Home Volwassen Sprookjes

Volwassen Sprookjes

De tovenaar of eh heks

Er was eens een mooie boze heks.
Eigenlijk was deze heks ooit een man geweest, maar na een flinke operatie, zat alles dan ook precies op zijn, ehm haar plek en was de tovenaar, een heks geworden.
Eindelijk!

http://media-cache-ak0.pinimg.com/originals/f9/27/6a/f9276ae02d1b8caf77b9b076a7cef265.jpg
Een lang gekoesterde wens ging in vervulling.
Nu woonde deze heks in een arm heksenland, waar het best armoedig was, en men kon dan wel misschien toveren, maar geld, dat ging niet zomaar.
Dan moest je bijna wel een duivelin worden, wilde je dat voor elkaar krijgen.
En die opleiding duurde echt wel 33 jaar lang, daar begon de heks maar niet aan.
Teveel gedoe.
Maar goed hoe kreeg je een fijn leven?

Magnus's least favorite alchemist, Agrippa Thoth, happens to boast an amazing library.
De heks zocht via google en zowaar, in een ander land leek het beter wonen dan waar zij woonde.
Zo gedacht zo gedaan, ze zocht een nietsvermoedende man op in dat land.
Een beetje een oen zeg maar zoals Willem Alexander.
Maar dan ietsjes anders.
Hij vond de heks erg knap en leuk, en na wat gemail over en weer waren ze er al over uit met wat magic toverkracht, ze zouden gaan trouwen.
Nou dat was snel geregeld. Het duurde wel even voor de heks met de bezemsteel over die oceaan aangekomen was, maar dat mocht de pret niet drukken hoor.
Ze trouwden en leefden nog lang en gelukkig.
Tenminste voorlopig wel, de man had echt niet door dat deze heks ooit een man was geweest. En dat ze een heks was wist hij al helemaal niet natuurlijk.
Dat zou ze nooit zeggen nml.
Stiekem begon ze toch maar aan de cursus hoe je een duivelin werd.
Hoelang dat ook zou duren het zou maar eens van pas komen?

We look at life differently; we live life differently; and we experience life differently. We find beauty and laughter in the simplest things. We believe that magick is in life itself.
De man vroeg dan wel eens waar ze was, maar dan zei ze dat ze moest overwerken, ze kon inmiddels wat centjes toveren uit haar droge borsten, dan
moest ze flink knijpen dat wel en het was enorm pijnlijk maar, dan had je wel wat.

Ze prutste dan wat inkomsten informatie via een programmaatje op de pc in elkaar en dan was alles in orde.
De man had echt niets door.
Hij had enkel 1 grote wens.
Een kind van hen samen. En dat ging dus niet.
Ze probeerde al wat duivelinnen achtige dingen uit maar die werkten echt niet.
Het enige dat kon was terug gaan naar het land waar de heks vandaan kwam.
Maar dan moest ze wel flink liegen.
De man zei nogmaals ik zou zo graag een kind met jou willen, dat ze intens woest werd de koffers pakte en vertrok richting haar geboorteland.
Ze deed net alsof ze wilde scheiden van die lieve man.
De man was intens verdrietig, wat had hij fout gedaan?
Hij begreep er niets van.
De heks echter wel.

@Hannah Bradley THis is AWESOME and very much like the witch in Sleepy Hollow! samhain, costume
Ze hield haar man op afstand en vertelde plots dat zij voor ze vertrok zwanger bleek te zijn geweest. De man was in de wolken zo gelukkig was hij.
Maar zei ze, ze kwam pas thuis als de baby geboren was, ze wilde deze bij haar familie ter wereld brengen.
De man wilde direct met het vliegtuig richting het thuisland van de heks vertrekken, maar dat stond zij niet toe.
Als ik thuis kom met ons kind, dan pas mag je het kind zien en niet eerder.
Ondertussen wandelde de heks dagelijks in de supermarkten in het arme land en ze zag dat er een zwangere vrouw was, die best rijk was, maar niet genoeg, om eventueel een kind op te kunnen sporen.
Deze vrouw achtervolgde zij continu.
Binnen de tijd die nodig was, liep deze mevrouw met het kindje in de kinderwagen door de supermarkt, het kindje was pas geboren!
Het was een mooi en lief kindje.

.You are more than you think you are. There are dimensions of your being and a potential for realization and consciousness that are not included in your concept of yourself. Your life is much deeper and broader than you conceive it to be here. What you are living is but a fractional inkling of what is really within you, what gives you life, breathe, and depth.
Op een onbewaakt moment nam de heks het kindje mee uit de kinderwagen en ging er snel vandoor op de bezemsteel.
De man was zielsgelukkig met het kindje van hen samen.

Yashoda (Sanskrit: यशोदा) was wife of Nanda within the Puranic texts of Hinduism. Within the Bhagavata Purana it is described that Yasoda later became the foster-mother to Krishna, who was born to Devaki but was given to Yashoda and Nanda in Gokul, by Krishna's father Vasudeva on the night of his birth, for his protection from Devaki's brother, the king of Mathura, Kansa.
Hij beloofde voor eeuwig trouw en liefde aan beiden.
Ze waren weer gelukkig.
Zover gelukkig, geluk kan zijn voor een heks die studeert voor duivelin, maar die cursus bleek nep te zijn, dus dat ging niet meer door. Weggegooid geld.
Het enige dat er gebeurde dankzij die cursus was dat de heks er een beetje lelijker door was geworden. Maar de man weet dit maar aan de geboorte van hun kindje.
Wist hij veel?
En de heks was vaak snauwerig tegen mensen, maar daar kon ze niets aan doen, daarvoor was ze een heks namelijk.
Die zijn zo. Gelukkig kwam er nooit iemand achter haar geheim.
Dat was maar goed ook, want anders zou ze zo de politie inschakelen, met haar heksenpraktijken, wist ze goed hoe ze moest liegen, ook dat nog. Maar gelukkig dat de lieve man er niets van merkte.

http://www.ebay.com/sch/jss3677/m.html?item=271027242962=nc&_trksid=p2047675.l2562#       witch (no longer available for sale)

AngelWings

Het Pokemonster

monster - Google zoeken:

De hitte lag zinderend op het wegdek, trillingen stegen op van het asfalt.
Sven keek op van zijn mobiel en zag hoe de lucht voor zijn ogen trilde.
Hm, apart dat wel, vond hij.
Hij was het nog niet zo gewend om buiten rond te struinen.
Vanaf zijn 7e verjaardag had hij een computer gekregen van zijn ouders en in feite had hij daar jaren van zijn leven verdaan achter dat ding.
Hij kon gamen als de beste, hij speelde dit spel dan ook dagelijks, urenlang.
Dit hield in dat hij z.g.a. jaren niet meer buiten kwam.
Maar inmiddels, dankzij de nieuwe game van Pokemon, kwam hij weer dagelijks buiten en zelfs vele uren lang. Zelfs zijn armen raakten gebruind, voor het eerst sinds zijn jongere jaren.
Sven was inmiddels 23 jaar oud.
Hij voelde zich wel prettig, zoals het nu ging.
Sven was een lange magere jongen met nog steeds een rugzak op zijn rug,simpele doorsnee kleding, zijn haren waren lang en verwilderd, op zijn neus droeg hij een donker montuur.
Hij had niets op met mode, het interesseerde hem niet zo en in feite droeg hij nog eenzelfde soort kleding als toen hij zeven jaar oud was.
Maar inmiddels, zag hij weer iets van de wereld, de levenden, de mensen, en ergens besefte hij wel wat hij gemist had al die jaren.
Hij zag weer mensen, hij sprak zelfs met mensen. Dat viel nog niet mee, zijn stem leek wel vastgeroest te zijn, omdat hij eigenlijk jarenlang met geen mens meer écht had gesproken.
Maar nu leerde hij weer om te communiceren en dat vond hij toch wel fijn.

Vandaag was het bizar heet, 35 graden zelfs.
Maar toch wilde hij een nieuwe Pokemon scoren.
Hij had al vele uren rondgelopen, van het park tot aan het ziekenhuis en weer terug, want ergens verstopt tussen de bomen moest er een Pokemon zijn.
Het was er best druk, ondanks de hitte.
Sven kneep zijn ogen even samen, om weer te focussen op zijn smartphone beeldscherm, vooruit hij ging er weer voor. Hij tuurde naar het beeld en zag nog niets.
Maandenlang had hij zich hierin verdiept. Hij speelde dagelijks Pokemon.
Hij droomde in de nacht van Pokemon’s, die overal waren, overal rondom de mensheid op de meest vreemde plaatsen.
Een virtuele wereld, die steeds meer leek te versmelten met de realiteit.
Nu kende Sven na al die jaren gamen, al niet veel realiteit meer.

Het was die avond een mooie zomeravond en Sven liep met zijn bakje patat naar een bankje in het park.
Er zaten nog twee mensen op het bankje, ook op zoek naar de Pokemon dichtbij.
Ze spraken af om door te gaan in het donker, met elkaar.
Op jacht naar de Pokemon in het bos.
Ergens moest er één zijn.

