Shetland Revenge

 

Een beetje opgewonden was ze wel, Sjaan van den Heuvel. Ze was gekleed in een strak leren pakje, met een kort rokje en een zwarte gatenpanty.
Haar haar in een staartje gestoken, en in haar ene hand een zweepje.
Voor haar in het gras stond de kleine dondersteen. Hij was klein, een kleine duivel.
Zijn vachtje was bruin, zijn oogjes zwart en zijn neusgaten trilden, alsof hij al onraad rook.
Ja,ja lachte Sjaan, ze trapte haar peuk uit in het gras.
Kom eens kleintje, ze aaide hem over zijn fluwelen neusje.
Hij was al gezadeld door Ton. Ton stond te filmen, het ging gebeuren.
Er werd goed voor betaald en ach Sjaan kreeg er een kick van.
Terwijl ze met haar 1.80 op de kleine Shetlandse pony ging zitten, beet hij van zich af, in haar dure lange leren lieslaars.
Verdomd, kreng, riep ze uit.
En ze sloeg hem flink met de zweep op zijn flankjes.
Sidderingen trokken door zijn huid. Hij trilde nerveus op zijn wankele beentjes onder haar intense gewicht.
Hups lopen. Sjaan klapte het zweepje weer tegen zijn flank, hup!
Ze trok hard aan het bit, die gevoelig in zijn mond sneed.
Het paardje hinnikte angstig, hij kon haar niet dragen, toch?
Maar ze zou hem morus leren, klein krengetje dat het was.
Ze sloeg hem weer op zijn flanken, links en rechts, hup!
Ton stond te filmen, geil hoor Sjaan.
Sjaan wreef even flink met haar gat over het zadel, zo Ton?
Glimlachend kijkt ze in de camera.
Meid jammer dat je een pakkie aan heb, grijnst Ton terug.
Giebelend gaat ze voort op de rug van de mini pony, het beestje kan haar gewicht niet dragen, dat is de kick.
En voor het filmpje krijgen ze genoeg geld om op vakantie te gaan voor drie weken, all in.
De pony hijgt, stopt weer en draait koppig met zijn hoofd op en neer, zijn beentjes zakken door.
Hup zegt Sjaan weer, jij vuil kreng lopennnnnnn! Ze schopt in zijn flanken, terwijl ze haar hakken optrekt tot zijn middel.
Hup, lachend kijkt ze weer in de camera, en kijkt dan ook nog even zwoel. Ton graait in zijn kruis met zijn linkerhand, goed meid, heel goed.
Ondertussen filmt hij door.
Dit is al hun 6e pony filmpje. Die met de geit is al goed verkocht.
En in plaats van nep leer kon Sjaan ditmaal een echt leren pakje kopen.
En leren lieslaarzen.
Een uur later, ligt de pony als getemd op de grond, plat, hijgend en zwetend en Sjaan staat op en zet haar hak op zijn buik.
Ze kijkt nogmaals in de camera, lachend en kust in de lucht naar toeschouwers die er niet zijn.
Geweldig zegt Ton, hij sluit de camera af.
Zo meid, straks lekker op vakantie.

