Home Mysterie

Mysterie

Angels

Photobucket
Angels

Bloedmooi was ze, de donkere engel met haar zwarte krullende lokken en fluweelbruine ogen.
Alles aan haar was van een onaardse etherische schoonheid. zo verfijnd, zo onmenselijk bijzonder schoon.
Haar karakter was ook van dien aard dat deze bestond uit zuivere puurheid en wijsheid. Alsof zij, gelijk een engel vanuit het hemelse rijk op aarde was neergevallen.
Maar hoe triest is het leven van een gevallen engel op aarde. Wie kon deze schone vrouw begrijpen?
Wie kon haar volgen in haar gedachtenpatronen, toch geen mens?
Hoe ze ook haar best deed om geliefd te zijn bij mensen op aarde, het lukte niet.
Groen en grauw van afgunst was men op haar, niemand kon haar uitstaan nml.
Ze was zo wijs, zo beschaafd en net, zo beleefd, zo vriendelijk het was werkelijk onuitstaanbaar.
Geen enkel mens was zo perfect als zij.
En ondanks haar schoonheid, straalde ze ook iets uit wat mannen bang maakte voor haar.
Iets onaantastbaars, iets dat niet te misbruiken was, iets dat ver uit steeg boven alles, wat een man eventueel aan duistere plannen had voor een vrouw, kon men bij haar gewoonweg niet maken.Dit voelde men bij haar, de zuivere engel bezoedelen dat zou je duur komen te staan ooit in de hemel. En dat voelt een mens heus wel aan hoor, in het verre onderbewustzijn. Dus de Engel, haar naam was toevallig ook nog eens Angel, had eigenlijk geen vrienden, geen lieve familie, geen leuke buren, helemaal niets eigenlijk?
Ze moest het alleen zien te rooien in het harde wereldje dat leven nu eenmaal was. En dat lukte maar half want als niemand aardig is tegen jou, dan moet je wel een hele taaie engel zijn wil je daar tegen kunnen.
Op een dag had de schone Angel het eindelijk door, ze zou fouten moeten maken, dan zou men haar wel aardig gaan vinden.
Dus met opzet maakte ze enkele fouten, en inderdaad enkele mensen begonnen waardering te krijgen voor de immer zo perfecte engel, die nooit eens een fout maakte. Maar dit wekte sympathie op bij de mensen, want zo zijn mensen vaak.
Als er wat fout gaat, hebben ze in ieder geval het idee dat zij die fout niet gemaakt hebben dus dat is dan wel fijn om te beseffen natuurlijk.
En iemand die onfeilbaar is, zien falen, dat geeft wel een kick! Dus Angel had wat nieuwe vrienden gemaakt…gelukkig maar. Wat was het fijn om vrienden te hebben.
Ze vergaf hen alles wat zij deden, want dat doen engelen nml. ze vergeven mensen alles.
Af en toe maakte ze expres wat fouten en deed ze domme dingen, zodat de mensen haar aardig bleven vinden natuurlijk.
Maar Angel had wel veel verdriet van wat mensen haar aandeden, en ze beseften dit natuurlijk niet altijd, want ook dat is mens eigen, nml anderen kwetsen zonder er zelf over na te denken. Dus het pure kwetsbare hartje van de engel had veel te verduren, de oneerlijkheid en jaloerzie van haar zogenaamde vrienden, deden haar wel heel erg veel pijn en verdriet. Toch zei ze het niet. Ze dacht laat maar, ze zijn nu eenmaal zo.
Ondertussen liep jan en alleman over de engel heen. Ze was net een deurmatje waar je de voeten aan af kon vegen. Wat kon het die mensen nu schelen?
Was toch niet hun probleem? Zolang die perfecte engel haar fouten maar maakte zo op zijn tijd waren zij allang tevreden nml.
En zo ging dat maar door jarenlang, en engelen hebben veel geduld hoor, maar het liep de spuitgaten uit.
Aan alle kanten viel men de engel lastig op het levenspad. Wat er ook gebeurde alles moest fout gaan, alles moest kapot gaan, alles wat goed had kunnen zijn, was het ineens niet meer…en niemand had enig begrip of mededogen voor die lijdzame engel.
Mensen luisteren liever naar grof geschut en een grote mond.
Als mensen deden wat engel deed, zei men oh wat geweldig en oh wat prachtig! En oh wat goed maar oei als engel toch eens dat deed wat die mensen deden dan zei niemand iets.
Men behandelde haar als een voetveeg, maar ondertussen vroeg men zich af hoe zij zich toch staande hield.
Onderwijl genietend van hun pesterijen af en toe, hun kleinzielige gedrag.
Ze werd genaaid bij het leven en nog zei ze niets want engelen doen dat niet.
Engelen zijn geduldige wezens ooit levende in het hemelse rijk waar niets dan schoonheid is.
Hoe kunnen zij weten hoe grof de aarde is? Dat kunnen zij toch niet.
Na vele lange jaren en kwellingen, werd het engel duidelijk.
De mensheid kende haar liefde niet, haar geduld niet, haar gevoelig zijn niet, mensen kennen niet dat wat zuiver is, omdat zij het zelf nog niet bezitten nml.
Gelukkig vond engel een andere gevallen engel op aarde, en ook hij had dezelfde vervelende ervaringen met de mensheid.
Was ook beschadigd door al die kul die mensen kunnen vertonen in het aardse rijk.
Maar toen zij elkaar vonden, hadden zij niemand meer nodig dan elkaar.
En leefden ze nog lang en gelukkig.
Ze hoefden niet te worden zoals die mensen op aarde, want zij hadden de wijsheid nog niet.
Zij hoefden niet te veranderen voor mensen op aarde omdat zij al goed waren zo zij waren.
En daarom waren zij uit de hemel komen vallen om dat te leren.
Namelijk dat je je nooit uit het veld moet laten staan door wezens sterker en groffer dan jij zelf.
Als mensen over je heen walsen denk dan aan de engelen.
En besef dat jij diegene bent die meer begrijpt dan zij ooit kunnen en dat zij nog vele levens nodig hebben om te leren.

Zinloosheid

Zinloosheid

Charlotte kijkt uit over de binnenplaats van het kasteel, en ziet bij de stallen de staljongen naar haar zwaaien.

Ze glimlacht, haar man is net vertrokken naar de stad met zijn koets, en ze vliegt de trappen af naar beneden…Snel naar het bos, waar hij op haar wacht. Haar paard staat al gezadeld, dat heeft hij voor haar gedaan. Ook hij, zag haar man vertrekken en dan is het eindelijk weer tijd om samen te zijn.

In het bos, in het groene gras.

Eindelijk samen.

Op hun afgesproken plaats, ontmoet zij hem, en hij vangt haar op als ze van haar paard glijdt.

In zijn armen, eindelijk weer. Het geluk doorstroomt haar, de warmte, die ze niet krijgt van haar stugge wrede echtgenoot.

Ze is nog te jong om ongelukkig te zijn, te energierijk om te accepteren dat, dat haar lot zal zijn.

Hij kust haar lippen zachtjes, liefdevol, en ze kijkt in zijn stralende ogen, die blijk geven van die liefde voor haar.

Ze blikt hem evenzo terug.

Ze omvat zijn hoofd in haar handen en duwt haar voorhoofd tegen het zijne. Zijn handen verstrengelen zich in haar zwarte lange haren en ze liefkozen elkaar.

Op het groene gras, lachen zij samen, zoals wel vaker dat afgelopen jaar, en er is een uitbundigheid van geluk, dat om hen heen hangt.

Charlotte moest trouwen met haar echtgenoot voor het geld en de landgoederen die nu tesaam een nog groter landgoed vormden, maar er was geen sprake van liefde, voor de nog zo jonge Charlotte en toen Donovan bij hen kwam werken als stalknecht kon zij vanaf het eerste ogenblik haar ogen niet van hem afhouden.

En hij evenmin van haar!

Na verloop van tijd gingen zij elkander ontmoeten, in het geniep, als haar man weg ging, voor een langere tijd.

Dan was de kust veilig.

Zonder Donovan was zij niet gelukkig geweest, hij maakte dat de zon weer scheen in haar jonge leven.

Dat ze weer kon lachen

Zo ook die dag, zij de liefde bedreven, vuriger en inniger dan ooit tevoren! Diepe innige liefde, zo intens, zo versmeltend in liefde, zoals liefde behoort te zijn tussen twee mensen.

Even later lagen zij in elkaars armen, elkaar strelend, en genieten van elkaars aanwezigheid.

De zon scheen en het gras kriebelde op hun nog naakte huid, de zon streelde tevens hun huid, die nog nagloeide van hun liefdesspel.

Ze sloten hun ogen om in een diepe warme slaap te vallen.

De krekels sjirpten, de vogels floten, het gras ruiste, evenzo de bomen.

Opeens hinnikte een paard, en verschrikt werden zij wakker, tegenover hen stond de man van Charlotte, razend van woede, de vernedering dat zijn jonge vrouw hem ontrouw was.

Hij sleurde haar mee naar zijn koets, waar hij haar inschopte.

Donovan bleef achter, in grote angst.

Charlotte mocht het huis niet meer verlaten, haar man al stil van nature werd nog stugger en zei geen woord meer tot haar.

De winter kwam en de stalknecht was al lange tijd vertrokken van hun kasteel, zij had hem niet meer gezien.

Het leven was een grauwe somberheid voor Charlotte in dat koude kille kasteel en zeker zonder haar zo geliefde Donovan.

Ze kwijnde weg, werd bleek en mager.

Op een dag was het genoeg voor haar, ze sloop stiekem weg, en ging naar het dorp op zoek naar informatie over Donovan.

Ze vernam dat hij niet eens zover weg was gegaan van haar, maar zich nog nauwelijks liet zien in het dorp.

