De deur waait met een klap open. Een windvlaag is zijn groet.
Hij is er weer, denk ik, ik glimlach en steek een kaars aan, pak mijn laptop.
Een verhaal? vraag ik aan hem.
Hij is vandaag grimmiger en boos, zo ken ik hem niet.
Ja, mompelt hij me toe. Je houdt toch zo van sprookjes moderniseren? De regen klettert tegen de ramen buiten, in de donkere nacht.

~*~
Hansel and Gretel
De zon scheen door de bladeren op het bospad, gelijk een waterval aan licht.
Een intense stilte doorvorst het bos, als een graftombe, ijzig koud, terwijl de zon schijnt aan een blauwe wolkenloze hemel.

Op het bospad keek Sara naar het schouwspel voor haar, in haar, in sandalen gestoken voeten.
Twinkelende lichtdeeltjes spelen een verslavend hypnotiserend beeld voor haar ogen.
Achter haar liep haar vriend John. Ik begrijp het niet Sara?
We moeten toch al lang terug zijn bij de hoofdweg… We zijn goed verdwaald dit keer.
Sara keek achterom naar zijn mooie gelaat, en glimlachte een keer. Ach, we komen er wel toch?
Ze pakte haar mobieltje uit haar heuptasje, kijk!
Triomfantelijk hield ze hem omhoog, ik ga gewoon bellen.

Een half uur later zegen beiden dood moe neer op een omgevallen boomstronk, de mobiel had totaal geen bereik, in het gehele bos niet, zo te zien. Ik wordt er gek van mompelde John, die stilte hier, wat is dat toch.
Kirrend lacht Sara het uit, jij ziet ze vliegen mannetje! Ze vliegt hem om zijn hals en kust zijn mond. John strijkt de donkere lokken uit haar gezicht en streelt haar wang.
Hij voelt zich niet gerust, er is iets, hij voelt het, iets om hen heen, dat hem een naar gevoel bezorgd.
Zijn horloge staat stil, dat had hij een half uur terug al gezien, maar tegen Sara had hij niets gezegd, hij wilde haar niet ongerust maken. Bezorgd keek hij om zich heen, die stilte was abnormaal. Geen dier te bekennen hier, geen vogeltje, nietgs, gewoon totaal niets.
Het leek of ze in rondjes hadden gelopen maar toch werd het bos nu anders.

Er waren nu meer sparren in de omgeving, en de grond was meer bemost dan anders.
Het zou echt niet lang meer duren of het zou donker worden, wat moesten ze beginnen?
John stond op, kom we gaan verder want hier blijven heeft geen zin.
Hij trok Sara aan haar handen omhoog en samen slenterden ze verder, langs het bospad.
Proberen weg te komen uit het doolhof, van bos en bomen en paden.

Hansel and Gretel | Susan Jeffers

Jammer genoeg kwamen er mistflarden op hun pad, ook dat nog verzuchtte John. Hij hield Sara vast bij haar hand. Kom meid, we moeten sneller gaan want er komt mist opzetten, dan zien we helemaal niets meer.
In het schemerdonker liepen beiden zoekend, naar enig aanknopingspunt, van de weg, waar hun auto op hen stond te wachten.
Ze zagen bijna geen hand meer voor ogen, zo mistig was het en opeens, klaarde de mist op, zomaar opeens was het verdwenen.
En voor hen uit opende zich een open plek in het bos, van zo’n onaardse schoonheid dat beiden hun ogen uitkeken naar dit schone. Overal stonden lupines in allerlei kleuren en soorten en maten, van klein tot hoog, pronkten zij met hun bijzondere schoonheid.
Over alles heen leek een mistig aura te hangen, wat alles een nog sprookjesachtiger geheel gaf.
Wat mooi, fluisterde Sara, hm hm….zei John en hij kneep in haar hand.
Ze kneep terug. Schitterend, ik heb nog nooit zoiets moois gezien, fluisterde ze weer. Hm, ik ook niet. Voorzichtig liepen ze langs de lupines, hoog en klein en tussen in, prachtige kleuren, geuren, bedwelmende geuren. De grond was zachtgroen bemost, zacht, geluidloos liepen ze daar rond. Een heuvel over, en eindelijk achter de heuvel stond zowaar een klein huisje.
Sara lacht hardop, oh kijk eens wat een leuk huisje is dat!
Stt zegt John…hij vertrouwd het niet zo. Maar terwijl ze naar het huisje toelopen gelooft hij zijn ogen niet. Op het dak van het huisje groeien wietplanten, met flinke toppen.
Rijp om geplukt te worden. Wauw roept John uit en rent naar het huisje toe. Hij trekt aan wat planten op het dak, groen begroeit met flinke planten, hm na al die zenuwen zal dit goed voor hem zijn, denkt John. Hij pakt wat wiet in zijn hand en verpulvert het.
Opeens klinkt er een krassende oude stem van een vrouw die achter hen staat, Heey wat mot dat aan mijn plantje?
Afblijven met je handjes!

