Zoals het leven kan gaan

Zoals het leven kan gaan

Photobucket
Zoals het leven kan gaan

Jarenlang woonde hij al in de Schopenhauerstraat, twee hoog, keek hij vanaf zijn balkon uit op een parkeerplaats. Binnen zag hij weinig van de buitenwereld en leek alles rustig en afgesloten.
Rondom de parkeerplaats waren enkele bomen, grote eiken, honderden jaren oud.
”De vogelflat”, noemde hij het altijd, vaak gooide hij zijn oude brood, en pizzakorsten naar buiten op de parkeerplaats, voor de vogels die dagelijks allerlei kwamen pikken van de grond. Neergegooid dankzij alle flatbewoners, waren de mussen hier opvallend dik. Ze sjirpten dat het een lieve lust was en dit alles had zijn charme op de armoedige wijk. Jaap trok er nog vaak op uit met zijn oude bakfiets, en zocht zo wat oude spullen van de straat, spullen die hij opknapte om weer te verkopen. Zo had hij soms toch wat extra per maand en dat kon hij goed gebruiken. Jaap was nooit getrouwd geweest, hij was een ”vrijgezellige” vrijgezel en zo wilde hij dat houden. Hij moest geen vastigheid, maar soms knaagde het wel aan hem, dat hij nu zo ongeveer op leeftijd was, kinderloos en zonder partner de rest van zijn aanstaande oude eenzame dagen moest slijten. Maar dit alles kon hij niet ongedaan maken. Wat gebeurd was, was zijn eigen keus geweest. Hij was nu te oud voor een vrouw en kinderen vond hij. Zo kookte hij zijn eigen kostje, van slecht makelij want koken lag hem niet zo. En de snackbar was om de hoek, dus vaak haalde hij een bakkie patat met een ”bereklauw” en dan had Jaap wel weer genoeg voor de hele avond.
Hij ging vaak ook vroeg naar bed. Wat moest hij doen de hele avond, de tv stelde ook niet veel meer voor tegenwoordig, vooral de reclameblokken waren een ergernis voor hem. Dus dook hij er vaak vroeg in. Plannen maakte hij niet voor de volgende dag, hij zag wel wat er kwam of niet kwam. Hij nam het leven zoals het kwam. Niets meer niets minder. Maar op een avond, terwijl hij net zijn hoofd op zijn smoezelige kussen legde, hoorde hij een vreemd geluid. Hij ging rechtop zitten en greep door zijn ruige blonde kuif. Het was niets, vast katten die ruzie hadden. Hij wilde weer gaan liggen en weer hoorde hij een vreemd geluid dat hij niet kon thuisbrengen. Het leek op huilen,…Jaap stond op van zijn bed en ging naar zijn woonkamer, opende het raam aan de voorkant en luisterde aandachtig. Hij had kippevel op zijn armen, iets klopte niet, hij voelde het. Hij wist het. Maar wat was er loos? Buiten heerste een intense stilte en..wacht, weer hoorde hij een zielig gehuil. Wat was dat, vroeg hij zich af.
Snel trok hij zijn joggingbroek aan en een vest, en op zijn sloffen ging hij de trappen af naar beneden. Buiten stond hij afwachtend’,… of hij het geluid weer zou horen en ja, op de parkeerplaats was iets gaande. Jaap was niet bang, hij liep erop af. Weer hoorde hij niets, maar even later weer wel. Een zacht snikken, duidelijker nu. Jaap liep naar het geluid toe, hij zag niets in het donker. Even stond hij stil om te wennen aan het donker. Weer hoorde hij een zacht gehuil. Daar rechts van hem, dichtbij hem, hij zou er bijna op gaan staan zo dichtbij, hij keek en zag, een silhouet, van iemand een mens. Jaap schrok, och heden wat was dit nu toch? Naast hem zat in een hoekje een vrouwmens. ”Och heden”, verzuchtte Jaap. ”Wat is er aan de hand”? Naast hem klonk geschuifel, en er kwam beweging in het hoopje mens dat daar half tegen de containers aan lag. ‘Och heden”, zei hij weer. Het