Photobucket

Een vreemde vroege vogel

 

 

 

Aan de kant van de snelweg stond een jongen…

Hij was lang en leek een uitgeschoten , uitgerekte puber. Die met zijn houding totaal geen raad wist..

Hij bewoog maar heen en weer…

Van voor naar achteren en terug.

Heen en weer en op zijn gezicht lag een glimlach..

Hij lachte naar de zon die op zijn gezicht scheen en zijn wangen streelde.

Hij lachte naar de steentjes die hij weggooide en afketsten tegen het asfalt..

Hij lachte naar de auto’s die voorbij raasden…..

Hij lachte om het geluid dat hij hoorde, van de vogel die hoog in de lucht een kreet slaakte..

Van vreugde om een vrijheid die weinig mensen nog bezitten…

Maar hij,…

Hij had het wel.

Hij had die vrijheid nog in zijn geest en zijn lichaam, och..

Die telde voor hem niet zozeer mee..

Geluk straalde van zijn gezicht..

Zijn ogen straalden de zon, uit een vreselijk diep heelal..

Een heelal, waarvan hij het bestaan niet vermoede.. hij hoefde enkel maar te voelen om te leven.

Staand naast een waterplas sprong hij er vol overgave in…spetterend en spatterend..genoot hij gelijk een kind…

En zijn geest was als die van een kind.

Een kind van misschien vijf jaar?

Hij fietste als een bezetene door het dorp heen. En genoot

Maar deze jongen had het lichaam van een man van 24…

Hij rende door het grasland..

Sprong over slootjes.En danste in de zon op de heide…

alsof hij op een paard reed en niet enkel zijn fiets onder zich had..
Gewoonweg simpel blij..

Hij lachte om alles dat mooi was en vriendelijk..en dingen als verdriet kende hij niet.

Alles was mooi voor hem, dat spinnenweb in de vroege ochtend zon.Met die prachtige dauwdruppels als diamanten, parelend langs de draden…hij genoot en keek er naar alsof het de eerste keer was, dat hij het zag, maar in feite zag hij het vrijwel dagelijks.

Want een vreemde vroege vogel was hij wel.

Ademloos was hij, als hij door het bos liep en hij de dieren zag,

een eekhoorn die wegschoot langs de stam van een boom.

Een hert dat schichtig wegsprong in de struiken.

De vogels die hun nimmer eindigend concert floten. Hij luisterde nauwkeurig..en was blij…

De regen die op de bladeren tikten in hun eigen koor…en hij kleddernat weer thuiskwam omdat hij uren doorbracht met alles wat de natuur en het leven hem bood.

En als het zomer was en hij zijn voeten baadde in een kleine watering, en hij de libelles zag zweven boven zijn hoofd als kleine helikopters..de mugjes zag dansen boven het wateroppervlak..en de eenden over het water zag zwemmen, dan was hij wederom het grote geluk in het leven..hijzelf was zijn eigen geluk..

De eendjes die hun kopjes onderdompelden, en dan schuddend weer bovenkwamen,

dan schaterde hij..simpel maar vol van zichzelf en zijn eigen innerlijke rijkdom…
Stil was hij dan , heel stil van binnen.

En als het donker was kon hij uren staren uit zijn zolder kamer, naar de sterren in de hemel en de maan die scheen.

En alles verlichte in schaduw en duisternis en toch zo licht….

Hij was toe aan slaap maar dit moment gaf hem een moment van bezinning over de dag waarin hij alle wonderlijke dingen had gezien en meegemaakt…

En dan lag er om zijn mond een lieve glimlach want,…

Herinneringen had ook hij dit mens, dat geestelijk niet was zoals alle andere mensen waren..

Maar hij was rijker dan menigeen op deez aard..

Die niet meer konden zien wat hij wel zag..en wat hij was.

Een met de natuur een met het leven zorgeloos als een kind.

En gelukkig zoals onbeschadigde mensenkinderen konden zijn.

En dan gin hij maar gauw weer slapen want…

Immers…hij was een vreemde maar ook vroege vogel…