Home Volwassen Sprookjes

Volwassen Sprookjes

Hans & Grietje

De deur waait met een klap open. Een windvlaag is zijn groet.
Hij is er weer, denk ik, ik glimlach en steek een kaars aan, pak mijn laptop.
Een verhaal? vraag ik aan hem.
Hij is vandaag grimmiger en boos, zo ken ik hem niet.
Ja, mompelt hij me toe. Je houdt toch zo van sprookjes moderniseren? De regen klettert tegen de ramen buiten, in de donkere nacht.

~*~
Hansel and Gretel
De zon scheen door de bladeren op het bospad, gelijk een waterval aan licht.
Een intense stilte doorvorst het bos, als een graftombe, ijzig koud, terwijl de zon schijnt aan een blauwe wolkenloze hemel.

Op het bospad keek Sara naar het schouwspel voor haar, in haar, in sandalen gestoken voeten.
Twinkelende lichtdeeltjes spelen een verslavend hypnotiserend beeld voor haar ogen.
Achter haar liep haar vriend John. Ik begrijp het niet Sara?
We moeten toch al lang terug zijn bij de hoofdweg… We zijn goed verdwaald dit keer.
Sara keek achterom naar zijn mooie gelaat, en glimlachte een keer. Ach, we komen er wel toch?
Ze pakte haar mobieltje uit haar heuptasje, kijk!
Triomfantelijk hield ze hem omhoog, ik ga gewoon bellen.

Een half uur later zegen beiden dood moe neer op een omgevallen boomstronk, de mobiel had totaal geen bereik, in het gehele bos niet, zo te zien. Ik wordt er gek van mompelde John, die stilte hier, wat is dat toch.
Kirrend lacht Sara het uit, jij ziet ze vliegen mannetje! Ze vliegt hem om zijn hals en kust zijn mond. John strijkt de donkere lokken uit haar gezicht en streelt haar wang.
Hij voelt zich niet gerust, er is iets, hij voelt het, iets om hen heen, dat hem een naar gevoel bezorgd.
Zijn horloge staat stil, dat had hij een half uur terug al gezien, maar tegen Sara had hij niets gezegd, hij wilde haar niet ongerust maken. Bezorgd keek hij om zich heen, die stilte was abnormaal. Geen dier te bekennen hier, geen vogeltje, nietgs, gewoon totaal niets.
Het leek of ze in rondjes hadden gelopen maar toch werd het bos nu anders.

Er waren nu meer sparren in de omgeving, en de grond was meer bemost dan anders.
Het zou echt niet lang meer duren of het zou donker worden, wat moesten ze beginnen?
John stond op, kom we gaan verder want hier blijven heeft geen zin.
Hij trok Sara aan haar handen omhoog en samen slenterden ze verder, langs het bospad.
Proberen weg te komen uit het doolhof, van bos en bomen en paden.

Hansel and Gretel | Susan Jeffers

Jammer genoeg kwamen er mistflarden op hun pad, ook dat nog verzuchtte John. Hij hield Sara vast bij haar hand. Kom meid, we moeten sneller gaan want er komt mist opzetten, dan zien we helemaal niets meer.
In het schemerdonker liepen beiden zoekend, naar enig aanknopingspunt, van de weg, waar hun auto op hen stond te wachten.
Ze zagen bijna geen hand meer voor ogen, zo mistig was het en opeens, klaarde de mist op, zomaar opeens was het verdwenen.
En voor hen uit opende zich een open plek in het bos, van zo’n onaardse schoonheid dat beiden hun ogen uitkeken naar dit schone. Overal stonden lupines in allerlei kleuren en soorten en maten, van klein tot hoog, pronkten zij met hun bijzondere schoonheid.
Over alles heen leek een mistig aura te hangen, wat alles een nog sprookjesachtiger geheel gaf.
Wat mooi, fluisterde Sara, hm hm….zei John en hij kneep in haar hand.
Ze kneep terug. Schitterend, ik heb nog nooit zoiets moois gezien, fluisterde ze weer. Hm, ik ook niet. Voorzichtig liepen ze langs de lupines, hoog en klein en tussen in, prachtige kleuren, geuren, bedwelmende geuren. De grond was zachtgroen bemost, zacht, geluidloos liepen ze daar rond. Een heuvel over, en eindelijk achter de heuvel stond zowaar een klein huisje.
Sara lacht hardop, oh kijk eens wat een leuk huisje is dat!
Stt zegt John…hij vertrouwd het niet zo. Maar terwijl ze naar het huisje toelopen gelooft hij zijn ogen niet. Op het dak van het huisje groeien wietplanten, met flinke toppen.
Rijp om geplukt te worden. Wauw roept John uit en rent naar het huisje toe. Hij trekt aan wat planten op het dak, groen begroeit met flinke planten, hm na al die zenuwen zal dit goed voor hem zijn, denkt John. Hij pakt wat wiet in zijn hand en verpulvert het.
Opeens klinkt er een krassende oude stem van een vrouw die achter hen staat, Heey wat mot dat aan mijn plantje?
Afblijven met je handjes!

Hansel and Gretel, classic illustration from 1850's edition of Grimm's fairy tales
Beiden kijken geschrokken achterom, daar staat een mega oud vrouwtje, zo krom als wat, gerimpelt, ze leek wel over de 100 jaar oud te zijn.
Oh hallo mevrouw, zegt Sara, we zijn de weg kwijt en weten niet hoe we weer terug kunnen komen. Kunt u ons misschien helpen?
Ja, ja, zegt het vrouwtje en draait zich al om, ze loopt voor hen uit over een klein zandpaadje richting de achterdeur van het huis.
Kom binnen, zei ze poeslief. Kom maar binnen gerust.
Dan krijgen jullie een lekker kopje thee van mij. Kom maar!
Terwijl John langs het oude mens loopt, knijpt ze hem zowaar even in de zij. Verbaast kijkt hij haar aan, maar ze kijkt hem onschuldig aan, met haar behaarde kinnetje en onschuldige bijna grijswitte ogen. Ze glimlacht een tand bloot, meer heeft ze ook vast niet.
In het huisje is het best knus, enkele oude banken, met daarover heen oude kleden, van dat wat ooit een goede kwaliteit moest zijn geweest. Een oude boomstronk deed dienst als tafel. Hij was afgeschaafd tot een glad blad, waar enkele kopjes op stonden.
Het oude mensje strompelde naar een keukentje althans wat dienst moest doen als keukentje. En ze zetten een flinke ketel water boven een vuurtje, ze had nog een zeer ouderwetse kookplaats. Zo zo, dus jullie waren verdwaald? Zei ze met krakende stem. Jaja, ze ging zitten, nadat ze een flinke pot thee op tafel had gezet. Ze veegt haar vette oude grijze lange haren uit haar gezicht. En bijdehant kijkt ze hen aan, zo dus, waar moeten jullie wezen? Vraagt ze zeer vriendelijk.
En waarom zat jij aan mijn plantjes?

Hansel and Gretel
Nou dat is goede wiet, mevrouw. Glimlachte John naar haar. Zo zo dus daar wil je wel eens van snoepen of niet jongeman?
Ze grijpt de leuning van de bank en hijst zich weer rechtop, strompelt hierna naar een oud kastje en opent een laatje, en komt terug met allerlei atributen voor een flinke waterpijpsessie. Zow, zegt John bewonderend. Ze lacht ondeugend naar hem, ja jongeman de reumatiek heeft mij er nog niet onder gekregen, ik lust het wel, wat jij! En ze schaterd het uit. John lacht wat mee. Sara aait inmiddels de mooie zwarte kat die in de kamer was komen kijken naar de nieuwe bezoekers.
Krijgt u veel bezoek mevrouw, vraagt Sara belangstellend. Soms, soms, kirt het oudje.
Onderwijl trekt ze aan de waterpijp en geeft het door aan John.
Het is toch nog knus in het huisje.
Jullie kunnen hier overnachten vannacht, zegt het oude vrouwtje, morgen zien we wel weer verder.
Beiden zijn behoorlijk verdoofd door de drugs, die van zeer zware kwaliteit is en even later vallen beiden uitgeput op een kleine achterkamer neer, op enkele dierenvellen.
In een diepe diepe slaap.
De volgende morgen wordt Sara wakker met een hevige hoofdpijn, ze wrijft zichzelf in de ogen, ze ziet John nergens.
Verschrikt staat ze snel op in de vreemde omgeving en loopt snel naar de woonkamer, waar het oude vrouwtje bezig is met een brood bakken.
Zo zo uitslaper, jij doet niet veel voor oude mensen of wel. Denk je altijd alleen maar aan jezelf?
Sara fronst haar wenkbrauwen, zo kent ze het oude mensje niet. Waar is John? Vraagt ze.
Oh John? John is weg.

The Witch (Hansel and Gretel,Brothers Grimm, 1812)
Hoezo weg, vraagt Sara verbaast. Hij zal nooit weggaan zonder mij nml. Dus dat geloof ik niet. Ach griet, hij zit in mijn gevangenis in de tuin,..hij komt er niet uit, zolang ik dat niet wil en als je wat probeert te doen, maak ik hem dood.
Of jou, glimlacht het oudje. Sara kijkt angstig naar het oude mensje, en wie wilt u daar voor meenemen dan?Stamelt ze. Zozo nog brutaal ook? Nou, ik ben een heks, ik denk dat je dat al wist of niet soms? Ik heb toverkracht en ik kan je tegenhouden.
Sara gelooft niet in toverkracht en al die onzin; Doe niet zo belachelijk. Nou hoe dan? Vraagt ze aan het oude mens.
De heks kijkt haar opeens priemend aan, en zegt dan ok…KIJK!
En ze knipt met haar vingers en in een hoek van de kamer ontstaat een duistere gedaante, een geest, van duistere oorsprong. De geest springt op Sara af, en Sara kreet het uit van angst, om haar hals voelt ze plots handen knijpen, koude ijskouden handen, ze krijgt geen lucht meer.
STOP!!!!!!! Stop,… alstublieft ik zal alles doen wat u zegt.
De oude heks knipt met haar vingers en de duistere geest laat Sara’s keel los.
Jij gaat voor mij zorgen en ook voor hem, je vriend. John heet hij toch?
Jaja, ik ga hem vetmesten en als hij dik genoeg is, dan eet ik hem op.
WAT? Sara kijkt haar aan alsof de oude vrouw knettergek is geworden. Maar dat was ze waarschijnlijk ook. Ze kan weinig beginnen, en elke dag moet ze John veel eten brengen, ook moet ze koken, de grootste maaltijden ooit alsof ze kookt voor 40 mannen. Ongelooflijk zoveel als dat oude mens kon wegstouwen.
Tevens moest ze het huishouden doen voor het oudje, en elke dag voor ze ging slapen viel ze huilend op haar bed.
John werd zo dik als een varken, in dat hok in de tuin. Misselijk was hij van al die maaltijden die hij elke dag kreeg voorgeschoteld. Maar hij moest eten van dat oude mens.
Ze wilde zelfs nog sex met hem, en veel keus had hij niet, want anders zou ze Sara iets aan doen, dus met zijn ogen dicht, deed hij zijn ding.
Maar niet graag, zeer zeker niet, te bedenken dat het oude mensje zich waarschijnlijk nooit waste? John had het zwaar, zo intens zwaar dat hij depressief werd, maar daar had het oudje wel iets voor, flink veel wiet nml.
John was de hele dag stoned, zoveel blowde hij in dat hokje in de tuin. Ook hij had te maken gehad met duistere wezens, alleen omdat hij zo stoned was, zag hij ze continu, in en rondom het huisje, fijn was dat zeer zeker niet.
Hoe kwam hij hier nu uit?

