Categorie: Korte Verhalen

Stemfraude?
Stemfraude?

Bij het stembureau stonden ze allen bij de deur.
De vuilniszakken vol stembiljetten.
Zo Jaap, gooi jij ze in de papierversnipperaar?
Is goed jongen. Jaap zeult even later met de zakken en begint aan de klus om alle stembiljetten te vernietigen.
Best jammer mompelt hij nog, al die mensen voor niks komen stemmen.
De uitslagen waren allang bekend.
VVD had veel geld gestort in de staatskas, getrokken van alle arme mensen in het land.
Het kon niemand iets schelen, dat ging al jaren zo, corruptie ten top.
Daarom ging men diep in de nacht, altijd aan de gang met de mega stem fraude, als alle mensen sliepen en droomden dat hun partij had gewonnen, maar zo ging dat dus helemaal niet.

©AngelWings

Ze had een wonderlijk mooie poes.
Ze had een wonderlijk mooie poes.

Ze had een wonderlijk mooie poes.
Mano was uitgenodigd bij de knappe dame die avond.
Ze was uiterst aantrekkelijk, dat had Mano al wel gezien.
Ze hadden al enkele uren met elkaar gepraat over allerlei en telkens dacht hij; “Wat een aantrekkelijke vrouw is zij”. Misschien flirte ze met hem, aan haar ogen te zien en de pretlichtjes daarin, meende hij toch wel dat ze enige interesse had. Heb je zin in een wijntje, vroeg ze glimlachend aan hem.
Waarom ook niet, de avond was nog jong.
Ze schonk twee wijnglazen in met rode wijn.
Het was laat, later dan laat en eindelijk, mocht hij blikken werpen op haar lieftalligheid.
Ze had een wonderlijk mooie poes.
Nog nooit had hij zoiets aanschouwt.
Prachtig zacht aandoende haren die opblonken bij elke lichtflakkering van de brandende kaars. Het leek wel zijde.
Zo zacht en lieflijk, hij wilde haar aanraken daar.
Hij kon zich nauwelijks inhouden.
Het leek wel goud dat er blonk.
Ooit had hij een foto gezien van een Arabisch paard dat leek te bestaan uit goud, zo leek hem dit ook toe.
Zou hij het haar vragen?
Mag ik dat aanraken?
Vind je dat wel goed?
Hij zuchte eens diep, vol verlangen keek hij naar haar…
Wat een schoonheid was ze toch.
Hij zou veel aan haar kunnen verdienen.
Zeker wel.
Hij zou haar laten zien, aan velen.
Hoe kon hij ook anders, dit mocht hij niet verloren laten gaan in een achterkamertje natuurlijk.
Dit moesten mensen zien en mogen ervaren!
Plots raakte hij haar aan, ze spon ervan, haar rug kronkelde wat omhoog, zodat hij haar daar kon aanraken.
De rillingen liepen hem over zijn rug, dit was waarvoor hij gekomen was.
Nogmaals raakte hij haar aan, en masseerde haar.
Haar groene ogen keken hem aan, diepgaand, doordringend ook. Er was een klik dat wist hij zeker, dat was enkel goed voor hem.
Hoeveel vraag je ervoor vroeg Mano nadenkend.
Hij streelde haar zachtjes.
Oh 2000 euro zei ze liefjes, ze glimlachte weer naar hem.
Met haar prachtige stralende lach.
Hmmz bromde hij, dat had hij er wel voor over.
Het kon hem niets schelen hoe duur ze was.
Hij moest en zou haar hebben en wel nu meteen!
Hij rekende af en nam de poes in ontvangst, hij kreeg nog een stamboom mee en wat papieren.
Hij was een gelukkig man, met deze bijzondere poes kon hij het ras verder uitfokken tot een nog beter en perfecter ras dan het nu al was.
Ronkend klom de poes kroelend tegen zijn broekspijpen aan.
Kom maar meisje, zei hij ademloos en hij tilde haar op om haar in het reismandje te doen.
Dank je wel zei hij tegen de inmiddels voormalige eigenaresse.
Hij was nu de eigenaar van deze prachtige zijdeachtige goudkleurige poes!
©AngelWings

Een nieuwe baan?
Een nieuwe baan?

