Home Mysterie

Mysterie

Het strand

Lineart afQF by duongquocdinh.deviantart.com on @DeviantArt:

De golven kabbelen langs de goudgele randen van het zonovergoten strand. Op een wit badlaken ligt het silhouet van een jonge vrouw.
Naast haar ligt een nog open geslagen boek, haar hand hangt slap over haar  ene heup, zij is in  slaap gekust door, de zomerse geluiden om haar heen.
Niemand kijkt nog op of om, niemand  ziet deze vrouw  slapen.
De zon bruint haar dromende lichaam met een gouden tint.
Gelukkig verbrand zij niet, haar huid kan er immers tegen. De zwarte lange haren liggen gekruld om haar heen, als was zij Doornroosje, al eeuwig in slaap. Haar lange oogwimpers trillen soms op haar zachte roze, door de zon gekuste wangen.
Als het strand verlaten ligt, en bijna iedereen al naar huis is, ligt zij daar nog in onwetendheid, en onbewust van de eenzaamheid die haar toedekt op het strand. De schaduwen trekken banen over haar heen, als werd zij toegedekt met een warme schaduwdeken. Aan de horizon, voor vandaag, nog een laatste groet van  de zon. Waterdruppels vallen prikkelend op haar lichaam en met een schok schrikt zij uit een lange,  diepe slaap. Versuft kijkt zij om zich heen en ziet dat bijna iedereen is weggegaan. Voor haar ontwaard zij een jonge Godheid, een prachtig lichaam, brons gebruind, lange blonde vochtige haren en een prachtige stralende glimlach, die haar doet smelten. Even denkt zij nog, dat zij droomt. Ze gaat zitten en wrijft zich over haar armen. De mooie man voor haar, die net uit het water kwam, kijkt haar vragend aan. “Heb je zo lang liggen slapen, schoonheid?” vraagt hij. “Ik denk het wel”, fluistert ze nog wat vermoeid. Hij gaat naast haar zitten op het gouden strand.

Zee plaatjes

Ze kijkt naar zijn profiel, ademloos bijna, haar hart gaat tekeer. Kwam het door de warmte die dag of, nee zij was plots diep geraakt door een wildvreemde man.
Plots keek hij haar aan, met wonderlijk lichtblauwe ogen. ’Wat is je naam eigenlijk?’  vraagt hij haar vriendelijk.
‘Robin’ zegt ze enigszins aarzelend. Hij lachte en keek weer voor zich.
Hij stak zijn hand naar haar uit, opzij van zijn gespierde torso.
Ze pakte zijn hand, vragend.
Weer keek hij haar,  in haar grijze ogen, en glimlachend zegt hij, ’aangenaam naamgenootje’.

‘Nee’, zegt ze verschrikt, ’heet je ook Robin’? Ze lacht. Zijn hand voelde zo goed in de hare, krachtig en mannelijk. Robin kijkt naar haar voeten,  ziet de inmiddels afbladderende roze nagellak op haar tenen. Een beetje beschaamd is ze wel, ze had dit thuis moeten bijwerken voor ze naar het strand was gegaan, maar, ze had er niet aan gedacht sinds, nu ja sinds…
Ze keek opzij, langs de kustlijn, waar in de verte iemand liep met twee grote honden, de kleine figuur in de verte gooide stokken in het water, welke de honden er uit visten. Ze kon niet zien of het een man of een vrouw was.
Ze knipperde met haar ogen, de tranen zaten haar weer hoog.
Verward keek ze weer naar hem, ook een Robin, wat apart. Beiden dezelfde naam, en wat was hij vreselijk knap. Glimlachend keek hij hoe zij hem in zich op nam. ‘En bevalt het”? Vroeg hij. ‘Wat’? vroeg ze verdwaasd. ‘Ik natuurlijk, mij, ikke’, hij spreid zijn armen wijd uit en wijst naar zijn lichaam. ‘Dit, wie ik ben’.
‘Eh ja natuurlijk’, bloost ze. Met één snelle plotse beweging, gaat zijn ene hand naar haar lange haren en duwt ze opzij, langs haar oor. Zo vertrouwd, zo bekend. Doordringend kijkt hij haar aan. ‘Je redt het wel, echt, alles komt weer goed’. Prachtige blauwe ogen, denkt ze, maar ze stamelt,  ’Wat én hoe, weet je, en…’ met grote ogen, ziet ze hem aan, terwijl hij langzaam oplost, als in een mist.  Robin raakt in paniek, het voelt nog aan alsof zijn hand in de hare ligt, warm, vertrouwd. Maar hij is weg!
Wie was hij en wat, en hoe kon dit gebeuren?
Verward wrijft Robin over haar voorhoofd, ze is gek geworden, vast en zeker. Snel bindt ze haar spullen bijeen, het boek in de rugtas, de handdoek snel om haar heupen gebonden. Ze wil weg van hier, de eenzaamheid omsluit haar niet langer als een warme deken. De angst overvalt haar, in een waandenkbeeld die haar overviel, na die diepe slaap op het strand.
Snel trekt ze haar hemdje aan, omgekeerd, maar dat hindert niet, ze moet weg. Nu, en snel ook.  Ze rent over het strand, alleen in de avondschemering.
Totaal verward, fietst ze naar huis. Haar appartement, alleen.
Hij is er niet meer, vorige maand is hij vertrokken, Menno had een ander gevonden. Wilde niet meer verder met haar, terwijl ze al sinds kinderjaren samen waren geweest. Ze kon het niet verkroppen en was intens gekwetst geweest door wat hij haar had aangedaan. Ze was niet alleen haar partner kwijt, maar ook nog eens een vriend. Haar beste vriend ooit. Vandaag was zij dan toch naar het strand gegaan, alleen.  Ze wilde er uit komen, en hem vergeten, maar dat lukte haar niet. De tranen stroomden haar weer over haar gezicht. Verwoed veegde zij ze weg. Door het raam zag zij het donker buiten, en zag zij in het raam oog haar eenzaamheid. En nu, nu was ze ook nog gek geworden, van verdriet. Ze viel huilend neer op het tweepersoonsbed.