Hansel and Gretel
Sara wist het niet meer, ze mocht John ook niet bezoeken van het oude mens, en ze kon niets beginnen tegen de toverkracht.
Hoe kon zij hem nu bevrijden? Ze wist het niet…John ook niet.
Beiden wisten niet wat er te gebeuren stond. Maar op een dag vond Sara een eeuwenoud kookboek, van een bet over overgrootmoeder van het oude mens. En daarin zaten enkele ezelsoren, een van gestoofd kindervleesch, totaal smoezelig gezien de bladzijden die bijna uit elkaar vielen, en de letters die bijna weggevaagd waren. En een met volwassen mannenvleesch gebraden boven een flink vuur op metalen pennen. Het deed wel denken aan een soort sate oid.
Ondertussen kreeg Sara nogal vaak slaag met de zweep want ze deed het nooit goed genoeg. De heks mepte haar waar ze maar kon en op een dag, sloeg ze Sara helaas te hard en kon Sara de volgende dag niet meer opstaan.
Huilend van de pijn hing ze half op haar bed, ik kan niet, ik kan het niet!
Met betraande ogen keek ze de heks aan, echt niet.
De heks keek haar minderwaardig aan. Nou dan niet lui kreng dan haal ik zelf wel wat bosbessen voor de saus bij je vriendje. Hij is al lekker vet…lachend verdween ze richting het bos.
Maar opeens hoorde Sara kreten, angstkreten, ze kroop naar de deur wat was er toch aan de hand? Ze was bang voor John, Oh John kreunde ze uit. John!!!!!!!
Opeens klonk er een geweersschot…OH JOHN!!!!!
Sara rende zo goed als ze nog kon richting de tuin, Oh John…………….nee!
Angstig huilend rende ze naar het hok. Oh John…………
John stond met zijn dikke vingers tegen de tralies van het hok, hoorde je dat ook?
Wat is er aan de hand? Zijn dikke lellende onderkin wiebelde op en neer als hij sprak.
Ik weet het niet John..huilde Sara, ik weet het niet.
Opeens hoorde ze geluid achter zich op het tuinpad, angstig keek ze achterom, een boswachter met een groen pak aan en een flinke baard, sleepte een flinke wolf met zich mee.
Is dit jullie grootmoeder soms zei hij?
En hij gooide de wolf voor hen neer op de grond.
Nee, sidderde Sara, nee… Zal ik haar uit zijn buik snijden, en hij haalde zijn mes al te voorschijn. Nee doet u dat maar niet, de buik bewoog nog gevaarlijk en het oude kreng was waarschijnlijk nog in leven ook.
Nee laat die heks maar zitten.

"Creep in," said the Witch, "and see if it is properly hot" Hansel and Gretel…
Zo zo zei de boswachter heks nog wel, hij bulderde van het lachen.
Wat doe jij in dat hok jongeman? Verbaast keek hij naar de dikke John.
Haal me er maar uit alstublieft, mompelde John!

Dat lukte zonder problemen, van duistere geesten was geen sprake meer nu de oude heks in de buik zat van de wolf.
de boswachter vertelde dat hij eigenlijk nooit in dat deel van het bos kwam. Het was niet zijn district nml. Wel keek hij vol waardering naar de dakbegroeiing…zo zo…
Lachte hij en plukte er wat van mee.

Uiteindelijk zaten beiden na 9 maanden achter het stuur van hun autootje, op weg naar huis.
John paste ternauwernood nog achter het stuur dus Sara reed.
Weet je , zei Sara, ik ga echt nooit meer, nooit meer naar een bos hoor!
Nee mompelde John..die dacht aan flink trainen in de sportschool…

~*~

Vriendelijk trekt hij aan een pijpekrul in mijn haar, ik ga weer hoor, dag..
Ik hoop dat je het leuk vond dit keer, een verhaal van mij te horen.
Zeker glimlach ik, deze is wel leuk.
De andere niet, oh jawel antwoord ik, alleen deze heeft een heel goed eind.
Hij vertrekt ik voel het…de wind waait door de kamer en de deur waait dicht.
©AngelWings

The Lovebirds

Lovely birds on canvas
Er was eens een prinses, ze was mooi en had prachtige lange lokken en mooie blauwe ogen.

Niet echt dat je zou zeggen, ‘ze kan geen prins krijgen’.
En toch kreeg ze maar geen prins. Want er was een crisis gaande in het land, en de prinsen hadden niet zoveel centjes meer, dus gingen ze ook maar even niet aan de trouwelarij natuurlijk.

Dus daar zat die mooie prinses te wachten tot de crisis over was. En dat duurde maar en duurde maar. Ze was het wachten wel een beetje moe. Op een dag echter kwam er een grote reus voorbij en hij stal de prinses van haar balkon, toen ze de bloemetjes op haar balkon water gaf. Hups zo in zijn grote Kingkong hand, plukte hij haar alsof zij de bloem was, van haar kasteelbalkonnetje en prutste haar zo in zijn broekzak. Nu voelde dat wel prettig, dus liep de reus snel naar huis, met zijn nieuwe aanwinst.

De prinses was best wel bang, en gilde dat het een lieve lust was, maar niemand die haar hoorde in dat dikke reuzenribcord natuurlijk. Uiteindelijk viel ze in slaap tegen zijn warme zak.
Na vele uren kwamen ze aan in reus zijn grote kasteel, die hij ooit had gestolen van een koning in een rijk dichtbij. Hij had de koning en zijn gezin opgegeten en gezegd, ‘nu is dit mijn rijk en mijn kasteel.’
En zo ging dat in die dagen.
Aangekomen op zijn grote kasteel, zette de reus de prinses in een gouden kooitje. Het was een reuzenvogelkooitje, met twee grote voerbakjes en een schommel in het midden. De prinses klom direct in de schommel, want dat vond ze wel leuk.
Ze schommelde dat het een lieve lust was, de hele dag door en ze begon zelfs te zingen. Tevreden keek de reus door de tralies naar zijn mooie prinses, onderwijl in het voerbakje wat prinsessenzangzaad stoppend. Maar na weken schommelen en zingen wilde de prinses ook wel weer iets anders en ze begon zich te vervelen.
Ze wilde uit de kooi en naar huis natuurlijk. Dus ze begon te mopperen tegen de reus. Nu als de reus ergens niet tegen kon, dan was het wel tegen mopperende prinsessen.

Hij baalde als een reuzenstier. Van irritatie stak hij maar een reuzenjoint aan om even uit de sleur te zijn, maar de prinses werd misselijk van die weëe geur en kokhalsde in haar gouden kooitje. ‘Houd daar eens mee op jij! Met die vieze stank. Hups schei uit’, schreeuwde ze. Ze stak haar vuist in de lucht, tegen de reus.
De reus inmiddels behoorlijk stoned, keek haar verveeld aan, ‘zeg kind wat wil je nou?’

‘Ik wil een prins, een echte!’
Hi! So I thought I might take pictures off of pinterest and write a short paragraph story type thing to go with them. Hope you like it.-VR

‘En een hele leuke ook nog eens’, mompelde ze.
‘Oké’, zei de reus en hij vulde de voerbakjes nogmaals en trok er op uit.
Het duurde enkele dagen eer hij terug kwam en de prinses hing snikkend op haar schommeltje in de kooi. Haar neusje rood van de tranen en sniffels.
Maar zowaar de grote deur opende zich en daar was hij weer, aan zijn ene vinger hing een echte prins met een zwaard, waarmee hij de reus probeerde te prikken. De reus lachte zich een kriek, en stopte de boze prins in de gouden kooi bij de prinses.

De prins was laaiend, ‘vuige rotreus’, sneerde hij, ‘kom eens hier als je durft!’ De prinses haalde opgelucht adem, kijk aan, eindelijk eens een echte vent met lef!

Ze vloog de prins om zijn hals, vanuit haar schommel en de prins wist niet hoe hij het had, zowaar een pracht van een prinses in een gouden kooi.
Hij stamelde verbaast, ‘wat heb je een rode neus?’

‘Ja, dat komt omdat ik moest huilen’, zei de prinses blij.
‘Wat heb je mooie ogen’, zei de prins toen. ‘Ja, dat komt omdat ik een prinses ben natuurlijk’, hikte de prinses van het lachen.
‘Oké’, zei de prins, ‘dat is logisch natuurlijk’, glimlachend sloeg hij zijn ene arm om haar middel en keek haar diep in haar mooie ogen.

‘Hoelang zit je hier al’, murmelde de prins.
‘Oh enkele weken al hoor’, glimlachte de prinses.

Ze had ook nog eens mooie lippen vond de prins, en zowaar ze begonnen elkaar te zoenen.

De reus zag dit alles aan en vond het prachtig, hij klapte in zijn grote reuzenhanden.
Kijk aan zijn lovebirds gingen misschien wel jongen krijgen, die hij kon opeten!
Het zwaard van de prins mieterde op de bodem van de gouden kooi en zo zaten ze daar enkele minuten lang te zoenen.

Op slag verliefd, zomaar, de reus had een goede prins gevonden dus.
Hoe kreeg hij dit toch voor elkaar.
Maar de grote vraag was, hoe kwamen ze uit die kooi?
Maar ze bedachten samen een plan.
Op een dag zei de prins tegen de reus: ‘Heey reus kom eens hier.’
De reus kwam aansjokken, want hij had weer een flinke joint gesmookt en was zo sloom als een kanarie natuurlijk.

‘Wat isser joh’, mompelde de reus versuft.
‘Nou mijn prinses krijgt een baby en we willen nu wel eens een nest maken. Heb je wat nestmateriaal voor ons?’
‘Tuurlijk’, zei de reus verheugd. ‘Hmm mensenbaby’s daar hield hij wel zo van.’ De reus zocht wat stro en hooi bij elkaar en een oude schone zakdoek kon er ook nog wel vanaf.
Zo verscheurde de prinses die dag de mega grote zakdoek aan stukken en prutste de prins een nest in elkaar.

Het was een mooi en groot nest geworden, waar ze met zijn tweetjes heerlijk in konden slapen. En dat deden ze dan ook, samen slapen. Ze hielden veel van elkaar en vooral in moeilijke tijden brengt dit wel eens mensen dichter bij elkaar.