Mijn nieuwe baan begon al goed.
Wat een nerds waren mijn nieuwe collega’s.
Vreselijke witte maadachtigen, beiden brildragend met het brilmontuur uit de jaren 1970.
Het schijnt mode te zijn, maar ik kan er niet aan wennen.
Naast mij staat een nerdje stoer te zijn, met te weinig baardgroei, dus laat hij zijn oorpannelappen maar groeien ofzo.
Het ziet er zo niet uit.
Een soort veredelde bakkebaard, maar wel een hele vreemde soort.
In principe is het mijn tweede werkdag, maar omdat ik neergeslagen werd door een heftig griepvirus, moest ik mijn eerste werkdag wel afzeggen. Gezien ik gisteren nog platlag de hele dag met 39 graden koorts, belde men mij toch nog op, om mij te manipuleren en te sommeren om vandaag toch aanwezig te zijn.
Ik heb mij vermand om op deze dag toch mijn heftige griep te bezweren, op de één of andere wijze en toch aanwezig te zijn, al sta ik te tollen op mijn benen, met medeweten van mijn nieuwe collega’s uiteraard.
Dus daar sta ik dan in de winkel, een baan te hebben met nerds.
Wie had dit verwacht?
Ik niet. Ik hoest wat af uiteraard. Maar aangezien men als nerd denkt mij te mogen zien als de nieuwkomer en ik moet doen wat zij van mij verwachten, denken ze mij te mogen misbruiken als pispaaltje blijkbaar.
Hier ga ik dus niet mee akkoord ook al zal ik dit niet rechtstreeks verwoorden.
Er is iets vreemds gaande in deze zaak, niemand mag hier zitten.
Ze verwachten blijkbaar dat je als mens een hele dag, uren blijft staan?
En dat met mijn griepvirus in mijn donder?
Dit ga ik niet volhouden dus dat is duidelijk, zelfs niet met paracetamols in mijn body.
Ze sturen mij naar boven om een dossier op te halen. Ik moet twee trappen op, bedankt, is er dan niemand die enig gevoel heeft richting mijn ondanks griep aanwezig zijn en toch moeten doen wat zij verwachten?
Doodop sta ik bovenaan de trap te hijgen van alle inspanningen en koorts die ik toch overduidelijk nog heb.
Die enkele uren dat ik aanwezig ben, sturen ze mij 20 x de trappen op en af.
Alsof het niets is en blijkbaar genieten deze spermacellen er enorm van, hun armetierige macht over mij, de nieuwkomer. Ze kennen mij nog niet blijkbaar.
Ik doe wat zij zeggen, en zie het met lede ogen aan.
Na vijf uren staan en gewouwel van deze twee lelijkerds, over seks en vrouwen, waarbij ik mij werkelijk afvraag welke vrouw daar ooit het bed mee zou willen delen, ben ik het dan ook zat.
Ondertussen hoest ik al mijn bacillen op hun toetsenborden, koffiebekers, hoest ik in mijn hand en raak alle deurknoppen aan met een likje spuug, als na enige tijd een collega, mij angstig aankijkt. Ik hoop niet dat ik krijg wat jij hebt.
Hoezo? vraag ik hem nog droog. Nou volgens mij krijg ik ook al kriebelhoest.
Hij kucht wat. Ik kijk hem aan, het is een hele zware griep, zeg ik meedogenloos.
Hij begint inderdaad snel. Dus pas maar op.
Ik wens hem werkdagen toe tollend op zijn benen waarbij hij niet mag zitten.
Net zoals ze mij behandelen nu.
Na nog een uur vertrek ik, eerder dan moest.
Ik ben zo ziek als een hond, ik ben gegaan met als dank, een wreed stel nerden collega’s waar ik geen behoefte aan heb in mijn belevingswereld. Zo ga je niet met mensen om nml.
Thuisgekomen val ik plat neer op de bank en moet ik flink bijkomen.
Het eerste wat ik doe als ik wat bijgekomen ben, is mijn ontslag indienen.
Ik lik nog eens flink langs de enveloppe en kuch er nog eens in.
Ik plak hem dicht, die kan later op de post.
©AngelWings

Oma Truusje
Oma Truusje

Oma Truusje
Oma Truusje was nogal dementerend. Ze woonde nog heel zelfstandig op haar selfie. Gelukkig voor haar alleen voor omstanders wat minder prettig.
De buren werden wel eens enorm moe van de opmerking van Oma Truusje over de schutting.
Het hondje was weer eens weg.