Ze rende naar hem toe, naar het huisje bij de dijk, haar haren dansten achter haar figuurtje aan, buiten adem kwam ze aan.

En klopte op de deur, die hij opende en ze lagen eindelijk weer in elkaars armen.

Tranen stroomden over haar gezicht, en ook zijn ogen waren vochtig van de tranen. Ze kusten elkaar, beminden elkaar als nooit tevoren en besloten weg te gaan samen van deze plek.

Het kon Charlotte niets meer schelen.

Kasteel en geld hadden geen waarde tegenover liefde.

Toen ze naar buiten gingen stonden daar dorpsbewoners en haar man, die een goede betrekking had in hun dorp, en aanzien, en hij beval, dat zij gehangen zou worden voor haar daden.

Ze rukte zich los van de mannen die haar vasthielden, maar dit mocht niet baten.

Het regende, het gras was minachtend felgroen die dag, en op een groene heuvel werd zij gehangen aan een boom. Ze keek naar haar echtgenoot met een trotse houding, hij schaamde zich ergens wel voor zijn daad.

Maar zijn trots kon het niet verkroppen dat zijn vrouw met een ander geluk gevonden had.

Hij zou haar straffen!

Donovan brulde van verdriet en werd tegengehouden door dorpelingen, hij kon niets doen tegen dit alles.

Hij lag op zijn knieën en snikte..en balde zijn vuisten.

Charlotte zag dit alles rustig aan vanaf de heuvel met het touw om haar hals, haar natgeregende haren plakten tegen haar lijfje, van haar fluweelgroene japon.

Haar mooie ogen schitterden fel, naar alle mensen die daar aanwezig waren, maar het leek of zij gedragen werd door de liefde die zij gekend had, die zij had mogen kennen.

Ze werd gehangen, ze hing daar aan die boom, op die groene heuvel en het regende nat.

De mensen vertrokken langzaam aan van dit trieste schouwspel, en Charlotte ziel bleef nog even achter bij haar lichaam, en zag hoe zinloos haar dood was, dat jonge gezonde lichaam dat nu, dood was gemaakt door mensen, door die ene man.

Die niet voor haar bestemd was geweest van tijden voorheen, en Donovan, nog op zijn knieën liggend, keek hij vol ongeloof naar haar, haar lichaam dat daar zo levenloos hing.

Zijn haren nat, zijn wangen nat van tranen.

Hij tilde haar op en maakte haar lichaam los van het touw, en begroef haar onder de boom op die groene heuvel..

En Charlotte voelde zijn intense pijnen, en verdriet aan, probeerde hem te troosten doch dit lukte niet, hij wist niet dat zij nog bij hem was.

Het was al donker eer het alles gedaan was en Donovan snikkend in slaap viel op haar graf, de hele nacht bleef zij bij hem.

Wakend, naast hem die zij zo lief had, doch de volgende morgen die aanbrak was een nieuwe dag, en ze werd gewenkt door de engelen Gods, zij moest gaan.

Ooit ontmoeten zij elkander weder wist zij, zij wist dit!

De oude vrouw

Photobucket

Bij het verlaten van zijn voordeur keek hij nog eenmaal in de spiegel, gleed met zijn hand door zijn glibberkapsel, en trok zijn das recht. Hij glimlachte tegen zichzelf, dit deed hij dagelijks nml. Hij vond zichzelf wel een geschikte peer . De zon scheen warm en hij klapte zijn ray ban omlaag van zijn hoofd naar zijn neusbrug. Hij zwaaide naar zijn buurvrouw die haar plantjes water gaf, en stapte in zijn zwarte bolide. Strak reed hij weg, vlijmscherp door de bocht, de banden piepten. En de zon scheen onerbarmelijk op zijn autodak. Om zijn pols glom zijn dure horloge, deze tikte de tijd weg. Tijd die hij goed bestede, Silvio wist wat hij wilde, in het leven en had het al ver geschopt in zijn carriere.
Natuurlijk met ellebogenwerk, had hij zich een weg gebaand naar de top. Hij was geslaagd zogezegd. Beleggingen waren zijn ding en hij had geld teveel. Onderweg naar niemandsland, reed hij over de snelweg. De muziek hard, meezingend, dak open, zijn glibberkapsel bleef zitten zoals gewoonlijk.
Hij had geen zorgen, nooit gehad, nooit meegemaakt, niets gezien, niets ervaren enkel geslaagd zijn in het leven telde voor hem. Hij had alles mee, een goede look, een vlotte babbel, en charisma.
De zon scheen te heet die dag, slaperig van het rijden, stopte Silvio bij een bospad.
Even pauzeren, zijn vrije dag goed besteden, ontspannen,’’ relax is flex’’, zei hij altijd lachend.
Het was er stil op het bospad maar zo heerlijk koel. Silvio besloot een eindje te gaan wandelen. De natuur was er prachtig, en het was heerlijk koel. Koeien in de wei, vogels die opvlogen als hij langs kwam, en een eind verderop zag hij paarden lopen. Silvio knabbelde op een grasspriet, en genoot.
Hij dronk wat van zijn zakflacon en liep verder, steeds verder het bos in. Waar hij opeens een klein huis waarnam, dat was leuk! Silvio keek naar het wonderlijk kleine huisje, op het dak lag allemaal glassplinters en deze schitterden in de zon, prachtig was het effect, in allerlei kleuren, waren de glassplinters geplakt. De ruitjes waren klein, maar allen bedekt met kleine gordijntjes, vriendelijke roodgeblokte gordijntjes. De voordeur was klein, en blauw van kleur. Silvio klopte aan voor de gein, hier zou toch vast niemand wonen wel?
Silvio schrok enorm toen de voordeur krakend en piepend open ging..
Voor hem stond een klein oud vrouwtje, vreselijk gerimpeld was ze, maar ze glimlachte vriendelijk.
Dat vind ik nou fijn, dat er eens bezoek komt, zei ze hartelijk. Kom binnen, dan gaan wij even wat drinken. Ze opende uitnodigend de deur achter haar, kom wenkte ze hem.
Silvio dacht dat het geen kwaad kon, dat ouwe mens, die sloeg hij zo neer dus, hij stapte de kleine voordeur door en stond in een hele smalle gang. Kom zei het oudje met krakende stem, ze wenkte hem nogmaals. Ze troonde hem mee naar de achtertuin waar gezellig een klein tafeltje stond met hierover heen een eveneens rood geblokt tafelkleedje, en 2 gezellige stoeltjes completeerden het geheel. Midden in de tuin stond een appelboom vol appels, prachtige groene appels.
Kirrend wees het oudje Silvio zijn plek, en ze bracht hem snel een kan fris water, inclusief citroenen en ijsblokjes. Wat fijn zei ze weer en ze wreef in haar gerimpelde handen. Silvio kon denken wat hij wilde maar wat smaakte dat frisse drankje hem heerlijk. De zon scheen onerbarmelijk op alles, behalve de tuin scheen de koelheid zelve te zijn, want het was niet te merken dat het zulk warm weer was. Er was zelfs een lichte bries waar te nemen, Silvio genoot. Hij voelde zich opeens zeer gelukkig. De oude dame boodt hem een appel aan van de boom. Jij mag wel wat appels meenemen, als u straks weer weg gaat hoor, bood ze gul aan. Silvio knikte maar weer eens.
En langzaamaan terwijl de oude dame, aan een haakwerk bezig was, een tafelkleedje leek het wel, vielen Silvio’s ogen toe. Het was donker toen hij wakker werd, er was geen zon meer, geen licht, maar enkel donkerte om hem heen. Hij kon zich niet bewegen, hij zat vast, in iets.Hij lag op een bed oid. Silvio riep om hulp, wat was er toch gebeurd in vredesnaam? Hij kon het zich nauwelijks herinneren, zijn hoofd bonkte. Er had vast iets in het drankje gezeten, dacht hij. De oude dame kwam met een brandende kaars aanlopen, welke schaduwen toverde rondom hen. En hij zag om zich heen de vage contouren van een kelder, ‘’Wat is dit verdomme’’, riep hij uit. ‘’Verdraaid, laat me hier uit, ik moet naar huis’’. De oude dame glimlachte naar hem, en tot zijn afgrijzen stond ze naakt voor hem. Afgezakt gerimpeld als Methusalem, stond daar een oud wijf voor hem, naakt nog wel! Wat was ze van plan? In vredesnaam…Ze lachte kirrend en riep uit,’’Iik heb er een gevangen, ahahahaha, ik heb er een gevangen, jaja’’, en ze voelde aan het haakwerkje dat om Silvio heen was geknoopt. Snirpend klonk haar lach in de nacht. Wat bent u met mij van plan, oud rotwijf, laat me gaan! Riep Silvio uit.
De oude vrouw dook naar zijn geslacht en nam hem in haar mond, en tot Silvio’s afgrijzen bleek hij ook naakt te zijn.’’ Raaaghhhhhhhhhhh’’!!! Riep hij uit, neeeeeeeeeeee,….
Maar de oude dame kon er wat van, tandeloos masseerde ze zijn geslacht op vakkundige wijze.
Silvio werd opgewonden, nee dit kon toch niet waar zijn? Maar het was waar. En de oude vrouw ging op hem zitten, Hoepla zei ze lachend, en ze begon te bewegen op hem. Het was zo ranzig dat het bijna opwindend werd, Silvio wist niet meer hoe hij het had. De zomer had invloed op hormonen jazeker maar dit? Verbaast keek hij naar haar, het oude mens hoe lenig zij op hem tekeer ging, hoe zij kreunend haar hoofd achterover gooide en een tandeloze mond zijn verstand verbijsterde. Onderwijl vielen er haarspelden uit haar grijze knoetje en vielen er zilverachtige strengen haar over haar gerimpelde schoudertjes, ach got dacht Silvio, zo leek ze net nog een jonge vrouw, in het donker althans.
Nadat hij toch tot op onvoorstelbare hoogte was gekomen en zij ook blijkbaar, want ze viel plots over hem heen en was niet meer wakker te krijgen. Misschien was ze wel dood? dacht Silvio, wat moest hij dan?
Maar gelukkig na enige tijd begon ze weer te bewegen, en stond ze krakkemikkig en kreunend op van het bed, met een schaar knipte ze het haakwerkje los, ondertussen gevaarlijk bij zijn geslacht aan het knippen, waarop Silvio nog schreeuwde opdat ze voorzichtig moest zijn!
maar uiteindelijk was hij bevrijd en stond hij op, hij wreef zichzelf over zijn spieren, en wilde de oude vrouw een flinke klap verkopen, was ze nu helemaal zot? Maar hij keek in een paar lieve oude ogen en hij kon het niet over zijn hart verkrijgen om die oude vrouw een klap te verkopen. Ze kon zijn oma zijn bv. Nee dat zou hij niet doen. Hij begreep haar eenzaamheid wel heus. Hij kreeg nog appels mee van haar. En zo eens per jaar in de zomer gaat hij nog wel eens op bezoek bij de oude vrouw in het bos en krijgt hij appels mee.

