Prinsessen
Photobucket
Er was eens, heel, héél lang geleden een chinees prinsesje. Haar mooie naam was, Witte Lelie. Haar huid zo blank als sneeuw, haar schuine amandelvormige ogen, hadden de kleur van hazelnoten en haar kleine mond was zo rood als bloed.
Haar zwarte glanzende haar was zo lang dat het op de grond viel als het loshing, daarom droeg ze het vaak in een vlecht. Iedereen die haar zag moest wel van haar houden om de schoonheid die zij bezat. Nu had Witte Lelie ook een zusje, iets jonger dan zij en dit meisje was heel anders dan Witte Lelie. Ook zij had heel erg lang zwart glanzend haar, maar haar huid had de kleur van zacht ivoor. Haar kleine lippen waren smal en niet rood maar vaalroze. En haar amandelvormige ogen waren gitzwart. Haar naam was Appelbloesem.
Appelbloesem was vaak verdrietig. Niet omdat zij jaloers was op haar schone zuster, maar ze voelde zoveel pijn omdat haar hart zo gevoelig was als van een rank hert. Haar geest was zo ijl als de lucht, haar gedachten zo teer als de ochtenddauw. Innerlijk huilde zij om de mensen, die vaak zo blind waren. Ook blind, verblind door de schoonheid van haar oudere zuster.
Witte Lelie had nml een hart zo ongevoelig als de stenen in de tuinvijver, haar geest was zo koud als het water in het najaar. Haar gedachten zo slecht, onoprecht en gemeen, als de wolven in het woud. Appelbloesem raadpleegde altijd de zon bij opkomst aan de morgenmaagdelijke hemel. Als het dauw nog lief’lijk op de bloesemblaadjes lag en het gras nog liefkoosde. Zij knielde dan nederig neer, als de zonnestralen net het aardoppervlak kusten. Dan vroeg zij altijd, waarom er zo’n groot verschil kon bestaan tussen mensen onderling. Waarom zij niet iets meer schoonheid bezat van haar zuster en haar zuster niet meer van haar karakter.
Maar een antwoord kwam er immers nooit.
Ook al hoorde zij de blaad’ren aan de bomen fluisteren: Later, laterrrr…..
Ze dacht dat ze het zich verbeelde. Ze kreeg wel kracht om te dragen, de harde gemene woorden van haar zuster, die haar leven lang bezig was, om haar zusje te vernederen en te kwetsen. Ze had er overduidelijk plezier in. En hoewel Appelbloesem heel goed begreep dat zij in feite meer bezat dan haar gemene zuster met haar mooie uiterlijk. Toch deed het haar pijn als haar zuster haar zo slecht behandelde. En ook waarom haar zuster dit alles niet in kon zien.
Photobucket

De zusjes groeiden op tussen tijgers en lelie’s, vijvers en bruggen, vuren en draken. En niemand zag achter de maskers van beide meisjes.
Witte lelie was goddelijk mooi geworden toen ze eenmaal de huwbare leeftijd hadden bereikt.
Appelbloesem daarentegen, was als een verdorde bloesem aan de tak van een appelboom.
Maar zij begreep zoveel meer van het leven dan de oppervlakkigheid van haar zuster, welke zich enkel nog dwazer ging gedragen dan ooit tevoren.
Witte lelie minachtte haar zusje en kon vooral niet nalaten om te pronken met haar mooie veren door de natuur zo overvloedig geschonken. Witte lelie vergat de ziel die bij haar geboorte in haar lichaam was geplaatst.
Witte lelie dacht in haar trots dat zij haar zusters jaloezie kon wekken. Want heel diep in Witte lelie, sprak een zuivere waarheid, die haar vertelde over het feit dat haar zusje meer bezat dan zij.
Ze wist gewoon dat het zo was. In al haar arrogantie. Al haar pracht en schoonheid. En hoe meer zij dit besefte, hoe meer dat gevoel aan haar knaagde en hoe gemener ze deed tegen haar zusje. Haar ego zag de pijn in de ogen van haar zusje aan voor jaloezie. Haar trotse ego begreep niets van gevoelens die via het hart lopen. En de pijn in Appelbloesems ogen waren pijn voor haar intense leegte.

Op een dag kwam er een huwelijkskandidaat voor de zusjes, het was prins Drakenvuur.
Witte lelie was zo trots als een pauw. Ze paradeerde voor Appelbloesem langs en vertelde dan dat hij haar zou kiezen omdat zij zoveel knapper was dan haar zusje.
Want wat zou een man nu zien iemand als haar lelijke zusje schamperde zij dan hard en lachte haar zusje midden in haar gelaat uit.
Glimlachend zei ze venijnig dat Prins Drakenvuur nooit een appel zou eten en de Lelie laten staan.
Op de ochtend dat Prins Drakenbloed zijn keus zou maken tussen de beide dochters van de keizer. Stond Appelbloesem vroeg op en waste haar lange zwarte haren om het in de zon te laten drogen.
Ze waste haar gezicht met het dauw van de bloesems. Ze droeg een simpel wit gewaad en vertrok. Ze hoorde de blaad’ren aan de bomen fluisteren: Vandaag. Vandaagggggg….
Maar wederom geloofde ze het niet.
Witte lelie was erg opgewonden en waste haar lange zwarte haren in wijn met honing. Waste haar gelaat met speciale kostbare zeep. Haar kleding was uitbundig in felle kleuren en kostbaarder dan wat dan ook.
Zij vertrok in de wetenschap dat zij gekozen zou worden door de knappe prins.
Photobucket

Prins Drakenvuur bezag de beide dochters van de keizer en zei:
Ik eet liever een appel, die de honger kan stillen dan dat ik seizoenen aan kijk tegen een Lelie die verwelken zal.

Photobucket

EN zo kwam het dat Appelbloesem de vrouw werd van Prins Drakenvuur. Ondanks de schoonheid van haar zusje.
Schoonheid is een gift van de Goden, daar mag je nooit trots op zijn. Schoonheid zal verwelken, je mag er blij om zijn. Maar besef altijd dat het hart belangrijker is dan het uiterlijk. Mooi zijn van binnen dat blijft voor altijd, maar schoonheid verwelkt.

Photobucket