Home Volwassen Sprookjes

Volwassen Sprookjes

Moederliefde

Op een zomerdag liep een kleine jongen door een bloemenveld.
Hij zag prachtige bloemen en wilde deze plukken voor zijn lieve moeder.

Wat het jongetje niet wist, was dat zijn vader die in de onderwereld leefde, expres mooie bloemen had geplant voor het jongetje, zodat hij hem mee kon nemen naar zijn donkere wereld.
Hij wist dat het onschuldige, lieve jongetje niet mee wilde naar zijn duistere wereld onder de grond.
Het jongetje zag een hele mooie witte roos, hij wilde deze plukken, want hij wist dat dit een bijzonder mooie roos was. De roos was enorm groot en leek een prachtig regenboog achtige aura uit te stralen. Het leken wel prisma’s. Het jongetje boog zich voor over en plukte de witte roos, voor zijn moeder. En terwijl hij zich bukte, spleet ineens de aarde uiteen voor zijn voeten en verdween hij zomaar onder de grond.
In de onderaardse wereld, nam zijn vader hem mee op zijn enorme span met zwarte paarden.
Het jongetje huilde en riep om zijn lieve moeder, maar zij kon hem niet meer helpen daar in de onderwereld. Ze kon hem zelfs niet horen daar zo ver weg van haar gehoor.
Maar haar hart had het al vernomen en in grote stilte staarde ze voor zich uit.
Er was iets gebeurd met haar kind maar wat?
Ze wist het niet en ging snel zoeken.
Ze zocht en zocht, urenlang, tot het duister intrad, maar zij vond haar kind niet meer terug.
Vermoeid van het huilen en roepen, ging zij weer op huis aan, waar een oude uil in de boom zat naast hun huisje.
Oh Uil vertel mij toch, weet jij waar mijn zoon is?
Ik ben hem kwijt, riep ze wanhopig uit.
Oehoe, zei de uil en hierna antwoorde hij: Uw kind is gezien, onderin de aarde, bij zijn vader zal hij zijn, en verblijven, hoe krijgt u hem weer terug.
De moeder viel neder op de grond en woelde met haar vingers in de aarde.
Oh zoon lief, kom toch terug bij mij, huilde zij.
Maar ze kon hem niet bereiken in dat onderaardse.

Inmiddels huilde in het onderaardse ook het jongetje om zijn moeder, daar bij zijn vader.
De vader werd er moe van en ook erg boos.
Houdt op met huilen, mama’s kindje. Houdt op, ik zeg het je. Maar het jongetje was ontroostbaar.
Hij hield zielsveel van zijn moeder en ook al was dit zijn vader, maar zijn vader leefde in het onderaardse en hij wilde in de zon leven met zijn moeder, en niet in het duister.
De vader haalde allerlei speelgoed tevoorschijn, en kleurkrijtjes en papier, hij probeerde het kind aan het lachen te maken maar niets hielp.
Het duister in het onderaardse werd nog duisterder, de sfeer nog grimmiger en niets zorgde voor vreugde of opluchting.
De vader was des duivels.
Ooit was hij verliefd geworden op de mooie godinnendochter op aarde, hij had haar bespiedt en terwijl hij naar haar keek was hij smoor verliefd geworden en had hij haar meegenomen naar het duister van zijn onderwereld.
Ze had eerst gehuild, en na enige tijd in gelatenheid maar geaccepteerd dat hij haar gevangen hield.
Hij bracht vaak bloemen voor haar mee, en de lekkerste hapjes. Maar gelukkig maken kon hij haar niet.
Op een dag had zij hem iets gevraagd, waarmee hij instemde omdat hij zag hoe ongelukkig zij was daar bij hem in die onderwereld.
Ze had hem gevraagd of hij haar vrij wilde laten, maar hij had haar gezegd dat hij dan een kind van haar wilde hebben, daarna was zij vrij om te gaan.
Ze had drie maanden niet meer tegen hem gesproken maar daarna had zij ja gezegd.
Niet lang daarna, bleek dat zij gezegend was met kind. Hij was zielsgelukkig maar ook bedroefd, hij moest haar laten gaan als zij hun kind op de wereld had gezet.
Ook zij was zielsgelukkig, maar ook bedroefd, ze moest haar kind laten gaan als ze hun kind op de wereld had gezet.
Op een dag in de zomer werd het kind geboren. Het was een prachtige jongen en beide ouders waren zielsgelukkig. Ze hielden veel van het kindje. De moeder was vrij om te gaan toch kon zij dit nog niet, ze kon geen afscheid nemen van haar kind. Dus ze bleef, en bleef steeds langer.
Op een dag, liep ze met het kind op de arm langs een onderaardse beek, met daarnaast een hoge boom met de kruin heel diep ver weg tot in de aarde van het dak.
En daar doorheen straalde plots een zonnestraal, de moeder wist toen hoezeer zij de zon gemist had, en de aarde daarboven.

Het kindje op haar arm nieste door de plotse zon op zijn gezichtje, en in zijn helderblauwe oogjes.
De moeder lachte hier om.

Ze kuste het kindje liefdevol op de neus en bedacht een plan.

De volgende dag kwam zij terug met een lange trap en ontsnapte met haar kindje richting de aarde en de zon. Ze was zo blij!!!
Ze was ontsnapt aan die man en had toch haar kindje nog.
Na vele jaren had de vader wraak gezworen, ze had hem verlaten met hun kindje.
Dat zou haar berouwen.
Vandaar dat de dag kwam dat de vader het kindje op kwam eisen.

De moeder was radeloos van verdriet. Ze zocht en groef in de aarde naar een ingang van de onderwereld, maar kon deze niet meer vinden.
Vele dieren uit het nabije bos kwamen de moeder helpen en groeven holen naar een onderwereld.
Maar ook zij konden zover niet komen.

Op een dag ging de moeder naar een toverheks. De heks vertelde haar dat ze drie opdrachten moest vervullen en dat zij hierna haar kindje weer kon bezoeken.
De moeder stemde hiermee in, ze zou alle doen wat de heks van haar verwachte.

De moeder gaat op weg om 1 gouden veer te bemachtigen van het kippenhoenderhok van de koning.
Dat valt niet mee omdat dit kippenhoenderhok bestaat uit allemaal dure kippen welke beschermd worden door 3 grote waakhonden.
Als de moeder bij de koningskippen aan komt, roept ze zachtjes, Heilige moederkip?
Heilige moederkip?

Er ontstaat een chaos, allemaal kippen stuiven uiteen en beginnen te kakelen dat het een lieve lust is.
De waakhonden staan plots om de moeder heen, met een gevaarlijk grommen,  ontbloten zij hun tanden. Wat zoekt u hier moeder van het jongetje, vraagt een waakhond boosaardig.

Ik zoek mijn kind dus doe ik wat ik moet doen.
Waarom moet je dit doen, snauwt de andere waakhond grommend.
Omdat het mijn kind is, daarom, verdedigd de moeder haar kind.

De ene waakhond begint zacht te janken. Ik heb ook een jong en hij heeft pijn en kan niet meer lopen.
Ik zal er naar kijken, zegt de moeder vriendelijk, maar dan moet ik wel in ruil de gouden veer krijgen van moeder kip.
Zo gezegd zo gedaan, moeder geneest het pootje van de pup van de waakhond, er zat nml een doorn in zijn pootje, en de moeder krijgt zowaar de gouden veer van moeder kip.

De eerste opdracht was vervuld, blij gaat de moeder weer naar de toverheks.
Mooi zegt de oude heks, kijkend naar de gouden veer in haar hand, en dan nu de volgende opdracht.

Moeder gaat weer op pad, om de tweede opdracht te gaan vervullen.
Ze komt aan bij een enorm grote kuil in het bos, de kuil is gifgroen op de bodem, maar als ze goed kijkt ziet ze daar slangen krioelen op de bodem.
Hier moet zij een zilveren ring uit gaan vissen, maar hoe?

Angstig kijkt moeder om zich heen, ze durft niet tussen de gifslangen te kruipen, ze zullen haar doden en dan ziet haar kind nooit meer het licht van de zon!

Terwijl ze huilend gaat zitten bij de kuil, komt er een adelaar op haar toegevlogen.
Groots zit hij naast haar en slaat een grote vleugel om haar schouder.

Moeder niet huilen, help mij dan help ik jou!
Natuurlijk help ik zegt de moeder glimlachend, graag zelfs.
Wat kan ik doen?
Mijn jong is uit het nest gevallen in een spelonk ik kan er niet bij komen maar jij als mens misschien wel?
Hoopvol kijkt de adelaar de moeder aan.
Natuurlijk doe ik dat, zegt ze opgelucht. Mooi, dan vis ik de ring tussen de slangen vandaan.
Zo gezegd, zo gedaan, de moeder pakt de jonge adelaar uit de spelonk in een berg nabij en de adelaar pakt de zilveren ring tussen de slangen vandaan.

Moeder keert blij weerom richting de toverheks.
Mooi, mooi zegt de toverheks blij en ze bekijkt het zilveren ringetje in haar hand.

De laatste opdracht, als je deze vervult en je vindt je kind terug, is dat voor altijd!
Graag, zegt de moeder blij.

Het is wel de moeilijkste opdracht onthoud dat.

Geeft niets voor mijn kind doe ik alles!

Moeder ging op weg, naar de lava berg, waar een boze koningin woonde die een onzichtbaarheidsmantel had en de moeder moest deze zien te bemachtigen.
De moeder moest over moeilijke wegen en paden, en langs stekelige bosjes om daar te komen.
Op een dag kwam zij daar aan, en onderaan de heuvel krioelde het van de kakkerlakken.
Deze kakkerlakken hadden de zielen van naargeestige zielen, en zij sisten de moeder allerlei gemene dingen toe.

De moeder moest zich inhouden om niet te gaan huilen, zulke gemene en slechte dingen fluisterden zij haar in. Haar hart brak over hoe vals ze behandeld werd maar ze liep door.
Ze beklom de lavaberg met verve en bovenaan aangekomen stond daar een boze koningin.
Wat zij daar te zoeken had.
Ik kom voor de onzichtbaarheids mantel.
Zo zo en waarom denk je dat ik die aan jou geef?
De moeder haalde een witte roos onder haar mantel vandaan en gaf deze aan de boze koningin.
Deze roos plukte mijn zoon voor mij, omdat hij zoveel van mij houdt.
Ik geef deze aan u, in ruil voor de onzichtbaarheidsmantel, zodat ik hem kan gaan halen!
Ik mis hem zo erg, en ik moet die mantel hebben.
De boze koningin smolt toen ze de prachtige witte roos aanraakte, en werd een lieve koningin.
Het was namelijk een toverroos, betoverd door de liefde tussen moeder en kind.

Moeder kreeg de onzichtbaarheidsmantel mee.
Ze moest nog wel een keer langs al die kakkerlakken maar omdat zij de onzichtbaarheidsmantel droeg, zagen deze haar niet langskomen.
Moeder bereikte veilig de toverheks.

Nou dit is goed hoor, mompelde de toverheks.

Ik wil dat je nu nog even mijn bed opmaakt, mijn huisje aan kant maakt en de ramen zeemt, en daarna zal ik je zeggen wat je moet doen om je kind terug te krijgen.

Moeder voldeed zingend aan deze vraag.
Het huisje van de toverheks was spik en span.

De toverheks keek tevreden rond en vertelde de moeder wat ze moest doen.

Moeder ging op weg om haar zoon te vinden.
Langs de rivier, liep zij zingend van geluk, omdat ze wist, zeker wist dat het zou lukken.

Bij een zijrivier moest zij oversteken, en een bootje kwam aangevaren, mag ik overvaren vroeg de moeder.
Jazeker, wat betaald u mij?
Ik betaal u met een zilveren ring die de band voorstelt met mijn kind, want ik zoek mijn kind, ik ben hem kwijt. Ze gaf de ring aan de man en hij voer haar over met zijn boot.
Eenmaal aan wal, liep ze snel langs een rots waar een opening in zat, ze trok de onzichtbaarheidsmantel aan en vertrok in de diepe duisternis richting het onderaardse.
Ze hoorde haar kind huilen, heel in de verte, in het begin, maar steeds dichtbij kwam zij.
Uiteindelijk vond ze haar zoontje huilend bij een poel.
Ze trok het jongetje onder haar onzichtbaarheidsmantel, en hij was zo gelukkig dat hij stopte met huilen.
De vader die hoorde dat het kind niet meer huilde was even verheugd.
Maar hierna voelde hij dat er iets niet pluis was.
Hij zocht zijn kind maar kon het kind niet meer vinden.
Het was verdwenen.
Hij was zo boos dat de aarde bewoog, en er vele aardbevingen ontstonden op de aarde.
De moeder was al snel vertrokken met haar kind onder de onzichtbaarheidsmantel.
De vader had hen niet meer gezien gelukkig.

Terwijl de moeder met haar kind terugkeerde naar een plekje op aarde in de zon, besefte de vader wel, dat hij verloren had en dat zijn kind nooit gelukkig kon zijn in het onderaardse, gestolen van zijn moeder.
De moeder liet nadat zij met haar kind op aarde aan kwam, de gouden veer dwarrelen op de aarde, waardoor lava de aarde zo verhardde dat niets er nog doorheen kon komen.
Ze waren veilig voor altijd.
En ze leefden nog lang en gelukkig.

Er was eens een man die helemaal alleen in het bos woonde.

 

Er was eens een man die helemaal alleen in het bos woonde.

 

Photobucket
Hij was ook nog eens helemaal alleen op de wereld. Niet echt natuurlijk maar voor zijn gevoel wel. Elke dag ging de man werken in het bos, hakte hout en verkocht dit in een dorp nabij. Maar op een dag werd hij wakker en dacht bedroefd waarom werk ik? En voor wie ik ben toch altijd maar alleen. Hij besloot te stoppen met werken. Hij had er geen zin meer in zo. Zo bleef de man in zijn huisje zitten, niksen. Elke dag totdat de man toch wel honger kreeg, en hij erop uit moest om eten te zoeken in het bos.