stond op, stond naast hem, snikkend van verdriet en ellende, een hoopje mens dat vrouw was. Een jonge vrouw nog zag Jaap. “Meisje toch wat is er aan de hand, waarom moet jij zo huilen”. Bezorgd vroeg Jaap dit aan de kleine vrouw, waarvan hij het gezicht nog niet kon onderscheiden. Hij zei:”Kom mee, naar mijn huis”. Hij trok het vrouwtje mee aan haar arm. “Kom dan?””, zei hij vriendelijk vragend. Aarzelend stapte ze naast hem voort, in haar arm een bundeltje. Een kleine bundel doeken, Jaap kon niet zien wat het was. Begrijpen deed hij dit ook nog niet, maar eerst in het licht. En een bak koffie deed soms wonderen. In het trappenhuis, zag hij haar gezichtje, een kleine buitenlandse vrouw, van rondom de 30 jaar, met grote bange bruine ogen vol tranen keek hem angstig aan. En “Oh God”, stiet Jaap uit, in haar armen in de bundel lappen lag een kleine baby, tevreden slapend. “Och arme meid”, zei Jaap medelijdend, ‘Wat is er toch loos, met jou”?
Bij zijn voordeur opende hij de deur voor haar waarbij ze haar hand op zijn arm legde, en hem hierbij angstig in zijn ogen keek. “Ik doe jou niks meidje”, zei Jaap. En vriendelijk glimlachte hij naar haar. “Jaap doet niemand kwaad hoor”. Jaap liep door naar de keuken, waar hij een pot koffie ging zetten.
In zijn woonkamer zat zij angstig op de bank, met nog steeds in haar armen het bundeltje met haar kind.
“Meidje meidje’, zei Jaap opgewekt in een poging het ijs te breken. Onderwijl pakte hij kopjes van zijn theetafeltje, ooit gevonden langs de weg te mooi om weg te doen. En hij slofte weer naar zijn keukentje en maakte 2 mokken koffie. In de woonkamer bood hij haar gul de mok aan waar alles nog heel aan was, zelf nam hij de mok waarvan het oor afgebroken was, en waar een klein stukje af was.”Waar kom je vandaan meidje”? Vroeg Jaap vriendelijk. Donna verslikte zich in de koffie die heet was en veel te sterk. Kuchend stond ze op, en zei in gebrekkig Nederlands, dat zij bang was, bang, zo bang. “Hij kome mij halen, ja hij komen mij halen”! “Echt waarrrr”, riep ze angstig met rollende ogen om haar heen kijkend. “Rustig nou meidje wie kom je nu halen bij Jaap”? “Niemand weet waar jij bent hoor meidje”, stelde hij haar gerust. De baby in haar armen werd wakker en begon te huilen, Jaap nam het bundeltje over van Donna, “Kom maar bij Jaap”! Troostend droeg hij het bundeltje door de kamer.
Het kind was meteen stil. Jaap voelde zijn hart gloeien van trots, hij en een kind! Dat was toch wat, wie had dat nu gedacht zeg. Zo dacht de goeie man. En in zijn hoofd ontstond al een mooie gedachte. Wat er gaande was wist hij niet maar, als dit nu toch eens zijn kans was. Zou zijn? Zou dat mogen van de goede lieve Here? Oh God als dat nu toch eens waar mocht zijn?
Donna keek hem aan en ze wist dat deze man goed was, zijn blauwe ogen keken goedig de wereld in, zijn hart was zo zuiver als een pasgeboren lam.
Hier was geen slechtigheid, geen pijn en geen verdriet en misbruik.
Ze wist het en voelde het.
Jaap maakte de kleine achterkamer op orde voor dat vrouwtje met haar baby. Hij had een matras en enkele dekens en kussens voor haar. Gaf haar gul zijn oude oranje schemerlamp. Donna knikte dankbaar voor alles wat hij haar aanbood.