Hoe een vakantie

Hoe een vakantie

Sarah keek naar het meisje naast haar in de klas. Het meisje dat tegenover hen woonde in de straat, was enkele maanden ervoor nog op vakantie geweest in Mexico, ze had het heel erg leuk gehad. Ze had in geuren en kleuren verteld over haar vakantie en wat ze allemaal hadden gedaan.
Roos, was haar naam, haar steile blonde haartjes vielen sluik langs haar smalle wangen, en haar bleekblauwe ogen keken onschuldig de wereld in. Maar zo onschuldig was zij helemaal niet vond Sarah. Sarah keek haar doordringend aan, het zat haar behoorlijk dwars dit alles.
Zou ze het zeggen? Kon Roos er iets aan doen?
Jazeker, het was de schuld van Roos geweest! Haar vader had het zelf gezegd. En ook was het de schuld geweest van de school, want toen Roos terug kwam uit Mexico had ze de mexicaanse griep meegenomen, en ook haar ouders hadden die griep bij zich gehad. En de school wilde niet dichtgaan,omdat alle ouders werkten en de kinderen niet zomaar thuis konden houden natuurlijk. Niemand kon de kinderen opvangen, die ziek zouden worden. Dus die griep was de hele school rondgegaan. En toen had Sarah de griep ook gekregen! En hierna haar moeder, en haar vader en haar broertjes. Gelukkig waren ze er op tijd bijgeweest, en hadden ze antivirale middelen gekregen. Gelukkig was dit alles goed gegaan dat wel maar… het was niet eerlijk gewoon. Het was gewoon niet eerlijk!!! Boos keek Sarah naar Roos. Roos lachte tegen een meisje, dat haar een pen gaf. Sarah’s ogen spoten vuur.Ze was zo boos op Roos.
Door haar, door haar schuld, was.. Sarah kon er en wilde er ook niet meer aan denken.
De tranen sprongen in haar bruine ogen, verwoed veegde ze de tranen weg. Verdriet overmande haar nog zo jonge ziel. Waarom moest dit gebeuren? Waarom? En een antwoord kreeg Sarah niet op haar vragen. Ik haat haar, dacht ze. Ik mag haar niet. Ondanks dat ze toch vele maanden bevriend waren geweest dat wel, maar nu niet meer. NOOIT MEER! Sarah wist het heel erg zeker.
Ze wilde nooit meer met Roos spelen, want het was Roos haar schuld.
Tijdens de lessen, was Sarah afwezig en tekende bloemen in haar schrift. Ze hoorde niets, ze was ver weg in gedachten. De juf wist het wel wat er scheelde en liet Sarah maar even begaan.
En toen het vrijdagmiddag was en zij eindelijk weekend hadden, schopte Sarah keihard tegen Roos haar fiets en rende hard weg. Roos wist niet wat er scheelde maar fietste even later naar huis, haar schouders optrekkend.
Huilend stoof Sarah de keuken binnen waar haar moeder zat, samen met haar tweelingbroertjes. Sarah huilde het uit, met gierende ademhaling, huilde ze tot ze niet meer kon.
Het is haar schuld mama, het is haar schuld, mompelde ze de hele tijd. En haar moeder streelde verdrietig haar haren, en kuste haar wang.
Die zondag gingen ze weer naar het graf van oma zoetje, oma had een bijnaam omdat ze altijd zoveel zoets in huis had en zelf ook een zoete lieve vrouw was geweest.
Snikkend stond Sarah bij het graf, in haar hand een rode roos voor Oma.
En toen vader en moeder even niet keken, knakte Sarah de roos die ze voor oma had meegenomen. En ze mompelde, Oma ik krijg haar nog wel. En Sarah gooide de roos op de grond en zette haar voeten er op. Fijngestampt lag daar de roos naast oma’s graf, die de griep niet overleefd had.

Soraday Liefde voor eeuwig

1173453971_5_M6ha.jpeg

Een harde tik tegen mijn raam, ik schrik op uit mijn overpeinzingen, de deur waait plots open en een koude tocht, waait om mij heen, alsof hij, de geest uit het hiernamaals een lange mantel draagt, en snel hierheen is gekomen om iets mede te delen.
Ik groet hem met een stille glimlach, je bent er weer fluister ik.
Een aai over mijn wang is zijn antwoord.
Ik voel zijn kille vingers, zo koud, en toch zo vriendelijk.
Heb je een verhaal voor mij vraag ik.
Hij knikt en trekt aan een pijpenkrul in mijn haar.
Ja zeker die heb ik…

~*~

Badend in het zweet werd ze wakker, uit donkere dromen.
Dromen vol donkere takken, bosgronden, een maan, en vage angstige geluiden. Ze draaide zich eens om in haar bed, de bezwete lakens meetrekkend aan haar vochtig lichaam. Het vocht parelde tussen haar borsten, haar haren krulden om haar gezicht in natte plaaggeesten, tot in haar mond zelfs.
Sam ging rechtop zitten en streek haar haren naar achteren, de donkere lokken plakten aan haar wang, verwoed veegde ze , ze weg. Opgelucht dat ze ontsnapt was aan die enge droom, zat ze daar nadenkend, terwijl de kou haar deed huiveren op haar opdrogende huid en vochtige nachtjapon.
Waar droomde ze toch over?
Vaag herinnerde ze zich haar droom, ze was ergens op een kerkhof, een zeer oud kerkhof, en ergens was een plek, ze was aan het graven op dat kerkhof bij een graf.
Een oude grafzerk met een engel erboven, met grote marmeren vleugels die het graf bewaakte. Het was donker, zo intens donker, en zij was daar alleen op dat kerkhof, met haar blote handen groef ze in de zachte modder. Op zoek naar iets, wat dat iets was wist ze niet.

Sam nam een slok water, uit het glas dat naast haar bed stond.
Ze ging weer liggen en viel even later weer in slaap.

Nadien kreeg ze vaker last van deze droom, en altijd weer was het dezelfde droom.
Het donkere bos, de oude stille begraafplaats en het graven in de modder op zoek naar iets. Maar wat,… daar kwam Sam nooit achter, omdat ze op dat moment altijd wakker werd, badend in het zweet.

Sam begon er onder te lijden, had angst om in slaap te vallen omdat ze bang was voor deze nachtmerrie, die steeds vaker voor kwam.
Bijna wekelijks inmiddels, kwamen de dromen bij haar op bezoek. Sam had van alles geprobeerd, zelfs rustgevende middelen, en in haar dagelijks bestaan was er niets wat er op wees dat ze ergens mee in de knoop zat oid.
Sinds kort had ze een vriend, maar zelfs als hij bij haar overnachtte dan had zij ook die ene nachtmerrie, het werd bijna een obsessie voor haar.
De huisarts kon haar ook niet verder helpen en het enige dat over bleef was in therapie gaan.
Nerveus onderging Sam de hypnose sessies, maar uit niets bleek dat zij in haar jeugdjaren nare ervaringen had opgedaan, en ook niet dat ze via haar ouders enge verhalen had gehoord over oude kerkhoven en dergelijke.
Sam begreep er niets van, en ook haar vriend, kon haar niet helpen.
Op een dag wilde de therapeut haar een voorstel doen, een voorstel, waar Sam best van schrok, daar had ze wel eens over horen vertellen, maar nog nooit had zij er aan gedacht dat zoiets kon bestaan.

Toch stemde zij in met de sessie.

Ze zou begeleid worden naar een vorig leven op aarde.
Ze gleed langzaam weg in een hypnotische slaap, en drong door tot haar onderbewustzijn. Hier begon de reis, op weg naar een ver verleden waarvan Sam nog nooit het vermoeden had gehad dat dit bestond.
Ze liep plots langs een oud langweggetje, de weg was zompig nat, en het was nacht.
Een zeer donkere regenachtige nacht, hoewel de maan af en toe langs de donkere boomtakken gleed, en haar pad verlichtte.
Haar lange natte haren bleven af en toe haken achter takken, en ze streek ze verwoed uit haar gezicht. Ze was op de vlucht voor iets of iemand, ze liep angstig voort, langs de donkere paden, door het donkere woud.
Haar hart bonste in haar borst, haar adem raspte hijgend, en af en toe struikelde ze over een boomstronk voor haar voeten, of gleed ze weg in een zachte modderpoel.
Ze hoorde de paarden komen, eerst in de verte maar steeds dichterbij, oh ja steeds dichterbij, hijgend rende ze voort, voor wat, ja….ze wist het plots weer, ze rende voor haar leven!

