Korte Verhalen

Een nieuwe baan?

Mijn nieuwe baan begon al goed.
Wat een nerds waren mijn nieuwe collega’s.
Vreselijke witte maadachtigen, beiden brildragend met het brilmontuur uit de jaren 1970.
Het schijnt mode te zijn, maar ik kan er niet aan wennen.
Naast mij staat een nerdje stoer te zijn, met te weinig baardgroei, dus laat hij zijn oorpannelappen maar groeien ofzo.
Het ziet er zo niet uit.
Een soort veredelde bakkebaard, maar wel een hele vreemde soort.
In principe is het mijn tweede werkdag, maar omdat ik neergeslagen werd door een heftig griepvirus, moest ik mijn eerste werkdag wel afzeggen. Gezien ik gisteren nog platlag de hele dag met 39 graden koorts, belde men mij toch nog op, om mij te manipuleren en te sommeren om vandaag toch aanwezig te zijn.
Ik heb mij vermand om op deze dag toch mijn heftige griep te bezweren, op de één of andere wijze en toch aanwezig te zijn, al sta ik te tollen op mijn benen, met medeweten van mijn nieuwe collega’s uiteraard.
Dus daar sta ik dan in de winkel, een baan te hebben met nerds.
Wie had dit verwacht?
Ik niet. Ik hoest wat af uiteraard. Maar aangezien men als nerd denkt mij te mogen zien als de nieuwkomer en ik moet doen wat zij van mij verwachten, denken ze mij te mogen misbruiken als pispaaltje blijkbaar.
Hier ga ik dus niet mee akkoord ook al zal ik dit niet rechtstreeks verwoorden.
Er is iets vreemds gaande in deze zaak, niemand mag hier zitten.
Ze verwachten blijkbaar dat je als mens een hele dag, uren blijft staan?
En dat met mijn griepvirus in mijn donder?
Dit ga ik niet volhouden dus dat is duidelijk, zelfs niet met paracetamols in mijn body.
Ze sturen mij naar boven om een dossier op te halen. Ik moet twee trappen op, bedankt, is er dan niemand die enig gevoel heeft richting mijn ondanks griep aanwezig zijn en toch moeten doen wat zij verwachten?
Doodop sta ik bovenaan de trap te hijgen van alle inspanningen en koorts die ik toch overduidelijk nog heb.
Die enkele uren dat ik aanwezig ben, sturen ze mij 20 x de trappen op en af.
Alsof het niets is en blijkbaar genieten deze spermacellen er enorm van, hun armetierige macht over mij, de nieuwkomer. Ze kennen mij nog niet blijkbaar.
Ik doe wat zij zeggen, en zie het met lede ogen aan.
Na vijf uren staan en gewouwel van deze twee lelijkerds, over seks en vrouwen, waarbij ik mij werkelijk afvraag welke vrouw daar ooit het bed mee zou willen delen, ben ik het dan ook zat.
Ondertussen hoest ik al mijn bacillen op hun toetsenborden, koffiebekers, hoest ik in mijn hand en raak alle deurknoppen aan met een likje spuug, als na enige tijd een collega, mij angstig aankijkt. Ik hoop niet dat ik krijg wat jij hebt.
Hoezo? vraag ik hem nog droog. Nou volgens mij krijg ik ook al kriebelhoest.
Hij kucht wat. Ik kijk hem aan, het is een hele zware griep, zeg ik meedogenloos.
Hij begint inderdaad snel. Dus pas maar op.
Ik wens hem werkdagen toe tollend op zijn benen waarbij hij niet mag zitten.
Net zoals ze mij behandelen nu.
Na nog een uur vertrek ik, eerder dan moest.
Ik ben zo ziek als een hond, ik ben gegaan met als dank, een wreed stel nerden collega’s waar ik geen behoefte aan heb in mijn belevingswereld. Zo ga je niet met mensen om nml.
Thuisgekomen val ik plat neer op de bank en moet ik flink bijkomen.
Het eerste wat ik doe als ik wat bijgekomen ben, is mijn ontslag indienen.
Ik lik nog eens flink langs de enveloppe en kuch er nog eens in.
Ik plak hem dicht, die kan later op de post.
©AngelWings