Volwassen Sprookjes

Roodhoofddoekje en de Aso de wolf

Roodhoofddoekje en de Aso de wolf
Photobucket

Er was eens een meisje, nu zijn er veel meisjes maar met dit meisje was er iets aparts aan de hand.

Namelijk ze droeg altijd een rood hoofddoekje.

Dat vond ze heel fijn namelijk en haar moeder had dit gedaan en ook haar overgrootmoeder had een rood hoofddoekje gedragen.

In feite wist zij niet beter dan dit en zo ging zij dagelijks als ze opstond aan de gang met het omdoen van haar rode hoofddoekje.

Op een dag moest roodhoofddoekje naar haar overgrootmoeder, dus ze deed haar rode hoofddoekje weer om haar donkere haren en ging op weg door het grote bos op bezoek bij overgrootmoeder.

Aan haar arm een mandje met lekkernijen want oma was slecht ter been en lag te bed, want ze had spit in de rug.

Roodhoofddoekje zong dat het een lieve lust was, allemaal zeer lieve onschuldige liederen natuurlijk, over roodborstjes enzo.

Wat zij niet wist was dat zij een stalker had, sommige stalkers zijn heel geniepig daar kom je nooit achter namelijk, die besluipen je en voor je het niet weet weet je ook niets, dus hoe kun je dan weten dat het een stalker is.

Maar toch was dat wel zo.

Dat was Arno de Wolf.

Nu was Arno een aso, dus noemde men hem ook vaak Aso de Wolf.

Arno was een stoere knaap met veel beharing, dus zijn achternaam paste hem wel.

Plots sprong hij achter een boom vandaan en Roodhoofddoekje slaakte een gil.

Aarghhhh! Wie ben je en wat doe je hier en wat moet je van mij?

Nou nou zei Aso de Wolf, tjonge, hoezo van jou?

Hij deed alsof zijn neus bloedde natuurlijk.

Hij wist nergens van ook niet dat hij dat klotenkind al maanden achtervolgde wat dacht ze wel zeg wie zij was met haar kutrodehoofddoekje op haar kop.

Zoow ben je ongesteld ofzo op je kneiter, riep hij lachend uit wijzend naar haar rodehoofddoekje.

Beledigd trok ze haar neus op. Nou nou wat een niveau heb jij zeg!

Ze liep snel door, maar Aso de Wolf trok aan haar mandje.

Wat zit hier in meidje, bromde hij zachtjes.

Niets dat is voor mijn overgrootmoeder!

Ze is ziek.

Zo zo is ze ziek, hmm wat zit er in dat mandje allemaal?

Hij trok het mandje open en zag allerlei lekkernijen. Nu had Aso de Wolf wel zin in wat lekkers dus pakte hij een stukje roomkaas uit het mandje.

Blijf eraf riep roodhoofddoekje venijnig uit. Ze sloeg naar hem en hij ontweek haar handig en lachend liep hij een stukje voor haar uit. Hm lekker kaasje schatje, sprak hij met zijn mond vol.

Vol minachting keek ze hem aan.
Bah wat een lompe beer, zij had deze kaas samen met haar moeder gemaakt van Bessie de koe en nu vrat hij dit zomaar op.

De tranen sprongen in haar mooie ogen.

Aso de Wolf lachte zich suf om dat domme kind, ook al was ze mooi het was wel een sulleke hoor zeg.

Maar ze had verdomd lekker tieten in dat jurkje van haar. Aso de Wolf keek gretig naar haar schommelende borstjes.
Hmm het water liep hem in de mond.

Ik loop wel ff met je mee naar je overgrootmoeder meidje, zei hij liefjes.

Maar Roodhoofddoekje wilde dat duidelijk niet, Oh nee geen denken aan Aso.

Wegwezen jij, nuffig streek ze met een handje langs haar rode hoofddoekje.

Nou dan niet kreng, mompelde Aso de Wolf…en weg rende hij het bos weer in.

Aan zijn broek hing nog een ouderwetse vossenstaart, je weet wel waar je sleutels enzo aan hing ages ago…

Lekker aso dacht roodhoofddoekje nog.

Gelukkig was hij weg …en ze ging weer op weg naar haar overgrootmoeder.

En ze begon zowaar weer te zingen over roodborstjes e.d.

Ondertussen was Aso de Wolf op weg naar overgrootmoeders huisje.

Zo hij zou dat kreng wel eens even krijgen zeg.

Hem zomaar wegsturen, dat kan toch niet zekers!

Bij overgrootmoeders huisje aangekomen kwam hij binnen zonder kloppen.

Want overgrootmoeder had de deur zomaar open staan want ze kon er toch niet uit.

Dus moest er wel iemand binnen komen om haar te helpen nietwaar?

Zodoende stond er plots een Aso voor haar beddestee.

Verdomd mompelde Aso, jij heb ook al zo een rood doekske om uw kop.

Is dat modern oid in je familie?

Overgrootmoeder keek geschrokken naar de grote knul voor haar bedje, ehm ja zei ze zachtjes, wat kom je hier doen?

Oh ik? Ik ben de vrijwilligerscentrale en ik kom u ff helpen. Ik moet u in bad doen.

Hij tilde overgrootmoeder op alsof het niets was, hij had hele sterke armen met veel spierballen en overgrootmoeder kneep er even goedkeurend in.

Daar hielden ze wel van sterke mannen nml.

Ja, ja zei Aso trots dat zit in onze familie hoor die mega spierballen.

Nou nou zei overgrootmoeder, overdrijven is ook een vak hoor..

Maar ze liet zich even later heerlijk in een warm bad duwen, zo oma zei Aso. U moet even bijkomen en uitrusten en ik laat u nu even alleen hoor!

Angstig riep overgrootmoeder hem nog na of hij haar wel weer uit het bad kwam halen later.

Ja hoor, schreeuwde hij onderaan de trap terug.

Zo nu snel het rode hoofddoekje om zijn kop binden en in het bed gaan liggen voor dat rode hoofddoekje er aan kwam.

Zo gedacht zo gedaan, met de rode hoofddoek op zijn krullenbol dook hij snel in de beddestee, en aangezien de gordijntjes gesloten waren leek het mooi duister in het kamertje dus ze had hem nooit direct door toch?

Even later hoorde hij haar al aan komen, ze zong uit volle borsten over roodborstjes en hij kreeg er zowaar een flinke harde van.

Eindelijk kwam ze het kamertje binnen, zo overgrootmoeder zei ze liefjes hier ben ik weer.

Heeft u het geld al op het aanrecht gelegd?

Ik wil nml een nieuwe i- Phone dat weet u toch, en ik karn niet voor niets de melk en wandel mij de schompus voor niks!

Voor niets gaat de zon op overgrootmoeder, dat weet u, dus waar zijn de centjes?

Aha dacht Aso de Wolf een wijffie naar zijn hart, wie had dat nu gedacht.

Hij mompelde wat met een piepstemmetje in het bed, kom maar hier lieverd.

Dan geef ik je de centjes wel, ze liggen onder het matras.

Ow overgrootmoeder toch mopperde roodhoofdddoekje, wat bent u toch stout het wordt tijd dat u naar een bejaardenhuis gaat hoor. Zo kan dit echt niet langer, bent u nu helemaal van de pot gerukt overgrootmoeder dat u dit bent vergeten?

Ik wil de i- Phone straks nml ophalen in het dorp, ik had hem al besteld nml.

Dus geef mij de centjes anders neem ik alle lekkernijen weer mee naar huis!

Kom maar kindje, zei Aso zachtjes in het bed.

Kom… Roodhoofddoekje keek naar het bed en ze zei oma wat heeft u ineens een groot hoofd?

Bent u nog zieker dan u al was?

Bezorgd toch ergens streek ze over overgrootmoeders hoofd.

Wat bent u warm oma?

Aso de Wolf kneep zijn ogen tot kleine spleetjes en keek het kind aan vanonder de sprei, ja ik heb een allergie voor de aardbeitjes die je laatst voor mij meegenomen hebt kindje, piepte hij.

U heeft ook wel een erg rare stem oma…zei roodhoofddoekje plots, Ja dat komt ook door die aardbeitjes die je laatst voor me meenam.

Heb ik aarbeitjes voor u meegenomen?

Ik weet daar helemaal niets van overgrootmoeder, is alles wel in orde heeft u soms koorts en een kleine zachte hand streek over het voorhoofd van Aso de Wolf…

Hij kon zich niet langer beheersen bij het zien van die zachte bollen onder haar jurkje die voorovergebogen over het bed in zijn richting kwamen, greep hij zijn kans waar.

Hij sleurde het kind in zijn bed en nam haar ter plekke.

Drie maanden later bleek roodhoofddoekje zwanger te zijn van Aso de Wolf en overgrootmoeder vond dat ze maar met hem moest gaan trouwen, want nu ze ook een i- Phone had chatte oma nogal vaak met Aso de Wolf die haar veelal hielp met het huisje en de boodschapjes, je moet wat om je stalkerij te verbergen immers?

Zodoende trouwde roodhoofddoekje met Aso de Wolf en ze leefden niet erg gelukkig dus wilde Rood hoofddoekje niet meer op bezoek komen bij haar overgrootmoeder.

Gelukkig dat Aso oma nog wel eens hielp anders was het niet goedgekozen met die arme oma in het bos.

Zes maanden later kreeg Roodhoofddoekje een tweeling, een jongen en een meisje en ze noemde hen Hans en Grietje.

De kindertjes groeiden op in grote armoede want Aso de Wolf wilde niet werken daar was hij te lui voor en roodhoofddoekje idem hetzelfde verhaal die keek liever soaps op tv de hele dag.

Dus soms was er te weinig eten in huis of wilde papa Aso niet naar de snackbar in het dorp voor een puut patat.

Dus op een dag waren die ouders het zat, in die tijd had je nog geen instanties oid die zich op de nek van ouders vastbeten dus, moesten ze er zelf wel iets aan doen.

Vrouw zei Aso op een dag, we gaan de kinderen naar het bos brengen ik heb geen zin meer om elke keer patat te halen bij de snackbar enne jij doet ook niks in de huishouding, behalve neuken dus eh…

Weg termee kssj…

Ja is goed man…mompelde roodhoofddoekje.

Tjah wat moest ze, ze was depri van het leven met die Aso en de kindertjes ja heel schattig enzo maar al die zorgen altijd.

Nee daar moest verandering in komen. Wie weet liep ze dan wel weg bij Aso?
Dus zo gezegd zo gedaan, de kinderen werden verlaten in het bos en zij vonden een klein leuk huisje en daar woonde een hele oude vrouw.

Gelukkig was dat hun oma en omdat ze oma zo lief hielpen altijd, leefden ze nog een lange tijd fijn samen.

En hun vader en moeder hebben ze nooit meer gezien, van horen zeggen zat hun vader aso te zijn in een aso wijk, en was hun moeder gevlucht naar Turkije en had ze een fijne man gevonden die dol was op rodehoofddoekjes en had ze nu wel 10 kinderen.

Maar dat kon hun niets schelen hoor, want van oma kregen ze fijn beiden een I-pad en een I-Phone.

AngelWings

 

 

 

De keizer en zijn nieuwe kleding

 

De keizer en zijn nieuwe kleding

Photobucket

Er was een keizer lang geleden vanaf heden.

En het was een hele geyle keizer, hij had elke dag behoefte aan sex en was continu opgewonden, in feite een nymfoman, hij wilde eigenlijk geen kleding aan, dat voelde nml erg fijn aan en dus liep hij altijd naakt.

