De Wisseling

De zon weerkaatste tussen het gebladerte door van een oude eik, de groene bladeren vormden een dak tegen de warmte, waaronder een lieftallige jongedame lag te slapen. Op het zachte mos, lag zij in een foetus houding opgerold, diep in slaap, overmand door de warme dag, die iedereen slaperig had gemaakt. Zelfs bijen zoemden loom in het luchtruim, en de vogels vielen bijna van het dak.

Leonarda was haar naam, maar ieder die haar goed kende, sprak haar aan met Lee.
Het landgoed van haar vader was ook in diepe rust, ook haar ouders sliepen een middagdutje, en het personeel was of aan het rusten of was bezig met een rustige taak.
Lee trok haar neusje op, er kriebelde iets langs haar wang en ze wreef slaperig over haar gezicht.
Langzaam opende ze haar ogen met haar lange donkere wimpers, prachtige lichtgrijze ogen die de wereld verbaast in keken. Angstig ging ze snel rechtop zitten en gaf een hoge gil, voor haar stond een knappe jongeman, maar geen gewone jongeman, maar een centaur.
Vol verbazing keek ze naar het wezen, half mens, half paard. Geamuseerd keek de centaur haar aan, zijn donkere ogen blikten brutaal en doordringend in de hare, om zijn mond lag een lichte trek van spot.
Dag jongedame, vanwaar komt u? Vroeg hij met een warme stem.
Lee knipperde met haar ogen en stelde direct een wedervraag; Wie, wie bent u?
Aangenaam, zei de centaur en hij stak zijn hand naar haar uit, ze keek naar zijn gespierde bovenlichaam, prachtig zo mooi had ze nooit een mannenlichaam gezien. Ze kende de Romeinse en Griekse beelden allemaal, maar zo prachtig als dit mannelijke wezen was,..vol verbazing legde ze haar kleine hand in de zijne.
Goedkeurend keek hij haar aan, mijn naam is Darcanté, wat is uw naam schone vrouwe?
Lee grinnikte even en slikte hoorbaar; Mijn naam is Lee! Leonarda eigenlijk, maar iedereen noemt mij Lee. Hij keek haar peinzend aan en zei toen; Kom dan met me mee Lee, met een verlokkende stem.
Lee aarzelde geen moment, dit moest ze haar ouders laten zien. Ze stond snel op, hij trok haar omhoog, hij was sterk, voelde ze.
Ze wees achter haar naar het landgoed; Kom we gaan naar mijn ouders.
Niet begrijpend keek de centaur haar aan, hoe bedoel je, waar woon je dan?
Geschrokken keek Lee achterom, naar het landgoed, maar ze zag niets meer, het huis was verdwenen.
Hoe, hoe kan dit hakkelde ze, geschrokken keek ze de centaur aan, hier stond het huis van mijn ouders, ik woon hier!
De centaur keek haar medelijdend aan, je bent hier in het grootste bos van Atlantis, ik denk dat je in de war bent Lee. Nee, nee hoor ik ben niet in de war, toch? Ze voelde aan haar voorhoofd. Nee ik, ik voel me prima maar, hoe kan ik hier terecht zijn gekomen?
Ik lag te slapen en ineens staat u voor mij? Een schaterlach schalde door het bos, vogels vlogen verschrikt op, en Lee keek met grote ogen naar de centaur. Waarom lacht u dit is niet grappig, zei ze nuffig.
Ze streek door haar kastanjebruine lokken, en keek de andere kant op. Lachte hij haar uit?
De tranen sprongen in haar ogen. Kom meisje Lee, loop met mij mee en ik zal je uitleggen wat er gebeurd is. Hij nam haar hand zachtjes in de zijne en ze begonnen te wandelen langs het bospad.
Hij was een kop groter dan Lee, ze vond het wel prettig in zijn gezelschap. Hij sprak met een vriendelijke stem tegen haar en ze voelde zich op haar gemak.
Jij sliep net onder de ‘’Heilige Eik’’, de eik, waar soms een ‘’Tijdsverwisseling’’ plaats vind.
Helaas gebeurd dat, omdat er dan toevallig iemand bij de boom staat, onze grootmeesteres is vandaag vertrokken naar een tijd in een verre toekomst, dat kan alleen bij die boom.
Zij is nu waarschijnlijk op bezoek in jouw tijd en jij bent nu hier voor enkele dagen, tot zij terug komt zit je hier even vast. Maar ik zal je tijd veraangenamen zolang je hier moet verblijven.
Oh wat spannend, zuchte Lee uit, ik ben in Atlantis dus, het oude Atlantis, daar had ze wel eens over gelezen. Over de Bermuda driehoek in de Caribische zee, waar schepen en vliegtuigen verdwenen zodra ze langs die driehoek voeren of vlogen en niemand wist waar ze gebleven waren. Men kon ook niets terug vinden van gezonken schepen of neergestorte vliegtuigen. Het was haar altijd blijven boeien en nu was ze hier, door een stom vreemd toeval. Ze glimlachte, Laat mij Atlantis zien alsjeblieft!