Men was een uur dat hondje gaan zoeken, want oma Truusje zei dat het hondje weggelopen was. Uiteindelijk zat het arme dier al de hele dag in de toilet ruimte opgesloten.
In slaap gevallen op een zacht krullig matje voor de wasbak.
Neem het dat dier niet kwalijk.

Maar dat oma Truusje na een uur alweer over de schutting riep dat Dotje weggelopen was.
Werd de buurt ook wel te gortig.

De buren doorzochten dan ook maar eerst de woning want, Dotje was altijd wel ergens weggestopt, soms in de kledingkast.
Een oeroude Friese kledingkast, zo groot dat het een hele muurwand bedekte.
En daar lag het Dotje dan te slapen.

Oma Truusje was al 91 jaar oud. Een beetje veel en erg doof. Bij de pinken op een bijzondere manier want ze kon alles zelf nog en had zelfs internet en een facebook!
Waar soms wat te vaak dezelfde berichten verschenen….maar dat nam men haar maar niet kwalijk.
Ze had een best grote vriendenkring op facebook zelfs.

Alle therapeuten waren inmiddels toegevoegd van de tenenknipeksteroogdame, tot de kapster en de fysiotherapeut, iedereen was vertegenwoordigd.
De huisarts had helaas geen facebook anders had zij hem vast ook nog toegevoegd.

Oma Truusje dat was me er dus eentje zogezegd.
Met haar welgevormde watergolf in de prachtige kleur ijzig wit, zag ze er nog fruitig uit op haar leeftijdsjaren.
Haar blauwe oogjes keken pienter de wereld in en haar lieve zachte mond, verrimpeld en wel deed menigeen toch een lieve lach naar de oude dame werpen.
Op een dag bemerkte de oude dame een vage drukverdwijning van haar douchesproeier en nogal bij de tijds, trok ze haar voordeur luik open om te zien of er een lekkage plaats had gevonden onder de bejaardenwoning.
Oma Truus kroop op handen en voeten en dook bijna onder het huis, met haar hoofd flink naar beneden dat kruipgat in.
Ze graaide met haar geaderde oude handen in de natte aarde onder de woning.
Kleddernat, zeik, het droop er vanaf zeg maar.
Oma Truus ging langzaam weer zitten, lekkage dus?
Hmm oma was die dag best nog in orde, maar door dat gebuk en de pijn in haar oude knieën…
maar goed ze klom in de telefoon en belde de woningbouw.
Lekkage, ja hoor, onder mijn huis, zei ze nog.
Er zou direct iemand komen beloofde men.
Dat was fijn, murmelde oma Truus.
Ondertussen had de bloeddruk flink de oude hersenpan bereikt van oma Truus, en even later opende ze warrig de voordeur.
De vriendelijke meneer van de woningbouw dook meteen onder in het kruipgat voor de deur en ging aan het werk.
Oma Truus schonk zichzelf wankelend een kopje koffie in en ging zitten in haar leunstoel voor het raam.

Na een uur haalde ze krant uit de brievenbus, en zag dat het kruipgat openstond, wat vervelend zeg was die man zomaar weggegaan zonder iets te zeggen?
Oma Truus trok met veel kabaal de houten plaat op het kruipgat.
Ze deed netjes de vloerbedekking eroverheen en stampte dit wat aan.
Zo dan, tevreden liep ze naar de woonkamer.

En las het krantje van die dag in haar leunstoel voor het raam.
Zo vond men haar de volgende dag, met open starende ogen, een beroerte.
Snel nam men de oudere dame mee richting het ziekenhuis waar zij 2 maanden moest revalideren.
Uiteindelijk kwam zij dan weer thuis opgeknapt en wel.
Dat was wel fijn.
Bij de deur riep oma Truus uit dat het wel stonk in haar huisje!
Of iemand het huisje wel schoon had gehouden en waar Dotje was!
Nou Dotje was bij de buurvrouw geweest en had flink gesmikkeld dat was te zien aan het dikke middeltje van het kleine mormel.
Maar wat er toch zo stonk? Niemand wist het…

De gemeente werd er bij gehaald want die geur was echt te erg voor woorden.
Uiteindelijk trok men het luik open richting de kruipruimte, vol walging liep men weg…
De arme werkman van de woningbouw, was 2 maanden daarvoor gestorven… en lag daar nog, onder het kruipgat, in wanhoop lagen zijn handen nog klauwend richting de opening in de kruipruimte.
Hierna moest oma Truus toch naar een verzorgingshuis, het was haar schuld niet maar toch hé?

