Home Volwassen Sprookjes

Volwassen Sprookjes

Prinses op de boerenzoon

Prinses op de boerenzoon

Lang geleden, zoals wel vaker het geval is, was er eens een zeer knappe en rijke prins.
Natuurlijk is dat altijd zo.
Zijn naam was prins Johannes de 4e. Want zijn vader was nml koning Johannes de 3e, en die zijn vader koning Johannes de 2e en die zijn vader was dus koning Johannes de 1ste. Dat was nog veel langer geleden.
Dus een echte prins. En deze prins wilde liever een andere naam dan Johannes te heten maar ja daar kon hij niets aan doen. Dat was beslist door zijn ouders en zelfs door de regering, maar het liefst wilde hij gewoon Prins heten. Daarom noemen we hem in dit verhaal dan ook gewoon Prins.

Nu wilde de prins Prins een prinses natuurlijk, maar ja hoe wist je nu dat een prinses een echte zuivere prinses was? De meeste waren halfbloed, en sommige van die alcoholsnollige prinsesse dus daar wilde hij niet aan denken. Daarvoor moest Prins dus naar de oude torenkamer, waar zijn overovergrootmoeder nog scheen te leven zelfs. En zij wist het, zij wist alles namelijk, omdat ze zo oud was, maar soms wist ze ook niets meer van dat alles, omdat ze zo oud was.
Maar wie weet, wist ze het die dag nog wel, en dus toog Prins menigmaal richting het torenkamertje, langs de ellenlange wenteltrappen naar boven, in de hoop dat zijn overoverovergrootmoeder een dag had waarop ze alles weer wist, omdat ze zoveel wist maar ook soms niet meer wist.

Prins bleef er slank bij, want aan sporten deed men niet in die tijden, afgezien van wat zwaardgevechten natuurlijk, en het jagen op konijnen en vossen.

Maar voor de rest, geen fitness, en geen basketbal of tennis, daar had niemand tijd voor in die dagen. Vandaar dat men ook torenkamers maakten voor oude overgrootmoeders die dan daarboven moesten verblijven omdat ze eenmaal boven niet meer naar beneden durfden te gaan.
In feite een soort ouderwets bejaardenhuis maar dan anders.

En eindelijk vandaag bleek overoverovergrootmoeder in een wijze bijdehante bui.
Dag grootmoeder, zei Prins. Ik wil u iets vragen.
Is goed jongen, knikte ze. Wat wil je mij vragen Johannes de 2e. Ik ben Johannes de 4e overoverovergrootmoeder, schrok de prins Prins.
Had ze nu alweer haar dag niet vandaag? Was hij dan weer die trap voor niets opgeklommen uren lang?
Maar nee, gelukkig, ze herstelde zich al snel.’’ Ach natuurlijk, ik had mijn loep niet voor mijn oog, vandaar’’, zei ze giegelend. Overoverovergrootmoeder had namelijk nog maar één oog dat scheelde weer met die loepen. Eén was gemakkelijker te hanteren dan twee.
Maar goed overoverovergrootmoeder wist het geheim te vertellen hoe de prins Prins een echte heuse prinses kon vinden.
Huiverend trok hij zich wat terug van de walmende asem van de oude vrouw. In die tijd had je geen gebitje voor je oma, men wist nog niet eens wat dat was, dus je begrijpt, overoverovergrootmoeder zijn dat betekende ook… Nu ja. De prins Prins bedankte de oude vrouw en kuste haar op haar vogelnestje op haar bolletje. Dag overoverovergrootmoeder bedankt voor het advies. Hij rende de trappen af, alsof de duivel hem op zijn hielen zat en wie weet was dat ook wel zo. Het kasteel was namelijk zo vreselijk oud, dat er vast wat spookte, daar in die oude torenkamers.
Prins de prins begon de volgende dag met de oproep dat hij op zoek was naar knappe boerenzonen. De koning Johannes de 3de tikte tegen zijn kroon, en vroeg zich af of zoonlief zich ineens ging verdiepen in het mannelijke geslacht. Het werd toch wel hóóg tijd voor een leuke prinses vond de koning. Maar goed hij liet hem zijn gang maar gaan. Er kwamen vele boerenzonen naar het kasteel in de hoop op wat goudstukken oid, ook al wisten zij niet wat ze moesten doen.
Prins de prins keurde alle boerenzonen met kritische blikken en hij koos er een uit die er werkelijk oogverblindend uit zag zelfs in boerenkiel. Dit ging hem dus worden. De rest mocht naar huis met een stuk varken of schaap of koe. Ze mochten zelf kiezen. Merendeel droop af met een karkas van het één of ander op de rug, maar ook velen waren boos en staken eens flink de riek in de lucht.
Maar daarvoor had Prins de prins natuurlijk ook kasteelhonden en die beten er flink op los.
Nou de boerenzoon die zo oogverblindend knap was, dat zelfs de koningin inmiddels al op leeftijd al bijna van haar stokje ging toen ze hem zag, werd ingelijfd als lakei. Hij verdiende lekker, dat mocht wel even gezegd. En in die tijd had men neuro’s dus dat was nog meer waard zelfs dan de guldens, dus dat wil wat zeggen.
Na twee maanden, riep Prins de prins allerlei prinsessen op om met hem te huwen.

Ze moesten als voorwaarde een nachtje op het kasteel doorbrengen, maar als alles goed ging en ze beviel dan zou hij met haar trouwen en zou ze een leven als een prinses hebben, als ze dit al niet had.
Nu tikten er enkele maagdelijke prinsessen op hun kroontjes of die prins Johannes de 4e wel geheel zou sporen in zijn kroonkamer? Maar ze gingen echt niet, een nachtje slapen konden ze thuis ook wel en wie weet wat er zou voorvallen in de nacht en dat verhaal met die erwt konden ze wel dromen inmiddels nee, dat wist elke prinses wel. Je zei dan gewoon dat het matras enorm hard was geweest en je niet kon slapen die nacht simpel toch? Maar toch kwamen er enkelen wel naar het kasteel, waaronder hele knappe prinsessen heus. De eerste prinses was blond als een kaarsenvlam en ze was als eerste aangekomen. Ze ging slapen die nacht in een prachtige kamer in het kasteel, welke zwoel was ingericht. Ze nam het ook niet zo nauw dus ze wachtte naakt in het grote bed op de prins die komen zou, toch? Maar ze dronk van de zalige dure wijn uit de karaf naast het grote hemelbed en viel al snel in slaap.
Na een tijdje kwam de knappe boerenzoon de slaapkamer in en nam de vrouwe in haar slaap.
De volgende morgen vroeg de prins aan het ontbijt hoe zij geslapen had.
Nou fantastisch zei ze spontaan en ze lachte hierbij al haar parelwitte tandjes bloot.
Oké zei de prins dan mag jij nu naar huis gaan.

Teleurgesteld pakte ze haar jurken weer in en vertrok met spoedige vaart en koets over de ophaalbrug richting haar eigen thuisland.
Toen was de volgende prinses aan de beurt. Ze had prachtig rood haar en felgroene ogen.
De prins vond haar wel een lekker ding vooral haar pronte borsten leken hem wel een heerlijkheid om in weg te duiken tijdens de rest van de aanstaande regeerperiode.
Maar ook zij had de volgende morgen zalig geslapen!
Teleurgesteld liet de prins haar gaan en wierp woedende blikken op de boerenzoon.

Heey eh je bent toch wel echt een boerenzoon en geen nazaat van mijn vader ofzo hé? Verifieerde hij nog even voor de zekerheid want de boerenzoon mocht geen druppel koninklijk bloed in zich hebben, anders werkte de test niet.
Er kwam een prachtige prinses langs met schitterend lang zwart haar en mooie lichtbruine ogen. Maar helaas ook zij had zalig geslapen. En zo ging dit maar door, een jaar later was er nog geen enkele prinses goedgekeurd want ze sliepen zalig dankzij de vreselijk knappe boerenzoon.

En een echte prinses zou dan zeggen dat ze slecht geslapen had. Dan was ze pas een echte. Geen boerenzoon zou haar zalig laten slapen, alleen een echte prins kon dat namelijk.

De Prins spatte uit elkaar van jaloezie om al die mooie vrouwen had hij laten gaan, en omdat zijn overoverovergrootmoeder gezegd had wat hem te doen stond.
Hij gooide hierna zijn overoverovergrootmoeder uit het torenkamertje zo pardoes op de binnenplaats van het kasteel, waar de kasteelhonden de restanten op aten.
De vreselijk knappe boerenzoon, werd verbannen naar een naburig buurland waar hij toch behoorlijk vriendelijk werd ontvangen door de plaatselijke prinses, en waar zij zelfs een uitzondering maakte op de regel door te trouwen met de knappe boerenzoon.
Prins mopperde aan één stuk door, zijn vader zou wel hebben liggen vozen in het hooiland en die boerenzoon was vast een van zijn nakomelingen, overoverovergrootmoeder was te dement nog om zich te herinneren wat nu echt het verhaal was achter het ontdekken van een echte zuivere prinses, kortom, hij wist het gewoon niet meer. Hij ging steeds vaker op pad, en trok er op uit de wildernis in, waar hij op een dag een mooie vrouw tegenkwam welke in het water bezig was te verdrinken.

Ze riep om hulp en de prins sprong toch maar het water in met zijn dure kledij.

Toen hij het natte kind op de kant had getrokken, werd hij op slag zo smoorverliefd op haar dat ze het deden daar aan de kant van de weg. Tussen grassprieten en doorns en bramen, en vele ongedierten die tussen hun bilnaad kropen. Maar dat kon de pret niet drukken.

De prins was dolgelukkig, prinses of niet, het kon hem niets meer schelen namelijk.
Toen hij vroeg hoe ze het had gevonden, zei ze blij dat het Goddelijk was, en dat ze een prinses was, nu ja hij zou haar maar op haar woord geloven.
Want boerenzonen waren ook niet te vertrouwen en overoverovergrootmoeders ook niet.
Ze trouwden en leefden nog lang en gelukkig.