Rond het middernachtelijke uur liepen zij nog steeds tussen de struiken te banjeren.
Het was gelukkig volle maan, dus ze konden nog zien waar zij liepen.
Sven struikelde echter over een boomstronk, en lag even voluit, plat voorover op de grond.
Tegen de tijd dat hij opstond, zag hij zijn twee medezoekers niet meer.
Plotseling waren zij verdwenen. Hij riep hen nog maar vreemd genoeg hoorden ze hem niet of waren ze al te ver weg.
Sven haalde zijn schouders op en liep verder.
Continu turend op zijn mobiel.
Ergens verderop zag hij een vreemd rood licht schijnen op zijn beeldscherm.
Daar moest hij dus zijn.
Sven liep snel door, richting het schijnsel.
Hij keek door zijn beeldscherm naar de Pokemon die hij zou zien, als eerste!
Ja, daar was wat te zien, maar wat was het?
Sven zijn adem stokte hem in zijn keel.
Op zijn beeldscherm staarde een duivels wezen hem aan.
Sven keek op van zijn mobiel en zag niets.
Hij zag enkel het duister van de bomen. Hij keek weer op zijn beeldschermpje en zag het weer een monsterlijk wezen dat hem grijnzend aanstaarde.
Sven werd plotseling intens duizelig. Hij wreef eens over zijn voorhoofd, welke vochtig was, was het zweet of was het bloed?
In het, door de maan beschenen donkerte, zag Sven tot zijn schrik een zwarte vlek op zijn hand, bloed dus?
Hij voelde nogmaals aan zijn voorhoofd, een flinke snee, niets ernstigs toch? Was hij soms even buiten bewustzijn geweest?
Waren zijn medezoekers vertrokken zonder hem?
Sven wist het niet, maar voor hem was een naar lelijk wezen dat een Pokemon zou voorstellen.
Hij tuurde nogmaals naar het beeldschermpje, ja, kijk daar was het weer, het wezen was dichterbij gekomen.
Sven schrok weer intens, want het was een smerig wezen, wanstaltig lelijk en griezelig.
Dit was zo geen Pokemon wat hij kende…hoe konden ze dit nu als een Pokemon wezen in een bos neerzetten.
Sven begreep er niets van.
Hij mikte maar op het wezen voor hem.
De eer was aan hem, hij had hem toch? De rode mist rondom het wezen werd groter…
Een vreemde rottende geur trok aan hem voorbij, Sven durfde niet op te kijken van zijn smartphone.
Oh mijn god, dacht hij, is het echt soms?
Er hijgde iets in zijn nek, een stinkende warme adem.
Op zijn schouders voelde hij klauwen klemmen, met flinke nagels, die pijnlijk in zijn huid staken.
Sven wilde zich omkeren, maar dat lukte niet, verlamd van angst en de handen hielden hem tegen, ze waren ijzersterk namelijk.
Wie bent u, wat wilt u van mijjjj…stamelde Sven…
Ik, ik ben het Pokemonmonster!
siste het monster achter hem, je bent de eerste die er één ziet.
Jij hebt bijna alle Pokemon’s gevonden en daar staat een beloning tegenover.
Mij! Het Satanische Pokemonster, en jij hebt mij als eerste gevonden.
Wat een wonder en wat duurde dit lang, lachte het wezen in zijn nek.
En nu? Vroeg Sven aan het Pokemonster.
Het monster lachte hard in zijn oren en Sven voelde hoe de klauwen richting zijn rug gingen.
Het zweet brak Sven inmiddels uit, wat ging er gebeuren en hoe kon dit gebeuren? Dit was niet de game zoals hij dit kende.
Wat wilt u van mij Pokemonster?
Oh dat, mompelde het monster verhit, laat dat maar aan mij over jongen.
Diegenen die mij vinden mogen ervoor betalen uiteraard, hierna ben je wel the king of the Pokemons!
Eigenlijk ben ik de eindstreep van de game snap je.
Sven voelde hoe de klauwen richting zijn broekriem gingen en behendig de riem los gespte.
Wat gaat u doen met mij…? Gilde Sven uit met een hoge stem.
Hahahahaa lachte het Pokemonster, wat ik ga doen?
Dat merk je zo wel.
Het Pokemonster stroopte behendig de broek van Sven naar beneden.
Daar stond Sven in zijn blote kont midden in de nacht in het bos, wie zou hem vinden, dacht hij nog angstig.
Met enorm veel kracht duwde het Pokemonster Sven voorover op zijn knieën.
Oh god neeeeeeeee…. riep Sven uit. Neeeeeeeeee niet dat!!?? Het Pokemonster snoof eens heftig.
Hmmmmmm heerlijk riep het monster uit.
Helaas, van achteren kwam er een flink geslachtorgaan kokendheet gloeiend in Sven zijn anus.
Sven gilde het uit van de pijn, en verloor het bewustzijn.

De zon kwam al op en op de grond in het gras lag Sven nog steeds bewusteloos met in zijn hand zijn smartphone vastgeklemd in zijn vingers.
De twee medezoekers zagen hem eindelijk liggen en waren opgelucht.
Sven!
Sven wakker worden, riep één van hen.
Sven opende zijn ogen, zijn anus deed enorm veel pijn,
dat was het enige dat hij voelde. Oh kreunde hij, oh, wat een pijn.
Hij vertelde wat hem overkomen was.
Meewarig keken de medezoekers hem aan. Wat een kul joh, hahahaha je bent vast verkracht hier door een homo!
Nee echt serieus, riep Sven vertwijfeld uit, kijk hier op mijn mobiel.
Hij liet de foto zien, ik ben nu de king van Pokemonsters,  mompelde hij nog bijna huilend.
Verbijsterd keken de medezoekers naar de foto van een afgrijselijk duivels monster.
Het grijnsde hen toe vanaf de smartphone.
Mijn god en dat heeft jou verkracht vannacht in dit bos?
Ik stop met dit spel hoor zei één van de medezoekers als ons dit allemaal te wachten staat.
Ik ook zei de ander, dit moet ik niet.
Nee he zei Sven met een vage glimlach op zijn gezicht, de pijn kwam hem bijna zijn oren uit.

Dit wil niemand!
De medezoekers sleepten Sven mee naar huis, strompelend door het park, liepen de tranen hem over zijn wangen.
Bij het ziekenhuis besloten ze Sven toch maar te laten onderzoeken, hij mocht meteen een paar dagen blijven i.v.m een gescheurde darmingang.
De medezoekers werden wel de beste vrienden van Sven, maar Pokemon spelen deden ze nooit meer.
Het spel was al snel over, toen de verhalen rondgingen die sommigen niet konden geloven.
Maar toch door de hele wereld kwamen er meer verhalen, over dat Pokemonster, het scheen een wezen te zijn die was opgeroepen vanuit de duistere werelden dankzij CERN.
Hoe men ervan af kwam, wist men niet want men kon het nooit te pakken nemen, maar hij nam mensen wel te pakken en flink ook.
Vaak in een donker bos.

©Angelwings

 

Drie dikke zusters en de weerwolf

Saint-Leon-sur Vézère  In the Dordogne on Flicker   #Frankrijk #France…

 

Er woonden eens 3 zussen in een huis.
Hun moeder was al jaren terug overleden, de zussen waren nooit getrouwd en woonden nog samen in het huisje van hun moeder.
Wie hun vader wisten zij niet, wel dat hun moeder broodje mager was geweest en de 3 zussen helaas moddervet, gelijk vetgemeste biggen. Ze konden er niets aan doen want zoveel aten zij niet eens eigenlijk, het zat dus in de genen, maar zeker niet die van hun moeder.
De 3 zusjes waren het alleen zijn wel zat, en aangezien ondanks toch lieflijke gezichtjes geen man interesse leek te hebben in hun dikke lichamen, verzuchten zij meermaals dat het eens tijd werd voor een kerel in huis.
Kijk een laminaatje leggen in huis dat ging nog wel maar ja soms heb je voor sommige dingen toch een man nodig nietwaar?
Ze besloten om uit elkaar te gaan en een eigen huisje te kopen, en van daaruit misschien hadden ze meer kans op een man.
En zo beproefden zij hun geluk. Ze misten elkaar vreselijk maar via hun webcam en msn kwamen zij toch vaak bij elkaar.
De eerste zus had een schamele hut gevonden om in te wonen want, dacht zij dan kan ik het geld van de erfenis beter gebruiken om lekker eten van te maken voor de man die mij wil hebben.
Via een dating site kwam zij dan toch in contact met een naar het leek aanzien een leuke kerel.
Ze nodigde hem direct uit, maar terwijl ze uit het raam loerde om te kijken wie daar aanbelde, schrok zij zo hevig dat ze deur niet dorste open te doen.
De man aan de deur leek wel een weerwolf zo groot en harig was hij en zijn stem!
Het leek wel God himself zeg maar.
Nee geen denken aan zo een man in haar huisje.
Ze deed niet open!
De man aan de deur begon te schreeuwen, want het voedsel dat op het vuur stond geurde zalig rondom het hutje, en de man had honger!
Hij schold en tierde dat het een lieve lust was.
En zei ten langen leste, ik duw je hutje omver!
Gij vrouwe en als ik u dan krijg dan bent u de mijne!
En zo gebeurde het de grote man duwde zo het hutje omver.
En verkrachtte het dikke zusje.
En at meteen al haar pannen leeg.
Hierop vertrok hij en liet haar achter in het bos bij het hutje dat nu een grote puinhoop was.
Huilende rende ze naar haar oudste zus in het andere bos en ging weer thuis wonen.
Zus 2 inmiddels had een houten huis gevonden.
Niet veel soeps maar toch.
Het was een huis, de rest van het geld van de erfenis besteedde ze maar aan dure parfum en mooie kleding en make up!
Zo zou zij vast aan de man komen nml.
Ze ging ook naar een dating site en koos de eerste de beste man die haar aansprak.
Hij was dol op stevige dikke vrouwen zei hij, hij wilde graag een varkentje wassen, was zijn grapje. Nu dat was een leuke opmerking, een leuke man was alles wat ze wenste.
Zodoende kwam de man aan haar deur en belde aan, maar het was een hele grote man met overal haar en hij leek wel op een weerwolf!
En zijn stem, het leek wel de stem van God himself!
Nee ze deed niet open zeg, kom ze was niet achterlijk.
Maar rondom het houten huisje geurde haar zalige parfum.
De man werd wild en toen hij haar zag zitten op haar bankje in haar huis met haar make up en mooie kleding kon hij zich niet meer beheersen hij donderde de deur open en verkrachtte wederom een zus.
Waarna hij het houten huisje verliet om nooit meer terug te keren en het middelste zusje naar het huis rende van haar oudste zus.
De oudste zus had nog geld over van de erfenis haar huisje van was steen nml, wat konden ze doen tegen zulke mannen?
De oudste zus was ook de wijste zus en ze zei ik regel wel iets.
Welk man was dat op welke dating site?
Zodoende was die slimme meid op haar toekomst voorbereid.
Ze sprak de man aan op de dating site en hij was er niet vies van. Kom nou. En ze spraken af.
De man stond voor de deur en riep en belde aan. Maar ze deed niet open, ze keken met zijn drietjes toe hoe boos de man rondom het huisje liep, maar er niet in kon komen.
Waarom doe je niet open kreng, riep de man.
Je moet eerst naar mijn tuin lopen, en dan achterin de tuin ligt een bos bloemen hark!
Neem de bos bloemen mee voor mij dan laat ik je binnen.
Zei de oudste zus met een zoete stem. Ze hing uit het raam van haar slaapkamer en de man zag haar lange blonde lokken en was op slag verliefd op haar.
Ok dat doe ik,…eh sorry dat ik geen bloemen meenam schoonheid!
Oh geeft niks hoor, zei ze liefjes.
Schaterend renden de drie zusjes door het huis naar de achterkant van de woning.
Waar ze uit het raam hingen om te zien hoe de man in een val zou trappen. Hij liep, nee rende bijna de tuin in, om de bloemen te halen.
En aan het einde van de tuin lag de bos bloemen klaar voor hem.
Bijna struikelend over zijn benen pakte hij de bos bloemen en zat opeens gevangen in een stevig net.
Hij kon geen kant meer op.
Hij draaide zich verbaast om en zag de 3 zussen uit het raam hangen op de eerste etage van het huisje. Ze schaterden van het lachen.
Hij hoorde de sirenes al, de politie kwam er aan!
Hij werd snel afgevoerd met de politie wagen en moest enkele jaren brommen.
De zusjes waren blij dat ze weer samen waren en zijn nooit meer getrouwd. Daar hadden ze genoeg van nml.
~*~
AngelWings

Roodhoofddoekje en de Aso de wolf

Roodhoofddoekje en de Aso de wolf
Photobucket

Er was eens een meisje, nu zijn er veel meisjes maar met dit meisje was er iets aparts aan de hand.

Namelijk ze droeg altijd een rood hoofddoekje.

Dat vond ze heel fijn namelijk en haar moeder had dit gedaan en ook haar overgrootmoeder had een rood hoofddoekje gedragen.

In feite wist zij niet beter dan dit en zo ging zij dagelijks als ze opstond aan de gang met het omdoen van haar rode hoofddoekje.

Op een dag moest roodhoofddoekje naar haar overgrootmoeder, dus ze deed haar rode hoofddoekje weer om haar donkere haren en ging op weg door het grote bos op bezoek bij overgrootmoeder.