Hij ving een konijn en vond wat paddestoelen. Hij ging met knorrende maag op huis aan. De zon scheen en het was een mooie dag. En net voordat de man bij zijn huisje aankwam hoorde hij een geluid. Hij hoorde iemand roepen om hulp. Hij ging kijken waar dit vandaan kwam en vond een hele oude vrouw verward in een bramenstruik. Om haar mond nog wat braamvegen, en haar witte haren vast in de struiken. Hij hielp het vrouwtje zo goed hij kon en gaf het konijn aan haar. De oude vrouw was hem intens dankbaar en ze zei dat hij een wens mocht doen.
Nou dat vond de man niet zo moeilijk. Ik wil graag een lieve vrouw zei de man. Oei zei de oude vrouw dat is wel een hele grote wens voor mij. Maar kom morgenochtend hier terug, ik zal zien wat ik kan doen. En zo gebeurde, de volgende ochtend stond de man te wachten op dezelfde plek waar hij de oude vrouw had bevrijd uit de braamstruik. Hij bleef maar wachten maar zij kwam niet. Hij wilde bijna boos terug gaan naar zijn huis toen zijn oog viel op een groot ei dat op de grond lag op een nestje van mos.

Op het ei lagen 3 witte haren van de oude vrouw, die hij ook meenam je wist immers maar nooit?
Thuisgekomen legde hij het ei in een open doosje op zijn eettafel en legde er een handdoekje onder. Hij kuste het ei en zei, ik hoop dat je mijn wens zult vervullen. Toen hij ging slapen, droomde hij die nacht over de oude vrouw. Ze zei verbrand elk jaar een haar van mij, dan kom ik bij je. In het derde jaar van de derde haar moest hij zeker weten dat hij hielde van de vrouw die hij zou krijgen. Dan zou hem een geheim onthuld worden.
De oude vrouw lachte en zwaaide in zijn droom en ze verdween plotseling.
Toen de man wakker werd liep hij naar de tafel en zag een barst in het ei. Hij ging kijken wat er zou gebeuren.
Toen het bijna donker was brak het ei open, en daar stond een heel klein vrouwtje, met lange zwarte haren en donkere ogen, een prachtig vrouwtje, maar zo klein.
Maar dat kon de man niets schelen, hij had eindelijk een vrouw!!!
Hij ging weer werken en verdiende geld en kocht zo mooie dingen voor het vrouwtje. Hij maakte zelf een prachtig ledikantje voor haar met dekentjes en kussentjes. En elke nacht als ze gingen slapen, keek hij naar haar vanuit zijn beddestee.

De man was gelukkig! Ze lachten samen, speelden samen, aten en dronken samen. Wat wilde hij nu nog meer? Het was al meer dan hij ooit had kunnen dromen.
Ze was zijn vreugde zijn zonneschijn. Het eerste jaar ging voorbij, en de dag kwam waarop de man de eerste haar ging verbranden. De oude vrouw stond plotsklaps voor hem en vroeg of hij gelukkig was!

Dat was hij zeker, verzekerde hij haar. Hij was dolgelukkig.
De oude vrouw zei: Dank je voor het zorgen voor mijn eigen bloed, houdt je ook van haar?
Jazeker zei de man, ik hou heel veel van haar.

Nu zei de oude vrouw, heb je nog een wens misschien?
Ja zeker wel zei de man, ik zou wensen dat mijn vrouw net zo groot is als ik. Nou zei de oude vrouw, ga naar huis en het zal zo gebeuren. De oude vrouw glimlachte en leek jaren jonger te zijn.
Haar wangen bloosden, haar ogen glommen, en haar haren werden donkerder. En ineens was ze weer weg. De man ging naar huis en bij de deur stond zijn vrouw al op hem te wachten! Ze was nu een echte vrouw, even groot als hij was. En ze werden nog gelukkiger dan zij al waren!

Elke dag maakte zij het huis aan kant en ze vierden de liefde in het grote nieuwe bed dat de man had laten maken.

Wat wilde hij nu toch nog meer dan dit?

Het jaar van de 2e haar kwam er aan en de man verbrande ook ditmaal de haar, waarop de oude vrouw weer plots voor hem stond.
De oude vrouw zei: Dank je voor het zorgen voor mijn eigen bloed, houdt je ook van haar?
Jazeker zei de man, ik hou heel veel van haar.
De oude vrouw was ditmaal nog jonger geworden, haar haren waren heel donker evenzo haar ogen en haar huid was jong en glanzend.
Heb je nog een wens,. vroeg ze aan de man.
Photobucket

Ja euh we willen graag kinderen, zei de man aarzelend, zich afvragend of dit wel een wens was die zomaar vervuld zou worden.

Nou zei de oude vrouw, ga maar naar huis en zo zal het gebeuren.

En weer was ze weg.
De man ging naar huis en vond zijn vrouw op bed met op elke arm een kindje, een jongen en een meisje. Wat waren zij toch gelukkig met elkaar!

De man kon zijn geluk niet meer op. Hij genoot zo van zijn leven!

Het jaar van de derde haar brak aan, maar de man vergat, dat hij de haar moest verbranden. En plots stond de oude vrouw voor hem en zei: Je bent iets vergeten dit jaar!

De man schrok hiervan enorm, en greep naar zijn keel.

Wat nu? Vroeg hij aan de oude vrouw.
Ga maar naar huis zei ze, en het zal geschieden.

De man rende geschokt naar huis, en vond zijn huis leeg, op zijn keukentafel lag een gevild konijn.
De man was ziek van ellende. Hij wist niet meer hoe hij het had, en huilde van smorgens tot savonds, om het gemis van zijn vrouw en kinderen. En hij doorzocht zijn hele huis, op zoek naar de derde haar van het derde jaar.
En Godzijdank op een dag, vond hij de haar, op de vloer, in een naad verstopt.

De man rende naar buiten en verbrande snel de witte haar.

Gelukkig daar was zij weer de oude vrouw.

De oude vrouw zei: Dank je voor het zorgen voor mijn eigen bloed, houdt je ook van haar?
Jazeker zei de man, ik hou heel veel van haar. En van mijn kinderen. Waar zijn ze? Ik mis ze heel erg, ik kan zonder hen niet langer leven!
Ga naar binnen zei de nu jonge vrouw en ze lachte hem toe. De oude vrouw was zijn vrouw! Moeder van zijn kinderen.

In huis speelden zijn kinderen op de grond met elkaar, en de vrouw kwam achter hem staan en sloeg haar armen om zijn nek.

Ik werd ooit betoverd door een oude heks, en alleen een man die van mij zou houden zoals ik was, en dit 3 jaar lang kon mij verlossen, op voorwaarde dat hij de drie witte haren zou koesteren…alsof het delen van mijzelf waren. Nu dat waren ze ook zei de vrouw. En ze kuste hem op zijn voorhoofd, en ze leefden nog lang en gelukkig!

Geschreven door AngelWings

 

Doornroosje

Sleeping Beauty  ISBN: 978-1587171208  Картинки отсюда
Doornroosje
Op het zigeunerkamp leefden eens vele mensen, het was wel honderd jaren geleden natuurlijk.

Nou goed nu waren er op dat kamp een baas en een bazin…zoiets als zigeunerkoningen en koninginnen, maar dan anders.
En ze kregen maar geen kinderen.

Wat ze ook probeerden en hoe de woonwagen ook kraakte onder hun wilde uitspattingen het lukte maar niet.

Op een dag ging de vrouw het bos in om hout te sprokkelen en zowaar er kwam een ufo voorbij.

De ufo landde netjes voor haar blote voeten en er stapte een groenling uit.

Zoiets als een kikker maar dan alweer anders.

Nu was het een mooie vrouw dat zeker wel. Een lange klokkende rok om haar heupen, en prachtige lange gitzwarte haren en duivels mooie zwarte ogen.
Een uur later zei de alien, ga naar huis en u zult een kind krijgen!

Nou de vrouw was natuurlijk enorm blij maar vertelde niemand over het verhaal over wat haar was overkomen in het bos.

Ten eerste niemand zou haar geloven en ten tweede, haar man zou haar zo haar lieflijke keeltje doorklieven als hij hoorde dat ze zwanger was van die groenling.

Toch was ze maandenlang erg nerveus want stel het kind was ook groen bv?

Maar gelukkig had ze geen angst hoeven hebben want 9 maanden later werd er een beeldschoon meisje geboren.

Met gitzwarte haren en gitzwarte ogen.

Iedereen was blij en er was feest, de vader had een wild zwijn geschoten in het bos en deze hing al een dag boven het spit.
Nu was het de gewoonte bij de zigeuners om oudtantes uit te nodigen in de hoop dat ze het kind in hun testament zouden opnemen.
Wie weet, maar nu waren er dertien oudtantes en ze hadden maar 12 wedgewood bordjes…

Dat was enorm balen, maar ach zei de vader, laat die ene tante maar zitten,dat oude mens legt altijd de kaart en is teveel met geesten bezig.

Dat wilde hij liever niet in de buurt van zijn prachtige kleine meid.

Dus 6 dagen na de geboorte kwamen alle oudtantes op bezoek, wederom had vader een nieuw wild zwijn moeten schieten in het bos, maar het was nu immers voor het goede doel nml enigszins een goede toekomst voor het meiske en wie weet, een leuke bruidsschat.

De oudste oudtante kwam bij het meiske kijken, zo zo kraste ze met haar oudewijvenstem. Mooi kindje hoor, geen vliesjes tussen de tenen, knipoogde ze naar de moeder, welke direct een knalrode kleur kreeg.

“Hoe wist die vrouw dat?” het zweet brak haar uit, maar toen schoot haar te binnen dat die oudtante enorm paranormaal was. Vandaar. Geruststellend klopte het oudje haar op haar hand, maak je geen zorgen…ze legde de vinger op haar oude droge lippen.

Pfieuw wat een mazzel die moeder toch had, de vader had gelukkig niets gehoord.

Ik hoop dat het meisje heel knap zal gaan worden en ik zal haar benoemen in mijn testament. De oudtante legde wat zaadjes neer voor de wieg.

Plant dit maar om de woonwagen, dan heeft ze een leuke toekomst.

Vader zag direct dat het fikse hennepzaden waren van vreselijk goede kwaliteit.

Dank u tante, dank u!

De volgende oudtante volgde, deze wenste het kind een goed karakter toe en gaf ook wat hennepzaden, voor later en zou het meisje ook benoemen in haar testament.
Het ging zo even door met alle oudtantes, die na hun zegeningen en cadeautjes, gouden oorringen bv en gouden halskettingen, voetkettinkjes, armbandjes, van alles van goud maar toch ook veel hennepzaden want daar zat enige verdienste in en dat kon nooit kwaad in deze harde wereld.

Maar voordat oudtante twaalf aan de buurt was, vloog het deurtje open in de woonwagen, met een klap sloeg deze tegen de wand aan.

“Zo gij stelletje Vuigelingen, ik ben niet uitgenodigd, he?” Snierde het oude wijf, het was nml. oudtante dertien, die uiteraard in haar glazen bol het feestje al had voorzien.

‘Oei wat dom’, dacht de moeder nog, logisch dat ze ervan af wist.

De oude vrouw lachte hard, ‘zo zo…dus ik mocht niet komen he?’

Ze spuwde wat bruinig tabakspruim op de hennepzaden die voor de wieg lagen.
Ik wens voor dit kind enkel ellende in het verschiet en dat een zwarte weduwe spin haar zal prikken als zij 16 is opdat zij zal sterven. Ze hocuspocusde er wat bij met haar oude handen in de lucht.

En vertrok met flapperende zwarte jas de deur keihard dichtslaand.

De moeder barste in huilen uit, de rest was met stomheid geslagen.

Wat een mazzel dat ik de laatste was vandaag zeg, riep een klein kwiek wijfje uit, ze liep snel naar de wieg en keek naar het meisje.

Zo kind, ik had nog niets gewenst voor je of aan je gegeven maar, ik kan niet ongedaan maken wat zij gezegd heeft maar ik kan ook zigeunervoodoo net als zij en ik wens je iets goeds toe, ok je zult dan wel flink in slaap vallen tzt, maarrrrrrrrrrr…je zult gered worden door een knappe zigeunerprins.

Even later vertrok iedereen, want het feestje was niet echt leuk meer natuurlijk.

De moeder huilde tranen met tuiten en dat ging zo dagen door. Vader was het wel zat twee huilende vrouwwezens om zich heen, dus hij ging de hennepzaden maar eens planten.

En terwijl hij daarmee bezig was, zag hij hoe de mooie zaden, veranderd waren in schimmelige zaden, vol afschuw stopte hij ze toch maar in de grond. Misschien wilde het nog wat opkomen.

Maar helaas er kwam niets op van de hennepzaden.

De dag kwam dat het meisje 16 was, ondertussen was haar moeder een wrak van ellende van de stress etc. Het kind had zowaar puntoren en als je goed achter die oren keek zag je een lichtgroene huid doorschemeren, dus mocht het meisje met haar prachtige lange lokken, nooit het haar in een staartje ofzo.

Vaders was behoorlijk aan de drugs verslaafd geraakt en lag de hele dag voor Pampus op de woonwagenbank.

Samen met zijn broer die op een ander kamp woonde had hij een flinke wietplantage en daar teerden ze nu al jaren op.

Doornroosje erg bang gemaakt voor spinnen, liep de dag van haar verjaardag even naar het bos.

Ze liep zomaar pardoes met haar gezicht in het web van een zwarte weduwe die haar flink in de neus prikte.

Oei die zwol direct gigantisch op zeg.

Snel naar huis, ze rende en rende, en uiteindelijk viel ze neer vlak voor de deur van de woonwagen.

Vader strompelde naar buiten en tilde zijn zo geliefde kind op om haar in de woonwagen te leggen.

Ze was buiten bewustzijn, haar neus leek wel een enorme knol geworden inmiddels. Hij zag hieraan dat de zwarte weduwe spin erin had gebeten helaas.

De toverspreuk was helaas uitgekomen.