©AngelWings.nl

 

 

 

Oude vrouw in het bos…

Oude vrouw in het bos…

  GIF

Bij het verlaten van zijn voordeur keek hij nog eenmaal in de spiegel, gleed met zijn hand door zijn glibberkapsel, en trok zijn das recht. Hij glimlachte tegen zichzelf, dit deed hij dagelijks nml. Hij vond zichzelf wel een geschikte peer . De zon scheen warm en hij klapte zijn ray ban omlaag van zijn hoofd naar zijn neusbrug. Hij zwaaide naar zijn buurvrouw die haar plantjes water gaf, en stapte in zijn zwarte bolide. Strak reed hij weg, vlijmscherp door de bocht, de banden piepten. En de zon scheen onerbarmelijk op zijn autodak. Om zijn pols glom zijn dure horloge, deze tikte de tijd weg. Tijd die hij goed bestede, Silvio wist wat hij wilde, in het leven en had het al ver geschopt in zijn carriere.
Natuurlijk met ellebogenwerk, had hij zich een weg gebaand naar de top. Hij was geslaagd zogezegd. Beleggingen waren zijn ding en hij had geld teveel. Onderweg naar niemandsland, reed hij over de snelweg. De muziek hard, meezingend, dak open, zijn glibberkapsel bleef zitten zoals gewoonlijk.
Hij had geen zorgen, nooit gehad, nooit meegemaakt, niets gezien, niets ervaren enkel geslaagd zijn in het leven telde voor hem. Hij had alles mee, een goede look, een vlotte babbel, en charisma.
De zon scheen te heet die dag, slaperig van het rijden, stopte Silvio bij een bospad.

Even pauzeren, zijn vrije dag goed besteden, ontspannen,’’ relax is flex’’, zei hij altijd lachend.
Het was er stil op het bospad maar zo heerlijk koel. Silvio besloot een eindje te gaan wandelen. De natuur was er prachtig, en het was heerlijk koel. Koeien in de wei, vogels die opvlogen als hij langs kwam, en een eind verderop zag hij paarden lopen. Silvio knabbelde op een grasspriet, en genoot.
Hij dronk wat van zijn zakflacon en liep verder, steeds verder het bos in. Waar hij opeens een klein huis waarnam, dat was leuk! Silvio keek naar het wonderlijk kleine huisje, op het dak lag allemaal glassplinters en deze schitterden in de zon, prachtig was het effect, in allerlei kleuren, waren de glassplinters geplakt. De ruitjes waren klein, maar allen bedekt met kleine gordijntjes, vriendelijke roodgeblokte gordijntjes. De voordeur was klein, en blauw van kleur. Silvio klopte aan voor de gein, hier zou toch vast niemand wonen wel?
Silvio schrok enorm toen de voordeur krakend en piepend open ging..

Voor hem stond een klein oud vrouwtje, vreselijk gerimpeld was ze, maar ze glimlachte vriendelijk.
Dat vind ik nou fijn, dat er eens bezoek komt, zei ze hartelijk. Kom binnen, dan gaan wij even wat drinken. Ze opende uitnodigend de deur achter haar, kom wenkte ze hem.
Silvio dacht dat het geen kwaad kon, dat ouwe mens, die sloeg hij zo neer dus, hij stapte de kleine voordeur door en stond in een hele smalle gang. Kom zei het oudje met krakende stem, ze wenkte hem nogmaals. Ze troonde hem mee naar de achtertuin waar gezellig een klein tafeltje stond met hierover heen een eveneens rood geblokt tafelkleedje, en 2 gezellige stoeltjes completeerden het geheel. Midden in de tuin stond een appelboom vol appels, prachtige groene appels.

Kirrend wees het oudje Silvio zijn plek, en ze bracht hem snel een kan fris water, inclusief citroenen en ijsblokjes. Wat fijn zei ze weer en ze wreef in haar gerimpelde handen. Silvio kon denken wat hij wilde maar wat smaakte dat frisse drankje hem heerlijk. De zon scheen onerbarmelijk op alles, behalve de tuin scheen de koelheid zelve te zijn, want het was niet te merken dat het zulk warm weer was. Er was zelfs een lichte bries waar te nemen, Silvio genoot. Hij voelde zich opeens zeer gelukkig. De oude dame boodt hem een appel aan van de boom. Jij mag wel wat appels meenemen, als u straks weer weg gaat hoor, bood ze gul aan. Silvio knikte maar weer eens.

En langzaamaan terwijl de oude dame, aan een haakwerk bezig was, een tafelkleedje leek het wel, vielen Silvio’s ogen toe. Het was donker toen hij wakker werd, er was geen zon meer, geen licht, maar enkel donkerte om hem heen. Hij kon zich niet bewegen, hij zat vast, in iets.Hij lag op een bed oid. Silvio riep om hulp, wat was er toch gebeurd in vredesnaam? Hij kon het zich nauwelijks herinneren, zijn hoofd bonkte. Er had vast iets in het drankje gezeten, dacht hij. De oude dame kwam met een brandende kaars aanlopen, welke schaduwen toverde rondom hen. En hij zag om zich heen de vage contouren van een kelder, ‘’Wat is dit verdomme’’, riep hij uit. ‘’Verdraaid, laat me hier uit, ik moet naar huis’’. De oude dame glimlachte naar hem, en tot zijn afgrijzen stond ze naakt voor hem. Afgezakt gerimpeld als Methusalem, stond daar een oud wijf voor hem, naakt nog wel! Wat was ze van plan? In vredesnaam…Ze lachte kirrend en riep uit,’’Iik heb er een gevangen, ahahahaha, ik heb er een gevangen, jaja’’, en ze voelde aan het haakwerkje dat om Silvio heen was geknoopt. Snirpend klonk haar lach in de nacht. Wat bent u met mij van plan, oud rotwijf, laat me gaan! Riep Silvio uit.
De oude vrouw dook naar zijn geslacht en nam hem in haar mond, en tot Silvio’s afgrijzen bleek hij ook naakt te zijn.’’ Raaaghhhhhhhhhhh’’!!! Riep hij uit, neeeeeeeeeeee,….
Maar de oude dame kon er wat van, tandeloos masseerde ze zijn geslacht op vakkundige wijze.

Silvio werd opgewonden, nee dit kon toch niet waar zijn? Maar het was waar. En de oude vrouw ging op hem zitten, Hoepla zei ze lachend, en ze begon te bewegen op hem. Het was zo ranzig dat het bijna opwindend werd, Silvio wist niet meer hoe hij het had. De zomer had invloed op hormonen jazeker maar dit? Verbaast keek hij naar haar, het oude mens hoe lenig zij op hem tekeer ging, hoe zij kreunend haar hoofd achterover gooide en een tandeloze mond zijn verstand verbijsterde. Onderwijl vielen er haarspelden uit haar grijze knoetje en vielen er zilverachtige strengen haar over haar gerimpelde schoudertjes, ach got dacht Silvio, zo leek ze net nog een jonge vrouw, in het donker althans.
Nadat hij toch tot op onvoorstelbare hoogte was gekomen en zij ook blijkbaar, want ze viel plots over hem heen en was niet meer wakker te krijgen. Misschien was ze wel dood? dacht Silvio, wat moest hij dan?

Maar gelukkig na enige tijd begon ze weer te bewegen, en stond ze krakkemikkig en kreunend op van het bed, met een schaar knipte ze het haakwerkje los, ondertussen gevaarlijk bij zijn geslacht aan het knippen, waarop Silvio nog schreeuwde opdat ze voorzichtig moest zijn!
maar uiteindelijk was hij bevrijd en stond hij op, hij wreef zichzelf over zijn spieren, en wilde de oude vrouw een flinke klap verkopen, was ze nu helemaal zot? Maar hij keek in een paar lieve oude ogen en hij kon het niet over zijn hart verkrijgen om die oude vrouw een klap te verkopen. Ze kon zijn oma zijn bv. Nee dat zou hij niet doen. Hij begreep haar eenzaamheid wel heus. Hij kreeg nog appels mee van haar. En zo eens per jaar in de zomer gaat hij nog wel eens op bezoek bij de oude vrouw in het bos en krijgt hij appels mee.

 

Hans en Grietje maar dan heel modern…

Hans en Grietje maar dan heel modern…
Het was een knappe tweeling, Hans en Grietje.
Twee schattige leuke kindertjes, en altijd samen.
De moeder van Hans en Grietje, had alleen niet zoveel aandacht voor haar leuke kinderen.
Haar man had haar verlaten voor een jonger exemplaar en nu had ze af en toe een scharrel.
Maar weinig mannen wilden bij deze alleenstaande moeder blijven met die tweeling erbij en de 3 pitbulls die mama had aangeschaft wegens een soort eenzaamheid.
Het huis was een zooi, moeder waste geen kleding, en de afwas werd ook al niet meer gedaan.
Hans en Grietje deden hun best, maar het waren nu eenmaal kinderen.
Wat kon je daar van verwachten?

Hun moeder had net weer een nieuw vriendje en die gebruikte nogal veel drugs.
Hun moeder was daar ook niet vies van dus inmiddels lagen ze de hele dag op bed te niksen ofzo.
En Hans en Grietje moesten zich maar zien te redden,
gek genoeg had niemand het door dat dit gezin niet zo jofel liep, anders was jeugdzorg vast wel langsgekomen.