De volgende dag, gooide de prins het nest ondersteboven, en de prinses ging eronder zitten, de prins klom dichtbij het deurtje van de gouden kooi en riep de reus, ‘Reus?
Reus kom eens hier?’

De reus kwam net uit zijn grote reuzenbed en slofte op het kooitje af, ‘wat is er nu weer’, vroeg hij met een ochtendhumeur, dat krijg je nml. met reuzen die blowen. ‘Ons nest is omgevallen kunt u dat even rechtop zetten?’

De reus ging met zijn reuzenhand in de kooi en wilde het nest rechtop neerleggen, maar plots stak de prinses hem met het zwaard van de prins in zijn hand.
‘AUWWWWWWWW’, weergalmde het door het kasteel. De prins sprong uit de kooi, en de prinses klom snel omhoog.

De reus stond als een kind te huilen, met een vinger in zijn mond.

Snel renden ze weg door het kasteel en vonden de weg naar buiten.
Samen renden ze door bossen en over hei, en uiteindelijk kwamen ze veilig aan bij het kasteel van de prins.
‘Kom mijn liefste, we zijn eindelijk thuis.’

‘Zeg dat wel’, lachte de prinses blij. Ze vlogen elkaar weer in de armen en ze leefden nog lang en gelukkig.

Sprookje door AngelWings

Doornroosje

Sleeping Beauty  ISBN: 978-1587171208  Картинки отсюда
Doornroosje
Op het zigeunerkamp leefden eens vele mensen, het was wel honderd jaren geleden natuurlijk.

Nou goed nu waren er op dat kamp een baas en een bazin…zoiets als zigeunerkoningen en koninginnen, maar dan anders.
En ze kregen maar geen kinderen.

Wat ze ook probeerden en hoe de woonwagen ook kraakte onder hun wilde uitspattingen het lukte maar niet.

Op een dag ging de vrouw het bos in om hout te sprokkelen en zowaar er kwam een ufo voorbij.

De ufo landde netjes voor haar blote voeten en er stapte een groenling uit.

Zoiets als een kikker maar dan alweer anders.

Nu was het een mooie vrouw dat zeker wel. Een lange klokkende rok om haar heupen, en prachtige lange gitzwarte haren en duivels mooie zwarte ogen.
Een uur later zei de alien, ga naar huis en u zult een kind krijgen!

Nou de vrouw was natuurlijk enorm blij maar vertelde niemand over het verhaal over wat haar was overkomen in het bos.

Ten eerste niemand zou haar geloven en ten tweede, haar man zou haar zo haar lieflijke keeltje doorklieven als hij hoorde dat ze zwanger was van die groenling.

Toch was ze maandenlang erg nerveus want stel het kind was ook groen bv?

Maar gelukkig had ze geen angst hoeven hebben want 9 maanden later werd er een beeldschoon meisje geboren.

Met gitzwarte haren en gitzwarte ogen.

Iedereen was blij en er was feest, de vader had een wild zwijn geschoten in het bos en deze hing al een dag boven het spit.
Nu was het de gewoonte bij de zigeuners om oudtantes uit te nodigen in de hoop dat ze het kind in hun testament zouden opnemen.
Wie weet, maar nu waren er dertien oudtantes en ze hadden maar 12 wedgewood bordjes…

Dat was enorm balen, maar ach zei de vader, laat die ene tante maar zitten,dat oude mens legt altijd de kaart en is teveel met geesten bezig.

Dat wilde hij liever niet in de buurt van zijn prachtige kleine meid.

Dus 6 dagen na de geboorte kwamen alle oudtantes op bezoek, wederom had vader een nieuw wild zwijn moeten schieten in het bos, maar het was nu immers voor het goede doel nml enigszins een goede toekomst voor het meiske en wie weet, een leuke bruidsschat.

De oudste oudtante kwam bij het meiske kijken, zo zo kraste ze met haar oudewijvenstem. Mooi kindje hoor, geen vliesjes tussen de tenen, knipoogde ze naar de moeder, welke direct een knalrode kleur kreeg.

“Hoe wist die vrouw dat?” het zweet brak haar uit, maar toen schoot haar te binnen dat die oudtante enorm paranormaal was. Vandaar. Geruststellend klopte het oudje haar op haar hand, maak je geen zorgen…ze legde de vinger op haar oude droge lippen.

Pfieuw wat een mazzel die moeder toch had, de vader had gelukkig niets gehoord.

Ik hoop dat het meisje heel knap zal gaan worden en ik zal haar benoemen in mijn testament. De oudtante legde wat zaadjes neer voor de wieg.

Plant dit maar om de woonwagen, dan heeft ze een leuke toekomst.

Vader zag direct dat het fikse hennepzaden waren van vreselijk goede kwaliteit.

Dank u tante, dank u!

De volgende oudtante volgde, deze wenste het kind een goed karakter toe en gaf ook wat hennepzaden, voor later en zou het meisje ook benoemen in haar testament.
Het ging zo even door met alle oudtantes, die na hun zegeningen en cadeautjes, gouden oorringen bv en gouden halskettingen, voetkettinkjes, armbandjes, van alles van goud maar toch ook veel hennepzaden want daar zat enige verdienste in en dat kon nooit kwaad in deze harde wereld.

Maar voordat oudtante twaalf aan de buurt was, vloog het deurtje open in de woonwagen, met een klap sloeg deze tegen de wand aan.

“Zo gij stelletje Vuigelingen, ik ben niet uitgenodigd, he?” Snierde het oude wijf, het was nml. oudtante dertien, die uiteraard in haar glazen bol het feestje al had voorzien.

‘Oei wat dom’, dacht de moeder nog, logisch dat ze ervan af wist.

De oude vrouw lachte hard, ‘zo zo…dus ik mocht niet komen he?’

Ze spuwde wat bruinig tabakspruim op de hennepzaden die voor de wieg lagen.
Ik wens voor dit kind enkel ellende in het verschiet en dat een zwarte weduwe spin haar zal prikken als zij 16 is opdat zij zal sterven. Ze hocuspocusde er wat bij met haar oude handen in de lucht.

En vertrok met flapperende zwarte jas de deur keihard dichtslaand.

De moeder barste in huilen uit, de rest was met stomheid geslagen.

Wat een mazzel dat ik de laatste was vandaag zeg, riep een klein kwiek wijfje uit, ze liep snel naar de wieg en keek naar het meisje.

Zo kind, ik had nog niets gewenst voor je of aan je gegeven maar, ik kan niet ongedaan maken wat zij gezegd heeft maar ik kan ook zigeunervoodoo net als zij en ik wens je iets goeds toe, ok je zult dan wel flink in slaap vallen tzt, maarrrrrrrrrrr…je zult gered worden door een knappe zigeunerprins.

Even later vertrok iedereen, want het feestje was niet echt leuk meer natuurlijk.

De moeder huilde tranen met tuiten en dat ging zo dagen door. Vader was het wel zat twee huilende vrouwwezens om zich heen, dus hij ging de hennepzaden maar eens planten.

En terwijl hij daarmee bezig was, zag hij hoe de mooie zaden, veranderd waren in schimmelige zaden, vol afschuw stopte hij ze toch maar in de grond. Misschien wilde het nog wat opkomen.

Maar helaas er kwam niets op van de hennepzaden.

De dag kwam dat het meisje 16 was, ondertussen was haar moeder een wrak van ellende van de stress etc. Het kind had zowaar puntoren en als je goed achter die oren keek zag je een lichtgroene huid doorschemeren, dus mocht het meisje met haar prachtige lange lokken, nooit het haar in een staartje ofzo.

Vaders was behoorlijk aan de drugs verslaafd geraakt en lag de hele dag voor Pampus op de woonwagenbank.

Samen met zijn broer die op een ander kamp woonde had hij een flinke wietplantage en daar teerden ze nu al jaren op.

Doornroosje erg bang gemaakt voor spinnen, liep de dag van haar verjaardag even naar het bos.

Ze liep zomaar pardoes met haar gezicht in het web van een zwarte weduwe die haar flink in de neus prikte.

Oei die zwol direct gigantisch op zeg.

Snel naar huis, ze rende en rende, en uiteindelijk viel ze neer vlak voor de deur van de woonwagen.

Vader strompelde naar buiten en tilde zijn zo geliefde kind op om haar in de woonwagen te leggen.

Ze was buiten bewustzijn, haar neus leek wel een enorme knol geworden inmiddels. Hij zag hieraan dat de zwarte weduwe spin erin had gebeten helaas.

De toverspreuk was helaas uitgekomen.

The Sleeping Princess; The Sleeping Beauty - The Allies' Fairy Book, 1916

De moeder viel huilend neer naar de bank waar haar kindlief op lag.

En buiten zweefde een kleine schotel langs het bos.

Ook daar was een droeveling, ook al was hij groen van kleur.

Het beeldschone kind bleef liggen waar ze lag en ze leek te slapen. Maanden achter elkaar er was geen beweging in te krijgen meer.

Bedroefd keken de ouders dagelijks bij het mooie meisje.

Maar ze werd niet meer wakker.

 

Velen trokken na jaren weg van het zigeunerkamp en de ouders werden oud en ouder en nog veel ouder.

Maar hun mooie kind werd niet meer wakker.

De ouders stierven en uiteindelijk, overleden ze en de woonwagen stond daar maar stil in het bos op een verlaten open plek.

Om de woonwagen heen groeiden allemaal wietplanten van uitzonderlijke kwaliteit, doch aan de buitenkant van deze plantage schoten flinke stekelige bosjes uit de grond die zeer hoog reikten.

Niemand kon er nog bij.

En zo verliepen er vele jaren…

50 jaar nadat het meisje gebeten was door de zwarte weduwe, kwam er een zigeunerprins in het bos en stond stil bij de verlaten open plek, te zien aan de vuurplaats die er ooit geweest moest zijn wist hij dat dit een oud kamp moest zijn geweest.

Hij pakte zijn heggeschaar van een bekend merk en sneed allerlei wilde takken weg, hij kende die geur nml goed.

Hmm daarachter lag wat lekkers te goed.

En na enige uren snoeiwerk zag hij plots een vervallen woonwagen staan. Hij glimlachte al die inmens hoge wietplanten hij was de koning te rijk en nu een geheimzinnig oude woonwagen, misschien lag er nog wel goud in de wagen?

Hij duwde de deur open, die half in de voegen hing, en daar op de bank lag een hele mooie jonge meid!

De zigeunerprins keek er eens naar, hm ze had wel een enorme neus zeg, vreemd, vast een of andere rare ziekte, hij keek snel in het rond.

Pakte het goud mee dat daar lag, gouden oorringen en armbanden en plots schrok hij zich wild, achter hem begon er iemand te geeuwen, echt vreselijk wat een intense geeuw dat was.

De prins keek om en keek in prachtige zwarte ogen, ze werd wakker.

Het meisje keek verward om haar heen, en raakte haar neus aan. De zwelling trok direct weg.

Oh ja ze wist het weer ze was gebeten door een zwarte weduwe.

De prins glimlachte en kuste haar zachtjes op haar rode lippen.

