Het bos

 loop walk woods GIF

In het woud liep een jonge man, zijn wandelschoenen waren doorweekt door de plassen water die overal verspreid lagen door de heftige regenval van de afgelopen nacht…

Hij keek om zich heen en zuchtte want hij was hopeloos verdwaald…

Uren liep hij hier al rond en hij kon geen enkele weg herkennen, het werd hem wat vreemd te moede.

Alle bomen leken op elkaar en waar hij ook keek het leek eindeloos en uitzichtloos.

Het werd al schemerig en, hij vloekte binnensmonds…

Dit was toch te gek?

Maar opeens vond hij toch een pad dat afweek van hetgeen hij de afgelopen uren had gezien…en hij stapte dapper door….

De bomen werden minder vol en hij kon al wat door de bomen heenkijken…

Er groeide groen gras, zo groen dat het bijna pijn deed aan je ogen.

Het leek wel mossig……en drassig.

Hij liep voort en kon geen weg herkennen.

Moedeloos ging hij op een gegeven moment zitten tegen de stam van een boom en.

Hij nam wat te drinken uit zijn flacon die hij altijd bij zich droeg in zijn borstzak.

Whisky deed hem goed…hij voelde de branderige smaak door zijn slokdarm naar beneden glijden…

Dom van hem om zo weg te gaan, hij dacht dat hij maar een uur of wat weg zou zijn, maar gezien de tijd op zijn horloge bleken het al uren te zijn.

Sebastiaan keek eens goed om zich heen en bespeurde ene verandering in de atmosfeer…

, een eind verderop groeiden opeens allerlei lupines. Vreemd…en onder een wirrelwar van klimop leek een oude muur te staan, misschien ..een ruïne?Sebastiaan keek en zag de

Prachtige lupines. In allerlei kleuren op verschillende hoogtes, en de bijen zoemden eromheen.

Sebastiaan stond op en liep erheen…om eens polshoogte te nemen…

Verbazingwekkend!

Er lag een stuk muur als van een oud kasteel…?

Oude brokken steen grijzig en groen beslagen, lagen daar de bouwwerken van eeuwen terug. Sebastiaan liep eromheen en vond aan de achterkant een soort binnenplaatsje.

Een glimlach lag om zijn mannelijke mond…en zijn ogen glommen door zijn ontdekking, misschien wist niemand dat dit hier lag?En was hij de enige op de hele wereld.

Hij huiverde opeens. De enige op de hele wereld…

De enige in dit bos leek het wel…

Hij merkte opeens op dat hij geen vogel meer hoorde fluiten. Geen dier meer hoorde ritselen in het struikgewas of gebladerte…

Stilte…zelfs geen zuchtje wind…was hoorbaar….

Hij greep naar zijn oren en was bijna bang dat hij plots doof was geworden. Want dit was heel erg vreemd…

Hij begon te lachen van een soort schrik…

Die hem plots beving…

Zijn lach schalde door de stilte heen….en ook dat was angstverwekkend.

Niets maar dan ook niets echode zijn lach….en het werd hem wederom zwaar te moede.

Hij wilde naar huis. En keek om zich heen in een soort van wilde paniek. Hij liep snel langs het plaatsje achter de muur…en vond ineens een soort van prieeltje…..

Jezus!Dacht hij….hoe is dit mogelijk. Het was van mooi smeedijzer…

Maar erg verroest. Sierlijk krullend smeetijzer. En erboven een puntig dakje…

Eveneens hier groeide de klimop welig om de stalen puntjes en stangen heen.

Hij zag dat het ooit goudkleurig was beschilderd.

Verbaast was hij en ging erin staan en keek aan de achterkant ervan uit over een kleine vijver.

Hij greep door zijn blonde kuif en…kon even zijn ogen niet geloven….Want daar midden in het bos stond bij die vijver een wonderschone vrouw.

Haar lange donkere haar gleed af langs haar tere schouders en langs haar witte gewaad droeg zij een gouden koord.

Hij keek naar haar gebiologeerd en. Zijn adem sneed hem af toen ze naar hem keek.

Wonderschone ogen staarden hem aan…en het was alsof hij nog nooit een dergelijk mooie vrouw had aanschouwd in zijn hele leven niet…

Ze was bovenaards mooi.

Haar gezicht omlijst door het zwarte haar en die ogen groot in een wit albasten gezicht.

Haar kleine mond was rood als bloed en.

Haar blik zo koud als ijs…hij kreeg de rillingen over zijn rug maar kon zijn blik toen hij de hare ontmoete niet meer losmaken…

Ze kwam langzaam op hem toe en het leek of ze niet liep maar eerder danste.

Vreemd. Hij voelde zich duizelig worden.

Alsof al het bloed uit zijn hoofd trok en zij hem uitzoog vanuit een afstand van nog maar vier meter…

Hij hervond zijn evenwicht opeens. En keek even de andere kant op.

Toen hij weer naar haar wilde kijken.

Was ze weg.!Verdwenen!