Ze keek naar de centaur, die haar met zijn donkergrijze ogen in de hare blikte, ze keek naar zijn prachtige lange zwart golvende haren die over zijn schouder vielen.
Na een tijdje wandelen, hand in hand, kwamen ze aan bij een bijzonder ogende poort.
Een verblindend witte muur opgevuld met edelstenen van topaas, beryl, amethyst, en onyx, versierde de poort. Op de poort stonden afbeeldingen van zeegoden en godinnen. En voor de poort heel symetrisch, enkele inmens grote aardewerken potten met daarin enorme bomen.
Langs het pad, waar zij liepen stonden wachters in een rij opgesteld, met lansen van goud ingelegd met wederom edelstenen in de kleur van het water, blauwgroen gesteente.
Ze waren gekleed in gouden harnassen, en op hun hoofden drogen zij een gouden helm met paars gekleurde veren.
Dat had te maken met het 7e chakram, legde Darcanté uit. Dat was de bron van het Goddelijke, welke je heldervoelende gaven opende, de paarse kleur hoorde ook bij dat chakram. Daarmee stonden ze in contact met het hogere. En het hogere werd weer door hun heersers beheerst. Het waren geen denkende menselijke wezens meer, maar een soort zombies, zo gemaakt, omdat zij een misdaad hadden begaan. Uiteraard geen Atlantiërs, glimlachte Darcanté, wij zijn een hoogstaand volk nml en begaan geen misdaden dit zijn gevangenen, welke ons land wilden overnemen. Ze werden beheerst door middel van een hypnose vorm, als zij hun straf jaren er op hadden zitten, werden ze uit hun hypnose gehaald en mochten zij weer terugkeren naar hun vaderland.
De poorten openden zich voor hen, en Lee wist niet wat ze zag, zoveel schoonheid. Zoveel dieren en prachtige vogels in allerlei kleuren, met prachtige lange veren, en de mensen waren prachtig om te zien. Merendeels waren zij gekleed in witte of zwarte kleding, en daarop droegen zij edelstenen en een plakaat op hun borst aan een ketting. Iedereen droeg er zo een, zag Lee.
Ze wilde er naar vragen, maar Darcanté wees naar een groot gebouw.
Ik wil je voorstellen aan onze heersers, zo vaak krijgen we geen wisseling uit een andere tijd, dus ik moet je aanmelden daar.
We kunnen dan kennis uitwisselen Lee. Dat is voor ons zeer belangrijk. Mag ik vragen waarom, vroeg Lee verbaast. Ze was ondersteboven van al die pracht en praal en rijkdom, wie had dat gedacht van Atlantis?
Ze had altijd wel gedacht dat het iets bijzonders moest zijn geweest maar nu ze er was, was het duizendmaal mooier dan zij zich ooit had kunnen voorstellen, het leek als een hemel op aarde.
In een grote marmeren hal werden zij verwelkomt door enkele stafmedewerkers, waaronder Shantalliah, een oude grijsharige dame met helderziende gaven die zo sterk waren, dat zij al weet had van de komst van Lee voor dat de wisseling had plaatsgevonden.
Bedankt Darcanté, glimlachte ze liefdevol naar de centaur. Shantalliah nam Lee bij haar hand, kom liefje, ik zal je voorstellen. Lee keek achterom naar Darcanté, kom je ook, zei ze angstig.
Wees niet bang ik ben er voor je, ik zal ook blijven, de centaur liep met hun mee, langs de prachtige marmeren hal, naar een kamer, waar voor de poorten aan weerszijden twee watervallen zilveren waterdruppels naar het bassin voerden. Hartelijk werd Lee ontvangen door 7 mensen die heersten over Atlantis. Allemaal bijzondere mensen, anders dan zij kende, hun gezichten waren hartvormig, hun monden kleiner en smaller, hun neus was ook perfect van formaat, hun ogen blauwachtig zilverkleurig. En hun haren golvend en goudkleurig. Wij zijn venuzianen, wij komen van Venus, legden ze uit aan Lee.
Aliëns dus, dacht ze verschrikt, ze lachten allemaal, Ja Lee, zoiets.
Wij kunnen gedachten lezen, wij allemaal. Blozend keek Lee naar Darcanté, ze sloeg haar ogen beschaamd neer.
Goedmoedig glimlachte Darcanté naar haar. Ik weet wat je denkt Lee, dat is niet voor niets. Jij bent diegene die mij komt bevrijden, van het DNA waar de oudAltantiérs mijn voorouders mee hebben geïnsemineerd. Niet begrijpend keek Lee naar Darcanté, hoe bedoel je dat?
