De zon scheen enorm fel aan de blauwe hemel. Zweetdruppels parelden op menig gelaat, en velen zagen zo rood als een kreeft. Ingesmeerd en wel het hielp niets, en toch gingen zij maar door, zij het een tandje minder.
Op het festival was het gezellig, veel mensen, genoeg te drinken en etenswaren waren er ook in overvloed. Waterslangen werden ingezet om het publiek te koelen. Niemand wilde naar huis, men ging door, want de kaarten waren al duur zat en men had er vaak al maanden voor gespaard met vakantiebaantjes, waar men niet rijk mee kon worden, maar wel een aantal onvergetelijke dagen kon beleven bv. met vrienden.

De muziek was echt goed, de mensen dansten even of bewogen zich wat in slowmotion, of zaten op de grond in de schaduw, te genieten en drugspillen te slikken, om maar vol te kunnen houden.
Op één veldje was er iemand die danste maar, iedereen keek vol verbazing toe.
Een sterke jonge vent met een goed gespierd lichaam,danste uren achter elkaar. Hij genoot intens en dat was te zien, het was plezierig om naar hem te kijken, en na enige tijd keken vele toeschouwers naar hem.
Zij blonde haren hingen over zijn schouders, natgespoten door een waterslang, of door een emmer water die iemand weer eens over hem heengooide.
Veel meiden waren sprakeloos. En vol verlangen keken ze naar deze mooi boy met zijn enorme uithoudingsvermogen.

De jongens werden wel jaloers en probeerden mee te doen, maar na enige tijd gaven ze alweer op, het was gewoon te heet om zo te kunnen dansen. Hoe deed hij dat toch, wat had hij geslikt?

Niemand wist het. Niemand vroeg het.
Jelle stopte af en toe even en dronk dan wat water, en ging weer door.
Hij zag niet de bewonderende blikken van menigeen, hij genoot alleen maar. Hij had er geen oog voor zeg maar.
Menig meisje wilde met hem dansen, hij vond het prima. Tegen de avond ging Jelle maar eens wat eten, de meidjes verdrongen zich om hem heen.
Bak patat met een bereklauw zei Jelle en betaalde met muntjes.
Een meidje naast hem keek naar hem op, zijn mooie blauwe ogen keken naar zijn bak patat want honger dat had hij wel van een dag dansen. Wat kun jij goed dansen zeg, welke pillen heb je geslikt? Vroeg het meidje.
Jelle keek haar verbaast aan, pillen, ik ben toch niet ziek ofzo? Gekke meid! Jelle lachte zijn tanden bloot.
Hij nam een patatje in zijn mond met een flinke klodder mayonaisse.
Drugspillen toch? zei het meidje verbaast.
Jelle genoot, een patatje haalde hij niet vaak, daar kon hij nml. niet op teren als boerenzoon. Hij werkte altijd hard op de boerderij van zijn vader en hij mocht een dagje uit.
Drugs? Jelle keek haar nietbegrijpend aan…hoe bedoel je drugs?
Ik moet die rotzooi niet.
Het meidje vertelde dit al snel verder aan anderen en op een gegeven moment stonden er al veel jongeren om Jelle heen.
Hoe hij toch uren kon dansen, niemand die het begreep.
Maar wat doe je voor werk dan? Oh boerenzoon, aha… misschien zei dat wel wat?
Je gebruikt nooit drugs? Neuh dat deed Jelle dus niet. Drank dan?
Oh in het weekend een biertje, vond Jelle prima. Niet te vaak natuurlijk want de koeien moesten verzorgd worden en dan moest je de nuchtere kop er wel bijhouden natuurlijk.
Of hij verder nog medicijnen slikte ofzo, dat wilde iedereen wel zo urenlang dansen op muziek in de hitte nog wel. Nee ook dat had Jelle niet nodig. Vol verbazing keek de nuchtere Jelle om zich heen. Dus die stadse jongeren gebruikten allen pilletjes om te kunnen dansen en dromerig te worden. Nu Jelle was al dromerig zat, waarom moest hij daar een pilletje voor gaan slikken? Rare fratsen hoor.
Jelle moest er niets van weten.
En wat eet je dan, vroeg een jongen plots.
Misschien was dat een reden?
Oh zei Jelle ik neem elke morgen een bord Brinta en daar ga ik flink op enkele uren. En om twaalf uur in de middag weer een bord met een appel en een kop melk of karnemelk.
En in de avond een gezonde maaltijd van mijn moeder die kon zo lekker koken, nee hij kwam niets tekort.
Het bakje patat was lekker geweest, maar voorlopig hoefde hij die troep niet meer.
Het werd al laat en hij moest de trein nog pakken, dus moest hij maar weer eens gaan. Zijn rugtas hees hij over zijn schouders en met fladderende blonde lokken toog hij naar de uitgang, ondertussen allemaal jongeren achterlatend die het nog niet konden geloven. Het was toch wat zo een nuchtere Noorderling die niets gebruikte en dankzij brinta even uren stond te dansen alsof het niks was.
Nee, dat konden ze niet begrijpen, die stadsen.