Soraday!!!!! Zijn zware stem riep haar, woedend, hij riep haar, was zo dichtbij, het was te laat, ze wist het, te laat voor haar.
Hij was dichtbij haar, met zijn paard.
Ze hoorde het dier snuiven dichtbij haar oor, en de ademwolk van het dier zag ze voor haar ogen, een hand greep haar bij haar lange zwarte lokken en trok haar omhoog op het paard.
Huilend sloeg ze tegen zijn borst, laat me gaan! Ik heb niets misdaan! Niets….laat me gaan, de tranen rolden over haar gezicht, maar zijn gelaat was stil en van haat vertrokken.
De ijzige koude die ze voelde uitstralen van zijn verharde hart, deed haar beseffen dat het zinloos was, ze was verloren.
Ze werd meegesleurd op de rug van het paard, liggend op haar buik voor hem. Het had geen zin om tegen hem in te gaan, hij zou haar straffen en hoe!
Die nacht verbleef ze in een onderaardse kelder van het kasteel. In het donker, verlaten en alleen, de ratten snuffelden aan haar rokken, en ze sloeg ze gillend bij haar vandaan.
Ze kon niets meer doen, ze had gefaald als vrouwe van dit kasteel. Hij had haar nooit liefgehad, zij hem ook niet.
Het leven had hen samengebracht door hun ouders, het land dat naast elkaar lag, en zij uitgehuwelijkt werden door de beslissende stem van beide ouderpartijen. Hij had vele vrouwen gehad, en zij was eenzaam en alleen, en helaas werd ze verliefd. Zo verliefd op hem dat zij uit eenzaamheid niets anders kon dan erin meegaan. Ook al wist ze dat dit gevolgen kon hebben voor hem en haar leven.

En nu had hij het ontdekt, en nu zou hij haar straffen!
Oh ja morgen, dan ….huilend zat ze daar ineengedoken in een hoek in een nachtzwarte kelder.
De volgende dag regende het nog steeds, maar zij Soraday liet niets zien van verdriet op haar gezicht, helemaal niets.
Ze huilde niet, ze keek niet bang, maar eerder trots, met opgeheven hoofd betrad zij houten schavot en daar stond ze.
Prachtig als altijd, trots en bekend als een van de mooiste vrouwen in de omgeving. Haar groen fluwelen jurk contrasteerde prachtig met haar lange zwarte haren en haar groene ogen. Die nu zo onnatuurlijk fel stonden, en zo trots en ongenaakbaar hard.
Hij keek haar kant op en zag haar staan, het hart bonkte hem tegen zijn ribben, ze was zo mooi, en toch. Ze pasten vanaf het begin al niet bij elkaar, hij wist dat en zij wist dat maar, nu zij met een ander….
Nee dat kon hij niet door zijn vingers zien, dit tastte zijn eer aan, hij was de kasteel heer.
Een beetje spijtig keek hij naar het tafereel voor zich, hoe zij hautain de strop om haar keel vastpakte, en hem nog eenmaal aan keek.
Onnatuurlijke ogen, zo fel en zo, ze drongen door tot in zijn ziel.
Even later was het voorbij, en hing haar mooie lichaam te bungelen levenloos, haar haren vochtig langs haar groene fluwelen jurk, hij draaide zich triest af, waarom?
Waarom had zij dit gedaan? Verder dacht hij er niet over na, hij had meer te doen.

Bij het schavot kwam die nacht een jongeman, hij was gemarteld die dag, vele zweepslagen hadden zijn rug bereikt, zijn botten deden pijn en zijn hart was loodzwaar, hij tilde haar op, trok het touw met veel pijn van haar hals.
En nam haar lichaam mee. Ver weg van de plek des onheil.
Soraday werd begraven op een plek achteraf op het kerkhof, met een engel die haar graf bewaakte.
In het bos, diep in het grote bos, lag de begraafplaats, en hij kwam er nog geregeld, hij zou haar nooit vergeten.
En bij haar graf groef hij in de grond, en verstopte daar iets.
Iets dat niemand ooit zou vinden….!

Sam werd plots wakker uit de hypnose.
Verschrikt en versufd.
Eindelijk begreep ze het, eindelijk!
Vanaf die nacht had zij nooit meer nachtmerries!
Ze herkende het verhaal uit de regressie zeer goed, de regen, het nachtelijk zweten, het haar dat in de war raakte.
En die vriend, die vriend was haar vriend in het nu.
Dat moest wel, ze hadden een intense band samen die dieper ging dan wat dan ook en wat ze ooit had meegemaakt in dit leven.

Ze besloten te gaan trouwen. Ze kenden elkaar inmiddels drie jaren en woonden al een tijd samen. De huwelijksreis ging naar Engeland.
In een prachtig oud hotel verbleven zij twee weken. Twee mooie weken, en beiden genoten van het Engelse landschap, ze wilden beiden graag Engeland bezoeken.
Het vreemde was dat Sam de nachtmerrie plots weer kreeg, en vaker dan ooit tevoren zelfs.
Ze probeerde het weg te drukken en sprak er maar niet over.
Dagelijks gingen ze op pad en wandelden uren langs de weiden en bossen. En ze genoten. Op een dag echter, zag Sam iets bekends aan de omgeving, ze liep langs een oud pad, overwoekerd met onkruid en struiken, haar kersverse man riep haar terug, maar ze hoorde hem niet meer, iets trok haar die kant op.
Ze liep. Hijgend langs de paden, een oud pad, dat nergens toe leek te leiden, toch wist ze het, ze wist het!
Uiteindelijk kwam ze aan op een oude begraafplaats, haar vriend kwam hijgend achter haar aan en ook hij bleef verbaast staan.
De lupinen bloeiden daar overal, langs grafzerken bedekt met ranken klimop, en oude omgewaaide boomstronken, oude boomstammen, met op hun wortels, paddestoelen, in allerlei soorten en kleur.
De vlinders dartelden over het kerkhof dat vervallen stenen liet zien en afgebrokkelde zuilen en beelden.
Het leek of er hier eeuwen geen mensen meer geweest waren.
Sam keek haar ogen uit, prachtig de sfeer hier op dat oude kerkhof.
Ze nam haar man bij de hand en zei, dit is vast het kerkhof van toen. Kom we gaan zoeken.
En samen liepen ze zoekend rond, en plots wist hij het weer, daarachter, er stond een oude muur in het midden van het oude kerkhof, en daarachter…daar hij liep en trok haar mee.
Samen zagen zij hoe er in een hoek een beeld stond van een marmeren engel, een vleugel stak nog trots in de lucht en de andere was half afgebroken, daar…
Samen liepen vol respect naar het graf, overwoekerd met bladeren, en stille trotse lupinen in allerlei tinten.
Sam bukte neer en veegde wat bladeren weg van het oude graf, de tranen stonden in haar ogen, daar stond het:

Soraday De Servier
14 mei 1503

Langzaam knielde haar man naast haar neer, en begon hij te graven aan de zijkant van het graf, op de grond, de droge grond dit keer.
Hij groef diep, zijn nagels onder het zand, het zand van eeuwen oud.
En daar vond hij het een klein zakje.
Hij pakte het zakje en keek Sam betekenis vol aan.
Kijk dit is het!
Ik wist het, Sam keek hem liefdevol aan, dit was het bewijs dat hij de man was uit dat vorige leven, de man waarvoor zij gestorven was.
Uit liefde voor hem, de man die haar nooit vergeten was…

Hij opende het zakje en vol verbazing keken beiden naar een schitterende smaragd, groen, en in de vorm van een hart.

Ze vielen elkaar in de armen. Ook al wisten zij niet, waarom hij dit daar begraven had ooit in een vorig bestaan, hoe hij er aan gekomen was, maar wel dat het tekenend was voor hun liefde voor elkaar.
En dat was het belangrijkste, liefde gaat niet voorbij na de dood.
Want liefde is.
~*~
Prachtig, verzucht ik naar mijn geest.
Hij glimlacht en ik voel een koude kus op mijn wang.
En hij vertrekt weer, maar laat de deur open staan, de koude van buiten trekt naar binnen toe.
Ik sta op om de deur te sluiten

AngelWings

1173453796_5_kvNp.jpeg

Op de grote stille heide

Verhaal11112 by AngelWingsdesign

De vlinders dwarrelden speels door de lucht, de zon scheen ondanks het late middaguur onbarmhartig over de paarse heide.
De gele zandvlakten kleurden gelijk een woestijn okergeel, met af en toe grijpende armen van droge oude takkenbomen, als een sombere schaduw in de zomerse pracht. Een herdershond sprong wild blaffend rond een heuvel in het zand. Mark kwam aanlopen en riep zijn hond, maar toen de baas in het zicht kwam begon de hond te graven in een heuvel.
Mark kwam dichterbij en keek toe hoe zijn hond wild gravend in het zand, iets opgroef blijkbaar. Mark zijn hart stond even stil, het was toch geen lijk ofzo. Dat was ergens zijn grootste nachtmerrie, dat hij zoiets ooit tegen zou komen ergens in de bossen of dat hij dat in een water zag liggen.

