De man en de rat
Photobucket

 

De man zat voorovergebogen met zijn ellebogen op de tafel, in het halfduister van de kleine maar geriefelijke kamer. Zijn gedachten namen een vlucht naar weken geleden toen zij hem verlaten had en hem alleen achterliet in het huisje langs het water, het kabbelende water voor hun huisje, ·het idyllische huisje op de dijk, waar de wind waaide tijdens stormen, de ramen deed rammelen in hun luikjes en, ·waar de zon vriendelijk naar binnen scheen door de kleine maar knusse raamogen, als de storm was gaan liggen. Hij was er kapot van, hun twee kinderen had ze meegenomen en hij had ze nog niet weer gezien nadat ze vertrokken waren. Zowaar er drupten tranen uit zijn ogen op het plastic geblokte tafelkleedje, dat over de tafel lag. Moedeloos, wat was er nu fout gegaan? Kon hij het helpen dat zij zo jaloers was? Dat hij haar vriendin een handje had geholpen was alleen uit liefdadigheid en kon hij het helpen dat deze hem gekust had uit dankbaarheid, dacht hij. Net op het moment dat zijn vrouw binnenkwam? Hij had de blik niet gezien in de ogen van Annette toen de hare die van zijn vrouw troffen. Kon hij er iets aan doen dat Annette er een handje van had om getrouwde mannen te versieren? Hij kon er niets aan doen, maar dat kon hij zijn vrouw niet aan haar verstand brengen, Want Annette, wist wat ze wou en Annette had die speciale blik in haar ogen gehad zei zijn vrouw nog. En ja, vrouwen schenen die te begrijpen. Maar hij begreep het echt niet. Zo sufte hij de dagen door sinds ze weg waren uit het huisje aan de dijk en. Hij verslonsde natuurlijk tot en met.

De afwas stond huizenhoog in de kleine maar gezellige keuken. Het kon hem niks meer schelen, hij hoorde geen blije kinderstemmen meer in hun huisje, hij hoorde haar zang niet meer en

zonder dat al was het alles niets meer waard. Waar ze heen waren wist hij niet eens?

Opeens klonk er een geluidje. Hij keek op in het halfduister? Jeeh wat was dat nou? Naast hem stond …Hij wreef zijn ogen uit. Nee maar, dat kon toch niet? Hij had het hok toch goed dichtgedaan van de week. Of was dat nu vorige week? ’Hèhè, eindelijk…Is het nou us afgelopen‘? Mompelde de kleine rat voor hem. Het was de rat van zijn zoontje. ‘Jemig kun jij praten‘? Riep de man uit.

‘Ja, als het moet wel ja‘, zei de rat laconiek. ‘Sjonge, zeg ik heb al twee weken niks te vreten gehad, dus ik heb mijn best gedaan om uit dat stinkhok te komen zeg’. ‘Zooo, dat wil je niet weten‘, vervolgde de rat verder. ‘Muh tanden doen der nog zeer van dat kan ik je wel vertellen‘. ‘Kijk, mijn over, over, over, over, over, over, over, over, over, over, etc. etc. grootvader zaliger…die beet zich nog uit een hokkie van hout‘. ‘Maar tegenwoordig…het valt niet mee anno 2008 echt niet‘, mopperde rat voort. ‘Plastic…sjonge niet te pruimen‘.
Photobucket

De man dacht dat hij droomde, dit was toch mesjokke? Zie je wel hij was gek geworden.

Zeker omdat hij al twee dagen niks had gegeten. Of was het nu drie dagen? Zie zelfs dat wist hij al niet meer, dus. Er was iets loos met hem. Hij knipte het lampje aan naast hem dat boven de tafel aansprong. ‘Nou‘? Vroeg de rat; ‘Komt er nog wat van of hoe zit dat‘? ‘Ik heb honger als een beer‘.

‘hèhè‘, lachte rat meesmuilend, ‘un beer‘. De man wreef nogmaals in zijn ogen. Dit bestond toch niet werkelijk? ‘Mmmmm mm M maar hoe kan ddddat dat je praat‘?