Dat vond hij nml erg opwindend, dus was hij ook nog eens een potloodvent(er).

Hij besloot dat het nog opwindender was om iedereen in zijn land naakt te laten zijn. Dus kwam er een nieuwe wet die instelde dat vanaf die dag iedereen naakt moest lopen, niemand mocht nog kleding dragen!

De keizer kon zijn geluk niet op, hij werd nog opgewondener dan hij al was geweest dus, hij was tevreden.
Elke dag keek hij zijn ogen uit naar alle naakte onderdanen, prachtig was dat. Hij genoot en kneep her en der in blote bipsen en borsten en soms zelfs in bierbuiken. Want die had hij zelf ook dus wat maakte het dan uit om er eens in te knijpen, ook al was het dan bij een andere man?

De kokkin vond hij wel een lekkertje met haar dikke bolle bips dus hij kneep haar iets vaker dan de anderen.

In de winter werd het wel wat koud maar ja, ook daarop vond hij een oplossing nml lekkere warme kamers die geïsoleerd waren. Als u niet weet waar de isolatie vandaan kwam. Nou daarvandaan dus!

Dat heeft de keizer verzonnen en vanaf die dag had niemand het nog koud in de winter.

Maar er waren wel mensen die gingen mopperen tegen de keizer, hij was best een goedzak zolang hij mocht knijpen her en der, dus mochten de mensen ook wel eens een beetje mopperen tegen hem op voorwaarde dat hij weer een handjevol borsten mocht vasthouden of een flinke bips ter hand mocht nemen, al was het van de vrouw van de mopperaar, en nog het liefst de jonge dochter uiteraard.

Maar de mopperaars kwamen allemaal vanuit de kleding industrie, ze hoefden nml geen kleding meer te maken.
Wel dekens voor op het bed bv en tapijten waar de mensen lekker warm op konden gaan zitten natuurlijk.
Maar dit zette weinig zoden aan de dijk want ja eenmaal een kleed dat ging wel 3 jaar mee natuurlijk. En een deken kon je ook langer gebruiken dus de kledingindustrie verviel een beetje tot een failliete afdeling van het keizerrijk.
Nou zei de keizer plots guitig kijkend nadat hij in de bolle busten van een kledingindustrie mopperaar zijn vrouw had geknepen.

Dan maken jullie toch onzichtbare kleding?
Hij vond zichzelf wel erg wijs als keizer. Hij had het immers mooi voor elkaar!
De mensen keken elkaar eens aan en tikten tegen hun voorhoofd maar wel zo dat de keizer het natuurlijk niet zag!
Stel je voor, nee zoiets durfde niemand.
Maar ze vonden het maar een raar voorstel!
Maar zo de keizer bevolen had ging men dan onzichtbare kleding maken, prachtige kleding te koop stond er op bordjes.

De mensen liepen langs de winkeltjes en kochten natuurlijk niets.
En soms kwam er een brutaaltje langs die zei, ok ik koop die mooie jurk wel voor mijn vrouw en dan betaalde diegene met onzichtbaar geld.
Ja men stond mooi voor joker.

Men koos maar snel voor een ander beroep, en zeg nu zelf kraamvrouw worden in een naakt land, dat werd goed betaald en er was veel vraag naar want het regende kindertjes in dat land der naakten.

Na vele jaren blootheden en knijperij, verveelde de keizer zich stierlijk, inmiddels was hij al jaren vrijgezellig geworden want ja welke vrouw wil er nu een man die iedereen in de borsten en billen knijpt?
Dus die was er al snel vandoor gegaan ook al was haar man keizer bedoel je hoeft niet alles te pikken natuurlijk!
Op een dag liep de keizer in zijn blote niksheid in zijn keizerlijke tuinen, en plots bleef hij als aan de grond genageld staan.
In zijn tuin liep een schone jongedame, prachtig was ze.

Heel mooi lange golvend haar, met een kastanjerode gloed eroverheen, haar ogen waren zo lichtblauw als de heldere hemel, en haar huid zo blank als het beste marmer uit Italië.

De keizer bleef haar maar aanstaren want, zij was zo enorm opwindend!

En waarom?
Wel waarom zul je denken?
Ze droeg de meest kostbare gewaden die een mens ooit had gezien op deze aarde, Goudbrokaat met het meest prachtige brussels kant om haar hals en slanke polsen, de jurk van een kostbaar chinese zijde in hemels lichtblauw en gouden zijden handschoenen om haar lieflijke slanke vingertjes.

De keizer schaamde zich plots voor zijn naaktheid.
Zie hem daar nu eens lopen met zijn opgerichte mannelijkheid van alle opwinding van dit nieuwe in zijn land.
Dat had hij al jaren niet meer meegemaakt en zeg nu zelf altijd bloteriken om je heen dat was toch ook niet alles.

Nee hij was verwonderd over dit pakketje, dit cadeautje want zo zag ze er uit nml als een cadeautje dat hij mocht gaan uitpakken!

De keizer verborg zich snel achter een struik en kwam hierbij ten val, tijdens zijn val rukte hij snel een tak met bladeren mee en hield dit snel tegen zijn geslachtsorgaan.
De mooie vrouwe kwam op hem toe en ze keek hem verbaast aan.

Wie bent u vroeg ze.
Ik ben eh de keizer he natuurlijk!

Ik eh woon hier en hij wees naar het paleis achter hem, hierbij natuurlijk de tak flink op zijn plaats houdend.

Oh lachte ze ik kom op bezoek bij u ik ben een verre nicht van uw exvrouwe en ik wilde u een bezoekje brengen, ze glimlachte op zo’n betoverende wijze dat hij bijna zijn verstand verloor.

Jammer dat u uw komst niet aangekondigd heeft stamelde de keizer, dan had ik…dan had ik…

Wacht ik ben zo terug u moet hier blijven vrouwe!

U wordt zo onthaald momentje hoor…!

En hij rende weg met de tak achter zich aan slingerend.

De vrouwe bekeek hem lachend en vroeg zich af waarom de man naakt in zijn tuin liep.

Hij was wel aantrekkelijk, bedacht ze.

De keizer rende zijn paleis in en riep iedereen tot de orde, hij wenste nieuwe kleding en wel heel snel!

Er was hoog bezoek nml en iedereen moest zich snel aankleden, want zeg nu zelf het moest nu maar eens afgelopen zijn met die kinderachtige spelletjes allemaal.

Iedereen haalde opgelucht adem en haalde overal vandaan kleding, vanonder stenen en vanuit schuurtjes verstopt op hooizolders en noem maar op.

Overal had men nog kleding verstopt.

Ok het was niet naar de laatste mode maar wie kon dat nog iets schelen, het voelde zalig warm aan op hun huid.

De keizer kreeg van zijn opperhoflakei een pakje met een strik eromheen.

Alstublieft keizerlijke hoogheid, de opperhoflakei boog diep.

Hij overhandigde het pakket aan de keizer,“Wat is het vroeg hij“?

De keizer pakte het pakketje uit en zowaar de mooiste kleding die hij ooit had gezien vond hij daar voor zich.

Hoe kan dit riep hij uit.

De opperhoflakei zei toen dat dit een cadeau was geweest voor zijn verjaardag lang geleden, en dat hij toentertijd net de nieuwe wet had uitgeroepen maar dat de lakei het pakketje lange tijd gewoon maar had bewaard voor misschien een speciale dag.

De keizer trok snel de mooie kleding aan en hij was onvoorstelbaar mooi en knap.

Dank je hiervoor opperhoflakei ik kan je niet hoger maken dan je al bent maar je krijgt van mij opslag!

Mijn dank is intens groot.

De keizer rende naar de tuin waar hij de mooie vrouwe nog zag staan en hij bood haar zijn arm galant aan.

Ze keek vol waardering naar de keizer en schonk hem een welwillende glimlach.

Beiden waren verliefd en ging naar binnen het paleis binnen.

De keizer heeft nooit meer in andere borsten en bipsen geknepen…

Hij was al voorzien van een prachtige vrouwe.

En ze leefden nog lang en erg gelukkig met kleding aan natuurlijk.

Angelwings

 
 

 

 

The Lovebirds

Lovely birds on canvas
Er was eens een prinses, ze was mooi en had prachtige lange lokken en mooie blauwe ogen.

Niet echt dat je zou zeggen, ‘ze kan geen prins krijgen’.
En toch kreeg ze maar geen prins. Want er was een crisis gaande in het land, en de prinsen hadden niet zoveel centjes meer, dus gingen ze ook maar even niet aan de trouwelarij natuurlijk.

Dus daar zat die mooie prinses te wachten tot de crisis over was. En dat duurde maar en duurde maar. Ze was het wachten wel een beetje moe. Op een dag echter kwam er een grote reus voorbij en hij stal de prinses van haar balkon, toen ze de bloemetjes op haar balkon water gaf. Hups zo in zijn grote Kingkong hand, plukte hij haar alsof zij de bloem was, van haar kasteelbalkonnetje en prutste haar zo in zijn broekzak. Nu voelde dat wel prettig, dus liep de reus snel naar huis, met zijn nieuwe aanwinst.

De prinses was best wel bang, en gilde dat het een lieve lust was, maar niemand die haar hoorde in dat dikke reuzenribcord natuurlijk. Uiteindelijk viel ze in slaap tegen zijn warme zak.
Na vele uren kwamen ze aan in reus zijn grote kasteel, die hij ooit had gestolen van een koning in een rijk dichtbij. Hij had de koning en zijn gezin opgegeten en gezegd, ‘nu is dit mijn rijk en mijn kasteel.’
En zo ging dat in die dagen.
Aangekomen op zijn grote kasteel, zette de reus de prinses in een gouden kooitje. Het was een reuzenvogelkooitje, met twee grote voerbakjes en een schommel in het midden. De prinses klom direct in de schommel, want dat vond ze wel leuk.
Ze schommelde dat het een lieve lust was, de hele dag door en ze begon zelfs te zingen. Tevreden keek de reus door de tralies naar zijn mooie prinses, onderwijl in het voerbakje wat prinsessenzangzaad stoppend. Maar na weken schommelen en zingen wilde de prinses ook wel weer iets anders en ze begon zich te vervelen.
Ze wilde uit de kooi en naar huis natuurlijk. Dus ze begon te mopperen tegen de reus. Nu als de reus ergens niet tegen kon, dan was het wel tegen mopperende prinsessen.

Hij baalde als een reuzenstier. Van irritatie stak hij maar een reuzenjoint aan om even uit de sleur te zijn, maar de prinses werd misselijk van die weëe geur en kokhalsde in haar gouden kooitje. ‘Houd daar eens mee op jij! Met die vieze stank. Hups schei uit’, schreeuwde ze. Ze stak haar vuist in de lucht, tegen de reus.
De reus inmiddels behoorlijk stoned, keek haar verveeld aan, ‘zeg kind wat wil je nou?’

‘Ik wil een prins, een echte!’
Hi! So I thought I might take pictures off of pinterest and write a short paragraph story type thing to go with them. Hope you like it.-VR

‘En een hele leuke ook nog eens’, mompelde ze.
‘Oké’, zei de reus en hij vulde de voerbakjes nogmaals en trok er op uit.
Het duurde enkele dagen eer hij terug kwam en de prinses hing snikkend op haar schommeltje in de kooi. Haar neusje rood van de tranen en sniffels.
Maar zowaar de grote deur opende zich en daar was hij weer, aan zijn ene vinger hing een echte prins met een zwaard, waarmee hij de reus probeerde te prikken. De reus lachte zich een kriek, en stopte de boze prins in de gouden kooi bij de prinses.