“Kom Max! Kom hier”! Maar Max luisterde niet, verwoed groef de hond verder. Voorzichtig liep Mark naar de heuvel van geel zand, waarbij langzaamaan een figuur zichtbaar werd. Oh god toch een lijk, dacht Mark geschrokken. Het duizelde hem even.
Mark keek om zich heen of er meer mensen liepen, maar de heide was verlaten en stil en erg eenzaam… Hij ervoer die eenzaamheid nu als zeer drukkend, terwijl hij dit nooit eerder zo had ervaren. Vanonder het zand kwam inmiddels een arm tevoorschijn, levenloos naar het scheen, de hond groef maar door. Mark keek toe, roerloos als bevroren in een intense angst, die hem plots overviel.
Oh god, toch een mens, was hier ten einde gekomen, wat was er gebeurd en waarom moest hij dit meemaken. Mark voelde hoe zijn maag omhoog kwam en zich een weg baande naar zijn mond, hij keerde zich af van wat hij voor zich zag en gooide zijn maag leeg.
Mark strompelde naar een dichtbij staande boom en hield zich staande, door te leunen tegen de stam.
Max blafte plotseling heftig en harder, Mark keek om en zag hoe de hond inmiddels een resterend deel van een mens uit het zand had gegraven. Prachtige zwarte lange haren lagen daar verspreid over het okerkleurige zand. Een wit en stil gelaat met gesloten ogen lag daar voor hem, als een stilstaand schilderij.
Een momentopname, een seconde, een voorbijgaand iets, Mark hoopte dat dit snel voorbij zou gaan. Wat moest hij nu doen, de politie bellen, natuurlijk.
Hij wilde zijn mobiel pakken uit zijn broekzak, tot hij de hand zag bewegen. Wederom overviel een duizeling hem.
Hij strompelde naar het lichaam toe en zag hoe de vrouw langzaamaan bijkwam. Haar lange oogwimpers trilden, en haar mond was vol maar bleek, ze opende haar mond en kreunde.
Mark knielde neer naast de jonge vrouw. Hij raakte in paniek, bij haar slaap zat veel geronnen bloed. Wat moest hij doen.
Hij nam haar hand in de zijne en wreef erover. De hand was klam en kil. Heey, éh… hallo,.. alles goed? Hij vond zijn vragen idioot, maar zijn keel voelde kurkdroog aan. De jonge vrouw opende haar ogen en keek wazig om haar heen. Ze focuste zich op Mark. Ze fluisterde iets, Mark boog naar voren en hoorde dat ze vroeg om water. Mark had altijd een flacon water bij zich onderweg, zeker als het warm was. Hij nam deze uit zijn rugtas en zette de fles aan haar bleke lippen. Grote donkere ogen branden in zijn ziel, ze bekeek hem aandachtig. Nog nooit had hij zulke ogen gezien, donker als git, een huid zo wit als sneeuw bijna, en zijdeachtige lange zwarte haren die als een sluier over haar lichaam viel. Dankbaar keek ze hem aan, en duwde zijn hand weg. Genoeg, zei ze fluisterend, ze ging wat overeind zitten en hij ondersteunde haar. Ze woog niets, ze was klein en slank. Mark veegde de flacon af en dronk zelf ook wat water. “Ben je gewond?” vroeg Mark. Ze schudde haar hoofd van Ja.
Waar ben je gewond, zal ik de ambulance bellen en de politie?
Ze schudde weer Ja. Mark bekeek de wond aan haar slaap. Het bloed was opgedroogd inmiddels, het zag er erger uit dan het was waarschijnlijk maar dan toch…

Hoe kom je hier en hoe heet je, vroeg Mark behulpzaam. Ze schraapte haar keel en vertelde, haar naam was Raphaela Stern. Ze was meegenomen door de soldaten, vertelde ze haperend. Mark keek haar aan en dacht, ‘die is de weg kwijt’. De soldaten hadden haar op haar hoofd geslagen, ze voelde aan haar hoofdwond, daar, zei ze ten overvloede. Ze vertelde over de oorlog en dat haar familie naar het concentratiekamp was vervoerd en dat zij toevallig die dag niet thuis was geweest. Toen ze weer thuis kwam trof ze een leeg huis aan, waar alles overhoop getrokken was. De tranen stonden in haar grote donkere ogen. Mark voelde een hoofdpijn opkomen. ‘Hoe ben je dan hier terecht gekomen Raphaela’, vroeg hij. Ze had over straat gelopen in het donker, en soldaten kwamen haar tegen en hadden haar meegenomen naar de heide. Ze slaakte een kreet van ontzetting en sloeg haar hand voor haar mond. En toen, hebben ze dat erge gedaan. Ik heb gevochten, snikte ze nog.
Mark had intens medelijden met haar. Hij dacht er het zijne over. Ze was in de war natuurlijk.
Mark pakte zijn mobieltje en belde met het alarmnummer. Raphaela vroeg aan Mark, wat dat was in zijn hand. Mijn mobieltje, zei Mark glimlachend. “Wat is dat?”, vroeg ze verbaast. Mijn telefoon.
Vol verbazing keek ze naar het ding in zijn hand. Het was erger nog dan Mark had gedacht, de klap op haar hoofd had misschien iets beschadigt.
De politie komt zo en de ambulance, zij zullen je meenemen naar het ziekenhuis, zei Mark geruststellend. Raphaela keek hem aan alsof ze hem niet goed kon zien. Ze hebben mij hier doodgeschoten op de heide, zei ze nog.
Mark schrok van de felheid in haar stem, het intense verdriet dat erin doorklonk.
De zon was heet, en de schaduwen werden langer. Kom, zei Mark, hij trok Raphaela tegen zich aan.
Zo kon ze tegen hem aanleunen. Hij streelde het lange zachte haar. Op haar bleke wangen lagen tranen die langzaamaan naar beneden drupten. Het duizelde Mark alweer. De druppels veranderden in bloed, haar borst was nat van het bloed. Mark wreef over zijn ogen, hij zag dingen die er niet waren. Toen hij weer keek zag hij nergens bloed. Mark was plots intens moe.
Max stond een eind verderop naar hen te kijken. Het was zwoel en warm, het zou vast niet lang duren of de ambulance zou komen en de politie, ze zouden het van hem overnemen immers. Mark werd slaperiger en langzaamaan vielen zijn oogleden toe. Hij werd wakker van zwaailichten en stemmen.
Lang had hij niet geslapen. Hij keek naar het meisje in zijn armen en vol afschuw, duwde hij het van zich af. In zijn armen lag een geraamte. Bevend lag Mark op het zand, en keek vol afschuw naar dat wat voor hem lag. Waar was zij Raphaela? Een politieagent kwam op hem toelopen en keek hem bevreemd aan. ‘’Wat is er hier aan de hand’’. Ik heb geen idee meneer, mompelde Mark.
Haar naam was Raphaela Stern. In het zand lag een gele ster, oud en smoezelig.
Max blafte een keer hard in de verte, als riep hij zijn baasje dat het tijd was om te gaan.
De politie liet Mark na enkele weken weten dat er op de heide inderdaad ooit een aantal mensen waren omgebracht in de oorlog. En dat Rapaela Stern nooit gevonden was, niemand had nog taal of teken van haar vernomen, ook geen familieleden die de oorlog hadden overleefd. Zij waren dan ook blij dat ze Raphaela Stern eindelijk haar laatste rustplaats konden geven. Mark was uitgenodigd om dit bij te wonen. Dit deed hij dan ook en hij vertelde van zijn bijzondere ervaring op de heide.
Alsof zij hem geroepen had, in die stilte, waar weinig mensen kwamen. En dat Max zijn hond haar had gevonden. De tranen sprongen Mark in zijn ogen toen ze hem enkele oude foto’s lieten zien van Raphaela. ‘Ja, jazeker, dat was zij’, stotterde hij. Op die bijeenkomst en eredienst ontmoette Mark een familielid van Raphaela. Eva een verre nicht, die veel op haar leek. Jaren later trouwden zij.
Mark had een bijzondere ervaring op de heide, dat misschien geen toeval was. Maar sindsdien wandelde hij nooit meer over de heide. Zelfs niet met zijn geliefde Eva.

©Angel-Wings

 

 

De engel en een aardse vrouw

 bird angel flying peace wings GIF
De engel en een aardse vrouw

Het raam klapt plots met een hard geluid open, de zonnewarmte komt binnen gelijk de wind, anders dan anders.
Hij is er weer, de geest die mij verhalen komt vertellen, zelfs op deze hete zomerdag.
Ben je er weer fluister ik, hij knijpt in mijn wang. Ja zeker.
Wat ben je lang weggeweest, zeg ik. Dat klopt, ik had het erg druk.
Heb je weer een verhaal voor ons? Ja, daarom ben ik gekomen.
Ik kom je een verhaal vertellen over de zomer en de liefde.
Oh dit keer een goed aflopend verhaal? vraag ik. Wie weet, lacht hij.
Wie weet….