Darcanté legte uit: Wij hebben al eeuwen kennis van DNA ontwikkelingen en men heeft daar in het verleden misbruik van gemaakt, daardoor zijn centaurs gecreëerd, en moeten wij daarmee leven. En mij is beloofd dat een volgende Tijdsverwisseling, mij toegewezen zou worden, zodat men mijn DNA kan veranderen.
Maar hoe gaan zij dat dan doen, wat gaan jullie met mij doen? Riep Lee verschrikt uit.
Geen angst, zei de centaur, bezorgd kijkend naar haar, gewoon rustig blijven er gebeurd niets wat jij niet wilt. En het zal geen pijn doen liefje. Maar ik ben je liefje niet Darcanté, riep Lee uit. Laat me gaan, ze begon te huilen, waar was zij verzeild geraakt?
Darcanté sloeg zijn armen om haar heen, hij kuste haar wang, hij duwde zijn voorhoofd tegen het hare, rustig meisje, rustig, er zal niets gebeuren dat jij niet wenst, geloof mij!
Alles zal gaan zoals jij dat zelf wenst. Je vindt me toch wel aardig of niet Lee?
Het laatste zei hij fluisterend in haar oor, zijn lippen raakten zacht haar oorlel aan, Lee rilde bij zijn aanrakingen.
Ze keek in zijn donkere doordringende ogen, ze geloofde hem, terwijl ze in zijn ogen keek, ze had geen weet van hypnose vormen, zoals men die kende in Atlantis namelijk, en dat was wat Darcanté bij haar deed.
Zijn energie sloeg door haar lichaam, ze voelde zijn warmte, ze rook zijn muskusachtige geur en het was haar welgevallig, ze glimlachte en leunde tegen hem aan. Haar hand op zijn rechterflank, ze giegelde het uit opeens, hij was zo mannelijk maar toch ook ergens een paard, ze kneep eens in zijn bil, en trok aan zijn staart. Men lachte, om haar gevoelens, lachte men haar uit? Verschrikt keek ze om zich heen, maar zag enkel geruststellende blikken in de ogen van de Zeven heersers, zoveel liefde straalden zij uit.
Er werd voedsel binnengebracht, één van de heersers riep: Kom laten wij gaan vieren dat wij eindelijk weer een wisseling hebben ontvangen en laten wij het Universum danken voor de goedheid.
Darcanté kneep zacht in de hand van Lee, hij keek haar liefdevol en intens dankbaar aan, kom eet met ons zei hij.
Aan de grote tafel gezeten kwamen de vele vragen welke Lee wilde stellen, waarom iedereen een plakaat droeg op de borst. Darcanté legte uit dat elk pasgeboren kind werd bezocht door astrologen en priesteressen. Zij zochten uit waar een kind aanleg voor had en waar het zich in behoorde te scholen om gelukkig te zijn. Hierna kreeg een kind een zegel, met 4 tekens erop, welke zijn vaardigheden in het leven zouden worden. Een kind werd dan van jongs af aan goed begeleid in het vak van kunnen en dat betekende dat alle Atlantiërs gelukkige mensen waren, omdat iedereen alleen dat deed in het leven wat bij hem of haar hoorde. Hierna vroeg Lee wat ze zouden gaan doen om het dna van Darcanté te veranderen, wat ze bij haar zouden doen.
Darcanté legte uit dat ze bij haar dna zouden afnemen, wat heel simpel kon door middel van een haar van Lee bv.
Daarna zouden ze verbonden worden in een laboratorium waar zij 4 uur met elkaar moesten verblijven.
Dan zou Darcanté haar imprenting meekrijgen, dus alles wat zij ervaren had in haar leven werd dan in zijn dna geprint. Zodat het onmenselijke deel in hem gewist kon worden. Dat zou wel pijnlijk voor hem worden, vertelde hij maar hij had altijd gehoopt dat hem ooit deze eer te beurt zou vallen.
Daarna werd hij in een grote glazen bak met speciaal water gelegd voor 2 dagen, waarop zijn centaur aanleg zou wegsmelten in dat speciale water en er net zoals bij mensen benen bij hem zouden groeien.
Vol verbazing keek Lee naar hem, oh zei ze, meer kon ze niet uitbrengen.
Oh…En ben ik dan al terug naar huis denk je, vroeg ze nerveus, ik wil nml wel graag zien hoe het is als je weer benen hebt zoals mensen. Darcanté lachte vrolijk en zei dat de grootmeesteres soms nogal lang wegbleef dus Lee zou er vast nog wel zijn om dat te mogen aanschouwen.
Na de zalige maaltijd, nam Darcanté haar mee naar een prachtige tuin achter het grote gebouw.