Stotterde hij… ‘Hèhè dat zei ik toch‘? Zei de rat geïrriteerd. ‘We zijn slimme dieren hoor wist je dat dan niet‘? ‘We gaan jullie niet aan je neus hangen dat wij euh, kunnen praten, kom zeg‘? ‘Euh… ‘,zei rat, ‘Je houdt dit wel geheim, hé‘? Zowaar het beestje gaf hem een vette knipoog. De man stond op en dacht werkelijk helemaal gestoord te zijn geworden. Rat liep een eindje mee op de tafel. ‘Nou krijg ik nog wat‘? ‘Ik lust wel een stukkie gebakken ei‘. En ik zie dat je nog iets in dat bord heb liggen, daar op het aanrecht’. De man keek naar het aanrecht en ja, zowaar er lag een oud stukje verdroogt ei naast een verschimmelde broodkorst. Sjeeh. Dat kon hij toch nog ervaren dus

er was dus nog hoop. ‘Nou’ zei de man, ‘dat broodkorstje is wel erg oud hoor en verschimmelt‘.

‘Ik heb wel wat anders voor je, denk ik‘? De man dacht:’ Jemig, hoor mij eens lullen tegen een rat’!!!?

Hij schudde zijn hoofd en pakte een halfje bruin uit de vriezer

en deed zijn koelkast open die nagenoeg helemaal leeg was…

Rat stond op zijn achterpootjes op tafel mee te loeren met zijn kleine knaagdieren oogjes.

‘Euh‘, zei de man. ‘Lust je augurk‘? ‘Nou nee, nie zo dol op eerlijk gezegd‘…antwoordde rat.

‘Heey’ zei de man…‘weet je wat ik heb nog een blikje knakworst in de kast‘.

‘Hm’ zei rat;’ dat lijkt me wel lekker‘.

‘Mits ik het maar niet hoef te openen met mijn tanden, blik is niet echt gezond voor je gebit hé‘?

En rat klapperde met zijn scherpe tandjes. Om aan te geven dat hij nog een goed gebitje had.

‘Kijk wij hebben geen rattentandarts hé’! Knipoogde rat weer.

De man strompelde naar de kast en pakte het blikje knakworsten, deed ze even later in de magnetron en wachtte een minuut tot de pieptoon van de magnetron aangaf dat de boel wel klaar zou zijn.

Gul gaf de man een hele knakworst aan rat die verzaligt begon te smullen.

Zelf at hij de rest op van de knakworst op bruine boterhammen met mayonaise erbij.

‘Heey geef mij wat Mayo joh‘…riep rat uit, toen hij zag hoe smakelijk de man zijn brood achter zijn kiezen stopte. Gezellig aten ze samen aan tafel en ze gingen even later samen slapen in bed, want zei rat, hij had wel eens een fijne nachtrust verdiend en zodoende zou hij bij de man zijn als hij wakker werd s’nachts, wat nogal vaak gebeurde, sinds zij was weggegaan enne hij wilde hem een gesprekje gunnen als het nodig was. Nu dat was erg aardig van rat. Dus zo gezegd zo gedaan.

Het blikje knakworst deed dienst als bedje voor rat inclusief wat pleepapier met vogels derop.

‘Zo’ zei rat,’ das pas lekker…’‘Je moet morgen mijn hok wel ff uitmesten hoor‘.

‘Want euh ik kan er niet meer verkeren zo langzamerhand’.

Zodoende vielen beiden in een diepe slaap, waarbij de man dromen had over hele rattenfamilies in zijn huis waar hij gezellig een ontbijtje mee at etc. De volgende morgen maakte hij het hok schoon van rat en rat vergezelde hem de hele dag op de schouder. De man had nog nooit een dergelijk geanimeerd gezelschap gehad, sjonge wat kon dat beest ouwehoeren zeg?

En die rattenhumor? Weergaloos gewoon. Rat vertelde de man allerlei geheimen uit de rattenwereld en ook dat rat nogal paranormaal begaafd was en voorspelde dat de vrouw van de man binnen de week thuis zou komen. Omdat vriendin Annette alles eerlijk zou opbiechten. Nou de man knapte zienderogen op en begon met schrijven. Hij schreef mooie verhalen want die rat inspireerde hem tot en met. Hij schreef zo hele epistels af in zeer korte tijd. En tegen de tijd dat de vrouw van de man terug kwam had hij zijn eerste boek af. Ze vloog hem in zijn armen en zei hoezeer het haar speet.

Rat zat op de schouder van de man en keek de man doordringend aan.

En fluisterde;” Onthoud ons geheim, hé”? Als je het verteld aan iemand, dan zal ik nooit meer met je praten. “Hmhm’, zei de man. En hij hield woord. Alles kwam goed in het huisje aan de dijk en de man werd een beroemd schrijver. Dankzij rat.

Ongelooflijk hé?Maar het is echt zo gebeurd…Echt waar!