Home Volwassen Sprookjes

Volwassen Sprookjes

Ali Mama en haar veertig dochters.

Ali Mama en haar veertig dochters.

Ali Mama was al een oude vrouw, vol zorgen, over hoe ze konden overleven, in de woestijn.
Hoe ze aan eten kwamen, hoe ze haar dochters kon kleden en voeden, er ging geen dag voorbij, dat ze zich geen zorgen maakte.
En ondanks de hete zon, had zij niet alleen daar rimpels door maar voornamelijk door alle zorgen die zij had. Ze was al een oude vrouw, toen haar laatste dochter geboren werd, en toen was zij toch nog maar 60 jaar oud.
Ali Mama was ooit gestolen uit een harem, waar de oude verkoper Marmar haar bijzondere
Russisch-Azarbaïdjan’se schoonheid aanschouwde en haar direct verschalkte en op zijn ezel meenam richting zijn woestijndorp.

Veertig dochters had Ali Mama op de wereld gezet.
Toen zij 12 jaar was moest zij trouwen met de oude wellustige man Marmar, die haar alle kneepjes leerde van het spel der liefde, waar natuurlijk nooit sprake van was.
Die stinkende bebaarde geile bok in haar nachtstee, daar had Ali Mama nooit om gevraagd.
Hij stierf al spoedig omdat hij al erg oud was en teveel lust bezat, waarbij hij zijn jonge Ali Mama achterliet na een van zijn heftige seksuele truuks die hij ooit had geleerd in India.
Nu dan wist je het wel, over de kop, achterlangs, nu ja een heel gedoe, en hij was uiteindelijk gestikt, terwijl Ali Mama zich vol genot boog over zijn oude verweerde bebaarde geitenbaard.
Nu was Ali Mama een toen nog zeer onschuldig en lief meisje, en zij wist niet beter of hij was gestorven aan een natuurlijke dood.
In de woestijn dacht niemand daarover na, en dat moest je ook niet doen want daar was het veels te warm voor.
Maar de oude geile bok Marmar, liet zijn Ali Mama een huisje na met 5 slaapkamers en een grote woonkamer, een bijkeuken en een hal, een sik, een kale magere koe, 2 kippen en een ezel met een kar.
Al met al best veel voor een woestijn bewoner die koopman was geworden, ook al was hij de hele wereld afgereisd.
En Ali Mama bleef achter met haar twee kleine dochters en niemand die voor haar en haar kindertjes wilde zorgen.
Ali Mama moest natuurlijk ook eten en daarom, gingen des s’nachts de luiken toe, en de achterdeur wagenwijd open.
Al snel kwamen er vele mannen op bezoek bij Ali Mama, en leerde zij hen het liefdesspel zoals zij had geleerd van haar voormalige echtgenoot.
Nu was Ali Mama enorm vruchtbaar en God schoot zijn kindertjes maar uit over haar akkers.
Ali Mama werd de rijkste vrouw in het woestijn dorpje en geen vrouw die slecht over haar durfde te spreken want dan waren de mannen zo boos, dat zij hun dagloon, niet afgaven aan hun vrouw en kinderen.
Mannen waren toch al de baas daar dus wat hadden die vrouwen in te brengen?
Niets, helemaal niets enkel een aanrecht en een kale droge achtertuin, waar zij met pijn en moeite soms nog wat groenten konden kweken.
Ali Mama groeide uit tot een echte Mama, met een fikse voor en achterkant en de mannen waren stapeldol op haar. Natuurlijk betaalden ze haar mee in de onkosten voor alle dochters die zij ter wereld bracht.
Toch was dat nooit genoeg.
Zo wulps als Ali Mama was, haar dochters moesten een net huwelijk sluiten. Maar hoe kreeg zij deze mooie dochters aan de man, als niemand wist wie hun vaders waren in dat dorp?
Vele jongens wilden graag trouwen met een dochter van Ali Mama, maar voor hetzelfde geld, trouwden ze dan met hun halfzuster.
Kijk een neef en nicht dat was nog geen zonde, maar een halfzuster of broeder die samen, nee, nee niets ervan! Daar kwam niets van in.
Wat moest Ali Mama toch verzinnen om haar dochters een goed leven te bezorgen?
Veertig dochters, waaronder enkele tweelingen, beeldschoon, met zwarte amandelvormige ogen, sommigen zelfs blauw! Met prachtige gitzwarte lange haren, sommige met krullen, sommigen zo stijl dat het wel chinese pracht scheen, bijzonder mooie meiden, waar ieder zich de vingers bij af zou likken. Maar niemand mocht er aan komen, zelfs bijna niet naar kijken.
Ali Mama was ten einde raad, ooit kwam de dag dat zij heen zou gaan, en wie zou er voor haar prachtige dochters zorgen? De dochters konden prachtige kleden weven, dat stond als een paal boven water. Niemand kon dat zo goed als haar dochters. Ali Mama zelf kon totaal niet weven.
Maar de achterdeur stond altijd nog open, hoe oud ze ook was, de mannen wisten haar nog steeds te vinden.
Maar niemand raakte haar dochters aan, daarvoor hoefde zij geen enkele angst te hebben, vele mannen waren bang zelfs om de mooie meiden aan te raken, voor hetzelfde geld, had je zo incest en dat was ten strengste verboden daar in dat woestijndorp.
Ali Mama besloot dat ze iets moest doen en zo besloot ze tot een grote reis, op weg naar Perzië, om op zoek te gaan naar veertig mannen voor haar veertig dochters.
Zo gedacht zo gedaan, de mannen in het dorp waren ontroostbaar, of Ali Mama alsjeblieft terug zou komen, want ze zouden haar zo missen. Ali Mama glimlachte naar hen en zei dan: Als God het wil!
Gelijk als in een karavaan ging de optocht van start, een lange rij prachtige meiden, de een al wat ouder dan de eerstgeborene en de ander.
Maar dat deed niet terzake immers?
Uiteindelijk na vele hete dagen in de woestijn, kwamen zij aan in Perzië. Gelijk bij de grens was er een grote verrassing. Er was namelijk een dorpeling, Ali Baba en zijn veertig zonen.
Nu dat kwam goed uit.
Ali Mama klopte aan bij het huis van Ali Baba, en toen hij de deur opende en al die vrouwen zag, sprongen de tranen hem in de ogen.
Ai, ai….riep hij uit in zijn handen klappend van blijdschap.
Kijk hier, Allah heeft onze gebeden verhoord.
Veertig vrouwen voor mijn veertig zoons.
Juist zei Ali Mama toen, veertig mannen voor mijn veertig dochters.
Nu was Ali Baba enorm rijk en hij wilde alle dochters als zijn schoondochters aanvaarden, niet één uitgezonderd.
Het werd een vreselijk langdurig feest, veertig dagen en nachten lang, en elke dag sloot men een huwelijk af tussen een zoon van Ali Baba en een dochter van Ali Mama.
Ze werden enorm gelukkig allemaal.
Ali Baba met Ali Mama, want ze werden zomaar pardoes verliefd op elkaar, na veertig dagen en geef ze eens ongelijk?
De mannen in het dorpje in de woestijn bleven ongelukkig achter, maar wie kon dat wat schelen als je rijk was en in Perzië kon wonen in die tijden?
Daar was het veels te heet voor allemaal.
En ze leefden nog lang en gelukkig.

©AngelWings

 

 

Pinokkio

 photo pinokkio.jpg

Hij had echt een probleem, Joost schudde zijn hoofd vol ongeloof.
Dit kon niet waar zijn, maar ja hoor, nadat hij eenmalig een XTC pilletje had geslikt tijdens een danceparty was het mis.
Het viel eerst niet zo op, toen het nog meeviel.
En wat moest hij doen?
Hij wist het niet, misschien een sjaal dragen?
Een tsjador dragen? Hij dat vast wel kopen op de Beverwijkse markten.
En de vraag was, welke arts kon hem helpen?
Het was natuurlijk stom om die pil te slikken die zijn vriend Borus hem aanbood op de party.
Maar het kon geen kwaad, had hij nog gezegd en de muziek zou veel mooier klinken en hij zou zich veel, veel beter gaan voelen. Joost wist zelf niet meer wat hij gedaan had allemaal die nacht, hij was alles kwijt namelijk. En toen hij die nacht thuis kwam had zijn vader nog op hem gewacht.
Hij was altijd bezorgt om zijn zoon, omdat hij dus vaak wel in zeven sloten tegelijk liep.
Joost overkwam altijd de meest vreemde dingen.
Maar die nacht had zijn vader droevig met zijn hoofd geschud, omdat hij wel zag hoe ver zoonlief heen was. En Joost had ontkend dat hij drugs tot zich had genomen, maar zijn vader had hem niet gelooft. De volgende dag had zijn vader hem vermanend doch liefdevol toegesproken.
Geen pillen meer tijdens party’s dus, want je wist maar nooit waar ze vandaan kwamen en wie ze had gemaakt en wat er in zat.
Joost had de wijze raad van zijn vader tot zich genomen en was vastbesloten nooit meer zoiets uit te proberen.
Maar nu zat hij met zijn enorme probleem.
Joost was vreemd genoeg plotseling impotent geworden na het slikken van die XTC pil.
Alleen het nog vreemdere fenomeen was, dat het zich verplaatst had naar zijn neus.
Telkens als Joost gezellig met een leuke meid stond te kletsen en hij opgewonden raakte bijvoorbeeld van haar wiebelige boezem onder zijn neus, dan begon zijn neus zich ernstig te verlengen.
Joost schaamde zich dood.
Maar opvallend en vreemd was wel, dat als hij een leugen vertelde er iets anders groeide, in zijn boxershort. Het was andersom, en omgekeerd.
Joost wist niet hoe hij het had en wie hem hier nu bij kon helpen.
Hij had eerst een lange tijd google uitgeplozen, bijvoorbeeld gezocht op ”groeiende neuzen”, en op ”piemels die stijf werden na leugens” en kwam enkel uit op sprookjes zoals die van Pinokkio.
Daar kon hij toch niets mee?
En uiteindelijk vertelde hij het dan maar schoorvoetend aan zijn beste vriend Borus.
Borus kreeg direct last van een verslikkendedriedubbelesaltomortalerofloloverthecopters, en viel letterlijk van zijn stoel van het lachen. Met tranen in zijn ogen, huilde hij het uit, “laat zien, laat zien man! Bewijs het me, ik geloof je niet, man je bent zot in je kop! Dat bestaat niet.”
Boos keek Joost zijn vriend aan, “en hoe moet ik dit nu bewijzen?”
“Wacht”, zei Borus en hij nam een plastic supermarkttas van onder zijn bank.
Hij had daar wat pornomateriaal liggen blijkbaar, want hij viste een boekje uit de tas en zei, hier.
Gul bood hij het boekje aan.
Joost keek zijn vriend even aan en zei: ”Het is echt waar hoor!
Ik lieg niet.”
Borus bulderde weer van het lachen, “Je kunt beter liegen jij! Hahahahahaha!!!!!!!”
“Nou kijk eens rond in dat boekje en raak opgewonden”, Borus had de tranen in zijn ogen staan van het lachen.
“Alsof dat zomaar gaat man!” mopperde Joost.
“Probeer het nou”, zei Borus.
“Oké, ik zal het proberen”, Joost nam het boekje en ging plaatjes kijken.
Na enige tijd begon inderdaad zijn neus te groeien.
“Kijk”, zei Joost, “zie je wel!”
En ja, stomverbaasd staarde Borus naar de neus van zijn vriend.
“Gatverdamme man, dit is niet normaal!!!”
Weer schoot hij in een daverende lach, ” je moet op een kermis gaan staan jij”!
”Verdomme man, mopperde Joost, wat moet ik nu doen man! Dit kan toch niet?”
“Shit, man dit is te gek”, vol ongeloof staarde Borus naar zijn vriend, ‘hoe kan dit nou?”
“Ja, dankzij jouw XTC pilletje, kan dit nou”. Boos keek Joost naar zijn vriend, die hem blijkbaar alleen nog maar kon uitlachen. “En je verteld dit tegen niemand, hé?”
Jankend van het lachen greep Borus de tafelrand vast, ”hoe wil je dit verbergen”?
“Dat zou mijn vraag aan jou moeten zijn”, antwoordde Joost droogjes.
“Jij hebt nergens last van natuurlijk, of wel?”
“Nee, natuurlijk niet”, lachte Borus. “Misschien is het een allergische reactie of iets dergelijks.”
“Hoe kom je aan die pillen dan?” vroeg Joost.
“Oh die heb ik gekocht van Jan Vos.” zei Borus, zijn ogen afvegend.
”Jan, die kermis gozer?’. ‘Ja die…”
Dan ga ik nu naar hem toe, riep Joost uit, ”hij zal vast weten wat er in die pillen zit.”
”Is goed, jongen, is goed.” Borus probeerde zijn lachen in te houden, en ging mee met zijn beste maat.
Op zoek naar Jan Vos, naar de kermis die nu al sinds twee weken in hun dorp stond.
“Joost, jongen gewoon niet aan seks denken, dan groeit hij niet”, mompelde Borus, terwijl beiden richting een woonwagen liepen. Jan Vos zou zich daar bevinden, hadden kermisklanten hen verteld, en beide vrienden een beetje nerveus wel, stonden te wachten na een klop op de deur.
Een knappe donkerharige schone deed de deur open, haar borsten puilden uit een te strakke bustier en wiebelden heftig op en neer, haar strakke legging liet een fikse billenpartij zien, en Joost had moeite om er niet naar te kijken.
Borus schoot al bijna weer in de lach, bij het idee dat zijn vriend het hier enorm moeilijk mee zou moeten hebben en vroeg zo serieus mogelijk, of Jan er was.
“Ik zal mijn broer even roepen”, zei ze, vriendelijk kijkend naar Joost.
Joost had het gevoel dat hij haar ergens van kende, die ogen, zo fel, doordringend tot diep in zijn ziel, waarvan ook alweer, die mond, die borsten, hij greep naar zijn neus.
Lachend heupwiegde ze de woonwagen in, haar broer liep langs haar richting de jongens en onder het voorbijgaan, gaf ze hem een knipoog. Jan glimlachte, ”Is het er weer eentje meid?”.
Onschuldig keek Jan de beide vrienden aan, “Kan ik iets voor jullie betekenen soms?”
Borus had enorme moeite om serieus te blijven en wende zich af.
Joost keek Jan nerveus aan, “Eh, ja er is iets dat je voor mij kunt doen”. Ik heb een zeer vervelende reactie op een XTC pil van je, ik zou graag willen weten, of je dit bekend is en wat er in die pillen zit.”
“Hm, ja, ja”, een glimlach schoot over Jan zijn gezicht.
“Wat scheelt er aan, heb je problemen?’ Met wat dan jongen”.
Joost deed het verhaal, terwijl Borus even een afkoelend rondje om de woonwagen deed.

