Leonardo Da Vinci: Mona Lisa. De Mona Lisa, zeer bekend. Er is sprake van een licht-donker contrast. In het gezicht en in de hals is veel licht, het gewaad wat ze draagt is donkerder en ook de achtergrond is grauw. Het gezicht is erg precies in beeld gebracht en het hele geheel is ook super realistisch. Centrale compositie.

De zon scheen die dag zijn gouden stralen door het oude stoffige atelier. Een groot wit laken bedekte
de vrouwe op de oude bordeaux kleurige sofa.
Het was warm die dag, maar hij moest wel, had geen keus, want geld was leven in die tijden.
Hoe sneller hij het schilderij af had, hoe beter.
Snel gooide hij zijn keelgat vol met bier en hapte in een ei.
En daarna nog een flink stuk zwanenvlees, welke hij had gekregen van zijn beste vrind.
Het smaakte hem goed, ondanks de zware geur in het atelier, maar de verflucht maakte veel goed, gelukkig.

Drie dagen keihard werken, weinig slaap! Het schilderij moest snel af zijn!
Hij wist en was hondsmoe. Hij deed zijn best.
Het was al bijna klaar.
Gewoon een finishing touch.
Karaktertrekken, eigenschappen, haar mooie glimlach weergeven,
haar oogopslag. Het kwam er allemaal aan…Vandaag in de zomerse hitte.
Leonardo veegde het zweet van zijn voorhoofd en gooide zijn hemd uit.
Bezweet schilderde hij verder. Daar zat zij, zo mooi nog en zo jong.
Nog een veeg bij haar linker mondhoek…
Nog een tint op haar ogen, en een schaduw van gebrande karamel, en wat roest op haar haren.

Bijna klaar. En daarna kon hij zijn geld ontvangen.
Hij keek op naar Mona Lisa, daar zat ze op de sofa.
Van niets bewust. Ver weg, diep in slaap.
Leonardo liep naar achteren, om zijn werk te aanschouwen.
Het was perfect. Gelukkig kende hij haar goed.
Hij legde zijn kwast neer en liep op haar toe.
Eindelijk kon ze verdwijnen, hij had haar vastgelegd.
In vrede rusten.
Hij tilde haar uit de onnatuurlijke houding, en legde het lijk van Mona Lisa teder neer op de sofa.
Post mortem in die dagen, en de herinnering aan diegene, die hij gelukkig had gekend.
Niemand kon haar nu nog vergeten. Nooit meer.