Hansel and Gretel, classic illustration from 1850's edition of Grimm's fairy tales
Beiden kijken geschrokken achterom, daar staat een mega oud vrouwtje, zo krom als wat, gerimpelt, ze leek wel over de 100 jaar oud te zijn.
Oh hallo mevrouw, zegt Sara, we zijn de weg kwijt en weten niet hoe we weer terug kunnen komen. Kunt u ons misschien helpen?
Ja, ja, zegt het vrouwtje en draait zich al om, ze loopt voor hen uit over een klein zandpaadje richting de achterdeur van het huis.
Kom binnen, zei ze poeslief. Kom maar binnen gerust.
Dan krijgen jullie een lekker kopje thee van mij. Kom maar!
Terwijl John langs het oude mens loopt, knijpt ze hem zowaar even in de zij. Verbaast kijkt hij haar aan, maar ze kijkt hem onschuldig aan, met haar behaarde kinnetje en onschuldige bijna grijswitte ogen. Ze glimlacht een tand bloot, meer heeft ze ook vast niet.
In het huisje is het best knus, enkele oude banken, met daarover heen oude kleden, van dat wat ooit een goede kwaliteit moest zijn geweest. Een oude boomstronk deed dienst als tafel. Hij was afgeschaafd tot een glad blad, waar enkele kopjes op stonden.
Het oude mensje strompelde naar een keukentje althans wat dienst moest doen als keukentje. En ze zetten een flinke ketel water boven een vuurtje, ze had nog een zeer ouderwetse kookplaats. Zo zo, dus jullie waren verdwaald? Zei ze met krakende stem. Jaja, ze ging zitten, nadat ze een flinke pot thee op tafel had gezet. Ze veegt haar vette oude grijze lange haren uit haar gezicht. En bijdehant kijkt ze hen aan, zo dus, waar moeten jullie wezen? Vraagt ze zeer vriendelijk.
En waarom zat jij aan mijn plantjes?

Hansel and Gretel
Nou dat is goede wiet, mevrouw. Glimlachte John naar haar. Zo zo dus daar wil je wel eens van snoepen of niet jongeman?
Ze grijpt de leuning van de bank en hijst zich weer rechtop, strompelt hierna naar een oud kastje en opent een laatje, en komt terug met allerlei atributen voor een flinke waterpijpsessie. Zow, zegt John bewonderend. Ze lacht ondeugend naar hem, ja jongeman de reumatiek heeft mij er nog niet onder gekregen, ik lust het wel, wat jij! En ze schaterd het uit. John lacht wat mee. Sara aait inmiddels de mooie zwarte kat die in de kamer was komen kijken naar de nieuwe bezoekers.
Krijgt u veel bezoek mevrouw, vraagt Sara belangstellend. Soms, soms, kirt het oudje.
Onderwijl trekt ze aan de waterpijp en geeft het door aan John.
Het is toch nog knus in het huisje.
Jullie kunnen hier overnachten vannacht, zegt het oude vrouwtje, morgen zien we wel weer verder.
Beiden zijn behoorlijk verdoofd door de drugs, die van zeer zware kwaliteit is en even later vallen beiden uitgeput op een kleine achterkamer neer, op enkele dierenvellen.
In een diepe diepe slaap.
De volgende morgen wordt Sara wakker met een hevige hoofdpijn, ze wrijft zichzelf in de ogen, ze ziet John nergens.
Verschrikt staat ze snel op in de vreemde omgeving en loopt snel naar de woonkamer, waar het oude vrouwtje bezig is met een brood bakken.
Zo zo uitslaper, jij doet niet veel voor oude mensen of wel. Denk je altijd alleen maar aan jezelf?
Sara fronst haar wenkbrauwen, zo kent ze het oude mensje niet. Waar is John? Vraagt ze.
Oh John? John is weg.