Jan deed niet eens zo moeilijk over het probleem, waar Joost mee zat.
Joost keek hem hoopvol aan, ”Kun je mij helpen?”
“Ja, hoor gerust. Kat kom eens naar buiten”, Jan riep richting zijn zusje.
Kat kwam naar buiten, ze keek hierbij ondeugend naar Joost.
”Kijk”, zei Jan, “Het zit zo, we zijn een zigeunerfamilie, en je weet wat dat soms kan betekenen?”
Joost schudde zijn hoofd van niet. Jan glimlachte, “Kijk de vrouwen in onze families, hebben een vloek over zich, als mannen tegen hen liegen, krijgen ze een vreemd probleem na het slikken van onze XTC pillen en seks met één van onze vrouwen”. ”Maar”, stamelde Joost, ”maar ik heb geen, seks met haar gehad”.
Hij voelde zijn boxershort groeien. Hij loog dus, maar hij wist nergens van?
Kat keek hem aan en schamperde.
”Dat ben je dus vergeten?”, ze knipoogde naar Joost, ”de danceparty weet je nog?”
“Sorry, ik ben het vergeten, ik weet niets meer van die avond, het spijt me”, stamelde Joost.
Kat gooide haar lange zwarte haren achterover en liep naar Joost toe, hij keek naar haar gouden oorringen, die bungelden in haar oorlellen. Hoe minder hij keek naar haar borsten, hoe beter het was immers? “Dus jij vergeet een meisje zoals ik?” minachtend likte ze over haar lippen. ”Ehm, nee”, stamelde Joost verlegen, starend naar de oorringen. Hij kon het niet helpen, de borsten wiebelden maar voor zijn ogen, op en neer, zachte blanke bollen… Zijn neus begon alweer te groeien.
”Dat krijg je ervan als je liegt tegen onze vrouwen”, glimlachte Kat. ”Maar wat heb ik dan tegen je gelogen, ik weet er echt niets meer van.” Kat kneep hem langzaam in zijn groeiende neus.
”Ik vroeg aan jou, of je mij kuste, omdat je mij leuk vond als persoon, of omdat je keek naar mijn borsten, zoals nu.” Glimlachend draaide ze zich om en liep de woonwagen weer in. Verward keek Joost naar Jan, ”Help me?” ”Komt goed jongen, komt goed.” Jan wenkte hem mee naar een andere woonwagen, hij wenkte Joost om mee te komen.
Jan klopte aan bij de woonwagen en opende de deur, weer wenkte hij Joost om mee te komen.
In de kleine woonwagen, zat op een rieten stoel een hele oude vrouw, met om haar benen een gekleurde deken, en om haar hals, in haar oren, was zij behangen met gouden sieraden.
”Dit is “La Mama”, onzer overgrootmoeder, ze zal je vertellen, hoe je jezelf kunt verlossen van onze vloek”. De oude vrouw begon kirrend te lachen, en vertelde een verhaal.
Een eeuwenoud verhaal over hun voorouders, toen er ooit een houten pop, een kind werd, en later een man, een houten poppen kind met een lange neus, welke begon te groeien als hij loog.
In de loop der eeuwen veranderde de vloek in iets anders dan men kende.
Zij waren de afstammelingen van de enige echte Pinokkio, welke enkel dochters had verwekt toen hij volwassen was geworden en trouwde met een zigeunerin.
Dat en de toverkracht van de zigeunerin had er toe geleid dat zich een vreemd fenomeen zich ontwikkeld had bij de nakomelingen van vrouwelijke geslacht.
De XTC werd gebrouwen in een woonwagen op de kermis, dit was een oud en zwaar bewaakt geheim, waarbij men pijnboomschors gebruikte, hetzelfde hout als waaruit Pinokkio was geschapen. Daarom en in deze combinatie gebeurden er vreemde zaken met mannen die zich verbonden met de vrouwelijke nakomelingen van Pinokkio.
Ademloos had Joost geluisterd naar de oude vrouw. Sjeeh een echte Pinokkio nazaat, en daar had hij…Hij vond het nogal niet wat. ”Maar hoe kom ik van die vloek af”?
Of trouwen met de dame in kwestie, of nog eenmalig seks met de dame in kwestie, maar dan moest hij veel liegen op het moment dat zij seks hadden.
Vaak gebeurde het dankzij de vloek, dat de dame in kwestie een kind kreeg na deze daad, maar de vader hoefde zich hier niet om te bekommeren, dat deden zij wel. Ze waren één grote familie onderling en zorgden goed voor elkaar. Het was door het lot voorbestemd, zei de oude vrouw.
Joost mocht nu zelf kiezen.
Waar een danceparty al niet toe kon leiden, een huwelijk of nog een keer seks.
Nu dat liet Joost zich geen twee keer zeggen.
In gedachten verzon hij allerlei leugens die hij kon zeggen tijdens de daad.
Joost stond op en groette de oude dame.
”Dag mevrouw”.
Buiten stond Borus zijn vriend op hem te wachten en Joost vertelde het verhaal.
Een eindje verderop stond Kat de was op te hangen. Waarderend keek Joost naar haar en voelde zijn neus weer enorm groeien.
”Nou ga er voor jongen, ik wacht wel even op je”, zei Borus.
Joost liep in de richting van de donkere schone, ze liep heupwiegend voor hem uit de woonwagen in, waar ze naar het slaapvertrek gingen.
”Blijf je of ga je weer”, vroeg ze zwoel aan Joost.
“Eh, ik blijf natuurlijk, zei Joost. Hij voelde zijn boxershort al opzwellen.
‘Hou je dan van mij?” vroeg ze lispelend, en ze likte hem langs zijn oor.
”Natuurlijk”, zei Joost.
”Hou je echt van mij?” fluisterde ze, en ze trok zijn shirt uit.
“Ja heel veel”, mompelde Joost weer.
Een uur later kwam Joost weer naar buiten, Pfff, hij was opgelucht, dat het voorbij was allemaal.
Borus sloeg hem op zijn schouders. Spijtig keek Joost nog eens achterom.
Wat als er een kind kwam, dat hij het kind nooit zou zien?
Borus trok Joost snel mee naar de auto, ”kom op, wegwezen hier.”
Vlak voor de auto stond een blonde stoot met een forse boezem, ze keek naar hen, en wiegelde met haar achterwerk.
Joost voelde als vanouds weer wat leven in zijn boxershort.
Ja, Borus had gelijk, hij kon maar beter vertrekken hier, al die magie dat was niks voor hem.
Daar was hij te sceptisch voor, hij moest ook niet alles geloven immers.
Maar XTC nam hij nooit weer, dat nam hij zich heilig voor.

©AngelWings

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er was eens een man die helemaal alleen in het bos woonde.

 

Er was eens een man die helemaal alleen in het bos woonde.

 

Photobucket
Hij was ook nog eens helemaal alleen op de wereld. Niet echt natuurlijk maar voor zijn gevoel wel. Elke dag ging de man werken in het bos, hakte hout en verkocht dit in een dorp nabij. Maar op een dag werd hij wakker en dacht bedroefd waarom werk ik? En voor wie ik ben toch altijd maar alleen. Hij besloot te stoppen met werken. Hij had er geen zin meer in zo. Zo bleef de man in zijn huisje zitten, niksen. Elke dag totdat de man toch wel honger kreeg, en hij erop uit moest om eten te zoeken in het bos.

Hij ving een konijn en vond wat paddestoelen. Hij ging met knorrende maag op huis aan. De zon scheen en het was een mooie dag. En net voordat de man bij zijn huisje aankwam hoorde hij een geluid. Hij hoorde iemand roepen om hulp. Hij ging kijken waar dit vandaan kwam en vond een hele oude vrouw verward in een bramenstruik. Om haar mond nog wat braamvegen, en haar witte haren vast in de struiken. Hij hielp het vrouwtje zo goed hij kon en gaf het konijn aan haar. De oude vrouw was hem intens dankbaar en ze zei dat hij een wens mocht doen.
Nou dat vond de man niet zo moeilijk. Ik wil graag een lieve vrouw zei de man. Oei zei de oude vrouw dat is wel een hele grote wens voor mij. Maar kom morgenochtend hier terug, ik zal zien wat ik kan doen. En zo gebeurde, de volgende ochtend stond de man te wachten op dezelfde plek waar hij de oude vrouw had bevrijd uit de braamstruik. Hij bleef maar wachten maar zij kwam niet. Hij wilde bijna boos terug gaan naar zijn huis toen zijn oog viel op een groot ei dat op de grond lag op een nestje van mos.

Op het ei lagen 3 witte haren van de oude vrouw, die hij ook meenam je wist immers maar nooit?
Thuisgekomen legde hij het ei in een open doosje op zijn eettafel en legde er een handdoekje onder. Hij kuste het ei en zei, ik hoop dat je mijn wens zult vervullen. Toen hij ging slapen, droomde hij die nacht over de oude vrouw. Ze zei verbrand elk jaar een haar van mij, dan kom ik bij je. In het derde jaar van de derde haar moest hij zeker weten dat hij hielde van de vrouw die hij zou krijgen. Dan zou hem een geheim onthuld worden.
De oude vrouw lachte en zwaaide in zijn droom en ze verdween plotseling.
Toen de man wakker werd liep hij naar de tafel en zag een barst in het ei. Hij ging kijken wat er zou gebeuren.
Toen het bijna donker was brak het ei open, en daar stond een heel klein vrouwtje, met lange zwarte haren en donkere ogen, een prachtig vrouwtje, maar zo klein.
Maar dat kon de man niets schelen, hij had eindelijk een vrouw!!!
Hij ging weer werken en verdiende geld en kocht zo mooie dingen voor het vrouwtje. Hij maakte zelf een prachtig ledikantje voor haar met dekentjes en kussentjes. En elke nacht als ze gingen slapen, keek hij naar haar vanuit zijn beddestee.

De man was gelukkig! Ze lachten samen, speelden samen, aten en dronken samen. Wat wilde hij nu nog meer? Het was al meer dan hij ooit had kunnen dromen.
Ze was zijn vreugde zijn zonneschijn. Het eerste jaar ging voorbij, en de dag kwam waarop de man de eerste haar ging verbranden. De oude vrouw stond plotsklaps voor hem en vroeg of hij gelukkig was!

Dat was hij zeker, verzekerde hij haar. Hij was dolgelukkig.
De oude vrouw zei: Dank je voor het zorgen voor mijn eigen bloed, houdt je ook van haar?
Jazeker zei de man, ik hou heel veel van haar.

Nu zei de oude vrouw, heb je nog een wens misschien?
Ja zeker wel zei de man, ik zou wensen dat mijn vrouw net zo groot is als ik. Nou zei de oude vrouw, ga naar huis en het zal zo gebeuren. De oude vrouw glimlachte en leek jaren jonger te zijn.
Haar wangen bloosden, haar ogen glommen, en haar haren werden donkerder. En ineens was ze weer weg. De man ging naar huis en bij de deur stond zijn vrouw al op hem te wachten! Ze was nu een echte vrouw, even groot als hij was. En ze werden nog gelukkiger dan zij al waren!

Elke dag maakte zij het huis aan kant en ze vierden de liefde in het grote nieuwe bed dat de man had laten maken.

Wat wilde hij nu toch nog meer dan dit?