Het was een mooi kind dus hij deed wat zijn hart hem ingaf, nml zoenen.

Ze grinnikte en zei je bent eindelijk gekomen!

Niet begrijpend keek hij haar aan.

Maar wat maakte het ook uit wat ze zei.

Hij had een enorme wietplantage, goud en een mooie meid.

En ze leefden nog lang en gelukkig.

AngelWings

 
 

 

 

Een sprookje

 

Een sprookje

As Cosy As Can Be : Photo

Er was eens een man die helemaal alleen in het bos woonde.
Hij was ook nog eens helemaal alleen op de wereld. Niet echt natuurlijk maar voor zijn gevoel wel. Elke dag ging de man werken in het bos, hakte hout en verkocht dit in een dorp nabij. Maar op een dag werd hij wakker en dacht bedroefd waarom werk ik? En voor wie ik ben toch altijd maar alleen. Hij besloot te stoppen met werken. Hij had er geen zin meer in zo. Zo bleef de man in zijn huisje zitten, niksen. Elke dag totdat de man toch wel honger kreeg, en hij erop uit moest om eten te zoeken in het bos.
Hij ving een konijn en vond wat paddestoelen. Hij ging met knorrende maag op huis aan. De zon scheen en het was een mooie dag. En net voordat de man bij zijn huisje aankwam hoorde hij een geluid. Hij hoorde iemand roepen om hulp. Hij ging kijken waar dit vandaan kwam en vond een hele oude vrouw verward in een bramenstruik. Om haar mond nog wat braamvegen, en haar witte haren vast in de struiken. Hij hielp het vrouwtje zo goed hij kon en gaf het konijn aan haar. De oude vrouw was hem intens dankbaar en ze zei dat hij een wens mocht doen.
Nou dat vond de man niet zo moeilijk. Ik wil graag een lieve vrouw zei de man. Oei zei de oude vrouw dat is wel een hele grote wens voor mij. Maar kom morgenochtend hier terug, ik zal zien wat ik kan doen. En zo gebeurde, de volgende ochtend stond de man te wachten op dezelfde plek waar hij de oude vrouw had bevrijd uit de braamstruik. Hij bleef maar wachten maar zij kwam niet. Hij wilde bijna boos terug gaan naar zijn huis toen zijn oog viel op een groot ei dat op de grond lag op een nestje van mos.
Op het ei lagen 3 witte haren van de oude vrouw, die hij ook meenam je wist immers maar nooit?
Thuisgekomen legde hij het ei in een open doosje op zijn eettafel en legde er een handdoekje onder. Hij kuste het ei en zei, ik hoop dat je mijn wens zult vervullen. Toen hij ging slapen, droomde hij die nacht over de oude vrouw. Ze zei verbrand elk jaar een haar van mij, dan kom ik bij je. In het derde jaar van de derde haar moest hij zeker weten dat hij hielde van de vrouw die hij zou krijgen. Dan zou hem een geheim onthuld worden.
De oude vrouw lachte en zwaaide in zijn droom en ze verdween plotseling.
Toen de man wakker werd liep hij naar de tafel en zag een barst in het ei. Hij ging kijken wat er zou gebeuren.
Toen het bijna donker was brak het ei open, en daar stond een heel klein vrouwtje, met lange zwarte haren en donkere ogen, een prachtig vrouwtje, maar zo klein.
Maar dat kon de man niets schelen, hij had eindelijk een vrouw!!!
Hij ging weer werken en verdiende geld en kocht zo mooie dingen voor het vrouwtje. Hij maakte zelf een prachtig ledikantje voor haar met dekentjes en kussentjes. En elke nacht als ze gingen slapen, keek hij naar haar vanuit zijn beddestee.
De man was gelukkig! Ze lachten samen, speelden samen, aten en dronken samen. Wat wilde hij nu nog meer? Het was al meer dan hij ooit had kunnen dromen.
Ze was zijn vreugde zijn zonneschijn. Het eerste jaar ging voorbij, en de dag kwam waarop de man de eerste haar ging verbranden. De oude vrouw stond plotsklaps voor hem en vroeg of hij gelukkig was!
Dat was hij zeker, verzekerde hij haar. Hij was dolgelukkig.
De oude vrouw zei: Dank je voor het zorgen voor mijn eigen bloed, houdt je ook van haar?
Jazeker zei de man, ik hou heel veel van haar.
Nu zei de oude vrouw, heb je nog een wens misschien?
Ja zeker wel zei de man, ik zou wensen dat mijn vrouw net zo groot is als ik. Nou zei de oude vrouw, ga naar huis en het zal zo gebeuren. De oude vrouw glimlachte en leek jaren jonger te zijn.
Haar wangen bloosden, haar ogen glommen, en haar haren werden donkerder. En ineens was ze weer weg. De man ging naar huis en bij de deur stond zijn vrouw al op hem te wachten! Ze was nu een echte vrouw, even groot als hij was. En ze werden nog gelukkiger dan zij al waren!
Elke dag maakte zij het huis aan kant en ze vierden de liefde in het grote nieuwe bed dat de man had laten maken.
Wat wilde hij nu toch nog meer dan dit?
Het jaar van de 2e haar kwam er aan en de man verbrande ook ditmaal de haar, waarop de oude vrouw weer plots voor hem stond.
De oude vrouw zei: Dank je voor het zorgen voor mijn eigen bloed, houdt je ook van haar?
Jazeker zei de man, ik hou heel veel van haar.
De oude vrouw was ditmaal nog jonger geworden, haar haren waren heel donker evenzo haar ogen en haar huid was jong en glanzend.
Heb je nog een wens,. vroeg ze aan de man.
Ja euh we willen graag kinderen, zei de man aarzelend, zich afvragend of dit wel een wens was die zomaar vervuld zou worden.
Nou zei de oude vrouw, ga maar naar huis en zo zal het gebeuren.
En weer was ze weg.
De man ging naar huis en vond zijn vrouw op bed met op elke arm een kindje, een jongen en een meisje. Wat waren zij toch gelukkig met elkaar!
De man kon zijn geluk niet meer op. Hij genoot zo van zijn leven!
Het jaar van de derde haar brak aan, maar de man vergat, dat hij de haar moest verbranden. En plots stond de oude vrouw voor hem en zei: Je bent iets vergeten dit jaar!
De man schrok hiervan enorm, en greep naar zijn keel.
Wat nu? Vroeg hij aan de oude vrouw.
Ga maar naar huis zei ze, en het zal geschieden.
De man rende geschokt naar huis, en vond zijn huis leeg, op zijn keukentafel lag een gevild konijn.
De man was ziek van ellende. Hij wist niet meer hoe hij het had, en huilde van smorgens tot savonds, om het gemis van zijn vrouw en kinderen. En hij doorzocht zijn hele huis, op zoek naar de derde haar van het derde jaar.
En Godzijdank op een dag, vond hij de haar, op de vloer, in een naad verstopt.
De man rende naar buiten en verbrande snel de witte haar.
Gelukkig daar was zij weer de oude vrouw.

De oude vrouw zei: Dank je voor het zorgen voor mijn eigen bloed, houdt je ook van haar?
Jazeker zei de man, ik hou heel veel van haar. En van mijn kinderen. Waar zijn ze? Ik mis ze heel erg, ik kan zonder hen niet langer leven!
Ga naar binnen zei de nu jonge vrouw en ze lachte hem toe. De oude vrouw was zijn vrouw! Moeder van zijn kinderen.
In huis speelden zijn kinderen op de grond met elkaar, en de vrouw kwam achter hem staan en sloeg haar armen om zijn nek.
Ik werd ooit betover door een oude heks, en alleen een man die van mij zou houden zoals ik was, en dit 3 jaar lang kon mij verlossen, op voorwaarde dat hij de drie witte haren zou koesteren…alsof het delen van mijzelf waren. Nu dat waren ze ook zei de vrouw. En ze kuste hem op zijn voorhoofd, en ze leefden nog lang en gelukkig!

De koningin

SPROOKJE

 
Photobucket

Lang, lang geleden in een ver land hier vandaan woonde eens een rijke koningin. Ze was verdraaid mooi ook nog, de perfecte combinatie zou je zeggen. Maar het probleem was dat ze nogal eigenzinnig was. Ze wist verdraaid goed wat ze wou en in die tijd was dat een beetje abnormaal, vooral als je geen man was. Maar ja, geld doet wonderen. Dus iedereen hield wijselijk zijn mond, want je hing zo aan een paal als je niet uitkeek.

Deze mooie koningin, had een leuk idee, ze dacht weet je wat, ik heb 200 yorkshireterriers en die moeten uitgelaten worden, en gewassen en geborsteld en dat kon zij natuurlijk niet doen met haar poezelige Koninginnehandjes. Ze was nog nooit getrouwd, dus dat ging ze dan maar eens even regelen. Ze vroeg alle knappe mannen uit de hele wereld om op de koffie te komen, waarvoor, zei ze niet natuurlijk. Dat was een verassing. Dus alle knappe mannen kwamen langs en zij had ze voor het uitkiezen. Nu was ze een beetje gemeen, dat krijg je als je rijk bent. Ze kocht een hele zak vol drugs en gaf dat aan de mannen die ze wilde hebben.”kopje koffie? (glazenwasser), ja de koffie smaakte heerlijk. De mannen ook vond zij en ze kon er geen genoeg van krijgen. Nachten feestte ze door en dacht had ik dit nou maar eerder geweten. De yorkies vaarden er ook wel bij, dankzij al die kerels. Ze trouwde ten slotte met 80 mannen.

Ze was de eerste vrouw met een harem en volgens mij (onbegrijpelijk) ook de laatste. Toch een teken dat ze niet zo abnormaal was als men dacht. Een paar mannen werden al snel ontmand, want zij kon natuurlijk niet elke nacht feesten, ze was ook maar een vrouw en die mannen bij elkaar, nou ik weet niet, maar het zat niet zo snor geloof ik. Dus de koningin dacht, huppekee snij deraf die boel, klaar is kees. Nu waren er nogal wat kezen daarbij natuurlijk. En Kees was er maar mooi klaar mee. Maar ja haar wil was wet en… als je geen drugs meer kreeg werd je nogal depri .Dus het was kiezen of snijden. Jahaaaa, ze was een slimmerd hoor. Een dealer typje ergens wel. En dat voor die tijd. Nu was het een probleem wat kinderen krijgen betrof, dat moest ze nml. zelf doen. Kijk andersom is leuk. Maar zover zijn we zelfs nu nog niet, dus dat nageslacht nam nogal wat tijd in beslag. En van welke Kees het nu eigenlijk was, Joost mocht het weten, maar zelfs die wist het niet. De Yorkies wisten het natuurlijk wel maar hielden wijselijk hun bekjes. Nou de eerste keer was geen makkie , maar ja , feesten was leuk en ach er kwam er nog een, nou dat viel nog mee, maar de derde was weer wat ingewikkelder, hé, kon er nou niks eens leuk blijven. Ze werd er postnataliger van. Maar ach die kids werden wel weer opgevangen door al die kerels zolang hun moeder in de puree zat dus geen man over boord. Zo gingen er jaren voorbij en al die kinderen hadden een jeugd van heb ik jou daar. Sire was er niks bij met hun vreemde man- gesnij aan het vlees. Welk vlees ?!