The Sleeping Princess; The Sleeping Beauty - The Allies' Fairy Book, 1916

De moeder viel huilend neer naar de bank waar haar kindlief op lag.

En buiten zweefde een kleine schotel langs het bos.

Ook daar was een droeveling, ook al was hij groen van kleur.

Het beeldschone kind bleef liggen waar ze lag en ze leek te slapen. Maanden achter elkaar er was geen beweging in te krijgen meer.

Bedroefd keken de ouders dagelijks bij het mooie meisje.

Maar ze werd niet meer wakker.

 

Velen trokken na jaren weg van het zigeunerkamp en de ouders werden oud en ouder en nog veel ouder.

Maar hun mooie kind werd niet meer wakker.

De ouders stierven en uiteindelijk, overleden ze en de woonwagen stond daar maar stil in het bos op een verlaten open plek.

Om de woonwagen heen groeiden allemaal wietplanten van uitzonderlijke kwaliteit, doch aan de buitenkant van deze plantage schoten flinke stekelige bosjes uit de grond die zeer hoog reikten.

Niemand kon er nog bij.

En zo verliepen er vele jaren…

50 jaar nadat het meisje gebeten was door de zwarte weduwe, kwam er een zigeunerprins in het bos en stond stil bij de verlaten open plek, te zien aan de vuurplaats die er ooit geweest moest zijn wist hij dat dit een oud kamp moest zijn geweest.

Hij pakte zijn heggeschaar van een bekend merk en sneed allerlei wilde takken weg, hij kende die geur nml goed.

Hmm daarachter lag wat lekkers te goed.

En na enige uren snoeiwerk zag hij plots een vervallen woonwagen staan. Hij glimlachte al die inmens hoge wietplanten hij was de koning te rijk en nu een geheimzinnig oude woonwagen, misschien lag er nog wel goud in de wagen?

Hij duwde de deur open, die half in de voegen hing, en daar op de bank lag een hele mooie jonge meid!

De zigeunerprins keek er eens naar, hm ze had wel een enorme neus zeg, vreemd, vast een of andere rare ziekte, hij keek snel in het rond.

Pakte het goud mee dat daar lag, gouden oorringen en armbanden en plots schrok hij zich wild, achter hem begon er iemand te geeuwen, echt vreselijk wat een intense geeuw dat was.

De prins keek om en keek in prachtige zwarte ogen, ze werd wakker.

Het meisje keek verward om haar heen, en raakte haar neus aan. De zwelling trok direct weg.

Oh ja ze wist het weer ze was gebeten door een zwarte weduwe.

De prins glimlachte en kuste haar zachtjes op haar rode lippen.

Het was een mooi kind dus hij deed wat zijn hart hem ingaf, nml zoenen.

Ze grinnikte en zei je bent eindelijk gekomen!

Niet begrijpend keek hij haar aan.

Maar wat maakte het ook uit wat ze zei.

Hij had een enorme wietplantage, goud en een mooie meid.

En ze leefden nog lang en gelukkig.

AngelWings

 
 

 

 

Prinses op de boerenzoon

Prinses op de boerenzoon

Lang geleden, zoals wel vaker het geval is, was er eens een zeer knappe en rijke prins.
Natuurlijk is dat altijd zo.
Zijn naam was prins Johannes de 4e. Want zijn vader was nml koning Johannes de 3e, en die zijn vader koning Johannes de 2e en die zijn vader was dus koning Johannes de 1ste. Dat was nog veel langer geleden.
Dus een echte prins. En deze prins wilde liever een andere naam dan Johannes te heten maar ja daar kon hij niets aan doen. Dat was beslist door zijn ouders en zelfs door de regering, maar het liefst wilde hij gewoon Prins heten. Daarom noemen we hem in dit verhaal dan ook gewoon Prins.

Nu wilde de prins Prins een prinses natuurlijk, maar ja hoe wist je nu dat een prinses een echte zuivere prinses was? De meeste waren halfbloed, en sommige van die alcoholsnollige prinsesse dus daar wilde hij niet aan denken. Daarvoor moest Prins dus naar de oude torenkamer, waar zijn overovergrootmoeder nog scheen te leven zelfs. En zij wist het, zij wist alles namelijk, omdat ze zo oud was, maar soms wist ze ook niets meer van dat alles, omdat ze zo oud was.
Maar wie weet, wist ze het die dag nog wel, en dus toog Prins menigmaal richting het torenkamertje, langs de ellenlange wenteltrappen naar boven, in de hoop dat zijn overoverovergrootmoeder een dag had waarop ze alles weer wist, omdat ze zoveel wist maar ook soms niet meer wist.

Prins bleef er slank bij, want aan sporten deed men niet in die tijden, afgezien van wat zwaardgevechten natuurlijk, en het jagen op konijnen en vossen.

Maar voor de rest, geen fitness, en geen basketbal of tennis, daar had niemand tijd voor in die dagen. Vandaar dat men ook torenkamers maakten voor oude overgrootmoeders die dan daarboven moesten verblijven omdat ze eenmaal boven niet meer naar beneden durfden te gaan.
In feite een soort ouderwets bejaardenhuis maar dan anders.

En eindelijk vandaag bleek overoverovergrootmoeder in een wijze bijdehante bui.
Dag grootmoeder, zei Prins. Ik wil u iets vragen.
Is goed jongen, knikte ze. Wat wil je mij vragen Johannes de 2e. Ik ben Johannes de 4e overoverovergrootmoeder, schrok de prins Prins.
Had ze nu alweer haar dag niet vandaag? Was hij dan weer die trap voor niets opgeklommen uren lang?
Maar nee, gelukkig, ze herstelde zich al snel.’’ Ach natuurlijk, ik had mijn loep niet voor mijn oog, vandaar’’, zei ze giegelend. Overoverovergrootmoeder had namelijk nog maar één oog dat scheelde weer met die loepen. Eén was gemakkelijker te hanteren dan twee.
Maar goed overoverovergrootmoeder wist het geheim te vertellen hoe de prins Prins een echte heuse prinses kon vinden.
Huiverend trok hij zich wat terug van de walmende asem van de oude vrouw. In die tijd had je geen gebitje voor je oma, men wist nog niet eens wat dat was, dus je begrijpt, overoverovergrootmoeder zijn dat betekende ook… Nu ja. De prins Prins bedankte de oude vrouw en kuste haar op haar vogelnestje op haar bolletje. Dag overoverovergrootmoeder bedankt voor het advies. Hij rende de trappen af, alsof de duivel hem op zijn hielen zat en wie weet was dat ook wel zo. Het kasteel was namelijk zo vreselijk oud, dat er vast wat spookte, daar in die oude torenkamers.
Prins de prins begon de volgende dag met de oproep dat hij op zoek was naar knappe boerenzonen. De koning Johannes de 3de tikte tegen zijn kroon, en vroeg zich af of zoonlief zich ineens ging verdiepen in het mannelijke geslacht. Het werd toch wel hóóg tijd voor een leuke prinses vond de koning. Maar goed hij liet hem zijn gang maar gaan. Er kwamen vele boerenzonen naar het kasteel in de hoop op wat goudstukken oid, ook al wisten zij niet wat ze moesten doen.
Prins de prins keurde alle boerenzonen met kritische blikken en hij koos er een uit die er werkelijk oogverblindend uit zag zelfs in boerenkiel. Dit ging hem dus worden. De rest mocht naar huis met een stuk varken of schaap of koe. Ze mochten zelf kiezen. Merendeel droop af met een karkas van het één of ander op de rug, maar ook velen waren boos en staken eens flink de riek in de lucht.
Maar daarvoor had Prins de prins natuurlijk ook kasteelhonden en die beten er flink op los.
Nou de boerenzoon die zo oogverblindend knap was, dat zelfs de koningin inmiddels al op leeftijd al bijna van haar stokje ging toen ze hem zag, werd ingelijfd als lakei. Hij verdiende lekker, dat mocht wel even gezegd. En in die tijd had men neuro’s dus dat was nog meer waard zelfs dan de guldens, dus dat wil wat zeggen.
Na twee maanden, riep Prins de prins allerlei prinsessen op om met hem te huwen.

Ze moesten als voorwaarde een nachtje op het kasteel doorbrengen, maar als alles goed ging en ze beviel dan zou hij met haar trouwen en zou ze een leven als een prinses hebben, als ze dit al niet had.
Nu tikten er enkele maagdelijke prinsessen op hun kroontjes of die prins Johannes de 4e wel geheel zou sporen in zijn kroonkamer? Maar ze gingen echt niet, een nachtje slapen konden ze thuis ook wel en wie weet wat er zou voorvallen in de nacht en dat verhaal met die erwt konden ze wel dromen inmiddels nee, dat wist elke prinses wel. Je zei dan gewoon dat het matras enorm hard was geweest en je niet kon slapen die nacht simpel toch? Maar toch kwamen er enkelen wel naar het kasteel, waaronder hele knappe prinsessen heus. De eerste prinses was blond als een kaarsenvlam en ze was als eerste aangekomen. Ze ging slapen die nacht in een prachtige kamer in het kasteel, welke zwoel was ingericht. Ze nam het ook niet zo nauw dus ze wachtte naakt in het grote bed op de prins die komen zou, toch? Maar ze dronk van de zalige dure wijn uit de karaf naast het grote hemelbed en viel al snel in slaap.
Na een tijdje kwam de knappe boerenzoon de slaapkamer in en nam de vrouwe in haar slaap.
De volgende morgen vroeg de prins aan het ontbijt hoe zij geslapen had.
Nou fantastisch zei ze spontaan en ze lachte hierbij al haar parelwitte tandjes bloot.
Oké zei de prins dan mag jij nu naar huis gaan.

Teleurgesteld pakte ze haar jurken weer in en vertrok met spoedige vaart en koets over de ophaalbrug richting haar eigen thuisland.
Toen was de volgende prinses aan de beurt. Ze had prachtig rood haar en felgroene ogen.
De prins vond haar wel een lekker ding vooral haar pronte borsten leken hem wel een heerlijkheid om in weg te duiken tijdens de rest van de aanstaande regeerperiode.
Maar ook zij had de volgende morgen zalig geslapen!
Teleurgesteld liet de prins haar gaan en wierp woedende blikken op de boerenzoon.

Heey eh je bent toch wel echt een boerenzoon en geen nazaat van mijn vader ofzo hé? Verifieerde hij nog even voor de zekerheid want de boerenzoon mocht geen druppel koninklijk bloed in zich hebben, anders werkte de test niet.
Er kwam een prachtige prinses langs met schitterend lang zwart haar en mooie lichtbruine ogen. Maar helaas ook zij had zalig geslapen. En zo ging dit maar door, een jaar later was er nog geen enkele prinses goedgekeurd want ze sliepen zalig dankzij de vreselijk knappe boerenzoon.

En een echte prinses zou dan zeggen dat ze slecht geslapen had. Dan was ze pas een echte. Geen boerenzoon zou haar zalig laten slapen, alleen een echte prins kon dat namelijk.

De Prins spatte uit elkaar van jaloezie om al die mooie vrouwen had hij laten gaan, en omdat zijn overoverovergrootmoeder gezegd had wat hem te doen stond.
Hij gooide hierna zijn overoverovergrootmoeder uit het torenkamertje zo pardoes op de binnenplaats van het kasteel, waar de kasteelhonden de restanten op aten.
De vreselijk knappe boerenzoon, werd verbannen naar een naburig buurland waar hij toch behoorlijk vriendelijk werd ontvangen door de plaatselijke prinses, en waar zij zelfs een uitzondering maakte op de regel door te trouwen met de knappe boerenzoon.
Prins mopperde aan één stuk door, zijn vader zou wel hebben liggen vozen in het hooiland en die boerenzoon was vast een van zijn nakomelingen, overoverovergrootmoeder was te dement nog om zich te herinneren wat nu echt het verhaal was achter het ontdekken van een echte zuivere prinses, kortom, hij wist het gewoon niet meer. Hij ging steeds vaker op pad, en trok er op uit de wildernis in, waar hij op een dag een mooie vrouw tegenkwam welke in het water bezig was te verdrinken.

Ze riep om hulp en de prins sprong toch maar het water in met zijn dure kledij.

Toen hij het natte kind op de kant had getrokken, werd hij op slag zo smoorverliefd op haar dat ze het deden daar aan de kant van de weg. Tussen grassprieten en doorns en bramen, en vele ongedierten die tussen hun bilnaad kropen. Maar dat kon de pret niet drukken.

De prins was dolgelukkig, prinses of niet, het kon hem niets meer schelen namelijk.
Toen hij vroeg hoe ze het had gevonden, zei ze blij dat het Goddelijk was, en dat ze een prinses was, nu ja hij zou haar maar op haar woord geloven.
Want boerenzonen waren ook niet te vertrouwen en overoverovergrootmoeders ook niet.
Ze trouwden en leefden nog lang en gelukkig.

©AngelWings.nl

 

 

 

De keizer en zijn nieuwe kleding

 

De keizer en zijn nieuwe kleding

Photobucket

Er was een keizer lang geleden vanaf heden.

En het was een hele geyle keizer, hij had elke dag behoefte aan sex en was continu opgewonden, in feite een nymfoman, hij wilde eigenlijk geen kleding aan, dat voelde nml erg fijn aan en dus liep hij altijd naakt.

Dat vond hij nml erg opwindend, dus was hij ook nog eens een potloodvent(er).

Hij besloot dat het nog opwindender was om iedereen in zijn land naakt te laten zijn. Dus kwam er een nieuwe wet die instelde dat vanaf die dag iedereen naakt moest lopen, niemand mocht nog kleding dragen!

De keizer kon zijn geluk niet op, hij werd nog opgewondener dan hij al was geweest dus, hij was tevreden.
Elke dag keek hij zijn ogen uit naar alle naakte onderdanen, prachtig was dat. Hij genoot en kneep her en der in blote bipsen en borsten en soms zelfs in bierbuiken. Want die had hij zelf ook dus wat maakte het dan uit om er eens in te knijpen, ook al was het dan bij een andere man?