Het jaar van de 2e haar kwam er aan en de man verbrande ook ditmaal de haar, waarop de oude vrouw weer plots voor hem stond.
De oude vrouw zei: Dank je voor het zorgen voor mijn eigen bloed, houdt je ook van haar?
Jazeker zei de man, ik hou heel veel van haar.
De oude vrouw was ditmaal nog jonger geworden, haar haren waren heel donker evenzo haar ogen en haar huid was jong en glanzend.
Heb je nog een wens,. vroeg ze aan de man.
Photobucket

Ja euh we willen graag kinderen, zei de man aarzelend, zich afvragend of dit wel een wens was die zomaar vervuld zou worden.

Nou zei de oude vrouw, ga maar naar huis en zo zal het gebeuren.

En weer was ze weg.
De man ging naar huis en vond zijn vrouw op bed met op elke arm een kindje, een jongen en een meisje. Wat waren zij toch gelukkig met elkaar!

De man kon zijn geluk niet meer op. Hij genoot zo van zijn leven!

Het jaar van de derde haar brak aan, maar de man vergat, dat hij de haar moest verbranden. En plots stond de oude vrouw voor hem en zei: Je bent iets vergeten dit jaar!

De man schrok hiervan enorm, en greep naar zijn keel.

Wat nu? Vroeg hij aan de oude vrouw.
Ga maar naar huis zei ze, en het zal geschieden.

De man rende geschokt naar huis, en vond zijn huis leeg, op zijn keukentafel lag een gevild konijn.
De man was ziek van ellende. Hij wist niet meer hoe hij het had, en huilde van smorgens tot savonds, om het gemis van zijn vrouw en kinderen. En hij doorzocht zijn hele huis, op zoek naar de derde haar van het derde jaar.
En Godzijdank op een dag, vond hij de haar, op de vloer, in een naad verstopt.

De man rende naar buiten en verbrande snel de witte haar.

Gelukkig daar was zij weer de oude vrouw.

De oude vrouw zei: Dank je voor het zorgen voor mijn eigen bloed, houdt je ook van haar?
Jazeker zei de man, ik hou heel veel van haar. En van mijn kinderen. Waar zijn ze? Ik mis ze heel erg, ik kan zonder hen niet langer leven!
Ga naar binnen zei de nu jonge vrouw en ze lachte hem toe. De oude vrouw was zijn vrouw! Moeder van zijn kinderen.

In huis speelden zijn kinderen op de grond met elkaar, en de vrouw kwam achter hem staan en sloeg haar armen om zijn nek.

Ik werd ooit betoverd door een oude heks, en alleen een man die van mij zou houden zoals ik was, en dit 3 jaar lang kon mij verlossen, op voorwaarde dat hij de drie witte haren zou koesteren…alsof het delen van mijzelf waren. Nu dat waren ze ook zei de vrouw. En ze kuste hem op zijn voorhoofd, en ze leefden nog lang en gelukkig!

Geschreven door AngelWings

 

Het geweldige mooie eendje!

Het geweldige mooie eendje!

Baby en moeder zwaan
Er was eens heel lang geleden een leuke eend. Ze woonde op een grote boerderij en ging eens aan de wandel in de buurt en ja hoor, ze ging vreemd achter de bosjes nabij de wilde eendenvijver. Iedereen sprak er schande van! Ze had het gedaan met een wilde eend! Haar eendenmannetje was niet bijster snugger, dus die geloofde er niets van. Nu was hij ook al behoorlijk seniel omdat hij al oud was. Whatever!

De eend ging eitjes leggen en ging er bovenop zitten. Het duurde en duurde maar, maarrrrrrrr op een dag kwamen de eieren uit. Tikketik, tevreden keek de a.s. moedereend naar de eitjes waar barsten in kwamen. Nu de hamvraag nog, was de eend al moeder omdat ze eieren had gelegd of werd ze pas moedereend nadat de eieren uitkwamen? Nah goed…

De eieren kwamen uit, maar 1 nog niet natuurlijk! Die kenden we nog wel toch van vroeger! Juist het mooie eendje dat duurde wel lang voor die tevoorschijn kwam! Moeder eend baalde als een stekker en ging een eindje om met de kids. Ze had er nu al 7 stuks en nr 8 wilde nog ff niet. Tjonge…wat een gedonder toch. Vader eend bleef wel in de buurt van het ei natuurlijk. Het was toch zijn jong immers? (Wist hij veel) Nou nou uiteindelijk kwam nr 8 er aan hoor. Kraak tik, moeder mopperde en zei schiet toch eens op kind ik heb niet de hele dag de tijd! Een schelle piep was haar antwoord. Ongeduldig trappelde moeders met haar voeten.

Nou na vele uren was het er dan een oogverblindend eendenkind! Alle eenden knipperden flink met hun oogjes, wastattaan? (Dat betekend: wat is dat dan?) Spiersneeuwwit was het eendenkind. Prachtige grote donkere zwoele ogen, toen al hé? Zo jong…. Nou goed iedereen jaloers natuurlijk en moeder eend best wel een beetje erg veel trots op dat ene jong! De rest, ach ja zo eends, maar deze, wauwie! Ja, ze stak ze allen de ogen uit bwvs! Trots paradeerde ze met haar 8 jongen langs alle eenden. Kijk haar gaan zeiden ze jaloersig. Met dat wilde eendenkind, wat is tie lelijk! Welnee zei de oude kalkoen tis geen lelijk jong maar pffffff… Zo een smerige wilde vadereend, ik moet dat niet! Het eendenjong was ook erg lief en vreedzaam en aardig. Tegen iedereen had het een koninklijke houding. Als iemand lullig tegen de mooie eend deed, dan zei het eendje niets terug en was bescheiden. Men ergerde zich groen en geel aan dat gedrag. Pff het verbeeld zich heel wat, riep de haan uit. Hij verbeelde zichzelf nogal veel, maar goed? Niemand durfde dat te zeggen hé? Men pikte naar het knappe eendje…rot op verwaand nest, zeiden ze dan. Smerige wilde eend, ga weg van ons hier! Het arme dier wist niet waar het te zoeken. Wat was er toch gaande? Waarom hield niemand behalve zijn vader en moeder van hem? Had hij iets fout gedaan soms? Hij was gewoon geboren en had toch ook recht op een normaal leven net zoals alle dieren op de boerderij? Waarom deden ze zo onaardig tegen hem? Op een dag besloot de knappe eend de boerderij te gaan verlaten. Hij werd zo intens gepest en getreiterd hij was het zat. En als het nu logisch was, maar nee natuurlijk niet. Hij was er achter inmiddels dat het gewoonweg kant nog wal sloeg. Dus, na enige weken vertrok hij, ver weg van zijn lieve ouders. Met tranen in zijn oogjes dat dan weer wel!

Hij trok de wijde wereld over voor zijn eendengevoel. Op weg naar iets dat hem blij zou maken. In zijn gevoelens was er iets dat aan hem trok. Misschien het wilde eendengevoel wel? Wie zou het zeggen maar hij wilde weg van alles dat ellendig was. En dat was de plek waar hij geboren was. In zijn eentje zwom het eendje,… langs wateren en Giethoorn. Dat vond hij wel mooi daar. Dat dan weer wel! Maar hij voelde zich ook enorm eenzaam. Geen ouders die hem zouden behoeden voor het kwaad dat er toch was in deze boze wereld. En was hij een mens geweest dan had hij een wapen gehad om zich te verdedigen maar hij was geen mens. Hij was een simpele eend…toch?

Hij zwom zich zot in Giethoorn. Ene pad in andere uit, en toch weer hetzelfde pad. Hij snapte er niets van! Wat een saai gedoe…en nu? Maar op een dag, wauwie… hij schoot langs bootjes heen…zwom linksom rechtsom, liet zich gewillig fotograferen door deze of gene die in een bootje zat/ Maar plots, kwam hij aan bij een plek die hij niet kende alsnog. What the fuck kreet hij uit. Prachtige witte grote reuzenzwanen rezen op uit het water, edele halsen lang, zo lang had hij nog nooit gezien! Maar ja hoor…prachtig waren ze…koninklijk ook! Verlangend keek hij naar hen. Oh zou hij…zou hij ze aan spreken? Hij keek naar hen met een wild verlangen in zijn borst…alsof…alsof. Een van de prachtige zwanen, want dat waren zij zwom op hem toe. Ze liefkooste zijn witte hals. Oh prachtige prinsen zwaan, wat ben je mooi. Ja de mensen doen vaak moeilijk die zwanen niet hoor! Gewoon erg direct zijn ze.. Nou hij keek zijn oogjes uit, wat een beauty. Hij begreep eindelijk natuurlijk dat hij geen doorsnee eend was, zelfs geen eend! Maar een prachtige zwaan! En omdat men dit niet begreep had men zo lullig gedaan! Nogal wiedus! Hij leefde nog lang en gelukkig en vloog op een dag met zijn zwanen vrouw en kinderen eens terug naar de boerderij waar hij geboren was. Hij omhelste zijn ouders, die eend waren maar dan nog. Wat maakte het uit. Zijn seniele eendenvader riep maar uit, wat ben je groot geworden jongen, wat ben je groot geworden! En zijn moeder huilde het uit, dat hij toch niet van haar wildebras was geweest, maar puur onder haar buik was gelegd om uitgebroed te worden gelijk een koekoeksjong, maar hij was wel mooi! Dat zeker wel!

©AngelWings

 

 

Assepoester

Photobucket
Er was eens een jager, welke hertrouwde nadat zijn lieve vrouw was gestorven omdat ze uitgleed over een kapot gevallen kippenei op de grond in de bijkeuken.

Met haar had hij een lieve dochter samen.
De vrouw met wie hij hertrouwde, om toch een moeder voor zijn dochter te hebben, had zelf twee dochters. Zeer knappe dochters, ergens hadden ze nog blauw bloed in hun aderen, dat was te zien ook.
Eén en al deftigheid namelijk.

Zij vonden Assepoester te minderwaardig om naar om te kijken.
Nu was Assepoester ook wel een beetje ordinair, maar ze was wel knap.
Dat kon niemand ontkennen.
Maar de chique dames vonden het onnodig om met haar te praten en om haar als een gelijke te behandelen.

Ze lieten Assepoester alle vervelende karweitjes doen in het jachthuis in het grote bos. Vader ging altijd op jacht met andere jagers in het grote bos en was soms tijden van huis. Soms kwam hij thuis met een flinke buit aan vlees, hert, en zwijn, hazen en konijnen.
Hij zag zijn dochter nauwelijks staan, hij had een verzorgster voor zijn dochter gevonden en aandacht geven aan zijn bloedeigen kind was toch niets voor een jager?
Assepoester leerde van alles van de bedienden in het jachthuis, maar niets aan klasse en stijl tot grote ergernis van haar stiefmoeder en zusters.
Assepoester was wel een beetje eenzaam. Maar ook dat kon haar niet veel schelen ze had genoeg te doen en zong wilde stoute liederen als ze de trappen schoonboende.
Ze groeide op tot een bijzondere schoonheid, een beetje wild, een beetje ordinair, maar ook mooi.
De groffe taal in haar mond en slecht gekozen kleding, deed mensen denken dat zij een bediende was in het huis van haar eigen vader.
De stiefmoeder en haar dochters bekeken Assepoester niet eens meer.
Photobucket

Op een dag kreeg men een uitnodiging van het koninklijk paleis zelf.
De prins was op zoek naar een bruid en wilde alle vrouwen een kans geven ook zonder van adel te zijn.
Of zij genegen waren om aankomende week op een vrijdagavond, naar het bal te komen op het paleis.
Natuurlijk wilden de vrouwen dit dolgraag, de prins scheen zeer knap te zijn en zijn vrouw worden betekende dat zij prinses zouden worden en een prachtig leven konden hebben in het paleis!
De dochters joelden en juichten door elkaar heen, de moeder keek het nog even aan voor ze hen een reprimande gaf, om zich nu toch eens te gaan gedragen als echte dames van stand. De prins zou hen anders nooit als vrouw willen accepteren uiteraard.
De dochters waren direct uiterst stil en beleefd.
Assepoester was bezig in de keuken het fornuis schoon te poetsen en zij wist nergens van. Haar uitnodigen daar dacht niemand aan.

Toen Assepoester in de badkamer de wc schoonmaakte, kwamen haar stiefzusters binnen en hoorde zij hen opgewonden praten over het bal.
Assepoester werd er verdrietig van en opstandig, ze miste haar moeder heel erg en begon zachtjes te huilen.
Oh moeder waarom denkt er niemand nog aan mij…
Ze begreep het niet, en ze mocht haar stiefzusters ook niet, haar stiefmoeder evenmin. Waardering was er nooit voor wat zij voor hen deed namelijk.

Assepoester wilde dolgraag naar het bal in het paleis.
Maar ze had geen mooie jurk of mooie schoenen. En ze kreeg ze ook niet, als ze het vroeg lachten ze haar uit.

Ze zou het maar smerig maken die dure kledij, zonde van het geld.
De avond van het bal, toen iedereen al weg was en terwijl Assepoester de haard schoonveegde, stond er plots een mooie engel in de kamer. Ze was prachtig gekleed, met een witte veren hoofdtooi en jurk stond ze daar, ze wapperde met haar handen.
Oh Assepoester, ik kom je iets brengen, een cadeau van je moeder.
Ze gaf Assepoester een pompoenzaadje en 6 muizen.

