KerstVerhaal 2012

 

Eindelijk was het dan zover, in de volksbuurt op nummer 33 was er een geboorte aanstaande.

Het was kerstavond, ook dat nog. De sneeuw dwarrelde romantisch uit de grijze avondhemel. En voor het raam hing een verlichte  kerstster. De gordijnen waren gesloten, maar boven brandde het licht.
Jan liep zenuwachtig heen en weer, zijn vrouw Marian lag in het grote tweepersoonsbed te krijzen van de pijn. De verloskundige een oude vrouw, mompelde voor zich uit, maar zei nog niet zoveel.
Jezus mens hoe lang duurt het nog?
Nou, nou meneer, als het komt dan komt het, wat er in gaat komp ter ook weer uit! Boos keek de oude heks hem aan, ze miste een voortand, erg irritant om tegen aan te kijken vond Jan. Vooral nu.
Het duurde gewoon veel te lang!
Ik ga met je naar het ziekenhuis Marian! Snel pakte hij de tas die klaarstond naast het bed, duwde de oude heks de deur uit en zette de tas in zijn autootje. Hij nam ondertussen de winterjas mee van Marian, stuiterde de trappen weer op en nam haar in zijn armen de trap af.
Helaas hij viel niet, dus het verhaal gaat door.

Hij krabde de ramen van de auto, de motor stond aan en de kachel in de auto  idem op de hoogste stand. Eindelijk was hij klaar en haalde zijn vrouw, die krijsend in de woonkamer stond te huilen, richting auto. Zo de auto wilde eerst niet starten, vloekend vervloekte Jan alles en vooral die oude heks van daar net, die waarschijnlijk veel te lang had gewacht met Marian naar het ziekenhuis door sturen.

Vroee… vrooeeeeeeee…vroemmmmm..eindelijk, hij gaf gas en de auto gleed van de straat bijna tegen de stoeprand aan. Uiteindelijk konden ze op weg naar het ziekenhuis.

Marian lag krom op de achterbank, kreunend en hijgend en puffend, als dat maar goed ging, dacht Jan nerveus.
Gaat het schatje, vroeg hij bezorgd. Nee LUL, riep ze venijnig naar hem.
Godverrrrrrrrrr kreunde ze weer, waauuuuuuuuw dit doet zeeheerrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr………..AUWWWWWWWWWWWWWWWWW!!!!!!!!!
Jan reed levensgevaarlijk langs de weilanden, dat achterlijke dorp moesten ze ook eens verlaten dat ziekenhuis was veels te ver weg van alles. Pikkedonker op een snelweg! Het moest niet gekker worden zeg.
Hoog in de lucht scheen een ster, Jan keek er naar en glimlachte vast een teken oid.

Hij moest die kant op richting het Oosten nml.
Na veel spanning in de auto, brak het water met grote golven over de achterbank en zelfs Jan zat er onder. Oh mijn god, zei hij nog, de zoete geur, wel apart, dreef hem in de neusgaten. Nu dat werd schoonmaken straks.
Later zorg, eerst naar het ziekenhuis, ‘’verdomd’’, vloekte Jan weer.

Plots stond de auto stil. Hij deed niets meer, wat Jan ook probeerde, ook dat nog dacht hij woest.
Wat nu?
Mobiel vergeten uiteraard, zo een sukkel was hij wel. Godverde, godverde, hij knarste met zijn tanden, een eindje verderop stond een huisje, het licht scheen bleekjes door de bomen heen, de sneeuw lag hoog, hij moest Marian meesleuren door de sneeuw, in de koude richting dat huisje daar. Hun enige redding, misschien konden zij bellen?
Marian gilde het uit, oh ik voel het tusse me bene Jan! Het komp ter an!
Ik ga zittuh hoor, en pats daar zat ze midden in de sneeuw met haar natte broek, kom op meid!
Nog ff doorzetten we zijn er zo.