Elke dag had moeder wel ruzie met haar nieuwe vriend.
De kinderen gingen vaak buiten spelen en als ze al binnenkwamen was het voor de bak patat op de bank en een frikandel of een kroket en dan gingen ze snel weer naar buiten of op hun slaapkamer spelen.
De vriend van hun moeder had geen werk natuurlijk en hun moeder ook niet. Ze leefden dus erg arm.
Nu werkte de vriend er wel eens wat bij en kwam zo aan zijn gram…drugs dus.
Maar op een dag was al het geld al op en drugs was voornamer dan voeding. De kinderen hadden een berehonger!
Maar er was niets in huis.
Die avond kon Hans niet slapen, hij hoorde zijn moeder praten met haar vriend.
Zeg Theo dit ken zo niet langer hoor heey!
Die kindere motte toch te vrete hebben?
Nou goed het bekende verhaal, u kent het vast wel, was het antwoord van die vriend.
Weet je wat snol, we brenge die kindertjes van jou us mooi naar het kinderbos morgen.
Ik heb er geen zin meer an, met die kinderen van jou.
Weet je dat wel, snol die je bent.
Ik ken er nie meer tegen joh. Ach hou toch je bek man! Dat benne wel fftjus mijn kinderen!
Ja gaat dan ff zelf lekker werrukkuh trut!
Dit ging enige tijd zo door en Hansje kreeg het er benauwd van.
Hoezo naar het kinderbos, bestond dat dan?
Hans was slim en sloop weer naar boven.
Hij zocht zijn knikkerzak vol knikkers op en verborg deze onder zijn kussen.
De volgende middag, kwam zijn moeder en haar vriend uit bed.
Hun moeder was extra lief die dag, dat viel wel op.
Zo anders dan anders en haar ogen waren zo vreemd opgezwollen!
Ze gaf hen een knuffel zelfs.
Ze noemde hen; Mijn schatjus.
De vriend was even weggeweest en kwam terug met de mededeling dat hij een auto had kunnen lenen van zijn maat.
Kom kinderen we gaan ff een eindjuh rijuh in die auto.
Hans nam snel zijn knikkerzak mee en stopte deze onder zijn dunne jasje.
Ze gingen inderdaad naar een bos.
Grietje had niets in de gaten en ze zong uit volle borst.
Hans vertelde haar maar niets, want hij wist nog niet wat er zou gaan gebeuren.
Ze wandelden een flink eind vanaf de autoweg.
Hans gooide telkens een knikker op de grond, zo kon hij de weg vast weer terugvinden.
Uiteindelijk kregen ze beiden een pakketje met brood mee en een waterflesje voor onderweg.
Zo, wij gaan ff een eindje wandeleh en halen jullie zo weer op.
Wel hier blijvuh hé!?
Hun moeder vertrok, na een knuffel, met haar vriend, verder het bos in.
Hans en Grietje stonden daar zenuwachtig te wachten.
Oh Hans wat nu, riep Grietje uit, waarom mogen we niet met hen mee?
Hans vertelde wat de vriend van hun moeder gezegd had en dat ze dus nu in het kinderbos waren.
Maar zei hij trots, kijk eens ik heb allemaal knikkers meegenomen en ze overal neergestrooid onderweg.
Zo vinden wij de weg wel weer naar huis hoor.
Oh Hans wat knap van jou, zei Grietje en ze gaf hem een kusje op zijn neus.
Laat dat, bromde Hans.
We gaan eerst ons brood opeten en dan op pad.
Het werd al wat schemerig en Grietje vond het erg eng in dat donkere bos.
Oh Hans zijn we dan wel op tijd thuis?
Welk thuis, bromde Hans. We gaan onze vader opzoeken Grietje, mama kan niet voor ons zorgen.
Het begon te regenen, en de kinderen werden nat.
Rillend liepen ze dicht tegen elkaar aan, op zoek naar knikkers in het bos, dat vol bladeren lag.
Het was heel moeilijk om ze te vinden en uiteindelijk raakten ze de weg kwijt.
Het was enorm donker in het bos en snikkend liepen ze daar samen tussen de bomen door.
Hoe kan mama ons dit aandoen Hans, snikte Grietje uit.
Dat komt door de drugs Grietje, ze is verslaafd en die man ook.
Oh Hans wat nu toch, hoe komen we hier nu uit?
Tussen de bomen door zag Hans een lichtje branden, daar kijk.
Daar is een huisje, we gaan daar aanbellen en vragen of ze ons willen helpen ok?
Opgelucht holden de kinderen richting het huisje in het bos.
Ze belden aan en de deur ging even later krakend open.
Een kleine dikke meneer deed open en lachte vriendelijk naar de kinderen.
Kijk eens aan, zei hij, kijk eens aan, wat hebben wij hier?
Kom toch binnen bij ome Frans!
Met zijn arm wees hij achter zich, de warme hal in, kom toch kinderen kom!
Ze waren zo opgelucht dat deze vriendelijke meneer hen binnenliet.
Och och wat een mooie kinderen zijn jullie.
Ja we zijn een tweeling vertelde Grietje trots.
Ow wat zijn jullie natgeregend weet je wat, ik ga jullie lekker in bad doen.
Kom maar mee en de vriendelijke meneer nam de kinderen mee naar boven.
Hij vulde een groot bad in een mooie badkamer.
Hij trok eerst Grietje haar kleertjes uit, zo meidje ga jij maar lekker eerst hoor.
Grietje genoot van het warme water en even later droogde de meneer haar af.
Zo kijk eens hier een reuzenbadjas van mij die mag jij aan!
Hoe vind je dat, lachte de man vriendelijk.
Ome Frans heeft ook nog een badjas voor Hans.
Kom Hans jongen ook jij even lekker in dat warme badje.
Ook Hans werd ontkleed door ome Frans.
Ome Frans kietelde Hans ondertussen en Hans had de slappe lach inmiddels en plonste zo het badwater in.
Ome Frans waste Hans flink onder het water.
Zo kindertjes wat fijn dat jullie gekomen zijn bij mij.
Ik verlang enorm naar gezelschap en zeker van kinderen, jullie zijn altijd welkom hoor.
Kom we gaan even wat lekkers eten beneden en dan mogen jullie lekker slapen in de logeerkamer.
Ome Frans had allemaal lekkers in huis, zoveel zelfs dat ze het niet eens opkonden.
Snoepjes en frisdrankjes en lekker eten, zelfs biefstuk, nu dat hadden ze nog nooit gegeten.
Voldaan gingen de kinderen naar bed.
Ome Frans stopte hen lekker in en kuste hen op de mond.
Zo lieverds nu lekker slapen hé!? Morgen komt alles goed hoor.
Uitgeput vielen de kinderen in slaap.
De volgende morgen moest Hans alles stofzuigen in het huis.
En Grietje mocht de afwas doen.
Ome Frans keek toe vanaf zijn canape, en glimlachte maar.
De voordeur was op slot. Hans had dit al gezien maar zei niets, maar vond het wel vreemd.
Na het ontbijt vroeg Grietje wanneer hij hen naar huis zou brengen.
Oh nu nog niet liefje, schamperde de dikke man.
Nee jullie blijven nog een tijdje bij ome Frans hoor.
Ik vind jullie veels te mooi om al te laten gaan en ome Frans wil wel wat plezier beleven aan jullie.

De kinderen waren erg bang maar deden gehoorzaam wat ome Frans van hen vroeg.
En dat was na een week al heel wat.
Ome Frans friemelde graag aan de kindertjes en deed ze dolgraag in bad.
Hij liep rond met zijn badjas aan en mn open.
Daaronder was hij dan naakt.
Seksueel werden ze nog niet misbruikt, maar het scheelde niet veel.
Hans zocht naar allerlei manieren om te vluchten, maar hij kon niet zonder zijn zusje vluchten uiteraard.
Maar op een avond zagen ze zwaailichten in het bos en daar was de politie.
Ze ramden de voordeur open en redden de kinderen uit handen van ome Frans, die pedofiel was.
Getraumatiseerd kwamen de kinderen op het politiebureau terecht waar ze onderzocht en ondervraagt werden.
En uiteindelijk kwam hun vader hen ophalen met zijn nieuwe vrouw.
Ze waren dolgelukkig en de vader wilde dat de kinderen bij hem kwamen wonen.
Hij mocht de kinderen nooit meer zien van zijn ex vrouw vertelde hij.
Hij had het daar maar bij gelaten maar als hij had geweten wat voor een moeder zij was, had hij de kinderen weg laten halen bij haar.
Hij was blij dat de kinderen ongedeerd waren, maar ze hadden wel een fikse tijd therapie nodig dankzij volwassen mensen die zich niet kunnen gedragen.
Dat is heel erg jammer.
Maar zo gaat dat anno 2017.
Hun moeder wilden de kinderen nooit meer zien.
Een moeder die kinderen in een kinderbos achterlaat is geen moeder.
De kinderen groeiden voorspoedig op en kregen later werk in de sociale dienstverlening om andere kinderen te helpen.
Want dat gaat ook vaak zo.

 

Het geweldige mooie eendje!

Het geweldige mooie eendje!

Baby en moeder zwaan
Er was eens heel lang geleden een leuke eend. Ze woonde op een grote boerderij en ging eens aan de wandel in de buurt en ja hoor, ze ging vreemd achter de bosjes nabij de wilde eendenvijver. Iedereen sprak er schande van! Ze had het gedaan met een wilde eend! Haar eendenmannetje was niet bijster snugger, dus die geloofde er niets van. Nu was hij ook al behoorlijk seniel omdat hij al oud was. Whatever!

De eend ging eitjes leggen en ging er bovenop zitten. Het duurde en duurde maar, maarrrrrrrr op een dag kwamen de eieren uit. Tikketik, tevreden keek de a.s. moedereend naar de eitjes waar barsten in kwamen. Nu de hamvraag nog, was de eend al moeder omdat ze eieren had gelegd of werd ze pas moedereend nadat de eieren uitkwamen? Nah goed…

De eieren kwamen uit, maar 1 nog niet natuurlijk! Die kenden we nog wel toch van vroeger! Juist het mooie eendje dat duurde wel lang voor die tevoorschijn kwam! Moeder eend baalde als een stekker en ging een eindje om met de kids. Ze had er nu al 7 stuks en nr 8 wilde nog ff niet. Tjonge…wat een gedonder toch. Vader eend bleef wel in de buurt van het ei natuurlijk. Het was toch zijn jong immers? (Wist hij veel) Nou nou uiteindelijk kwam nr 8 er aan hoor. Kraak tik, moeder mopperde en zei schiet toch eens op kind ik heb niet de hele dag de tijd! Een schelle piep was haar antwoord. Ongeduldig trappelde moeders met haar voeten.

Nou na vele uren was het er dan een oogverblindend eendenkind! Alle eenden knipperden flink met hun oogjes, wastattaan? (Dat betekend: wat is dat dan?) Spiersneeuwwit was het eendenkind. Prachtige grote donkere zwoele ogen, toen al hé? Zo jong…. Nou goed iedereen jaloers natuurlijk en moeder eend best wel een beetje erg veel trots op dat ene jong! De rest, ach ja zo eends, maar deze, wauwie! Ja, ze stak ze allen de ogen uit bwvs! Trots paradeerde ze met haar 8 jongen langs alle eenden. Kijk haar gaan zeiden ze jaloersig. Met dat wilde eendenkind, wat is tie lelijk! Welnee zei de oude kalkoen tis geen lelijk jong maar pffffff… Zo een smerige wilde vadereend, ik moet dat niet! Het eendenjong was ook erg lief en vreedzaam en aardig. Tegen iedereen had het een koninklijke houding. Als iemand lullig tegen de mooie eend deed, dan zei het eendje niets terug en was bescheiden. Men ergerde zich groen en geel aan dat gedrag. Pff het verbeeld zich heel wat, riep de haan uit. Hij verbeelde zichzelf nogal veel, maar goed? Niemand durfde dat te zeggen hé? Men pikte naar het knappe eendje…rot op verwaand nest, zeiden ze dan. Smerige wilde eend, ga weg van ons hier! Het arme dier wist niet waar het te zoeken. Wat was er toch gaande? Waarom hield niemand behalve zijn vader en moeder van hem? Had hij iets fout gedaan soms? Hij was gewoon geboren en had toch ook recht op een normaal leven net zoals alle dieren op de boerderij? Waarom deden ze zo onaardig tegen hem? Op een dag besloot de knappe eend de boerderij te gaan verlaten. Hij werd zo intens gepest en getreiterd hij was het zat. En als het nu logisch was, maar nee natuurlijk niet. Hij was er achter inmiddels dat het gewoonweg kant nog wal sloeg. Dus, na enige weken vertrok hij, ver weg van zijn lieve ouders. Met tranen in zijn oogjes dat dan weer wel!