Ze trok haar toverstaf uit een zak in haar jurk en toverde Assepoester’s haar om in een valei van blonde krullen.
Van haar oude voddenjurk toverde zij een prachtige lichtblauwe jurk met sterrenlovertjes er op in regenboogtinten.
In haar oren toverde zij prachtige diamanten, en evenzo om haar sierlijke hals.

De boezem puilde intens uit en dus toverde de engel ook nog een gouden ondergoed setje onder de jurk.

Photobucket

Zo dat was beter zei ze tevreden.
Assepoester wist niet wat haar overkwam allemaal.
Oeh en ah…riep ze uit.
Ze was bang voor muizen namelijk.
Houdt ze goed vast Assepoester jij gaat namelijk naar het bal.
Kom mee naar buiten.
Buiten toverde zij een prachtige koets uit de pompoenzaad en uit de 6 muizen toverde zij 6 zwarte paarden voor de koets.
Ga nu riep ze uit…en voor de klok 12 uur slaat moet je naar huis Assepoester dan is de betovering verbroken! Assepoester beloofde om op tijd weg te gaan. Assepoester stapte in de prachtige koets en daar ging zij al op weg naar het bal van de prins.
Ze kon haar ogen niet geloven.
Aangekomen voor het paleis, schrok Assepoester enorm.
Ze had geen schoeisel aan, op blote voeten moest zij naar het bal toe.
Gelukkig was de jurk lang genoeg, zodat niemand zag dat zij geen schoenen droeg. Assepoester betrad de prachtige danszaal met de schitterende kroonluchters, en kaarsen in gouden houders aan de muren van bordeaux fluweel. De vloer was van koel marmer, en erg glad.
Gelukkig had Assepoester daar geen last van op haar blote voeten.

Ze gleed niet uit zoals haar moeder over een kapot kippen ei….
Er waren wel meerdere dames die uitgleden op dure schoeisel af en toe.
Assepoester genoot, want dansen kon ze wel dat hadden de bedienden haar wel geleerd.
De mannen keken hun ogen uit naar de prachtige blonde dame met haar pronte figuurtje.
En zo goed zij kon dansen dat kon eigenlijk niemand zo goed als zij onder de aanwezigen, want zij hadden geen dansles gehad van bedienden, en bedienden waren veel vrijer in hun lichaamsbeweging dan de bekakte hoge lui.

De prins keek de zaal telkens door en elke keer weer zag hij de mooie blonde deern voorbij walsen.

Wat kon zij prachtig dansen alsof zij door de lucht zweefde, alsof ze op blote voeten aan het dansen was.
De prins kreeg steeds meer interesse in de jonge vrouw.
En hij vroeg haar ten dans, de hele zaal hield de adem in. Het zal toch niet dat hij, de jaloerse blikken en roddels waren intens. Assepoester zag het niet eens, ze keek naar hem de prins. Hij nam haar in zijn armen en keek haar aan met zijn prachtige bruine ogen.
Hoe heet jij zei hij. Assepoester knikte van Nee.
Je wilt je naam niet vertellen, wat spannend lachte de prins haar toe.

Hij benam haar de adem, het gouden ondergoed begon te kietelen.
Assepoester werd er opgewonden van zeg.

Wat was dat voor een vreemd ondergoed?
Ze slikte hoorbaar en de prins legde zijn lippen tegen haar oor, kom liefste even een luchtje scheppen buiten.
Gedwee liep ze met hem mee naar het terras, waar zij alleen waren.
De prins begon haar te betasten in het wilde weg en kuste haar overal.
Assepoester stond te trillen op haar benen, het ondergoed werd vreselijk heet, het was ondraaglijk. De prins trok de jurk uit van Assepoester en zag het prachtige gouden ondergoed setje, zo zo glimlachte hij opgewonden.

Goud nog wel zal ik er eens in bijten?
Assepoester knikte van nee en trok snel het ondergoed uit.

Haar borsten trilden op en neer zo snel trok ze de bh uit.
Haar billen deinden, en de prins zag dat alles aan met open mond en een wazige blik in de ogen.
Dit was een gewillige vrouw, dat was echt een vrouw voor hem.
Hij raakte haar borsten aan en dook in haar prachtige lange haren, kuste wild haar hals en haar mond en , Assepoester eindelijk bevrijd van dat vreemde toverondergoed liet het zich welgevallen, de prins was zeer aantrekkelijk namelijk.
Waarom niet als hij haar wilde zoenen dan wilde zij dat ook wel.

En nu ze zo naakt voor hem stond, och? Verlegen kuste ze hem terug, aarzelend, zachtjes, intens genietend tilde de prins haar op en zette haar op het muurtje van het balkon. Hij trok zijn broek open en wilde bij haar binnendringen.

Maar de klok sloeg op dat moment precies 12 slagen.
Assepoester telde ze mee terwijl de prins haar tot de zijne wilde maken.
10,….11,..12….

12????????? Assepoester rukte zich los van de prins sprong over het balkon en verdween in de bosjes, ze rende gelijk een hinde door de velden in het donker.

De prins was zeer teleurgesteld en toen hij de balzaal weer in kwam kon het feest hem niet langer boeien,

Wie was die mooie bijzondere vrouw toch?
Waarom was zij weggevlucht.

De prins liep rond 1 uur snachts nog treurig naar het balkon en hij vond daar de gouden ondergoedset.

Gelukkig hij had iets van haar een aanwijzing.
Hij legde de gouden ondergoed set onder het kussen van zijn koninklijke bed en sliep zalig die nacht dromend over de blonde stoot welke hij bijna tot de zijne had gemaakt die avond.
De volgende morgen liet hij de gouden ondergoed set precies namaken zoals hij gemaakt was. Daarvan maakte men er meer en hiermee ging men op zoek naar de blonde schoonheid.

De prins was tot over zijn oren verliefd op Assepoester en wilde haar terug vinden want zij zou zijn vrouw worden.
In het hele land moesten meisjes de ondergoed set passen, en als hij paste dan werd zij zijn vrouw.
De dag kwam natuurlijk dat men bij het jachthuis aan kwam waar Assepoester woonde. De beide zusters waren door het dolle heen, ze moesten het setje passen.

Giechelend achter het kamerscherm, trokken zij de set aan, om de beurt.

De moeder keek streng toe en zag hoe bij de ene dochter de borsten nauwelijks pasten in de bh.
Ze propte er snel enkele sokken van haar man in om de boel op te vullen maar, de lakei prikte met zijn vinger in de boezem van haar dochter en ontdekte zo dat de boezem van sokken was voorzien.
Teleurstelling al om maar er was nog een dochter te gaan.
De bh paste redeljk, maar de slip zat veels te strak om haar billen.
Dus ook zij viel af.
Jammerend vielen zij neder op hun veren matrassen, en huilden tot ze niet meer konden.

De lakei vroeg of er nog een dochter in huis woonde.

Pff die dochter, die kan niets en is ordinair, riep de stiefmoeder uit.

Zij was niet op het bal!
De lakei keek haar bevreemd aan en zei dat alle jongedames in het land het ondergoed moesten passen!

Assepoester werd geroepen en achter het kamerscherm trok zij trots de set aan.

Het paste perfect natuurlijk!
De stiefmoeder viel flauw en de stiefzusters zagen groen van jaloezie.

Assepoester trok haar lange blonde vlechten los en het haar stroomde gelijk een waterval prachtig goudkleurig over haar schouders.

De engel kwam ook nog even langs en gaf een doos aan Assepoester.

Nog een cadeau welke ik je moet geven van je lieve moeder.
Assepoester haalde een prachtige jurk uit de doos.

Wit met veren en zilveren sterren.

Iedereen keek ademloos toe hoe zij transformeerde in de schoonheid van het bal.
Was jij daar, hoe kan dat je was niet uitgenodigd krijste de ene stiefzuster.
De andere viel smekend op haar knieen bij haar stiefzuster Assepoester, vergeef mij dat ik je zo wreed behandeld heb…Tjah Assepoester zou nu prinses worden wat zou er gebeuren als ze aan de prins vertelde hoe slecht zij waren geweest voor zijn a.s. bruid.

Assepoester glimlachte alleen maar en moest mee in de koninklijke koets.
De prins was dolgelukkig haar weer te zien en trouwde terstond met haar.

Die nacht terwijl het vuurwerk uiteen spatte boven hun hoofden, nam de prins haar toch nog op het balkon.

Nog even iets afmaken schat zei hij opgewonden fluisterend in haar oor.

Assepoester glimlachte alleen maar en zag hoe een ster van groot formaat plots uiteen spatte, was het haar moeder die haar een teken gaf vanuit de hemel of was het vuurwerk. Ze wist het niet.

Misschien was het wel de prins die haar in de zevende hemel deed belanden en ze leefde nog lang en gelukkig met haar prins.

 

©AngelWings

 

 

 

 

Rapunzo

 Photobucket

Roderick zat voor het raam in zijn enorm hoge torenkamer.
Hij keek uit over de mensen die daar beneden voorbij kwamen, hij keek en toch het zei hem niets meer.
Al jaren lang bevond hij zich in zijn kamertje, hij had geld zat.
Hij had bedienden, en een kok, men zorgde goed voor hem.
Minachtend stond hij daar, neerkijkend op alles dat het leven betekende.
Al die domme mensen daar, die maar wat leefden, aten, dronken en sliepen en sex hadden.
Zijn prachtige lange grijswitte baard golfde over de stenen muur van de toren naar beneden.
Dat vond hij een leuk idee ergens.
Rapunzel, zijn baard was absurd lang, jarenlang had hij zijn baard laten staan,
hoelang was het geleden?
Hij was nu 70 en hij woonde in de torenkamer sinds hij de 20 passeerde.
Na 3 jaar begon hij zijn baard te vlechten en hing hij het uiteinde uit het raam, zo ruim was het nml niet in zijn torenkamer.
Maar voldoende plek voor zijn pc en 2 persoons bed dat wel.
Een afgezonderde ruimte voor zijn bad en toilet, een kleine ruimte om je terug te trekken, een grote bank, alles paste perfect in de kleine ruimte.
Hij had geen klagen.
Op geen enkele wijze zelfs.
Hij verdiepte zich in allerlei boekenwijsheid.
Hij wist veel, was geleerd.
Hij wist zeker dat al die mensen daar beneden die om zijn toren hun levens hadden dat alles niet wisten.
Hij was intelligent, hij was geleerd, hij was een wijs man.
Zijn lange grijswitte lokken sierden zijn edel gelaat.
Hij was ook vast nog van adel, eeuwen geleden stamde zijn moeder nog af van de koning van Engeland.
Maar niemand die dat wist die onder zijn toren doorliep natuurlijk.
Walgende wendde hij zich af, 70 jaar inmiddels.
Hij keek naar zijn pc, en zag een nieuw chatberichtje, snel toog hij naar zijn dure bureaustoel en ging verder met waar hij mee bezig was geweest.
Internetten…
Dat was zijn nieuwste passie.
Er was zoveel te vinden online, zijn hele dag begon en bestond uit internet.
Dat was zijn nieuwe leven sedert een jaar of 10.
De zon scheen irritant op zijn mega grote beeldscherm, en mopperend deed hij de gordijnen toe.
Roderick duwde zijn baard weer even het raam uit. Het werd langer en langer maar hij deed dit dankzij de waarzegster op de kermis toen hij 20 jaar oud was.
Mijmerend keek hij naar haar foto.
De foto van de vrouw die hij een maal ooit lief had gehad.
Beeldschoon was zij.
Eén foto had hij maar van die vrouw.
Een oude foto, inmiddels ingescanned, als wallpaper op zijn bureaublad.
Als poster op zijn muur, hij kon dat zo regelen nml online.
Wat was hij gelukkig geweest toen men uiteindelijk de bestelde poster aanbood onder aan de torenpoort.
2 meter groot en breed en lang was zij geworden.
Uit zijn portemonnee was zij gekomen tot zijn muurbedekking in de toren.
Geweldig, daar kon hij mee leven.
Omdat zij hem afwees toen ze nog jong waren, had hij zichzelf opgesloten in die torenkamer.
Koppig als hij was, wilde hij geen ander meer.
Zij was zwanger geraakt van een ander.
En toen liet ze hem gaan.
Nooit meer die liefde toelaten in zijn leven, dat leek hem de enige optie, om nooit meer dat intense verdriet te hoeven voelen.
Vermoeid streek hij over zijn ogen.
50 jaar in een torenkamer omdat zij…hij wilde er niet meer aan denken.
Hij had nu zijn leven, een leven online waarbij hij mensen met raad en daad te woord stond.
Hij was iemand die wijsheid kon bieden, zij had dat nooit ingezien.
En ze had hem verlaten, hoe had zij ooit die ander toe kunnen staan om..
Nee dat begreep hij niet.
Hij wreef weer over zijn ogen, en staarde naar zijn desktop.
vergeet het dacht hij, denk aan de wijze spreuken die men online smeet alsof het niets was, ze bevatten soms zoveel waarheid.
Nee hij wilde niet langer aan haar denken, niet weer!
Het was voorbij klaar…al 50 jaar voorbij!

En zo leefde zonderling Roderick zijn leven in zijn torenkamer, dag in dag uit en hij vond het goed zoals het was.
Beschermd tegen pijn afwijzing en verdriet.