De kokkin vond hij wel een lekkertje met haar dikke bolle bips dus hij kneep haar iets vaker dan de anderen.

In de winter werd het wel wat koud maar ja, ook daarop vond hij een oplossing nml lekkere warme kamers die geïsoleerd waren. Als u niet weet waar de isolatie vandaan kwam. Nou daarvandaan dus!

Dat heeft de keizer verzonnen en vanaf die dag had niemand het nog koud in de winter.

Maar er waren wel mensen die gingen mopperen tegen de keizer, hij was best een goedzak zolang hij mocht knijpen her en der, dus mochten de mensen ook wel eens een beetje mopperen tegen hem op voorwaarde dat hij weer een handjevol borsten mocht vasthouden of een flinke bips ter hand mocht nemen, al was het van de vrouw van de mopperaar, en nog het liefst de jonge dochter uiteraard.

Maar de mopperaars kwamen allemaal vanuit de kleding industrie, ze hoefden nml geen kleding meer te maken.
Wel dekens voor op het bed bv en tapijten waar de mensen lekker warm op konden gaan zitten natuurlijk.
Maar dit zette weinig zoden aan de dijk want ja eenmaal een kleed dat ging wel 3 jaar mee natuurlijk. En een deken kon je ook langer gebruiken dus de kledingindustrie verviel een beetje tot een failliete afdeling van het keizerrijk.
Nou zei de keizer plots guitig kijkend nadat hij in de bolle busten van een kledingindustrie mopperaar zijn vrouw had geknepen.

Dan maken jullie toch onzichtbare kleding?
Hij vond zichzelf wel erg wijs als keizer. Hij had het immers mooi voor elkaar!
De mensen keken elkaar eens aan en tikten tegen hun voorhoofd maar wel zo dat de keizer het natuurlijk niet zag!
Stel je voor, nee zoiets durfde niemand.
Maar ze vonden het maar een raar voorstel!
Maar zo de keizer bevolen had ging men dan onzichtbare kleding maken, prachtige kleding te koop stond er op bordjes.

De mensen liepen langs de winkeltjes en kochten natuurlijk niets.
En soms kwam er een brutaaltje langs die zei, ok ik koop die mooie jurk wel voor mijn vrouw en dan betaalde diegene met onzichtbaar geld.
Ja men stond mooi voor joker.

Men koos maar snel voor een ander beroep, en zeg nu zelf kraamvrouw worden in een naakt land, dat werd goed betaald en er was veel vraag naar want het regende kindertjes in dat land der naakten.

Na vele jaren blootheden en knijperij, verveelde de keizer zich stierlijk, inmiddels was hij al jaren vrijgezellig geworden want ja welke vrouw wil er nu een man die iedereen in de borsten en billen knijpt?
Dus die was er al snel vandoor gegaan ook al was haar man keizer bedoel je hoeft niet alles te pikken natuurlijk!
Op een dag liep de keizer in zijn blote niksheid in zijn keizerlijke tuinen, en plots bleef hij als aan de grond genageld staan.
In zijn tuin liep een schone jongedame, prachtig was ze.

Heel mooi lange golvend haar, met een kastanjerode gloed eroverheen, haar ogen waren zo lichtblauw als de heldere hemel, en haar huid zo blank als het beste marmer uit Italië.

De keizer bleef haar maar aanstaren want, zij was zo enorm opwindend!

En waarom?
Wel waarom zul je denken?
Ze droeg de meest kostbare gewaden die een mens ooit had gezien op deze aarde, Goudbrokaat met het meest prachtige brussels kant om haar hals en slanke polsen, de jurk van een kostbaar chinese zijde in hemels lichtblauw en gouden zijden handschoenen om haar lieflijke slanke vingertjes.

De keizer schaamde zich plots voor zijn naaktheid.
Zie hem daar nu eens lopen met zijn opgerichte mannelijkheid van alle opwinding van dit nieuwe in zijn land.
Dat had hij al jaren niet meer meegemaakt en zeg nu zelf altijd bloteriken om je heen dat was toch ook niet alles.

Nee hij was verwonderd over dit pakketje, dit cadeautje want zo zag ze er uit nml als een cadeautje dat hij mocht gaan uitpakken!

De keizer verborg zich snel achter een struik en kwam hierbij ten val, tijdens zijn val rukte hij snel een tak met bladeren mee en hield dit snel tegen zijn geslachtsorgaan.
De mooie vrouwe kwam op hem toe en ze keek hem verbaast aan.

Wie bent u vroeg ze.
Ik ben eh de keizer he natuurlijk!

Ik eh woon hier en hij wees naar het paleis achter hem, hierbij natuurlijk de tak flink op zijn plaats houdend.

Oh lachte ze ik kom op bezoek bij u ik ben een verre nicht van uw exvrouwe en ik wilde u een bezoekje brengen, ze glimlachte op zo’n betoverende wijze dat hij bijna zijn verstand verloor.

Jammer dat u uw komst niet aangekondigd heeft stamelde de keizer, dan had ik…dan had ik…

Wacht ik ben zo terug u moet hier blijven vrouwe!

U wordt zo onthaald momentje hoor…!

En hij rende weg met de tak achter zich aan slingerend.

De vrouwe bekeek hem lachend en vroeg zich af waarom de man naakt in zijn tuin liep.

Hij was wel aantrekkelijk, bedacht ze.

De keizer rende zijn paleis in en riep iedereen tot de orde, hij wenste nieuwe kleding en wel heel snel!

Er was hoog bezoek nml en iedereen moest zich snel aankleden, want zeg nu zelf het moest nu maar eens afgelopen zijn met die kinderachtige spelletjes allemaal.

Iedereen haalde opgelucht adem en haalde overal vandaan kleding, vanonder stenen en vanuit schuurtjes verstopt op hooizolders en noem maar op.

Overal had men nog kleding verstopt.

Ok het was niet naar de laatste mode maar wie kon dat nog iets schelen, het voelde zalig warm aan op hun huid.

De keizer kreeg van zijn opperhoflakei een pakje met een strik eromheen.

Alstublieft keizerlijke hoogheid, de opperhoflakei boog diep.

Hij overhandigde het pakket aan de keizer,“Wat is het vroeg hij“?

De keizer pakte het pakketje uit en zowaar de mooiste kleding die hij ooit had gezien vond hij daar voor zich.

Hoe kan dit riep hij uit.

De opperhoflakei zei toen dat dit een cadeau was geweest voor zijn verjaardag lang geleden, en dat hij toentertijd net de nieuwe wet had uitgeroepen maar dat de lakei het pakketje lange tijd gewoon maar had bewaard voor misschien een speciale dag.

De keizer trok snel de mooie kleding aan en hij was onvoorstelbaar mooi en knap.

Dank je hiervoor opperhoflakei ik kan je niet hoger maken dan je al bent maar je krijgt van mij opslag!

Mijn dank is intens groot.

De keizer rende naar de tuin waar hij de mooie vrouwe nog zag staan en hij bood haar zijn arm galant aan.

Ze keek vol waardering naar de keizer en schonk hem een welwillende glimlach.

Beiden waren verliefd en ging naar binnen het paleis binnen.

De keizer heeft nooit meer in andere borsten en bipsen geknepen…

Hij was al voorzien van een prachtige vrouwe.

En ze leefden nog lang en erg gelukkig met kleding aan natuurlijk.

Angelwings

 
 

 

 

REPELSTeeltje

REPELSTeeltje

Afbeeldingsresultaat voor repelsteeltje

Er was eens een meisje, ze was best mooi te noemen. Ja heus!

Blond natuurlijk, een beetje een breezersletje, dat dan weer wel. Ze ging best veel uit naar de kroeg en naar discotheken, daar danste ze dan de hele nacht door. En kreeg vele breezers toegediend van mannen die op haar vielen. En zeg nu zelf, welke man valt er nu niet op een vrouw?

Op een dag kwam de prins ook in die kroeg en hij sprak haar aan. Hij zei:’Heey you girly’. Ze zei, ‘Haaaaiiiiiii….’

Zo kwamen ze in gesprek met elkaar.

Zodoende vertelde hij haar, dat hij haar vader had gesproken, die dag, over de belasting die hij nog moest betalen voor zijn molen, want haar vader was molenaar.

En aangezien haar vader als zijn euroos had vergokt in de gokhal van de stad had die man, een beetje dom wel, zitten opscheppen over zijn dochter, die iets heel bijzonders kon.

Ze kon namelijk hele bijzondere verhalen vertellen, die als ze begon te vertellen, je terstond in slaap viel.

Nu dat was net iets voor de prins, want hij kon heel slecht slapen.

Ondertussen keek de prins verlekkerd naar haar mooie zachte rose lippen terwijl ze hem vertelde dat ze dat zeker kon.

Ze had al zoveel breezers in haar mik nml dus, liegen kon ze dat het gedrukt stond net als haar vader…

De appel valt vaak niet ver van de boom nml.

Dus waarom nu wel?

Nou zei de prins weet je wat?

Gerelateerde afbeelding

Als jij mee komt met mij, hij zag het al helemaal voor zich, die mooie deern met haar grote boobs en mooie zachte lippen,…dat ging helemaal goed komen!

Dan eh stel ik je op de proef, en als je mij echt kunt laten slapen als een roosje dan…nu ja dan krijg je een beloning van mij.

Nou zei ze hikkend, dat komt goed hoor.

Ik ga mee met u.

Trots liep ze achter de prins aan de kroeg uit.

Wat ze niet wist was dat ze werd opgesloten in zijn torenkamertje. Hij woonde in een oud slot dat nog van zijn oma was geweest en die torenkamer daar deed hij wel eens vaker vage dingetjes zeg maar.

Op de grond lag bv een grote zak vol wiet.

En aan de wand hing een stel handboeien, waar dat voor was kon zij zich niet voorstellen want ze was nog maar 18.

Ze ging slapen in het bed dat daar stond, het was een mega groot bed, en ze sliep als een roosje die nacht.

De volgende morgen werd zij wakker, totaal ontnuchterd en tot grote schrik zat de deur ook nog eens op slot.

Ze begon te huilen want ze wist niet meer wat ze gezegd en gedaan had de avond ervoor, dat kwam vast door al die breezers uiteraard, dus daar zat ze dan. Opgesloten in die torenkamer niet meer wetend waarom eigenlijk.

Nou nou, tjonge tjonge zei een stem achter haar, ze draaide zich om en keek in de ogen van een vreemd mannetje.

Hij had een hele lange neus, en felle oogjes waarmee hij haar leek te doorboren.

Hij wreef in zijn handen en keek haar aan, zo zo wat wordt jij lelijk als je huilt zeg, hopelijk dat de prins dit niet ziet zeg!

Wie bent u meneer, vroeg ze.

Ik ik ben de torenkantoorklerk. Ik doe hier allerlei zaken voor de prins achter mijn pc, en ik hoorde je huilen, ik zit in het kamertje hiernaast.

Kijk maar, hij wees naar een spiegel aan de wand, daar kan ik dus doorheen kijken, verklaarde hij droogjes.

Oh schrok het meisje op, en toen k dus mijzelf uitklede vannacht eh…

Ja dat heb ik gezien, hij gleed even met het puntje van zijn tong over zijn smalle lippen.

Maar wees niet bang meisje ik doe je niks hoor!

Ik heb een gezwel aan mijn geslachtsdeel en ik kan dus geen sex meer hebben, tenzij, ja tenzij zij een enorme opening daar onder heeft en helaas ben ik nog geen enkele vrouw tegengekomen die dat kon verdragen, helaas, zei hij spijtig.

Maar goed waarom huil je eigenlijk? Vroeg hij ongeduldig want hij had nog veel te doen!

Eh ik weet niet meer waarom ik hiernaartoe moest komen en waarom de deur op slot zit.

Oh dat komt omdat je zulke mooie verhalen weet te vertellen dat je de prins eindelijk nachtrust kunt bezorgen, zei het mannetje wijs.

Hij wreef even met zijn vinger over zijn neus.

Oh maar dat kan ik helemaal niet!Riep ze uit!

Ik weet helemaal niets over verhalen.

NEE alleen over breezers viel het mannetje tegen haar uit.

Dat gezuip ook altijd!!!

Maar ik kan je wel helpen zei hij toen zoetsappig.

ALs ik jou een verhaal vertel waarbij elk mens in slaap zal vallen, dan nu ja in ruil daarvoor wil ik wel een beloning natuurlijk!

Dat is goed riep het meisje blij uit, vraag maar wat je wilt!

Ok ok…rustig zei hij toen, ik wil dan dat je mij een flinke beurt geeft.

Beurt, vroeg ze, hoe bedoel je?

Het mannetje wees naar zijn kruis.

Oh zo?

Ja..sorry ik wil wel een goede beloning voor wat ik je ga vertellen!

Hmmz…zei het meisje, ok…

dat is goed.

Zo gezegd zo gedaan, maar eerst moest zij het mannetje een beurt geven want misschien viel ze wel in slaap als ze zijn verhaal hoorde. Eindelijk had ze de melk om haar mondhoeken en keek ze hem verwachtingsvol aan.

En hij begon te vertellen!

Gelukkig kon ze haar ogen open houden tot hij klaar was met vertellen maar hierna viel ze in een diepe verkwikkende slaap.
Photobucket

Die avond kwam de prins in het kamertje ging op bed liggen en ze begon te vertellen.

De prins viel in slaap, eindelijk kreeg hij zijn rust en hij vond het smorgens geweldig!

Hij had naast haar geslapen want er was maar een bed, maar eigenlijk was het best lekker warm en erg was het niet.

Want de prins was ook niet lelijk ofzo.

Vanavond kom ik weer terug!

Zei de prins vrolijk.

En die dag zat het meisje weer zenuwachtig te doen, omdat ze geen verhaal had voor die avond.

Maar het mannetje kwam haar kamer weer in en zo ging het door en door.

Na 4 maanden eindelijk, zei de prins, als je mij vannacht nog een keer zo’n mooi verhaal verteld waarbij ik in slaap val dan ga ik met je trouwen!