De prins was laaiend, ‘vuige rotreus’, sneerde hij, ‘kom eens hier als je durft!’ De prinses haalde opgelucht adem, kijk aan, eindelijk eens een echte vent met lef!

Ze vloog de prins om zijn hals, vanuit haar schommel en de prins wist niet hoe hij het had, zowaar een pracht van een prinses in een gouden kooi.
Hij stamelde verbaast, ‘wat heb je een rode neus?’

‘Ja, dat komt omdat ik moest huilen’, zei de prinses blij.
‘Wat heb je mooie ogen’, zei de prins toen. ‘Ja, dat komt omdat ik een prinses ben natuurlijk’, hikte de prinses van het lachen.
‘Oké’, zei de prins, ‘dat is logisch natuurlijk’, glimlachend sloeg hij zijn ene arm om haar middel en keek haar diep in haar mooie ogen.

‘Hoelang zit je hier al’, murmelde de prins.
‘Oh enkele weken al hoor’, glimlachte de prinses.

Ze had ook nog eens mooie lippen vond de prins, en zowaar ze begonnen elkaar te zoenen.

De reus zag dit alles aan en vond het prachtig, hij klapte in zijn grote reuzenhanden.
Kijk aan zijn lovebirds gingen misschien wel jongen krijgen, die hij kon opeten!
Het zwaard van de prins mieterde op de bodem van de gouden kooi en zo zaten ze daar enkele minuten lang te zoenen.

Op slag verliefd, zomaar, de reus had een goede prins gevonden dus.
Hoe kreeg hij dit toch voor elkaar.
Maar de grote vraag was, hoe kwamen ze uit die kooi?
Maar ze bedachten samen een plan.
Op een dag zei de prins tegen de reus: ‘Heey reus kom eens hier.’
De reus kwam aansjokken, want hij had weer een flinke joint gesmookt en was zo sloom als een kanarie natuurlijk.

‘Wat isser joh’, mompelde de reus versuft.
‘Nou mijn prinses krijgt een baby en we willen nu wel eens een nest maken. Heb je wat nestmateriaal voor ons?’
‘Tuurlijk’, zei de reus verheugd. ‘Hmm mensenbaby’s daar hield hij wel zo van.’ De reus zocht wat stro en hooi bij elkaar en een oude schone zakdoek kon er ook nog wel vanaf.
Zo verscheurde de prinses die dag de mega grote zakdoek aan stukken en prutste de prins een nest in elkaar.

Het was een mooi en groot nest geworden, waar ze met zijn tweetjes heerlijk in konden slapen. En dat deden ze dan ook, samen slapen. Ze hielden veel van elkaar en vooral in moeilijke tijden brengt dit wel eens mensen dichter bij elkaar.

De volgende dag, gooide de prins het nest ondersteboven, en de prinses ging eronder zitten, de prins klom dichtbij het deurtje van de gouden kooi en riep de reus, ‘Reus?
Reus kom eens hier?’

De reus kwam net uit zijn grote reuzenbed en slofte op het kooitje af, ‘wat is er nu weer’, vroeg hij met een ochtendhumeur, dat krijg je nml. met reuzen die blowen. ‘Ons nest is omgevallen kunt u dat even rechtop zetten?’

De reus ging met zijn reuzenhand in de kooi en wilde het nest rechtop neerleggen, maar plots stak de prinses hem met het zwaard van de prins in zijn hand.
‘AUWWWWWWWW’, weergalmde het door het kasteel. De prins sprong uit de kooi, en de prinses klom snel omhoog.

De reus stond als een kind te huilen, met een vinger in zijn mond.

Snel renden ze weg door het kasteel en vonden de weg naar buiten.
Samen renden ze door bossen en over hei, en uiteindelijk kwamen ze veilig aan bij het kasteel van de prins.
‘Kom mijn liefste, we zijn eindelijk thuis.’

‘Zeg dat wel’, lachte de prinses blij. Ze vlogen elkaar weer in de armen en ze leefden nog lang en gelukkig.

Sprookje door AngelWings

Koning Vogel

Frank Cheyne Papé ~ The Princess Who Despised All Men ~ The Diamond Fairy Book ~ c1911 ~via Upon the back of his noble steed the Princegalla...

Er was eens een leuke bijzonder aparte prinses, ze was nogal eigenwijs en koppig, en haar familie was wanhopig want ze wilde maar niet aan de man.
‘Nee hoor’, zei ze, ‘ik wil een echte man, een man met humor en één die er voor mij ook nog eens lekker uit ziet.’
‘Waar ik elke dag wel bij wakker wil worden’…en dan volgde er weer een riedeltje regels waaraan deze ware Jakob dan wel moest voldoen.
Natuurlijk bestond zo een man niet.
Maar dat kon haar niets schelen, ze wilde nml. niet zomaar een man, nee, ze wilde een bijzondere man.
Nou de familie haalde van alles in het kasteel, om aan haar voor te stellen, maar niks hoor, op elke man had ze wel iets aan te merken.
Die was te rijk, maar te saai, die was te seksueel gericht en te simpel, die stonk uit zijn bek en die andere had zich niet goed gewassen, en die Éne had ouderwetse kleding aan.
Nee, niks, nada! Ze wilde niets!
‘Mijn hemel’, verzuchtte de koning,’ wat moet ik toch met dat halsstarrige kind?
Ze wordt een oude vrijster als ze zo doorgaat!
Dat kan toch niet voor een koningsdochter die zo slim en verstandig is als zij?’
De koning zat moedeloos met zijn handen om zijn kale kop.
Nou nog een keertje lieten ze enkele leuke prinsen en slimme prinsen langskomen.
Onder deze prinsen zat een goede prins, een man met een enorm gevoel voor humor en hij was ook enorm slim!
Maar de prinses zag dat natuurlijk niet meer, het enige dat ze zei was;’Wat heeft u een lange neus meneer..u lijkt wel een vogel!!!’
De koning barstte in woede uit, de goede prins was nml de laatste prins die voorbij was gekomen en ook alweer niet goed bevonden werd door zijn lieftallige, maar oh zo eigenwijze dochter.
‘De eerste de beste bedelaar die langskomt!
gromde de koning, ‘die gaat met jou trouwen, het kan me verdorie niets meer schelen!’
De prinses keek haar vader aan en stak haar middelvinger omhoog en riep hardop, ‘Fuck you’ en rende snel naar haar torenkamertje.
De volgende dag kwam er een bedelaar naar de poort en hij werd de man van de prinses.
Wat ze niet wist was dat die man dus de prins was.
Hij droeg hele oude kleding en was niet langer herkenbaar. Zijn neus had hij verstopt in een oude doek zodat ze deze niet kon zien.
Stel je voor dat ze hem zou herkennen, dan zou het niet meer leuk zijn,  de prins had een leuk spelletje bedacht. ‘Nou’, zei de koning boos tegen zijn dochter, hij was die middelvinger nml. echt niet vergeten, ‘nu je de vrouw bent van een arme vent…ga er maar uit, ik wil je ff niet meer zien.’
De koppige trek om haar mond zei al genoeg, ‘prima’, zei ze,’ dan zien we elkaar helemaal niet meer! Mij best. Dag!’
En ze vertrok zonder spullen en dure sieraden en liep achter haar man aan.
Ze kwamen aan bij een leuk huisje, ‘ach’, zei ze, ‘van wie is dit mooie huisje toch?’
‘Die is van de prins die u gisteren afwees’, zei de bedelaar en grinnikte in zichzelf.
‘Hier wonen wij voorlopig.’
‘Voorlopig?’ vroeg de prinses. ‘Ja, stel geen verdere vragen vrouwmens, anders maak je het mij te moeilijk.’
‘Oké’, zei ze,’ prima. Waar zijn de bedienden in het huis?’
‘Die hebben we niet, je moet alles zelf doen en ik ga werken!’
‘Oké’, zei ze en ze ging eten maken zo goed en kwaad als dat ging, van wat goedkope oude meel en een ei.
De pannenkoeken waren niet echt geweldig, maar best goed voor een prinses.
‘Mooi zo’, zei de bedelaar tevreden.
‘Ga nu op het bed liggen, ik kom er zo aan.’
‘Oké’, zei ze.
Even later kwam de bedelaar in bed liggen in een nachthemd en een grote slaapmuts op.
De muts viel voor zijn neus natuurlijk, zodat ze hem nog steeds niet kon herkennen.
Snel blies hij de kaars uit naast het bed en begon een romantisch samenzijn met zijn nieuwe vrouw!
De volgende morgen stond de bedelaar eerder op dan zijn vrouw en ging snel aan het werk, na nog een likje achter haar oortje.
Gelukkig sliep ze door en had niets in de gaten.
Die dag ging ze potten verkopen op de markt.
Maar omdat ze niet wist, dat ze niet op een hoekje moest gaan staan, stond ze daar dus toch en rende er een wilde ezel over haar potten heen.
Huilend kwam zij thuis, waar de bedelaar haar troostend zei, dat ze dus niet geschikt was om te werken als pottenverkoopster, dus moest ze maar keukenmeid worden in het kasteel van de prins die zij had afgewezen.
Zo gezegd zo gedaan, ze ging ernaartoe werd aangenomen, tot haar grote schande en daar stond ze dan in de keuken.
Die dag was er een groot feest, want de prins was jarig en zij moest eten naar de zaal brengen en terwijl ze daar naartoe liep dacht ze:
‘Wat was ik toch dom, waarom heb ik deze prins niet gekozen, iedereen sprak vriendelijk over deze prins in het kasteel. Waarom was zij zo dom geweest?’
Ze wist het niet eigenlijk.
Maar toen ze de zaal binnenkwam en ze hem zag staan wist ze, dat ze een hele domme fout had gemaakt. Hij glimlachte naar haar en pakte haar hand.
‘Kom mijn lieve vrouw, ik Ben de bedelaar.
Ik ben die arme man, die naast jou sliep vannacht.
Ik ben het je man!’
Gelukzalig glimlachte ze naar hem haar prins, haar man! En ze kusten elkaar en waren heel erg gelukkig.