Hij trok de wijde wereld over voor zijn eendengevoel. Op weg naar iets dat hem blij zou maken. In zijn gevoelens was er iets dat aan hem trok. Misschien het wilde eendengevoel wel? Wie zou het zeggen maar hij wilde weg van alles dat ellendig was. En dat was de plek waar hij geboren was. In zijn eentje zwom het eendje,… langs wateren en Giethoorn. Dat vond hij wel mooi daar. Dat dan weer wel! Maar hij voelde zich ook enorm eenzaam. Geen ouders die hem zouden behoeden voor het kwaad dat er toch was in deze boze wereld. En was hij een mens geweest dan had hij een wapen gehad om zich te verdedigen maar hij was geen mens. Hij was een simpele eend…toch?

Hij zwom zich zot in Giethoorn. Ene pad in andere uit, en toch weer hetzelfde pad. Hij snapte er niets van! Wat een saai gedoe…en nu? Maar op een dag, wauwie… hij schoot langs bootjes heen…zwom linksom rechtsom, liet zich gewillig fotograferen door deze of gene die in een bootje zat/ Maar plots, kwam hij aan bij een plek die hij niet kende alsnog. What the fuck kreet hij uit. Prachtige witte grote reuzenzwanen rezen op uit het water, edele halsen lang, zo lang had hij nog nooit gezien! Maar ja hoor…prachtig waren ze…koninklijk ook! Verlangend keek hij naar hen. Oh zou hij…zou hij ze aan spreken? Hij keek naar hen met een wild verlangen in zijn borst…alsof…alsof. Een van de prachtige zwanen, want dat waren zij zwom op hem toe. Ze liefkooste zijn witte hals. Oh prachtige prinsen zwaan, wat ben je mooi. Ja de mensen doen vaak moeilijk die zwanen niet hoor! Gewoon erg direct zijn ze.. Nou hij keek zijn oogjes uit, wat een beauty. Hij begreep eindelijk natuurlijk dat hij geen doorsnee eend was, zelfs geen eend! Maar een prachtige zwaan! En omdat men dit niet begreep had men zo lullig gedaan! Nogal wiedus! Hij leefde nog lang en gelukkig en vloog op een dag met zijn zwanen vrouw en kinderen eens terug naar de boerderij waar hij geboren was. Hij omhelste zijn ouders, die eend waren maar dan nog. Wat maakte het uit. Zijn seniele eendenvader riep maar uit, wat ben je groot geworden jongen, wat ben je groot geworden! En zijn moeder huilde het uit, dat hij toch niet van haar wildebras was geweest, maar puur onder haar buik was gelegd om uitgebroed te worden gelijk een koekoeksjong, maar hij was wel mooi! Dat zeker wel!

©AngelWings

 

 

In het grote dierenbos

In een groot dierenbos woonden eens vele dieren.

Heel erg veel.

En hoe meer dieren, hoe drukker het werd natuurlijk.

Natuurlijk wenste ”men” een hiërarchie in het bos. De één was wat slimmer dan een ander, een ander had een beter hol, en sommigen hadden en een prachtig hol en ook nog eens vlak bij de beek.

Wat wilde je als dier nu nog meer?

Ze hielden vergaderingen, en overlegden wie er de baas mocht spelen, over de andere dieren.

Dit waren de dieren dichtbij de beek die dit bedacht hadden. Ze vonden dat zij het slimste waren en daarom mochten zij de baas spelen over de anderen.

De rest van de dieren in het grote dierenbos was veel te druk met overleven en hun holletjes voorzien van voedsel voor de winter.

Dus ze maakten zich niet zo druk om die poeha dieren dichtbij de beek.

Ze hadden wel wat beters te doen. En aangezien er nauwelijks een hol vrijkwam bij de beek, mochten ze ook nooit meedoen met de vergaderingen die de dieren daar hielden.

Maar de dag kwam dat mevrouw Vos eiste dat de dieren in het bos zouden luisteren naar hun, de elitedieren in het grote dierenbos.

”NU is het genoeg geweest”, sliste ze valselijk. ”Wij zijn hier nu de baas”!

Ze stond op een omgevallen boomstronk dichtbij de dieren vallei.

Vele dieren keken verbaast achterom naar boven en zagen mevrouw Vos iets eisen, maar ze lachten er om. Mevrouw Vos spoot uit haar rode velletje en sprong woedend op de nietsvermoedende dieren af. ‘’Wij zijn hier de besten, jullie zijn niets waard’’!

Meneer wasbeer glimlachte eens en riep: “Oh ja, omdat jullie toevallig bij de beek wonen mogen jullie een grote mond hebben?”. ‘’Wat een onzin’’, riep mevrouw kraai uit.

Ze vloog snel in een boomtop.
Je wist het maar nooit met die valse vossen, en meneer vos was er niet bij vandaag, vast op jacht bij de kippetjes in de ren van boer Harmsen. Mevrouw Vos stond plots met haar poten wijd voor meneer wasbeer.
Grommend liet ze haar blinkende witte vlijmscherpe tandjes zien.
“Als je niet luistert, zul je eens iets beleven, wasbeer”.  Ze greep hem naar zijn achterpoot, met haar flitsende tanden beet ze hem eventjes zacht.
“En dit kan nog veel harder”, riep ze hem toe.
Meneer wasbeer was helemaal van slag, zijn poot deed enorm veel pijn. Er kwam zelfs wat bloed uit, ze had dus doorgebeten…
De rest van die dieren was stil. Ieder stond gespannen in afwachting stil.
Muisstil was het plots in het bos.
Meneer de Uil klapwiekte gewichtig met zijn vleugels. *kuch*, Ahummm…
“Beste dieren en buitendieren, wij zijn hier bij één om jullie mede te delen, dat wij nu de baas zijn in dit prachtige dierenbos. Wij eisen gehoorzaamheid en zo niet, *ahum* dan zal familie Vos jullie te grazen nemen, zo simpel is het nu eenmaal”.

De dieren mompelden voorzichtig onderling, wat er toch aan de hand was plotseling.
Waarom dachten zij dat zij de baas waren over hen?
Alleen omdat ze bij de beek woonden, wat een onzin?
Omdat ze de beste holen hadden? Dit kon toch niet waar zijn? Het was puur toeval dat zij daar bij de beek een hol hadden gevonden of gemaakt. Dit maakte hen toch niets beter dan anderen?

Niemand was het eens met de dieren bij de beek, de elite soort, die zichzelf hiervoor had uitgeroepen.

Maar de gevaarlijk blinkende tanden van mevrouw de vos, zeiden genoeg. Hadden ze nog iets te willen? Niets blijkbaar.
Met veel gemopper trokken de dieren weer verder, en gingen weer aan het werk.

Maar zo simpel was het blijkbaar dus niet. De beekdieren eisten nogal wat van de dieren uit het bos.
Nml voedsel, en opruimen van de omgeving, ze heften zelfs belasting op het drinkwater uit de beek.
Bij de beek zonnen koste bv een kippenei of een mals kevertje.
Dan mochten de dieren zich even baden in het warme zonlicht bij de beek.
De elite dieren zorgden er voor dat er grenzen werden gemaakt in het bos, niemand mocht er nog uit.
Vele beren hadden de wacht bij de rand van het bos, ze noemden zichzelf de politieberen.

Vogels trokken wel weg uit het bos, als het lukte tenminste, want meneer Adelaar, pakte hen zo snel hij kon, als iemand melding deed van een wegvliegende vogel. Dan vloog hij trots terug met een slappe vogel in zijn klauwen die hij op at in zijn grote nest op de berg.

De holen gravende dieren maakten lange gangen onder de grond en gingen er snel van door… op zoek naar vrijheid en een ander bos.

De elitedieren hadden een erg fijn leven, eten in overvloed, en de andere dieren moesten dit voedsel voor hen zoeken en afleveren.

Vele dieren leden honger en werden ziek.
Maar dat kon de elite dieren niets schelen!
Als zij het maar goed hadden immers?
Hadden die dieren maar bij de beek moeten gaan wonen, dan pas was je echt elite. En anders maar een arme sloeber, die enkel als slaaf diende voor de elite dieren.

Niemand was nog gelukkig afgezien van de elite dieren.
Hoe vreemd was dit in een bos waar overvloed was, en weelde en zonlicht bij de beek.
Terwijl men eeuwen samen leefde in vrede, was het nu een grote ellende.
De één had veel meer dan een ander, hoe oneerlijk dit toch was.

Meneer en mevrouw Vos hadden een heel fijn leventje, nu ze nooit meer uit stelen hoefden, dat werd voor hen gedaan, elke dag kip of fazant. Zalig toch?
Ze waren bijna de koning en koningin in het bos, ze hadden het maar ver geschopt zo.

De dieren brachten nooit iets uit vreugde bij hen, enkel uit angst, en die angst hielden ze er goed in uiteraard.
Als je niet naar ons luistert dan… ja, dan zou er veel gebeuren.
Het maakte hen niet zoveel uit, of ze nu een das op aten of een kip.
De dieren waren doodsbang voor de elite dieren in het bos, de dieren bij de beek.
Veel dieren hadden dorst en honger, maar niemand deed iets aan de terreur van de elite dieren.
Het was toch absurd dat een beek dieren zomaar het recht gaf zich beter te voelen dan andere dieren?
Ze waren toch allemaal dieren?
Op een dag kwam er een enorme storm over het bos.
Bomen waaiden om, takken braken af en wonder boven wonder, stroomde de beek over.
Alle holen dichtbij de beek liepen onder water.
Niets vermoedend verdronken de elite dieren in hun hol.
De volgende dag waren alle dieren bevrijd van hun ellendige elite dieren.
Ze groeven de holen dicht bij de beek, niemand mocht daar ooit nog wonen.
Alle dieren waren weer gewoon dieren en ze zochten hun eten zelf, en werkten voor zichzelf.
Er was niemand die nog de baas was over een ander dier, of zich beter voelde dan die andere dieren.
Want zeg nu zelf, dieren zijn dieren immers?

 

Het zijn geen mensen zoals wij, die dit wel doen en nog steeds doen.

Maar de vraag waarom, daarop is er nog geen antwoord.

©AngelWings

 
 

 

 

The Lovebirds

Lovely birds on canvas
Er was eens een prinses, ze was mooi en had prachtige lange lokken en mooie blauwe ogen.

Niet echt dat je zou zeggen, ‘ze kan geen prins krijgen’.
En toch kreeg ze maar geen prins. Want er was een crisis gaande in het land, en de prinsen hadden niet zoveel centjes meer, dus gingen ze ook maar even niet aan de trouwelarij natuurlijk.