~*~

 angel GIF

De hitte denderde door de tuin, de vogels lagen voor pampus in de dakgoot, en een enkele viel er zelfs van af. Waarop de dikke rode kater Hommel, er snel op af ging, voor wederom een gratis maaltje warm vlees. Maar na een week flauwgevallen vogeltjes eten, was hij het ook zat en liet hij de resten over aan de vliegen.
Raven lag op het luchtbed een damesblad te lezen, in haar fluoriserende oranje bikini, met de zonnebrandmelk scheutig uitgesmeerd over haar inmiddels goudbruine huidskleur.
Ze was loom van de warmte en langzaamaan vielen haar oogleden toe. De zon brandde weergaloos op haar lichaam, maar ze merkte het niet meer. Ze droomde en droomde alles kwam voorbij.
Ze werd wakker door een schaduw die over haar heenviel. Het voelde aan als koelte, alsof er vleugels klapwiekten achter haar rug, en haar een koelte gaven die ze zo nodig had, na een uur dromen.
Ze was wat dwaas in haar hoofd, gelukkig geen hoofdpijn met deze warmte, ze had wel een zonnesteek kunnen krijgen. Raven streek over haar voorhoofd waar de zweetdruppels vanaf gleden.
Pardoes in haar ogen, want zelfs wimpers hielpen niet tegen deze hitte.
Het zout prikte en ze wreef in haar ogen, wat het nog erger maakte, ze hoorde een donkere warme lach en ze keek tussen haar wimpers door naar hetgeen achter haar had plaatsgenomen.
Ze schrok, wazig zag ze de omtrek van een donkerharige man, met zowaar zwarte engelenvleugels op zijn rug. Hij waaierde koelte naar haar toe zag ze, doordat hij zijn vleugels op en neer bewoog in haar richting. Niet wrijven, zei hij, je maakt het zo alleen maar erger.
Uiteindelijk kon Raven weer goed zien en ze zag hoe prachtig deze engelenman was. Gewoonweg perfectie, in zijn totaliteit. Wie bent u? Vroeg ze verbaast, ben ik wakker? Ze kneep zichzelf even in haar roodverbrande arm. Dat was wel pijnlijk .
Hij lachte prachtige witte tanden bloot. Ik, ik ben de engel van de zon.
Raven knipperde even met haar ogen: Engel van de zon…maar je vleugels zijn zwart?
Verbranden zij dan niet?
Nee, glimlachte de engel, Ik heb enkele fouten gemaakt en daarom ben ik vervloekt en zijn mijn vleugels zwart ipv wit. Oh? Zei Raven verbaast, en waarom kom je nu bij mij?
Een angstig moment wist Raven even niet of dit wel een goed teken was nml, een engel met zwarte vleugels die haar kwam bezoeken, zou dat wel goed zijn?
Ehm, zei ze nadenkend op haar onderlip bijtend, wat is je naam eigenlijk?
Mijn naam is Hypnotrachnaton. Hij stond even op en en Raven zag de prachtige spieren op zijn lichaam, een vleugel raakte haar arm even en dat was zo zacht. Raven vroeg Hypnotrachnaton of ze even mocht voelen. En dat ,mocht ze zeker. Fluweelzacht waren zijn vleugels, bewonderend gleed ze er langs met haar vingers, heel voorzichtig. Wat mooi zeg!
Hypnotrachnaton lachte: Ja he?
Hij ging naast haar zitten op het luchtbed, en hij aaide Hommel de kater, die dichtbij hem was gaan zitten. Ok..zei Raven…eh en wat nu? Ik bedoel wat komt u doen eigenlijk, voegde ze er haastig aan toe. Ik heb een opdracht te vervullen en vandaag heb ik jou gekozen, omdat in slaap viel in de hete zon en als ik jou niet gewekt had, was je wakker geworden met een zonnesteek, en daarbij vind ik je een hele mooie en bijzondere vrouw. Raven bloosde, met zachtrose blossen op haar wangen.
Lief, heel lief, zei Hypnotrachnaton, en streek langs haar gezicht met een vinger.
Zijn aanraking was als een verkoelende vertroosting. Liefdevol, zoals nog nooit iemand haar had aangeraakt dat wist Raven heel zeker.
Hmm zei de engel, je mag 3 wensen doen.
Oh, verbaast keek Raven hem aan, je bedoeld net als in die sprookjes?
Ja, glimlachte hij.
Hij gooide zijn lange zwarte lokken naar achteren en boog voorover en kuste zo haar lippen.
Denk goed na liefje, murmelde hij in haar oor. Heel goed nadenken, je mag alles hebben wat je maar wenst. Echt alles.
Raven kreeg het benauwd van zijn aanwezigheid, dit was te heftig voor haar. Zo een mooi wezen zo dichtbij die haar kuste zoals nog geen enkele man haar ooit had gekust.
En nu mocht ze een wens doen?
Oh hemel, verzuchte ze… opgewonden keek ze hem aan.
Alles, vroeg ze aarzelend?
Ja hoor..zei Hypnotrachnaton, en weer streek hij vlinderlicht met zijn lippen langs de hare.
Alles!
Ze sloeg haar armen om zijn krachtige mannelijke nek. En zoende hem vol overgave, en hij kuste haar terug, het leek wel of ze in vuur en vlam stond, maar dat kon ook niet anders, want het was een engel van de zon uiteraard.
De hitte trekt zinderend door haar lichaam, het vuur brandt haar ziel, haar hart klopt onstuimig in de hitte, de hete zomerdag. Zwetend maken ze zich los van elkaar.
Weet je het al, zegt Hypnotrachnaton. Hunkerend kijkt hij in haar ogen.
Oh ja…lacht ze diep. Ja ik wil jou!!!!!
Dat is een wens, zegt de engel. Is dit je eerste wens?
Ja….mompelt ze, mijn eerste wens.
Een wens heeft soms ook consequenties dat weet je toch, lacht hij lief in haar haren.
Hm hm, murmelt ze.
En daar in haar tuintje, op het luchtbed bedrijven ze de liefde zoals ze nog nooit heeft ervaren, in haar hele leven niet. Geen aardse man kon dit gevoel bereiken bij een vrouw. Maar deze engel wel.
Ze bereiken Goddelijkheid, intense toppen van liefde, tederheid gevangen in vurige vlammen, verfrissende koelte in zinderende hittegolven, haar fluoriserende oranje bikini ligt achteloos in de lavendel. Naakt zo naakt ligt ze daar met hem, op het luchtbed, en uiteindelijk, drinken ze samen een glas verfrissende cola met ijsblokjes, en streelt hij nogmaals haar gezicht met liefdevolle aanrakingen.
Hm dit was mijn eerste wens, murmelt Raven tegen de engel. Nu mag ik er nog 2 toch?
Jazeker, glimlacht de engel. Nou dan zou ik graag veel geld willen.
Ok zegt de engel, dat had hij al verwacht nml en hij overhandigt haar een koffer met een flinke inhoud aan gelden. Vijf miljoen is wel voldoende dacht ik zo, zegt de engel, en wederom glimlacht hij.
Raven valt hem om zijn hals, oh wat geweldig!
Maar de volgende wens, ik weet nog niet wat ik precies wil.
Oh je mag er over nadenken hoor, zegt Hypnotrachnaton.
Over een jaar kom ik weer terug en dan mag je de wens aan mij vertellen.
Maar ik moet nu gaan!
Oh, Raven is duidelijk teleurgesteld.
Klapwiekend vertrekt de engel met de zwarte vleugels, richting de zon, dat ziet ze wel.
Ze kijkt hem na, een beetje verdrietig is ze wel.
Ze aait Hommel de kat.
Vijf miljoen Hommel…wat zullen we eens gaan doen?
Kom ik ga lekker de stad in, kleren kopen en ik ga ook een nieuw huis kopen en een auto en…
Verrukt rent Raven naar binnen om een douche te nemen en om eens heerlijk te gaan shoppen in de stad.

De engel op weg naar de zon lacht in de hoge luchtregionen. Zijn taak was volbracht, hij zou een kind verwekken bij een aardse vrow, dat was gemakkelijk gegaan.
En die 5 miljoen had hij even snel bij een bank beroofd, niemand die er erg in had tijdens de crisis immers? Maar de derde wens, hm, hij zou over een jaar komen kijken bij zijn kind.
Dan maar eens zien wat ze voor wens had.

~*~
Een jaar later, lag het mooie kindje in een kinderwagen in de grote tuin, de moeder zwom enkele baantjes in het prachtige zwembad.
En daar was hij weer de engel, de vader van het mooie kind.
Hypnotrachnaton! Riep Raven blij uit.
Kijk eens…ze wees naar de kinderwagen, kijk!
Je zoon!
Hypnotrachnaton liep naar het kind toe en bekeek het met trots, werkelijk een prachtig kind.
Til hem maar op hoor!riep Raven, terwijl ze uit het zwembad klom.
Met natte haren en een handdoek om haar lichaam liep ze naar hem toe.
Oh wat heerlijk je weer te zien!
Hij glimlachte weer zijn prachtige engelenlach.
Dag lieverd, en hij kuste haar op haar wang.
Hij hield het kind in zijn armen en kuste het op het hoofdje, het kind greep hem naar zijn lange haren.
Wat een mooie baby, bedankt zei de engel.
Raven keek hem gelukzalig aan, ja dat is hij zeker.
Ik weet de wens, ik heb er goed over nagedacht!
Oh zei Hypnotrachnaton, en wat wil je dan?
Ik wil jou, zei ze ademloos, jou alleen!
Geschrokken keek de engel haar aan, mij?
Eh…Mij?
Ja voor altijd bij je zijn! Dat is wat ik wil!
Geschokt keek hij naar haar, maar dat betekend dat je alles moet opgeven!
Je leven hier, je huis, alles!
Oh dat is niet erg, zei ze vol vertrouwen.
Ik wil alleen bij jou zijn.
Bij niemand anders.
Dan zal je wens vervuld worden, zei hij, en tesamen vlogen ze op naar de zon.
Naar zijn zomerse hemel, waar ze ook wel een zwembad hadden, maar geen huizen zoals hier, maar wel heerlijke zachte wolken om in te liggen, en de liefde die was daar in overvloed.
Ze waren gelukkig, de engel en zijn aardse vrouw en hun halfbloed kind.

(c) AngelWings

De weduwe

De nacht verscheen,

de maan verduisterde, en de deur ging open. Hij kwam binnen, een windvlaag meenemend. Kil, ik rilde onwillekeurig.

Je bent er weer, fluisterde ik. Een streling langs mijn gezicht was zijn antwoord. Ik stak een kaars aan, voor mij op mijn pc. In concentratie, hoorde ik zijn stem, er kwam weer een verhaal.

Ik ben benieuwd zei ik. Hopenlijk beter dan de vorige keer, hij glimlachte en zei wacht maar af jij.

~*~

Ze was al jaren alleen, weduwe Roos Martens, toch nog in de bloei van haar leven, met haar blozende wangen en haar mooie blauwe ogen.

Wat mollig inmiddels, maar toch was haar leven nog lang niet voorbij. Doch het vinden van een man viel niet mee op haar leeftijd.