AngelWings

Drie dikke zusters en de weerwolf

Saint-Leon-sur Vézère  In the Dordogne on Flicker   #Frankrijk #France…

 

Er woonden eens 3 zussen in een huis.
Hun moeder was al jaren terug overleden, de zussen waren nooit getrouwd en woonden nog samen in het huisje van hun moeder.
Wie hun vader wisten zij niet, wel dat hun moeder broodje mager was geweest en de 3 zussen helaas moddervet, gelijk vetgemeste biggen. Ze konden er niets aan doen want zoveel aten zij niet eens eigenlijk, het zat dus in de genen, maar zeker niet die van hun moeder.
De 3 zusjes waren het alleen zijn wel zat, en aangezien ondanks toch lieflijke gezichtjes geen man interesse leek te hebben in hun dikke lichamen, verzuchten zij meermaals dat het eens tijd werd voor een kerel in huis.
Kijk een laminaatje leggen in huis dat ging nog wel maar ja soms heb je voor sommige dingen toch een man nodig nietwaar?
Ze besloten om uit elkaar te gaan en een eigen huisje te kopen, en van daaruit misschien hadden ze meer kans op een man.
En zo beproefden zij hun geluk. Ze misten elkaar vreselijk maar via hun webcam en msn kwamen zij toch vaak bij elkaar.
De eerste zus had een schamele hut gevonden om in te wonen want, dacht zij dan kan ik het geld van de erfenis beter gebruiken om lekker eten van te maken voor de man die mij wil hebben.
Via een dating site kwam zij dan toch in contact met een naar het leek aanzien een leuke kerel.
Ze nodigde hem direct uit, maar terwijl ze uit het raam loerde om te kijken wie daar aanbelde, schrok zij zo hevig dat ze deur niet dorste open te doen.
De man aan de deur leek wel een weerwolf zo groot en harig was hij en zijn stem!
Het leek wel God himself zeg maar.
Nee geen denken aan zo een man in haar huisje.
Ze deed niet open!
De man aan de deur begon te schreeuwen, want het voedsel dat op het vuur stond geurde zalig rondom het hutje, en de man had honger!
Hij schold en tierde dat het een lieve lust was.
En zei ten langen leste, ik duw je hutje omver!
Gij vrouwe en als ik u dan krijg dan bent u de mijne!
En zo gebeurde het de grote man duwde zo het hutje omver.
En verkrachtte het dikke zusje.
En at meteen al haar pannen leeg.
Hierop vertrok hij en liet haar achter in het bos bij het hutje dat nu een grote puinhoop was.
Huilende rende ze naar haar oudste zus in het andere bos en ging weer thuis wonen.
Zus 2 inmiddels had een houten huis gevonden.
Niet veel soeps maar toch.
Het was een huis, de rest van het geld van de erfenis besteedde ze maar aan dure parfum en mooie kleding en make up!
Zo zou zij vast aan de man komen nml.
Ze ging ook naar een dating site en koos de eerste de beste man die haar aansprak.
Hij was dol op stevige dikke vrouwen zei hij, hij wilde graag een varkentje wassen, was zijn grapje. Nu dat was een leuke opmerking, een leuke man was alles wat ze wenste.
Zodoende kwam de man aan haar deur en belde aan, maar het was een hele grote man met overal haar en hij leek wel op een weerwolf!
En zijn stem, het leek wel de stem van God himself!
Nee ze deed niet open zeg, kom ze was niet achterlijk.
Maar rondom het houten huisje geurde haar zalige parfum.
De man werd wild en toen hij haar zag zitten op haar bankje in haar huis met haar make up en mooie kleding kon hij zich niet meer beheersen hij donderde de deur open en verkrachtte wederom een zus.
Waarna hij het houten huisje verliet om nooit meer terug te keren en het middelste zusje naar het huis rende van haar oudste zus.
De oudste zus had nog geld over van de erfenis haar huisje van was steen nml, wat konden ze doen tegen zulke mannen?
De oudste zus was ook de wijste zus en ze zei ik regel wel iets.
Welk man was dat op welke dating site?
Zodoende was die slimme meid op haar toekomst voorbereid.
Ze sprak de man aan op de dating site en hij was er niet vies van. Kom nou. En ze spraken af.
De man stond voor de deur en riep en belde aan. Maar ze deed niet open, ze keken met zijn drietjes toe hoe boos de man rondom het huisje liep, maar er niet in kon komen.
Waarom doe je niet open kreng, riep de man.
Je moet eerst naar mijn tuin lopen, en dan achterin de tuin ligt een bos bloemen hark!
Neem de bos bloemen mee voor mij dan laat ik je binnen.
Zei de oudste zus met een zoete stem. Ze hing uit het raam van haar slaapkamer en de man zag haar lange blonde lokken en was op slag verliefd op haar.
Ok dat doe ik,…eh sorry dat ik geen bloemen meenam schoonheid!
Oh geeft niks hoor, zei ze liefjes.
Schaterend renden de drie zusjes door het huis naar de achterkant van de woning.
Waar ze uit het raam hingen om te zien hoe de man in een val zou trappen. Hij liep, nee rende bijna de tuin in, om de bloemen te halen.
En aan het einde van de tuin lag de bos bloemen klaar voor hem.
Bijna struikelend over zijn benen pakte hij de bos bloemen en zat opeens gevangen in een stevig net.
Hij kon geen kant meer op.
Hij draaide zich verbaast om en zag de 3 zussen uit het raam hangen op de eerste etage van het huisje. Ze schaterden van het lachen.
Hij hoorde de sirenes al, de politie kwam er aan!
Hij werd snel afgevoerd met de politie wagen en moest enkele jaren brommen.
De zusjes waren blij dat ze weer samen waren en zijn nooit meer getrouwd. Daar hadden ze genoeg van nml.
~*~
AngelWings

Prinsessen

 

Chinese painting of beautiful woman (中国美人画)

Prinsessen

 

Er was eens, heel, héél lang geleden een chinees prinsesje. Haar mooie naam was, Witte Lelie. Haar huid zo blank als sneeuw, haar schuine amandelvormige ogen, hadden de kleur van hazelnoten en haar kleine mond was zo rood als bloed.
Haar zwarte glanzende haar was zo lang dat het op de grond viel als het loshing, daarom droeg ze het vaak in een vlecht. Iedereen die haar zag moest wel van haar houden om de schoonheid die zij bezat. Nu had Witte Lelie ook een zusje, iets jonger dan zij en dit meisje was heel anders dan Witte Lelie. Ook zij had heel erg lang zwart glanzend haar, maar haar huid had de kleur van zacht ivoor. Haar kleine lippen waren smal en niet rood maar vaalroze. En haar amandelvormige ogen waren gitzwart. Haar naam was Appelbloesem.
Appelbloesem was vaak verdrietig. Niet omdat zij jaloers was op haar schone zuster, maar ze voelde zoveel pijn omdat haar hart zo gevoelig was als van een rank hert. Haar geest was zo ijl als de lucht, haar gedachten zo teer als de ochtenddauw. Innerlijk huilde zij om de mensen, die vaak zo blind waren. Ook blind, verblind door de schoonheid van haar oudere zuster.
Witte Lelie had nml een hart zo ongevoelig als de stenen in de tuinvijver, haar geest was zo koud als het water in het najaar. Haar gedachten zo slecht, onoprecht en gemeen, als de wolven in het woud. Appelbloesem raadpleegde altijd de zon bij opkomst aan de morgenmaagdelijke hemel. Als het dauw nog lief’lijk op de bloesemblaadjes lag en het gras nog liefkoosde. Zij knielde dan nederig neer, als de zonnestralen net het aardoppervlak kusten. Dan vroeg zij altijd, waarom er zo’n groot verschil kon bestaan tussen mensen onderling. Waarom zij niet iets meer schoonheid bezat van haar zuster en haar zuster niet meer van haar karakter.
Maar een antwoord kwam er immers nooit.
Ook al hoorde zij de blaad’ren aan de bomen fluisteren: Later, laterrrr…..
Ze dacht dat ze het zich verbeelde. Ze kreeg wel kracht om te dragen, de harde gemene woorden van haar zuster, die haar leven lang bezig was, om haar zusje te vernederen en te kwetsen. Ze had er overduidelijk plezier in. En hoewel Appelbloesem heel goed begreep dat zij in feite meer bezat dan haar gemene zuster met haar mooie uiterlijk. Toch deed het haar pijn als haar zuster haar zo slecht behandelde. En ook waarom haar zuster dit alles niet in kon zien.

Chinese art                                                                                                                                                      More

De zusjes groeiden op tussen tijgers en lelie’s, vijvers en bruggen, vuren en draken. En niemand zag achter de maskers van beide meisjes.
Witte lelie was goddelijk mooi geworden toen ze eenmaal de huwbare leeftijd hadden bereikt.
Appelbloesem daarentegen, was als een verdorde bloesem aan de tak van een appelboom.
Maar zij begreep zoveel meer van het leven dan de oppervlakkigheid van haar zuster, welke zich enkel nog dwazer ging gedragen dan ooit tevoren.
Witte lelie minachtte haar zusje en kon vooral niet nalaten om te pronken met haar mooie veren door de natuur zo overvloedig geschonken. Witte lelie vergat de ziel die bij haar geboorte in haar lichaam was geplaatst.
Witte lelie dacht in haar trots dat zij haar zusters jaloezie kon wekken. Want heel diep in Witte lelie, sprak een zuivere waarheid, die haar vertelde over het feit dat haar zusje meer bezat dan zij.
Ze wist gewoon dat het zo was. In al haar arrogantie. Al haar pracht en schoonheid. En hoe meer zij dit besefte, hoe meer dat gevoel aan haar knaagde en hoe gemener ze deed tegen haar zusje. Haar ego zag de pijn in de ogen van haar zusje aan voor jaloezie. Haar trotse ego begreep niets van gevoelens die via het hart lopen. En de pijn in Appelbloesems ogen waren pijn voor haar intense leegte.

Asian women always look so mysterious and exotic.... in my dreams i look like…

Op een dag kwam er een huwelijkskandidaat voor de zusjes, het was prins Drakenvuur.
Witte lelie was zo trots als een pauw. Ze paradeerde voor Appelbloesem langs en vertelde dan dat hij haar zou kiezen omdat zij zoveel knapper was dan haar zusje.
Want wat zou een man nu zien iemand als haar lelijke zusje schamperde zij dan hard en lachte haar zusje midden in haar gelaat uit.
Glimlachend zei ze venijnig dat Prins Drakenvuur nooit een appel zou eten en de Lelie laten staan.
Op de ochtend dat Prins Drakenbloed zijn keus zou maken tussen de beide dochters van de keizer. Stond Appelbloesem vroeg op en waste haar lange zwarte haren om het in de zon te laten drogen.
Ze waste haar gezicht met het dauw van de bloesems. Ze droeg een simpel wit gewaad en vertrok. Ze hoorde de blaad’ren aan de bomen fluisteren: Vandaag. Vandaagggggg….
Maar wederom geloofde ze het niet.
Witte lelie was erg opgewonden en waste haar lange zwarte haren in wijn met honing. Waste haar gelaat met speciale kostbare zeep. Haar kleding was uitbundig in felle kleuren en kostbaarder dan wat dan ook.
Zij vertrok in de wetenschap dat zij gekozen zou worden door de knappe prins.

Imagem de art, drawing, and girl

Prins Drakenvuur bezag de beide dochters van de keizer en zei:
Ik eet liever een appel, die de honger kan stillen dan dat ik seizoenen aan kijk tegen een Lelie die verwelken zal.

En zo kwam het dat Appelbloesem de vrouw werd van Prins Drakenvuur. Ondanks de schoonheid van haar zusje.
Schoonheid is een gift van de Goden, daar mag je nooit trots op zijn. Schoonheid zal verwelken, je mag er blij om zijn. Maar besef altijd dat het hart belangrijker is dan het uiterlijk. Mooi zijn van binnen dat blijft voor altijd, maar schoonheid verwelkt.