Dus daar zat die mooie prinses te wachten tot de crisis over was. En dat duurde maar en duurde maar. Ze was het wachten wel een beetje moe. Op een dag echter kwam er een grote reus voorbij en hij stal de prinses van haar balkon, toen ze de bloemetjes op haar balkon water gaf. Hups zo in zijn grote Kingkong hand, plukte hij haar alsof zij de bloem was, van haar kasteelbalkonnetje en prutste haar zo in zijn broekzak. Nu voelde dat wel prettig, dus liep de reus snel naar huis, met zijn nieuwe aanwinst.

De prinses was best wel bang, en gilde dat het een lieve lust was, maar niemand die haar hoorde in dat dikke reuzenribcord natuurlijk. Uiteindelijk viel ze in slaap tegen zijn warme zak.
Na vele uren kwamen ze aan in reus zijn grote kasteel, die hij ooit had gestolen van een koning in een rijk dichtbij. Hij had de koning en zijn gezin opgegeten en gezegd, ‘nu is dit mijn rijk en mijn kasteel.’
En zo ging dat in die dagen.
Aangekomen op zijn grote kasteel, zette de reus de prinses in een gouden kooitje. Het was een reuzenvogelkooitje, met twee grote voerbakjes en een schommel in het midden. De prinses klom direct in de schommel, want dat vond ze wel leuk.
Ze schommelde dat het een lieve lust was, de hele dag door en ze begon zelfs te zingen. Tevreden keek de reus door de tralies naar zijn mooie prinses, onderwijl in het voerbakje wat prinsessenzangzaad stoppend. Maar na weken schommelen en zingen wilde de prinses ook wel weer iets anders en ze begon zich te vervelen.
Ze wilde uit de kooi en naar huis natuurlijk. Dus ze begon te mopperen tegen de reus. Nu als de reus ergens niet tegen kon, dan was het wel tegen mopperende prinsessen.

Hij baalde als een reuzenstier. Van irritatie stak hij maar een reuzenjoint aan om even uit de sleur te zijn, maar de prinses werd misselijk van die weëe geur en kokhalsde in haar gouden kooitje. ‘Houd daar eens mee op jij! Met die vieze stank. Hups schei uit’, schreeuwde ze. Ze stak haar vuist in de lucht, tegen de reus.
De reus inmiddels behoorlijk stoned, keek haar verveeld aan, ‘zeg kind wat wil je nou?’

‘Ik wil een prins, een echte!’
Hi! So I thought I might take pictures off of pinterest and write a short paragraph story type thing to go with them. Hope you like it.-VR

‘En een hele leuke ook nog eens’, mompelde ze.
‘Oké’, zei de reus en hij vulde de voerbakjes nogmaals en trok er op uit.
Het duurde enkele dagen eer hij terug kwam en de prinses hing snikkend op haar schommeltje in de kooi. Haar neusje rood van de tranen en sniffels.
Maar zowaar de grote deur opende zich en daar was hij weer, aan zijn ene vinger hing een echte prins met een zwaard, waarmee hij de reus probeerde te prikken. De reus lachte zich een kriek, en stopte de boze prins in de gouden kooi bij de prinses.

De prins was laaiend, ‘vuige rotreus’, sneerde hij, ‘kom eens hier als je durft!’ De prinses haalde opgelucht adem, kijk aan, eindelijk eens een echte vent met lef!

Ze vloog de prins om zijn hals, vanuit haar schommel en de prins wist niet hoe hij het had, zowaar een pracht van een prinses in een gouden kooi.
Hij stamelde verbaast, ‘wat heb je een rode neus?’

‘Ja, dat komt omdat ik moest huilen’, zei de prinses blij.
‘Wat heb je mooie ogen’, zei de prins toen. ‘Ja, dat komt omdat ik een prinses ben natuurlijk’, hikte de prinses van het lachen.
‘Oké’, zei de prins, ‘dat is logisch natuurlijk’, glimlachend sloeg hij zijn ene arm om haar middel en keek haar diep in haar mooie ogen.

‘Hoelang zit je hier al’, murmelde de prins.
‘Oh enkele weken al hoor’, glimlachte de prinses.

Ze had ook nog eens mooie lippen vond de prins, en zowaar ze begonnen elkaar te zoenen.

De reus zag dit alles aan en vond het prachtig, hij klapte in zijn grote reuzenhanden.
Kijk aan zijn lovebirds gingen misschien wel jongen krijgen, die hij kon opeten!
Het zwaard van de prins mieterde op de bodem van de gouden kooi en zo zaten ze daar enkele minuten lang te zoenen.

Op slag verliefd, zomaar, de reus had een goede prins gevonden dus.
Hoe kreeg hij dit toch voor elkaar.
Maar de grote vraag was, hoe kwamen ze uit die kooi?
Maar ze bedachten samen een plan.
Op een dag zei de prins tegen de reus: ‘Heey reus kom eens hier.’
De reus kwam aansjokken, want hij had weer een flinke joint gesmookt en was zo sloom als een kanarie natuurlijk.

‘Wat isser joh’, mompelde de reus versuft.
‘Nou mijn prinses krijgt een baby en we willen nu wel eens een nest maken. Heb je wat nestmateriaal voor ons?’
‘Tuurlijk’, zei de reus verheugd. ‘Hmm mensenbaby’s daar hield hij wel zo van.’ De reus zocht wat stro en hooi bij elkaar en een oude schone zakdoek kon er ook nog wel vanaf.
Zo verscheurde de prinses die dag de mega grote zakdoek aan stukken en prutste de prins een nest in elkaar.

Het was een mooi en groot nest geworden, waar ze met zijn tweetjes heerlijk in konden slapen. En dat deden ze dan ook, samen slapen. Ze hielden veel van elkaar en vooral in moeilijke tijden brengt dit wel eens mensen dichter bij elkaar.

De volgende dag, gooide de prins het nest ondersteboven, en de prinses ging eronder zitten, de prins klom dichtbij het deurtje van de gouden kooi en riep de reus, ‘Reus?
Reus kom eens hier?’

De reus kwam net uit zijn grote reuzenbed en slofte op het kooitje af, ‘wat is er nu weer’, vroeg hij met een ochtendhumeur, dat krijg je nml. met reuzen die blowen. ‘Ons nest is omgevallen kunt u dat even rechtop zetten?’

De reus ging met zijn reuzenhand in de kooi en wilde het nest rechtop neerleggen, maar plots stak de prinses hem met het zwaard van de prins in zijn hand.
‘AUWWWWWWWW’, weergalmde het door het kasteel. De prins sprong uit de kooi, en de prinses klom snel omhoog.

De reus stond als een kind te huilen, met een vinger in zijn mond.

Snel renden ze weg door het kasteel en vonden de weg naar buiten.
Samen renden ze door bossen en over hei, en uiteindelijk kwamen ze veilig aan bij het kasteel van de prins.
‘Kom mijn liefste, we zijn eindelijk thuis.’

‘Zeg dat wel’, lachte de prinses blij. Ze vlogen elkaar weer in de armen en ze leefden nog lang en gelukkig.

Sprookje door AngelWings

Hans & Grietje

De deur waait met een klap open. Een windvlaag is zijn groet.
Hij is er weer, denk ik, ik glimlach en steek een kaars aan, pak mijn laptop.
Een verhaal? vraag ik aan hem.
Hij is vandaag grimmiger en boos, zo ken ik hem niet.
Ja, mompelt hij me toe. Je houdt toch zo van sprookjes moderniseren? De regen klettert tegen de ramen buiten, in de donkere nacht.

~*~
Hansel and Gretel
De zon scheen door de bladeren op het bospad, gelijk een waterval aan licht.
Een intense stilte doorvorst het bos, als een graftombe, ijzig koud, terwijl de zon schijnt aan een blauwe wolkenloze hemel.

Op het bospad keek Sara naar het schouwspel voor haar, in haar, in sandalen gestoken voeten.
Twinkelende lichtdeeltjes spelen een verslavend hypnotiserend beeld voor haar ogen.
Achter haar liep haar vriend John. Ik begrijp het niet Sara?
We moeten toch al lang terug zijn bij de hoofdweg… We zijn goed verdwaald dit keer.
Sara keek achterom naar zijn mooie gelaat, en glimlachte een keer. Ach, we komen er wel toch?
Ze pakte haar mobieltje uit haar heuptasje, kijk!
Triomfantelijk hield ze hem omhoog, ik ga gewoon bellen.

Een half uur later zegen beiden dood moe neer op een omgevallen boomstronk, de mobiel had totaal geen bereik, in het gehele bos niet, zo te zien. Ik wordt er gek van mompelde John, die stilte hier, wat is dat toch.
Kirrend lacht Sara het uit, jij ziet ze vliegen mannetje! Ze vliegt hem om zijn hals en kust zijn mond. John strijkt de donkere lokken uit haar gezicht en streelt haar wang.
Hij voelt zich niet gerust, er is iets, hij voelt het, iets om hen heen, dat hem een naar gevoel bezorgd.
Zijn horloge staat stil, dat had hij een half uur terug al gezien, maar tegen Sara had hij niets gezegd, hij wilde haar niet ongerust maken. Bezorgd keek hij om zich heen, die stilte was abnormaal. Geen dier te bekennen hier, geen vogeltje, nietgs, gewoon totaal niets.
Het leek of ze in rondjes hadden gelopen maar toch werd het bos nu anders.

Er waren nu meer sparren in de omgeving, en de grond was meer bemost dan anders.
Het zou echt niet lang meer duren of het zou donker worden, wat moesten ze beginnen?
John stond op, kom we gaan verder want hier blijven heeft geen zin.
Hij trok Sara aan haar handen omhoog en samen slenterden ze verder, langs het bospad.
Proberen weg te komen uit het doolhof, van bos en bomen en paden.