©AnGeL-WinGs

Kort verhaaltje over Jezus
Kort verhaaltje over Jezus

Ut was even geleden, een tijd.
Toen der langs de weg een man zat te bedelen, in Amsterdam.
Enkele aardige mensen geven hem wel eens wat geld, maar het merendeel had zoiets van, ga een uitkering halen loser!
De man kan namelijk niet werken, want hij is blind.
Op een dag hoort de man een bepaalde beat komen vanaf de dam, er is iets aan de hand, maar wat weet hij niet.
Op de dam staat Jezus uit Marokko, en hij verteld leuke verhalen en zingt er dan een rapnummer bij.
Het is er heel erg druk, met veel Marokkanen.
Heey, roept de blinde man, Help mij dan toch!
Jezus Help mij… ik wil werken!

Nou Jezus stapt op de blinde man af, en vraagt waarom hij dan niet wil werken?
Jonguh ik wil best werken maar ik kan dat niet ik kan niets zien!
Tjonge zucht Jezus uit, Jezus is een slimme jonguh die veel doorziet.
Hij schudt zijn bontkraagje eens op en krijgt een idee.
Heey weet je wat jonguh, als je die bril nu eens afdoet.
Jezus grijpt de zonnebril af bij de blinde man en, zie daar!
Een wonder was geschiedt.
Alle Marokkanen stonden om hen heen en klapten in de handen.
Heey Jezus heeft het hem weer geflikt, de man kan weer zien!
Hoera voor onze Jezus!!!
En Jezus glimlacht stoer, en maakt meteen weer een rapnummer over dit gebeuren.

Eey meisjuh, ben je daar, ik zag je niet.
Ik had staar, op mijn zonnebril, toen ik die afdee
Zag ik jou, asjemenouw, asjemenouw….
Iedereen klapt om dit nieuwe nummer.
Jezus is echt te gek.
Jezus kijkt nogmaals naar de man op de grond.
Eey jonguh je ken weer zien, ga eens werken dan!

Nou zegt de man nog zittend op de grond: Waarom ik, er zijn er zoveel hier die ook kunnen werken.

©AngelWings

In een durp ver weg…
In een durp ver weg…

 photo 710-humor_zpsf51a8891.jpg

Het was in een klein durpien, dat er een heus feest werd gehouden.
Verduld dat was mie toch wat! De durpsbewoners waren er best bliede mee.
Dat hen dat mocht overkomen een echt durpsfeest.
Dat hadden ze nog nooit meegemaakt.
Maar de nieuwe burgemeester was best een frisse jongeheer en hij wist er wat van blijkbaar.
De dag van het feest brak an en doar waren heel veel omdurpelingen die ook kwamen kieken.
Het was een drukte van jewelste.
Er was veur het plattelaand van alles te doen natuurlijk.
Het spel, trekdenezeldestattevandekonte, hierbij moest men proberen om de staart van een ezel uit zijn kont te trekken, dat lukte nooit en het gevolg was natuurlijk hilarisch voor die boeren, dat de ezel een fikse trap achteruut deed.
Dan had je ook nog, koeivlattensmieten, nou dan pakte je een hand vol koeienstront en smeet dit iemand in het gezicht. Dat was zo hilarisch.
Dit werd dan ook drok bezocht.
Verder had je nog hooimeidenzuuken, dan moest je in een handvol strooi de mijt eruut vissen.
Minder geliefd maar de pries was dan wel leuk, 10x reetdrukken met de stier van boer Harms.