00960ad20b724ffabcbf06506d78a2c5.jpg (397×497)

Oude vrouw in het bos…

Oude vrouw in het bos…

  GIF

Bij het verlaten van zijn voordeur keek hij nog eenmaal in de spiegel, gleed met zijn hand door zijn glibberkapsel, en trok zijn das recht. Hij glimlachte tegen zichzelf, dit deed hij dagelijks nml. Hij vond zichzelf wel een geschikte peer . De zon scheen warm en hij klapte zijn ray ban omlaag van zijn hoofd naar zijn neusbrug. Hij zwaaide naar zijn buurvrouw die haar plantjes water gaf, en stapte in zijn zwarte bolide. Strak reed hij weg, vlijmscherp door de bocht, de banden piepten. En de zon scheen onerbarmelijk op zijn autodak. Om zijn pols glom zijn dure horloge, deze tikte de tijd weg. Tijd die hij goed bestede, Silvio wist wat hij wilde, in het leven en had het al ver geschopt in zijn carriere.
Natuurlijk met ellebogenwerk, had hij zich een weg gebaand naar de top. Hij was geslaagd zogezegd. Beleggingen waren zijn ding en hij had geld teveel. Onderweg naar niemandsland, reed hij over de snelweg. De muziek hard, meezingend, dak open, zijn glibberkapsel bleef zitten zoals gewoonlijk.
Hij had geen zorgen, nooit gehad, nooit meegemaakt, niets gezien, niets ervaren enkel geslaagd zijn in het leven telde voor hem. Hij had alles mee, een goede look, een vlotte babbel, en charisma.
De zon scheen te heet die dag, slaperig van het rijden, stopte Silvio bij een bospad.

Even pauzeren, zijn vrije dag goed besteden, ontspannen,’’ relax is flex’’, zei hij altijd lachend.
Het was er stil op het bospad maar zo heerlijk koel. Silvio besloot een eindje te gaan wandelen. De natuur was er prachtig, en het was heerlijk koel. Koeien in de wei, vogels die opvlogen als hij langs kwam, en een eind verderop zag hij paarden lopen. Silvio knabbelde op een grasspriet, en genoot.
Hij dronk wat van zijn zakflacon en liep verder, steeds verder het bos in. Waar hij opeens een klein huis waarnam, dat was leuk! Silvio keek naar het wonderlijk kleine huisje, op het dak lag allemaal glassplinters en deze schitterden in de zon, prachtig was het effect, in allerlei kleuren, waren de glassplinters geplakt. De ruitjes waren klein, maar allen bedekt met kleine gordijntjes, vriendelijke roodgeblokte gordijntjes. De voordeur was klein, en blauw van kleur. Silvio klopte aan voor de gein, hier zou toch vast niemand wonen wel?
Silvio schrok enorm toen de voordeur krakend en piepend open ging..

Voor hem stond een klein oud vrouwtje, vreselijk gerimpeld was ze, maar ze glimlachte vriendelijk.
Dat vind ik nou fijn, dat er eens bezoek komt, zei ze hartelijk. Kom binnen, dan gaan wij even wat drinken. Ze opende uitnodigend de deur achter haar, kom wenkte ze hem.
Silvio dacht dat het geen kwaad kon, dat ouwe mens, die sloeg hij zo neer dus, hij stapte de kleine voordeur door en stond in een hele smalle gang. Kom zei het oudje met krakende stem, ze wenkte hem nogmaals. Ze troonde hem mee naar de achtertuin waar gezellig een klein tafeltje stond met hierover heen een eveneens rood geblokt tafelkleedje, en 2 gezellige stoeltjes completeerden het geheel. Midden in de tuin stond een appelboom vol appels, prachtige groene appels.

Kirrend wees het oudje Silvio zijn plek, en ze bracht hem snel een kan fris water, inclusief citroenen en ijsblokjes. Wat fijn zei ze weer en ze wreef in haar gerimpelde handen. Silvio kon denken wat hij wilde maar wat smaakte dat frisse drankje hem heerlijk. De zon scheen onerbarmelijk op alles, behalve de tuin scheen de koelheid zelve te zijn, want het was niet te merken dat het zulk warm weer was. Er was zelfs een lichte bries waar te nemen, Silvio genoot. Hij voelde zich opeens zeer gelukkig. De oude dame boodt hem een appel aan van de boom. Jij mag wel wat appels meenemen, als u straks weer weg gaat hoor, bood ze gul aan. Silvio knikte maar weer eens.

En langzaamaan terwijl de oude dame, aan een haakwerk bezig was, een tafelkleedje leek het wel, vielen Silvio’s ogen toe. Het was donker toen hij wakker werd, er was geen zon meer, geen licht, maar enkel donkerte om hem heen. Hij kon zich niet bewegen, hij zat vast, in iets.Hij lag op een bed oid. Silvio riep om hulp, wat was er toch gebeurd in vredesnaam? Hij kon het zich nauwelijks herinneren, zijn hoofd bonkte. Er had vast iets in het drankje gezeten, dacht hij. De oude dame kwam met een brandende kaars aanlopen, welke schaduwen toverde rondom hen. En hij zag om zich heen de vage contouren van een kelder, ‘’Wat is dit verdomme’’, riep hij uit. ‘’Verdraaid, laat me hier uit, ik moet naar huis’’. De oude dame glimlachte naar hem, en tot zijn afgrijzen stond ze naakt voor hem. Afgezakt gerimpeld als Methusalem, stond daar een oud wijf voor hem, naakt nog wel! Wat was ze van plan? In vredesnaam…Ze lachte kirrend en riep uit,’’Iik heb er een gevangen, ahahahaha, ik heb er een gevangen, jaja’’, en ze voelde aan het haakwerkje dat om Silvio heen was geknoopt. Snirpend klonk haar lach in de nacht. Wat bent u met mij van plan, oud rotwijf, laat me gaan! Riep Silvio uit.
De oude vrouw dook naar zijn geslacht en nam hem in haar mond, en tot Silvio’s afgrijzen bleek hij ook naakt te zijn.’’ Raaaghhhhhhhhhhh’’!!! Riep hij uit, neeeeeeeeeeee,….
Maar de oude dame kon er wat van, tandeloos masseerde ze zijn geslacht op vakkundige wijze.

Silvio werd opgewonden, nee dit kon toch niet waar zijn? Maar het was waar. En de oude vrouw ging op hem zitten, Hoepla zei ze lachend, en ze begon te bewegen op hem. Het was zo ranzig dat het bijna opwindend werd, Silvio wist niet meer hoe hij het had. De zomer had invloed op hormonen jazeker maar dit? Verbaast keek hij naar haar, het oude mens hoe lenig zij op hem tekeer ging, hoe zij kreunend haar hoofd achterover gooide en een tandeloze mond zijn verstand verbijsterde. Onderwijl vielen er haarspelden uit haar grijze knoetje en vielen er zilverachtige strengen haar over haar gerimpelde schoudertjes, ach got dacht Silvio, zo leek ze net nog een jonge vrouw, in het donker althans.
Nadat hij toch tot op onvoorstelbare hoogte was gekomen en zij ook blijkbaar, want ze viel plots over hem heen en was niet meer wakker te krijgen. Misschien was ze wel dood? dacht Silvio, wat moest hij dan?

Maar gelukkig na enige tijd begon ze weer te bewegen, en stond ze krakkemikkig en kreunend op van het bed, met een schaar knipte ze het haakwerkje los, ondertussen gevaarlijk bij zijn geslacht aan het knippen, waarop Silvio nog schreeuwde opdat ze voorzichtig moest zijn!
maar uiteindelijk was hij bevrijd en stond hij op, hij wreef zichzelf over zijn spieren, en wilde de oude vrouw een flinke klap verkopen, was ze nu helemaal zot? Maar hij keek in een paar lieve oude ogen en hij kon het niet over zijn hart verkrijgen om die oude vrouw een klap te verkopen. Ze kon zijn oma zijn bv. Nee dat zou hij niet doen. Hij begreep haar eenzaamheid wel heus. Hij kreeg nog appels mee van haar. En zo eens per jaar in de zomer gaat hij nog wel eens op bezoek bij de oude vrouw in het bos en krijgt hij appels mee.

 

Hans & Grietje

De deur waait met een klap open. Een windvlaag is zijn groet.
Hij is er weer, denk ik, ik glimlach en steek een kaars aan, pak mijn laptop.
Een verhaal? vraag ik aan hem.
Hij is vandaag grimmiger en boos, zo ken ik hem niet.
Ja, mompelt hij me toe. Je houdt toch zo van sprookjes moderniseren? De regen klettert tegen de ramen buiten, in de donkere nacht.

~*~
Hansel and Gretel
De zon scheen door de bladeren op het bospad, gelijk een waterval aan licht.
Een intense stilte doorvorst het bos, als een graftombe, ijzig koud, terwijl de zon schijnt aan een blauwe wolkenloze hemel.

Op het bospad keek Sara naar het schouwspel voor haar, in haar, in sandalen gestoken voeten.
Twinkelende lichtdeeltjes spelen een verslavend hypnotiserend beeld voor haar ogen.
Achter haar liep haar vriend John. Ik begrijp het niet Sara?
We moeten toch al lang terug zijn bij de hoofdweg… We zijn goed verdwaald dit keer.
Sara keek achterom naar zijn mooie gelaat, en glimlachte een keer. Ach, we komen er wel toch?
Ze pakte haar mobieltje uit haar heuptasje, kijk!
Triomfantelijk hield ze hem omhoog, ik ga gewoon bellen.

Een half uur later zegen beiden dood moe neer op een omgevallen boomstronk, de mobiel had totaal geen bereik, in het gehele bos niet, zo te zien. Ik wordt er gek van mompelde John, die stilte hier, wat is dat toch.
Kirrend lacht Sara het uit, jij ziet ze vliegen mannetje! Ze vliegt hem om zijn hals en kust zijn mond. John strijkt de donkere lokken uit haar gezicht en streelt haar wang.
Hij voelt zich niet gerust, er is iets, hij voelt het, iets om hen heen, dat hem een naar gevoel bezorgd.
Zijn horloge staat stil, dat had hij een half uur terug al gezien, maar tegen Sara had hij niets gezegd, hij wilde haar niet ongerust maken. Bezorgd keek hij om zich heen, die stilte was abnormaal. Geen dier te bekennen hier, geen vogeltje, nietgs, gewoon totaal niets.
Het leek of ze in rondjes hadden gelopen maar toch werd het bos nu anders.

Er waren nu meer sparren in de omgeving, en de grond was meer bemost dan anders.
Het zou echt niet lang meer duren of het zou donker worden, wat moesten ze beginnen?
John stond op, kom we gaan verder want hier blijven heeft geen zin.
Hij trok Sara aan haar handen omhoog en samen slenterden ze verder, langs het bospad.
Proberen weg te komen uit het doolhof, van bos en bomen en paden.

Hansel and Gretel | Susan Jeffers

Jammer genoeg kwamen er mistflarden op hun pad, ook dat nog verzuchtte John. Hij hield Sara vast bij haar hand. Kom meid, we moeten sneller gaan want er komt mist opzetten, dan zien we helemaal niets meer.
In het schemerdonker liepen beiden zoekend, naar enig aanknopingspunt, van de weg, waar hun auto op hen stond te wachten.
Ze zagen bijna geen hand meer voor ogen, zo mistig was het en opeens, klaarde de mist op, zomaar opeens was het verdwenen.
En voor hen uit opende zich een open plek in het bos, van zo’n onaardse schoonheid dat beiden hun ogen uitkeken naar dit schone. Overal stonden lupines in allerlei kleuren en soorten en maten, van klein tot hoog, pronkten zij met hun bijzondere schoonheid.
Over alles heen leek een mistig aura te hangen, wat alles een nog sprookjesachtiger geheel gaf.
Wat mooi, fluisterde Sara, hm hm….zei John en hij kneep in haar hand.
Ze kneep terug. Schitterend, ik heb nog nooit zoiets moois gezien, fluisterde ze weer. Hm, ik ook niet. Voorzichtig liepen ze langs de lupines, hoog en klein en tussen in, prachtige kleuren, geuren, bedwelmende geuren. De grond was zachtgroen bemost, zacht, geluidloos liepen ze daar rond. Een heuvel over, en eindelijk achter de heuvel stond zowaar een klein huisje.
Sara lacht hardop, oh kijk eens wat een leuk huisje is dat!
Stt zegt John…hij vertrouwd het niet zo. Maar terwijl ze naar het huisje toelopen gelooft hij zijn ogen niet. Op het dak van het huisje groeien wietplanten, met flinke toppen.
Rijp om geplukt te worden. Wauw roept John uit en rent naar het huisje toe. Hij trekt aan wat planten op het dak, groen begroeit met flinke planten, hm na al die zenuwen zal dit goed voor hem zijn, denkt John. Hij pakt wat wiet in zijn hand en verpulvert het.
Opeens klinkt er een krassende oude stem van een vrouw die achter hen staat, Heey wat mot dat aan mijn plantje?
Afblijven met je handjes!