Dan word je mijn prinses!

Nou nou dat was wat zeg!

Een simpele molenaarsdochter prinses!

Dat wilde ze wel natuurlijk.

Dus ze klopte alvast op de spiegel waarachter het mannetje zat, toen hij binnenkwam sperde zij alvast haar zachte lippen open om hem te ontvangen.

Nee nee, zei hij wreed ditmaal, wordt het iets heel anders!

Ik wil je eerste zijn en daarna, als je getrouwd bent met de prins en je krijgt je eerste kindje dan wil ik je eerstgeborene hebben!

Oh..zei ze verschrikt, is dat zo?

Ja dat is zo zei het mannetje.

Maar hoe groot is dat gezwel dan?

Valt best mee, ligt eraan hoeveel je hebben kan.

Het mannetje stroopte zijn broek al los en ze ging klaarliggen voor hem.

Het was maar goed dat de muren dik waren, want het ging er heftig aan toe in die torenkamer.

Met de tranen in de ogen, luisterde ze na 3 uurtjes sex met het mannetje naar zijn laatste verhaaltje.

Het verhaal dat ervoor zou zorgen dat ze prinses, en ooit koningin zou worden, dus je moest er wat voor over hebben immers!

EN eerlijk is eerlijk, het was een top verhaal!

Ja zelfs zij wist dit.

Het was het mooiste verhaal op aarde dat ze ooit gehoord had.

Dat kwam natuurlijk omdat het mannetje via internet natuurlijk allemaal verhaaltjes las van AngelWings.

Maar dat zei hij er maar niet bij, stel je voor zeg!

dat zij internet had en die websites eens bezocht.

Die avond kwam de prins bij haar en zoende haar op haar zachte lippen. Niet wetend waar deze allemaal eh.

Gelukkig maar dan. Ja toch?

ze vertelde het verhaal met een zeer pijnlijk gezicht, waarna de prins zorgelijk vroeg of ze wel in orde was, maar dat was ze wel hoor. Ze ging echt niet vertellen wat er die dag gebeurd was in dat zolderkamertje, kom zeg.

Bijna prinses dan moet je nooit teveel vertellen immers!

De prins viel in slaap tegen haar ontblote schouder en die morgen werd hij wakker met een gelukzalige glimlach om zijn mond.

We gaan trouwen kom in mijn armen mijn liefste!

Zo’n vrouw als jij heb ik altijd al gewenst.

Een vrouw die mij rust kan geven als ik oververmoeid ben.

Hij kuste haar en wilde veel meer, maar dat hield ze maar even af, na haar heftige ervaring de vorige dag met de torenkamerklerk.

Na 3 jaren een zeer gelukkig huwelijk, werd de prinses moeder van een prachtig kindje.

Ze had al tijden niet meer gedacht aan het mannetje, want ze woonde nu in het kasteel zelf en dacht nooit meer aan het torenkamertje.

Ze had een zeer gelukkig huwelijk met haar prins en waarom denken aan dat wat geweest was immers?

Ze had nu breezers in overvloed en geld zat.

Maar die dag toen ze even alleen was, stond hij ineens voor haar neus.

Ze schrok geweldig!

Haar mond viel open en het mannetje dacht ineens weer spijtig terug aan de maanden waarin zij hem zo verwend had.

Maar om terzake te komen, hij wilde dus het kindje.

De prinses viel van ellende in elkaar, ze huilde en huilde maar.

Het mannetje kreeg zowaar medelijden wat eigenlijk niets voor hem was!

Hij was nml best een bikkel die allerlei smeekbedes kon weerstaan zelfs van breezersletjes.

Maar toch gaf hij haar een kans.

Moedertjes daar had hij toch wel een zwakje voor blijkbaar.

Ok ok…weet je als jij mijn naam raadt, dan mag jij het kindje houden en dan ga ik weg ver van hier.

Drie dagen krijg je de tijd om mijn naam te raden, als het weet heb je geluk!

Zo niet dan neem ik je baby mee!

De prinses huilde en huilde maar niemand wist wat er loos was opeens, het waren vast kraamvrouwentranen oid.

Hormonale disbalans!

Ze liet haar betrouwbaarste dienaren komen en vertelde hen dat ze op zoek was naar een bijzondere naam, de naam van de torenkantoorkamerklerk.

Niemand wist deze maar ze stuurde hen erop uit om die naam uit te zoeken, zelf zocht zij dag en nacht op internet naar zijn naam.

Maar ze vond hem niet.

ze huilde en huilde maar door, hoe graag wil je iemands naam vinden online!

Zo erg was het al, maar hij was onvindbaar zelfs op hyves was hij niet te vinden!

Ze zag wel een foto van hem maar er stond geen naam bij.

Er stond bij de torenkamerkantoorklerk en dat was alles.

Radeloos was zij.

Maar de bedienden druppelden binnen met allerlei namen en die dag kwam het mannetje weer binnen.

Arrogant keek hij haar aan, zo vertel mij eens…hoe heet ik?

Ze zei je heet vast duifelsoren!

Hij lachte zich suf…echt niet zei hij trots.

Nee ga door.

Dan heet je vast, madracalula?

Welnee lachte hij uit…hoe verzin je het die nonsens!

Ahahahaha…hij viel van zijn stoel van het lachen!

Hij kon niet meer!

De tranen stonden in haar ogen, nou dan heet je vast klaas!

Wahahaha brullend van het lachen viel hij weer van zijn stoel…hij had buikpijn van het lachen.

Ik kom morgen wel even weer terug, dan hoor ik wel wat je dan weer voor slome namen hebt bedacht.

Jankend lag de prinses op de grond…haar lieve kindje!

Wat moest ze toch doen?

De volgende dag kwam hij weer, zo zo vertel eens lieve kind.

En lik niet zo aan je lippen, want anders wil ik wat anders van je, dan alleen mijn naam.

Verschrikt keek ze hem aan.

Oh eh ik dacht aan Herman!

Pfffffff zei hij…doe even normaal ofzo!

Dan heet je vast Mohammed!

Heey ik stem pvv…zei hij toen,

hij trok zijn wenkbrauwen op bij zoveel nonsens..en domheid ook.

Daar had hij geen respect voor, zulke vrouwen.

Morgen de laatste dag voor jou!

Kzie je !

En weg was hij weer lachend ging hij de deur uit.

Die avond bezoop de prinses zich enorm, ze was op van de zenuwen!

Maar de volgende dag vertelde een bediende een vreemd verhaal.

Over een man die had gelachen en gedanst en had geroepen,

niemand weet niemand weet dat ik repelsteeltje heet.

Morgen is het kind van haar van mij

Morgen is ze niet meer vrij

maar van mij, van mij.

De man had gedanst om een vuurtje dat hij had gestookt in het park en werd bijna opgepakt door de politie want dat mocht natuurlijk niet.

Ok zei de prinses hoopvol…dan moet dat hem zijn immers!

Dat is dan zijn naam.

Eindelijk ze had het gevonden!

Die middag kwam de man aanlopen met een kinderwagen, hij dacht al helemaal dat hij gewonnen had en dat zij nooit zijn naam kon raden.

De prinses zag er heel rustig uit, wat hem nogal verbaaste…

Kom vertel weet je het al hoe ik heet?

Of weet je het nog niet dom uilskuikentje?

Spottend keek hij haar aan.

Zeg me wie ik ben!

Je naam is Jondalar!

Zei de prinses met opzet fout.

Het mannetje wreef in zijn handen, Nee FOUT!

Het was even stil,…dan heet je vast repelsteeltje?

Verdomme zei het mannetje hoe weet je dat nou?

Dit had hij dus nooit verwacht.

Nu moest hij gaan…

snel greep hij haar vast, en verkrachte haar…voordat hij ging wilde hij nog eenmaal genieten van haar.

Ze vond het niet ernstig erg oid.

Het had wel wat zo af en toe.

Maar goed ze had gewonnen en kon haar kindje behouden.

Wat een geluk, dat zij zelfs dit maar toe stond.

Na afloop liep het mannetje zijn torenkamertje weer in en verbleef daar jarenlang, waarbij hij vaak door de spiegel keek als de prins zijn prinses op speciale wijze een stoute behandeling gaf in dat kamertje.

Ach ja, het had zo anders kunnen lopen, maar alles loopt zoals het moet zijn immers.

Ergens was hij wel een beetje jaloers, toen de prinses 9 maanden later een heel mooi kindje kreeg, een kindje dat veel leek op hem.

© Angelwings

 

Oude vrouw in het bos…

Oude vrouw in het bos…

  GIF

Bij het verlaten van zijn voordeur keek hij nog eenmaal in de spiegel, gleed met zijn hand door zijn glibberkapsel, en trok zijn das recht. Hij glimlachte tegen zichzelf, dit deed hij dagelijks nml. Hij vond zichzelf wel een geschikte peer . De zon scheen warm en hij klapte zijn ray ban omlaag van zijn hoofd naar zijn neusbrug. Hij zwaaide naar zijn buurvrouw die haar plantjes water gaf, en stapte in zijn zwarte bolide. Strak reed hij weg, vlijmscherp door de bocht, de banden piepten. En de zon scheen onerbarmelijk op zijn autodak. Om zijn pols glom zijn dure horloge, deze tikte de tijd weg. Tijd die hij goed bestede, Silvio wist wat hij wilde, in het leven en had het al ver geschopt in zijn carriere.
Natuurlijk met ellebogenwerk, had hij zich een weg gebaand naar de top. Hij was geslaagd zogezegd. Beleggingen waren zijn ding en hij had geld teveel. Onderweg naar niemandsland, reed hij over de snelweg. De muziek hard, meezingend, dak open, zijn glibberkapsel bleef zitten zoals gewoonlijk.
Hij had geen zorgen, nooit gehad, nooit meegemaakt, niets gezien, niets ervaren enkel geslaagd zijn in het leven telde voor hem. Hij had alles mee, een goede look, een vlotte babbel, en charisma.
De zon scheen te heet die dag, slaperig van het rijden, stopte Silvio bij een bospad.

Even pauzeren, zijn vrije dag goed besteden, ontspannen,’’ relax is flex’’, zei hij altijd lachend.
Het was er stil op het bospad maar zo heerlijk koel. Silvio besloot een eindje te gaan wandelen. De natuur was er prachtig, en het was heerlijk koel. Koeien in de wei, vogels die opvlogen als hij langs kwam, en een eind verderop zag hij paarden lopen. Silvio knabbelde op een grasspriet, en genoot.
Hij dronk wat van zijn zakflacon en liep verder, steeds verder het bos in. Waar hij opeens een klein huis waarnam, dat was leuk! Silvio keek naar het wonderlijk kleine huisje, op het dak lag allemaal glassplinters en deze schitterden in de zon, prachtig was het effect, in allerlei kleuren, waren de glassplinters geplakt. De ruitjes waren klein, maar allen bedekt met kleine gordijntjes, vriendelijke roodgeblokte gordijntjes. De voordeur was klein, en blauw van kleur. Silvio klopte aan voor de gein, hier zou toch vast niemand wonen wel?
Silvio schrok enorm toen de voordeur krakend en piepend open ging..

Voor hem stond een klein oud vrouwtje, vreselijk gerimpeld was ze, maar ze glimlachte vriendelijk.
Dat vind ik nou fijn, dat er eens bezoek komt, zei ze hartelijk. Kom binnen, dan gaan wij even wat drinken. Ze opende uitnodigend de deur achter haar, kom wenkte ze hem.
Silvio dacht dat het geen kwaad kon, dat ouwe mens, die sloeg hij zo neer dus, hij stapte de kleine voordeur door en stond in een hele smalle gang. Kom zei het oudje met krakende stem, ze wenkte hem nogmaals. Ze troonde hem mee naar de achtertuin waar gezellig een klein tafeltje stond met hierover heen een eveneens rood geblokt tafelkleedje, en 2 gezellige stoeltjes completeerden het geheel. Midden in de tuin stond een appelboom vol appels, prachtige groene appels.

Kirrend wees het oudje Silvio zijn plek, en ze bracht hem snel een kan fris water, inclusief citroenen en ijsblokjes. Wat fijn zei ze weer en ze wreef in haar gerimpelde handen. Silvio kon denken wat hij wilde maar wat smaakte dat frisse drankje hem heerlijk. De zon scheen onerbarmelijk op alles, behalve de tuin scheen de koelheid zelve te zijn, want het was niet te merken dat het zulk warm weer was. Er was zelfs een lichte bries waar te nemen, Silvio genoot. Hij voelde zich opeens zeer gelukkig. De oude dame boodt hem een appel aan van de boom. Jij mag wel wat appels meenemen, als u straks weer weg gaat hoor, bood ze gul aan. Silvio knikte maar weer eens.

En langzaamaan terwijl de oude dame, aan een haakwerk bezig was, een tafelkleedje leek het wel, vielen Silvio’s ogen toe. Het was donker toen hij wakker werd, er was geen zon meer, geen licht, maar enkel donkerte om hem heen. Hij kon zich niet bewegen, hij zat vast, in iets.Hij lag op een bed oid. Silvio riep om hulp, wat was er toch gebeurd in vredesnaam? Hij kon het zich nauwelijks herinneren, zijn hoofd bonkte. Er had vast iets in het drankje gezeten, dacht hij. De oude dame kwam met een brandende kaars aanlopen, welke schaduwen toverde rondom hen. En hij zag om zich heen de vage contouren van een kelder, ‘’Wat is dit verdomme’’, riep hij uit. ‘’Verdraaid, laat me hier uit, ik moet naar huis’’. De oude dame glimlachte naar hem, en tot zijn afgrijzen stond ze naakt voor hem. Afgezakt gerimpeld als Methusalem, stond daar een oud wijf voor hem, naakt nog wel! Wat was ze van plan? In vredesnaam…Ze lachte kirrend en riep uit,’’Iik heb er een gevangen, ahahahaha, ik heb er een gevangen, jaja’’, en ze voelde aan het haakwerkje dat om Silvio heen was geknoopt. Snirpend klonk haar lach in de nacht. Wat bent u met mij van plan, oud rotwijf, laat me gaan! Riep Silvio uit.
De oude vrouw dook naar zijn geslacht en nam hem in haar mond, en tot Silvio’s afgrijzen bleek hij ook naakt te zijn.’’ Raaaghhhhhhhhhhh’’!!! Riep hij uit, neeeeeeeeeeee,….
Maar de oude dame kon er wat van, tandeloos masseerde ze zijn geslacht op vakkundige wijze.