Maar op een dag, op een dag, had hij een naar gevoel aan zijn keel.
Iets trok heftig aan zijn baardharen.
Bevreemd keek Roderick op van zijn pc, zijn grijswitte haren golfden over zijn rug en hij stond op.
Een lichte plof onderaan de toren was zijn deel.
Nieuwsgierig keek hij uit zijn torenkamer raam.
Wat was er aan de hand?

Onderaan de toren lag een kind giegelend in het gras.
Wat doe jij daar, brulde hij goedmoedig.
Het meisje lachte harder, niehiets, riep ze terug.
En zo ging dat een week door, elke dag speelde het kind met het uiteinde van zijn baard en elke dag brulde hij weer goedmoedig naar beneden.
”Wat doe jij daar”, dat vond ze enig! Giegelend lag ze dan daar beneden in het gras.
Een mooi meidje met prachtige lange donkere haren.
Maar na die week, met elke dag de ramen open, werd hij plots ziek, hij lag in zijn bed, en werd goed verzorgd door zijn bedienden maar toch…?
Maar plots stond het kind voor hem.
Ze was omhoog geklauterd dankzij zijn lange baard.
Een prachtmeidje van een jaar of 9 oud.
Hallo zei ze brutaal kijkend.
Wat kom je hier doen, mompelde hij schor.
Ik kom je opzoeken opa.
Opa?
Ik ben je opa niet, meidje!
Roderick kuchte netjes in een zakdoek.
Mijn moeder zegt van wel!
Dus,…(zo logisch als wat), zei het kind, brutaal kijkend naar hem met haar bruine kijkers.
Oh zegt je moeder dat?
Nu ik weet van niks, knipoogde Roderick.
Het kind lachte, tjah dan weet ik het ook niet meer hoor.
En ze klom langs zijn baard weer rap naar beneden.
Die hele week klom het kind via zijn baard de torenkamer in om hem te bezoeken, Roderick begon er zelfs plezier in te krijgen.
Soms bracht ze wilde bloemen mee, soms een plakje cake.
Ze vond hem erg lief, zei ze dan, parmantig keek ze hem uitdagend aan.
Ze was zo vertrouwd met hem.
Mist je moeder je dan helemaal niet meidje zei hij dan bezorgd.
Die domme mensen ook tegenwoordig, dacht hij.
Mijn moeder weet dat ik hier kom hoor, zei ze uitdagend.
Dan stak ze haar kinnetje parmantig naar voren en keek hem aan met een blik van wat nou?
Roderick knapte alweer snel op van zijn griepje en keek uit naar de bezoekjes van het kind.
Maar plots kwam zij niet meer langs.
Het werd hem zwaar te moede.
Zijn kleine engeltje waar was zij, waar bleef zij?
En zowaar Roderick trok de schoenen aan en ging op zoek in zijn dorp naar het meidje.Na 50 jaar ging hij
eindelijk weer naar buiten.
Wie haar kende, nu bijna niemand, zo ging dat tegenwoordig in dorpen wie kende elkaar nu nog?
Maar uiteindelijk belde hij aan bij een deur en deed een aardige vrouw de deur open.
Dag, ik ben Roderick en ik zoek een klein meisje met bruine ogen en lang donker haar.
Ach, zei de vrouw, ze viel bijna om en moest houvast zoeken aan de deurpost.
Wat fijn dat u ons komt bezoeken?
Lana is ziek momenteel maar komt u binnen zeg, kom binnen…nodigde de vrouw hem uit.
Hij betrad de schone woning en rook schoonmaakmiddel, en boenwas, dat was ouderwets en dat in deze tijd zeg?
Verwonderd keek hij om zich heen.
Zijn lange baard bleef buiten toen de deur zich sloot.
Lana ligt op haar bed maar ik denk, stamelde de vrouw voor hem, dat u wilt plaatsnemen in de woonkamer?
Aarzelend opende ze de deur naar de woonkamer.
Mama?
Er is hier iemand…
In de hoek van de kamer op een oude stoel van roze fluweel zat zij.
Zijn enige vrouw, de vrouw van zijn leven, 69 jaar oud maar alsnog een mooie vrouw.
Oh mompelde hij, oh, wat een wonder dit.
Met zijn stijve stramme knieen boog hij neer voor haar.
Hij herkende die blik uit duizenden, zij was het de vrouw van zijn leven de vrouw van de poster.
Oh zei ze en ze legte haar hand op zijn grijswitte haren, oh…meer zei ze niet want tranen blonken uit haar ogen.
En spatten uiteen op zijn gebogen hoofd.
Hij had haar handen in de zijne en kuste ze.
Oh geliefde, ik heb je zo gemist al die jaren.
Maar waarom zei je dat dan niet, vroeg ze verbaast.
Heb ik daarom al die jaren alleen moeten zorgen voor mijn dochter?
Hoezo zei hij dommig.
Hij vond zichzelf nog wel zo slim.
Al die jaren torenkamer ervaring etc?
Hoezo? nogmaals vroeg hij het haar.

Jij dacht dat ik een ander had toen ik zwanger was, maar het kwam nooit één keer bij je op dat jij de enige was voor mij?
Haar ogen flikkerden van ingehouden woede en verdriet.
Ik wist het niet, zei hij…
Nee zei ze veel mannen niet maar als je een vrouw beledigd op die wijze?
Krijg je geen antwoorden in je leven!

Oh wat heb ik gedaan kreunde hij, wat ben ik dom geweest?
Waarom?
Ja waarom vroeg ze, waarom was je zo dom?

Zijn engeltje kwam haar slaapkamer uit en rende hem tegemoet, opa!!!!!
Riep ze blij uit.
Opa!!!
Je bent eindelijk gekomen!

Ja mompelde hij, ik ben eindelijk gekomen.

©AngelWings

 

 

 

 

 

Sneeuwitje

Photobucket
Lang geleden was er eens een koningin, ze zat voor het raam te borduren, toen plots witte sneeuwvlokjes uit de hemel vielen. Ze opende het raam om die witte wereld schoonheid te aanschouwen. Maar zij prikte zich plots per ongeluk aan het borduurwerkje, een druppel bloed viel op de donkere ebbenhouten vensterbank, deze was inmiddels bedekt met enkele witte sneeuwvlokjes, en het zag er intens wonderschoon uit.
De koningin verzuchtte plots, ‘’Och had ik maar een kindje klein, met haren zo donker als ebbehout, met wangen zo wit als sneeuw, en lippen zo rood als bloed’’. Een witte duif fladderde plots heen vanuit de bomen en bracht de boodschap over aan de Goden in de hemelen.
Nog geen jaar later, bracht de koningin een dochtertje ter wereld, met een huidje zo wit als sneeuw, met haren zo donker als ebbenhout en lippen zo rood als bloed.
De koning en de koningin waren dol gelukkig.
Ze hielden intens veel van hun lieve kleine dochtertje, ze was hun geluk. Ze noemden haar Sneeuwwitje.

Op een dag echter viel de koningin van de torenkamer trap, en zij overleefde deze val niet.
Niemand wist dat een boze heks van dichtbij, de koningin van de trap had geduwd.
Het hele land was gehuld in droefenis, om hun zo geliefde koningin.

De boze heks bracht veel vuldig bezoeken aan het paleis en trooste de koning in zijn verdriet, om het gemis van zijn zo geliefde koningin. Ze gaf de koning adviezen, ze bracht hem troost en vertelde hoe goed zij voor hem kon zorgen. De koning vervuld van zijn intense verdriet, liet zich door haar inpalmen. Niemand mocht de boze heks, maar ze had veel macht. En deze ge-misbruikte ze dus ook, en nog geen jaar later had zij eindelijk haar zin. Zij werd koningin van het land! De koning stemde in met een huwelijk!
Ze was vol van zichzelf en elke dag keek ze in haar toverspiegel en vroeg aan deze spiegel of ze nog wel de mooiste vrouw van dat land was.
De spiegel antwoorde dan altijd dat zij dat was. En tevreden keek de boze heks dan om haar heen, ze was tevreden. Als koningin heerste ze over het land, en de koning nog steeds gebroken van verdriet door het verlies van zijn innige geliefde, merkte niet dat zijn nieuwe vrouw een boosaardig wezen was, die zijn vrouw gedood had. De nieuwe koningin deed net alsof ze een erg lieve stiefmoeder was voor sneeuwwitje, maar dat was zij helemaal niet, want als de koning het niet zag dan kneep ze het mooie kleine meisje hard in haar armpjes. En soms trok ze het arme kind zelfs aan de lange donkere haren. Het meisje was intens verdrietig. Op een dag zag Sneeuwwitje hoe de boze stiefmoeder, in de toverspiegel keek en vroeg wie het mooiste van het hele land was.
Sneeuwwitje schrok enorm want tovernarij was verboden in het land. De boze heks keek verschrikt om toen Sneeuwwitje uit angst achteruit deinste en hierbij een tafeltje omver stootte. Jij klein loeder, heb je mijn geheim ontdekt schreeuwde de boze heks naar het arme kind, die met grote ogen naar de boze heks keek.
‘’U bent een heks’’, stamelde Sneeuwwitje. “Ja, nou én?” Sneerde de boze heks.’’ Als jij je vader hier iets over durft te vertellen, dan zal je de hel beleven’’! Hierbij lachte ze haar gierende gemene lach, en duwde het kind de kamer uit.
‘Wegwezen jij’, en denk erom als je er ooit over praat weet ik je te vinden!”.

Sneeuwwitje viel neer in de hal van het paleis, ze huilde tranen met tuiten maar durfde niemand te vertellen over de boze heks. Ze voelde zich intens alleen, en zonder haar moeder, wist ze niet wat ze moest doen, maar ze vertelde het aan niemand.
In de jaren die volgden werd Sneeuwwitje groter en mooier, ze was oogverblindend mooi zelfs.
En op een dag toen Sneeuwwitje 15 was geworden, vervloekte de boze heks haar toverspiegel omdat hij voor het eerst in al die jaren iemand anders de mooiste noemde in het koninkrijk.
Hij noemde de naam van Sneeuwwitje.
Woedend was de koningin, ze haatte het kind intens.
Waarom wist zij niet, maar het kind was alles dat zij niet was, puur, oprecht, eerlijk, intelligent, verstandig, vriendelijk en iedereen hield van het meisje, en nu was ze ook nog mooi! Mooier dan zij!
Ze wilde van het kind af, maar hoe? Het meisje werd altijd goed bewaakt en beschermd.
Sneeuwwitje had vele vrienden, misschien kon de boze heks een vriend overhalen om het kind kwaad te doen? Als zij een goed aanbod deed, waarom zou zij zo geen ander mens in haar macht kunnen verkrijgen? Ze had goud genoeg om aan te bieden.
De boze heks verzon een plan. Op een dag vroeg ze een vriend van Sneeuwwitje om bij haar te komen, hij was een jager. Ze bood hem een grote zak met goud aan, als hij Sneeuwwitje naar het bos zou brengen, en haar het hart bracht van het mooie kind, dan kreeg hij nog zo’n zak goud en werk in het paleis zelf als hoofdjager.
Nu had de jager altijd wel genoeg vlees te eten, maar veel geld had hij niet, hij kon niet anders dan naar de boze heks luisteren. Hij had ook kinderen en hij had werk hard nodig.
Met een bezwaard hard ging de jager naar Sneeuwwitje toe, hij sprak vriendelijk met haar, en vroeg of ze met hem naar het bos wilde gaan. Hij had een nest met jonge vosjes gevonden en hij dacht dat de moeder vos verdwenen was, hij wilde kijken of hij de jonge vosjes moest gaan opvangen.
Sneeuwwitje stemde enthousiast in, en ging dansend mee naar het bos, op zoek naar de jonge vosjes. Sneeuwwitje was dol op dieren namelijk en jonge vosjes waren enig om te zien en vast te houden, dat wilde zij wel graag.
Diep in het grote woud, stond de jager stil, om het kind de genadeslag te geven. Maar hij kon het niet over zijn hart verkrijgen.
Zo een onschuldig kind, ombrengen, was hij helemaal gek geworden?
De tranen sprongen hem in zijn ogen om zijn slechtheid en de wens aan goud. Hij vertelde Sneeuwwitje van het plan van de gemene boze heks om van haar af te komen. Ik zal niets zeggen maar ren weg, ga door het woud en zoek een plek om te leven en laat je nooit meer zien op het paleis…waren zijn laatste woorden, voor hij haar alleen achterliet in het grote woud.

Onderweg schoot hij een hert dood en sneed het hart uit het dier als bewijs, voor de boze heks dat hij Sneeuwwitje zogenaamd gedood had.

Sneeuwwitje was moederziel alleen in het grote woud, ze huilde van verdriet en verlatenheid.
Wat moest ze nu beginnen?
Ze liep rond, uren lang, op zoek naar mensen, een huis, een plek om uit te rusten, een oplossing voor haar problemen.
Ze miste haar vader intens, maar ze kon niet terug keren naar het paleis.
Tegen de avond toen het al bijna donker was geworden zag zij een lichtje branden in de verte. Ze rende zo snel ze kon naar het lichtje toe, opgelucht en hoopvol, misschien was daar een huisje, een plek om te slapen, want ze was zo intens moe.