Hansel and Gretel, classic illustration from 1850's edition of Grimm's fairy tales
Beiden kijken geschrokken achterom, daar staat een mega oud vrouwtje, zo krom als wat, gerimpelt, ze leek wel over de 100 jaar oud te zijn.
Oh hallo mevrouw, zegt Sara, we zijn de weg kwijt en weten niet hoe we weer terug kunnen komen. Kunt u ons misschien helpen?
Ja, ja, zegt het vrouwtje en draait zich al om, ze loopt voor hen uit over een klein zandpaadje richting de achterdeur van het huis.
Kom binnen, zei ze poeslief. Kom maar binnen gerust.
Dan krijgen jullie een lekker kopje thee van mij. Kom maar!
Terwijl John langs het oude mens loopt, knijpt ze hem zowaar even in de zij. Verbaast kijkt hij haar aan, maar ze kijkt hem onschuldig aan, met haar behaarde kinnetje en onschuldige bijna grijswitte ogen. Ze glimlacht een tand bloot, meer heeft ze ook vast niet.
In het huisje is het best knus, enkele oude banken, met daarover heen oude kleden, van dat wat ooit een goede kwaliteit moest zijn geweest. Een oude boomstronk deed dienst als tafel. Hij was afgeschaafd tot een glad blad, waar enkele kopjes op stonden.
Het oude mensje strompelde naar een keukentje althans wat dienst moest doen als keukentje. En ze zetten een flinke ketel water boven een vuurtje, ze had nog een zeer ouderwetse kookplaats. Zo zo, dus jullie waren verdwaald? Zei ze met krakende stem. Jaja, ze ging zitten, nadat ze een flinke pot thee op tafel had gezet. Ze veegt haar vette oude grijze lange haren uit haar gezicht. En bijdehant kijkt ze hen aan, zo dus, waar moeten jullie wezen? Vraagt ze zeer vriendelijk.
En waarom zat jij aan mijn plantjes?

Hansel and Gretel
Nou dat is goede wiet, mevrouw. Glimlachte John naar haar. Zo zo dus daar wil je wel eens van snoepen of niet jongeman?
Ze grijpt de leuning van de bank en hijst zich weer rechtop, strompelt hierna naar een oud kastje en opent een laatje, en komt terug met allerlei atributen voor een flinke waterpijpsessie. Zow, zegt John bewonderend. Ze lacht ondeugend naar hem, ja jongeman de reumatiek heeft mij er nog niet onder gekregen, ik lust het wel, wat jij! En ze schaterd het uit. John lacht wat mee. Sara aait inmiddels de mooie zwarte kat die in de kamer was komen kijken naar de nieuwe bezoekers.
Krijgt u veel bezoek mevrouw, vraagt Sara belangstellend. Soms, soms, kirt het oudje.
Onderwijl trekt ze aan de waterpijp en geeft het door aan John.
Het is toch nog knus in het huisje.
Jullie kunnen hier overnachten vannacht, zegt het oude vrouwtje, morgen zien we wel weer verder.
Beiden zijn behoorlijk verdoofd door de drugs, die van zeer zware kwaliteit is en even later vallen beiden uitgeput op een kleine achterkamer neer, op enkele dierenvellen.
In een diepe diepe slaap.
De volgende morgen wordt Sara wakker met een hevige hoofdpijn, ze wrijft zichzelf in de ogen, ze ziet John nergens.
Verschrikt staat ze snel op in de vreemde omgeving en loopt snel naar de woonkamer, waar het oude vrouwtje bezig is met een brood bakken.
Zo zo uitslaper, jij doet niet veel voor oude mensen of wel. Denk je altijd alleen maar aan jezelf?
Sara fronst haar wenkbrauwen, zo kent ze het oude mensje niet. Waar is John? Vraagt ze.
Oh John? John is weg.

The Witch (Hansel and Gretel,Brothers Grimm, 1812)
Hoezo weg, vraagt Sara verbaast. Hij zal nooit weggaan zonder mij nml. Dus dat geloof ik niet. Ach griet, hij zit in mijn gevangenis in de tuin,..hij komt er niet uit, zolang ik dat niet wil en als je wat probeert te doen, maak ik hem dood.
Of jou, glimlacht het oudje. Sara kijkt angstig naar het oude mensje, en wie wilt u daar voor meenemen dan?Stamelt ze. Zozo nog brutaal ook? Nou, ik ben een heks, ik denk dat je dat al wist of niet soms? Ik heb toverkracht en ik kan je tegenhouden.
Sara gelooft niet in toverkracht en al die onzin; Doe niet zo belachelijk. Nou hoe dan? Vraagt ze aan het oude mens.
De heks kijkt haar opeens priemend aan, en zegt dan ok…KIJK!
En ze knipt met haar vingers en in een hoek van de kamer ontstaat een duistere gedaante, een geest, van duistere oorsprong. De geest springt op Sara af, en Sara kreet het uit van angst, om haar hals voelt ze plots handen knijpen, koude ijskouden handen, ze krijgt geen lucht meer.
STOP!!!!!!! Stop,… alstublieft ik zal alles doen wat u zegt.
De oude heks knipt met haar vingers en de duistere geest laat Sara’s keel los.
Jij gaat voor mij zorgen en ook voor hem, je vriend. John heet hij toch?
Jaja, ik ga hem vetmesten en als hij dik genoeg is, dan eet ik hem op.
WAT? Sara kijkt haar aan alsof de oude vrouw knettergek is geworden. Maar dat was ze waarschijnlijk ook. Ze kan weinig beginnen, en elke dag moet ze John veel eten brengen, ook moet ze koken, de grootste maaltijden ooit alsof ze kookt voor 40 mannen. Ongelooflijk zoveel als dat oude mens kon wegstouwen.
Tevens moest ze het huishouden doen voor het oudje, en elke dag voor ze ging slapen viel ze huilend op haar bed.
John werd zo dik als een varken, in dat hok in de tuin. Misselijk was hij van al die maaltijden die hij elke dag kreeg voorgeschoteld. Maar hij moest eten van dat oude mens.
Ze wilde zelfs nog sex met hem, en veel keus had hij niet, want anders zou ze Sara iets aan doen, dus met zijn ogen dicht, deed hij zijn ding.
Maar niet graag, zeer zeker niet, te bedenken dat het oude mensje zich waarschijnlijk nooit waste? John had het zwaar, zo intens zwaar dat hij depressief werd, maar daar had het oudje wel iets voor, flink veel wiet nml.
John was de hele dag stoned, zoveel blowde hij in dat hokje in de tuin. Ook hij had te maken gehad met duistere wezens, alleen omdat hij zo stoned was, zag hij ze continu, in en rondom het huisje, fijn was dat zeer zeker niet.
Hoe kwam hij hier nu uit?

Hansel and Gretel
Sara wist het niet meer, ze mocht John ook niet bezoeken van het oude mens, en ze kon niets beginnen tegen de toverkracht.
Hoe kon zij hem nu bevrijden? Ze wist het niet…John ook niet.
Beiden wisten niet wat er te gebeuren stond. Maar op een dag vond Sara een eeuwenoud kookboek, van een bet over overgrootmoeder van het oude mens. En daarin zaten enkele ezelsoren, een van gestoofd kindervleesch, totaal smoezelig gezien de bladzijden die bijna uit elkaar vielen, en de letters die bijna weggevaagd waren. En een met volwassen mannenvleesch gebraden boven een flink vuur op metalen pennen. Het deed wel denken aan een soort sate oid.
Ondertussen kreeg Sara nogal vaak slaag met de zweep want ze deed het nooit goed genoeg. De heks mepte haar waar ze maar kon en op een dag, sloeg ze Sara helaas te hard en kon Sara de volgende dag niet meer opstaan.
Huilend van de pijn hing ze half op haar bed, ik kan niet, ik kan het niet!
Met betraande ogen keek ze de heks aan, echt niet.
De heks keek haar minderwaardig aan. Nou dan niet lui kreng dan haal ik zelf wel wat bosbessen voor de saus bij je vriendje. Hij is al lekker vet…lachend verdween ze richting het bos.
Maar opeens hoorde Sara kreten, angstkreten, ze kroop naar de deur wat was er toch aan de hand? Ze was bang voor John, Oh John kreunde ze uit. John!!!!!!!
Opeens klonk er een geweersschot…OH JOHN!!!!!
Sara rende zo goed als ze nog kon richting de tuin, Oh John…………….nee!
Angstig huilend rende ze naar het hok. Oh John…………
John stond met zijn dikke vingers tegen de tralies van het hok, hoorde je dat ook?
Wat is er aan de hand? Zijn dikke lellende onderkin wiebelde op en neer als hij sprak.
Ik weet het niet John..huilde Sara, ik weet het niet.
Opeens hoorde ze geluid achter zich op het tuinpad, angstig keek ze achterom, een boswachter met een groen pak aan en een flinke baard, sleepte een flinke wolf met zich mee.
Is dit jullie grootmoeder soms zei hij?
En hij gooide de wolf voor hen neer op de grond.
Nee, sidderde Sara, nee… Zal ik haar uit zijn buik snijden, en hij haalde zijn mes al te voorschijn. Nee doet u dat maar niet, de buik bewoog nog gevaarlijk en het oude kreng was waarschijnlijk nog in leven ook.
Nee laat die heks maar zitten.

"Creep in," said the Witch, "and see if it is properly hot" Hansel and Gretel…
Zo zo zei de boswachter heks nog wel, hij bulderde van het lachen.
Wat doe jij in dat hok jongeman? Verbaast keek hij naar de dikke John.
Haal me er maar uit alstublieft, mompelde John!

Dat lukte zonder problemen, van duistere geesten was geen sprake meer nu de oude heks in de buik zat van de wolf.
de boswachter vertelde dat hij eigenlijk nooit in dat deel van het bos kwam. Het was niet zijn district nml. Wel keek hij vol waardering naar de dakbegroeiing…zo zo…
Lachte hij en plukte er wat van mee.

Uiteindelijk zaten beiden na 9 maanden achter het stuur van hun autootje, op weg naar huis.
John paste ternauwernood nog achter het stuur dus Sara reed.
Weet je , zei Sara, ik ga echt nooit meer, nooit meer naar een bos hoor!
Nee mompelde John..die dacht aan flink trainen in de sportschool…

~*~

Vriendelijk trekt hij aan een pijpekrul in mijn haar, ik ga weer hoor, dag..
Ik hoop dat je het leuk vond dit keer, een verhaal van mij te horen.
Zeker glimlach ik, deze is wel leuk.
De andere niet, oh jawel antwoord ik, alleen deze heeft een heel goed eind.
Hij vertrekt ik voel het…de wind waait door de kamer en de deur waait dicht.
©AngelWings

REPELSTeeltje

REPELSTeeltje

Afbeeldingsresultaat voor repelsteeltje

Er was eens een meisje, ze was best mooi te noemen. Ja heus!