Met dioxine of zonder.

Dus al die jonge meiden, want dat waren het allemaal, want de mannen waren allemaal jonger dan de koningin (dat is echt waar, als je ouder bent als man dan krijg je zonen en ben je jonger dan krijg je dochters ) hadden geen vadercomplex zou je denken. Dus wel, hé.Teveel van het goede is dus ook alweer niet goed. Ze gingen allemaal vreemd met de mannen van hun moeders. Stank voor dank. De Yorkies vonden het ook niet leuk, dat kan ik je wel vertellen. Het baasje zo bemieteren. Maar ja ze waren klein en verstandig dus ze hielden weer eens wijselijk hun bekjes. En ach, ze lonkten ook wel eens stiekem naar een leuke York dus. En zolang ze uitgelaten en verzorgd werden viel er niet veel te klagen. Dus het was een heel geheister daar in dat koninkrijk, scheidingen werden aangevraagd, mannen opgehangen, Ruzies, trammelant, hé, wat wreed nou toch en ze hadden nog wel zoveel plezier gehad al die tijd. Tja die koningin was niet een van de leuksten thuis dat kan ik je wel vertellen. Sommige Yorkies liepen weg , kwamen op straat te leven ,ze redden zich prima hoor daar niet van. Hun Yorkshire aard kwam wel weer boven. Maar het was toch niet zoals het hoorde, en de mensen spraken er schande van. Natuurlijk wel in het geniep, want je hing zo aan een paal, nietwaar?!Al die jonge dochters met oudere mannen, tja, dat kan toch niet en dan ook nog de man (een van de velen, die de koningin zelf niet eens bij naam kende dus heten ze allemaal Kees en Joop) van hun moeder, gelukkig niet hun eigen vader, want daar keken ze wel voor uit, incest is alleen voor de hondjes. Nu vielen ze ook niet op hun vader want die leek te veel op hun zelf en dat is nou niet echt spannend te noemen.(Wat een raar verhaal, hoe brei ik er een eind aan en een moraal die ver te zoeken is )Nou goed, de koningin was een beetje uitgespeeld en werd redelijk dement op den duur dus dat was weer een geluk bij een ongelukkige koningin.Een bril hadden ze niet in die tijd dus of ze nou Joop had of Joop of alweer Joop het verschil was niet meer zo duidelijk .En daar speelden de gemenerds lekker op in.

Ze leefden nog lang en ongelukkig en je ziet het een vrouw met een harem en veel honden kan niet goed gaan , zeg nou zelf !!!!!

In het grote dierenbos

In een groot dierenbos woonden eens vele dieren.

Heel erg veel.

En hoe meer dieren, hoe drukker het werd natuurlijk.

Natuurlijk wenste ”men” een hiërarchie in het bos. De één was wat slimmer dan een ander, een ander had een beter hol, en sommigen hadden en een prachtig hol en ook nog eens vlak bij de beek.

Wat wilde je als dier nu nog meer?

Ze hielden vergaderingen, en overlegden wie er de baas mocht spelen, over de andere dieren.

Dit waren de dieren dichtbij de beek die dit bedacht hadden. Ze vonden dat zij het slimste waren en daarom mochten zij de baas spelen over de anderen.

De rest van de dieren in het grote dierenbos was veel te druk met overleven en hun holletjes voorzien van voedsel voor de winter.

Dus ze maakten zich niet zo druk om die poeha dieren dichtbij de beek.

Ze hadden wel wat beters te doen. En aangezien er nauwelijks een hol vrijkwam bij de beek, mochten ze ook nooit meedoen met de vergaderingen die de dieren daar hielden.

Maar de dag kwam dat mevrouw Vos eiste dat de dieren in het bos zouden luisteren naar hun, de elitedieren in het grote dierenbos.

”NU is het genoeg geweest”, sliste ze valselijk. ”Wij zijn hier nu de baas”!

Ze stond op een omgevallen boomstronk dichtbij de dieren vallei.

Vele dieren keken verbaast achterom naar boven en zagen mevrouw Vos iets eisen, maar ze lachten er om. Mevrouw Vos spoot uit haar rode velletje en sprong woedend op de nietsvermoedende dieren af. ‘’Wij zijn hier de besten, jullie zijn niets waard’’!

Meneer wasbeer glimlachte eens en riep: “Oh ja, omdat jullie toevallig bij de beek wonen mogen jullie een grote mond hebben?”. ‘’Wat een onzin’’, riep mevrouw kraai uit.

Ze vloog snel in een boomtop.
Je wist het maar nooit met die valse vossen, en meneer vos was er niet bij vandaag, vast op jacht bij de kippetjes in de ren van boer Harmsen. Mevrouw Vos stond plots met haar poten wijd voor meneer wasbeer.
Grommend liet ze haar blinkende witte vlijmscherpe tandjes zien.
“Als je niet luistert, zul je eens iets beleven, wasbeer”.  Ze greep hem naar zijn achterpoot, met haar flitsende tanden beet ze hem eventjes zacht.
“En dit kan nog veel harder”, riep ze hem toe.
Meneer wasbeer was helemaal van slag, zijn poot deed enorm veel pijn. Er kwam zelfs wat bloed uit, ze had dus doorgebeten…
De rest van die dieren was stil. Ieder stond gespannen in afwachting stil.
Muisstil was het plots in het bos.
Meneer de Uil klapwiekte gewichtig met zijn vleugels. *kuch*, Ahummm…
“Beste dieren en buitendieren, wij zijn hier bij één om jullie mede te delen, dat wij nu de baas zijn in dit prachtige dierenbos. Wij eisen gehoorzaamheid en zo niet, *ahum* dan zal familie Vos jullie te grazen nemen, zo simpel is het nu eenmaal”.

De dieren mompelden voorzichtig onderling, wat er toch aan de hand was plotseling.
Waarom dachten zij dat zij de baas waren over hen?
Alleen omdat ze bij de beek woonden, wat een onzin?
Omdat ze de beste holen hadden? Dit kon toch niet waar zijn? Het was puur toeval dat zij daar bij de beek een hol hadden gevonden of gemaakt. Dit maakte hen toch niets beter dan anderen?

Niemand was het eens met de dieren bij de beek, de elite soort, die zichzelf hiervoor had uitgeroepen.

Maar de gevaarlijk blinkende tanden van mevrouw de vos, zeiden genoeg. Hadden ze nog iets te willen? Niets blijkbaar.
Met veel gemopper trokken de dieren weer verder, en gingen weer aan het werk.

Maar zo simpel was het blijkbaar dus niet. De beekdieren eisten nogal wat van de dieren uit het bos.
Nml voedsel, en opruimen van de omgeving, ze heften zelfs belasting op het drinkwater uit de beek.
Bij de beek zonnen koste bv een kippenei of een mals kevertje.
Dan mochten de dieren zich even baden in het warme zonlicht bij de beek.
De elite dieren zorgden er voor dat er grenzen werden gemaakt in het bos, niemand mocht er nog uit.
Vele beren hadden de wacht bij de rand van het bos, ze noemden zichzelf de politieberen.

Vogels trokken wel weg uit het bos, als het lukte tenminste, want meneer Adelaar, pakte hen zo snel hij kon, als iemand melding deed van een wegvliegende vogel. Dan vloog hij trots terug met een slappe vogel in zijn klauwen die hij op at in zijn grote nest op de berg.

De holen gravende dieren maakten lange gangen onder de grond en gingen er snel van door… op zoek naar vrijheid en een ander bos.

De elitedieren hadden een erg fijn leven, eten in overvloed, en de andere dieren moesten dit voedsel voor hen zoeken en afleveren.

Vele dieren leden honger en werden ziek.
Maar dat kon de elite dieren niets schelen!
Als zij het maar goed hadden immers?
Hadden die dieren maar bij de beek moeten gaan wonen, dan pas was je echt elite. En anders maar een arme sloeber, die enkel als slaaf diende voor de elite dieren.

Niemand was nog gelukkig afgezien van de elite dieren.
Hoe vreemd was dit in een bos waar overvloed was, en weelde en zonlicht bij de beek.
Terwijl men eeuwen samen leefde in vrede, was het nu een grote ellende.
De één had veel meer dan een ander, hoe oneerlijk dit toch was.

Meneer en mevrouw Vos hadden een heel fijn leventje, nu ze nooit meer uit stelen hoefden, dat werd voor hen gedaan, elke dag kip of fazant. Zalig toch?
Ze waren bijna de koning en koningin in het bos, ze hadden het maar ver geschopt zo.

De dieren brachten nooit iets uit vreugde bij hen, enkel uit angst, en die angst hielden ze er goed in uiteraard.
Als je niet naar ons luistert dan… ja, dan zou er veel gebeuren.
Het maakte hen niet zoveel uit, of ze nu een das op aten of een kip.
De dieren waren doodsbang voor de elite dieren in het bos, de dieren bij de beek.
Veel dieren hadden dorst en honger, maar niemand deed iets aan de terreur van de elite dieren.
Het was toch absurd dat een beek dieren zomaar het recht gaf zich beter te voelen dan andere dieren?
Ze waren toch allemaal dieren?
Op een dag kwam er een enorme storm over het bos.
Bomen waaiden om, takken braken af en wonder boven wonder, stroomde de beek over.
Alle holen dichtbij de beek liepen onder water.
Niets vermoedend verdronken de elite dieren in hun hol.
De volgende dag waren alle dieren bevrijd van hun ellendige elite dieren.
Ze groeven de holen dicht bij de beek, niemand mocht daar ooit nog wonen.
Alle dieren waren weer gewoon dieren en ze zochten hun eten zelf, en werkten voor zichzelf.
Er was niemand die nog de baas was over een ander dier, of zich beter voelde dan die andere dieren.
Want zeg nu zelf, dieren zijn dieren immers?

 

Het zijn geen mensen zoals wij, die dit wel doen en nog steeds doen.

Maar de vraag waarom, daarop is er nog geen antwoord.

©AngelWings

 
 

 

 

Meneer de Wolf en de zeven meidjes

Meneer de Wolf en de zeven meidjes

Heel lang geleden, hoewel dat valt ook wel weer mee.
Woonde er eens in een kleine boerderij een alleenstaande moeder met haar zeven dochters.
Vader was er vandoor gegaan met de melkmeid, en moeders stond er alleen voor met haar zeven prachtige dochters.
Nu dat vond de regering niet zo mooi. Daar moest iets aan gedaan worden dus zo gezegd zo gedaan.