Je moest dan met de konte tegen de konte van de stier drukk’n en kieken of ie de stier achteruut kon duwen.
Verder hadden ze nog een springderin, dan moest je in de sloot springen en iemand aanwiezen die der na jou in moest springen.
Struukneuk’n was erg in op de late avond. Verliefde stelligies mochten dan naakt in de struuk’n duuk’n en doar hun ding doen.
Verder had je nog lebberdie, dan moest je een vrouw een lebber met de tong geven in haar mond, wie het was mocht je niet zien, je kreeg dan een boerenzakdoek om de kop gebonden.
Vaak duwden ze oude oma’s naar voren. De boeren hadden enorm veel schik.
Zakkenlopen deden ze niet aan dat vonden ze zo kienderachtig. Nee zakkenveul’n was toch veel leuker? Dus zakkenveul’n, dan moest een boerendochter voelen aan de zak van een kerel wie hij was. Als ze het geraden had, mocht ze een kus van deze boer hebben.
Pantyroek’n was ook erg in, dan moest een vent aan de panty’s roek’n van vrouwen en dan raden wie het was. En dat kon van alles wezen, je oma, je moeder, je eigen zuster zelfs. Het kon ze niet bommen. Allerlei vrouwvolk had een panty ingeleverd die niet gewassen was, en de voetzolen mocht de kerel dan beroek’n.
Ja het waren nette mensen in dat durpie! Geen kroesgeroek doar.
Voor de echte boeren was er nog, herkenjekoeien, dan moesten ze door middel van ruiken en voelen aan koeienstront ruiken welke koeien van hen waren.
Men kon dan een varken winnen.
Dat nam nauw want als een boer zijn eigen koeienstront niet herkende dan moest hij 100 euro inleggen. Dan had je nog prikdestokkeinhethokke…hierbij moest kerels dan met een prikstok, een boerenwief in haar kruus porren, ze zat dan op de grond in het stro, met de benen wied, en een dikke rokke an.
Dan moest de kerel met de stokke het kruus raken. Als dit lukte zei de vrouw; Tok ik veul de stok.
En dan won de kerel een doos met eieren.
Altijd leuk wat extra eier derbij.

Er was ook smokopdebok. Hierbij gingen verliefde lui op de sik zitten en probeerden elkaar dan te kussen, terwijl de sikken in een klein weitje probeerden rond te lopen met die zware last op de rug.
Eierklotsen was ook erg in trek, hierbij gooide men de boerenbroek vol met eieren, en dan moesten ze heen en weer bewegen met de heupen om zo de eieren te klutsen.
Als alle eieren stuk waren, won men een dreuge worst van slagerij Heersma.
Dat wol iedereen wel natuurlijk.
Die waren heerlijk namelijk.
Zwientjeindemik, hierbij ging men een varken met de  mond kussen, en dan moest men de tong in de neusgaten van dat zwien drokk’n, als dit lukte won men een kalfje.
Dus ook hier deed men enorm zijn best, het was een pracht vaarskalf nml. die iedereen wel wilde winnen. Achter de kerk was een spelletje dat niet iedereen mocht bezoeken.
Drokhemderin. Alleen getrouwde stellen mochten hier aan meedoen. Dan had de boer zijn rits losgetrokken en ging hij achter de vrouw aan, ze moest een rondje om de begraafplaats rennen en dan tegen een grafsteen aan gaan staan, de eerste boer die de rokken van zijn wief omhoog had en hem derin had gestopt had gewonnen.
Ja zo ging dat daar in dat durpien. Het was vreselijk gezellig vonden ze allemaal en zeker voor herhaling vatbaar.
Men ging de burgemeester lastig vallen met vragen of ze dit niet elke maand konden doen.
Zo gezellig was het geweest, de burgemeester vond het prima en zo ontstond de boerenmarkt in dat durpien.

Kappers tegenwoordig
Kappers tegenwoordig

Zo mevrouwtje, u ziet er weer prachtig uit.
Met een zwaai trok de kapster de rode cape van de schouders, veegde wat haartjes weg, en mevrouw kon opstaan. Onzeker bekeek ze zichzelf in de spiegel van de kapper.
De inmiddels getrainde kapster, ging er direct op in.
Mevrouwtje wat staaatttttttt u dat toch pittig, geweldig. U lijkt wel tien jaar jonger.
Gerustgesteld staat de vrouw op uit de stoel.
En ze betaald bij de kassa.
De kapster zucht opgelucht, ze kan namelijk niet knippen, enkel stekeltjeshaar en korte koppies.
Ze prijst zichzelf dan ook altijd goed aan.
De net geknipte vrouw, loopt door de deur en stoot hierbij per ongeluk een jongeman aan.
Heey Lullo kun je niet uitkijken, zegt hij kwaad.
Verbaast kijkt de vrouw om, naar de kapster.
Welke tegen haar hoofd tikt en vriendelijk glimlacht.
Oké toegegeven die vrouw lijkt nu op een man, maar ze heeft haar geld verdiend. Wat maakt het dan nog uit immers?