Silvio werd opgewonden, nee dit kon toch niet waar zijn? Maar het was waar. En de oude vrouw ging op hem zitten, Hoepla zei ze lachend, en ze begon te bewegen op hem. Het was zo ranzig dat het bijna opwindend werd, Silvio wist niet meer hoe hij het had. De zomer had invloed op hormonen jazeker maar dit? Verbaast keek hij naar haar, het oude mens hoe lenig zij op hem tekeer ging, hoe zij kreunend haar hoofd achterover gooide en een tandeloze mond zijn verstand verbijsterde. Onderwijl vielen er haarspelden uit haar grijze knoetje en vielen er zilverachtige strengen haar over haar gerimpelde schoudertjes, ach got dacht Silvio, zo leek ze net nog een jonge vrouw, in het donker althans.
Nadat hij toch tot op onvoorstelbare hoogte was gekomen en zij ook blijkbaar, want ze viel plots over hem heen en was niet meer wakker te krijgen. Misschien was ze wel dood? dacht Silvio, wat moest hij dan?

Maar gelukkig na enige tijd begon ze weer te bewegen, en stond ze krakkemikkig en kreunend op van het bed, met een schaar knipte ze het haakwerkje los, ondertussen gevaarlijk bij zijn geslacht aan het knippen, waarop Silvio nog schreeuwde opdat ze voorzichtig moest zijn!
maar uiteindelijk was hij bevrijd en stond hij op, hij wreef zichzelf over zijn spieren, en wilde de oude vrouw een flinke klap verkopen, was ze nu helemaal zot? Maar hij keek in een paar lieve oude ogen en hij kon het niet over zijn hart verkrijgen om die oude vrouw een klap te verkopen. Ze kon zijn oma zijn bv. Nee dat zou hij niet doen. Hij begreep haar eenzaamheid wel heus. Hij kreeg nog appels mee van haar. En zo eens per jaar in de zomer gaat hij nog wel eens op bezoek bij de oude vrouw in het bos en krijgt hij appels mee.

 

Ali Mama en haar veertig dochters.

Ali Mama en haar veertig dochters.

Ali Mama was al een oude vrouw, vol zorgen, over hoe ze konden overleven, in de woestijn.
Hoe ze aan eten kwamen, hoe ze haar dochters kon kleden en voeden, er ging geen dag voorbij, dat ze zich geen zorgen maakte.
En ondanks de hete zon, had zij niet alleen daar rimpels door maar voornamelijk door alle zorgen die zij had. Ze was al een oude vrouw, toen haar laatste dochter geboren werd, en toen was zij toch nog maar 60 jaar oud.
Ali Mama was ooit gestolen uit een harem, waar de oude verkoper Marmar haar bijzondere
Russisch-Azarbaïdjan’se schoonheid aanschouwde en haar direct verschalkte en op zijn ezel meenam richting zijn woestijndorp.

Veertig dochters had Ali Mama op de wereld gezet.
Toen zij 12 jaar was moest zij trouwen met de oude wellustige man Marmar, die haar alle kneepjes leerde van het spel der liefde, waar natuurlijk nooit sprake van was.
Die stinkende bebaarde geile bok in haar nachtstee, daar had Ali Mama nooit om gevraagd.
Hij stierf al spoedig omdat hij al erg oud was en teveel lust bezat, waarbij hij zijn jonge Ali Mama achterliet na een van zijn heftige seksuele truuks die hij ooit had geleerd in India.
Nu dan wist je het wel, over de kop, achterlangs, nu ja een heel gedoe, en hij was uiteindelijk gestikt, terwijl Ali Mama zich vol genot boog over zijn oude verweerde bebaarde geitenbaard.
Nu was Ali Mama een toen nog zeer onschuldig en lief meisje, en zij wist niet beter of hij was gestorven aan een natuurlijke dood.
In de woestijn dacht niemand daarover na, en dat moest je ook niet doen want daar was het veels te warm voor.
Maar de oude geile bok Marmar, liet zijn Ali Mama een huisje na met 5 slaapkamers en een grote woonkamer, een bijkeuken en een hal, een sik, een kale magere koe, 2 kippen en een ezel met een kar.
Al met al best veel voor een woestijn bewoner die koopman was geworden, ook al was hij de hele wereld afgereisd.
En Ali Mama bleef achter met haar twee kleine dochters en niemand die voor haar en haar kindertjes wilde zorgen.
Ali Mama moest natuurlijk ook eten en daarom, gingen des s’nachts de luiken toe, en de achterdeur wagenwijd open.
Al snel kwamen er vele mannen op bezoek bij Ali Mama, en leerde zij hen het liefdesspel zoals zij had geleerd van haar voormalige echtgenoot.
Nu was Ali Mama enorm vruchtbaar en God schoot zijn kindertjes maar uit over haar akkers.
Ali Mama werd de rijkste vrouw in het woestijn dorpje en geen vrouw die slecht over haar durfde te spreken want dan waren de mannen zo boos, dat zij hun dagloon, niet afgaven aan hun vrouw en kinderen.
Mannen waren toch al de baas daar dus wat hadden die vrouwen in te brengen?
Niets, helemaal niets enkel een aanrecht en een kale droge achtertuin, waar zij met pijn en moeite soms nog wat groenten konden kweken.
Ali Mama groeide uit tot een echte Mama, met een fikse voor en achterkant en de mannen waren stapeldol op haar. Natuurlijk betaalden ze haar mee in de onkosten voor alle dochters die zij ter wereld bracht.
Toch was dat nooit genoeg.
Zo wulps als Ali Mama was, haar dochters moesten een net huwelijk sluiten. Maar hoe kreeg zij deze mooie dochters aan de man, als niemand wist wie hun vaders waren in dat dorp?
Vele jongens wilden graag trouwen met een dochter van Ali Mama, maar voor hetzelfde geld, trouwden ze dan met hun halfzuster.
Kijk een neef en nicht dat was nog geen zonde, maar een halfzuster of broeder die samen, nee, nee niets ervan! Daar kwam niets van in.
Wat moest Ali Mama toch verzinnen om haar dochters een goed leven te bezorgen?
Veertig dochters, waaronder enkele tweelingen, beeldschoon, met zwarte amandelvormige ogen, sommigen zelfs blauw! Met prachtige gitzwarte lange haren, sommige met krullen, sommigen zo stijl dat het wel chinese pracht scheen, bijzonder mooie meiden, waar ieder zich de vingers bij af zou likken. Maar niemand mocht er aan komen, zelfs bijna niet naar kijken.
Ali Mama was ten einde raad, ooit kwam de dag dat zij heen zou gaan, en wie zou er voor haar prachtige dochters zorgen? De dochters konden prachtige kleden weven, dat stond als een paal boven water. Niemand kon dat zo goed als haar dochters. Ali Mama zelf kon totaal niet weven.
Maar de achterdeur stond altijd nog open, hoe oud ze ook was, de mannen wisten haar nog steeds te vinden.
Maar niemand raakte haar dochters aan, daarvoor hoefde zij geen enkele angst te hebben, vele mannen waren bang zelfs om de mooie meiden aan te raken, voor hetzelfde geld, had je zo incest en dat was ten strengste verboden daar in dat woestijndorp.
Ali Mama besloot dat ze iets moest doen en zo besloot ze tot een grote reis, op weg naar Perzië, om op zoek te gaan naar veertig mannen voor haar veertig dochters.
Zo gedacht zo gedaan, de mannen in het dorp waren ontroostbaar, of Ali Mama alsjeblieft terug zou komen, want ze zouden haar zo missen. Ali Mama glimlachte naar hen en zei dan: Als God het wil!
Gelijk als in een karavaan ging de optocht van start, een lange rij prachtige meiden, de een al wat ouder dan de eerstgeborene en de ander.
Maar dat deed niet terzake immers?
Uiteindelijk na vele hete dagen in de woestijn, kwamen zij aan in Perzië. Gelijk bij de grens was er een grote verrassing. Er was namelijk een dorpeling, Ali Baba en zijn veertig zonen.
Nu dat kwam goed uit.
Ali Mama klopte aan bij het huis van Ali Baba, en toen hij de deur opende en al die vrouwen zag, sprongen de tranen hem in de ogen.
Ai, ai….riep hij uit in zijn handen klappend van blijdschap.
Kijk hier, Allah heeft onze gebeden verhoord.
Veertig vrouwen voor mijn veertig zoons.
Juist zei Ali Mama toen, veertig mannen voor mijn veertig dochters.
Nu was Ali Baba enorm rijk en hij wilde alle dochters als zijn schoondochters aanvaarden, niet één uitgezonderd.
Het werd een vreselijk langdurig feest, veertig dagen en nachten lang, en elke dag sloot men een huwelijk af tussen een zoon van Ali Baba en een dochter van Ali Mama.
Ze werden enorm gelukkig allemaal.
Ali Baba met Ali Mama, want ze werden zomaar pardoes verliefd op elkaar, na veertig dagen en geef ze eens ongelijk?
De mannen in het dorpje in de woestijn bleven ongelukkig achter, maar wie kon dat wat schelen als je rijk was en in Perzië kon wonen in die tijden?
Daar was het veels te heet voor allemaal.
En ze leefden nog lang en gelukkig.

©AngelWings

 

 

Sneeuwitje

Photobucket
Lang geleden was er eens een koningin, ze zat voor het raam te borduren, toen plots witte sneeuwvlokjes uit de hemel vielen. Ze opende het raam om die witte wereld schoonheid te aanschouwen. Maar zij prikte zich plots per ongeluk aan het borduurwerkje, een druppel bloed viel op de donkere ebbenhouten vensterbank, deze was inmiddels bedekt met enkele witte sneeuwvlokjes, en het zag er intens wonderschoon uit.
De koningin verzuchtte plots, ‘’Och had ik maar een kindje klein, met haren zo donker als ebbehout, met wangen zo wit als sneeuw, en lippen zo rood als bloed’’. Een witte duif fladderde plots heen vanuit de bomen en bracht de boodschap over aan de Goden in de hemelen.
Nog geen jaar later, bracht de koningin een dochtertje ter wereld, met een huidje zo wit als sneeuw, met haren zo donker als ebbenhout en lippen zo rood als bloed.
De koning en de koningin waren dol gelukkig.
Ze hielden intens veel van hun lieve kleine dochtertje, ze was hun geluk. Ze noemden haar Sneeuwwitje.

Op een dag echter viel de koningin van de torenkamer trap, en zij overleefde deze val niet.
Niemand wist dat een boze heks van dichtbij, de koningin van de trap had geduwd.
Het hele land was gehuld in droefenis, om hun zo geliefde koningin.

De boze heks bracht veel vuldig bezoeken aan het paleis en trooste de koning in zijn verdriet, om het gemis van zijn zo geliefde koningin. Ze gaf de koning adviezen, ze bracht hem troost en vertelde hoe goed zij voor hem kon zorgen. De koning vervuld van zijn intense verdriet, liet zich door haar inpalmen. Niemand mocht de boze heks, maar ze had veel macht. En deze ge-misbruikte ze dus ook, en nog geen jaar later had zij eindelijk haar zin. Zij werd koningin van het land! De koning stemde in met een huwelijk!
Ze was vol van zichzelf en elke dag keek ze in haar toverspiegel en vroeg aan deze spiegel of ze nog wel de mooiste vrouw van dat land was.
De spiegel antwoorde dan altijd dat zij dat was. En tevreden keek de boze heks dan om haar heen, ze was tevreden. Als koningin heerste ze over het land, en de koning nog steeds gebroken van verdriet door het verlies van zijn innige geliefde, merkte niet dat zijn nieuwe vrouw een boosaardig wezen was, die zijn vrouw gedood had. De nieuwe koningin deed net alsof ze een erg lieve stiefmoeder was voor sneeuwwitje, maar dat was zij helemaal niet, want als de koning het niet zag dan kneep ze het mooie kleine meisje hard in haar armpjes. En soms trok ze het arme kind zelfs aan de lange donkere haren. Het meisje was intens verdrietig. Op een dag zag Sneeuwwitje hoe de boze stiefmoeder, in de toverspiegel keek en vroeg wie het mooiste van het hele land was.
Sneeuwwitje schrok enorm want tovernarij was verboden in het land. De boze heks keek verschrikt om toen Sneeuwwitje uit angst achteruit deinste en hierbij een tafeltje omver stootte. Jij klein loeder, heb je mijn geheim ontdekt schreeuwde de boze heks naar het arme kind, die met grote ogen naar de boze heks keek.
‘’U bent een heks’’, stamelde Sneeuwwitje. “Ja, nou én?” Sneerde de boze heks.’’ Als jij je vader hier iets over durft te vertellen, dan zal je de hel beleven’’! Hierbij lachte ze haar gierende gemene lach, en duwde het kind de kamer uit.
‘Wegwezen jij’, en denk erom als je er ooit over praat weet ik je te vinden!”.