Men zette meneer de Wolf in om al die mooie meidjes eens aan de tand te voelen of alles wel goed ging in huize ‘’de Zevensprong’’.
Moeder wist ervan, ze had al een brief ontvangen, dat er een onderzoek zou plaatsvinden, maar ze moest ook nog uit werken natuurlijk, anders konden ze helemaal niet meer overleven en eten en zeker niet in deze crisis tijden.
Moeder waarschuwde de meidjes om de deur vooral niet open te doen als er iemand aan belde.
Dat was goed, riepen de meidjes in koor. Moeder vertelde dat niemand te vertrouwen was in deze tijden en dat er teveel slechte mannen rondliepen met snode plannen, die te maken hadden met hersens die ergens zaten waar ze niet moesten zitten!
Moeder ging er snel vandoor op haar brommertje, richting haar werkhuisje en de meidjes sloten alle deuren en ramen en deden de luiken ervoor.
‘’Hoor’’ riep de oudste dochter, ‘’ik hoor een auto aan komen’’.

‘’Stt’’ zei de kleinste bang en ze kroop weg onder het bed.
‘’Misschien is er iets gebeurd met moeder onderweg’’, opperde de middelste, ‘ en wordt ze nu thuisgebracht door iemand die haar vond’.’ Ach jij hebt teveel fantasi’, riep de een na oudste dochter smalend en ze duwde het een na jongste zusje snel in de grote staande klok

De auto stopte op het erf en even later liep er iemand om de boerderij heen, het rammelde aan de luiken, en belde aan de deurbel, maar ze deden niet open!
Oh nee, als moeder iets zei dan gehoorzaamden de meidjes allemaal. Moeder wist alles het beste.
Meneer de Wolf was boos, zeven meiden en niemand thuis, wat was hier gaande?
Dit klopte niet, er klopte wel iets van verlangen in meneer de Wolf zijn boxershort, maar daar dacht hij even niet aan op dat moment.
Hij pakte zijn notitie boekje en schreef op dat moeders niet thuis was en dat de zeven meidjes zo bang waren dat ze niet eens open mochten doen van de moeder.
Dit was een foute boel dus, grinnikte meneer de Wolf.
Hij liep naar het raam en keek naar binnen, zijn volle vette lippen plakten tegen het raam, en lieten een afdruk na van zijn speeksel.
Langzaam liep hij terug naar zijn auto, en reed even later weg.
Gelukkig, riep de jongste dochter die is weg!
Ze sprong tevoorschijn en begon touwtje te springen in de hal.
Meneer de Wolf was niet achterlijk, hij reed zijn auto achterom, en ondernam een korte wandeling richting de kleine boerderij.
Kleine meidjes daar viel goed aan te verdienen tegenwoordig, dus deze kans liet hij niet onbenut.
Uithuisplaatsingen leverden nogal wat gelden op voor de goede zaak natuurlijk.
En soms zat er een klein hapje bij voor meneer de Wolf zelf, dus vol verve ging hij aan de slag.
Hij sloop naar de deur en tikte zachtjes op het kozijn, hij kneep even in zijn zak en begon met zoete stem de meidjes te lokken.’ Meidjes, kom en doe open de deur, ik ben thuis’!
De meiden stonden stijf van angst, moeder had toch altijd een sleutel?
‘U heeft geen sleutel moeder, hoe komt dat toch’?
Riep de oudste, naar de dichte deur.
‘Liefjes ik ben overvallen onderweg door slechte mensen, ze hebben de sleutel gestolen’, piepte meneer de Wolf. ‘En waar is uw brommer moeder’’, probeerde de middelste dochter.

‘Ook die is gestolen liefjes’.’ Ik ben lopend naar huis gekomen’.
De jongste sprong op naar de deur klink en duwde deze vol vertrouwen open, maar keek plots in het gezicht van meneer de Wolf, die met een grote grijns naar binnen keek met zijn voet al tussen de deur.
‘Zo, zo meidjes, daar trapten jullie mooi in hé’?
‘Ik kom jullie allemaal halen, jullie zijn alleen thuis is het niet’? ‘Jullie moeder liet jullie in de steek’.
‘Welnee’, riep de jongste boos uit en ze trapte hem tegen zijn schenen. Snel rende ze weg en wilde zich verstoppen, maar meneer de Wolf greep haar vast aan haar vlechten.

Al snel zaten alle zeven meidjes in zijn grote kinderophaalbus, en hij sloot tevreden de deuren in het slot.
Maar toen hij zich wilde omdraaien, kreeg hij een fikse klap met een koekenpan op zijn kop, en zag hij sterretjes en toen de nacht.
Moeders was thuisgekomen en zag hoe meneer de Wolf zijn handen niet thuis kon houden bij het sluiten van zijn autodeur.
Die winter hadden de zeven meidjes goed te eten, lekkere rollade, heerlijke blinde vinken, biefstuk en riblapjes, het was een feest.
Moeder had een leuke vriend gevonden, dus niemand die nog kwam zeuren dat er zeven meidjes eventueel alleen thuis waren.

Meneer de Wolf werd nooit meer gevonden, maar dat kon kloppen. Vraag dat maar aan de hond van de buren, die genoot van de overgebleven botjes.

©AngelWings

 

 

Moederliefde

Op een zomerdag liep een kleine jongen door een bloemenveld.
Hij zag prachtige bloemen en wilde deze plukken voor zijn lieve moeder.

Wat het jongetje niet wist, was dat zijn vader die in de onderwereld leefde, expres mooie bloemen had geplant voor het jongetje, zodat hij hem mee kon nemen naar zijn donkere wereld.
Hij wist dat het onschuldige, lieve jongetje niet mee wilde naar zijn duistere wereld onder de grond.
Het jongetje zag een hele mooie witte roos, hij wilde deze plukken, want hij wist dat dit een bijzonder mooie roos was. De roos was enorm groot en leek een prachtig regenboog achtige aura uit te stralen. Het leken wel prisma’s. Het jongetje boog zich voor over en plukte de witte roos, voor zijn moeder. En terwijl hij zich bukte, spleet ineens de aarde uiteen voor zijn voeten en verdween hij zomaar onder de grond.
In de onderaardse wereld, nam zijn vader hem mee op zijn enorme span met zwarte paarden.
Het jongetje huilde en riep om zijn lieve moeder, maar zij kon hem niet meer helpen daar in de onderwereld. Ze kon hem zelfs niet horen daar zo ver weg van haar gehoor.
Maar haar hart had het al vernomen en in grote stilte staarde ze voor zich uit.
Er was iets gebeurd met haar kind maar wat?
Ze wist het niet en ging snel zoeken.
Ze zocht en zocht, urenlang, tot het duister intrad, maar zij vond haar kind niet meer terug.
Vermoeid van het huilen en roepen, ging zij weer op huis aan, waar een oude uil in de boom zat naast hun huisje.
Oh Uil vertel mij toch, weet jij waar mijn zoon is?
Ik ben hem kwijt, riep ze wanhopig uit.
Oehoe, zei de uil en hierna antwoorde hij: Uw kind is gezien, onderin de aarde, bij zijn vader zal hij zijn, en verblijven, hoe krijgt u hem weer terug.
De moeder viel neder op de grond en woelde met haar vingers in de aarde.
Oh zoon lief, kom toch terug bij mij, huilde zij.
Maar ze kon hem niet bereiken in dat onderaardse.

Inmiddels huilde in het onderaardse ook het jongetje om zijn moeder, daar bij zijn vader.
De vader werd er moe van en ook erg boos.
Houdt op met huilen, mama’s kindje. Houdt op, ik zeg het je. Maar het jongetje was ontroostbaar.
Hij hield zielsveel van zijn moeder en ook al was dit zijn vader, maar zijn vader leefde in het onderaardse en hij wilde in de zon leven met zijn moeder, en niet in het duister.
De vader haalde allerlei speelgoed tevoorschijn, en kleurkrijtjes en papier, hij probeerde het kind aan het lachen te maken maar niets hielp.
Het duister in het onderaardse werd nog duisterder, de sfeer nog grimmiger en niets zorgde voor vreugde of opluchting.
De vader was des duivels.
Ooit was hij verliefd geworden op de mooie godinnendochter op aarde, hij had haar bespiedt en terwijl hij naar haar keek was hij smoor verliefd geworden en had hij haar meegenomen naar het duister van zijn onderwereld.
Ze had eerst gehuild, en na enige tijd in gelatenheid maar geaccepteerd dat hij haar gevangen hield.
Hij bracht vaak bloemen voor haar mee, en de lekkerste hapjes. Maar gelukkig maken kon hij haar niet.
Op een dag had zij hem iets gevraagd, waarmee hij instemde omdat hij zag hoe ongelukkig zij was daar bij hem in die onderwereld.
Ze had hem gevraagd of hij haar vrij wilde laten, maar hij had haar gezegd dat hij dan een kind van haar wilde hebben, daarna was zij vrij om te gaan.
Ze had drie maanden niet meer tegen hem gesproken maar daarna had zij ja gezegd.
Niet lang daarna, bleek dat zij gezegend was met kind. Hij was zielsgelukkig maar ook bedroefd, hij moest haar laten gaan als zij hun kind op de wereld had gezet.
Ook zij was zielsgelukkig, maar ook bedroefd, ze moest haar kind laten gaan als ze hun kind op de wereld had gezet.
Op een dag in de zomer werd het kind geboren. Het was een prachtige jongen en beide ouders waren zielsgelukkig. Ze hielden veel van het kindje. De moeder was vrij om te gaan toch kon zij dit nog niet, ze kon geen afscheid nemen van haar kind. Dus ze bleef, en bleef steeds langer.
Op een dag, liep ze met het kind op de arm langs een onderaardse beek, met daarnaast een hoge boom met de kruin heel diep ver weg tot in de aarde van het dak.
En daar doorheen straalde plots een zonnestraal, de moeder wist toen hoezeer zij de zon gemist had, en de aarde daarboven.

Het kindje op haar arm nieste door de plotse zon op zijn gezichtje, en in zijn helderblauwe oogjes.
De moeder lachte hier om.

Ze kuste het kindje liefdevol op de neus en bedacht een plan.

De volgende dag kwam zij terug met een lange trap en ontsnapte met haar kindje richting de aarde en de zon. Ze was zo blij!!!
Ze was ontsnapt aan die man en had toch haar kindje nog.
Na vele jaren had de vader wraak gezworen, ze had hem verlaten met hun kindje.
Dat zou haar berouwen.
Vandaar dat de dag kwam dat de vader het kindje op kwam eisen.

De moeder was radeloos van verdriet. Ze zocht en groef in de aarde naar een ingang van de onderwereld, maar kon deze niet meer vinden.
Vele dieren uit het nabije bos kwamen de moeder helpen en groeven holen naar een onderwereld.
Maar ook zij konden zover niet komen.

Op een dag ging de moeder naar een toverheks. De heks vertelde haar dat ze drie opdrachten moest vervullen en dat zij hierna haar kindje weer kon bezoeken.
De moeder stemde hiermee in, ze zou alle doen wat de heks van haar verwachte.

De moeder gaat op weg om 1 gouden veer te bemachtigen van het kippenhoenderhok van de koning.
Dat valt niet mee omdat dit kippenhoenderhok bestaat uit allemaal dure kippen welke beschermd worden door 3 grote waakhonden.
Als de moeder bij de koningskippen aan komt, roept ze zachtjes, Heilige moederkip?
Heilige moederkip?