 

Hannes en Jan Godenzonen -verhaaltje
Hannes en Jan Godenzonen -verhaaltje

Hannes en Jan Godenzonen -verhaaltje

Heel lang geleden op het woonwagenkamp van Aartien, was er een nieuw geloof ontstaan. Namelijk dat Hannes van Beertiena de zoon was van God.
Iedereen geloofde dat op het kamp en dit ging jaren door.
Eeuwenlang wist men dat ”Hannes”, de Goden zoon was geweest onder de kampers.
De meesten geloofden er heilig in, Hannes was diegene, die alle woonwagens die kapot gingen, zomaar wonderwel gerepareerd werden zonder dat Hannes eronder lag te prutsen.
Nu dat was toch wat.
En als Hannes met zijn grote handen op iemand zijn lijf zijn warmte energie doorgaf was diegene direct genezen voor lange tijden. Koppijn, rugpijn, alles haalde hij weg, hij had zelfs een kind uit de dood opgewekt.
Ja, men wist het nog goed te vertellen.
Het ging over van grootouders op de kinderen en ja, wie geloofde er nu niet in de heilige Hannes.
Iedereen, hoewel?
Op een groot woonwagenkamp in westersmilde, was een kamp dat niet geloofde in de heilige Hannes, maar in de heilige Jan!
Jan dat was me er een, die kon alles, 5 eeuwen terug, werd hij geboren bij Jantien, en Jantien had hem zonder seks ontvangen. Wat dat dan was wist men niet precies. Misschien had ze haar hoogblonde zoon wel gestolen van rijke mensen. Maar Blonde Jan, was heilig en een echte goden zoon.
Als Jan een kapotte woonwagen zag, was de wagen al klaar, alleen zijn blik was al voldoende nml. om de wagen weer in goed verkerende staat te doen verkeren.
Als iemand pijn in zijn kop had en Jan kwam deran, dan was het al over, hij zag en overwon!
Hij genas ook paarden, wat ze ook hadden, het was over als Jan langskwam en ze in het oor fluisterde.
Maar ene Hannes, nee daar wilde men niets van weten!
Kom, kom zeg onze blonde Jan! Dat was hem.
Niemand minder.
Dit kwam het woonwagenvolk op woonwagenkamp Duistereberg ter ore, en geloof me ze waren er niet blij mee!
Wat voor den donders had men nu weer bedacht een Blonde Jan!?
Kom zeg dat was geen volbloed kamper!
Geen denken aan.
Op een dag waren de gemoederen zo verhit dat men op weg ging richting het kamp van Blonde Jan!
Men moest even wat recht zetten, nu ging dat gepaard met rieken en harken en schoppen en veel bombarie.
Bij Jans kamp aangekomen, vond men een rustige bevolking die wat vreemd opkeek naar de wildebrassen van Kamp Hannes.
Wat ze kwamen doen enzo.
Nou eh dat leek hen wel duidelijk er was maar een Goden zoon en dat was Hannes, klaar en punt uit!
Wat zouden we nu gaan krijgen zeg.
Er volgenden wat vuistslagen over wie er nu gelijk had en dergelijke, zo ging dat daar.
Toen wat fikse scheldpartijen, toen wat doodsverwensingen over en weer, want niemand kwam aan hun godenzonen!
Nee geen denken aan.
Hierna schoot iemand van kamp Jan iemand dood van het kamp Hannes.
Een hele toestand.
Daarna schoot iemand van het kamp Hannes iemand dood van het kamp Jan.
En zo ging dat maar door over en weer.
We hebben het nu wel over vele jaren verspreid uiteraard, maar de dwaasheid?
In elk geval er bleef weinig kampvolk over.
Zowel Jan, als Hannes draaiden zich om in hun welbebloemde met kersverlichting verlichte graven.
Er was geen stoppen aan.
Tot op een dag Christelijk stiekem gelovige, slome Dientje, van kamp Jan, een mager scharminkeltje, haar kleine oogjes liet vallen op de kamper van het volk van Hannes, Harm was zijn naam en Harm was een mooi kerel.
Dientje hield haar oogjes niet van zijn lijf, en ook Harm kon dat deerntje dat zo teer en mager was wel waarderen.
Ze had mooie zwarte haren namelijk, heel lang tot over de billetjes ook al waren deze klein.
Heel stiekem gingen ze er vandoor een nacht en voor kampers betekend dit toch dat ze zo goed als getrouwd zijn!
Zo kwamen zij terug, in elk kamp, met uitgestreken smoelwerken.
Zo van wat willen jullie nu?
Dientje begon als eerste, dat ze enorm boos was op haar volk, want misschien had God wel meerdere zonen, hierbij keek ze verliefd naar haar Harm.
En waarom zou dat niet kunnen, al die haat en nijd, het moest maar eens over en uit.
Toen vertelde Dientje over Jezus dat zij daarin geloofde, en dat het eigenlijk niet uitmaakte wie nu echt een zoon van God was, want waren zij niet allen kinderen van God?
Had men daarom mensen gedood. Moest men zich niet diep schamen.
En ja dat deed men, die magere deern, zonder kont in der broekje, stond daar maar wat te kletsen maar ze had wel gelijk immers.
En Dientje en Harm waren gelukkig saam, moesten zij dat alles kapot maken omdat ze dachten dat ze gelijk hadden?
Men had veel om over na te denken, maar Harm maakte twee prachtige beelden, twee godenzonen, en met meer armen en benen en ogen, dan waar kon zijn.
Hij noemde het het Jan en Hannes beeld, de zonen van Gods stond eronder gebeiteld, daar was Harm goed in.
Steenhouwen.
Ze leefden hierna nog lang en gelukkig.
Het kan dus best wel!