Een week later stappen beiden op het vliegtuig, richting Ibiza.
Sjaan is helemaal opgewonden over de reis die ze gaan maken en Ton sleept met de koffers.
Als ze eindelijk zitten, Sjaan mag bij het raampje, zucht Sjaan het uit, en legt haar hand op die van Ton.
Heerlijk hé Ton, dat we weer eens op vakantie gaan.
Ja, meid zalig, ik heb er zin an! Tijdens de reis volgt er een plotse mededeling, er is zware storm op komst, of ze even de gordels vast willen maken.
Ow Ton ik vin dit wel eng hoor. Meid komt goed, niets aan de hand.
De bliksem flitst even later door de raampjes van het vliegtuig, een harde knal op een vleugel is het gevolg.
Sjaan kijkt verschrikt naar buiten en slaakt een gil.
Oh Ton!
Oh Ton kijk dan toch eens? Op de vleugel staat een enorm paard, in vuur en vlam, als een paard uit de hel. Zijn ogen zijn vurige kolen, en op zijn rug zit een ruiter, met een zwarte mantel aan.
Met enorm grote ogen en een kleine mond, en een kaal grijs hoofd. Het lijkt wel een aliën.
Oh Ton, wat gaat er gebeuren? Angstig grijpt Sjaan naast haar, maar Ton is er niet meer, Ton ligt op het pad in het midden van het vliegtuig, een zuigkracht zuigt hem naar buiten, en dan voelt ook Sjaan een intense zuigkracht die haar uit de gordel en stoel trekt, floeps zomaar weg, uit het vliegtuig, richting …het paard op de vleugel, de aliën lacht hen toe, het waait afschuwelijk en ademen kunnen ze nauwelijks, de ijspegels hangen al aan hun neuzen en oren, Ton, ik ben bang!
Roept, schreeuwt Sjaan bibberend.
Meid, ik ook!
Beiden worden vastgesjord aan het paard, aan een lange lijn, en zo worden ze meegesleurd door de koude nachtlucht, zwevend, achter het paard aan, waarheen?
Ze weten het niet, het angstzweet breekt hen uit.
Praten kunnen ze niet meer, bevroren als ze zijn.
Het brandende paard voor hen weet de weg, en de ruiter kijkt soms achterom.
Maar hij maalt er niet om hoe het met hen gaat, maar of ze nog wel levend zijn.
Hij prikt soms met zijn stok in hun richting of ze nog wel leven, en als hij een aauw hoort, weet hij genoeg.
In volle vaart gaan ze dan, en plots komen ze aan in een soort luchtbel welke in de lucht zweeft.
Met een knal slaan ze door de onzichtbare muren heen.
En de warmte daar is enorm welkom.
Oh Ton huilt Sjaan trillend van angst. oh Sjaantje, beiden proberen elkaars hand vast te grijpen.
Het brandende paard komt tot stilstand op een koude ondergrond.
Waar geen gras is of steen, maar bevroren moddergrond.
De ruiter stijgt af, en trekt beiden mee, achter zich aan, richting een groot gebouw.
Het lijkt wel een arena.
Binnen worden beiden ontkleed door vreemd uitziende wezens, heel griezelig wel.
Een soort insectachtigen oid.
Naakt staan ze daar, hand in hand en worden een inderdaad arena ingeduwd.
Er zijn vele wezens rondom hen, naakte duivelse wezens, griezelige wezens.
Sjaan huilt van ellende en ook Ton houdt het niet droog.
Achter hen staat een soort opperwezen, spierwit, met blauwe grote ogen.
Uit zijn mond komt een lange gespleten tong tevoorschijn.
Sissend komt hij op hen af, hij heeft een enorm geslachtsdeel, en angstig kijkt Sjaan Ton aan, oh god Ton?
Is dit onze straf?
Ik denk het zegt Ton gelaten.
Het wezen duwt Ton op de grond op zijn handen en voeten en het wezen gaat met zijn zakie op de blote rug van Ton zitten.
De penis raakt de nek van Ton aan en kokhalsend staat hij daar dan, op handen en voeten, het wezen is topzwaar, maar Ton weet al wat hij moet doen.
Kruipen tot hij er bij neervalt en dan?
Wie zal het zeggen?
De menigte klapt in de handen, of klauwen wat ze dan ook maar hebben.
Tien rondjes houdt Ton vol en dan zakt hij ineen, het wezen spuit zijn intense lozing zaad in zijn nek, waarna een ander wezen zich tegoed doet aan de anus van Ton.
Krijsend valt Ton in zwijm.
Daarna is Sjaan aan de beurt, zij redt net 6 rondjes, tot ze ook ineen zakt en hierna wordt zij genomen door 3 alienachtige wezens.
Snakkend naar adem valt ze ook in zwijm.

In een ziekenhuis komt Sjaan bij, wat had ze een nare droom zeg.
Naast haar zit Ton in een stoel, flink verpakt in verband.
Zo meisje je bent er weer, godzijdank. We hebben een vliegtuig ongeluk overleefd.
Ton? Ik had een hele rare droom.
Ja ik ook zei Ton, we hebben het er maar niet meer over. Maar dieren mishandelen doen we niet meer hé?
Nee Ton, zegt Sjaan met tranen in haar ogen.
Of het echt gebeurd was of niet, wist ze niet meer, maar te merken aan haar onderlichaam was er iets niet in orde.
Maar wat dat wist ze nog niet.
Ton wist het wel, alleen hij durfde het nog niet te zeggen.
Ook hij,…ook hij.

AngelWings