En ok ze had inmiddels genoeg aanzoeken gehad, zeker wel. Maar niet één die het haalde bij haar Kees, niemand die ook maar een tikkeltje op hem leek.

Zelfs geen fractie, en dat vond ze nu juist zo belangrijk. Ze miste hem vreselijk nml. Zonder hem was alles zo zinloos leek het wel.

En ze deed haar dingen wel, hield het huis aan kant, ging naar uitnodigingen toe van vriendinnen, samen winkelen vond ze ook erg gezellig maar toch. Soms een arm om je schouder was toch zo fijn.

Liefde maakte zoveel goed in het leven, waarom moest haar dit toch overkomen? Ze wist het niet, begreep het ook niet.

Zonder haar man, ach…

Het gemis werd zelfs niet minder maar alleen maar erger, en als ze sávonds bij haar tv zat, dan soms als ze bijna indommelde dan leek het net of Kees weer even naast haar zat en zijn arm om haar schouder sloeg, en zijn ene been over de hare legde, net als toen. Maar vaak schoot ze weer terug in de werkelijke wereld en dan, ja dan miste ze hem nog meer dan ervoor.

Ze ging naar bed, alleen, in die slaapkamer en dan huilde ze zichzelf vaak in slaap. Zo zonder Kees, met een arm om haar schouder om haar te troosten. Het viel werkelijk niet mee.

Op een dag ging ze naar een medium, om te vragen of zij misschien iets kon vertellen over haar man Kees.

Aangekomen bij de dame met de grote glittercape om en met een grote glazen bol voor haar op tafel, schoot ze dan toch vol. Of ze iets door kon krijgen van Kees haar man?

Het medium deed enorm haar best, maar het leek werkelijk nergens naar, waar sloeg het op wat ze allemaal zei? Wat een oplichtster moest dat wel niet zijn?

Boos verliet zij het medium na een uur, ondanks dat ze wel betaalde maar niet tevreden was. En onderweg naar de bus, liep er opeens een man naast haar, hij zag er leuk uit, op zijn hoofd een gleufhoed, en net in het pak.

Hij stelde zich aan haar voor, vriendelijk pratend gingen ze in de bus zitten, hij moest toevallig ook die kant op nml.

Gezellig kletsend in de bus over van alles en nog wat, viel het haar wel op dat mensen vreemd naar hen keken. En hij zag er misschien wat oudbollig oud qua kleding maar het was toch zo’n charmante man!

Ze was helemaal in de wolken, want hij had best veel weg van haar Kees. Toen ze uitstapten, vroeg ze of hij misschien zin had in een bakje, en dat vond hij prima.

Gezellig pratend kwamen ze aan bij haar huis, en ze stak de sleutel in het slot. En terwijl ze zich omdraaide om de deur te openen, voelde ze ineens dat hij weg was, en ze draaide zich om en waarempel hij was er niet meer.

Roos keek verbaast om haar heen en snapte niet waar hij gebleven was. Ze liep de tuin in om te zien of hij misschien daar ergens…maar nee daar was hij ook niet.

Bevreemd ging ze haar huis binnen en maakte een sterke bak koffie, wat een vreemde belevenis was dit zeg? Vond ze eindelijk eens een echt leuke man en hij was zomaar ineens vertrokken. Zonder iets te zeggen?

Onbegrijpelijk,… schudde ze haar blonde hoofd, waarbij haar krullen heen en weer schudden. Jammer, moest haar weer overkomen.

Die avond toen ze ging slapen, hoorde ze de voordeur open en dichtgaan, ze schrok, maar er was niets te zien. Toen ze in haar bed lag, hoorde ze de slaapkamerdeur opengaan, maar weer was er niemand. Roos lag rillend van angst in haar bed. Ze liet het beddelampje maar aan die nacht, bah wat een nare belevenissen toch zo. Eerst die man die opeens verdwenen was en nu dit.

Roos viel niet prettig in slaap die nacht, woelend lag ze in haar bed. Om het uur wel even wakker. Tegen de morgen toen het al begon te schemeren, ontwaakte ze uit een verwarrende slaap en voelde hoe er iemand tegen haar aan ging liggen. Met een kreet draaide Roos zich om in bed maar zag niemand? Hhooe, hoe kan dit nou, stamelde ze. Angstig keek ze naast haar in bed, maar er was echt niets en toch voelde ze een warm lijf tegen haar aan, ze voelde, en ja, echt het was een lichaam van iets of iemand. Ben je onzichtbaar, vroeg Roos ongelovig. Ze bevoelde het gezicht, en voelde stoppels op zijn wangen, en een neus en een mond en zijn glimlach.

Ze gleed omlaag met haar handen, langs zijn hals, zijn borst, en voelde borstharen zowaar!

Lichtelijk hijgend ging de weduw Roos verder met haar zoektocht, en onder de dekens raakte zij zijn mannelijkheid aan die toch stevig rechtop stond. Zowaar, dit was een schok voor Roos, maar ach?

Hoeee K kann dit nou, stamelde Roos weer en een mannenstem antwoorde, dat hij de geest was die zij smiddags gesproken had.

De man met de hoed? Vroeg Roos ongelovig… Ja die ben ik lachte de stem. Oh…zei Roos ademloos,…Je zocht een man, en aangezien je hem niet kon vinden? En ik vond je zo mooi toen ik je daar zag, bij het medium.

Oohh…verzuchtte Roos. Ze schoof wat heen en weer in het bed. En nu ga je hier blijven? Jazeker, zei de mannenstem, ik blijf bij jou Roosje. Ik laat je niet alleen.

Roos giegelde toen hij haar borst omvatte, wat ongemakkelijk schoof ze achterover. En nu eh, kunnen wij de liefde ook bedrijven, vroeg Roos verlegen. Ja zeker dat ga ik ook doen Roosje lief.

Roos giegelde weer, tegen haar onzichtbare nieuwe vriend, dit was best wel spannend vond ze. Waarom kan ik je niet zien? Dan moet je het licht uit doen Roos, dan zie je mij wel.

En Roos knipte hierop razendsnel het bedlampje uit. En in een wazig geheel zag zij hem liggen, met zijn mooie glimlach, haar hart bonkte in haar lijf.

Ow zei ze ademloos, en likte langs haar volle lippen, en nu…eh..

Hij kwam bovenop haar liggen…

Roos was niet langer alleen, maar de buren tikten tegen hun voorhoofd als ze Roos in haar kamer geanimeerd zagen praten tegen iemand, maar er was niemand te zien. Ze had ze allemaal vast niet meer op een rijtje zei men.

Maar wij weten wel beter…

~*~

Glimlachend kijk ik op van het verhaal, bedankt zeg ik, deze is leuker.

Het is wel goed antwoord, de geest. Vlinderlicht voel ik een kus op mijn wang, de deur gaat weer open en dicht, tot een volgend keer fluisterd hij, voor weer een nieuw verhaaltje.

Ik blaas de kaars uit.

Engelen verliefd of?

Engelen verliefd of?

De kaars flikkert vervaarlijk, ik kijk op, en zie, hij is er weer. Mijn vriend de geest, die mij verhalen komt vertellen uit de duistere werelden.

Je bent er weer fluister ik, op mijn arm krijg ik weer kippevel, de rilling loopt me over mijn rug als een koude hand mijn wang streelt als antwoord op mijn vraag.

~*~

Smachtend keek ze naar hem, vanuit de verre verten herkende ze hem al. Met zijn nette pak, zijn gedistingeerde uiterlijk. Hij liep als een heer door de mensen in de supermarkt. Zijn haren zwart en glad achterover, zijn ogen scherp als een havik. En weer ruste zijn blik op haar, zoals altijd. Hij wist en zij wist. Ze wisten het, en toch? Onbereikbaar ver weg. Hij was getrouwd, zij was getrouwd. Beiden hadden ze kinderen en…toch genoot ze als ze hem zag. En hij van haar, hun dromen waren vervuld van elkaar en toch wisten ze dit niet van elkaar. Want ze hadden elkaar nooit gesproken.

Toch was het gevoel zo sterk dat het leek of ze elkaar konden verstaan als ze naar elkaar keken, er heerste een vage waas tussen hen in, zelfs mensen die hen zagen lopen viel het op. Ook al wisten zij dit niet, het waren mooie mensen, bijzondere mensen, anders dan anderen.

Mensen met een bijzonder brein, een speciale geest. En men zag het.

Langs de winkelpaden waar zij liepen, leek het energie veld anders dan normaal.

De weg die zij baanden in een simpel dagelijks gebeuren, scheen opeens op te lichten voor vele mensen. Alsof zij, engelen waren op aarde die gewoon dagelijks hun ding deden omdat dit moest. Maar alsnog, men zag en voelde het op afstand.

Ooit stonden ze achter elkaar bij de kassa, en raakte hij met zijn hand de hare aan, vluchtig, liefdevol en warm, en zij was zo diep geraakt dat zij een week nodig had om bij te komen. Bij te komen van de diepe liefde die zij samen deelden voor elkaar. Begrijpen kon zij het niet, hij ook niet.

Hun fantasie en gedachten raakten de hemel en zoveel verder, zo ver dat geen mens dit kon begrijpen zelfs, en zij wisten dit niet van elkaar maar toch wisten ze dat het waar was, het gevoel ging zo diep namelijk.

Ze zag het in zijn ogen als hij haar aankeek, hij zag het in de hare als haar pupillen verwijden als ze hem zag, het maakte hem dol, het maakte haar dol en begrijpen konden zij dit niet.

Beiden begonnen weg te kwijnen bij het niet kunnen en mogen laven aan de liefde van hun leven, te laat, te dichtbij soms, te ver weg ook.

Steeds bleker, met donkere wallen onder hun ogen, hij zag het en zij zag het ook.

