Kerstverhalen

De sneeuwengel

Photobucket

De sneeuwengel

In het grote landhuis, aan de Greverderiuslaan, gingen die nacht de lichten aan in de grote hal, en toen in de woonkamer aan de linkervleugel. De sneeuw dwarrelde gestaag met flinke vlokken langs de witte raamkozijnen. Koortstachtig liep Mijnheer Frederick Hogendoorn door zijn woonkamer, heen en weer. De dokter was bij zijn Vrouwe, Marla Hogendoorn, zij lag met koortachtige rode wangen in het grote hemelbed. Doch de dokter kon weinig meer betekenen voor het op het einde lopende leven van Marla Hoogendoorn. Op 60 jarige leeftijd verliet zij dit luxe leven met een diepe zucht, en verliet zij haar geliefde man, die ineen stortte nadat hij zijn hand op haar koude hand legde en opeens voorgoed besefte dat zij dan toch echt was heengegaan van hem. Tranen liepen over zijn magere wangen uit zijn vaalblauwe ogen, op de zachte witte sprei. Oh lieverd, verzuchtte hij waarom moest je mij nu al verlaten, wat moet ik toch zonder jou mijn lief.

Hij viel snikkend met zijn gezicht neer op haar hand, en bleef deze omknellen tot hij in een diepe slaap viel. De slaap die hem nachtenlang was ontnomen, door het ziekbed van zijn zo geliefde vrouw.

De dagen erna waren een hel voor Frederick Hogendoorn. Mensen kwamen in en uit lopen, de notaris, de kinderen, de buren, zijn broer die nog in leven was, zijn schoonzuster doch niemand onttrok hem uit de lethargie die hem was overvallen, op de dag dat zijn Marla het leven had verlaten. Rusteloos stond hij s’nachts op en sliep overdag, hij had geen zin meer in het leven. Haar grafsteen kwam te staan op het familie kerkhof van de Hoogendoorn’s, achter op het landgoed Greverda.

De sneeuw dwarrelde maar door tijdens die dagen en op de steen stond een mooie roos gebeiteld voor zijn lieve Vrouw Marla, in gouden letters, haar naam en data. Tranen liepen over het magere gezicht van Frederick alles leek zo zinloos, hij wilde ook niet meer verder.

De kerstboom die hij nog opgetuigd had voor haar stond eenzaam in de hal bij de open haard, de lichtjes werden niet langer ontstoken, Frederick keek er niet meer naar om. Verdriet tergde zijn lijf en ziel.

Verlaten voelde alles aan, wat was hij zonder haar?

De avond voor kerst had eenieder zijn best gedaan om Frederick mee te nemen voor de avondmis, en uit te nodigen voor de komende kerstdagen, maar Frederick wees alles vriendelijk af. Hij wilde alleen zijn zei hij dan. En zuchtend verliet men dan het toneel, er was geen helpen aan en als hij niet anders wilde, dan moest hij het zelf maar weten.

Die avond zat Frederick voor de open haard en zowaar hij had de kerstlichtjes ontstoken, en een deken over zijn magere lijf gelegd.

Muziek klonk door de luidsprekers van zijn radio, kerstliederen die zijn gemoed pijn deden. ‘Marla’, fluisterde hij, en weer overviel hem de weemoed, het verdriet. De sneeuw viel uit de hemel in gestage vlokken.

De hemel was donkergrijs.

Trillend nam Frederick zijn jas van de kapstok, hij moest er naartoe, naar haar graf, zo ver was dat niet van het huis af. Hij moest bij haar zijn, de eenzaamste kerst in jaren, zonder haar dat kon toch niet?

Steunend zocht hij zijn weg naar de steen, door de sneeuw, die in dikke pakken over het pad lag, Frederick greep zich vast aan bomen en takken, en sleepte zich verder. Op weg naar zijn geliefde vrouw die daar lag in dat koude graf, zijn hart kreet het uit van pijn, de kou was bitter die nacht, net zo bitter als zijn hart.

Bij het graf zat hij neer in de sneeuw, en huilde, hij huilde als een wolf, om zijn verloren geliefde. De sneeuw viel in gestage vlokken uit de hemel op het kleine kerkhof van de familie Hogendoorn.

Plots scheen er een ster vanuit de hemel op de grafsteen en verbaast keek Frederick op, door de tranen heen zag hij een fel licht op zich afkomen, en zowaar, hij lachte, ja hij lachte, daar was zij, zijn vrouw Marla!

Hij stond op en leek wel een dronkenman, hij stak zijn armen uit naar haar die hij zo intens lief had. Marla zijn vrouw kwam naar hem toe en omarmde hem en verwarmde zijn inmiddels verkilde ziel tot deze weer begon te stralen. Warmte doorstroomde hem, Frederick was zo gelukkig nu ze weer bij hem was..

De volgende morgen vonden zijn kinderen hem, op het graf van hun moeder, bevroren van de kou lag hij daar met uitgespreide armen, als een sneeuwengel, sneeuwvlokken op zijn gelaat en om zijn bevroren mond een intense glimlach.

Angelwings