Blond natuurlijk, een beetje een breezersletje, dat dan weer wel. Ze ging best veel uit naar de kroeg en naar discotheken, daar danste ze dan de hele nacht door. En kreeg vele breezers toegediend van mannen die op haar vielen. En zeg nu zelf, welke man valt er nu niet op een vrouw?

Op een dag kwam de prins ook in die kroeg en hij sprak haar aan. Hij zei:’Heey you girly’. Ze zei, ‘Haaaaiiiiiii….’

Zo kwamen ze in gesprek met elkaar.

Zodoende vertelde hij haar, dat hij haar vader had gesproken, die dag, over de belasting die hij nog moest betalen voor zijn molen, want haar vader was molenaar.

En aangezien haar vader als zijn euroos had vergokt in de gokhal van de stad had die man, een beetje dom wel, zitten opscheppen over zijn dochter, die iets heel bijzonders kon.

Ze kon namelijk hele bijzondere verhalen vertellen, die als ze begon te vertellen, je terstond in slaap viel.

Nu dat was net iets voor de prins, want hij kon heel slecht slapen.

Ondertussen keek de prins verlekkerd naar haar mooie zachte rose lippen terwijl ze hem vertelde dat ze dat zeker kon.

Ze had al zoveel breezers in haar mik nml dus, liegen kon ze dat het gedrukt stond net als haar vader…

De appel valt vaak niet ver van de boom nml.

Dus waarom nu wel?

Nou zei de prins weet je wat?

Gerelateerde afbeelding

Als jij mee komt met mij, hij zag het al helemaal voor zich, die mooie deern met haar grote boobs en mooie zachte lippen,…dat ging helemaal goed komen!

Dan eh stel ik je op de proef, en als je mij echt kunt laten slapen als een roosje dan…nu ja dan krijg je een beloning van mij.

Nou zei ze hikkend, dat komt goed hoor.

Ik ga mee met u.

Trots liep ze achter de prins aan de kroeg uit.

Wat ze niet wist was dat ze werd opgesloten in zijn torenkamertje. Hij woonde in een oud slot dat nog van zijn oma was geweest en die torenkamer daar deed hij wel eens vaker vage dingetjes zeg maar.

Op de grond lag bv een grote zak vol wiet.

En aan de wand hing een stel handboeien, waar dat voor was kon zij zich niet voorstellen want ze was nog maar 18.

Ze ging slapen in het bed dat daar stond, het was een mega groot bed, en ze sliep als een roosje die nacht.

De volgende morgen werd zij wakker, totaal ontnuchterd en tot grote schrik zat de deur ook nog eens op slot.

Ze begon te huilen want ze wist niet meer wat ze gezegd en gedaan had de avond ervoor, dat kwam vast door al die breezers uiteraard, dus daar zat ze dan. Opgesloten in die torenkamer niet meer wetend waarom eigenlijk.

Nou nou, tjonge tjonge zei een stem achter haar, ze draaide zich om en keek in de ogen van een vreemd mannetje.

Hij had een hele lange neus, en felle oogjes waarmee hij haar leek te doorboren.

Hij wreef in zijn handen en keek haar aan, zo zo wat wordt jij lelijk als je huilt zeg, hopelijk dat de prins dit niet ziet zeg!

Wie bent u meneer, vroeg ze.

Ik ik ben de torenkantoorklerk. Ik doe hier allerlei zaken voor de prins achter mijn pc, en ik hoorde je huilen, ik zit in het kamertje hiernaast.

Kijk maar, hij wees naar een spiegel aan de wand, daar kan ik dus doorheen kijken, verklaarde hij droogjes.

Oh schrok het meisje op, en toen k dus mijzelf uitklede vannacht eh…

Ja dat heb ik gezien, hij gleed even met het puntje van zijn tong over zijn smalle lippen.

Maar wees niet bang meisje ik doe je niks hoor!

Ik heb een gezwel aan mijn geslachtsdeel en ik kan dus geen sex meer hebben, tenzij, ja tenzij zij een enorme opening daar onder heeft en helaas ben ik nog geen enkele vrouw tegengekomen die dat kon verdragen, helaas, zei hij spijtig.

Maar goed waarom huil je eigenlijk? Vroeg hij ongeduldig want hij had nog veel te doen!

Eh ik weet niet meer waarom ik hiernaartoe moest komen en waarom de deur op slot zit.

Oh dat komt omdat je zulke mooie verhalen weet te vertellen dat je de prins eindelijk nachtrust kunt bezorgen, zei het mannetje wijs.

Hij wreef even met zijn vinger over zijn neus.

Oh maar dat kan ik helemaal niet!Riep ze uit!

Ik weet helemaal niets over verhalen.

NEE alleen over breezers viel het mannetje tegen haar uit.

Dat gezuip ook altijd!!!

Maar ik kan je wel helpen zei hij toen zoetsappig.

ALs ik jou een verhaal vertel waarbij elk mens in slaap zal vallen, dan nu ja in ruil daarvoor wil ik wel een beloning natuurlijk!

Dat is goed riep het meisje blij uit, vraag maar wat je wilt!

Ok ok…rustig zei hij toen, ik wil dan dat je mij een flinke beurt geeft.

Beurt, vroeg ze, hoe bedoel je?

Het mannetje wees naar zijn kruis.

Oh zo?

Ja..sorry ik wil wel een goede beloning voor wat ik je ga vertellen!

Hmmz…zei het meisje, ok…

dat is goed.

Zo gezegd zo gedaan, maar eerst moest zij het mannetje een beurt geven want misschien viel ze wel in slaap als ze zijn verhaal hoorde. Eindelijk had ze de melk om haar mondhoeken en keek ze hem verwachtingsvol aan.

En hij begon te vertellen!

Gelukkig kon ze haar ogen open houden tot hij klaar was met vertellen maar hierna viel ze in een diepe verkwikkende slaap.
Photobucket

Die avond kwam de prins in het kamertje ging op bed liggen en ze begon te vertellen.

De prins viel in slaap, eindelijk kreeg hij zijn rust en hij vond het smorgens geweldig!

Hij had naast haar geslapen want er was maar een bed, maar eigenlijk was het best lekker warm en erg was het niet.

Want de prins was ook niet lelijk ofzo.

Vanavond kom ik weer terug!

Zei de prins vrolijk.

En die dag zat het meisje weer zenuwachtig te doen, omdat ze geen verhaal had voor die avond.

Maar het mannetje kwam haar kamer weer in en zo ging het door en door.

Na 4 maanden eindelijk, zei de prins, als je mij vannacht nog een keer zo’n mooi verhaal verteld waarbij ik in slaap val dan ga ik met je trouwen!

Dan word je mijn prinses!

Nou nou dat was wat zeg!

Een simpele molenaarsdochter prinses!

Dat wilde ze wel natuurlijk.

Dus ze klopte alvast op de spiegel waarachter het mannetje zat, toen hij binnenkwam sperde zij alvast haar zachte lippen open om hem te ontvangen.

Nee nee, zei hij wreed ditmaal, wordt het iets heel anders!

Ik wil je eerste zijn en daarna, als je getrouwd bent met de prins en je krijgt je eerste kindje dan wil ik je eerstgeborene hebben!

Oh..zei ze verschrikt, is dat zo?

Ja dat is zo zei het mannetje.

Maar hoe groot is dat gezwel dan?

Valt best mee, ligt eraan hoeveel je hebben kan.

Het mannetje stroopte zijn broek al los en ze ging klaarliggen voor hem.

Het was maar goed dat de muren dik waren, want het ging er heftig aan toe in die torenkamer.

Met de tranen in de ogen, luisterde ze na 3 uurtjes sex met het mannetje naar zijn laatste verhaaltje.

Het verhaal dat ervoor zou zorgen dat ze prinses, en ooit koningin zou worden, dus je moest er wat voor over hebben immers!

EN eerlijk is eerlijk, het was een top verhaal!

Ja zelfs zij wist dit.

Het was het mooiste verhaal op aarde dat ze ooit gehoord had.

Dat kwam natuurlijk omdat het mannetje via internet natuurlijk allemaal verhaaltjes las van AngelWings.

Maar dat zei hij er maar niet bij, stel je voor zeg!

dat zij internet had en die websites eens bezocht.

Die avond kwam de prins bij haar en zoende haar op haar zachte lippen. Niet wetend waar deze allemaal eh.

Gelukkig maar dan. Ja toch?

ze vertelde het verhaal met een zeer pijnlijk gezicht, waarna de prins zorgelijk vroeg of ze wel in orde was, maar dat was ze wel hoor. Ze ging echt niet vertellen wat er die dag gebeurd was in dat zolderkamertje, kom zeg.

Bijna prinses dan moet je nooit teveel vertellen immers!

De prins viel in slaap tegen haar ontblote schouder en die morgen werd hij wakker met een gelukzalige glimlach om zijn mond.

We gaan trouwen kom in mijn armen mijn liefste!

Zo’n vrouw als jij heb ik altijd al gewenst.

Een vrouw die mij rust kan geven als ik oververmoeid ben.

Hij kuste haar en wilde veel meer, maar dat hield ze maar even af, na haar heftige ervaring de vorige dag met de torenkamerklerk.

Na 3 jaren een zeer gelukkig huwelijk, werd de prinses moeder van een prachtig kindje.

Ze had al tijden niet meer gedacht aan het mannetje, want ze woonde nu in het kasteel zelf en dacht nooit meer aan het torenkamertje.

Ze had een zeer gelukkig huwelijk met haar prins en waarom denken aan dat wat geweest was immers?

Ze had nu breezers in overvloed en geld zat.

Maar die dag toen ze even alleen was, stond hij ineens voor haar neus.

Ze schrok geweldig!

Haar mond viel open en het mannetje dacht ineens weer spijtig terug aan de maanden waarin zij hem zo verwend had.

Maar om terzake te komen, hij wilde dus het kindje.

De prinses viel van ellende in elkaar, ze huilde en huilde maar.

Het mannetje kreeg zowaar medelijden wat eigenlijk niets voor hem was!

Hij was nml best een bikkel die allerlei smeekbedes kon weerstaan zelfs van breezersletjes.

Maar toch gaf hij haar een kans.

Moedertjes daar had hij toch wel een zwakje voor blijkbaar.

Ok ok…weet je als jij mijn naam raadt, dan mag jij het kindje houden en dan ga ik weg ver van hier.

Drie dagen krijg je de tijd om mijn naam te raden, als het weet heb je geluk!

Zo niet dan neem ik je baby mee!

De prinses huilde en huilde maar niemand wist wat er loos was opeens, het waren vast kraamvrouwentranen oid.

Hormonale disbalans!

Ze liet haar betrouwbaarste dienaren komen en vertelde hen dat ze op zoek was naar een bijzondere naam, de naam van de torenkantoorkamerklerk.

Niemand wist deze maar ze stuurde hen erop uit om die naam uit te zoeken, zelf zocht zij dag en nacht op internet naar zijn naam.

Maar ze vond hem niet.

ze huilde en huilde maar door, hoe graag wil je iemands naam vinden online!