Er ontstaat een chaos, allemaal kippen stuiven uiteen en beginnen te kakelen dat het een lieve lust is.
De waakhonden staan plots om de moeder heen, met een gevaarlijk grommen,  ontbloten zij hun tanden. Wat zoekt u hier moeder van het jongetje, vraagt een waakhond boosaardig.

Ik zoek mijn kind dus doe ik wat ik moet doen.
Waarom moet je dit doen, snauwt de andere waakhond grommend.
Omdat het mijn kind is, daarom, verdedigd de moeder haar kind.

De ene waakhond begint zacht te janken. Ik heb ook een jong en hij heeft pijn en kan niet meer lopen.
Ik zal er naar kijken, zegt de moeder vriendelijk, maar dan moet ik wel in ruil de gouden veer krijgen van moeder kip.
Zo gezegd zo gedaan, moeder geneest het pootje van de pup van de waakhond, er zat nml een doorn in zijn pootje, en de moeder krijgt zowaar de gouden veer van moeder kip.

De eerste opdracht was vervuld, blij gaat de moeder weer naar de toverheks.
Mooi zegt de oude heks, kijkend naar de gouden veer in haar hand, en dan nu de volgende opdracht.

Moeder gaat weer op pad, om de tweede opdracht te gaan vervullen.
Ze komt aan bij een enorm grote kuil in het bos, de kuil is gifgroen op de bodem, maar als ze goed kijkt ziet ze daar slangen krioelen op de bodem.
Hier moet zij een zilveren ring uit gaan vissen, maar hoe?

Angstig kijkt moeder om zich heen, ze durft niet tussen de gifslangen te kruipen, ze zullen haar doden en dan ziet haar kind nooit meer het licht van de zon!

Terwijl ze huilend gaat zitten bij de kuil, komt er een adelaar op haar toegevlogen.
Groots zit hij naast haar en slaat een grote vleugel om haar schouder.

Moeder niet huilen, help mij dan help ik jou!
Natuurlijk help ik zegt de moeder glimlachend, graag zelfs.
Wat kan ik doen?
Mijn jong is uit het nest gevallen in een spelonk ik kan er niet bij komen maar jij als mens misschien wel?
Hoopvol kijkt de adelaar de moeder aan.
Natuurlijk doe ik dat, zegt ze opgelucht. Mooi, dan vis ik de ring tussen de slangen vandaan.
Zo gezegd, zo gedaan, de moeder pakt de jonge adelaar uit de spelonk in een berg nabij en de adelaar pakt de zilveren ring tussen de slangen vandaan.

Moeder keert blij weerom richting de toverheks.
Mooi, mooi zegt de toverheks blij en ze bekijkt het zilveren ringetje in haar hand.

De laatste opdracht, als je deze vervult en je vindt je kind terug, is dat voor altijd!
Graag, zegt de moeder blij.

Het is wel de moeilijkste opdracht onthoud dat.

Geeft niets voor mijn kind doe ik alles!

Moeder ging op weg, naar de lava berg, waar een boze koningin woonde die een onzichtbaarheidsmantel had en de moeder moest deze zien te bemachtigen.
De moeder moest over moeilijke wegen en paden, en langs stekelige bosjes om daar te komen.
Op een dag kwam zij daar aan, en onderaan de heuvel krioelde het van de kakkerlakken.
Deze kakkerlakken hadden de zielen van naargeestige zielen, en zij sisten de moeder allerlei gemene dingen toe.

De moeder moest zich inhouden om niet te gaan huilen, zulke gemene en slechte dingen fluisterden zij haar in. Haar hart brak over hoe vals ze behandeld werd maar ze liep door.
Ze beklom de lavaberg met verve en bovenaan aangekomen stond daar een boze koningin.
Wat zij daar te zoeken had.
Ik kom voor de onzichtbaarheids mantel.
Zo zo en waarom denk je dat ik die aan jou geef?
De moeder haalde een witte roos onder haar mantel vandaan en gaf deze aan de boze koningin.
Deze roos plukte mijn zoon voor mij, omdat hij zoveel van mij houdt.
Ik geef deze aan u, in ruil voor de onzichtbaarheidsmantel, zodat ik hem kan gaan halen!
Ik mis hem zo erg, en ik moet die mantel hebben.
De boze koningin smolt toen ze de prachtige witte roos aanraakte, en werd een lieve koningin.
Het was namelijk een toverroos, betoverd door de liefde tussen moeder en kind.

Moeder kreeg de onzichtbaarheidsmantel mee.
Ze moest nog wel een keer langs al die kakkerlakken maar omdat zij de onzichtbaarheidsmantel droeg, zagen deze haar niet langskomen.
Moeder bereikte veilig de toverheks.

Nou dit is goed hoor, mompelde de toverheks.

Ik wil dat je nu nog even mijn bed opmaakt, mijn huisje aan kant maakt en de ramen zeemt, en daarna zal ik je zeggen wat je moet doen om je kind terug te krijgen.

Moeder voldeed zingend aan deze vraag.
Het huisje van de toverheks was spik en span.

De toverheks keek tevreden rond en vertelde de moeder wat ze moest doen.

Moeder ging op weg om haar zoon te vinden.
Langs de rivier, liep zij zingend van geluk, omdat ze wist, zeker wist dat het zou lukken.

Bij een zijrivier moest zij oversteken, en een bootje kwam aangevaren, mag ik overvaren vroeg de moeder.
Jazeker, wat betaald u mij?
Ik betaal u met een zilveren ring die de band voorstelt met mijn kind, want ik zoek mijn kind, ik ben hem kwijt. Ze gaf de ring aan de man en hij voer haar over met zijn boot.
Eenmaal aan wal, liep ze snel langs een rots waar een opening in zat, ze trok de onzichtbaarheidsmantel aan en vertrok in de diepe duisternis richting het onderaardse.
Ze hoorde haar kind huilen, heel in de verte, in het begin, maar steeds dichtbij kwam zij.
Uiteindelijk vond ze haar zoontje huilend bij een poel.
Ze trok het jongetje onder haar onzichtbaarheidsmantel, en hij was zo gelukkig dat hij stopte met huilen.
De vader die hoorde dat het kind niet meer huilde was even verheugd.
Maar hierna voelde hij dat er iets niet pluis was.
Hij zocht zijn kind maar kon het kind niet meer vinden.
Het was verdwenen.
Hij was zo boos dat de aarde bewoog, en er vele aardbevingen ontstonden op de aarde.
De moeder was al snel vertrokken met haar kind onder de onzichtbaarheidsmantel.
De vader had hen niet meer gezien gelukkig.

Terwijl de moeder met haar kind terugkeerde naar een plekje op aarde in de zon, besefte de vader wel, dat hij verloren had en dat zijn kind nooit gelukkig kon zijn in het onderaardse, gestolen van zijn moeder.
De moeder liet nadat zij met haar kind op aarde aan kwam, de gouden veer dwarrelen op de aarde, waardoor lava de aarde zo verhardde dat niets er nog doorheen kon komen.
Ze waren veilig voor altijd.
En ze leefden nog lang en gelukkig.

Ali Mama en haar veertig dochters.

Ali Mama en haar veertig dochters.

Ali Mama was al een oude vrouw, vol zorgen, over hoe ze konden overleven, in de woestijn.
Hoe ze aan eten kwamen, hoe ze haar dochters kon kleden en voeden, er ging geen dag voorbij, dat ze zich geen zorgen maakte.
En ondanks de hete zon, had zij niet alleen daar rimpels door maar voornamelijk door alle zorgen die zij had. Ze was al een oude vrouw, toen haar laatste dochter geboren werd, en toen was zij toch nog maar 60 jaar oud.
Ali Mama was ooit gestolen uit een harem, waar de oude verkoper Marmar haar bijzondere
Russisch-Azarbaïdjan’se schoonheid aanschouwde en haar direct verschalkte en op zijn ezel meenam richting zijn woestijndorp.