Sneeuwwitje viel neer in de hal van het paleis, ze huilde tranen met tuiten maar durfde niemand te vertellen over de boze heks. Ze voelde zich intens alleen, en zonder haar moeder, wist ze niet wat ze moest doen, maar ze vertelde het aan niemand.
In de jaren die volgden werd Sneeuwwitje groter en mooier, ze was oogverblindend mooi zelfs.
En op een dag toen Sneeuwwitje 15 was geworden, vervloekte de boze heks haar toverspiegel omdat hij voor het eerst in al die jaren iemand anders de mooiste noemde in het koninkrijk.
Hij noemde de naam van Sneeuwwitje.
Woedend was de koningin, ze haatte het kind intens.
Waarom wist zij niet, maar het kind was alles dat zij niet was, puur, oprecht, eerlijk, intelligent, verstandig, vriendelijk en iedereen hield van het meisje, en nu was ze ook nog mooi! Mooier dan zij!
Ze wilde van het kind af, maar hoe? Het meisje werd altijd goed bewaakt en beschermd.
Sneeuwwitje had vele vrienden, misschien kon de boze heks een vriend overhalen om het kind kwaad te doen? Als zij een goed aanbod deed, waarom zou zij zo geen ander mens in haar macht kunnen verkrijgen? Ze had goud genoeg om aan te bieden.
De boze heks verzon een plan. Op een dag vroeg ze een vriend van Sneeuwwitje om bij haar te komen, hij was een jager. Ze bood hem een grote zak met goud aan, als hij Sneeuwwitje naar het bos zou brengen, en haar het hart bracht van het mooie kind, dan kreeg hij nog zo’n zak goud en werk in het paleis zelf als hoofdjager.
Nu had de jager altijd wel genoeg vlees te eten, maar veel geld had hij niet, hij kon niet anders dan naar de boze heks luisteren. Hij had ook kinderen en hij had werk hard nodig.
Met een bezwaard hard ging de jager naar Sneeuwwitje toe, hij sprak vriendelijk met haar, en vroeg of ze met hem naar het bos wilde gaan. Hij had een nest met jonge vosjes gevonden en hij dacht dat de moeder vos verdwenen was, hij wilde kijken of hij de jonge vosjes moest gaan opvangen.
Sneeuwwitje stemde enthousiast in, en ging dansend mee naar het bos, op zoek naar de jonge vosjes. Sneeuwwitje was dol op dieren namelijk en jonge vosjes waren enig om te zien en vast te houden, dat wilde zij wel graag.
Diep in het grote woud, stond de jager stil, om het kind de genadeslag te geven. Maar hij kon het niet over zijn hart verkrijgen.
Zo een onschuldig kind, ombrengen, was hij helemaal gek geworden?
De tranen sprongen hem in zijn ogen om zijn slechtheid en de wens aan goud. Hij vertelde Sneeuwwitje van het plan van de gemene boze heks om van haar af te komen. Ik zal niets zeggen maar ren weg, ga door het woud en zoek een plek om te leven en laat je nooit meer zien op het paleis…waren zijn laatste woorden, voor hij haar alleen achterliet in het grote woud.

Onderweg schoot hij een hert dood en sneed het hart uit het dier als bewijs, voor de boze heks dat hij Sneeuwwitje zogenaamd gedood had.

Sneeuwwitje was moederziel alleen in het grote woud, ze huilde van verdriet en verlatenheid.
Wat moest ze nu beginnen?
Ze liep rond, uren lang, op zoek naar mensen, een huis, een plek om uit te rusten, een oplossing voor haar problemen.
Ze miste haar vader intens, maar ze kon niet terug keren naar het paleis.
Tegen de avond toen het al bijna donker was geworden zag zij een lichtje branden in de verte. Ze rende zo snel ze kon naar het lichtje toe, opgelucht en hoopvol, misschien was daar een huisje, een plek om te slapen, want ze was zo intens moe.

Toen Sneeuwwitje eindelijk aan kwam bij het lichtschijnsel zag zij daar een gezellig klein huisje.
De deur stond uitnodigend open, en Sneeuwwitje besloot naar binnen te gaan.

Het was er heerlijk warm en aangenaam. Op het gasfornuis stond een pannetje zachtjes te pruttelen, snel at Sneeuwwitje wat uit het pannetje, het smaakte heerlijk.
Op een tafel stonden 7 bordjes, van groot naar klein, bestek van groot naar klein en stoelen van groot naar klein.
Sneeuwwitje vond het grappig en nam plaats op de grootste stoel, want zij was groot voor haar leeftijd al en paste goed in de grotere stoel.
Ze schepte wat eten op uit het pannetje in het bord voor haar en begon smakelijk te eten.
Toen ze eindelijk vol gegeten was, gaapte ze achter haar hand en stond op, en liep naar een kamertje ernaast, daar stonden 7 bedjes, van groot naar klein.
Oh wat grappig vond Sneeuwwitje dit alles, ze liep naar het grootste bed toe want ze was intens vermoeid! Ze ging liggen in het zachte warme donzen bed en viel direct in slaap.

Na enige tijd kwamen de bewoners van het huisje thuis.
Ze merkten direct dat er iemand in hun huis was geweest, wat was hier aan de hand.
Er was gegeten uit de pan, en het bord was gebruikt, en de stoel stond anders langs de tafel.
Vanuit de slaapkamer kwam een geluidje en verschrikt renden de dwergen, want dat waren zij namelijk, naar de slaapkamer toe.
Vol verbazing zagen zij het mooie koningskind slapen in het bed van de grootste dwerg.
Verliefd keken ze naar het mooie kind, wat was zij prachtig zoals ze daar lag in het sneeuwwitte beddegoed, met haar ebbenhoutkleurige haren, haar bloedrode lippen, en haar sneeuwwitte huid.

Zuchtend gingen de dwergen naast het bedje zitten, starend naar het beeldschone meisje.
Mag ze blijven? vroeg de kleinste dwerg hoopvol.

We zullen zien zei de middelste dwerg, en vragen wat zij zelf wil, als zij ontwaakt.

De hele nacht waakten de dwergen aan het bed van Sneeuwwitje, ze had nare dromen die nacht, onrustig sliep zij die nacht.
En toen in de morgen de zon door een kier in het gordijn haar neus kriebelde, werd zij niezend wakker.
Hatsjoe! nieste zij koninklijk. De dwergen lachten allemaal in koor, en Sneeuwwitje keek blij om haar heen. Oh, zei ze, oh wat gezellig, jullie zijn allemaal dwergen. Bij de dwergen bleef zij wonen, bij de dwergen had de macht van de koningin geen kans. Zij beschermden haar zo goed zij konden, en als zij aan het werk waren, deed Sneeuwwitje het huishouden.
En kookte ze het eten, bakte zij zoete broodjes in de kleine steenover.
De dwergen hadden weinig te klagen over de koningsdochter zij was zeer net opgevoed.
Toch waren zij bang voor de macht van de koningin, daarom waren zij zeer zuinig op Sneeuwwitje.

De koningin was zeer tevreden, ze had zich ontdaan van dat stomme kind Sneeuwwitje. Eindelijk had zij alle macht en als ze ooit kinderen zou krijgen, zouden zij de troon bestijgen en geen kind van een koningin die niet meer leefde. Ze had het allemaal goed geregeld!
Zeer tevreden ging zij naar de toverspiegel en vroeg de spiegel wie nu het mooiste was in het land.
Maar de spiegel antwoordde dit maal wederom dat Sneeuwwitje de mooiste was in het hele land.
De gemene heks sprong uit elkaar van woede, ze rukte aan haar haren en stampvoette van boosheid.
Hoe was dit mogelijk, de jager had Sneeuwwitje toch gedood?
Woest liet zij de jager bij zich komen, angstig keek hij haar aan, hij had eindelijk een baan en had goudstukken, teveel om uit te geven, wel ten koste van een kind. Maar toch?
De boze heks had hem alleen maar misbruikt, om haar zin te krijgen. Maar dat plan was dus mislukt, woest was zij.
Ze schreeuwde tegen de jager dat hij onthoofd zou worden later die dag, en zo gebeurde.

De heks zon op wraak, waar was dat rotkind gebleven?

In een glazen bol spoorde zij een blij lachende gelukkige Sneeuwwitje op, lachend met dwergen?
Wat, riep de heks verbaast uit, dwergen, de 7 dwergen van over de 7 bergen dat was bij het laatste woud en dan bij de grote eik naar links en dan uitgekomen bij een watervalletje 3 bomen naar rechts.
Oh kijk dat kind eens lachen en gelukkig kijken, ze was inderdaad nog mooier dan voorheen.
Gifgroen was de aura van de boze heks, het spoot er vanaf, ze had zo een hekel aan dat kind.
Ze moest iets doen!
Maar wat?
Na een maand wist ze wat haar te doen stond.

Ze deed een oproep, naar oude vrouwtjes die iets voor haar de koningin wilden doen.

In feite het leven stuk maken van het kind Sneeuwwitje, maar dat zei ze natuurlijk niet.
Er was een oude dame die deze taak wel op zich wilde nemen en deze dame ging gekleed in een boerinnen jurk, op weg naar het dwergenhuisje met een mandje met veel rommeltjes die jonge meisjes vaak leuk vinden.
Een haar lint met gif bv, of een halsketting die betoverd was, en zodra deze om je hals lag je keel langzaam dichtkneep. De heksen koningin hoopte dat Sneeuwwitje het laatste zou kiezen natuurlijk.
De boze gemene heks keek natuurlijk mee in haar glazen bol want ze wilde niets missen van de ondergang van Sneeuwwitje.

De oude dame klopte aan bij de voordeur van de zeven dwergen. Sneeuwwitje vriendelijk als zij was deed de deur direct open.
Onschuldig keek ze naar het vriendelijke oude vrouwtje, niet verwachtend dat haar iets heel slechts zou overkomen.

Het oude vrouwtje kletste met Sneeuwwitje over leuke dingen, enkele roddeltjes uit het land, over de koning natuurlijk die zijn dochter echt niet miste.
Sneeuwwitje brak in tranen uit, mijn vader die mij niet mist? dacht zij, hoe kan hij?
De oude dame klopte het kind op de rug, poeslief zei ze toen, wil je iets uit mijn mandje als een cadeautje?
Ik geef het je voor niets omdat je zo verdrietig bent.
Snikkend keek Sneeuwwitje naar het mandje en zag de haarlint, die was wel mooi zeg, het glanste in de zon. Het leken regenboogkleuren, want als je het bewoog, dan zag je allerlei kleuren tevoorschijn komen.

Maar die ketting was wel bijzonder mooi zeg, ademloos nam Sneeuwwitje de ketting uit de mand, de ketting was de voorstelling van een gouden slang met gifgroene ogen, en het had zelfs een rode gevorkte tong. Prachtig gemaakt, subliem!
Deze zou ik graag willen lieve dame, zei Sneeuwwitje zacht.
Oh neem het toch kindje, zal ik het om je nekje doen lieverd
De oude dame was zeer behulpzaam en deed de ketting om de mooie hals van het kind.

De boze heks schaterlachte aan de andere kant van het land toen ze zag hoe zij het domme kind had verstrikt in haar netten!
De boze heks liet het plots donderen in de lucht, en de oude dame keek verschrikt achterom oh ik moet nu snel gaan lieve meid!

Dag, dag hoor! En weg was ze.
Sneeuwwitje keek in de spiegel naar de mooie ketting om haar hals, wat was het mooi.
Maar de slang leek te sissen, de tong bewoog in de bek van de slang, het leek tot leven te komen en de slang verstikte Sneeuwwitje in een wurggreep!

Sneeuwwitje snakte naar adem, ze greep naar haar keel om de ketting eraf te rukken maar ze verloor het bewustzijn al.
Langzaam zakte ze ineen, het werd haar teveel.
Toevallig waren de dwergen die dag vroeger thuis en ze vonden Sneeuwwitje asgrauw op de grond liggen. Blauw aangelopen en om haar hals een sissende gouden slang.
De oudste dwerg pakte zijn zwaard en sloeg de ketting van de hals van Sneeuwwitje, hij raakte hierbij wel haar huid, waardoor rood bloed langs haar keel droop, maar gelukkig begon ze weer adem te halen.

Langzaam aan kwam ze weer bij.

De dwergen waren zeer bezorgd vanaf die dag, en ze gaven Sneeuwwitje een kleine witte duif, als er nood was moest ze de duif bevrijden, dan zouden ze haar komen redden zo snel ze konden.
Het duurde lange tijd voor de boze heks weer een nieuw plan had bedacht, het viel niet mee nml. Die dwergen om dat stomme kind heen.
Sneeuwwitje mocht de deur niet meer open doen, ze mocht ook niet meer buiten komen in haar eentje. Dus moest ze de hele dag wachten tot de dwergen weer thuis waren. Het verveelde haar enorm, haar leergierige geest voelde zich onrustig.
Eindelijk had de boze heks een nieuw plan bedacht, het duurde nogal lang elke keer, slim was ze niet echt, wel slecht!
En slechte plannen bedenken valt niet mee!
Maar dit keer was het plan geniaal vond zij zelf.

Ze betoverde een reekalfje en zond het naar het woud achter de 7 bergen.
Het reekalfje liep langs het huisje van de 7 dwergen, de heks had het pootje verwond met een mesje. Het diertje liep dus mank.
Sneeuwwitje met haar liefdevolle hart wilde het diertje direct verzorgen dus zij ging toch naar buiten toe. De witte duif in de kooi koerde waarschuwend, Pas op koekoeroekoe, Sneeuwwitje.

Maar zij hoorde de duif al niet meer, ze rende achter het reekalfje aan, en bij een appelboom stond het arme diertje stil, het liet zich rustig aaien door Sneeuwwitje, maar omdat het diertje te zwaar was voor Sneeuwwitje, kon ze het niet meedragen naar huis.

De witte duif was gevlogen uit zijn kooitje op zoek naar de dwergen om ze te waarschuwen maar het was al veels te laat!

Sneeuwwitje ging op het gras liggen waar allemaal appels op de grond lagen, ze sprak tegen het reekalfje, en nam een hap uit een van de appels, die daar neergelegd waren door de boze heks natuurlijk.

En ze waren allemaal giftig. Sneeuwwitje viel dood neer, daar lag ze in het groene gras.
Dood voor altijd!
De boze heks zag het lachend aan, mooi gelukt, haar plan was gelukt!

Eureka gilde ze uit, ik ben de baas, ik heb dit gedaan! Ze was intens trots op zichzelf.
Ze rukte de toverspiegel uit de kast, nou vertel riep ze uit wie is het mooiste in het land?
U zei de spiegel zuchtend en verdrietig.
Genietend verliet de boze heks de kamer en liep verzaligd rond in haar domein.