Aan haar arm een mandje met lekkernijen want oma was slecht ter been en lag te bed, want ze had spit in de rug.

Roodhoofddoekje zong dat het een lieve lust was, allemaal zeer lieve onschuldige liederen natuurlijk, over roodborstjes enzo.

Wat zij niet wist was dat zij een stalker had, sommige stalkers zijn heel geniepig daar kom je nooit achter namelijk, die besluipen je en voor je het niet weet weet je ook niets, dus hoe kun je dan weten dat het een stalker is.

Maar toch was dat wel zo.

Dat was Arno de Wolf.

Nu was Arno een aso, dus noemde men hem ook vaak Aso de Wolf.

Arno was een stoere knaap met veel beharing, dus zijn achternaam paste hem wel.

Plots sprong hij achter een boom vandaan en Roodhoofddoekje slaakte een gil.

Aarghhhh! Wie ben je en wat doe je hier en wat moet je van mij?

Nou nou zei Aso de Wolf, tjonge, hoezo van jou?

Hij deed alsof zijn neus bloedde natuurlijk.

Hij wist nergens van ook niet dat hij dat klotenkind al maanden achtervolgde wat dacht ze wel zeg wie zij was met haar kutrodehoofddoekje op haar kop.

Zoow ben je ongesteld ofzo op je kneiter, riep hij lachend uit wijzend naar haar rodehoofddoekje.

Beledigd trok ze haar neus op. Nou nou wat een niveau heb jij zeg!

Ze liep snel door, maar Aso de Wolf trok aan haar mandje.

Wat zit hier in meidje, bromde hij zachtjes.

Niets dat is voor mijn overgrootmoeder!

Ze is ziek.

Zo zo is ze ziek, hmm wat zit er in dat mandje allemaal?

Hij trok het mandje open en zag allerlei lekkernijen. Nu had Aso de Wolf wel zin in wat lekkers dus pakte hij een stukje roomkaas uit het mandje.

Blijf eraf riep roodhoofddoekje venijnig uit. Ze sloeg naar hem en hij ontweek haar handig en lachend liep hij een stukje voor haar uit. Hm lekker kaasje schatje, sprak hij met zijn mond vol.

Vol minachting keek ze hem aan.
Bah wat een lompe beer, zij had deze kaas samen met haar moeder gemaakt van Bessie de koe en nu vrat hij dit zomaar op.

De tranen sprongen in haar mooie ogen.

Aso de Wolf lachte zich suf om dat domme kind, ook al was ze mooi het was wel een sulleke hoor zeg.

Maar ze had verdomd lekker tieten in dat jurkje van haar. Aso de Wolf keek gretig naar haar schommelende borstjes.
Hmm het water liep hem in de mond.

Ik loop wel ff met je mee naar je overgrootmoeder meidje, zei hij liefjes.

Maar Roodhoofddoekje wilde dat duidelijk niet, Oh nee geen denken aan Aso.

Wegwezen jij, nuffig streek ze met een handje langs haar rode hoofddoekje.

Nou dan niet kreng, mompelde Aso de Wolf…en weg rende hij het bos weer in.

Aan zijn broek hing nog een ouderwetse vossenstaart, je weet wel waar je sleutels enzo aan hing ages ago…

Lekker aso dacht roodhoofddoekje nog.

Gelukkig was hij weg …en ze ging weer op weg naar haar overgrootmoeder.

En ze begon zowaar weer te zingen over roodborstjes e.d.

Ondertussen was Aso de Wolf op weg naar overgrootmoeders huisje.

Zo hij zou dat kreng wel eens even krijgen zeg.

Hem zomaar wegsturen, dat kan toch niet zekers!

Bij overgrootmoeders huisje aangekomen kwam hij binnen zonder kloppen.

Want overgrootmoeder had de deur zomaar open staan want ze kon er toch niet uit.

Dus moest er wel iemand binnen komen om haar te helpen nietwaar?

Zodoende stond er plots een Aso voor haar beddestee.

Verdomd mompelde Aso, jij heb ook al zo een rood doekske om uw kop.

Is dat modern oid in je familie?

Overgrootmoeder keek geschrokken naar de grote knul voor haar bedje, ehm ja zei ze zachtjes, wat kom je hier doen?

Oh ik? Ik ben de vrijwilligerscentrale en ik kom u ff helpen. Ik moet u in bad doen.

Hij tilde overgrootmoeder op alsof het niets was, hij had hele sterke armen met veel spierballen en overgrootmoeder kneep er even goedkeurend in.

Daar hielden ze wel van sterke mannen nml.

Ja, ja zei Aso trots dat zit in onze familie hoor die mega spierballen.

Nou nou zei overgrootmoeder, overdrijven is ook een vak hoor..

Maar ze liet zich even later heerlijk in een warm bad duwen, zo oma zei Aso. U moet even bijkomen en uitrusten en ik laat u nu even alleen hoor!

Angstig riep overgrootmoeder hem nog na of hij haar wel weer uit het bad kwam halen later.

Ja hoor, schreeuwde hij onderaan de trap terug.

Zo nu snel het rode hoofddoekje om zijn kop binden en in het bed gaan liggen voor dat rode hoofddoekje er aan kwam.

Zo gedacht zo gedaan, met de rode hoofddoek op zijn krullenbol dook hij snel in de beddestee, en aangezien de gordijntjes gesloten waren leek het mooi duister in het kamertje dus ze had hem nooit direct door toch?

Even later hoorde hij haar al aan komen, ze zong uit volle borsten over roodborstjes en hij kreeg er zowaar een flinke harde van.

Eindelijk kwam ze het kamertje binnen, zo overgrootmoeder zei ze liefjes hier ben ik weer.

Heeft u het geld al op het aanrecht gelegd?

Ik wil nml een nieuwe i- Phone dat weet u toch, en ik karn niet voor niets de melk en wandel mij de schompus voor niks!

Voor niets gaat de zon op overgrootmoeder, dat weet u, dus waar zijn de centjes?

Aha dacht Aso de Wolf een wijffie naar zijn hart, wie had dat nu gedacht.

Hij mompelde wat met een piepstemmetje in het bed, kom maar hier lieverd.

Dan geef ik je de centjes wel, ze liggen onder het matras.

Ow overgrootmoeder toch mopperde roodhoofdddoekje, wat bent u toch stout het wordt tijd dat u naar een bejaardenhuis gaat hoor. Zo kan dit echt niet langer, bent u nu helemaal van de pot gerukt overgrootmoeder dat u dit bent vergeten?

Ik wil de i- Phone straks nml ophalen in het dorp, ik had hem al besteld nml.

Dus geef mij de centjes anders neem ik alle lekkernijen weer mee naar huis!

Kom maar kindje, zei Aso zachtjes in het bed.

Kom… Roodhoofddoekje keek naar het bed en ze zei oma wat heeft u ineens een groot hoofd?

Bent u nog zieker dan u al was?

Bezorgd toch ergens streek ze over overgrootmoeders hoofd.

Wat bent u warm oma?

Aso de Wolf kneep zijn ogen tot kleine spleetjes en keek het kind aan vanonder de sprei, ja ik heb een allergie voor de aardbeitjes die je laatst voor mij meegenomen hebt kindje, piepte hij.

U heeft ook wel een erg rare stem oma…zei roodhoofddoekje plots, Ja dat komt ook door die aardbeitjes die je laatst voor me meenam.

Heb ik aarbeitjes voor u meegenomen?

Ik weet daar helemaal niets van overgrootmoeder, is alles wel in orde heeft u soms koorts en een kleine zachte hand streek over het voorhoofd van Aso de Wolf…

Hij kon zich niet langer beheersen bij het zien van die zachte bollen onder haar jurkje die voorovergebogen over het bed in zijn richting kwamen, greep hij zijn kans waar.

Hij sleurde het kind in zijn bed en nam haar ter plekke.

Drie maanden later bleek roodhoofddoekje zwanger te zijn van Aso de Wolf en overgrootmoeder vond dat ze maar met hem moest gaan trouwen, want nu ze ook een i- Phone had chatte oma nogal vaak met Aso de Wolf die haar veelal hielp met het huisje en de boodschapjes, je moet wat om je stalkerij te verbergen immers?

Zodoende trouwde roodhoofddoekje met Aso de Wolf en ze leefden niet erg gelukkig dus wilde Rood hoofddoekje niet meer op bezoek komen bij haar overgrootmoeder.

Gelukkig dat Aso oma nog wel eens hielp anders was het niet goedgekozen met die arme oma in het bos.

Zes maanden later kreeg Roodhoofddoekje een tweeling, een jongen en een meisje en ze noemde hen Hans en Grietje.

De kindertjes groeiden op in grote armoede want Aso de Wolf wilde niet werken daar was hij te lui voor en roodhoofddoekje idem hetzelfde verhaal die keek liever soaps op tv de hele dag.

Dus soms was er te weinig eten in huis of wilde papa Aso niet naar de snackbar in het dorp voor een puut patat.

Dus op een dag waren die ouders het zat, in die tijd had je nog geen instanties oid die zich op de nek van ouders vastbeten dus, moesten ze er zelf wel iets aan doen.

Vrouw zei Aso op een dag, we gaan de kinderen naar het bos brengen ik heb geen zin meer om elke keer patat te halen bij de snackbar enne jij doet ook niks in de huishouding, behalve neuken dus eh…

Weg termee kssj…

Ja is goed man…mompelde roodhoofddoekje.

Tjah wat moest ze, ze was depri van het leven met die Aso en de kindertjes ja heel schattig enzo maar al die zorgen altijd.

Nee daar moest verandering in komen. Wie weet liep ze dan wel weg bij Aso?
Dus zo gezegd zo gedaan, de kinderen werden verlaten in het bos en zij vonden een klein leuk huisje en daar woonde een hele oude vrouw.

Gelukkig was dat hun oma en omdat ze oma zo lief hielpen altijd, leefden ze nog een lange tijd fijn samen.

En hun vader en moeder hebben ze nooit meer gezien, van horen zeggen zat hun vader aso te zijn in een aso wijk, en was hun moeder gevlucht naar Turkije en had ze een fijne man gevonden die dol was op rodehoofddoekjes en had ze nu wel 10 kinderen.

Maar dat kon hun niets schelen hoor, want van oma kregen ze fijn beiden een I-pad en een I-Phone.

AngelWings

 

 

 

Prinses op de boerenzoon

Prinses op de boerenzoon

Lang geleden, zoals wel vaker het geval is, was er eens een zeer knappe en rijke prins.
Natuurlijk is dat altijd zo.
Zijn naam was prins Johannes de 4e. Want zijn vader was nml koning Johannes de 3e, en die zijn vader koning Johannes de 2e en die zijn vader was dus koning Johannes de 1ste. Dat was nog veel langer geleden.
Dus een echte prins. En deze prins wilde liever een andere naam dan Johannes te heten maar ja daar kon hij niets aan doen. Dat was beslist door zijn ouders en zelfs door de regering, maar het liefst wilde hij gewoon Prins heten. Daarom noemen we hem in dit verhaal dan ook gewoon Prins.