Waar zijn we, riep ze verwilderd rondkijkend naar Jan.
Ergens in the nowere, ik weet het niet zei Jan peinzend.
Kom, meid, hij tilde haar op, in zijn sterke armen. En ploeterde met een persende vrouw door de sneeuw in zijn armen.
Eindelijk kwamen ze verkleumd aan bij het huisje. Het was er feest, erg veel mensen en enorm druk. Hij belde aan, een vreemd gekleed man deed open, hij droeg een schortje, en daaronder niets.
Waar zijn we hier vroeg Jan.
Oh bij seksboerderie de HolleKnolleh, zei de man plat.
Wat? Jan viel bijna achterover toen zijn vrouw begon te gillen dat haar broek uit moest want het kwam deruit!
Oh help ons alsjeblieft, we krijgen een kind. We hebben autopech zei Jan nerveus.
Oh eh, ja binnen is het vreselijk druk en blotig allemaal? Maar we hebben wel een stal hier achter dat is ook warm en nu ja er staat een bed, voor als de koeien bevallen dan moeten we er wel eens een nachtje naast slapen dus. De man ging hen voor naar de stallen.
Er brandde een klein lichtje, er lag vers stro en er stonden wat koeien en een paard en zelfs een ezel.

Zijn die voor eh? Vroeg Jan geaggiteerd, zijn wangen waren ineens vuurrood, de man knikte.
Hm hm, maar het verdiend enorm goed dat wel.

Jan legde Marian op het bed in een hoek, en vroeg of de man een ambulance wilde bellen.
De man knikte, en gaf wat schone handdoeken, en bracht wat te drinken mee van uit het huis.
Marian lag inmiddels in haar blote kont op het bed in het stro, omringt door vee.
Het is bizar, hé? Fluisterde ze zachtjes er kwam weer een perswee.
Ja, knikte Jan liefdevol en streek haar over haar krullende haren.

Er kwam een man kijken, ik biedt u 10.000 euro als ik de bevalling mag zien, riep hij joviaal uit.
Hij had inmiddels vernomen dat er een kind in de stallen geboren zou worden. Als u zich netjes aan kleed dan is dat prima zei Jan.
Kon hem dat schelen?

Een dikbuikige burgemeester kwam ook langs en legde een cheque op het bed. Zo 150.000 euro die kan ik declareren dus, dat betaal ik voor de bevalling die aanstaande is. Hij keek vriendelijk en had zijn kleding nog aan dus hij mocht blijven.

Er kwam ook een travestiet kijken, prachtig gekleed in gouden gewaden, was dat geen bekende Nederlander, dacht Jan plots?
Nu ja, onherkenbaar inmiddels. Deze man bood hen een hele parfumerie keten aan, ter waarde van wel 200.000 euro. Ik vind het zo enig op kerstnacht een kindje dat geboren wordt, kirde hij.

Marian begon te persen, en te persen, de mannen hielpen flink mee, de travo drukte op de buik dat had hij gezien op tv ergens ooit lang geleden. Doe maar niet dreigde Jan.
Nou, zeg ik betaal er toch voor?
Ja geen geintjes man, anders deruit!
Het kind werd geboren en gleed zo uit de moeder. Ach een meisje! Wat geweldig fijn riep Marian met de tranen in de ogen. Ja mompelde Jan, gelukzalig, het kindje was mooi om te zien, alleen wat bloederig. De ambulance kwam er ook al aan, hoorde hij, in de verte.
Oh Jan, ik noem mijn dochter Jezus!

Ben je gek riep Jan geschokt uit, echt niet!
Jawel hoor, zei ze, terwijl ze het meiske over haar bolletje aaide. Het is kerstnacht, we zijn in een stal, er zijn 3 onwijzen bij uit het Oosten en nu ja ik noem haar Jezus.
Ok dan zei Jan, de ambulance medewerkers kwamen al binnen.

 

©AnGeLWinGs