Toen Sneeuwwitje eindelijk aan kwam bij het lichtschijnsel zag zij daar een gezellig klein huisje.
De deur stond uitnodigend open, en Sneeuwwitje besloot naar binnen te gaan.

Het was er heerlijk warm en aangenaam. Op het gasfornuis stond een pannetje zachtjes te pruttelen, snel at Sneeuwwitje wat uit het pannetje, het smaakte heerlijk.
Op een tafel stonden 7 bordjes, van groot naar klein, bestek van groot naar klein en stoelen van groot naar klein.
Sneeuwwitje vond het grappig en nam plaats op de grootste stoel, want zij was groot voor haar leeftijd al en paste goed in de grotere stoel.
Ze schepte wat eten op uit het pannetje in het bord voor haar en begon smakelijk te eten.
Toen ze eindelijk vol gegeten was, gaapte ze achter haar hand en stond op, en liep naar een kamertje ernaast, daar stonden 7 bedjes, van groot naar klein.
Oh wat grappig vond Sneeuwwitje dit alles, ze liep naar het grootste bed toe want ze was intens vermoeid! Ze ging liggen in het zachte warme donzen bed en viel direct in slaap.

Na enige tijd kwamen de bewoners van het huisje thuis.
Ze merkten direct dat er iemand in hun huis was geweest, wat was hier aan de hand.
Er was gegeten uit de pan, en het bord was gebruikt, en de stoel stond anders langs de tafel.
Vanuit de slaapkamer kwam een geluidje en verschrikt renden de dwergen, want dat waren zij namelijk, naar de slaapkamer toe.
Vol verbazing zagen zij het mooie koningskind slapen in het bed van de grootste dwerg.
Verliefd keken ze naar het mooie kind, wat was zij prachtig zoals ze daar lag in het sneeuwwitte beddegoed, met haar ebbenhoutkleurige haren, haar bloedrode lippen, en haar sneeuwwitte huid.

Zuchtend gingen de dwergen naast het bedje zitten, starend naar het beeldschone meisje.
Mag ze blijven? vroeg de kleinste dwerg hoopvol.

We zullen zien zei de middelste dwerg, en vragen wat zij zelf wil, als zij ontwaakt.

De hele nacht waakten de dwergen aan het bed van Sneeuwwitje, ze had nare dromen die nacht, onrustig sliep zij die nacht.
En toen in de morgen de zon door een kier in het gordijn haar neus kriebelde, werd zij niezend wakker.
Hatsjoe! nieste zij koninklijk. De dwergen lachten allemaal in koor, en Sneeuwwitje keek blij om haar heen. Oh, zei ze, oh wat gezellig, jullie zijn allemaal dwergen. Bij de dwergen bleef zij wonen, bij de dwergen had de macht van de koningin geen kans. Zij beschermden haar zo goed zij konden, en als zij aan het werk waren, deed Sneeuwwitje het huishouden.
En kookte ze het eten, bakte zij zoete broodjes in de kleine steenover.
De dwergen hadden weinig te klagen over de koningsdochter zij was zeer net opgevoed.
Toch waren zij bang voor de macht van de koningin, daarom waren zij zeer zuinig op Sneeuwwitje.

De koningin was zeer tevreden, ze had zich ontdaan van dat stomme kind Sneeuwwitje. Eindelijk had zij alle macht en als ze ooit kinderen zou krijgen, zouden zij de troon bestijgen en geen kind van een koningin die niet meer leefde. Ze had het allemaal goed geregeld!
Zeer tevreden ging zij naar de toverspiegel en vroeg de spiegel wie nu het mooiste was in het land.
Maar de spiegel antwoordde dit maal wederom dat Sneeuwwitje de mooiste was in het hele land.
De gemene heks sprong uit elkaar van woede, ze rukte aan haar haren en stampvoette van boosheid.
Hoe was dit mogelijk, de jager had Sneeuwwitje toch gedood?
Woest liet zij de jager bij zich komen, angstig keek hij haar aan, hij had eindelijk een baan en had goudstukken, teveel om uit te geven, wel ten koste van een kind. Maar toch?
De boze heks had hem alleen maar misbruikt, om haar zin te krijgen. Maar dat plan was dus mislukt, woest was zij.
Ze schreeuwde tegen de jager dat hij onthoofd zou worden later die dag, en zo gebeurde.

De heks zon op wraak, waar was dat rotkind gebleven?

In een glazen bol spoorde zij een blij lachende gelukkige Sneeuwwitje op, lachend met dwergen?
Wat, riep de heks verbaast uit, dwergen, de 7 dwergen van over de 7 bergen dat was bij het laatste woud en dan bij de grote eik naar links en dan uitgekomen bij een watervalletje 3 bomen naar rechts.
Oh kijk dat kind eens lachen en gelukkig kijken, ze was inderdaad nog mooier dan voorheen.
Gifgroen was de aura van de boze heks, het spoot er vanaf, ze had zo een hekel aan dat kind.
Ze moest iets doen!
Maar wat?
Na een maand wist ze wat haar te doen stond.

Ze deed een oproep, naar oude vrouwtjes die iets voor haar de koningin wilden doen.

In feite het leven stuk maken van het kind Sneeuwwitje, maar dat zei ze natuurlijk niet.
Er was een oude dame die deze taak wel op zich wilde nemen en deze dame ging gekleed in een boerinnen jurk, op weg naar het dwergenhuisje met een mandje met veel rommeltjes die jonge meisjes vaak leuk vinden.
Een haar lint met gif bv, of een halsketting die betoverd was, en zodra deze om je hals lag je keel langzaam dichtkneep. De heksen koningin hoopte dat Sneeuwwitje het laatste zou kiezen natuurlijk.
De boze gemene heks keek natuurlijk mee in haar glazen bol want ze wilde niets missen van de ondergang van Sneeuwwitje.

De oude dame klopte aan bij de voordeur van de zeven dwergen. Sneeuwwitje vriendelijk als zij was deed de deur direct open.
Onschuldig keek ze naar het vriendelijke oude vrouwtje, niet verwachtend dat haar iets heel slechts zou overkomen.

Het oude vrouwtje kletste met Sneeuwwitje over leuke dingen, enkele roddeltjes uit het land, over de koning natuurlijk die zijn dochter echt niet miste.
Sneeuwwitje brak in tranen uit, mijn vader die mij niet mist? dacht zij, hoe kan hij?
De oude dame klopte het kind op de rug, poeslief zei ze toen, wil je iets uit mijn mandje als een cadeautje?
Ik geef het je voor niets omdat je zo verdrietig bent.
Snikkend keek Sneeuwwitje naar het mandje en zag de haarlint, die was wel mooi zeg, het glanste in de zon. Het leken regenboogkleuren, want als je het bewoog, dan zag je allerlei kleuren tevoorschijn komen.

Maar die ketting was wel bijzonder mooi zeg, ademloos nam Sneeuwwitje de ketting uit de mand, de ketting was de voorstelling van een gouden slang met gifgroene ogen, en het had zelfs een rode gevorkte tong. Prachtig gemaakt, subliem!
Deze zou ik graag willen lieve dame, zei Sneeuwwitje zacht.
Oh neem het toch kindje, zal ik het om je nekje doen lieverd
De oude dame was zeer behulpzaam en deed de ketting om de mooie hals van het kind.

De boze heks schaterlachte aan de andere kant van het land toen ze zag hoe zij het domme kind had verstrikt in haar netten!
De boze heks liet het plots donderen in de lucht, en de oude dame keek verschrikt achterom oh ik moet nu snel gaan lieve meid!

Dag, dag hoor! En weg was ze.
Sneeuwwitje keek in de spiegel naar de mooie ketting om haar hals, wat was het mooi.
Maar de slang leek te sissen, de tong bewoog in de bek van de slang, het leek tot leven te komen en de slang verstikte Sneeuwwitje in een wurggreep!

Sneeuwwitje snakte naar adem, ze greep naar haar keel om de ketting eraf te rukken maar ze verloor het bewustzijn al.
Langzaam zakte ze ineen, het werd haar teveel.
Toevallig waren de dwergen die dag vroeger thuis en ze vonden Sneeuwwitje asgrauw op de grond liggen. Blauw aangelopen en om haar hals een sissende gouden slang.
De oudste dwerg pakte zijn zwaard en sloeg de ketting van de hals van Sneeuwwitje, hij raakte hierbij wel haar huid, waardoor rood bloed langs haar keel droop, maar gelukkig begon ze weer adem te halen.

Langzaam aan kwam ze weer bij.

De dwergen waren zeer bezorgd vanaf die dag, en ze gaven Sneeuwwitje een kleine witte duif, als er nood was moest ze de duif bevrijden, dan zouden ze haar komen redden zo snel ze konden.
Het duurde lange tijd voor de boze heks weer een nieuw plan had bedacht, het viel niet mee nml. Die dwergen om dat stomme kind heen.
Sneeuwwitje mocht de deur niet meer open doen, ze mocht ook niet meer buiten komen in haar eentje. Dus moest ze de hele dag wachten tot de dwergen weer thuis waren. Het verveelde haar enorm, haar leergierige geest voelde zich onrustig.
Eindelijk had de boze heks een nieuw plan bedacht, het duurde nogal lang elke keer, slim was ze niet echt, wel slecht!
En slechte plannen bedenken valt niet mee!
Maar dit keer was het plan geniaal vond zij zelf.

Ze betoverde een reekalfje en zond het naar het woud achter de 7 bergen.
Het reekalfje liep langs het huisje van de 7 dwergen, de heks had het pootje verwond met een mesje. Het diertje liep dus mank.
Sneeuwwitje met haar liefdevolle hart wilde het diertje direct verzorgen dus zij ging toch naar buiten toe. De witte duif in de kooi koerde waarschuwend, Pas op koekoeroekoe, Sneeuwwitje.

Maar zij hoorde de duif al niet meer, ze rende achter het reekalfje aan, en bij een appelboom stond het arme diertje stil, het liet zich rustig aaien door Sneeuwwitje, maar omdat het diertje te zwaar was voor Sneeuwwitje, kon ze het niet meedragen naar huis.

De witte duif was gevlogen uit zijn kooitje op zoek naar de dwergen om ze te waarschuwen maar het was al veels te laat!

Sneeuwwitje ging op het gras liggen waar allemaal appels op de grond lagen, ze sprak tegen het reekalfje, en nam een hap uit een van de appels, die daar neergelegd waren door de boze heks natuurlijk.

En ze waren allemaal giftig. Sneeuwwitje viel dood neer, daar lag ze in het groene gras.
Dood voor altijd!
De boze heks zag het lachend aan, mooi gelukt, haar plan was gelukt!

Eureka gilde ze uit, ik ben de baas, ik heb dit gedaan! Ze was intens trots op zichzelf.
Ze rukte de toverspiegel uit de kast, nou vertel riep ze uit wie is het mooiste in het land?
U zei de spiegel zuchtend en verdrietig.
Genietend verliet de boze heks de kamer en liep verzaligd rond in haar domein.

Op het groene gras lag een mooi kind, gestorven door een appel die giftig was.
Had ze maar niet vertrouwd op aardige dames en reekalfjes met zeer pootjes.

 

De dwergen vonden haar en maakte een diamanten kist voor Sneeuwwitje, ze zag er nog zo mooi uit, zoals ze altijd was geweest eigenlijk, een sneeuwwitte huid, en ebbenhoutzwart haar, en haar lippen waren rood, dat kwam omdat zij in haar val op haar lip had gebeten en er bloed uit haar lip was gestroomd en de lippen nu nog steeds zo rood als bloed waren.
De dwergen konden het mooie kind niet begraven.

Ze wilden naar haar kijken, ze wilden hun liefde voor haar eer aan doen en zij legten haar op witte zijde, in de doorzichtige diamanten kist.

De kist werd geplaatst op een heuvel nabij.

De zon scheen op haar mooie gezichtje, en haar lange donkere wimpers lagen als schaduwen op haar wangen.
Het zou een wonder zijn als zij weer tot leven mocht komen maar de wereld bestaat uit wonderen!

Als je er maar in gelooft.

Op een dag kwam er een knappe prins voorbij, hij reed op zijn zwarte paard, en zag de diamanten kist staan op de heuvel.

Met daaromheen de 7 dwergen in tranen.

Wat is hier aan de hand zei hij, en hij keek in de kist en zag het mooie kind.
Onrecht mompelde de oudste dwerg, puur onrecht als je het mij vraagt.
Wie heeft dit gedaan dan? vroeg de prins onthutst.

Zij, en de 7 dwergen wezen over de 7 bergen richting het noorden waar de boze heks koningin was en haar scepter zwaaide. Zij heeft dit alles aangericht.

Dan zal ik haar doden zei de prins!

Hij pakte zijn zwaard en wilde op weg gaan, maar bedacht zich toen even.

Ik wil haar een kus geven voor ik ga.

Dat mocht zowaar.

De deksel van de diamanten kist ging open, de prins kuste Sneeuwwitje zacht op haar rode lippen, maar zijn zwaard kwam tegen de kist aan en deze gleed plots opzij.

Sneeuwwitje rolde uit de kist op het groene gras en plots brak de appel uit haar keel.
De prins sprong overeind en knielde neer bij de prinses.