Nu wilde de prins Prins een prinses natuurlijk, maar ja hoe wist je nu dat een prinses een echte zuivere prinses was? De meeste waren halfbloed, en sommige van die alcoholsnollige prinsesse dus daar wilde hij niet aan denken. Daarvoor moest Prins dus naar de oude torenkamer, waar zijn overovergrootmoeder nog scheen te leven zelfs. En zij wist het, zij wist alles namelijk, omdat ze zo oud was, maar soms wist ze ook niets meer van dat alles, omdat ze zo oud was.
Maar wie weet, wist ze het die dag nog wel, en dus toog Prins menigmaal richting het torenkamertje, langs de ellenlange wenteltrappen naar boven, in de hoop dat zijn overoverovergrootmoeder een dag had waarop ze alles weer wist, omdat ze zoveel wist maar ook soms niet meer wist.

Prins bleef er slank bij, want aan sporten deed men niet in die tijden, afgezien van wat zwaardgevechten natuurlijk, en het jagen op konijnen en vossen.

Maar voor de rest, geen fitness, en geen basketbal of tennis, daar had niemand tijd voor in die dagen. Vandaar dat men ook torenkamers maakten voor oude overgrootmoeders die dan daarboven moesten verblijven omdat ze eenmaal boven niet meer naar beneden durfden te gaan.
In feite een soort ouderwets bejaardenhuis maar dan anders.

En eindelijk vandaag bleek overoverovergrootmoeder in een wijze bijdehante bui.
Dag grootmoeder, zei Prins. Ik wil u iets vragen.
Is goed jongen, knikte ze. Wat wil je mij vragen Johannes de 2e. Ik ben Johannes de 4e overoverovergrootmoeder, schrok de prins Prins.
Had ze nu alweer haar dag niet vandaag? Was hij dan weer die trap voor niets opgeklommen uren lang?
Maar nee, gelukkig, ze herstelde zich al snel.’’ Ach natuurlijk, ik had mijn loep niet voor mijn oog, vandaar’’, zei ze giegelend. Overoverovergrootmoeder had namelijk nog maar één oog dat scheelde weer met die loepen. Eén was gemakkelijker te hanteren dan twee.
Maar goed overoverovergrootmoeder wist het geheim te vertellen hoe de prins Prins een echte heuse prinses kon vinden.
Huiverend trok hij zich wat terug van de walmende asem van de oude vrouw. In die tijd had je geen gebitje voor je oma, men wist nog niet eens wat dat was, dus je begrijpt, overoverovergrootmoeder zijn dat betekende ook… Nu ja. De prins Prins bedankte de oude vrouw en kuste haar op haar vogelnestje op haar bolletje. Dag overoverovergrootmoeder bedankt voor het advies. Hij rende de trappen af, alsof de duivel hem op zijn hielen zat en wie weet was dat ook wel zo. Het kasteel was namelijk zo vreselijk oud, dat er vast wat spookte, daar in die oude torenkamers.
Prins de prins begon de volgende dag met de oproep dat hij op zoek was naar knappe boerenzonen. De koning Johannes de 3de tikte tegen zijn kroon, en vroeg zich af of zoonlief zich ineens ging verdiepen in het mannelijke geslacht. Het werd toch wel hóóg tijd voor een leuke prinses vond de koning. Maar goed hij liet hem zijn gang maar gaan. Er kwamen vele boerenzonen naar het kasteel in de hoop op wat goudstukken oid, ook al wisten zij niet wat ze moesten doen.
Prins de prins keurde alle boerenzonen met kritische blikken en hij koos er een uit die er werkelijk oogverblindend uit zag zelfs in boerenkiel. Dit ging hem dus worden. De rest mocht naar huis met een stuk varken of schaap of koe. Ze mochten zelf kiezen. Merendeel droop af met een karkas van het één of ander op de rug, maar ook velen waren boos en staken eens flink de riek in de lucht.
Maar daarvoor had Prins de prins natuurlijk ook kasteelhonden en die beten er flink op los.
Nou de boerenzoon die zo oogverblindend knap was, dat zelfs de koningin inmiddels al op leeftijd al bijna van haar stokje ging toen ze hem zag, werd ingelijfd als lakei. Hij verdiende lekker, dat mocht wel even gezegd. En in die tijd had men neuro’s dus dat was nog meer waard zelfs dan de guldens, dus dat wil wat zeggen.
Na twee maanden, riep Prins de prins allerlei prinsessen op om met hem te huwen.

Ze moesten als voorwaarde een nachtje op het kasteel doorbrengen, maar als alles goed ging en ze beviel dan zou hij met haar trouwen en zou ze een leven als een prinses hebben, als ze dit al niet had.
Nu tikten er enkele maagdelijke prinsessen op hun kroontjes of die prins Johannes de 4e wel geheel zou sporen in zijn kroonkamer? Maar ze gingen echt niet, een nachtje slapen konden ze thuis ook wel en wie weet wat er zou voorvallen in de nacht en dat verhaal met die erwt konden ze wel dromen inmiddels nee, dat wist elke prinses wel. Je zei dan gewoon dat het matras enorm hard was geweest en je niet kon slapen die nacht simpel toch? Maar toch kwamen er enkelen wel naar het kasteel, waaronder hele knappe prinsessen heus. De eerste prinses was blond als een kaarsenvlam en ze was als eerste aangekomen. Ze ging slapen die nacht in een prachtige kamer in het kasteel, welke zwoel was ingericht. Ze nam het ook niet zo nauw dus ze wachtte naakt in het grote bed op de prins die komen zou, toch? Maar ze dronk van de zalige dure wijn uit de karaf naast het grote hemelbed en viel al snel in slaap.
Na een tijdje kwam de knappe boerenzoon de slaapkamer in en nam de vrouwe in haar slaap.
De volgende morgen vroeg de prins aan het ontbijt hoe zij geslapen had.
Nou fantastisch zei ze spontaan en ze lachte hierbij al haar parelwitte tandjes bloot.
Oké zei de prins dan mag jij nu naar huis gaan.

Teleurgesteld pakte ze haar jurken weer in en vertrok met spoedige vaart en koets over de ophaalbrug richting haar eigen thuisland.
Toen was de volgende prinses aan de beurt. Ze had prachtig rood haar en felgroene ogen.
De prins vond haar wel een lekker ding vooral haar pronte borsten leken hem wel een heerlijkheid om in weg te duiken tijdens de rest van de aanstaande regeerperiode.
Maar ook zij had de volgende morgen zalig geslapen!
Teleurgesteld liet de prins haar gaan en wierp woedende blikken op de boerenzoon.

Heey eh je bent toch wel echt een boerenzoon en geen nazaat van mijn vader ofzo hé? Verifieerde hij nog even voor de zekerheid want de boerenzoon mocht geen druppel koninklijk bloed in zich hebben, anders werkte de test niet.
Er kwam een prachtige prinses langs met schitterend lang zwart haar en mooie lichtbruine ogen. Maar helaas ook zij had zalig geslapen. En zo ging dit maar door, een jaar later was er nog geen enkele prinses goedgekeurd want ze sliepen zalig dankzij de vreselijk knappe boerenzoon.

En een echte prinses zou dan zeggen dat ze slecht geslapen had. Dan was ze pas een echte. Geen boerenzoon zou haar zalig laten slapen, alleen een echte prins kon dat namelijk.

De Prins spatte uit elkaar van jaloezie om al die mooie vrouwen had hij laten gaan, en omdat zijn overoverovergrootmoeder gezegd had wat hem te doen stond.
Hij gooide hierna zijn overoverovergrootmoeder uit het torenkamertje zo pardoes op de binnenplaats van het kasteel, waar de kasteelhonden de restanten op aten.
De vreselijk knappe boerenzoon, werd verbannen naar een naburig buurland waar hij toch behoorlijk vriendelijk werd ontvangen door de plaatselijke prinses, en waar zij zelfs een uitzondering maakte op de regel door te trouwen met de knappe boerenzoon.
Prins mopperde aan één stuk door, zijn vader zou wel hebben liggen vozen in het hooiland en die boerenzoon was vast een van zijn nakomelingen, overoverovergrootmoeder was te dement nog om zich te herinneren wat nu echt het verhaal was achter het ontdekken van een echte zuivere prinses, kortom, hij wist het gewoon niet meer. Hij ging steeds vaker op pad, en trok er op uit de wildernis in, waar hij op een dag een mooie vrouw tegenkwam welke in het water bezig was te verdrinken.

Ze riep om hulp en de prins sprong toch maar het water in met zijn dure kledij.

Toen hij het natte kind op de kant had getrokken, werd hij op slag zo smoorverliefd op haar dat ze het deden daar aan de kant van de weg. Tussen grassprieten en doorns en bramen, en vele ongedierten die tussen hun bilnaad kropen. Maar dat kon de pret niet drukken.

De prins was dolgelukkig, prinses of niet, het kon hem niets meer schelen namelijk.
Toen hij vroeg hoe ze het had gevonden, zei ze blij dat het Goddelijk was, en dat ze een prinses was, nu ja hij zou haar maar op haar woord geloven.
Want boerenzonen waren ook niet te vertrouwen en overoverovergrootmoeders ook niet.
Ze trouwden en leefden nog lang en gelukkig.

©AngelWings.nl

 

 

 

Sneeuwsnuifje en de zeven dwergjes

Google Afbeeldingen resultaat voor http://www.retailwiki.nl/wiki02/images/Rem_2011_sneeuwwitje_daniellewuijts.jpg:

Sneeuwsnuifje en de zeven dwergjes

Er was eens een koningin die een kind wilde hebben, maar er kwam maar niets van want ze hadden het zo druk, dat het er niet van kwam!
Nu was de koning ook een oude zak en daar viel nog maar weinig te halen!
Dus op een dag toen de koningin in de tuin wandelde van het grote kasteel, sprong er plots een ordinair knappe stalknecht voor haar neus en hij sprong terstond met de koningin de bosjes in!
Gewoon omdat dat kan!
Nou en omdat dat ook kan dus, was de koningin ineens direct zwanger van deze stalknul.
De koningin had zo genoten van de ordinair knappe staljongen dat ze nog vaak met hem de bosjes in sprong.
Na de bevalling van een kind net zo ordinair knap als de staljongen, met zwarte haren als roet, lippen alsof ze al met botox ingespoten waren zo rood en dik en opgezwolluh, een huidje zo wit als van een Turk.
Want dat was die staljongen natuurlijks.
Nah goed de koning was blij met zijn dochter, ook al wist hij niet dat ze niet echt zijn dochter was, maar hij kwam er dus achter dat vrouwin lief dus telkens in de bosjes aan het spelen was met de staljongen.
Hierna zette de koning, beiden op een bootje, richting Zweden!
Daar was hij ook weer vanaf, zeg maar.
Nu had de koning een nieuwe koningin nodig want ja anders denken de landgenoten dat de koning gay was en dat kon nog niet in zijn land natuurlijk, zo modern waren ze daar nog lange niet! Dus hij zocht een vrouw om zijn vrouw te worden.
Nu was toevallig ”op zoek naar nieuwe topmodellen” op tv en de koning belde met Paul Fischer.
Nou die had er nog wel wat in de aanbieding dus koos de koning de knapste maar die was eigenlijk ook het gemeenste van allemaal! Maar ja wie zag dat af aan een knappe snoet?
De koning trouwde en Paul Fischer kreeg een zak met goudstukken als dank.
Sneeuwwitje groeide op als een knappe prinses, ordinair lekker gewoon en de koningin die haar stiefmoeder werd, was groen van jaloezie op dat kind.
Dat kind was knapper dan haar stiefmoeder die het next topmodel had kunnen worden Notabene!
De koningin vond dit maar niks en ze besloot om zich te ontdoen van dat ordinair knappe kind.
Ze begon het kind met coke te voeren, snuifje hier en snuifje daar, kom sneeuwsnuifje je snuifje ligt al klaar, kakelde de koningin dan lachend uit.
Sneeuwwitje kreeg vanaf toen de bijnaam Sneeuwsnuifje.
Logisch natuurlijks!
Op een dag zei de koningin tegen de koning dat zijn ordinair knappe dochter dus aan de coke verslaafd was en dat zij naar een opvangcentra moest voor verslaafden.
Nou ehm ja, zei de koning nadenkend, als het moet dan moet het, voor het vaderland, riep hij uit.
En ze gingen nog even van bil.
Sneeuwsnuifje ging hierna naar een antiverslavingsinstituut, waar men vraagt naar problemen uit het verleden.
Nou ja sneeuwsnuifje had geen moeder meer, eitje voor de psychologen natuurlijk!
Oh dat is dus het probleem. Ja maar mijn stiefmoeder begon mij coke te geven sputterde Sneeuwsnuifje tegen.
Geloven wij niet, kind, dat jok je, dat komt omdat je jaloers bent op je stiefmoeder.
Sneeuwsnuifje daar viel aan te verdienen dus flink lang vasthouden daar was men het roerend over eens.
Ze ging naar kamp midgetwerpen.
Ze stuurden haar door het grote bos, alleen op pad met een rood hoofddoekje op en een mandje met eten.
Zoek je huisje maar op kind, zeiden de psychiaters, het is nummer 7.
Sneeuwsnuifje ging op pad, het was al bijna donker.
Ze kwam een boze wolf tegen die haar bijna zou opeten, maar toen ze uitriep dat ze Sneeuwsnuifje was, gaf hij haar een schop onder haar hol.
Ik wil alleen roodkapjes, schreeuwde hij boos!
Sneeuwsnuifje tikte tegen haar voorhoofd, jij bent gek, boze wolf!
Ja, jij niet zeker, bromde de wolf, alsof hier in dit bos een boze wolf woont zeker?
Uiteindelijk kwam Sneeuwsnuifje veilig aan bij een huisje in het grote bos, er stond een 7 op de deur, dus dit moest het zijn.
In dat huisje woonden zeven dwergen. Klein duimpje had namelijk zeven zonen en dat waren dus die zeven dwergen en ja als dwerg, raak je wel verslaafd als het om discriminatie gaat natuurlijk.
Kijk zo groot als een duim, oid is nog leuk en cute maar ja een dwerg?
De dwergen hadden net hun hamster tussen de deur te pletter gedrukt, en het arme beestje was dus dood. Dus de dwergen jankten zich een ongeluk en zopen de hele koelkast leeg aan wijnflessen en wodka.
Aangezien dwergen een kleinere blaas hebben zeken ze zich ook nog eens een ongeluk.
Sneeuwsnuifje vond ze maar moeilelijk met zijn allen, bah moest ze hier verblijven?
Ze ging maar in een van de bedjes liggen om te gaan slapen, het was een indrukwekkende dag geweest. Maar na enige tijd lag er een dronken dwerg in haar bedje die tegen haar lispelde of hij haar 7 shades of tepels eens mocht zien.
Ze schopte nee ze wierp hem uit het bed en begreep eindelijk waarom dit gedeelte in het bos de afdeling”midget werpen” was.
De volgende morgen werd Sneeuwsnuifje wakker.
De dwergen waren al aan de gang en maakten de boel in het huisje weer op orde.
Ze hadden een vaag spraakgebrek ook dat nog, dacht Sneeuwsnuifje.
Ze hadden het over Jos de dwerg die deze week was uitgeroepen tot bosmongooltje van de herstweek op de leuterschool. Nou ja het zal allemaal best dacht Sneeuwsnuifje. Ze had zin om zich af te reageren en begon te midget werpen op een binnenplaatsje. Dat werkte vruchten af, ze had al een hele dag geen sneeuw meer in haar poezelige ordinair mooie neusje gesnoven!
De dwergen waren er opgewonden van geworden.
Met hun opgewonden geslachtsdelen stonden zij naakt voor het arme knappe kind. Ze schopte hen allen hard in de balletjes waarbij de midgetpenisjes neder vielen als minisateprikkers die door een tornado omver geblazen waren.
Ik ben het nu zat, riep ze bozig uit.
Ze rende weg door het bos en struikelde over een boomstronk van een appelboom, een appel viel uit de boom zo pardoes in haar ordinair mooie keelgat en daar lag ze voor pampus.
De dwergen hadden mega spijt natuurlijk en besloten haar in een glazen kistje bij de weg te zetten, voor diegene die haar wilde hebben, die mocht haar dan meenemen.
Ze bleef gewoon goed bewaard in die glazen kist immers, luchtdicht afgesloten.
Op een dag kwam de zoon van de directeur langs omdat hij de zaak zou overnemen, hij zag Sneeuwsnuifje in het glazen kistje en opende de kist.
hij kuste haar omdat ze echt ordinair knap was!
En door de kus en zijn lange tongzoen, schoot zo de appel uit haar keel.
Sneeuwsnuifje opende haar ordinair mooie ogen en keek haar redder aan, ze werden terstond verliefd op elkaar en gingen al snel trouwen.
En ze leefden nog lang en gelukkig.

©AngelWings

In het grote dierenbos

In een groot dierenbos woonden eens vele dieren.

Heel erg veel.

En hoe meer dieren, hoe drukker het werd natuurlijk.

Natuurlijk wenste ”men” een hiërarchie in het bos. De één was wat slimmer dan een ander, een ander had een beter hol, en sommigen hadden en een prachtig hol en ook nog eens vlak bij de beek.

Wat wilde je als dier nu nog meer?

Ze hielden vergaderingen, en overlegden wie er de baas mocht spelen, over de andere dieren.

Dit waren de dieren dichtbij de beek die dit bedacht hadden. Ze vonden dat zij het slimste waren en daarom mochten zij de baas spelen over de anderen.

De rest van de dieren in het grote dierenbos was veel te druk met overleven en hun holletjes voorzien van voedsel voor de winter.

Dus ze maakten zich niet zo druk om die poeha dieren dichtbij de beek.

Ze hadden wel wat beters te doen. En aangezien er nauwelijks een hol vrijkwam bij de beek, mochten ze ook nooit meedoen met de vergaderingen die de dieren daar hielden.

Maar de dag kwam dat mevrouw Vos eiste dat de dieren in het bos zouden luisteren naar hun, de elitedieren in het grote dierenbos.

”NU is het genoeg geweest”, sliste ze valselijk. ”Wij zijn hier nu de baas”!

Ze stond op een omgevallen boomstronk dichtbij de dieren vallei.

Vele dieren keken verbaast achterom naar boven en zagen mevrouw Vos iets eisen, maar ze lachten er om. Mevrouw Vos spoot uit haar rode velletje en sprong woedend op de nietsvermoedende dieren af. ‘’Wij zijn hier de besten, jullie zijn niets waard’’!

Meneer wasbeer glimlachte eens en riep: “Oh ja, omdat jullie toevallig bij de beek wonen mogen jullie een grote mond hebben?”. ‘’Wat een onzin’’, riep mevrouw kraai uit.

Ze vloog snel in een boomtop.
Je wist het maar nooit met die valse vossen, en meneer vos was er niet bij vandaag, vast op jacht bij de kippetjes in de ren van boer Harmsen. Mevrouw Vos stond plots met haar poten wijd voor meneer wasbeer.
Grommend liet ze haar blinkende witte vlijmscherpe tandjes zien.
“Als je niet luistert, zul je eens iets beleven, wasbeer”.  Ze greep hem naar zijn achterpoot, met haar flitsende tanden beet ze hem eventjes zacht.
“En dit kan nog veel harder”, riep ze hem toe.
Meneer wasbeer was helemaal van slag, zijn poot deed enorm veel pijn. Er kwam zelfs wat bloed uit, ze had dus doorgebeten…
De rest van die dieren was stil. Ieder stond gespannen in afwachting stil.
Muisstil was het plots in het bos.
Meneer de Uil klapwiekte gewichtig met zijn vleugels. *kuch*, Ahummm…
“Beste dieren en buitendieren, wij zijn hier bij één om jullie mede te delen, dat wij nu de baas zijn in dit prachtige dierenbos. Wij eisen gehoorzaamheid en zo niet, *ahum* dan zal familie Vos jullie te grazen nemen, zo simpel is het nu eenmaal”.

De dieren mompelden voorzichtig onderling, wat er toch aan de hand was plotseling.
Waarom dachten zij dat zij de baas waren over hen?
Alleen omdat ze bij de beek woonden, wat een onzin?
Omdat ze de beste holen hadden? Dit kon toch niet waar zijn? Het was puur toeval dat zij daar bij de beek een hol hadden gevonden of gemaakt. Dit maakte hen toch niets beter dan anderen?

Niemand was het eens met de dieren bij de beek, de elite soort, die zichzelf hiervoor had uitgeroepen.

Maar de gevaarlijk blinkende tanden van mevrouw de vos, zeiden genoeg. Hadden ze nog iets te willen? Niets blijkbaar.
Met veel gemopper trokken de dieren weer verder, en gingen weer aan het werk.

Maar zo simpel was het blijkbaar dus niet. De beekdieren eisten nogal wat van de dieren uit het bos.
Nml voedsel, en opruimen van de omgeving, ze heften zelfs belasting op het drinkwater uit de beek.
Bij de beek zonnen koste bv een kippenei of een mals kevertje.
Dan mochten de dieren zich even baden in het warme zonlicht bij de beek.
De elite dieren zorgden er voor dat er grenzen werden gemaakt in het bos, niemand mocht er nog uit.
Vele beren hadden de wacht bij de rand van het bos, ze noemden zichzelf de politieberen.

Vogels trokken wel weg uit het bos, als het lukte tenminste, want meneer Adelaar, pakte hen zo snel hij kon, als iemand melding deed van een wegvliegende vogel. Dan vloog hij trots terug met een slappe vogel in zijn klauwen die hij op at in zijn grote nest op de berg.

De holen gravende dieren maakten lange gangen onder de grond en gingen er snel van door… op zoek naar vrijheid en een ander bos.

De elitedieren hadden een erg fijn leven, eten in overvloed, en de andere dieren moesten dit voedsel voor hen zoeken en afleveren.

Vele dieren leden honger en werden ziek.
Maar dat kon de elite dieren niets schelen!
Als zij het maar goed hadden immers?
Hadden die dieren maar bij de beek moeten gaan wonen, dan pas was je echt elite. En anders maar een arme sloeber, die enkel als slaaf diende voor de elite dieren.

Niemand was nog gelukkig afgezien van de elite dieren.
Hoe vreemd was dit in een bos waar overvloed was, en weelde en zonlicht bij de beek.
Terwijl men eeuwen samen leefde in vrede, was het nu een grote ellende.
De één had veel meer dan een ander, hoe oneerlijk dit toch was.

