerig. “Wil je mij dan als je vriendinnetje?”
Zijn brede glimlach antwoordde alles: Natuurlijk! Wie wil dat nu niet?
En net toen ik ons geweldige relatie sprookje verder wilde dromen, sloeg de realiteit toe als een natte dweil:
WAF! WAF! AWROEHHHHHHHHH!
Ik schoot overeind in bed, mijn hart nog half in de droomwereld.
De herdershond van de buren — een viervoeter met het stembereik van een ronkende motorzaag — besloot om zes uur ’s ochtends een eenpersoons opera op te voeren.
Ik verzuchtte dramatisch, plofte terug in de kussens, en mompelde:
“Zelfs honden zijn jaloers tegenwoordig…”
Ik trok de dekens over mijn hoofd.
Misschien, heel misschien, kon ik die droom nog terughalen.
En anders… adoptieformulieren voor de buurhond aanvragen.