Hansel and Gretel | Susan Jeffers

Jammer genoeg kwamen er mistflarden op hun pad, ook dat nog verzuchtte John. Hij hield Sara vast bij haar hand. Kom meid, we moeten sneller gaan want er komt mist opzetten, dan zien we helemaal niets meer.
In het schemerdonker liepen beiden zoekend, naar enig aanknopingspunt, van de weg, waar hun auto op hen stond te wachten.
Ze zagen bijna geen hand meer voor ogen, zo mistig was het en opeens, klaarde de mist op, zomaar opeens was het verdwenen.
En voor hen uit opende zich een open plek in het bos, van zo’n onaardse schoonheid dat beiden hun ogen uitkeken naar dit schone. Overal stonden lupines in allerlei kleuren en soorten en maten, van klein tot hoog, pronkten zij met hun bijzondere schoonheid.
Over alles heen leek een mistig aura te hangen, wat alles een nog sprookjesachtiger geheel gaf.
Wat mooi, fluisterde Sara, hm hm….zei John en hij kneep in haar hand.
Ze kneep terug. Schitterend, ik heb nog nooit zoiets moois gezien, fluisterde ze weer. Hm, ik ook niet. Voorzichtig liepen ze langs de lupines, hoog en klein en tussen in, prachtige kleuren, geuren, bedwelmende geuren. De grond was zachtgroen bemost, zacht, geluidloos liepen ze daar rond. Een heuvel over, en eindelijk achter de heuvel stond zowaar een klein huisje.
Sara lacht hardop, oh kijk eens wat een leuk huisje is dat!
Stt zegt John…hij vertrouwd het niet zo. Maar terwijl ze naar het huisje toelopen gelooft hij zijn ogen niet. Op het dak van het huisje groeien wietplanten, met flinke toppen.
Rijp om geplukt te worden. Wauw roept John uit en rent naar het huisje toe. Hij trekt aan wat planten op het dak, groen begroeit met flinke planten, hm na al die zenuwen zal dit goed voor hem zijn, denkt John. Hij pakt wat wiet in zijn hand en verpulvert het.
Opeens klinkt er een krassende oude stem van een vrouw die achter hen staat, Heey wat mot dat aan mijn plantje?
Afblijven met je handjes!

Hansel and Gretel, classic illustration from 1850's edition of Grimm's fairy tales
Beiden kijken geschrokken achterom, daar staat een mega oud vrouwtje, zo krom als wat, gerimpelt, ze leek wel over de 100 jaar oud te zijn.
Oh hallo mevrouw, zegt Sara, we zijn de weg kwijt en weten niet hoe we weer terug kunnen komen. Kunt u ons misschien helpen?
Ja, ja, zegt het vrouwtje en draait zich al om, ze loopt voor hen uit over een klein zandpaadje richting de achterdeur van het huis.
Kom binnen, zei ze poeslief. Kom maar binnen gerust.
Dan krijgen jullie een lekker kopje thee van mij. Kom maar!
Terwijl John langs het oude mens loopt, knijpt ze hem zowaar even in de zij. Verbaast kijkt hij haar aan, maar ze kijkt hem onschuldig aan, met haar behaarde kinnetje en onschuldige bijna grijswitte ogen. Ze glimlacht een tand bloot, meer heeft ze ook vast niet.
In het huisje is het best knus, enkele oude banken, met daarover heen oude kleden, van dat wat ooit een goede kwaliteit moest zijn geweest. Een oude boomstronk deed dienst als tafel. Hij was afgeschaafd tot een glad blad, waar enkele kopjes op stonden.
Het oude mensje strompelde naar een keukentje althans wat dienst moest doen als keukentje. En ze zetten een flinke ketel water boven een vuurtje, ze had nog een zeer ouderwetse kookplaats. Zo zo, dus jullie waren verdwaald? Zei ze met krakende stem. Jaja, ze ging zitten, nadat ze een flinke pot thee op tafel had gezet. Ze veegt haar vette oude grijze lange haren uit haar gezicht. En bijdehant kijkt ze hen aan, zo dus, waar moeten jullie wezen? Vraagt ze zeer vriendelijk.
En waarom zat jij aan mijn plantjes?

Hansel and Gretel
Nou dat is goede wiet, mevrouw. Glimlachte John naar haar. Zo zo dus daar wil je wel eens van snoepen of niet jongeman?
Ze grijpt de leuning van de bank en hijst zich weer rechtop, strompelt hierna naar een oud kastje en opent een laatje, en komt terug met allerlei atributen voor een flinke waterpijpsessie. Zow, zegt John bewonderend. Ze lacht ondeugend naar hem, ja jongeman de reumatiek heeft mij er nog niet onder gekregen, ik lust het wel, wat jij! En ze schaterd het uit. John lacht wat mee. Sara aait inmiddels de mooie zwarte kat die in de kamer was komen kijken naar de nieuwe bezoekers.
Krijgt u veel bezoek mevrouw, vraagt Sara belangstellend. Soms, soms, kirt het oudje.
Onderwijl trekt ze aan de waterpijp en geeft het door aan John.
Het is toch nog knus in het huisje.
Jullie kunnen hier overnachten vannacht, zegt het oude vrouwtje, morgen zien we wel weer verder.
Beiden zijn behoorlijk verdoofd door de drugs, die van zeer zware kwaliteit is en even later vallen beiden uitgeput op een kleine achterkamer neer, op enkele dierenvellen.
In een diepe diepe slaap.
De volgende morgen wordt Sara wakker met een hevige hoofdpijn, ze wrijft zichzelf in de ogen, ze ziet John nergens.
Verschrikt staat ze snel op in de vreemde omgeving en loopt snel naar de woonkamer, waar het oude vrouwtje bezig is met een brood bakken.
Zo zo uitslaper, jij doet niet veel voor oude mensen of wel. Denk je altijd alleen maar aan jezelf?
Sara fronst haar wenkbrauwen, zo kent ze het oude mensje niet. Waar is John? Vraagt ze.
Oh John? John is weg.

The Witch (Hansel and Gretel,Brothers Grimm, 1812)
Hoezo weg, vraagt Sara verbaast. Hij zal nooit weggaan zonder mij nml. Dus dat geloof ik niet. Ach griet, hij zit in mijn gevangenis in de tuin,..hij komt er niet uit, zolang ik dat niet wil en als je wat probeert te doen, maak ik hem dood.
Of jou, glimlacht het oudje. Sara kijkt angstig naar het oude mensje, en wie wilt u daar voor meenemen dan?Stamelt ze. Zozo nog brutaal ook? Nou, ik ben een heks, ik denk dat je dat al wist of niet soms? Ik heb toverkracht en ik kan je tegenhouden.
Sara gelooft niet in toverkracht en al die onzin; Doe niet zo belachelijk. Nou hoe dan? Vraagt ze aan het oude mens.
De heks kijkt haar opeens priemend aan, en zegt dan ok…KIJK!
En ze knipt met haar vingers en in een hoek van de kamer ontstaat een duistere gedaante, een geest, van duistere oorsprong. De geest springt op Sara af, en Sara kreet het uit van angst, om haar hals voelt ze plots handen knijpen, koude ijskouden handen, ze krijgt geen lucht meer.
STOP!!!!!!! Stop,… alstublieft ik zal alles doen wat u zegt.
De oude heks knipt met haar vingers en de duistere geest laat Sara’s keel los.
Jij gaat voor mij zorgen en ook voor hem, je vriend. John heet hij toch?
Jaja, ik ga hem vetmesten en als hij dik genoeg is, dan eet ik hem op.
WAT? Sara kijkt haar aan alsof de oude vrouw knettergek is geworden. Maar dat was ze waarschijnlijk ook. Ze kan weinig beginnen, en elke dag moet ze John veel eten brengen, ook moet ze koken, de grootste maaltijden ooit alsof ze kookt voor 40 mannen. Ongelooflijk zoveel als dat oude mens kon wegstouwen.
Tevens moest ze het huishouden doen voor het oudje, en elke dag voor ze ging slapen viel ze huilend op haar bed.
John werd zo dik als een varken, in dat hok in de tuin. Misselijk was hij van al die maaltijden die hij elke dag kreeg voorgeschoteld. Maar hij moest eten van dat oude mens.
Ze wilde zelfs nog sex met hem, en veel keus had hij niet, want anders zou ze Sara iets aan doen, dus met zijn ogen dicht, deed hij zijn ding.
Maar niet graag, zeer zeker niet, te bedenken dat het oude mensje zich waarschijnlijk nooit waste? John had het zwaar, zo intens zwaar dat hij depressief werd, maar daar had het oudje wel iets voor, flink veel wiet nml.
John was de hele dag stoned, zoveel blowde hij in dat hokje in de tuin. Ook hij had te maken gehad met duistere wezens, alleen omdat hij zo stoned was, zag hij ze continu, in en rondom het huisje, fijn was dat zeer zeker niet.
Hoe kwam hij hier nu uit?

Hansel and Gretel
Sara wist het niet meer, ze mocht John ook niet bezoeken van het oude mens, en ze kon niets beginnen tegen de toverkracht.
Hoe kon zij hem nu bevrijden? Ze wist het niet…John ook niet.
Beiden wisten niet wat er te gebeuren stond. Maar op een dag vond Sara een eeuwenoud kookboek, van een bet over overgrootmoeder van het oude mens. En daarin zaten enkele ezelsoren, een van gestoofd kindervleesch, totaal smoezelig gezien de bladzijden die bijna uit elkaar vielen, en de letters die bijna weggevaagd waren. En een met volwassen mannenvleesch gebraden boven een flink vuur op metalen pennen. Het deed wel denken aan een soort sate oid.
Ondertussen kreeg Sara nogal vaak slaag met de zweep want ze deed het nooit goed genoeg. De heks mepte haar waar ze maar kon en op een dag, sloeg ze Sara helaas te hard en kon Sara de volgende dag niet meer opstaan.
Huilend van de pijn hing ze half op haar bed, ik kan niet, ik kan het niet!
Met betraande ogen keek ze de heks aan, echt niet.
De heks keek haar minderwaardig aan. Nou dan niet lui kreng dan haal ik zelf wel wat bosbessen voor de saus bij je vriendje. Hij is al lekker vet…lachend verdween ze richting het bos.
Maar opeens hoorde Sara kreten, angstkreten, ze kroop naar de deur wat was er toch aan de hand? Ze was bang voor John, Oh John kreunde ze uit. John!!!!!!!
Opeens klonk er een geweersschot…OH JOHN!!!!!
Sara rende zo goed als ze nog kon richting de tuin, Oh John…………….nee!
Angstig huilend rende ze naar het hok. Oh John…………
John stond met zijn dikke vingers tegen de tralies van het hok, hoorde je dat ook?
Wat is er aan de hand? Zijn dikke lellende onderkin wiebelde op en neer als hij sprak.
Ik weet het niet John..huilde Sara, ik weet het niet.
Opeens hoorde ze geluid achter zich op het tuinpad, angstig keek ze achterom, een boswachter met een groen pak aan en een flinke baard, sleepte een flinke wolf met zich mee.
Is dit jullie grootmoeder soms zei hij?
En hij gooide de wolf voor hen neer op de grond.
Nee, sidderde Sara, nee… Zal ik haar uit zijn buik snijden, en hij haalde zijn mes al te voorschijn. Nee doet u dat maar niet, de buik bewoog nog gevaarlijk en het oude kreng was waarschijnlijk nog in leven ook.
Nee laat die heks maar zitten.

"Creep in," said the Witch, "and see if it is properly hot" Hansel and Gretel…
Zo zo zei de boswachter heks nog wel, hij bulderde van het lachen.
Wat doe jij in dat hok jongeman? Verbaast keek hij naar de dikke John.
Haal me er maar uit alstublieft, mompelde John!