Zij misten een wezenlijk deel van zichzelf en elke keer als ze elkaar weer zagen, ook al zeiden ze niets, werd het erger, dat gemis. Het weten dat ze elkaar misten, En toch konden ze er niets tegen beginnen want, ze waren getrouwd immers.

Als zij hem zag, kon ze niet meer spreken zo leek het, als hij haar zag snoerde zijn keel dicht. Hun stemmen leken verstomd. Hun ziel opende des te heftiger. Hun harten stormden op elkaar af. En het enige dat bleef was pijn, een diepe pijn van verlorenheid en eenzaamheid op zielsniveau.

Niemand wist hiervan, hij sprak niet en zij sprak niet met anderen over dit vreemde fenomeen. Vandaag ging alles anders, het was tegen sluitingstijd, hij nam de boodschappentas in zijn sterke armen en zij liep langs hem, met haar tas, bij de parkeergarage stond zijn auto bij toeval naast de hare.

Ze liepen naast elkaar voort, en de hitte was zo tastbaar, ze wisten niet dat anderen zagen hoe er een energieveld aan kleur tussen hen hing, verbaast keken mensen hen na. Wat was dat nou?

Bij de auto’s aangekomen, zette hij de tas in zijn auto, en stond opeens naast haar.

Hij rook aan haar haar, snoof de geuren diep in zich, en omvatte haar middel met zijn armen, Mijn god wat hou ik van jou.

Zij viel in zijn armen draaide zich om en keek hem aan. Ik hou ook zoveel van jou!

Ze keek hem aan in zijn mooie ogen, hij keek terug in de hare, alles leek spiegelingsgewijs te passeren. Wat hij, wat zij, dat hij, dat zij, alles was synchroon. Ik snap het niet, fluisterde hij gesmoord, ik ook niet zei ze. Met grote ogen keek ze hem aan. Al jaren….zei zij, denk ik aan jou, zei hij..

Ik, zei zij, ben bang, vulde hij aan..

Kom..hij trok haar mee aan zijn hand, kom…hij duwde haar naast zich in de auto en stapte hierna zelf in en reed weg, weg van die parkeerplaats.

Zomaar ergens heen, ergens naartoe.

Heerlijk was het, het leek of zij opgingen in een intens orgastisch moment van diepgang…van liefde, de perfectie compleet. In een bos nabij stopte hij de auto, en draaide zich om naar haar en keek haar aan. Zij keek naar hem. Zelfde timing, zelfde moment alles was zo in harmonie..

Beiden raakten elkaars handen aan, intiem moment zo lang verwacht, zo liefdevol. Zo onaards, ze begrepen het niet deze mensen kinderen, waarom hen dit overkwam. Hun aardse verplichtingen waren te serieus om te negeren maar dit, dit was iets dat hun ziel voorbijvloog.

Toen zijn lippen de hare raakten leek het of ze vlogen, in een ver heelal kwamen zij tot elkander alsof zij altijd al bij elkaar hadden behoord.

Snikkend voegde zij zich tegen zijn borst en hoorde zijn hart kloppen als was het gelijk aan de hare.

Zwijgend streelden zij elkaar, genoten zij. Geen woorden waren nodig bij deze liefde, want dat wat is dat is.

Ze ontkleden elkaar, kusten elkaar, vergingen in diepte, verlorenheid, liefde, zo intens dat er bijna brand had kunnen ontstaan!

Het toppunt barste uit in een intens weten dat zij voor elkaar geschapen waren.

Dat zij bij elkaar hoorden al eeuwen en eeuwen lang, wie kon dit nu begrijpen?

Wie kon dit als mens nu bevatten?

Niemand, nog niet tenminste. In haar buik plantte hij zijn zaad, en dit kwam op, en toen zij later, elkaar weer zagen, met een glimlach en weten, wisten zij, waren ze blij, zo zonder woorden dat het kind dat komen zou. Van hen samen was en, een kind was van de engelen zo schoon.

Haar buik groeide, zijn liefde al zo groot nog groter als hij trots haar zag gaan, met haar buik. In de supermarkt bij hun dagelijkse dingen die zij moesten doen als zijnde een menselijk wezen.

Vele malen zagen zij elkander, in de parkeer garage en genoten zij van hun diepgaande liefde voor elkaar en hun weten, van hetgeen tussen hen was.

Na negen maanden toen zij bevallen ging van het kind, lag er een brief klaar.

Deze ging naar de vrouw van haar geliefde. Op deze dag, zij heenging, en het bijzonder mooie kind, in de armen werd gelegd van een vader die het niet was. En zelfs hij ademloos keek naar de pasgeborene. En de tranen die over zijn gezicht stroomden omdat zijn lieve vrouw het leven had gelaten.

En hij nog niets wist. Zo ook de vrouw van de geliefde, op de dag dat het kind geboren werd, het bericht ontving dat haar man, bij een ernstig ongeluk om het leven was gekomen. Op het zelfde tijdstip dat zijn intens geliefde engel stierf. Zij beiden de weg vonden naar het paradijs.

En de man en de vrouw op aarde, samen besloten het bijzondere kind op te voeden met hun kroost.

Als tweelingzielen elkaar hervinden op het aardse is de kracht zo intens dat zij kunnen sterven aan hun liefde voor elkaar.

De liefde is ongekend intens, diepgaand dat het alles zal verstoren op het aardse vlak. En wat er ook gebeurd vergeten kunnen zij elkaar nooit…

~*~

Een beetje zwak glimlach ik naar mijn verhalenverteller. Waarom vertel je mij dit?

Hij glimlacht en kust mijn wang, zomaar…en hij verdwijnt weer…

De kinderzielen

Twins newborn photography. Twins posing idea.

Zondag, de dag dat er visite kwam.
Elke zondag wel te verstaan.
Het was een fijne en drukke dag.
Familie, gelijkgezinden, gesprekken en saamhorigheid.
Er kwamen nieuwe zielen bij, baby’s klein, die groeiden, met elkaar in een speelse samenhang en vriendschap.
Een tweeling was enkele maanden geleden gekomen.
Telepathisch spraken de kinderzielen tot elkander.
Baby of wat ouder deed nog niet terzake.
Kinderen konden dat namelijk, onderling spreken zonder te spreken.
Velen vergaten dat weer na enige tijd als ze groter waren geworden. Dan waren ze de sferen kwijt van waaruit elke ziel gekomen was.
Het etherische uittreden was naderhand niet meer nodig en een ziel was dan steeds verder in de stof geïncarneerd zodat het ook steeds minder noodzakelijk was om even op adem te komen aan de andere zijde.

Maar vandaag sprak de tweeling tot de andere kinderzielen in de kamer.
Ik ga, zei het meisje. Hoezo ga jij?
Ik ga weg, ik ben ziek als aards kind en ik moet gaan.
Maar waarom, vroegen de kinderzielen verbaasd en geschrokken.
Ik wilde even incarneren, maar heb mij vergist.
Ik heb geen zin meer. Niet zoals nu. Kun je er dan zomaar uit als je dat wilt, vroeg een kinderziel verbaast?

Ik mocht dit, ik mocht even kijken en misschien doorgaan of niet, maar mijn lichaam is door het tweeling zijn teveel verzwakt. Ik heb de kracht niet om mijn ziel te laten voortbestaan in dit lichaam.
Ik kom later nog wel weer terug denk ik, maar niet als tweeling.

Jij blijft toch nog wel, vroegen de kinderzielen aan het broertje.
Met zijn grote wijze ogen keek hij de kinderen aan, en vertelde over zijn plannen. Ik blijf nog heel even hier en ga dan ook terug.
Waarom? Nee! Blijf nou toch?

Het kan niet, we zijn beiden niet sterk genoeg lichamelijk gezien. Het karma zal te zwaar worden voor ons beiden.
Groter groeien zal onze ziel dermate belasten, dat wij ons niet goed kunnen ontwikkelen in het plan dat voor ons is gemaakt.
Wat jammer zeg, wat erg, oh wat vreselijk allemaal…riepen de kinderzielen tegen elkaar.
Geschokt waren ze, maar als kind zijnde waren ze het ook al snel weer vergeten en speelden weer als voorheen.
Er volgden nog zondagen, vele zondagen, maar de zondag kwam dat de tweeling geen tweeling meer was en het jongetje alleen was meegekomen met zijn ouders.
De kinderzielen waren allen zeer bedroefd, gelukkig voelden zij de sfeer om hen heen niet zo sterk aan, want die was zeer geladen met zwaar verdriet. De hele familie rouwde om het kind dat terug was gegaan naar de hemel.
En wanneer ga jij dan, vroeg een kinderziel aan het jongetje.
Oh over enkele maanden. Het zal zeer slecht gaan met mij en dan pas. Ik moet even doorbijten in dit alles. Maar dan is het voorbij en ben ik weer bij mijn zusje.
Je komt toch ook terug?
Ja als eerste, een jongen.

Amy Proud Illustration - amy proud, amy, proud, painted, water colour, watercolour, paint, traditional, picture books, fiction, children, boys, girls
Hoe ga je dan heten, dan weten wij alvast dat jij het bent immers.
Ik zal dezelfde naam hebben als nu en mijn zusje ook.
Alleen komt zij iets later dan ik.
Het jongetje had het er moeilijk mee dat hij nu alleen was als tweeling. Na enige maanden was hij zozeer verzwakt dat zijn ouders ook hem moesten opgeven.
De kinderzielen wisten het al en speelden als vanouds op de zondagen. Waar de volwassenen ergens getroost werden door het speelse gedrag van alle kinderen die dagen.
Ze beseffen het nog niet zo zeiden de volwassenen dan.
Maar ze beseften alles veel beter dan zijzelf.
Maar dat wisten de volwassenen al lang niet meer.