De dokter

De dokter

Photobucket
De man keek uit over zijn binnentuin, zuchtend nam hij een slok van zijn koffie. Het was een drukke dag geweest, al zijn patiënten hadden veel van hem gevergd vandaag. Allemaal klachten die overeen kwamen, de ’’r’’ in de maand en het was weer feest. Vreemd toch hoe hij een als zeer goed arts bekend staand, toch elke keer een vreemd gevoel kreeg bij bepaalde patiënten.
Zo hij ook vandaag weer, bij een patiënt de rillingen over zijn rug liepen bij het aan zien van de vreemde plekken op het lichaam van de man. Hij werd dan week in zijn maag, en voelde zich misselijk worden en ergens ook vaag angstig. Het sloeg nergens op, hij wist dit ook wel maar toch.
Het riep iets op in hem, aan vage, vreemde, nooit bekende of gekende situaties. De vorige keer dat hem dit was overkomen, moest hij de rest van de dag vrij af nemen, een knallende hoofdpijn was opkomen zetten na de aanblik van een patiënt met eenzelfde klachten als die man vanmiddag.
Hij begreep er niets van. Totaal niets. Hij, die altijd zo nuchter was en nadacht over alles. Hoe kon dit bestaan, hoe kon dit hem zomaar overkomen, redeloos. Ja..zonder enige aanleiding overviel hem dit alles. Hij was moe, het was een zware dag geweest nml. en zijn ogen vielen bijna dicht. Nog een slok koffie, en nog een. Hij moest naar huis, en snel ook, zo vreselijk moe was hij. Hij sloot alles af, lichten uit, deur dicht, autosleutels in zijn hand, liep hij naar zijn auto.
En bij zijn auto viel hij neer, in een diepe diepte, een spelonk van zijn geest had een zijdeur geopend, en de aanblik kon hij niet verdragen. Alles was zwart om hem heen, fluweelzwart en warm, hij voelde niets meer, behalve een bekend opkomende hoofdpijn.
Hij lag daar in het donker bij zijn auto op de koude herfstgrond.
Zijn geest trok uit zijn lichaam op zoek naar een antwoord op vragen, nooit gekend in het leven. Als arts had hij altijd meer antwoorden gehad op vragen van patiënten, meer dan andere artsen in feite. Hij wist dingen zomaar, hij voelde aan wat een mens mankeerde, hij voelde hun pijnen bijna in zijn ziel. Als hij met zijn hand over de huid gleed van een patiënt dan was het alsof iets hem antwoorden gaf op prangende vragen. Alsof zijn onderbewustzijn hem aanwijzingen gaf, mensen liepen met hem weg. Zijn praktijk liep prima. Niets te klagen, alleen dit ene dat hem telkens overviel bij die ene aanblik, het had hem altijd al bevreemd, was het een angstig voorval dat hem was overkomen in zijn jeugdjaren of had hij gewoon plotseling een angst ervaren bij een patiënt die dit hem ooit had getoond hij wist het niet meer. Het enige dat nog tastbaar was, was het fluweelzachte warme zwart dat hem omhulde die avond in het donker daar, op de grond bij zijn auto. Zijn ziel dwarrelde om zijn lichaam, en cirkelde omhoog. Heel langzaam leek het gelijk een veertje dat omhoog dwarrelde, en niets kon het nog tegenhouden.
Plots leek het alsof hij vaste grond kreeg onder zijn voeten, vanuit het warme fluweelachtige zwart kwam er plots licht door in zijn wezen, zijn voeten stonden stevig op een grond, en hij keek naar zijn handen.
Rusteloze magere handen, om zijn armen een bruine jas, zo leek het althans wel, een dikke warme bruine jas, die hem omhulde, en rondom hem mensen die zijn handen vastgrepen, met verminkte gezichten, de huid, de huid waar hij zo bang voor was altijd. Angstige bange gezichten van mensen die hij wilde helpen, mensen die hij wilde redden, hij voelde zich zo machteloos. Hij deed zijn best, maar kon zo weinig voor hen doen. De kruisvaarders hadden deze ziekte meegenomen naar Europa. En de mensen die het kregen, leden aan afschuwelijke verminkingen, tot blindheid aan toe, zelfs tot ze er aan stierven.
Jaren had hij gegeven aan die mensen die hem zo nodig hadden, en het geloof had hem kracht gegeven, had hem geholpen om deze mensen hun steun en toeverlaat te zijn.
Hij wist het weer, hij was pater, had zijn weg gevonden naar de mensheid die hem zo nodig had en God gaf hem de kracht dit alles te volbrengen. Deze arme mensen te helpen.
Hij bezag de jas die hij droeg, het was een bruine pij. Hij besefte plots wat hij deed en wie hij was, in dat leven. Het vorige leven als pater, die deze zo zieke mensen hielp.

Plots kwam hij weer bij, liggend bij zijn auto, in de donkere nacht, kreunend opende hij zijn ogen, hij besefte, hij begreep eindelijk!
Eindelijk, verward ging hij zitten, en wreef over zijn hoofd, de hoofdpijn trok weg.
Hij wist het…hij wist nu waarom hij zo naar werd, van de aanblik van een bepaalde huidziekte. Hij begreep het nu volkomen en ook zijn onbestemde medische kennis kon hij nu plaatsen.

Hij reed even later naar zijn huis, en heeft nooit meer enige last ervaren, bij het zien van patiënten met die speciale huidziekten. Omdat hij eindelijk inzag waar zijn angst vandaan kwam.


Frappant, zoek even op google en vind dan dit…?

http://www.heiligen.net/heiligen/05/10/05-10-1889-damiaan.php
Heilige Damiaan….?

Over de Schrijfster

Gerelateerde Berichten