Ze opende haar mooie ogen en hij kuste haar weer, en nog een keer.

De prins was direct verliefd op Sneeuwwitje en wilde met haar trouwen natuurlijk.

De heks, zag dit alles gebeuren in de glazen bol, en zij vloekte en gooide de toverspiegel stuk, waarbij een scherf van de spiegel terecht kwam diep in haar hart.

De boze heks stierf ter plekke, een klein hoopje as achterlatend op de grond.

Sneeuwwitje leefde lang en gelukkig samen met haar prins.
De dwergen mochten bij hen wonen op het kasteel natuurlijk.

En de vader van de prinses trouwde nooit weer.

 

©AngelWings

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meneer de Wolf en de zeven meidjes

Meneer de Wolf en de zeven meidjes

Heel lang geleden, hoewel dat valt ook wel weer mee.
Woonde er eens in een kleine boerderij een alleenstaande moeder met haar zeven dochters.
Vader was er vandoor gegaan met de melkmeid, en moeders stond er alleen voor met haar zeven prachtige dochters.
Nu dat vond de regering niet zo mooi. Daar moest iets aan gedaan worden dus zo gezegd zo gedaan.

Men zette meneer de Wolf in om al die mooie meidjes eens aan de tand te voelen of alles wel goed ging in huize ‘’de Zevensprong’’.
Moeder wist ervan, ze had al een brief ontvangen, dat er een onderzoek zou plaatsvinden, maar ze moest ook nog uit werken natuurlijk, anders konden ze helemaal niet meer overleven en eten en zeker niet in deze crisis tijden.
Moeder waarschuwde de meidjes om de deur vooral niet open te doen als er iemand aan belde.
Dat was goed, riepen de meidjes in koor. Moeder vertelde dat niemand te vertrouwen was in deze tijden en dat er teveel slechte mannen rondliepen met snode plannen, die te maken hadden met hersens die ergens zaten waar ze niet moesten zitten!
Moeder ging er snel vandoor op haar brommertje, richting haar werkhuisje en de meidjes sloten alle deuren en ramen en deden de luiken ervoor.
‘’Hoor’’ riep de oudste dochter, ‘’ik hoor een auto aan komen’’.

‘’Stt’’ zei de kleinste bang en ze kroop weg onder het bed.
‘’Misschien is er iets gebeurd met moeder onderweg’’, opperde de middelste, ‘ en wordt ze nu thuisgebracht door iemand die haar vond’.’ Ach jij hebt teveel fantasi’, riep de een na oudste dochter smalend en ze duwde het een na jongste zusje snel in de grote staande klok

De auto stopte op het erf en even later liep er iemand om de boerderij heen, het rammelde aan de luiken, en belde aan de deurbel, maar ze deden niet open!
Oh nee, als moeder iets zei dan gehoorzaamden de meidjes allemaal. Moeder wist alles het beste.
Meneer de Wolf was boos, zeven meiden en niemand thuis, wat was hier gaande?
Dit klopte niet, er klopte wel iets van verlangen in meneer de Wolf zijn boxershort, maar daar dacht hij even niet aan op dat moment.
Hij pakte zijn notitie boekje en schreef op dat moeders niet thuis was en dat de zeven meidjes zo bang waren dat ze niet eens open mochten doen van de moeder.
Dit was een foute boel dus, grinnikte meneer de Wolf.
Hij liep naar het raam en keek naar binnen, zijn volle vette lippen plakten tegen het raam, en lieten een afdruk na van zijn speeksel.
Langzaam liep hij terug naar zijn auto, en reed even later weg.
Gelukkig, riep de jongste dochter die is weg!
Ze sprong tevoorschijn en begon touwtje te springen in de hal.
Meneer de Wolf was niet achterlijk, hij reed zijn auto achterom, en ondernam een korte wandeling richting de kleine boerderij.
Kleine meidjes daar viel goed aan te verdienen tegenwoordig, dus deze kans liet hij niet onbenut.
Uithuisplaatsingen leverden nogal wat gelden op voor de goede zaak natuurlijk.
En soms zat er een klein hapje bij voor meneer de Wolf zelf, dus vol verve ging hij aan de slag.
Hij sloop naar de deur en tikte zachtjes op het kozijn, hij kneep even in zijn zak en begon met zoete stem de meidjes te lokken.’ Meidjes, kom en doe open de deur, ik ben thuis’!
De meiden stonden stijf van angst, moeder had toch altijd een sleutel?
‘U heeft geen sleutel moeder, hoe komt dat toch’?
Riep de oudste, naar de dichte deur.
‘Liefjes ik ben overvallen onderweg door slechte mensen, ze hebben de sleutel gestolen’, piepte meneer de Wolf. ‘En waar is uw brommer moeder’’, probeerde de middelste dochter.

‘Ook die is gestolen liefjes’.’ Ik ben lopend naar huis gekomen’.
De jongste sprong op naar de deur klink en duwde deze vol vertrouwen open, maar keek plots in het gezicht van meneer de Wolf, die met een grote grijns naar binnen keek met zijn voet al tussen de deur.
‘Zo, zo meidjes, daar trapten jullie mooi in hé’?
‘Ik kom jullie allemaal halen, jullie zijn alleen thuis is het niet’? ‘Jullie moeder liet jullie in de steek’.
‘Welnee’, riep de jongste boos uit en ze trapte hem tegen zijn schenen. Snel rende ze weg en wilde zich verstoppen, maar meneer de Wolf greep haar vast aan haar vlechten.

Al snel zaten alle zeven meidjes in zijn grote kinderophaalbus, en hij sloot tevreden de deuren in het slot.
Maar toen hij zich wilde omdraaien, kreeg hij een fikse klap met een koekenpan op zijn kop, en zag hij sterretjes en toen de nacht.
Moeders was thuisgekomen en zag hoe meneer de Wolf zijn handen niet thuis kon houden bij het sluiten van zijn autodeur.
Die winter hadden de zeven meidjes goed te eten, lekkere rollade, heerlijke blinde vinken, biefstuk en riblapjes, het was een feest.
Moeder had een leuke vriend gevonden, dus niemand die nog kwam zeuren dat er zeven meidjes eventueel alleen thuis waren.

Meneer de Wolf werd nooit meer gevonden, maar dat kon kloppen. Vraag dat maar aan de hond van de buren, die genoot van de overgebleven botjes.

©AngelWings

 

 

Prinses op de boerenzoon

Prinses op de boerenzoon

Lang geleden, zoals wel vaker het geval is, was er eens een zeer knappe en rijke prins.
Natuurlijk is dat altijd zo.
Zijn naam was prins Johannes de 4e. Want zijn vader was nml koning Johannes de 3e, en die zijn vader koning Johannes de 2e en die zijn vader was dus koning Johannes de 1ste. Dat was nog veel langer geleden.
Dus een echte prins. En deze prins wilde liever een andere naam dan Johannes te heten maar ja daar kon hij niets aan doen. Dat was beslist door zijn ouders en zelfs door de regering, maar het liefst wilde hij gewoon Prins heten. Daarom noemen we hem in dit verhaal dan ook gewoon Prins.

Nu wilde de prins Prins een prinses natuurlijk, maar ja hoe wist je nu dat een prinses een echte zuivere prinses was? De meeste waren halfbloed, en sommige van die alcoholsnollige prinsesse dus daar wilde hij niet aan denken. Daarvoor moest Prins dus naar de oude torenkamer, waar zijn overovergrootmoeder nog scheen te leven zelfs. En zij wist het, zij wist alles namelijk, omdat ze zo oud was, maar soms wist ze ook niets meer van dat alles, omdat ze zo oud was.
Maar wie weet, wist ze het die dag nog wel, en dus toog Prins menigmaal richting het torenkamertje, langs de ellenlange wenteltrappen naar boven, in de hoop dat zijn overoverovergrootmoeder een dag had waarop ze alles weer wist, omdat ze zoveel wist maar ook soms niet meer wist.

Prins bleef er slank bij, want aan sporten deed men niet in die tijden, afgezien van wat zwaardgevechten natuurlijk, en het jagen op konijnen en vossen.

Maar voor de rest, geen fitness, en geen basketbal of tennis, daar had niemand tijd voor in die dagen. Vandaar dat men ook torenkamers maakten voor oude overgrootmoeders die dan daarboven moesten verblijven omdat ze eenmaal boven niet meer naar beneden durfden te gaan.
In feite een soort ouderwets bejaardenhuis maar dan anders.

En eindelijk vandaag bleek overoverovergrootmoeder in een wijze bijdehante bui.
Dag grootmoeder, zei Prins. Ik wil u iets vragen.
Is goed jongen, knikte ze. Wat wil je mij vragen Johannes de 2e. Ik ben Johannes de 4e overoverovergrootmoeder, schrok de prins Prins.
Had ze nu alweer haar dag niet vandaag? Was hij dan weer die trap voor niets opgeklommen uren lang?
Maar nee, gelukkig, ze herstelde zich al snel.’’ Ach natuurlijk, ik had mijn loep niet voor mijn oog, vandaar’’, zei ze giegelend. Overoverovergrootmoeder had namelijk nog maar één oog dat scheelde weer met die loepen. Eén was gemakkelijker te hanteren dan twee.
Maar goed overoverovergrootmoeder wist het geheim te vertellen hoe de prins Prins een echte heuse prinses kon vinden.
Huiverend trok hij zich wat terug van de walmende asem van de oude vrouw. In die tijd had je geen gebitje voor je oma, men wist nog niet eens wat dat was, dus je begrijpt, overoverovergrootmoeder zijn dat betekende ook… Nu ja. De prins Prins bedankte de oude vrouw en kuste haar op haar vogelnestje op haar bolletje. Dag overoverovergrootmoeder bedankt voor het advies. Hij rende de trappen af, alsof de duivel hem op zijn hielen zat en wie weet was dat ook wel zo. Het kasteel was namelijk zo vreselijk oud, dat er vast wat spookte, daar in die oude torenkamers.
Prins de prins begon de volgende dag met de oproep dat hij op zoek was naar knappe boerenzonen. De koning Johannes de 3de tikte tegen zijn kroon, en vroeg zich af of zoonlief zich ineens ging verdiepen in het mannelijke geslacht. Het werd toch wel hóóg tijd voor een leuke prinses vond de koning. Maar goed hij liet hem zijn gang maar gaan. Er kwamen vele boerenzonen naar het kasteel in de hoop op wat goudstukken oid, ook al wisten zij niet wat ze moesten doen.
Prins de prins keurde alle boerenzonen met kritische blikken en hij koos er een uit die er werkelijk oogverblindend uit zag zelfs in boerenkiel. Dit ging hem dus worden. De rest mocht naar huis met een stuk varken of schaap of koe. Ze mochten zelf kiezen. Merendeel droop af met een karkas van het één of ander op de rug, maar ook velen waren boos en staken eens flink de riek in de lucht.
Maar daarvoor had Prins de prins natuurlijk ook kasteelhonden en die beten er flink op los.
Nou de boerenzoon die zo oogverblindend knap was, dat zelfs de koningin inmiddels al op leeftijd al bijna van haar stokje ging toen ze hem zag, werd ingelijfd als lakei. Hij verdiende lekker, dat mocht wel even gezegd. En in die tijd had men neuro’s dus dat was nog meer waard zelfs dan de guldens, dus dat wil wat zeggen.
Na twee maanden, riep Prins de prins allerlei prinsessen op om met hem te huwen.

Ze moesten als voorwaarde een nachtje op het kasteel doorbrengen, maar als alles goed ging en ze beviel dan zou hij met haar trouwen en zou ze een leven als een prinses hebben, als ze dit al niet had.
Nu tikten er enkele maagdelijke prinsessen op hun kroontjes of die prins Johannes de 4e wel geheel zou sporen in zijn kroonkamer? Maar ze gingen echt niet, een nachtje slapen konden ze thuis ook wel en wie weet wat er zou voorvallen in de nacht en dat verhaal met die erwt konden ze wel dromen inmiddels nee, dat wist elke prinses wel. Je zei dan gewoon dat het matras enorm hard was geweest en je niet kon slapen die nacht simpel toch? Maar toch kwamen er enkelen wel naar het kasteel, waaronder hele knappe prinsessen heus. De eerste prinses was blond als een kaarsenvlam en ze was als eerste aangekomen. Ze ging slapen die nacht in een prachtige kamer in het kasteel, welke zwoel was ingericht. Ze nam het ook niet zo nauw dus ze wachtte naakt in het grote bed op de prins die komen zou, toch? Maar ze dronk van de zalige dure wijn uit de karaf naast het grote hemelbed en viel al snel in slaap.
Na een tijdje kwam de knappe boerenzoon de slaapkamer in en nam de vrouwe in haar slaap.
De volgende morgen vroeg de prins aan het ontbijt hoe zij geslapen had.
Nou fantastisch zei ze spontaan en ze lachte hierbij al haar parelwitte tandjes bloot.
Oké zei de prins dan mag jij nu naar huis gaan.