©AngelWings

Man vrouw vice versa
Man vrouw vice versa

Minachtend bekeek ze hem vanuit sensuele ooghoeken.
Haar wimpers trilden, ze was intens gespannen, maar ze mocht hem niet.
Ze kon hem niet langer aan zien, voor haar ogen.
Ze vond hem te oud.
Die kerel wat dacht hij wel niet zeg, dat zij met hem?
Nooit.

Verrast keek hij op naar haar, hij had niet verwacht haar aan te treffen, daar op dat feestje.
Haar arrogante blikken verrasten hem nog meer.
Hij besloot haar niet te groeten.
Hij kende haar al een tijdje, maar ze was veels te jong voor hem.
Hij zou nooit durven dromen over zo een mooie meid, en de liefde.
Dat was voor hem vast niet weggelegd zoals zoveel dingen niet.
Hij had zich daar wel bij neergelegd.

Ze danste op de muziek en speelde een rol die haar niet lag, speels en sensueel.
Waarom deed ze toch zo?
Omdat hij er was en soms een blik aan haar waardig keurde?
Arrogante kerel, dat was het meer niet.
Ze negeerde hem totaal. Ondertussen glimlachte ze gemaakt naar enkele vrienden.
Kronkelde ze haar slanke jonge lichaam in de maat van de muziek.

Wat deed ze vreemd tegenover hem, hij begreep het niet. Ze kon hem toch gewoon groeten?
Had hij haar iets misdaan? Ja, hij vond haar een prachtig mens, hij bedoelde er niets mee toen hij haar dat duidelijk maakte toen. Echt niets!
Ze was een schoonheid en hij hield nu eenmaal van mooie mensen zien en bekijken.
Fotografie was zijn passie juist daarom.
Stiekem keek hij naar haar hoe ze daar stond te dansen.
Wonderlijke meid was het, prachtig figuur, nog wel.
Geen kinderen nog, geen slopend leven blijkbaar?
Maar wat danste ze Goddelijk. Jammer dat hij zoveel ouder was als zij.
Spijtig dacht hij aan zijn leeftijd, 30 jaar ouder hij zou zich diep moeten schamen.
Waarom was ze niet eerder geboren. Als zij jaren voorheen voorbij gevlogen was, in zijn jongere jaren had hij er wel raad mee geweten.
Nu zag hij er vanaf. Hij was oud voor zoiets moois.
Hij dronk zijn glas leeg.

Tijdens het dansen keek ze om, stiekem zodat hij het niet zag. Wat was hij toch arrogant.
Zoals hij daar stond met dat glas in zijn handen.
Hij had best mooie handen vond ze. Maar daar wilde ze niet aan denken.
Ze zag zijn donkere ogen blikken naar zijn glas, niet naar haar.
Wat deed hij nu?
Achteloos gooide hij het bekertje op de grond en ging weg.
Hij ging weg!!!!!!!!
Verschrikt staarde ze naar de lege plek, waar hij net gestaan had, weg…
Het feest leek leger, zonder hem als toeschouwer.
Ze zag hem weg lopen in de menigte, snel liep ze achter hem aan.
Nerveus zag ze zijn brede schouders voor zich.
Zou ze durven?
Ze tikte hem op zijn schouders.
Ze schrok van zichzelf. Dat ze dit deed, maar…die ogen, donkere poelen, diepten die ze wilde doorgronden of niet?
Hij was te oud voor haar, soms zag ze hem voor zich hoe hij kon kijken, hoe hij lachte en keek als hij blij was.
Hij draaide zich om.