The Witch (Hansel and Gretel,Brothers Grimm, 1812)
Hoezo weg, vraagt Sara verbaast. Hij zal nooit weggaan zonder mij nml. Dus dat geloof ik niet. Ach griet, hij zit in mijn gevangenis in de tuin,..hij komt er niet uit, zolang ik dat niet wil en als je wat probeert te doen, maak ik hem dood.
Of jou, glimlacht het oudje. Sara kijkt angstig naar het oude mensje, en wie wilt u daar voor meenemen dan?Stamelt ze. Zozo nog brutaal ook? Nou, ik ben een heks, ik denk dat je dat al wist of niet soms? Ik heb toverkracht en ik kan je tegenhouden.
Sara gelooft niet in toverkracht en al die onzin; Doe niet zo belachelijk. Nou hoe dan? Vraagt ze aan het oude mens.
De heks kijkt haar opeens priemend aan, en zegt dan ok…KIJK!
En ze knipt met haar vingers en in een hoek van de kamer ontstaat een duistere gedaante, een geest, van duistere oorsprong. De geest springt op Sara af, en Sara kreet het uit van angst, om haar hals voelt ze plots handen knijpen, koude ijskouden handen, ze krijgt geen lucht meer.
STOP!!!!!!! Stop,… alstublieft ik zal alles doen wat u zegt.
De oude heks knipt met haar vingers en de duistere geest laat Sara’s keel los.
Jij gaat voor mij zorgen en ook voor hem, je vriend. John heet hij toch?
Jaja, ik ga hem vetmesten en als hij dik genoeg is, dan eet ik hem op.
WAT? Sara kijkt haar aan alsof de oude vrouw knettergek is geworden. Maar dat was ze waarschijnlijk ook. Ze kan weinig beginnen, en elke dag moet ze John veel eten brengen, ook moet ze koken, de grootste maaltijden ooit alsof ze kookt voor 40 mannen. Ongelooflijk zoveel als dat oude mens kon wegstouwen.
Tevens moest ze het huishouden doen voor het oudje, en elke dag voor ze ging slapen viel ze huilend op haar bed.
John werd zo dik als een varken, in dat hok in de tuin. Misselijk was hij van al die maaltijden die hij elke dag kreeg voorgeschoteld. Maar hij moest eten van dat oude mens.
Ze wilde zelfs nog sex met hem, en veel keus had hij niet, want anders zou ze Sara iets aan doen, dus met zijn ogen dicht, deed hij zijn ding.
Maar niet graag, zeer zeker niet, te bedenken dat het oude mensje zich waarschijnlijk nooit waste? John had het zwaar, zo intens zwaar dat hij depressief werd, maar daar had het oudje wel iets voor, flink veel wiet nml.
John was de hele dag stoned, zoveel blowde hij in dat hokje in de tuin. Ook hij had te maken gehad met duistere wezens, alleen omdat hij zo stoned was, zag hij ze continu, in en rondom het huisje, fijn was dat zeer zeker niet.
Hoe kwam hij hier nu uit?