Teleurgesteld pakte ze haar jurken weer in en vertrok met spoedige vaart en koets over de ophaalbrug richting haar eigen thuisland.
Toen was de volgende prinses aan de beurt. Ze had prachtig rood haar en felgroene ogen.
De prins vond haar wel een lekker ding vooral haar pronte borsten leken hem wel een heerlijkheid om in weg te duiken tijdens de rest van de aanstaande regeerperiode.
Maar ook zij had de volgende morgen zalig geslapen!
Teleurgesteld liet de prins haar gaan en wierp woedende blikken op de boerenzoon.

Heey eh je bent toch wel echt een boerenzoon en geen nazaat van mijn vader ofzo hé? Verifieerde hij nog even voor de zekerheid want de boerenzoon mocht geen druppel koninklijk bloed in zich hebben, anders werkte de test niet.
Er kwam een prachtige prinses langs met schitterend lang zwart haar en mooie lichtbruine ogen. Maar helaas ook zij had zalig geslapen. En zo ging dit maar door, een jaar later was er nog geen enkele prinses goedgekeurd want ze sliepen zalig dankzij de vreselijk knappe boerenzoon.

En een echte prinses zou dan zeggen dat ze slecht geslapen had. Dan was ze pas een echte. Geen boerenzoon zou haar zalig laten slapen, alleen een echte prins kon dat namelijk.

De Prins spatte uit elkaar van jaloezie om al die mooie vrouwen had hij laten gaan, en omdat zijn overoverovergrootmoeder gezegd had wat hem te doen stond.
Hij gooide hierna zijn overoverovergrootmoeder uit het torenkamertje zo pardoes op de binnenplaats van het kasteel, waar de kasteelhonden de restanten op aten.
De vreselijk knappe boerenzoon, werd verbannen naar een naburig buurland waar hij toch behoorlijk vriendelijk werd ontvangen door de plaatselijke prinses, en waar zij zelfs een uitzondering maakte op de regel door te trouwen met de knappe boerenzoon.
Prins mopperde aan één stuk door, zijn vader zou wel hebben liggen vozen in het hooiland en die boerenzoon was vast een van zijn nakomelingen, overoverovergrootmoeder was te dement nog om zich te herinneren wat nu echt het verhaal was achter het ontdekken van een echte zuivere prinses, kortom, hij wist het gewoon niet meer. Hij ging steeds vaker op pad, en trok er op uit de wildernis in, waar hij op een dag een mooie vrouw tegenkwam welke in het water bezig was te verdrinken.

Ze riep om hulp en de prins sprong toch maar het water in met zijn dure kledij.

Toen hij het natte kind op de kant had getrokken, werd hij op slag zo smoorverliefd op haar dat ze het deden daar aan de kant van de weg. Tussen grassprieten en doorns en bramen, en vele ongedierten die tussen hun bilnaad kropen. Maar dat kon de pret niet drukken.

De prins was dolgelukkig, prinses of niet, het kon hem niets meer schelen namelijk.
Toen hij vroeg hoe ze het had gevonden, zei ze blij dat het Goddelijk was, en dat ze een prinses was, nu ja hij zou haar maar op haar woord geloven.
Want boerenzonen waren ook niet te vertrouwen en overoverovergrootmoeders ook niet.
Ze trouwden en leefden nog lang en gelukkig.

©AngelWings.nl

 

 

 

Doornroosje

Sleeping Beauty  ISBN: 978-1587171208  Картинки отсюда
Doornroosje
Op het zigeunerkamp leefden eens vele mensen, het was wel honderd jaren geleden natuurlijk.

Nou goed nu waren er op dat kamp een baas en een bazin…zoiets als zigeunerkoningen en koninginnen, maar dan anders.
En ze kregen maar geen kinderen.

Wat ze ook probeerden en hoe de woonwagen ook kraakte onder hun wilde uitspattingen het lukte maar niet.

Op een dag ging de vrouw het bos in om hout te sprokkelen en zowaar er kwam een ufo voorbij.

De ufo landde netjes voor haar blote voeten en er stapte een groenling uit.

Zoiets als een kikker maar dan alweer anders.

Nu was het een mooie vrouw dat zeker wel. Een lange klokkende rok om haar heupen, en prachtige lange gitzwarte haren en duivels mooie zwarte ogen.
Een uur later zei de alien, ga naar huis en u zult een kind krijgen!

Nou de vrouw was natuurlijk enorm blij maar vertelde niemand over het verhaal over wat haar was overkomen in het bos.

Ten eerste niemand zou haar geloven en ten tweede, haar man zou haar zo haar lieflijke keeltje doorklieven als hij hoorde dat ze zwanger was van die groenling.

Toch was ze maandenlang erg nerveus want stel het kind was ook groen bv?

Maar gelukkig had ze geen angst hoeven hebben want 9 maanden later werd er een beeldschoon meisje geboren.

Met gitzwarte haren en gitzwarte ogen.

Iedereen was blij en er was feest, de vader had een wild zwijn geschoten in het bos en deze hing al een dag boven het spit.
Nu was het de gewoonte bij de zigeuners om oudtantes uit te nodigen in de hoop dat ze het kind in hun testament zouden opnemen.
Wie weet, maar nu waren er dertien oudtantes en ze hadden maar 12 wedgewood bordjes…

Dat was enorm balen, maar ach zei de vader, laat die ene tante maar zitten,dat oude mens legt altijd de kaart en is teveel met geesten bezig.

Dat wilde hij liever niet in de buurt van zijn prachtige kleine meid.

Dus 6 dagen na de geboorte kwamen alle oudtantes op bezoek, wederom had vader een nieuw wild zwijn moeten schieten in het bos, maar het was nu immers voor het goede doel nml enigszins een goede toekomst voor het meiske en wie weet, een leuke bruidsschat.

De oudste oudtante kwam bij het meiske kijken, zo zo kraste ze met haar oudewijvenstem. Mooi kindje hoor, geen vliesjes tussen de tenen, knipoogde ze naar de moeder, welke direct een knalrode kleur kreeg.

“Hoe wist die vrouw dat?” het zweet brak haar uit, maar toen schoot haar te binnen dat die oudtante enorm paranormaal was. Vandaar. Geruststellend klopte het oudje haar op haar hand, maak je geen zorgen…ze legde de vinger op haar oude droge lippen.

Pfieuw wat een mazzel die moeder toch had, de vader had gelukkig niets gehoord.

Ik hoop dat het meisje heel knap zal gaan worden en ik zal haar benoemen in mijn testament. De oudtante legde wat zaadjes neer voor de wieg.

Plant dit maar om de woonwagen, dan heeft ze een leuke toekomst.

Vader zag direct dat het fikse hennepzaden waren van vreselijk goede kwaliteit.

Dank u tante, dank u!

De volgende oudtante volgde, deze wenste het kind een goed karakter toe en gaf ook wat hennepzaden, voor later en zou het meisje ook benoemen in haar testament.
Het ging zo even door met alle oudtantes, die na hun zegeningen en cadeautjes, gouden oorringen bv en gouden halskettingen, voetkettinkjes, armbandjes, van alles van goud maar toch ook veel hennepzaden want daar zat enige verdienste in en dat kon nooit kwaad in deze harde wereld.

Maar voordat oudtante twaalf aan de buurt was, vloog het deurtje open in de woonwagen, met een klap sloeg deze tegen de wand aan.

“Zo gij stelletje Vuigelingen, ik ben niet uitgenodigd, he?” Snierde het oude wijf, het was nml. oudtante dertien, die uiteraard in haar glazen bol het feestje al had voorzien.

‘Oei wat dom’, dacht de moeder nog, logisch dat ze ervan af wist.

De oude vrouw lachte hard, ‘zo zo…dus ik mocht niet komen he?’

Ze spuwde wat bruinig tabakspruim op de hennepzaden die voor de wieg lagen.
Ik wens voor dit kind enkel ellende in het verschiet en dat een zwarte weduwe spin haar zal prikken als zij 16 is opdat zij zal sterven. Ze hocuspocusde er wat bij met haar oude handen in de lucht.

En vertrok met flapperende zwarte jas de deur keihard dichtslaand.

De moeder barste in huilen uit, de rest was met stomheid geslagen.

Wat een mazzel dat ik de laatste was vandaag zeg, riep een klein kwiek wijfje uit, ze liep snel naar de wieg en keek naar het meisje.

Zo kind, ik had nog niets gewenst voor je of aan je gegeven maar, ik kan niet ongedaan maken wat zij gezegd heeft maar ik kan ook zigeunervoodoo net als zij en ik wens je iets goeds toe, ok je zult dan wel flink in slaap vallen tzt, maarrrrrrrrrrr…je zult gered worden door een knappe zigeunerprins.

Even later vertrok iedereen, want het feestje was niet echt leuk meer natuurlijk.

De moeder huilde tranen met tuiten en dat ging zo dagen door. Vader was het wel zat twee huilende vrouwwezens om zich heen, dus hij ging de hennepzaden maar eens planten.

En terwijl hij daarmee bezig was, zag hij hoe de mooie zaden, veranderd waren in schimmelige zaden, vol afschuw stopte hij ze toch maar in de grond. Misschien wilde het nog wat opkomen.

Maar helaas er kwam niets op van de hennepzaden.

De dag kwam dat het meisje 16 was, ondertussen was haar moeder een wrak van ellende van de stress etc. Het kind had zowaar puntoren en als je goed achter die oren keek zag je een lichtgroene huid doorschemeren, dus mocht het meisje met haar prachtige lange lokken, nooit het haar in een staartje ofzo.

Vaders was behoorlijk aan de drugs verslaafd geraakt en lag de hele dag voor Pampus op de woonwagenbank.

Samen met zijn broer die op een ander kamp woonde had hij een flinke wietplantage en daar teerden ze nu al jaren op.

Doornroosje erg bang gemaakt voor spinnen, liep de dag van haar verjaardag even naar het bos.

Ze liep zomaar pardoes met haar gezicht in het web van een zwarte weduwe die haar flink in de neus prikte.

Oei die zwol direct gigantisch op zeg.

Snel naar huis, ze rende en rende, en uiteindelijk viel ze neer vlak voor de deur van de woonwagen.

Vader strompelde naar buiten en tilde zijn zo geliefde kind op om haar in de woonwagen te leggen.

Ze was buiten bewustzijn, haar neus leek wel een enorme knol geworden inmiddels. Hij zag hieraan dat de zwarte weduwe spin erin had gebeten helaas.

De toverspreuk was helaas uitgekomen.

The Sleeping Princess; The Sleeping Beauty - The Allies' Fairy Book, 1916

De moeder viel huilend neer naar de bank waar haar kindlief op lag.

En buiten zweefde een kleine schotel langs het bos.

Ook daar was een droeveling, ook al was hij groen van kleur.

Het beeldschone kind bleef liggen waar ze lag en ze leek te slapen. Maanden achter elkaar er was geen beweging in te krijgen meer.

Bedroefd keken de ouders dagelijks bij het mooie meisje.

Maar ze werd niet meer wakker.

 

Velen trokken na jaren weg van het zigeunerkamp en de ouders werden oud en ouder en nog veel ouder.

Maar hun mooie kind werd niet meer wakker.

De ouders stierven en uiteindelijk, overleden ze en de woonwagen stond daar maar stil in het bos op een verlaten open plek.

Om de woonwagen heen groeiden allemaal wietplanten van uitzonderlijke kwaliteit, doch aan de buitenkant van deze plantage schoten flinke stekelige bosjes uit de grond die zeer hoog reikten.

Niemand kon er nog bij.

En zo verliepen er vele jaren…

50 jaar nadat het meisje gebeten was door de zwarte weduwe, kwam er een zigeunerprins in het bos en stond stil bij de verlaten open plek, te zien aan de vuurplaats die er ooit geweest moest zijn wist hij dat dit een oud kamp moest zijn geweest.

Hij pakte zijn heggeschaar van een bekend merk en sneed allerlei wilde takken weg, hij kende die geur nml goed.

Hmm daarachter lag wat lekkers te goed.

En na enige uren snoeiwerk zag hij plots een vervallen woonwagen staan. Hij glimlachte al die inmens hoge wietplanten hij was de koning te rijk en nu een geheimzinnig oude woonwagen, misschien lag er nog wel goud in de wagen?

Hij duwde de deur open, die half in de voegen hing, en daar op de bank lag een hele mooie jonge meid!

De zigeunerprins keek er eens naar, hm ze had wel een enorme neus zeg, vreemd, vast een of andere rare ziekte, hij keek snel in het rond.

Pakte het goud mee dat daar lag, gouden oorringen en armbanden en plots schrok hij zich wild, achter hem begon er iemand te geeuwen, echt vreselijk wat een intense geeuw dat was.

De prins keek om en keek in prachtige zwarte ogen, ze werd wakker.

Het meisje keek verward om haar heen, en raakte haar neus aan. De zwelling trok direct weg.

Oh ja ze wist het weer ze was gebeten door een zwarte weduwe.

De prins glimlachte en kuste haar zachtjes op haar rode lippen.

Het was een mooi kind dus hij deed wat zijn hart hem ingaf, nml zoenen.

Ze grinnikte en zei je bent eindelijk gekomen!

Niet begrijpend keek hij haar aan.

Maar wat maakte het ook uit wat ze zei.

Hij had een enorme wietplantage, goud en een mooie meid.

En ze leefden nog lang en gelukkig.

AngelWings