Dat lukte zonder problemen, van duistere geesten was geen sprake meer nu de oude heks in de buik zat van de wolf.
de boswachter vertelde dat hij eigenlijk nooit in dat deel van het bos kwam. Het was niet zijn district nml. Wel keek hij vol waardering naar de dakbegroeiing…zo zo…
Lachte hij en plukte er wat van mee.

Uiteindelijk zaten beiden na 9 maanden achter het stuur van hun autootje, op weg naar huis.
John paste ternauwernood nog achter het stuur dus Sara reed.
Weet je , zei Sara, ik ga echt nooit meer, nooit meer naar een bos hoor!
Nee mompelde John..die dacht aan flink trainen in de sportschool…

~*~

Vriendelijk trekt hij aan een pijpekrul in mijn haar, ik ga weer hoor, dag..
Ik hoop dat je het leuk vond dit keer, een verhaal van mij te horen.
Zeker glimlach ik, deze is wel leuk.
De andere niet, oh jawel antwoord ik, alleen deze heeft een heel goed eind.
Hij vertrekt ik voel het…de wind waait door de kamer en de deur waait dicht.
©AngelWings

De Kikker

Photobucket

De Kikker

De dag was heet, de zon denderde zijn hete stralen over de aarde. In de verte zag je warmtekringels op het wegdek, waarbij het leek alsof er water stond.
De mussen vielen zowat van het dak en huisdieren in alle soorten en maten lagen te slapen op een beschutte plek. Janna hing de was aan de lijn, en sjokte hierna sloom op de klompen, en de lege wasmand, terug naar de boerderij, waar nog heel wat werk lag te wachten.

Zuchtend veegde ze het zweet van haar rode blozende gezicht en haar blonde krullen duwde ze terug in de haarspelden. Lastig was dat altijd die krullen die overal uitpiepten.
Janna nam de bezem en begon het erf te vegen, op de boerenklompen zwoegde zij uit volle borst en zong hierbij een wijsje, dat zij ooit op de Zondagsschool had geleerd. Al was dat al jaren geleden, toch vond ze het een mooi liedje.

‘Here Jesu’, neuriede ze zachtjes voor zich uit. Ze schopte naar één van de hooizolder katten, die haar voor de voeten liep, uiteraard raakte zij deze niet, want ze was wel een dierenvriend. Maar ze had geen zin om te stoppen met zingen, en om te roepen naar het dier, daar had ze nu even geen zin in. Mans haar man, was met de trekker het veld op en kwam nog lang niet thuis. De zon beukte op Janna haar dikke boerinnenkleding.

Het was toch zo warm die dag. Janna ging naar de pomp om even af te koelen bij een glas fris water maar ook om haar lijf wat te besprenkelen. Toen ze de putemmer omhoog haalde, liet ze deze pardoes bijna weer vallen, want in het emmertje zat een hele grote dikke kikker. ‘Oh’, riep ze uit, ‘wat is dat nu?’ Geschrokken staarde ze met blozende wangen naar de kikker. Deze sprong kordaat uit het emmertje en zei : ‘Mevrouw ik ben u zo vreselijk dankbaar! Ik ben een betoverde geest en een heks heeft mij eeuwen geleden in deze put gegooid omdat ik niet naar haar wilde luisteren. Dankzij u ben ik eindelijk bevrijd, als u mij nu ook nog even wilt kussen, dan kan ik weer verder met mijn leven, want ik ben ook een prins geweest ziet u?’ Janna keek naar het lelijke dier en riep uit: ’Ik denk er niet over! Oh nee, als Mans dat ziet!’ De kikker glimlachte en zei; ‘als Mans er niet is, kan Mans dat ook niet zien. ‘.’Nou Mans kan zo thuiskomen hoor’,zei Janna blozend. Ze zag er wel schattig uit, vond de kikker, met haar stevige heupen, volle boezem en roze wangen. De kikker zag er wel wat in, jammer dat hij al die jaren als kikker had moeten leven, niet dat hij zijn geneugten niet gekend had, maar zeg nu zelf een koud kikkerlijfje tegen je aan, of een wulpse dame, dat was toch wel even wat anders nietwaar? ‘Kom geef me een kus doe niet zo flauw, gun mij toch mijn leven terug, dan zal ik voor jou enkele wensen vervullen’, zei de kikker sluw. Hij keek haar aan met zijn grote bolle ogen en likte om zijn bekje. Janna zag dat alles aan en zag de lange kikkertong en voelde opeens toch een lichte opwinding in haar buik. Mans had niet,…nu niet aan denken Janna, mopperde ze in haarzelf. ‘Oké’, zei Janna toen, ‘ik ga je kussen en dan ga jij mijn wensen vervullen.’

‘ Prima’, zei de kikker en ging al op zijn achterpootjes staan om een kus in ontvangst te nemen. Janna schoof dichterbij en tuitte haar lippen, en sloot haar mooie hemelsblauwe ogen.

De kikker kwam dichterbij en zo pardoes zoende hij de lippen van boerin Janna.
Het voelde wel gek, vond Janna zo koel en nat en koud. Maar niet onprettig vond zij, en wie weet kwam er wel een hele knappe prins uit.

De kus was voorbij en Janna keek naar de kikker, of er al verandering was gekomen. En voor haar ogen veranderde de kikker al snel in een mensengedaante, ze kon nog niet goed zien of het een knappe prins werd, maar het begon erop te lijken.

Er kwamen haren op zijn kop en zijn ogen leken kleiner te worden en toen veranderde de kleur, in een goudgeel, en toen in een lichtbruin, oké dat was al een mooi begin, vond Janna.

De kikker rende opeens weg achter een bosje en Janna kon niet langer zijn gedaante verwisseling meemaken, wat zij zeer jammer vond.

‘Kikker?’, Riep zij vertwijfeld uit, ‘Kikker? Waarom loop je weg?’.  ‘Wacht even’, zei de kikker toen. ‘Kijk niet naar mij, ik wil niet dat je mij straks naakt ziet staan.’

‘Och’, lachte Janna toen, ‘dat heb ik wel vaker gezien hoor’. Janne wreef even haar dikke romige bovenbenen tegen elkaar aan, hmm dit was toch wel heel erg spannend, het was maar goed dat Mans op het veld was.

Ineens hoorde Janna ‘Pief Paf Poef’ en achter de bosjes stond een voltooide prins. Althans dat was wel de bedoeling van kikkers die betoverd waren immers?

‘Mag ik je nu dan eindelijk zien’, riep Janna verrukt uit.

‘Ik wil dat jij je ogen dichtdoet, of wacht, ik wil dat je, je ogen bedekt!

Ja, bedek ze met een lap stof en dan kom ik naar je toe.’

Janna deed zoals gevraagd was, en bond een boerentheedoek die naast de pomp lag om haar ogen, en riep uit, ‘Kom dan! Ik ben er klaar voor!’.’ Mooi’, bromde de kikker die veranderd was in een mens,’ ik kom eraan, en niet stiekem kijken hoor!’

‘Nee hoor’, jubelde Janna die dit ergens wel een leuk spelletje begon te vinden.

De kikkermens stond nu naast haar, en opwindend genoeg ademde hij een frisse adem in haar blozende hals. Hij streelde langs haar hals en kreunde het uit van genoegen, ‘Oh Janna wat ben jij mooi.’

‘Ooh’, lispelde Janna zacht, die het allemaal best lekker vond nu. Want Mans…,maar laten we daar nu maar even niet aan denken, dacht Janna verhit, na jaren op de boerderij te hebben gezwoegd en gedaan had zij ook wel eens recht op een pretje nietwaar?

De kikkermens begroef zijn hoofd in haar grote warme boezem, hij snoof de geuren op van menselijke, vrouwelijke warmte. Hij kreunde het weer uit van genot. Hierop knoopte hij de boerin de blouse los en keek naar twee volle melkvaten die romig naar hem stonden te smachten.

‘Och wat een heerlijkheid dan toch’, riep hij uit. Hij begon te zuigen aan elke kant een keer, om en om, och, wat had hij dit toch gemist. Janna daarentegen stond te trillen op haar benen en viel bijna om van genot. ‘Oh meneer de kikkerman, wat bent u toch zalig bezig met mij.’

‘Oh wacht maar’, zei hij toen, en hij stroopte haar de dikke boerinnenrokken omhoog en duwde haar voorover, zo achterlangs, gleed hij bij haar naar binnen en genoot zo na jaren van een heerlijk samenzijn met een vrouwelijk wezen. Dat had hij zo gemist.

De boerin Janna schreeuwde het uit van plezier en genot en zelfs de koeien op het weilandje naast het huis keken verbaast om naar de bazin, die anders toch nooit zo tekeer ging. Uiteindelijk trok meneer de kikkerman zich terug uit de boerinnenschoot. ‘Eindelijk’, riep Janna uit en ze draaide zich om en trok de theedoek voor haar ogen weg.

Doch i.p.v. een knappe prins, zag zij voor haar een werkelijk onooglijk mannetje, die er niet uitzag. Bah, had hij met haar? Verschrikt staarde Janna naar de kikkerman…..’Maar?’

‘Maar…ja wat’, zei de man rustig en vermaakt. ‘Is er iets?’

‘Maar je bent toch een ”knappe” prins?’

‘Heb ik dat dan gezegd’, zei de man met een glimlach, ‘welnee. U moet niet alles geloven mevrouw.’

‘ Maar mijn wensen dan?’ ‘Oh’, zei de kikkerman,’ die heb ik al genoeg vervuld dacht ik zo. Zeg tot ziens!’