Iemand tikte op zijn schouder. Hij draaide zich om en zag haar verschrikte ogen.
Ogen vol passie vol emotie, vol schaamte ook ergens.
Te jong dreunde het in zijn hersenen…dit kon niet, nu kwam ze achter hem aan.
Hij mocht niet…
Hoe vaak had hij niet haar lieve gezicht voor zich gezien voor hij in slaap viel.
Nee hij wilde dit niet.
Dit kon niet, hij had haar vader kunnen zijn of erger.
Nee dit kon niet, maar daar stond ze.
Glimlachend en onzeker.
Hai zei hij…

Hai zei ze onzeker, ze keek hem aan vanonder haar wimpers.
Leuk dat je er ook bent,… hier.

Wil je iets drinken, vroeg hij aan haar.
Ze knikte van ja…

Hij liep naar een barretje op de straat, en in zijn hand,
gleed een onzekere warme hand.
Een jonge vrouwen hand, wie had dat nu durven dromen?

 

 

©AngelWings

 

Koningsbraderie dag
Koningsbraderie dag

De stad rook Muffig naar verschoten en verschaalde lucht.
De geur van slaapkamers die nooit gelucht worden.
Oude verschoten oranje slingers sierden af en toe een straatlantaarn, waaronder kinderen in armoedige kledij oud spul verkochten onder het mom: Nu het mag van de koning, heb ik nog wel wat over.
Maar wat ze verkochten was van zeer slechte kwaliteiten.
Hier ging niemand een euro voor verschieten uiteraard.
Een eur was per slot van rekening altijd nog wel eventjes 2 gulden 20.
Voor deze prullaria was dat echt teveel gevraagd.
Teleurgestelde gezichten van vele kinderen.
Die de dag ervoor een armetierig koningsontbijt hadden mogen smaken op hun scholen die ook al bezuinigden dankzij het koninkrijk der Nederlanden.
De koning zelf deed er niet aan, al die flauwekul zeg van goedkoper leven, en inleveren, kom nou zeg!
Hups lekker nutella op brood en hagelslag van Venz!
Niks magere kipfilé voor de kindertjes, neen zoals Willy het zelf altijd at, gewoonweg ruig rondkomen met veel euries!
Zo moest dat zijn vond hij. Dat hij hierbij vergat dat de scholen gekort waren op gelden, dat er kindertjes waren die bijna nooit nutella op brood kregen, of venz, ach dat kon de pret niet drukken wel.
De meesten kregen niets op brood, misschien een vage veeg gore goedkope margarine inclu rotzooi.
En een beetje suiker, maar meer was niet mogelijk.
Deze feestdag wat het had moeten zijn.
Was niet meer leuk. De euro had alles verpest voor vele Nederlandse kinderen.
De media zeek over de buiten proportie zijnde kinder konings ontbijten met nutella en Venz!
Maar die waren er bijna niet en men deed net of de kindertjes daar enorm dik van werden.
Ja, na een dagje een koningsontbijtje! Daar werd je mega dik van en door.
De schande! Het werd overal besproken hoe erg dit wel niet was allemaal.
De koning zou het voorbeeld moeten geven nml.
Ja hallo?????????

Het is de koning die een flink lekker kinderontbijtje aanbood op kosten van de staat, wat verwacht je dan nog?

Inmiddels stonk de stad intens naar muffigheid, naar vage saaie slaapkamerluchtjes, naar een stinkend ochtendmeuren, zoals men ergens onbewust kende vanuit? Een vaag verleden ergens maar waar ook alweer, uit snurkende ouderparen die in één bed hun dromen waarmaakten met de deuren dicht.

Niemand kocht iets.
Men werd misselijk bij die geuren der ongewassenen.
Bij alle bezuinigingen in dit land, was waspoeder wel het eerste dat vergeten werd…

Dankzij één europa en die euro…was Nederland plots een ongewassen stinkend landje geworden.
De goeden daargelaten natuurlijk.
Maar dat waren er niet veel meer op de koningsbraderie…