Sebastiaan greep naar zijn flacon Whisky en dronk hem in een teug leeg..dit was toch te gek, en zijn hart ging als een razende tekeer…

En..Hij wist niet meer hoe hij het had.

Hij zocht steun bij de stangen van het kleine prieeltje.

En dacht dat hij het zich alles verbeeld had…

Hij keek de omgeving af en zag dat er echt niemand daar was.

Niks niemendal. Alleen hij, verdwaald in een bos…

Hij ging een kijkje nemen bij de vijver en zag wat afgeknapt Engels gras bij de rand van de vijver.

Dus iemand had hier wel gelopen bedacht hij verward.

Sebastiaan wist niet meer hoe hij het had. En hij keek een ogenblik in de vijver en zag.

Mijn God!Stiet hij uit, de adem barste uit zijn maag omhoog. En zijn borst ging als een razende op en neer.

Oh mijn God!Riep hij weer.

In het water lag een lijk. Een oud lijk. Het geraamte hing tussen de rietkraag en lang zwart haar dreef op het licht golvende water.

Mijn God, riep Sebastiaan weer uit.

En opeens zette hij het op een lopen.

hij rende alsof zijn leven ervan af hing en…hij rende door de struiken de takken rakelings langs zijn gezicht en…hij schramde zijn armen open aan bramenstruiken en terug zwiepende takken….waarlangs hij rende..

Alsof de duivel hem op de hielen zat.

Hij schramde zijn wang ernstig aan een struik met scherpe doorns en hij veegde met zijn hand het bloed weg.

Zag dat het erg bloede…en..

Hij bleef opeens stil staan.

Jezusssssssssss……..!!!!!

Dacht hij…keek om zich heen………..waar was hij toch?

Verdomme vloekte hij hardop…

Verdomme……help me god……..!!!!!

Hij schreeuwde inmiddels…….

en er klonk geen enkele echo uit het bos…

niets…..dan stilte..en die stilte was dreigender dan wat dan ook…….

Angst bonsde in zijn borstkas.

Sebastiaan voelde zich verloren…eenzaam en alleen in dat grote woud……….waarin hij een speld was in een hooiberg,…niemand zou hem hier vinden……Niemand.

Het was al donker en Sebastiaan zeeg neer langs een boom.

En sloot zijn ogen.

Het was al nacht toen hij zijn ogen weer opende en het maanlicht dor de bomen scheen.

Sebastiaan…wreef in zijn ogen en herinnerde zich opeens weer waar hij was….

Zijn hart begon weer te bonzen…en..hij hoorde iets naast zich………

Hij keek en in afgrijzen zag hij de mooie vrouw naast hem zitten.

Ze keek hem aan met die donkere ogen onpeilbaar diep. Onpeilbare diepten.

Ze ademde zwaar. En keek hongerig naar hem.

Sebastiaan wilde iets zeggen maar zijn stembanden weigerden dienst. God wat was ze toch mooi.

Dacht hij en…hij zag haar lippen waartussen haar tanden flitsten..wit als parels…en..scherp………

Ze nam zijn mond met haar lippen. En hij voelde de kou stromen uit haar dode lippen.

Ze greep in zijn blonde haar en woelde erdoorheen.

Hij kuste haar terug in een verzengend vuur. Dat hij nooit had ervaren.

Haar handen leken klauwen toen ze hem ontklede. Zijn shirt van zijn gespierde body scheurde.

Hij hoorde het scheuren van zijn shirt nagalmen. In het stille bos…

Ze ademde kou tegen zijn lippen. En het vuur waarmee ze hem verslond was niet van hier.

Dat was…dat was…

Zijn hersens weigerden dienst. En toen hij zover was dat hij in haar goddelijke lichaam drong. Was ook dat koud. Maar met een ijzingwekkend vuur in zijn lendenen. Bereed hij haar. Alsof het het laatste was dat hij doen zou. In dit leven. Hij was waanzinnig van genot…en lust…en zij klauwde met haar nagels over zijn lichaam bloedsporen achterlatend. Zij beet hem overal. Niet pijnlijk maar toch hard genoeg. Om hem tot waanzin te drijven.

Haar puntige borsten staken kil tegen zijn borst aan…en leken op scherpe naalden..die hem doorboorden….

maar in zijn sekshonger naar deze bloedmooie vrouw…..en de angst die hij had ervaren…bemerkte hij dat niet eens meer. En toen hij tesaam met haar het hoogtepunt bereikte…was het

zijn geest die het af liet weten en het dierlijke in de mens die hem tot het hoogste genot dreef dat een menselijk wezen maar zou kunnen bereiken. Het was nacht en het was koud. De maan verscheen vanachter wolken en bescheen de man die omarmd door klimop onder een boom lag. Zijn ogen keken angstig voor zich uit. Zijn mond verstomd in een schreeuw. Die de wereld nooit meer bereikte. En in zijn hals twee puntige gaatjes. Waar nog bloeddruppels uitdrupten. Hij was niet meer.