Op het groene gras lag een mooi kind, gestorven door een appel die giftig was.
Had ze maar niet vertrouwd op aardige dames en reekalfjes met zeer pootjes.

 

De dwergen vonden haar en maakte een diamanten kist voor Sneeuwwitje, ze zag er nog zo mooi uit, zoals ze altijd was geweest eigenlijk, een sneeuwwitte huid, en ebbenhoutzwart haar, en haar lippen waren rood, dat kwam omdat zij in haar val op haar lip had gebeten en er bloed uit haar lip was gestroomd en de lippen nu nog steeds zo rood als bloed waren.
De dwergen konden het mooie kind niet begraven.

Ze wilden naar haar kijken, ze wilden hun liefde voor haar eer aan doen en zij legten haar op witte zijde, in de doorzichtige diamanten kist.

De kist werd geplaatst op een heuvel nabij.

De zon scheen op haar mooie gezichtje, en haar lange donkere wimpers lagen als schaduwen op haar wangen.
Het zou een wonder zijn als zij weer tot leven mocht komen maar de wereld bestaat uit wonderen!

Als je er maar in gelooft.

Op een dag kwam er een knappe prins voorbij, hij reed op zijn zwarte paard, en zag de diamanten kist staan op de heuvel.

Met daaromheen de 7 dwergen in tranen.

Wat is hier aan de hand zei hij, en hij keek in de kist en zag het mooie kind.
Onrecht mompelde de oudste dwerg, puur onrecht als je het mij vraagt.
Wie heeft dit gedaan dan? vroeg de prins onthutst.

Zij, en de 7 dwergen wezen over de 7 bergen richting het noorden waar de boze heks koningin was en haar scepter zwaaide. Zij heeft dit alles aangericht.

Dan zal ik haar doden zei de prins!

Hij pakte zijn zwaard en wilde op weg gaan, maar bedacht zich toen even.

Ik wil haar een kus geven voor ik ga.

Dat mocht zowaar.

De deksel van de diamanten kist ging open, de prins kuste Sneeuwwitje zacht op haar rode lippen, maar zijn zwaard kwam tegen de kist aan en deze gleed plots opzij.

Sneeuwwitje rolde uit de kist op het groene gras en plots brak de appel uit haar keel.
De prins sprong overeind en knielde neer bij de prinses.

Ze opende haar mooie ogen en hij kuste haar weer, en nog een keer.

De prins was direct verliefd op Sneeuwwitje en wilde met haar trouwen natuurlijk.

De heks, zag dit alles gebeuren in de glazen bol, en zij vloekte en gooide de toverspiegel stuk, waarbij een scherf van de spiegel terecht kwam diep in haar hart.

De boze heks stierf ter plekke, een klein hoopje as achterlatend op de grond.

Sneeuwwitje leefde lang en gelukkig samen met haar prins.
De dwergen mochten bij hen wonen op het kasteel natuurlijk.

En de vader van de prinses trouwde nooit weer.

 

©AngelWings

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Roodhoofddoekje en de Aso de wolf

Roodhoofddoekje en de Aso de wolf
Photobucket

Er was eens een meisje, nu zijn er veel meisjes maar met dit meisje was er iets aparts aan de hand.

Namelijk ze droeg altijd een rood hoofddoekje.

Dat vond ze heel fijn namelijk en haar moeder had dit gedaan en ook haar overgrootmoeder had een rood hoofddoekje gedragen.

In feite wist zij niet beter dan dit en zo ging zij dagelijks als ze opstond aan de gang met het omdoen van haar rode hoofddoekje.

Op een dag moest roodhoofddoekje naar haar overgrootmoeder, dus ze deed haar rode hoofddoekje weer om haar donkere haren en ging op weg door het grote bos op bezoek bij overgrootmoeder.

Aan haar arm een mandje met lekkernijen want oma was slecht ter been en lag te bed, want ze had spit in de rug.

Roodhoofddoekje zong dat het een lieve lust was, allemaal zeer lieve onschuldige liederen natuurlijk, over roodborstjes enzo.

Wat zij niet wist was dat zij een stalker had, sommige stalkers zijn heel geniepig daar kom je nooit achter namelijk, die besluipen je en voor je het niet weet weet je ook niets, dus hoe kun je dan weten dat het een stalker is.

Maar toch was dat wel zo.

Dat was Arno de Wolf.

Nu was Arno een aso, dus noemde men hem ook vaak Aso de Wolf.

Arno was een stoere knaap met veel beharing, dus zijn achternaam paste hem wel.

Plots sprong hij achter een boom vandaan en Roodhoofddoekje slaakte een gil.

Aarghhhh! Wie ben je en wat doe je hier en wat moet je van mij?

Nou nou zei Aso de Wolf, tjonge, hoezo van jou?

Hij deed alsof zijn neus bloedde natuurlijk.

Hij wist nergens van ook niet dat hij dat klotenkind al maanden achtervolgde wat dacht ze wel zeg wie zij was met haar kutrodehoofddoekje op haar kop.

Zoow ben je ongesteld ofzo op je kneiter, riep hij lachend uit wijzend naar haar rodehoofddoekje.

Beledigd trok ze haar neus op. Nou nou wat een niveau heb jij zeg!

Ze liep snel door, maar Aso de Wolf trok aan haar mandje.

Wat zit hier in meidje, bromde hij zachtjes.

Niets dat is voor mijn overgrootmoeder!

Ze is ziek.

Zo zo is ze ziek, hmm wat zit er in dat mandje allemaal?

Hij trok het mandje open en zag allerlei lekkernijen. Nu had Aso de Wolf wel zin in wat lekkers dus pakte hij een stukje roomkaas uit het mandje.

Blijf eraf riep roodhoofddoekje venijnig uit. Ze sloeg naar hem en hij ontweek haar handig en lachend liep hij een stukje voor haar uit. Hm lekker kaasje schatje, sprak hij met zijn mond vol.

Vol minachting keek ze hem aan.
Bah wat een lompe beer, zij had deze kaas samen met haar moeder gemaakt van Bessie de koe en nu vrat hij dit zomaar op.

De tranen sprongen in haar mooie ogen.

Aso de Wolf lachte zich suf om dat domme kind, ook al was ze mooi het was wel een sulleke hoor zeg.

Maar ze had verdomd lekker tieten in dat jurkje van haar. Aso de Wolf keek gretig naar haar schommelende borstjes.
Hmm het water liep hem in de mond.

Ik loop wel ff met je mee naar je overgrootmoeder meidje, zei hij liefjes.

Maar Roodhoofddoekje wilde dat duidelijk niet, Oh nee geen denken aan Aso.

Wegwezen jij, nuffig streek ze met een handje langs haar rode hoofddoekje.

Nou dan niet kreng, mompelde Aso de Wolf…en weg rende hij het bos weer in.

Aan zijn broek hing nog een ouderwetse vossenstaart, je weet wel waar je sleutels enzo aan hing ages ago…

Lekker aso dacht roodhoofddoekje nog.

Gelukkig was hij weg …en ze ging weer op weg naar haar overgrootmoeder.

En ze begon zowaar weer te zingen over roodborstjes e.d.

Ondertussen was Aso de Wolf op weg naar overgrootmoeders huisje.

Zo hij zou dat kreng wel eens even krijgen zeg.

Hem zomaar wegsturen, dat kan toch niet zekers!

Bij overgrootmoeders huisje aangekomen kwam hij binnen zonder kloppen.

Want overgrootmoeder had de deur zomaar open staan want ze kon er toch niet uit.

Dus moest er wel iemand binnen komen om haar te helpen nietwaar?

Zodoende stond er plots een Aso voor haar beddestee.

Verdomd mompelde Aso, jij heb ook al zo een rood doekske om uw kop.

Is dat modern oid in je familie?

Overgrootmoeder keek geschrokken naar de grote knul voor haar bedje, ehm ja zei ze zachtjes, wat kom je hier doen?

Oh ik? Ik ben de vrijwilligerscentrale en ik kom u ff helpen. Ik moet u in bad doen.

Hij tilde overgrootmoeder op alsof het niets was, hij had hele sterke armen met veel spierballen en overgrootmoeder kneep er even goedkeurend in.

Daar hielden ze wel van sterke mannen nml.

Ja, ja zei Aso trots dat zit in onze familie hoor die mega spierballen.

Nou nou zei overgrootmoeder, overdrijven is ook een vak hoor..

Maar ze liet zich even later heerlijk in een warm bad duwen, zo oma zei Aso. U moet even bijkomen en uitrusten en ik laat u nu even alleen hoor!

Angstig riep overgrootmoeder hem nog na of hij haar wel weer uit het bad kwam halen later.

Ja hoor, schreeuwde hij onderaan de trap terug.

Zo nu snel het rode hoofddoekje om zijn kop binden en in het bed gaan liggen voor dat rode hoofddoekje er aan kwam.

Zo gedacht zo gedaan, met de rode hoofddoek op zijn krullenbol dook hij snel in de beddestee, en aangezien de gordijntjes gesloten waren leek het mooi duister in het kamertje dus ze had hem nooit direct door toch?

Even later hoorde hij haar al aan komen, ze zong uit volle borsten over roodborstjes en hij kreeg er zowaar een flinke harde van.

Eindelijk kwam ze het kamertje binnen, zo overgrootmoeder zei ze liefjes hier ben ik weer.

Heeft u het geld al op het aanrecht gelegd?

Ik wil nml een nieuwe i- Phone dat weet u toch, en ik karn niet voor niets de melk en wandel mij de schompus voor niks!

Voor niets gaat de zon op overgrootmoeder, dat weet u, dus waar zijn de centjes?

Aha dacht Aso de Wolf een wijffie naar zijn hart, wie had dat nu gedacht.

Hij mompelde wat met een piepstemmetje in het bed, kom maar hier lieverd.

Dan geef ik je de centjes wel, ze liggen onder het matras.

Ow overgrootmoeder toch mopperde roodhoofdddoekje, wat bent u toch stout het wordt tijd dat u naar een bejaardenhuis gaat hoor. Zo kan dit echt niet langer, bent u nu helemaal van de pot gerukt overgrootmoeder dat u dit bent vergeten?

Ik wil de i- Phone straks nml ophalen in het dorp, ik had hem al besteld nml.

Dus geef mij de centjes anders neem ik alle lekkernijen weer mee naar huis!

Kom maar kindje, zei Aso zachtjes in het bed.

Kom… Roodhoofddoekje keek naar het bed en ze zei oma wat heeft u ineens een groot hoofd?

Bent u nog zieker dan u al was?

Bezorgd toch ergens streek ze over overgrootmoeders hoofd.

Wat bent u warm oma?

Aso de Wolf kneep zijn ogen tot kleine spleetjes en keek het kind aan vanonder de sprei, ja ik heb een allergie voor de aardbeitjes die je laatst voor mij meegenomen hebt kindje, piepte hij.

U heeft ook wel een erg rare stem oma…zei roodhoofddoekje plots, Ja dat komt ook door die aardbeitjes die je laatst voor me meenam.

Heb ik aarbeitjes voor u meegenomen?

Ik weet daar helemaal niets van overgrootmoeder, is alles wel in orde heeft u soms koorts en een kleine zachte hand streek over het voorhoofd van Aso de Wolf…

Hij kon zich niet langer beheersen bij het zien van die zachte bollen onder haar jurkje die voorovergebogen over het bed in zijn richting kwamen, greep hij zijn kans waar.

Hij sleurde het kind in zijn bed en nam haar ter plekke.

Drie maanden later bleek roodhoofddoekje zwanger te zijn van Aso de Wolf en overgrootmoeder vond dat ze maar met hem moest gaan trouwen, want nu ze ook een i- Phone had chatte oma nogal vaak met Aso de Wolf die haar veelal hielp met het huisje en de boodschapjes, je moet wat om je stalkerij te verbergen immers?

Zodoende trouwde roodhoofddoekje met Aso de Wolf en ze leefden niet erg gelukkig dus wilde Rood hoofddoekje niet meer op bezoek komen bij haar overgrootmoeder.

Gelukkig dat Aso oma nog wel eens hielp anders was het niet goedgekozen met die arme oma in het bos.

Zes maanden later kreeg Roodhoofddoekje een tweeling, een jongen en een meisje en ze noemde hen Hans en Grietje.

De kindertjes groeiden op in grote armoede want Aso de Wolf wilde niet werken daar was hij te lui voor en roodhoofddoekje idem hetzelfde verhaal die keek liever soaps op tv de hele dag.

Dus soms was er te weinig eten in huis of wilde papa Aso niet naar de snackbar in het dorp voor een puut patat.

Dus op een dag waren die ouders het zat, in die tijd had je nog geen instanties oid die zich op de nek van ouders vastbeten dus, moesten ze er zelf wel iets aan doen.

Vrouw zei Aso op een dag, we gaan de kinderen naar het bos brengen ik heb geen zin meer om elke keer patat te halen bij de snackbar enne jij doet ook niks in de huishouding, behalve neuken dus eh…

Weg termee kssj…

Ja is goed man…mompelde roodhoofddoekje.

Tjah wat moest ze, ze was depri van het leven met die Aso en de kindertjes ja heel schattig enzo maar al die zorgen altijd.

Nee daar moest verandering in komen. Wie weet liep ze dan wel weg bij Aso?
Dus zo gezegd zo gedaan, de kinderen werden verlaten in het bos en zij vonden een klein leuk huisje en daar woonde een hele oude vrouw.

Gelukkig was dat hun oma en omdat ze oma zo lief hielpen altijd, leefden ze nog een lange tijd fijn samen.

En hun vader en moeder hebben ze nooit meer gezien, van horen zeggen zat hun vader aso te zijn in een aso wijk, en was hun moeder gevlucht naar Turkije en had ze een fijne man gevonden die dol was op rodehoofddoekjes en had ze nu wel 10 kinderen.

Maar dat kon hun niets schelen hoor, want van oma kregen ze fijn beiden een I-pad en een I-Phone.

AngelWings