Meneer en mevrouw Vos hadden een heel fijn leventje, nu ze nooit meer uit stelen hoefden, dat werd voor hen gedaan, elke dag kip of fazant. Zalig toch?
Ze waren bijna de koning en koningin in het bos, ze hadden het maar ver geschopt zo.

De dieren brachten nooit iets uit vreugde bij hen, enkel uit angst, en die angst hielden ze er goed in uiteraard.
Als je niet naar ons luistert dan… ja, dan zou er veel gebeuren.
Het maakte hen niet zoveel uit, of ze nu een das op aten of een kip.
De dieren waren doodsbang voor de elite dieren in het bos, de dieren bij de beek.
Veel dieren hadden dorst en honger, maar niemand deed iets aan de terreur van de elite dieren.
Het was toch absurd dat een beek dieren zomaar het recht gaf zich beter te voelen dan andere dieren?
Ze waren toch allemaal dieren?
Op een dag kwam er een enorme storm over het bos.
Bomen waaiden om, takken braken af en wonder boven wonder, stroomde de beek over.
Alle holen dichtbij de beek liepen onder water.
Niets vermoedend verdronken de elite dieren in hun hol.
De volgende dag waren alle dieren bevrijd van hun ellendige elite dieren.
Ze groeven de holen dicht bij de beek, niemand mocht daar ooit nog wonen.
Alle dieren waren weer gewoon dieren en ze zochten hun eten zelf, en werkten voor zichzelf.
Er was niemand die nog de baas was over een ander dier, of zich beter voelde dan die andere dieren.
Want zeg nu zelf, dieren zijn dieren immers?

 

Het zijn geen mensen zoals wij, die dit wel doen en nog steeds doen.

Maar de vraag waarom, daarop is er nog geen antwoord.

©AngelWings

 
 

 

 

Blauwsnur

Blauwsnur

Er was eens een kerel in het Friese land, welke een vreemde blauwe snor had.
Niemand wist hoe dit zo kwam. Veel vrouwen vonden hem maar een engerd en wilde niets van hem weten. Maar toch was hij heel rijk. Hij had wel het grootste en mooiste huis uit de omgeving.
Nou en er waren genoeg dames die het niet te rijk hadden in het leven en die wel een fijner leven wensten natuurlijk. Tegenwoordig noemen we die dames “Golddiggers”. Maar dat wisten ze in Friesland  nog niet natuurlijk. Blauwsnur kon het niets schelen, want zijn bed was al jaren koud en kil.
Nu had blauwsnur een buurvrouw die erg arm was, maar wel 2 mooie dochters had.
Dus op een dag trok Blauwsnur de nette jas aan, en belde aan bij de buurvrouw. Hij werd vriendelijk binnengelaten want een goede buur was beter dan een verre vriend immers en aangezien hij nogal rijk was, was de moeder niet vies van een wipje opzij af en toe. Maar Blauwsnur bekeek de moeder niet eens, hij had enkel oog voor de dochters van de arme vrouw.
Maar de meidjes waren niet gediend van die enge Blauwsnur. Ze vonden hem griezelig en hij was al meerdere malen getrouwd geweest, en zodoende, was het wel heel vreemd dat niemand wist waar die vrouwen gebleven waren. Ze konden de rijkdom niet aan en waren weggelopen zei Blauwsnur, vast terug naar hun ouders ofzo, zei hij vaagjes en dan streek hij eens over zijn blauwe snor, waar hij nogal trots op was. Want wie had er nu een blauwe snor?
Alleen hij! Nou daar mocht hij best trots op zijn immers?
Blauwsnur had wel zin in één van die dochters, die lange donkere stond hem wel aan. Ze had mooie blauwe ogen, in dezelfde kleur als zijn snor. Dus een prima match vond hijzelf.
Blauwsnur streek eens over zijn gezette buik, en mompelde wat over de deernes.
Kom eens hier Berendrice, de donkerharige blauwogige dochter kwam voorzichtig naar hem toe.
Je mag bij mij komen logeren voor een weekje, jullie beiden, zei hij kijkend naar de andere dochter, want als deze niet wilde kon hij het altijd nog proberen bij de andere immers?
En ach neem je moeder ook maar mee en vriendinnen en familieleden als je wilt, zei hij gul.
We gaan naar mijn buitenhuizen toe en dan gaan we feestvieren.
Na een week wil ik antwoord, of één van jullie twee met mij wil trouwen of niet.
Nou moeders keek vol verwachting naar haar dochters, die had wel zin in een weekje feesten met de buurman ook al had hij een blauwe snor.
De volgende dag vertrokken ze naar Sneek. Daarna gingen ze een dagje naar Heerenveen, en toen een dag naar Leeuwarden, en toen een dag naar Groningen, en toen een dag naar Hilversum, en het weekend waren ze zelfs twee dagen in Schoonoord.
Ze hadden een fantastische week, met luxe die bijna niemand nog had gezien.
Het was geweldig afgezien van de katers overdag. Maar de lange donkerharige dochter met de blauwe ogen vond buurman Blauwsnur best wel aardig eigenlijk. Natuurlijk was ze flink door haar moeder gemanipuleerd en dacht ze bijna dat ze verliefd op hem was geworden. Ook haar vriendinnen waren zeer te spreken over de bijzondere man, want lelijk was hij niet afgezien van die blauwe snor. Maar wat kon het haar nu schelen dat hij een blauwe snor had als je zoveel geweldige dingen om je heen had en zoveel geld. Ze zou nooit meer zorgen hebben!
Berendrice gaf Blauwsnur het ja woord.
Ze trouwden en hadden een geweldig feest!
Het hele dorp sprak er over, nog jaren na dato.
Iedereen was uitgenodigd en men was vol lof over Blauwsnur, wat een vriendelijke en gulle man was dat toch. Nee Berendrice had het toch wel enorm getroffen hoor met zo’n man en ach die snor, het stond hem nog niet eens zo gek.
En grapjes over smurfen werden niet getolereerd, dat begrepen die Friesen heus wel.
Berendrice kwam die avond thuis in het enorme huis van buurman Blauwsnur.
Vanuit het grote slaapkamerraam kon ze zwaaien naar haar zuster Anna, dat was wel leuk!
Uiteindelijk werden ze dan echt man en vrouw en Berendrice had het maar getroffen met die oude buurman. Dat vond zijzelf inmiddels ook wel.
De volgende ochtend nadat ze haar croissantje met gesmolten brie had gegeten en haar glas verse jus d’orange leeg was, gaf buurman Blauwsnur een rondleiding door het prachtige huis.
Ze voelde zich een zeer gelukkige vrouw. Boven op de zolder, liet Blauwsnur een kamertje zien die gesloten was. Je mag hier nooit komen!
Onthoud je dat meidje? Nooit! Luister goed als je daar komt dan loopt het erg slecht met je af.
Op die zolder vind je alleen slechtigheid, meer niet, dus doe het niet.
Berendrice knikte braaf dat ze dat nooit zou doen.
Hierna vertrok Blauwsnur naar zijn werk, waarbij hij beloofde die avond vroeg thuis te komen voor het toetje.
Berendrice blooste al tot achter haar haarwortels toen hij haar dat zei, met een wellustige knipoog.
Berendrice had hierna een heerlijk leven, ze nodigde haar vriendinnen uit en familie en haar moeder natuurlijk, die familie was.
Die was er ook erg blij mee. Zuster Anna was wel wat stilletjes, want ze was verliefd op een leuke knappe man maar, ze had hem al een lange tijd niet meer gezien. Misschien was hij wel verhuisd naar Amsterdam en was hij getrouwd, ze wist het niet, maar dat drukte de pret nogal.
Nu had hij een vriend die na enige tijd op een dag ook op een van de geweldige feestjes kwam opduiken, spijtig feliciteerde hij Berendrice met haar huwelijk, want hij was ook wel een beetje verliefd geweest op het donkere meidje. Die kans leek nu verkeken. Berendrice vertelde hem over de verliefdheid van haar zuster voor zijn vriend en hij beloofde het hem te schrijven. Het werd langzaamaan winter en de verveling sloeg wel eens toe. Feestjes zijn vaak wat leuker als de zon schijnt immers.
Op een dag toen Berendrice zich verveelde wilde ze toch een kijkje gaan nemen op de verboden zolderkamer. Waarom zou Blauwsnur daar achterkomen?
Ze zou het stiekem doen en dan niets vertellen.
Hij zou het nooit te weten komen, zo hield ze zichzelf voor.
Blauwsnur was enkele dagen op pad voor zijn werk. En Berendrice ging de trappen op in het grote huis richting de zolderkamer.
Ze kon de deur zo openmaken. Geen slot niets. Wonderbaarlijk, waarom mocht ze hier dan niet eens binnengaan? Ze keek bevreemd rond in de kamer. Alles was spierwit geschilderd en overal stonden felrode rozen in grote glazen vazen. In de hoeken van de kamer zag ze grote diepvrieskisten staan.
Op elk van deze stond een kaars te branden.
Berendrice altijd al erg nieuwsgierig kon het niet laten, ze opende stuk voor stuk, ondanks dat ze bijna flauw viel nadat ze de eerste had geopend, alle vijf diepvrieskisten. Al Blauwsnur zijn vrouwen lagen gestorven en dood in deze vrieskisten. Een schreeuw verstilde in haar keel, terwijl ze keek naar de dode ogen die angstig opkeken, verstild in het moment van de dood.
Ze moest hier weg zo snel als ze kon!
Plots hoorde ze een vreemd geluid en zag in een hoek hoe een camera zich op haar richtte.
Oh God, hij had camera’s in deze kamer, modern natuurlijk, met deze rijkdommen.
Vandaar dat er geen sleutel nodig was, ze had hem dus bedrogen!
Berendrice rende de trappen af, naar beneden. Ze griste snel haar mobieltje mee en appte haar zuster Anna. Kom mij redden Anna, ik heb iets gedaan wat ik niet had moeten doen.
Toevallig op dat moment was de geliefde van Anna teruggekomen uit Amsterdam en hij was niet getrouwd zo Anna gedacht had, en zijn vriend was bij hem.
Blauwsnur was helemaal niet op reis voor zijn werk, hij zat gewoon nabij in zijn jachthuis en was dus sneller thuis dan Berendrice had gedacht.
De deur ging open en daar stond hij met een jachtgeweer in zijn hand.
Zo mevrouw Blauwsnur was jij ongehoorzaam?
Je weet dat je nu straf krijgt?
Teleurstelling hing voelbaar in de lucht, verdrietig keek Blauwsnur haar aan. Waarom moest je dit nu doen? Ik dacht dat jij anders was.
Was je dan niet gelukkig bij mij?
Jawel, zei Berendrice, heel erg zelfs.
Maar niet genoeg om mij niet teleur te stellen.
Helaas!
Berendrice viel op haar knieën voor haar man en omklemde zijn knieën.
Nee, nee zei Blauwsnur dit zal je niet redden, ik laat me niet overhalen op zo’n manier.
Verward keek Berendrice hem aan, alsof ze nu aan seks dacht?
Wat een rare man was het ook.
Ze begon te jammeren en te huilen, het snot spoot uit haar neusgaten.
Denk je nu dat dit je gaat helpen als je er zo lelijk uit gaat zien, sneerde Blauwsnur.
Hij liep om haar heen met zijn jachtgeweer, en riep uit, diegene die mij belazeren zal, doodt ik.
Ik wil vertrouwen van jou, niets anders, en anders is een huwelijk niets waardig!
Blauwsnur was ziedend.
Waarom nou jij, riep hij gekweld uit. Mijn eerste vrouw ging vreemd en de tweede ook en ik maar hard werken voor jullie ondankbare vrouwen!
Zijn blauwe snor was nat van de tranen.
Hij richtte het jachtgeweer op Berendrice die plots stil was, ze  keek hem geschokt aan.
Achter hem stond de geliefde van zuster Anna.
Gelukkig had het appje haar zuster bijtijds bereikt, het kon ook wel van niet natuurlijk, internet werkte niet altijd goed op het Friese land en Berendrice had de moed al flink opgegeven.
Met een grote klap van een schop sloeg de geliefde van zuster Anna in op de schedel van Blauwsnur.
Hij was direct ter plekke dood.
Maar het bleek zelfverdediging e.d. Niemand werd vervolgt want het was toch maar een moordenaar immers.
Zodoende kon zuster Anna trouwen met haar geliefde en was Berendrice stinkend rijk, en woonden ze allemaal in het grote huis.
De vriend van haar zusters geliefde trouwde later met Berendrice. Ze waren intens gelukkig met zijn allen.
Op zolder kwam er nooit iemand.
De vrieskisten waren meegenomen voor politie onderzoek en Berendrice liet de zolderkamer dichtmetselen voorgoed.