Hansel and Gretel
Sara wist het niet meer, ze mocht John ook niet bezoeken van het oude mens, en ze kon niets beginnen tegen de toverkracht.
Hoe kon zij hem nu bevrijden? Ze wist het niet…John ook niet.
Beiden wisten niet wat er te gebeuren stond. Maar op een dag vond Sara een eeuwenoud kookboek, van een bet over overgrootmoeder van het oude mens. En daarin zaten enkele ezelsoren, een van gestoofd kindervleesch, totaal smoezelig gezien de bladzijden die bijna uit elkaar vielen, en de letters die bijna weggevaagd waren. En een met volwassen mannenvleesch gebraden boven een flink vuur op metalen pennen. Het deed wel denken aan een soort sate oid.
Ondertussen kreeg Sara nogal vaak slaag met de zweep want ze deed het nooit goed genoeg. De heks mepte haar waar ze maar kon en op een dag, sloeg ze Sara helaas te hard en kon Sara de volgende dag niet meer opstaan.
Huilend van de pijn hing ze half op haar bed, ik kan niet, ik kan het niet!
Met betraande ogen keek ze de heks aan, echt niet.
De heks keek haar minderwaardig aan. Nou dan niet lui kreng dan haal ik zelf wel wat bosbessen voor de saus bij je vriendje. Hij is al lekker vet…lachend verdween ze richting het bos.
Maar opeens hoorde Sara kreten, angstkreten, ze kroop naar de deur wat was er toch aan de hand? Ze was bang voor John, Oh John kreunde ze uit. John!!!!!!!
Opeens klonk er een geweersschot…OH JOHN!!!!!
Sara rende zo goed als ze nog kon richting de tuin, Oh John…………….nee!
Angstig huilend rende ze naar het hok. Oh John…………
John stond met zijn dikke vingers tegen de tralies van het hok, hoorde je dat ook?
Wat is er aan de hand? Zijn dikke lellende onderkin wiebelde op en neer als hij sprak.
Ik weet het niet John..huilde Sara, ik weet het niet.
Opeens hoorde ze geluid achter zich op het tuinpad, angstig keek ze achterom, een boswachter met een groen pak aan en een flinke baard, sleepte een flinke wolf met zich mee.
Is dit jullie grootmoeder soms zei hij?
En hij gooide de wolf voor hen neer op de grond.
Nee, sidderde Sara, nee… Zal ik haar uit zijn buik snijden, en hij haalde zijn mes al te voorschijn. Nee doet u dat maar niet, de buik bewoog nog gevaarlijk en het oude kreng was waarschijnlijk nog in leven ook.
Nee laat die heks maar zitten.

"Creep in," said the Witch, "and see if it is properly hot" Hansel and Gretel…
Zo zo zei de boswachter heks nog wel, hij bulderde van het lachen.
Wat doe jij in dat hok jongeman? Verbaast keek hij naar de dikke John.
Haal me er maar uit alstublieft, mompelde John!

Dat lukte zonder problemen, van duistere geesten was geen sprake meer nu de oude heks in de buik zat van de wolf.
de boswachter vertelde dat hij eigenlijk nooit in dat deel van het bos kwam. Het was niet zijn district nml. Wel keek hij vol waardering naar de dakbegroeiing…zo zo…
Lachte hij en plukte er wat van mee.

Uiteindelijk zaten beiden na 9 maanden achter het stuur van hun autootje, op weg naar huis.
John paste ternauwernood nog achter het stuur dus Sara reed.
Weet je , zei Sara, ik ga echt nooit meer, nooit meer naar een bos hoor!
Nee mompelde John..die dacht aan flink trainen in de sportschool…

~*~

Vriendelijk trekt hij aan een pijpekrul in mijn haar, ik ga weer hoor, dag..
Ik hoop dat je het leuk vond dit keer, een verhaal van mij te horen.
Zeker glimlach ik, deze is wel leuk.
De andere niet, oh jawel antwoord ik, alleen deze heeft een heel goed eind.
Hij vertrekt ik voel het…de wind waait door de kamer en de deur waait dicht.
©AngelWings