Hij zwaaide met een magere hand naar de verbaasde boerin en vertrok zo door de bosjes richting de weilanden, en toen hij nog maar zichtbaar was als een kleine stip in de verte, draaide boerin Janna zich pas weer om en begon zichzelf flink te wassen bij de pomp. Want als Mans straks toch eens thuis kwam…

Drie dikke zusters en de weerwolf

Saint-Leon-sur Vézère  In the Dordogne on Flicker   #Frankrijk #France…

 

Er woonden eens 3 zussen in een huis.
Hun moeder was al jaren terug overleden, de zussen waren nooit getrouwd en woonden nog samen in het huisje van hun moeder.
Wie hun vader wisten zij niet, wel dat hun moeder broodje mager was geweest en de 3 zussen helaas moddervet, gelijk vetgemeste biggen. Ze konden er niets aan doen want zoveel aten zij niet eens eigenlijk, het zat dus in de genen, maar zeker niet die van hun moeder.
De 3 zusjes waren het alleen zijn wel zat, en aangezien ondanks toch lieflijke gezichtjes geen man interesse leek te hebben in hun dikke lichamen, verzuchten zij meermaals dat het eens tijd werd voor een kerel in huis.
Kijk een laminaatje leggen in huis dat ging nog wel maar ja soms heb je voor sommige dingen toch een man nodig nietwaar?
Ze besloten om uit elkaar te gaan en een eigen huisje te kopen, en van daaruit misschien hadden ze meer kans op een man.
En zo beproefden zij hun geluk. Ze misten elkaar vreselijk maar via hun webcam en msn kwamen zij toch vaak bij elkaar.
De eerste zus had een schamele hut gevonden om in te wonen want, dacht zij dan kan ik het geld van de erfenis beter gebruiken om lekker eten van te maken voor de man die mij wil hebben.
Via een dating site kwam zij dan toch in contact met een naar het leek aanzien een leuke kerel.
Ze nodigde hem direct uit, maar terwijl ze uit het raam loerde om te kijken wie daar aanbelde, schrok zij zo hevig dat ze deur niet dorste open te doen.
De man aan de deur leek wel een weerwolf zo groot en harig was hij en zijn stem!
Het leek wel God himself zeg maar.
Nee geen denken aan zo een man in haar huisje.
Ze deed niet open!
De man aan de deur begon te schreeuwen, want het voedsel dat op het vuur stond geurde zalig rondom het hutje, en de man had honger!
Hij schold en tierde dat het een lieve lust was.
En zei ten langen leste, ik duw je hutje omver!
Gij vrouwe en als ik u dan krijg dan bent u de mijne!
En zo gebeurde het de grote man duwde zo het hutje omver.
En verkrachtte het dikke zusje.
En at meteen al haar pannen leeg.
Hierop vertrok hij en liet haar achter in het bos bij het hutje dat nu een grote puinhoop was.
Huilende rende ze naar haar oudste zus in het andere bos en ging weer thuis wonen.
Zus 2 inmiddels had een houten huis gevonden.
Niet veel soeps maar toch.
Het was een huis, de rest van het geld van de erfenis besteedde ze maar aan dure parfum en mooie kleding en make up!
Zo zou zij vast aan de man komen nml.
Ze ging ook naar een dating site en koos de eerste de beste man die haar aansprak.
Hij was dol op stevige dikke vrouwen zei hij, hij wilde graag een varkentje wassen, was zijn grapje. Nu dat was een leuke opmerking, een leuke man was alles wat ze wenste.
Zodoende kwam de man aan haar deur en belde aan, maar het was een hele grote man met overal haar en hij leek wel op een weerwolf!
En zijn stem, het leek wel de stem van God himself!
Nee ze deed niet open zeg, kom ze was niet achterlijk.
Maar rondom het houten huisje geurde haar zalige parfum.
De man werd wild en toen hij haar zag zitten op haar bankje in haar huis met haar make up en mooie kleding kon hij zich niet meer beheersen hij donderde de deur open en verkrachtte wederom een zus.
Waarna hij het houten huisje verliet om nooit meer terug te keren en het middelste zusje naar het huis rende van haar oudste zus.
De oudste zus had nog geld over van de erfenis haar huisje van was steen nml, wat konden ze doen tegen zulke mannen?
De oudste zus was ook de wijste zus en ze zei ik regel wel iets.
Welk man was dat op welke dating site?
Zodoende was die slimme meid op haar toekomst voorbereid.
Ze sprak de man aan op de dating site en hij was er niet vies van. Kom nou. En ze spraken af.
De man stond voor de deur en riep en belde aan. Maar ze deed niet open, ze keken met zijn drietjes toe hoe boos de man rondom het huisje liep, maar er niet in kon komen.
Waarom doe je niet open kreng, riep de man.
Je moet eerst naar mijn tuin lopen, en dan achterin de tuin ligt een bos bloemen hark!
Neem de bos bloemen mee voor mij dan laat ik je binnen.
Zei de oudste zus met een zoete stem. Ze hing uit het raam van haar slaapkamer en de man zag haar lange blonde lokken en was op slag verliefd op haar.
Ok dat doe ik,…eh sorry dat ik geen bloemen meenam schoonheid!
Oh geeft niks hoor, zei ze liefjes.
Schaterend renden de drie zusjes door het huis naar de achterkant van de woning.
Waar ze uit het raam hingen om te zien hoe de man in een val zou trappen. Hij liep, nee rende bijna de tuin in, om de bloemen te halen.
En aan het einde van de tuin lag de bos bloemen klaar voor hem.
Bijna struikelend over zijn benen pakte hij de bos bloemen en zat opeens gevangen in een stevig net.
Hij kon geen kant meer op.
Hij draaide zich verbaast om en zag de 3 zussen uit het raam hangen op de eerste etage van het huisje. Ze schaterden van het lachen.
Hij hoorde de sirenes al, de politie kwam er aan!
Hij werd snel afgevoerd met de politie wagen en moest enkele jaren brommen.
De zusjes waren blij dat ze weer samen waren en zijn nooit meer getrouwd. Daar hadden ze genoeg van nml.
~*~
AngelWings

De koningin

SPROOKJE

 
Photobucket

Lang, lang geleden in een ver land hier vandaan woonde eens een rijke koningin. Ze was verdraaid mooi ook nog, de perfecte combinatie zou je zeggen. Maar het probleem was dat ze nogal eigenzinnig was. Ze wist verdraaid goed wat ze wou en in die tijd was dat een beetje abnormaal, vooral als je geen man was. Maar ja, geld doet wonderen. Dus iedereen hield wijselijk zijn mond, want je hing zo aan een paal als je niet uitkeek.

Deze mooie koningin, had een leuk idee, ze dacht weet je wat, ik heb 200 yorkshireterriers en die moeten uitgelaten worden, en gewassen en geborsteld en dat kon zij natuurlijk niet doen met haar poezelige Koninginnehandjes. Ze was nog nooit getrouwd, dus dat ging ze dan maar eens even regelen. Ze vroeg alle knappe mannen uit de hele wereld om op de koffie te komen, waarvoor, zei ze niet natuurlijk. Dat was een verassing. Dus alle knappe mannen kwamen langs en zij had ze voor het uitkiezen. Nu was ze een beetje gemeen, dat krijg je als je rijk bent. Ze kocht een hele zak vol drugs en gaf dat aan de mannen die ze wilde hebben.”kopje koffie? (glazenwasser), ja de koffie smaakte heerlijk. De mannen ook vond zij en ze kon er geen genoeg van krijgen. Nachten feestte ze door en dacht had ik dit nou maar eerder geweten. De yorkies vaarden er ook wel bij, dankzij al die kerels. Ze trouwde ten slotte met 80 mannen.

Ze was de eerste vrouw met een harem en volgens mij (onbegrijpelijk) ook de laatste. Toch een teken dat ze niet zo abnormaal was als men dacht. Een paar mannen werden al snel ontmand, want zij kon natuurlijk niet elke nacht feesten, ze was ook maar een vrouw en die mannen bij elkaar, nou ik weet niet, maar het zat niet zo snor geloof ik. Dus de koningin dacht, huppekee snij deraf die boel, klaar is kees. Nu waren er nogal wat kezen daarbij natuurlijk. En Kees was er maar mooi klaar mee. Maar ja haar wil was wet en… als je geen drugs meer kreeg werd je nogal depri .Dus het was kiezen of snijden. Jahaaaa, ze was een slimmerd hoor. Een dealer typje ergens wel. En dat voor die tijd. Nu was het een probleem wat kinderen krijgen betrof, dat moest ze nml. zelf doen. Kijk andersom is leuk. Maar zover zijn we zelfs nu nog niet, dus dat nageslacht nam nogal wat tijd in beslag. En van welke Kees het nu eigenlijk was, Joost mocht het weten, maar zelfs die wist het niet. De Yorkies wisten het natuurlijk wel maar hielden wijselijk hun bekjes. Nou de eerste keer was geen makkie , maar ja , feesten was leuk en ach er kwam er nog een, nou dat viel nog mee, maar de derde was weer wat ingewikkelder, hé, kon er nou niks eens leuk blijven. Ze werd er postnataliger van. Maar ach die kids werden wel weer opgevangen door al die kerels zolang hun moeder in de puree zat dus geen man over boord. Zo gingen er jaren voorbij en al die kinderen hadden een jeugd van heb ik jou daar. Sire was er niks bij met hun vreemde man- gesnij aan het vlees. Welk vlees ?!

Met dioxine of zonder.

Dus al die jonge meiden, want dat waren het allemaal, want de mannen waren allemaal jonger dan de koningin (dat is echt waar, als je ouder bent als man dan krijg je zonen en ben je jonger dan krijg je dochters ) hadden geen vadercomplex zou je denken. Dus wel, hé.Teveel van het goede is dus ook alweer niet goed. Ze gingen allemaal vreemd met de mannen van hun moeders. Stank voor dank. De Yorkies vonden het ook niet leuk, dat kan ik je wel vertellen. Het baasje zo bemieteren. Maar ja ze waren klein en verstandig dus ze hielden weer eens wijselijk hun bekjes. En ach, ze lonkten ook wel eens stiekem naar een leuke York dus. En zolang ze uitgelaten en verzorgd werden viel er niet veel te klagen. Dus het was een heel geheister daar in dat koninkrijk, scheidingen werden aangevraagd, mannen opgehangen, Ruzies, trammelant, hé, wat wreed nou toch en ze hadden nog wel zoveel plezier gehad al die tijd. Tja die koningin was niet een van de leuksten thuis dat kan ik je wel vertellen. Sommige Yorkies liepen weg , kwamen op straat te leven ,ze redden zich prima hoor daar niet van. Hun Yorkshire aard kwam wel weer boven. Maar het was toch niet zoals het hoorde, en de mensen spraken er schande van. Natuurlijk wel in het geniep, want je hing zo aan een paal, nietwaar?!Al die jonge dochters met oudere mannen, tja, dat kan toch niet en dan ook nog de man (een van de velen, die de koningin zelf niet eens bij naam kende dus heten ze allemaal Kees en Joop) van hun moeder, gelukkig niet hun eigen vader, want daar keken ze wel voor uit, incest is alleen voor de hondjes. Nu vielen ze ook niet op hun vader want die leek te veel op hun zelf en dat is nou niet echt spannend te noemen.(Wat een raar verhaal, hoe brei ik er een eind aan en een moraal die ver te zoeken is )Nou goed, de koningin was een beetje uitgespeeld en werd redelijk dement op den duur dus dat was weer een geluk bij een ongelukkige koningin.Een bril hadden ze niet in die tijd dus of ze nou Joop had of Joop of alweer Joop het verschil was niet meer zo duidelijk .En daar speelden de gemenerds lekker op in.

Ze leefden nog lang en ongelukkig en je ziet het een vrouw met een harem en veel honden kan niet goed gaan , zeg nou zelf !!!!!