 

Persiflage op Blauwbaard door AngelWings(nl)

 

 

 

The Lovebirds

Lovely birds on canvas
Er was eens een prinses, ze was mooi en had prachtige lange lokken en mooie blauwe ogen.

Niet echt dat je zou zeggen, ‘ze kan geen prins krijgen’.
En toch kreeg ze maar geen prins. Want er was een crisis gaande in het land, en de prinsen hadden niet zoveel centjes meer, dus gingen ze ook maar even niet aan de trouwelarij natuurlijk.

Dus daar zat die mooie prinses te wachten tot de crisis over was. En dat duurde maar en duurde maar. Ze was het wachten wel een beetje moe. Op een dag echter kwam er een grote reus voorbij en hij stal de prinses van haar balkon, toen ze de bloemetjes op haar balkon water gaf. Hups zo in zijn grote Kingkong hand, plukte hij haar alsof zij de bloem was, van haar kasteelbalkonnetje en prutste haar zo in zijn broekzak. Nu voelde dat wel prettig, dus liep de reus snel naar huis, met zijn nieuwe aanwinst.

De prinses was best wel bang, en gilde dat het een lieve lust was, maar niemand die haar hoorde in dat dikke reuzenribcord natuurlijk. Uiteindelijk viel ze in slaap tegen zijn warme zak.
Na vele uren kwamen ze aan in reus zijn grote kasteel, die hij ooit had gestolen van een koning in een rijk dichtbij. Hij had de koning en zijn gezin opgegeten en gezegd, ‘nu is dit mijn rijk en mijn kasteel.’
En zo ging dat in die dagen.
Aangekomen op zijn grote kasteel, zette de reus de prinses in een gouden kooitje. Het was een reuzenvogelkooitje, met twee grote voerbakjes en een schommel in het midden. De prinses klom direct in de schommel, want dat vond ze wel leuk.
Ze schommelde dat het een lieve lust was, de hele dag door en ze begon zelfs te zingen. Tevreden keek de reus door de tralies naar zijn mooie prinses, onderwijl in het voerbakje wat prinsessenzangzaad stoppend. Maar na weken schommelen en zingen wilde de prinses ook wel weer iets anders en ze begon zich te vervelen.
Ze wilde uit de kooi en naar huis natuurlijk. Dus ze begon te mopperen tegen de reus. Nu als de reus ergens niet tegen kon, dan was het wel tegen mopperende prinsessen.

Hij baalde als een reuzenstier. Van irritatie stak hij maar een reuzenjoint aan om even uit de sleur te zijn, maar de prinses werd misselijk van die weëe geur en kokhalsde in haar gouden kooitje. ‘Houd daar eens mee op jij! Met die vieze stank. Hups schei uit’, schreeuwde ze. Ze stak haar vuist in de lucht, tegen de reus.
De reus inmiddels behoorlijk stoned, keek haar verveeld aan, ‘zeg kind wat wil je nou?’

‘Ik wil een prins, een echte!’
Hi! So I thought I might take pictures off of pinterest and write a short paragraph story type thing to go with them. Hope you like it.-VR

‘En een hele leuke ook nog eens’, mompelde ze.
‘Oké’, zei de reus en hij vulde de voerbakjes nogmaals en trok er op uit.
Het duurde enkele dagen eer hij terug kwam en de prinses hing snikkend op haar schommeltje in de kooi. Haar neusje rood van de tranen en sniffels.
Maar zowaar de grote deur opende zich en daar was hij weer, aan zijn ene vinger hing een echte prins met een zwaard, waarmee hij de reus probeerde te prikken. De reus lachte zich een kriek, en stopte de boze prins in de gouden kooi bij de prinses.

De prins was laaiend, ‘vuige rotreus’, sneerde hij, ‘kom eens hier als je durft!’ De prinses haalde opgelucht adem, kijk aan, eindelijk eens een echte vent met lef!

Ze vloog de prins om zijn hals, vanuit haar schommel en de prins wist niet hoe hij het had, zowaar een pracht van een prinses in een gouden kooi.
Hij stamelde verbaast, ‘wat heb je een rode neus?’

‘Ja, dat komt omdat ik moest huilen’, zei de prinses blij.
‘Wat heb je mooie ogen’, zei de prins toen. ‘Ja, dat komt omdat ik een prinses ben natuurlijk’, hikte de prinses van het lachen.
‘Oké’, zei de prins, ‘dat is logisch natuurlijk’, glimlachend sloeg hij zijn ene arm om haar middel en keek haar diep in haar mooie ogen.

‘Hoelang zit je hier al’, murmelde de prins.
‘Oh enkele weken al hoor’, glimlachte de prinses.

Ze had ook nog eens mooie lippen vond de prins, en zowaar ze begonnen elkaar te zoenen.

De reus zag dit alles aan en vond het prachtig, hij klapte in zijn grote reuzenhanden.
Kijk aan zijn lovebirds gingen misschien wel jongen krijgen, die hij kon opeten!
Het zwaard van de prins mieterde op de bodem van de gouden kooi en zo zaten ze daar enkele minuten lang te zoenen.

Op slag verliefd, zomaar, de reus had een goede prins gevonden dus.
Hoe kreeg hij dit toch voor elkaar.
Maar de grote vraag was, hoe kwamen ze uit die kooi?
Maar ze bedachten samen een plan.
Op een dag zei de prins tegen de reus: ‘Heey reus kom eens hier.’
De reus kwam aansjokken, want hij had weer een flinke joint gesmookt en was zo sloom als een kanarie natuurlijk.

‘Wat isser joh’, mompelde de reus versuft.
‘Nou mijn prinses krijgt een baby en we willen nu wel eens een nest maken. Heb je wat nestmateriaal voor ons?’
‘Tuurlijk’, zei de reus verheugd. ‘Hmm mensenbaby’s daar hield hij wel zo van.’ De reus zocht wat stro en hooi bij elkaar en een oude schone zakdoek kon er ook nog wel vanaf.
Zo verscheurde de prinses die dag de mega grote zakdoek aan stukken en prutste de prins een nest in elkaar.

Het was een mooi en groot nest geworden, waar ze met zijn tweetjes heerlijk in konden slapen. En dat deden ze dan ook, samen slapen. Ze hielden veel van elkaar en vooral in moeilijke tijden brengt dit wel eens mensen dichter bij elkaar.

De volgende dag, gooide de prins het nest ondersteboven, en de prinses ging eronder zitten, de prins klom dichtbij het deurtje van de gouden kooi en riep de reus, ‘Reus?
Reus kom eens hier?’

De reus kwam net uit zijn grote reuzenbed en slofte op het kooitje af, ‘wat is er nu weer’, vroeg hij met een ochtendhumeur, dat krijg je nml. met reuzen die blowen. ‘Ons nest is omgevallen kunt u dat even rechtop zetten?’

De reus ging met zijn reuzenhand in de kooi en wilde het nest rechtop neerleggen, maar plots stak de prinses hem met het zwaard van de prins in zijn hand.
‘AUWWWWWWWW’, weergalmde het door het kasteel. De prins sprong uit de kooi, en de prinses klom snel omhoog.

De reus stond als een kind te huilen, met een vinger in zijn mond.

Snel renden ze weg door het kasteel en vonden de weg naar buiten.
Samen renden ze door bossen en over hei, en uiteindelijk kwamen ze veilig aan bij het kasteel van de prins.
‘Kom mijn liefste, we zijn eindelijk thuis.’

‘Zeg dat wel’, lachte de prinses blij. Ze vlogen elkaar weer in de armen en ze leefden nog lang en gelukkig.

Sprookje door AngelWings

Moederliefde

Op een zomerdag liep een kleine jongen door een bloemenveld.
Hij zag prachtige bloemen en wilde deze plukken voor zijn lieve moeder.

Wat het jongetje niet wist, was dat zijn vader die in de onderwereld leefde, expres mooie bloemen had geplant voor het jongetje, zodat hij hem mee kon nemen naar zijn donkere wereld.
Hij wist dat het onschuldige, lieve jongetje niet mee wilde naar zijn duistere wereld onder de grond.
Het jongetje zag een hele mooie witte roos, hij wilde deze plukken, want hij wist dat dit een bijzonder mooie roos was. De roos was enorm groot en leek een prachtig regenboog achtige aura uit te stralen. Het leken wel prisma’s. Het jongetje boog zich voor over en plukte de witte roos, voor zijn moeder. En terwijl hij zich bukte, spleet ineens de aarde uiteen voor zijn voeten en verdween hij zomaar onder de grond.
In de onderaardse wereld, nam zijn vader hem mee op zijn enorme span met zwarte paarden.
Het jongetje huilde en riep om zijn lieve moeder, maar zij kon hem niet meer helpen daar in de onderwereld. Ze kon hem zelfs niet horen daar zo ver weg van haar gehoor.
Maar haar hart had het al vernomen en in grote stilte staarde ze voor zich uit.
Er was iets gebeurd met haar kind maar wat?
Ze wist het niet en ging snel zoeken.
Ze zocht en zocht, urenlang, tot het duister intrad, maar zij vond haar kind niet meer terug.
Vermoeid van het huilen en roepen, ging zij weer op huis aan, waar een oude uil in de boom zat naast hun huisje.
Oh Uil vertel mij toch, weet jij waar mijn zoon is?
Ik ben hem kwijt, riep ze wanhopig uit.
Oehoe, zei de uil en hierna antwoorde hij: Uw kind is gezien, onderin de aarde, bij zijn vader zal hij zijn, en verblijven, hoe krijgt u hem weer terug.
De moeder viel neder op de grond en woelde met haar vingers in de aarde.
Oh zoon lief, kom toch terug bij mij, huilde zij.
Maar ze kon hem niet bereiken in dat onderaardse.