Zo erg was het al, maar hij was onvindbaar zelfs op hyves was hij niet te vinden!

Ze zag wel een foto van hem maar er stond geen naam bij.

Er stond bij de torenkamerkantoorklerk en dat was alles.

Radeloos was zij.

Maar de bedienden druppelden binnen met allerlei namen en die dag kwam het mannetje weer binnen.

Arrogant keek hij haar aan, zo vertel mij eens…hoe heet ik?

Ze zei je heet vast duifelsoren!

Hij lachte zich suf…echt niet zei hij trots.

Nee ga door.

Dan heet je vast, madracalula?

Welnee lachte hij uit…hoe verzin je het die nonsens!

Ahahahaha…hij viel van zijn stoel van het lachen!

Hij kon niet meer!

De tranen stonden in haar ogen, nou dan heet je vast klaas!

Wahahaha brullend van het lachen viel hij weer van zijn stoel…hij had buikpijn van het lachen.

Ik kom morgen wel even weer terug, dan hoor ik wel wat je dan weer voor slome namen hebt bedacht.

Jankend lag de prinses op de grond…haar lieve kindje!

Wat moest ze toch doen?

De volgende dag kwam hij weer, zo zo vertel eens lieve kind.

En lik niet zo aan je lippen, want anders wil ik wat anders van je, dan alleen mijn naam.

Verschrikt keek ze hem aan.

Oh eh ik dacht aan Herman!

Pfffffff zei hij…doe even normaal ofzo!

Dan heet je vast Mohammed!

Heey ik stem pvv…zei hij toen,

hij trok zijn wenkbrauwen op bij zoveel nonsens..en domheid ook.

Daar had hij geen respect voor, zulke vrouwen.

Morgen de laatste dag voor jou!

Kzie je !

En weg was hij weer lachend ging hij de deur uit.

Die avond bezoop de prinses zich enorm, ze was op van de zenuwen!

Maar de volgende dag vertelde een bediende een vreemd verhaal.

Over een man die had gelachen en gedanst en had geroepen,

niemand weet niemand weet dat ik repelsteeltje heet.

Morgen is het kind van haar van mij

Morgen is ze niet meer vrij

maar van mij, van mij.

De man had gedanst om een vuurtje dat hij had gestookt in het park en werd bijna opgepakt door de politie want dat mocht natuurlijk niet.

Ok zei de prinses hoopvol…dan moet dat hem zijn immers!

Dat is dan zijn naam.

Eindelijk ze had het gevonden!

Die middag kwam de man aanlopen met een kinderwagen, hij dacht al helemaal dat hij gewonnen had en dat zij nooit zijn naam kon raden.

De prinses zag er heel rustig uit, wat hem nogal verbaaste…

Kom vertel weet je het al hoe ik heet?

Of weet je het nog niet dom uilskuikentje?

Spottend keek hij haar aan.

Zeg me wie ik ben!

Je naam is Jondalar!

Zei de prinses met opzet fout.

Het mannetje wreef in zijn handen, Nee FOUT!

Het was even stil,…dan heet je vast repelsteeltje?

Verdomme zei het mannetje hoe weet je dat nou?

Dit had hij dus nooit verwacht.

Nu moest hij gaan…

snel greep hij haar vast, en verkrachte haar…voordat hij ging wilde hij nog eenmaal genieten van haar.

Ze vond het niet ernstig erg oid.

Het had wel wat zo af en toe.

Maar goed ze had gewonnen en kon haar kindje behouden.

Wat een geluk, dat zij zelfs dit maar toe stond.

Na afloop liep het mannetje zijn torenkamertje weer in en verbleef daar jarenlang, waarbij hij vaak door de spiegel keek als de prins zijn prinses op speciale wijze een stoute behandeling gaf in dat kamertje.

Ach ja, het had zo anders kunnen lopen, maar alles loopt zoals het moet zijn immers.

Ergens was hij wel een beetje jaloers, toen de prinses 9 maanden later een heel mooi kindje kreeg, een kindje dat veel leek op hem.

© Angelwings

 

Een sprookje

 

Een sprookje

As Cosy As Can Be : Photo

Er was eens een man die helemaal alleen in het bos woonde.
Hij was ook nog eens helemaal alleen op de wereld. Niet echt natuurlijk maar voor zijn gevoel wel. Elke dag ging de man werken in het bos, hakte hout en verkocht dit in een dorp nabij. Maar op een dag werd hij wakker en dacht bedroefd waarom werk ik? En voor wie ik ben toch altijd maar alleen. Hij besloot te stoppen met werken. Hij had er geen zin meer in zo. Zo bleef de man in zijn huisje zitten, niksen. Elke dag totdat de man toch wel honger kreeg, en hij erop uit moest om eten te zoeken in het bos.
Hij ving een konijn en vond wat paddestoelen. Hij ging met knorrende maag op huis aan. De zon scheen en het was een mooie dag. En net voordat de man bij zijn huisje aankwam hoorde hij een geluid. Hij hoorde iemand roepen om hulp. Hij ging kijken waar dit vandaan kwam en vond een hele oude vrouw verward in een bramenstruik. Om haar mond nog wat braamvegen, en haar witte haren vast in de struiken. Hij hielp het vrouwtje zo goed hij kon en gaf het konijn aan haar. De oude vrouw was hem intens dankbaar en ze zei dat hij een wens mocht doen.
Nou dat vond de man niet zo moeilijk. Ik wil graag een lieve vrouw zei de man. Oei zei de oude vrouw dat is wel een hele grote wens voor mij. Maar kom morgenochtend hier terug, ik zal zien wat ik kan doen. En zo gebeurde, de volgende ochtend stond de man te wachten op dezelfde plek waar hij de oude vrouw had bevrijd uit de braamstruik. Hij bleef maar wachten maar zij kwam niet. Hij wilde bijna boos terug gaan naar zijn huis toen zijn oog viel op een groot ei dat op de grond lag op een nestje van mos.
Op het ei lagen 3 witte haren van de oude vrouw, die hij ook meenam je wist immers maar nooit?
Thuisgekomen legde hij het ei in een open doosje op zijn eettafel en legde er een handdoekje onder. Hij kuste het ei en zei, ik hoop dat je mijn wens zult vervullen. Toen hij ging slapen, droomde hij die nacht over de oude vrouw. Ze zei verbrand elk jaar een haar van mij, dan kom ik bij je. In het derde jaar van de derde haar moest hij zeker weten dat hij hielde van de vrouw die hij zou krijgen. Dan zou hem een geheim onthuld worden.
De oude vrouw lachte en zwaaide in zijn droom en ze verdween plotseling.
Toen de man wakker werd liep hij naar de tafel en zag een barst in het ei. Hij ging kijken wat er zou gebeuren.
Toen het bijna donker was brak het ei open, en daar stond een heel klein vrouwtje, met lange zwarte haren en donkere ogen, een prachtig vrouwtje, maar zo klein.
Maar dat kon de man niets schelen, hij had eindelijk een vrouw!!!
Hij ging weer werken en verdiende geld en kocht zo mooie dingen voor het vrouwtje. Hij maakte zelf een prachtig ledikantje voor haar met dekentjes en kussentjes. En elke nacht als ze gingen slapen, keek hij naar haar vanuit zijn beddestee.
De man was gelukkig! Ze lachten samen, speelden samen, aten en dronken samen. Wat wilde hij nu nog meer? Het was al meer dan hij ooit had kunnen dromen.
Ze was zijn vreugde zijn zonneschijn. Het eerste jaar ging voorbij, en de dag kwam waarop de man de eerste haar ging verbranden. De oude vrouw stond plotsklaps voor hem en vroeg of hij gelukkig was!
Dat was hij zeker, verzekerde hij haar. Hij was dolgelukkig.
De oude vrouw zei: Dank je voor het zorgen voor mijn eigen bloed, houdt je ook van haar?
Jazeker zei de man, ik hou heel veel van haar.
Nu zei de oude vrouw, heb je nog een wens misschien?
Ja zeker wel zei de man, ik zou wensen dat mijn vrouw net zo groot is als ik. Nou zei de oude vrouw, ga naar huis en het zal zo gebeuren. De oude vrouw glimlachte en leek jaren jonger te zijn.
Haar wangen bloosden, haar ogen glommen, en haar haren werden donkerder. En ineens was ze weer weg. De man ging naar huis en bij de deur stond zijn vrouw al op hem te wachten! Ze was nu een echte vrouw, even groot als hij was. En ze werden nog gelukkiger dan zij al waren!
Elke dag maakte zij het huis aan kant en ze vierden de liefde in het grote nieuwe bed dat de man had laten maken.
Wat wilde hij nu toch nog meer dan dit?
Het jaar van de 2e haar kwam er aan en de man verbrande ook ditmaal de haar, waarop de oude vrouw weer plots voor hem stond.
De oude vrouw zei: Dank je voor het zorgen voor mijn eigen bloed, houdt je ook van haar?
Jazeker zei de man, ik hou heel veel van haar.
De oude vrouw was ditmaal nog jonger geworden, haar haren waren heel donker evenzo haar ogen en haar huid was jong en glanzend.
Heb je nog een wens,. vroeg ze aan de man.
Ja euh we willen graag kinderen, zei de man aarzelend, zich afvragend of dit wel een wens was die zomaar vervuld zou worden.
Nou zei de oude vrouw, ga maar naar huis en zo zal het gebeuren.
En weer was ze weg.
De man ging naar huis en vond zijn vrouw op bed met op elke arm een kindje, een jongen en een meisje. Wat waren zij toch gelukkig met elkaar!
De man kon zijn geluk niet meer op. Hij genoot zo van zijn leven!
Het jaar van de derde haar brak aan, maar de man vergat, dat hij de haar moest verbranden. En plots stond de oude vrouw voor hem en zei: Je bent iets vergeten dit jaar!
De man schrok hiervan enorm, en greep naar zijn keel.
Wat nu? Vroeg hij aan de oude vrouw.
Ga maar naar huis zei ze, en het zal geschieden.
De man rende geschokt naar huis, en vond zijn huis leeg, op zijn keukentafel lag een gevild konijn.
De man was ziek van ellende. Hij wist niet meer hoe hij het had, en huilde van smorgens tot savonds, om het gemis van zijn vrouw en kinderen. En hij doorzocht zijn hele huis, op zoek naar de derde haar van het derde jaar.
En Godzijdank op een dag, vond hij de haar, op de vloer, in een naad verstopt.
De man rende naar buiten en verbrande snel de witte haar.
Gelukkig daar was zij weer de oude vrouw.

De oude vrouw zei: Dank je voor het zorgen voor mijn eigen bloed, houdt je ook van haar?
Jazeker zei de man, ik hou heel veel van haar. En van mijn kinderen. Waar zijn ze? Ik mis ze heel erg, ik kan zonder hen niet langer leven!
Ga naar binnen zei de nu jonge vrouw en ze lachte hem toe. De oude vrouw was zijn vrouw! Moeder van zijn kinderen.
In huis speelden zijn kinderen op de grond met elkaar, en de vrouw kwam achter hem staan en sloeg haar armen om zijn nek.
Ik werd ooit betover door een oude heks, en alleen een man die van mij zou houden zoals ik was, en dit 3 jaar lang kon mij verlossen, op voorwaarde dat hij de drie witte haren zou koesteren…alsof het delen van mijzelf waren. Nu dat waren ze ook zei de vrouw. En ze kuste hem op zijn voorhoofd, en ze leefden nog lang en gelukkig!