Geen kerst voor hen!

Geen kerst voor hen! (kort verhaal)
Onder het afdakje stonden ze buiten, bij het asielzoekerscentrum, nog even een sigaret voor ze gingen slapen, op hun te kleine bedden,
met te weinig dekens, met 6 man op één kamer.

Farouk mopperde tegen zijn kameraad, om die eeuwige regen in dit koude land.
Ali blies de rook de avondlucht in, en knipperde met zijn ogen, om tranen tegen te houden die bij hem opkwamen.
Hij voelde zich, ondanks alle andere vluchtelingen, intens eenzaam, hij miste zijn familie elke dag.
Rillend stonden ze daar, in het donker te staren.
Het is hier heel koud hé? Ik vind dit niks aan. Zei Amir in zijn moerstaal.
Ik denk niet dat ik mijn kinderen dit aan kan doen.
Nee, hij schudde zijn hoofd, zijn zwarte lok viel hem voor zijn ogen.
Ik denk dat ik terug ga naar mijn land.
Het duurt toch veel te lang allemaal. Ik hou dit niet vol en we krijgen niet veel geld.
Ik word gek anders, van al die mensen die ons willen vragen met hun kerstdagen.
Amir spuwde boos op de grond. Wat hebben wij met die kerst in dit vreemde land, helemaal niets.
Denken wij hier naar toe te komen voor geld en een mooi huis, met tuin, waar onze hele familie in kan wonen straks.
Wat krijgen wij, wij zijn niets meer dan een hond.

Ali keek met dichtgeknepen ogen, naar de rook van zijn sigaret die de nacht inwolkte.
Glimlachend zei hij: Heb je die ene meid gezien, met die dikke tieten?
Hmm grijnsde Amir, die gisteren kwam, die met die blonde haren?
Ja, die ja, ik heb haar over haar billen gewreven.
Zij wilde mij niet, maar ik heb fijn gedroomd over haar.
Maar thuis heb jij een vrouw?
Waarom doe jij dit? Amir keek verbaast naar zijn roommate.
In ons land hoort dit niet, hier ook niet. Oh hier mag alles, glimlachte Ali.
Die vrouwen hier zijn hoeren, meer niet. Farouk keek ook verstoord, jij mag zo niet denken.
Dat is niet waar, dat weet jij toch, wil jij problemen soms?
Jij weet toch wat Sarang laatst zei! Vrouwen hier zijn goed voor één ding.
Onzin, mompelde Amir.
Hij dacht aan zijn mooie vrouw in zijn vaderland.
Jij moet je hier gedragen, anders ga jij terug. Niet aan die vrouwen komen man.
Geloof mij…
Onwillig trapte Ali zijn sigaret uit.
Hij nam haastig een slok van zijn fles vodka. Dat was wel prettig. Het verwarmde zijn ziel van binnen.
Wat is dit een raar land, zei Amir, zij vinden alles goed hier, homo’s, ik vind dat niet normaal!
In ons land is het verboden en hier mogen zij alles. Dat is niet goed voor mijn kinderen.

Hoe kunnen wij onze kinderen hier grootbrengen?
Hier is alles zo anders, en ze zullen niet accepteren dat mijn vrouw haar hoofd bedekt. Ja, ja, ik weet het, zij doen alsof!
Geloof mij maar.
Hij nam de fles vodka over van Ali en nam ook een slok.
Alles was zo teleurstellend geweest, ze hadden zoveel anders verwacht dan dit.
De boekjes die zij kregen van de mensenhandelaren, waren zo mooi geweest, prachtige foto’s hadden zij gezien, en ook hoeveel ze in welk land kregen aan geld en spullen, zelfs huizen kreeg je zomaar gratis.
Ze werden met open armen ontvangen door mensen met een heel ander geloof en een zak vol knuffelberen.
Hier hadden ze dagen plezier van gehad door ermee te voetballen in het AZC.
Wat moesten ze hier nu mee, wachten, en wachten.

Ik ga echt terug, zei Amir ineens. Hmm ik denk dat ik ook terug ga, nog voor de kerst.
Anders moet ik eten bij die dikke mevrouw met haar katten. Ik weet dat zij mij wil, voor meer, ik ga niet daar eten.
Zij knipoogde naar mij! Ik heb het gezien en zij hield mijn hand vast alsof ik een klein kind was.

Ik ook niet, zei Farouk,… Ik ga ook weg en terug!
Ik wil geen kerst vieren, ik wil een vrouw uit mijn land of een hele mooie hier.
Maar dan nog blijft alles anders dan in ons thuisland.
Ik kan hier ook niet wennen, denk ik, zei Ali.
De regen drupte neder, in het donker, en onder het afdakje, spraken zij af, te vertrekken voor de kerst dat jaar.
Ze wilden geen feest vieren in een land zonder hun familie, een christelijk feest nog wel, waarom begreep niemand, dat zij dit niet leuk vonden?
Ze wilden niet bij vreemde vrouwmensen in huis gaan eten, met soms een man erbij of zelfs kinderen, ze misten hun kinderen toch?
Hoe wreed was het om hen te willen laten genieten van de geneugten van een familie, waar zij zo ver van waren?
Met eten dat zij vies vonden zelfs.
Nee, het klokje tikte nergens zoals het thuis tikt.

©AngelWings