Inmiddels huilde in het onderaardse ook het jongetje om zijn moeder, daar bij zijn vader.
De vader werd er moe van en ook erg boos.
Houdt op met huilen, mama’s kindje. Houdt op, ik zeg het je. Maar het jongetje was ontroostbaar.
Hij hield zielsveel van zijn moeder en ook al was dit zijn vader, maar zijn vader leefde in het onderaardse en hij wilde in de zon leven met zijn moeder, en niet in het duister.
De vader haalde allerlei speelgoed tevoorschijn, en kleurkrijtjes en papier, hij probeerde het kind aan het lachen te maken maar niets hielp.
Het duister in het onderaardse werd nog duisterder, de sfeer nog grimmiger en niets zorgde voor vreugde of opluchting.
De vader was des duivels.
Ooit was hij verliefd geworden op de mooie godinnendochter op aarde, hij had haar bespiedt en terwijl hij naar haar keek was hij smoor verliefd geworden en had hij haar meegenomen naar het duister van zijn onderwereld.
Ze had eerst gehuild, en na enige tijd in gelatenheid maar geaccepteerd dat hij haar gevangen hield.
Hij bracht vaak bloemen voor haar mee, en de lekkerste hapjes. Maar gelukkig maken kon hij haar niet.
Op een dag had zij hem iets gevraagd, waarmee hij instemde omdat hij zag hoe ongelukkig zij was daar bij hem in die onderwereld.
Ze had hem gevraagd of hij haar vrij wilde laten, maar hij had haar gezegd dat hij dan een kind van haar wilde hebben, daarna was zij vrij om te gaan.
Ze had drie maanden niet meer tegen hem gesproken maar daarna had zij ja gezegd.
Niet lang daarna, bleek dat zij gezegend was met kind. Hij was zielsgelukkig maar ook bedroefd, hij moest haar laten gaan als zij hun kind op de wereld had gezet.
Ook zij was zielsgelukkig, maar ook bedroefd, ze moest haar kind laten gaan als ze hun kind op de wereld had gezet.
Op een dag in de zomer werd het kind geboren. Het was een prachtige jongen en beide ouders waren zielsgelukkig. Ze hielden veel van het kindje. De moeder was vrij om te gaan toch kon zij dit nog niet, ze kon geen afscheid nemen van haar kind. Dus ze bleef, en bleef steeds langer.
Op een dag, liep ze met het kind op de arm langs een onderaardse beek, met daarnaast een hoge boom met de kruin heel diep ver weg tot in de aarde van het dak.
En daar doorheen straalde plots een zonnestraal, de moeder wist toen hoezeer zij de zon gemist had, en de aarde daarboven.

Het kindje op haar arm nieste door de plotse zon op zijn gezichtje, en in zijn helderblauwe oogjes.
De moeder lachte hier om.

Ze kuste het kindje liefdevol op de neus en bedacht een plan.

De volgende dag kwam zij terug met een lange trap en ontsnapte met haar kindje richting de aarde en de zon. Ze was zo blij!!!
Ze was ontsnapt aan die man en had toch haar kindje nog.
Na vele jaren had de vader wraak gezworen, ze had hem verlaten met hun kindje.
Dat zou haar berouwen.
Vandaar dat de dag kwam dat de vader het kindje op kwam eisen.

De moeder was radeloos van verdriet. Ze zocht en groef in de aarde naar een ingang van de onderwereld, maar kon deze niet meer vinden.
Vele dieren uit het nabije bos kwamen de moeder helpen en groeven holen naar een onderwereld.
Maar ook zij konden zover niet komen.

Op een dag ging de moeder naar een toverheks. De heks vertelde haar dat ze drie opdrachten moest vervullen en dat zij hierna haar kindje weer kon bezoeken.
De moeder stemde hiermee in, ze zou alle doen wat de heks van haar verwachte.

De moeder gaat op weg om 1 gouden veer te bemachtigen van het kippenhoenderhok van de koning.
Dat valt niet mee omdat dit kippenhoenderhok bestaat uit allemaal dure kippen welke beschermd worden door 3 grote waakhonden.
Als de moeder bij de koningskippen aan komt, roept ze zachtjes, Heilige moederkip?
Heilige moederkip?

Er ontstaat een chaos, allemaal kippen stuiven uiteen en beginnen te kakelen dat het een lieve lust is.
De waakhonden staan plots om de moeder heen, met een gevaarlijk grommen,  ontbloten zij hun tanden. Wat zoekt u hier moeder van het jongetje, vraagt een waakhond boosaardig.

Ik zoek mijn kind dus doe ik wat ik moet doen.
Waarom moet je dit doen, snauwt de andere waakhond grommend.
Omdat het mijn kind is, daarom, verdedigd de moeder haar kind.

De ene waakhond begint zacht te janken. Ik heb ook een jong en hij heeft pijn en kan niet meer lopen.
Ik zal er naar kijken, zegt de moeder vriendelijk, maar dan moet ik wel in ruil de gouden veer krijgen van moeder kip.
Zo gezegd zo gedaan, moeder geneest het pootje van de pup van de waakhond, er zat nml een doorn in zijn pootje, en de moeder krijgt zowaar de gouden veer van moeder kip.

De eerste opdracht was vervuld, blij gaat de moeder weer naar de toverheks.
Mooi zegt de oude heks, kijkend naar de gouden veer in haar hand, en dan nu de volgende opdracht.

Moeder gaat weer op pad, om de tweede opdracht te gaan vervullen.
Ze komt aan bij een enorm grote kuil in het bos, de kuil is gifgroen op de bodem, maar als ze goed kijkt ziet ze daar slangen krioelen op de bodem.
Hier moet zij een zilveren ring uit gaan vissen, maar hoe?

Angstig kijkt moeder om zich heen, ze durft niet tussen de gifslangen te kruipen, ze zullen haar doden en dan ziet haar kind nooit meer het licht van de zon!

Terwijl ze huilend gaat zitten bij de kuil, komt er een adelaar op haar toegevlogen.
Groots zit hij naast haar en slaat een grote vleugel om haar schouder.

Moeder niet huilen, help mij dan help ik jou!
Natuurlijk help ik zegt de moeder glimlachend, graag zelfs.
Wat kan ik doen?
Mijn jong is uit het nest gevallen in een spelonk ik kan er niet bij komen maar jij als mens misschien wel?
Hoopvol kijkt de adelaar de moeder aan.
Natuurlijk doe ik dat, zegt ze opgelucht. Mooi, dan vis ik de ring tussen de slangen vandaan.
Zo gezegd, zo gedaan, de moeder pakt de jonge adelaar uit de spelonk in een berg nabij en de adelaar pakt de zilveren ring tussen de slangen vandaan.

Moeder keert blij weerom richting de toverheks.
Mooi, mooi zegt de toverheks blij en ze bekijkt het zilveren ringetje in haar hand.

De laatste opdracht, als je deze vervult en je vindt je kind terug, is dat voor altijd!
Graag, zegt de moeder blij.

Het is wel de moeilijkste opdracht onthoud dat.

Geeft niets voor mijn kind doe ik alles!

Moeder ging op weg, naar de lava berg, waar een boze koningin woonde die een onzichtbaarheidsmantel had en de moeder moest deze zien te bemachtigen.
De moeder moest over moeilijke wegen en paden, en langs stekelige bosjes om daar te komen.
Op een dag kwam zij daar aan, en onderaan de heuvel krioelde het van de kakkerlakken.
Deze kakkerlakken hadden de zielen van naargeestige zielen, en zij sisten de moeder allerlei gemene dingen toe.

De moeder moest zich inhouden om niet te gaan huilen, zulke gemene en slechte dingen fluisterden zij haar in. Haar hart brak over hoe vals ze behandeld werd maar ze liep door.
Ze beklom de lavaberg met verve en bovenaan aangekomen stond daar een boze koningin.
Wat zij daar te zoeken had.
Ik kom voor de onzichtbaarheids mantel.
Zo zo en waarom denk je dat ik die aan jou geef?
De moeder haalde een witte roos onder haar mantel vandaan en gaf deze aan de boze koningin.
Deze roos plukte mijn zoon voor mij, omdat hij zoveel van mij houdt.
Ik geef deze aan u, in ruil voor de onzichtbaarheidsmantel, zodat ik hem kan gaan halen!
Ik mis hem zo erg, en ik moet die mantel hebben.
De boze koningin smolt toen ze de prachtige witte roos aanraakte, en werd een lieve koningin.
Het was namelijk een toverroos, betoverd door de liefde tussen moeder en kind.

Moeder kreeg de onzichtbaarheidsmantel mee.
Ze moest nog wel een keer langs al die kakkerlakken maar omdat zij de onzichtbaarheidsmantel droeg, zagen deze haar niet langskomen.
Moeder bereikte veilig de toverheks.

Nou dit is goed hoor, mompelde de toverheks.

Ik wil dat je nu nog even mijn bed opmaakt, mijn huisje aan kant maakt en de ramen zeemt, en daarna zal ik je zeggen wat je moet doen om je kind terug te krijgen.

Moeder voldeed zingend aan deze vraag.
Het huisje van de toverheks was spik en span.

De toverheks keek tevreden rond en vertelde de moeder wat ze moest doen.

Moeder ging op weg om haar zoon te vinden.
Langs de rivier, liep zij zingend van geluk, omdat ze wist, zeker wist dat het zou lukken.

Bij een zijrivier moest zij oversteken, en een bootje kwam aangevaren, mag ik overvaren vroeg de moeder.
Jazeker, wat betaald u mij?
Ik betaal u met een zilveren ring die de band voorstelt met mijn kind, want ik zoek mijn kind, ik ben hem kwijt. Ze gaf de ring aan de man en hij voer haar over met zijn boot.
Eenmaal aan wal, liep ze snel langs een rots waar een opening in zat, ze trok de onzichtbaarheidsmantel aan en vertrok in de diepe duisternis richting het onderaardse.
Ze hoorde haar kind huilen, heel in de verte, in het begin, maar steeds dichtbij kwam zij.
Uiteindelijk vond ze haar zoontje huilend bij een poel.
Ze trok het jongetje onder haar onzichtbaarheidsmantel, en hij was zo gelukkig dat hij stopte met huilen.
De vader die hoorde dat het kind niet meer huilde was even verheugd.
Maar hierna voelde hij dat er iets niet pluis was.
Hij zocht zijn kind maar kon het kind niet meer vinden.
Het was verdwenen.
Hij was zo boos dat de aarde bewoog, en er vele aardbevingen ontstonden op de aarde.
De moeder was al snel vertrokken met haar kind onder de onzichtbaarheidsmantel.
De vader had hen niet meer gezien gelukkig.

Terwijl de moeder met haar kind terugkeerde naar een plekje op aarde in de zon, besefte de vader wel, dat hij verloren had en dat zijn kind nooit gelukkig kon zijn in het onderaardse, gestolen van zijn moeder.
De moeder liet nadat zij met haar kind op aarde aan kwam, de gouden veer dwarrelen op de aarde, waardoor lava de aarde zo verhardde dat niets er nog doorheen kon komen.
Ze waren veilig voor altijd.
En ze leefden nog lang en gelukkig.