Veertig dochters had Ali Mama op de wereld gezet.
Toen zij 12 jaar was moest zij trouwen met de oude wellustige man Marmar, die haar alle kneepjes leerde van het spel der liefde, waar natuurlijk nooit sprake van was.
Die stinkende bebaarde geile bok in haar nachtstee, daar had Ali Mama nooit om gevraagd.
Hij stierf al spoedig omdat hij al erg oud was en teveel lust bezat, waarbij hij zijn jonge Ali Mama achterliet na een van zijn heftige seksuele truuks die hij ooit had geleerd in India.
Nu dan wist je het wel, over de kop, achterlangs, nu ja een heel gedoe, en hij was uiteindelijk gestikt, terwijl Ali Mama zich vol genot boog over zijn oude verweerde bebaarde geitenbaard.
Nu was Ali Mama een toen nog zeer onschuldig en lief meisje, en zij wist niet beter of hij was gestorven aan een natuurlijke dood.
In de woestijn dacht niemand daarover na, en dat moest je ook niet doen want daar was het veels te warm voor.
Maar de oude geile bok Marmar, liet zijn Ali Mama een huisje na met 5 slaapkamers en een grote woonkamer, een bijkeuken en een hal, een sik, een kale magere koe, 2 kippen en een ezel met een kar.
Al met al best veel voor een woestijn bewoner die koopman was geworden, ook al was hij de hele wereld afgereisd.
En Ali Mama bleef achter met haar twee kleine dochters en niemand die voor haar en haar kindertjes wilde zorgen.
Ali Mama moest natuurlijk ook eten en daarom, gingen des s’nachts de luiken toe, en de achterdeur wagenwijd open.
Al snel kwamen er vele mannen op bezoek bij Ali Mama, en leerde zij hen het liefdesspel zoals zij had geleerd van haar voormalige echtgenoot.
Nu was Ali Mama enorm vruchtbaar en God schoot zijn kindertjes maar uit over haar akkers.
Ali Mama werd de rijkste vrouw in het woestijn dorpje en geen vrouw die slecht over haar durfde te spreken want dan waren de mannen zo boos, dat zij hun dagloon, niet afgaven aan hun vrouw en kinderen.
Mannen waren toch al de baas daar dus wat hadden die vrouwen in te brengen?
Niets, helemaal niets enkel een aanrecht en een kale droge achtertuin, waar zij met pijn en moeite soms nog wat groenten konden kweken.
Ali Mama groeide uit tot een echte Mama, met een fikse voor en achterkant en de mannen waren stapeldol op haar. Natuurlijk betaalden ze haar mee in de onkosten voor alle dochters die zij ter wereld bracht.
Toch was dat nooit genoeg.
Zo wulps als Ali Mama was, haar dochters moesten een net huwelijk sluiten. Maar hoe kreeg zij deze mooie dochters aan de man, als niemand wist wie hun vaders waren in dat dorp?
Vele jongens wilden graag trouwen met een dochter van Ali Mama, maar voor hetzelfde geld, trouwden ze dan met hun halfzuster.
Kijk een neef en nicht dat was nog geen zonde, maar een halfzuster of broeder die samen, nee, nee niets ervan! Daar kwam niets van in.
Wat moest Ali Mama toch verzinnen om haar dochters een goed leven te bezorgen?
Veertig dochters, waaronder enkele tweelingen, beeldschoon, met zwarte amandelvormige ogen, sommigen zelfs blauw! Met prachtige gitzwarte lange haren, sommige met krullen, sommigen zo stijl dat het wel chinese pracht scheen, bijzonder mooie meiden, waar ieder zich de vingers bij af zou likken. Maar niemand mocht er aan komen, zelfs bijna niet naar kijken.
Ali Mama was ten einde raad, ooit kwam de dag dat zij heen zou gaan, en wie zou er voor haar prachtige dochters zorgen? De dochters konden prachtige kleden weven, dat stond als een paal boven water. Niemand kon dat zo goed als haar dochters. Ali Mama zelf kon totaal niet weven.
Maar de achterdeur stond altijd nog open, hoe oud ze ook was, de mannen wisten haar nog steeds te vinden.
Maar niemand raakte haar dochters aan, daarvoor hoefde zij geen enkele angst te hebben, vele mannen waren bang zelfs om de mooie meiden aan te raken, voor hetzelfde geld, had je zo incest en dat was ten strengste verboden daar in dat woestijndorp.
Ali Mama besloot dat ze iets moest doen en zo besloot ze tot een grote reis, op weg naar Perzië, om op zoek te gaan naar veertig mannen voor haar veertig dochters.
Zo gedacht zo gedaan, de mannen in het dorp waren ontroostbaar, of Ali Mama alsjeblieft terug zou komen, want ze zouden haar zo missen. Ali Mama glimlachte naar hen en zei dan: Als God het wil!
Gelijk als in een karavaan ging de optocht van start, een lange rij prachtige meiden, de een al wat ouder dan de eerstgeborene en de ander.
Maar dat deed niet terzake immers?
Uiteindelijk na vele hete dagen in de woestijn, kwamen zij aan in Perzië. Gelijk bij de grens was er een grote verrassing. Er was namelijk een dorpeling, Ali Baba en zijn veertig zonen.
Nu dat kwam goed uit.
Ali Mama klopte aan bij het huis van Ali Baba, en toen hij de deur opende en al die vrouwen zag, sprongen de tranen hem in de ogen.
Ai, ai….riep hij uit in zijn handen klappend van blijdschap.
Kijk hier, Allah heeft onze gebeden verhoord.
Veertig vrouwen voor mijn veertig zoons.
Juist zei Ali Mama toen, veertig mannen voor mijn veertig dochters.
Nu was Ali Baba enorm rijk en hij wilde alle dochters als zijn schoondochters aanvaarden, niet één uitgezonderd.
Het werd een vreselijk langdurig feest, veertig dagen en nachten lang, en elke dag sloot men een huwelijk af tussen een zoon van Ali Baba en een dochter van Ali Mama.
Ze werden enorm gelukkig allemaal.
Ali Baba met Ali Mama, want ze werden zomaar pardoes verliefd op elkaar, na veertig dagen en geef ze eens ongelijk?
De mannen in het dorpje in de woestijn bleven ongelukkig achter, maar wie kon dat wat schelen als je rijk was en in Perzië kon wonen in die tijden?
Daar was het veels te heet voor allemaal.
En ze leefden nog lang en gelukkig.

©AngelWings

 

 

Er was eens een man die helemaal alleen in het bos woonde.

 

Er was eens een man die helemaal alleen in het bos woonde.

 

Photobucket
Hij was ook nog eens helemaal alleen op de wereld. Niet echt natuurlijk maar voor zijn gevoel wel. Elke dag ging de man werken in het bos, hakte hout en verkocht dit in een dorp nabij. Maar op een dag werd hij wakker en dacht bedroefd waarom werk ik? En voor wie ik ben toch altijd maar alleen. Hij besloot te stoppen met werken. Hij had er geen zin meer in zo. Zo bleef de man in zijn huisje zitten, niksen. Elke dag totdat de man toch wel honger kreeg, en hij erop uit moest om eten te zoeken in het bos.

Hij ving een konijn en vond wat paddestoelen. Hij ging met knorrende maag op huis aan. De zon scheen en het was een mooie dag. En net voordat de man bij zijn huisje aankwam hoorde hij een geluid. Hij hoorde iemand roepen om hulp. Hij ging kijken waar dit vandaan kwam en vond een hele oude vrouw verward in een bramenstruik. Om haar mond nog wat braamvegen, en haar witte haren vast in de struiken. Hij hielp het vrouwtje zo goed hij kon en gaf het konijn aan haar. De oude vrouw was hem intens dankbaar en ze zei dat hij een wens mocht doen.
Nou dat vond de man niet zo moeilijk. Ik wil graag een lieve vrouw zei de man. Oei zei de oude vrouw dat is wel een hele grote wens voor mij. Maar kom morgenochtend hier terug, ik zal zien wat ik kan doen. En zo gebeurde, de volgende ochtend stond de man te wachten op dezelfde plek waar hij de oude vrouw had bevrijd uit de braamstruik. Hij bleef maar wachten maar zij kwam niet. Hij wilde bijna boos terug gaan naar zijn huis toen zijn oog viel op een groot ei dat op de grond lag op een nestje van mos.

Op het ei lagen 3 witte haren van de oude vrouw, die hij ook meenam je wist immers maar nooit?
Thuisgekomen legde hij het ei in een open doosje op zijn eettafel en legde er een handdoekje onder. Hij kuste het ei en zei, ik hoop dat je mijn wens zult vervullen. Toen hij ging slapen, droomde hij die nacht over de oude vrouw. Ze zei verbrand elk jaar een haar van mij, dan kom ik bij je. In het derde jaar van de derde haar moest hij zeker weten dat hij hielde van de vrouw die hij zou krijgen. Dan zou hem een geheim onthuld worden.
De oude vrouw lachte en zwaaide in zijn droom en ze verdween plotseling.
Toen de man wakker werd liep hij naar de tafel en zag een barst in het ei. Hij ging kijken wat er zou gebeuren.
Toen het bijna donker was brak het ei open, en daar stond een heel klein vrouwtje, met lange zwarte haren en donkere ogen, een prachtig vrouwtje, maar zo klein.
Maar dat kon de man niets schelen, hij had eindelijk een vrouw!!!
Hij ging weer werken en verdiende geld en kocht zo mooie dingen voor het vrouwtje. Hij maakte zelf een prachtig ledikantje voor haar met dekentjes en kussentjes. En elke nacht als ze gingen slapen, keek hij naar haar vanuit zijn beddestee.

De man was gelukkig! Ze lachten samen, speelden samen, aten en dronken samen. Wat wilde hij nu nog meer? Het was al meer dan hij ooit had kunnen dromen.
Ze was zijn vreugde zijn zonneschijn. Het eerste jaar ging voorbij, en de dag kwam waarop de man de eerste haar ging verbranden. De oude vrouw stond plotsklaps voor hem en vroeg of hij gelukkig was!

Dat was hij zeker, verzekerde hij haar. Hij was dolgelukkig.
De oude vrouw zei: Dank je voor het zorgen voor mijn eigen bloed, houdt je ook van haar?
Jazeker zei de man, ik hou heel veel van haar.

Nu zei de oude vrouw, heb je nog een wens misschien?
Ja zeker wel zei de man, ik zou wensen dat mijn vrouw net zo groot is als ik. Nou zei de oude vrouw, ga naar huis en het zal zo gebeuren. De oude vrouw glimlachte en leek jaren jonger te zijn.
Haar wangen bloosden, haar ogen glommen, en haar haren werden donkerder. En ineens was ze weer weg. De man ging naar huis en bij de deur stond zijn vrouw al op hem te wachten! Ze was nu een echte vrouw, even groot als hij was. En ze werden nog gelukkiger dan zij al waren!

Elke dag maakte zij het huis aan kant en ze vierden de liefde in het grote nieuwe bed dat de man had laten maken.

Wat wilde hij nu toch nog meer dan dit?

Het jaar van de 2e haar kwam er aan en de man verbrande ook ditmaal de haar, waarop de oude vrouw weer plots voor hem stond.
De oude vrouw zei: Dank je voor het zorgen voor mijn eigen bloed, houdt je ook van haar?
Jazeker zei de man, ik hou heel veel van haar.
De oude vrouw was ditmaal nog jonger geworden, haar haren waren heel donker evenzo haar ogen en haar huid was jong en glanzend.
Heb je nog een wens,. vroeg ze aan de man.
Photobucket

Ja euh we willen graag kinderen, zei de man aarzelend, zich afvragend of dit wel een wens was die zomaar vervuld zou worden.

Nou zei de oude vrouw, ga maar naar huis en zo zal het gebeuren.

En weer was ze weg.
De man ging naar huis en vond zijn vrouw op bed met op elke arm een kindje, een jongen en een meisje. Wat waren zij toch gelukkig met elkaar!

De man kon zijn geluk niet meer op. Hij genoot zo van zijn leven!

Het jaar van de derde haar brak aan, maar de man vergat, dat hij de haar moest verbranden. En plots stond de oude vrouw voor hem en zei: Je bent iets vergeten dit jaar!

De man schrok hiervan enorm, en greep naar zijn keel.

Wat nu? Vroeg hij aan de oude vrouw.
Ga maar naar huis zei ze, en het zal geschieden.

De man rende geschokt naar huis, en vond zijn huis leeg, op zijn keukentafel lag een gevild konijn.
De man was ziek van ellende. Hij wist niet meer hoe hij het had, en huilde van smorgens tot savonds, om het gemis van zijn vrouw en kinderen. En hij doorzocht zijn hele huis, op zoek naar de derde haar van het derde jaar.
En Godzijdank op een dag, vond hij de haar, op de vloer, in een naad verstopt.

De man rende naar buiten en verbrande snel de witte haar.

Gelukkig daar was zij weer de oude vrouw.

De oude vrouw zei: Dank je voor het zorgen voor mijn eigen bloed, houdt je ook van haar?
Jazeker zei de man, ik hou heel veel van haar. En van mijn kinderen. Waar zijn ze? Ik mis ze heel erg, ik kan zonder hen niet langer leven!
Ga naar binnen zei de nu jonge vrouw en ze lachte hem toe. De oude vrouw was zijn vrouw! Moeder van zijn kinderen.

In huis speelden zijn kinderen op de grond met elkaar, en de vrouw kwam achter hem staan en sloeg haar armen om zijn nek.

Ik werd ooit betoverd door een oude heks, en alleen een man die van mij zou houden zoals ik was, en dit 3 jaar lang kon mij verlossen, op voorwaarde dat hij de drie witte haren zou koesteren…alsof het delen van mijzelf waren. Nu dat waren ze ook zei de vrouw. En ze kuste hem op zijn voorhoofd, en ze leefden nog lang en gelukkig!

Geschreven door AngelWings