Hij gaf haar tevens zijn oude overhemd als nachtjapon, en dankbaar trok ze deze aan. Niet waar hij bij was, dat zou Jaap ook nooit wensen. Naakte vrouwmensen waren hem vreemd namelijk, daarvan had hij nooit mee van doen gehad. De volgende morgen stond Jaap op en was bijna vergeten dat hij logees had. Maar vanuit de keuken kwam de geur van verse koffie en gebakken eieren. Jaap had nog nooit zoiets zaligs geroken, ja vroeger bij zijn lieve moeder. Maar dat was al zolang geleden. Maar wat een verassing was dit. Gelukkig glimlachend kwam hij de keuken in lopen. Voor het fornuis stond zij, een vrouwmens, in zijn overhemd alles schoon te maken, te soppen. Zijn vieze gasfornuis ook gevonden op straat zag er uit als nieuw. Alles rook fris en proper. Jaap wist niet hoe hij het had. Wist ook niet waar hij kijken moest. “Dit is best”, zei hij, en glunderend keek hij rond, vroeg zich af waar de baby was, maar deze lag tevreden te spelen op een kleedje in de woonkamer voor de bank.
Jaap kroop er snel bij op de vloer om gekke gezichten te trekken tegen het kleine kind dat begon te lachen tegen hem. En dat maakte dat zijn hart begon te gloeien als een zon, een gevoel overviel Jaap dat hij nooit eerder gekend had. s’Middags gingen ze samen boodschappen doen, Jaap zag zijn buurtbewoners al naar hem kijken, man wat gloeide hij van trots.
Ook al was er niets dat gevoel was toch weergaloos. Jaap stak zijn laatste centjes in aankopen die zij nodig had en bij de kringloop konden ze goed slagen voor een kinderwagentje en wat kleren.
Tot slot gaf hij zijn laatste 3 euro uit voor een verlepte bos rozen die hij aan haar gaf.
Donna glimlachte alleen maar, gelukkig keek ze hem aan.
Thuisgekomen, ging ze weer aan de slag en Jaap ging spelen met het kindje. Zij deed de was, maakte alles schoon, zoals het nog nooit was geweest. Alles was schoon en fris. En het maal dat zij bereide was zo Goddelijk dat Jaap van verbazing op zijn tong beet. “Meidje wat kun jij goed koken”. Mompelde hij wel 5 keer achter elkaar. Donna liet niet veel los over haar verleden maar na enkele maanden, kwamen er toch enkele verhalen los. Ze was naar Nederland gelokt onder valse voorwendselen, zonder paspoort had ze geen enkel recht in het land. En was zij terecht gekomen in de prostitutie, de man die zich voorgaf als haar aanstaande man, had dit vele malen gedaan bij onwetende buitenlandse vrouwen.
Toen Donna zwanger raakte van een klant, omdat het condoom was gescheurd, had hij haar geslagen, want een vrouw die zwanger was kon hij niet gebruiken. Toch had ze nog best wat opgebracht toen ze zwanger was en wellustige mannen het wel zagen zitten om met een zwangere vrouw naar bed te gaan.
Donna kon niets zeggen, als ze wegliep moest ze terug naar haar geboorteland, zonder paspoort had ze niets te vertellen. En ze was zo bang voor die man, hij sloeg haar meermaals bont en blauw. Maar toen ze haar kind kreeg, veranderde alles in haar. Alles was beter dan bij deze man te blijven, zo was zij op een dag gevlucht en wilde ze haar kind achterlaten op de parkeerplaats. In de hoop dat iemand goed voor het kind zou zorgen. Maar ze kon geen afstand doen van haar kind. Daarom was zij huilend in elkaar gezakt daar achter op de parkeerplaats, waar Jaap haar vond.
Gelukkig had Jaap haar gevonden. Donna bleef bij hem, samen met haar kind en al hadden ze het niet ruim. Donna ging werken in de zorg, het kind groeide voorspoedig op. Jaap was gelukkig, zij was gelukkig. Leeftijdsverschil deed niet terzake. Twee, drie, zielen die elkaar moesten vinden.
Zomaar op deze aarde.
Jaap had het nooit kunnen bedenken, Donna ook niet. En toch vonden zij in elkaar het beste dat een mens een ander kan geven.
Geloof, Hoop en Liefde…

Over de Schrijfster

Gerelateerde Berichten