De bloemen geurden zalig, de watervalletjes kronkelden langs de voetpaden, welke van hoog naar laag liepen. Langs stenen paden begroeit met felgroen mos. Het begon te schemeren inmiddels en aan de hemel stonden felle sterren te stralen, als lichten op een plafond.
Lee bewonderde de schitterende beelden in de tuin, allen natuurgetrouw nagemaakt van menselijke vorm en gedaante. Menselijk echt, maar allen in witglanzend marmer. In een hoek van de tuin zag zij een beeld van een grote engel, prachtige wijde vleugels strekten zich uit over een kleine vijver. Lee rende er verrukt naar toe, maar toen ze daar stond overviel haar plots een intense droefheid, ze keerde zich om naar Darcanté, en keek hem aan met tranen in haar mooie ogen.
Waarom voel ik me zo verdrietig, vroeg ze aan hem. Wat is er hier gebeurd? Wat is er met die engel aan de hand? Darcanté nam haar hand in de zijne, en kuste deze zacht.
Liefste je herinnerd je niets meer en dat is soms maar goed ook.
Maar je bent mijn tweelingziel, hier ligt je vorige incarnatie van eeuwen geleden begraven. Sorry ik kon het je niet vertellen, ik kon het ook niet geloven dat onze grootmeesteres naar jouw tijd zou gaan, en deze verwisseling bewust gekozen heeft voor mijn intens gebroken hart.
Bedroefd keek hij naar Lee, je lijkt nu nog steeds op haar, op jezelf zoals toen, zoals nu, hij kuchte even zacht. Het is moeilijk te begrijpen liefste. Lee was totaal overrompeld, stond ze nu aan een graf van zichzelf eeuwen geleden? Hoe kon dit nu? Maar ze kon ook naar hier overgeheveld worden, dus waarom zou dat dan niet kunnen. Met grote ogen keek ze naar Darcanté, wat vreselijk? Hoe ben ik gestorven dan in dat leven, dit leven, eh…toen?
Een rauwe snik klonk uit de keel van de centaur, beschaamd keerde hij zich om, hij wiste een traan uit zijn ene oog en draaide zich toen weer om naar Lee.
Hij strekte zijn handen uit, in de hoop dat zij zijn handen vast wilde houden als hij het ging vertellen.
Wat is een tweelingziel, vroeg Lee aan hem en ze nam zijn handen in de hare, ze glimlachte voorzichtig naar hem. Daarom voelde hij zo vertrouwd voor haar.
Hoe weet je dit allemaal, ik begrijp er steeds minder van stamelde ze.
Jij bent gestorven omdat een wilde stam ons wilde aanvallen, ons Atlantis de stad, verduidelijkte hij, en daarbij hebben ze jou in je hart gestoken met een speer.
Je stierf niet direct, dat was het ergste je hebt zo geleden. De tranen stroomden over zijn gezicht, zijn ogen donker in de avondhemel, glinsterden als sterren.
Samen stonden ze zwijgend bij de engel, wachtend op iets dat was en zou komen.
Dat altijd zo was geweest.
Een tweelingziel geliefde Lee zijn twee zielen die geboren worden uit een ziel die al zijn lessen op aarde al voldaan heeft en na een tijd in de hemelse sferen mensen begeleid te hebben, volmaakt geworden en dan door middel van zijn/ haar tweelingziel in een laatste overgave aan elkaar, uiteen spat in een intens orgastisch geheel waaruit twee delen ontstaan.
In feite ontstaan er dan 4 nieuwe zielen uit 2 zielen die tweelingzielen waren.
Zo is de geboorte in de hemel, zo andersom op de aarde.
Wij zijn een deel van een volmaakte ziel, wij zijn de kinderen van deze ziel, een tweeling voor altijd verbonden op de aarde, en in de hemelse sferen.
We zullen elkaar nodig hebben en elkaar altijd weer ontmoeten op aards niveau.
Wij zullen elkaar snel kunnen herkennen als ons ego ons niet in de weg staat, als we open staan voor de liefde op aarde, dan zien we elkaar het snelste weer terug.
Wij reincareren leven na leven, opdat wij leren van onze fouten, lessen die ons volmaakter maken, zodat we jaren na ons volmaakt worden als mens, bij God in de hemelse sferen mogen verblijven om te helpen op aarde als gidsen voor mensen. Al die tijd zijn wij nog samen.
Er komt dan een tijd waarop wij elkaar los gaan laten, maar dat is pas na onze hulp aan menselijke wezen op aarde, daarna pas, als we volmaakter geworden zijn dan we nu kunnen beseffen.
Daarna als we elkaar los kunnen laten, kunnen wij uiteen splijten in twee zielen.
En zo gaat het universum verder, met allemaal zielen ontstaan uit twee zielen, in liefde.
Lee zuchte eens diep, wat prachtig Darcanté.

Wordt vervolgd

©AngelWings