Hun bed, ze zou het weg doen, want samen hadden zij hier enkele jaren geslapen. Misschien moest ze gaan verhuizen?

En de knappe man op het strand wie was hij?
Was hij haar droombeeld van hoe een man zou moeten zijn.
Ze wist het niet. En viel even later weer in een diepe slaap.

Parel

~*~

Een jaar later, liep Robin over het strand, op zoek naar een geschikte plek om te gaan zonnen. De zon scheen zijn goudgele stralen, over het strand. Het was erg druk. Glimlachend zag ze een plekje, een eindje verder op.
Ze struikelde ineens over iets. ‘Auw’, riep iemand uit.
Verschrikt keek Robin achterom.
Ze was gestruikeld over een jongeman, die daar lag te zonnen.
‘Het spijt me’, zei ze stamelend. Ze raakten aan de praat.
Ze ging naast hem zitten, en gezellig keuvelend over van alles, ging de tijd snel voorbij. Hij was aardig en niet bijster knap, maar dat gaf niets.
Ze vertelde hem over haar verhuizing naar een andere stad.
Over Menno, en hoe moeilijk ze het had gehad het afgelopen jaar.
Terwijl ze daar zo zat, uitkijkend over de mensenmassa, viel er een schaduw over haar heen,  prikkelende waterdruppels vielen op haar huid.
Ze keek achterom in de ogen van hem.
Hij was het! De man van toen. Ze wist het zeker. Lachend keek hij haar aan, verbaast ook ergens. ‘Ken ik je ergens van?’, vroeg hij aan haar.
‘Hahahaha oude versier truuk jongen’, lachte zijn vriend.
‘Nee, ehm, ja’, grijnsde hij naar haar, Robin, naar haar…
Ze kon het niet geloven, dat hij het was, die zij gezien had op het strand, wat had hij ook alweer gezegd? Dat alles goed zou komen?
Ja, dat had hij toen gezegd. En het was goed gekomen, en nu was hij hier.
Hij ging naast haar zitten, Goddelijk knap, net als toen.
Robin keek hem aan,’ dag Robin’. Hij lachte zijn spierwitte tanden bloot.
‘Dus dat had je al verteld’, zei hij tegen zijn vriend die achter hen zat.

Verbaast schudde deze van ‘Nee’. Maar Robin de knappe godheid zag dit al niet eens meer.
Hij pakte haar hand, warm in de zijne. Het voelde zo vertrouwd, net als toen.

 

©AngelWings

De weduwe

De nacht verscheen,

de maan verduisterde, en de deur ging open. Hij kwam binnen, een windvlaag meenemend. Kil, ik rilde onwillekeurig.

Je bent er weer, fluisterde ik. Een streling langs mijn gezicht was zijn antwoord. Ik stak een kaars aan, voor mij op mijn pc. In concentratie, hoorde ik zijn stem, er kwam weer een verhaal.

Ik ben benieuwd zei ik. Hopenlijk beter dan de vorige keer, hij glimlachte en zei wacht maar af jij.

~*~

Ze was al jaren alleen, weduwe Roos Martens, toch nog in de bloei van haar leven, met haar blozende wangen en haar mooie blauwe ogen.

Wat mollig inmiddels, maar toch was haar leven nog lang niet voorbij. Doch het vinden van een man viel niet mee op haar leeftijd.

En ok ze had inmiddels genoeg aanzoeken gehad, zeker wel. Maar niet één die het haalde bij haar Kees, niemand die ook maar een tikkeltje op hem leek.

Zelfs geen fractie, en dat vond ze nu juist zo belangrijk. Ze miste hem vreselijk nml. Zonder hem was alles zo zinloos leek het wel.

En ze deed haar dingen wel, hield het huis aan kant, ging naar uitnodigingen toe van vriendinnen, samen winkelen vond ze ook erg gezellig maar toch. Soms een arm om je schouder was toch zo fijn.

Liefde maakte zoveel goed in het leven, waarom moest haar dit toch overkomen? Ze wist het niet, begreep het ook niet.

Zonder haar man, ach…

Het gemis werd zelfs niet minder maar alleen maar erger, en als ze sávonds bij haar tv zat, dan soms als ze bijna indommelde dan leek het net of Kees weer even naast haar zat en zijn arm om haar schouder sloeg, en zijn ene been over de hare legde, net als toen. Maar vaak schoot ze weer terug in de werkelijke wereld en dan, ja dan miste ze hem nog meer dan ervoor.

Ze ging naar bed, alleen, in die slaapkamer en dan huilde ze zichzelf vaak in slaap. Zo zonder Kees, met een arm om haar schouder om haar te troosten. Het viel werkelijk niet mee.

Op een dag ging ze naar een medium, om te vragen of zij misschien iets kon vertellen over haar man Kees.

Aangekomen bij de dame met de grote glittercape om en met een grote glazen bol voor haar op tafel, schoot ze dan toch vol. Of ze iets door kon krijgen van Kees haar man?

Het medium deed enorm haar best, maar het leek werkelijk nergens naar, waar sloeg het op wat ze allemaal zei? Wat een oplichtster moest dat wel niet zijn?

Boos verliet zij het medium na een uur, ondanks dat ze wel betaalde maar niet tevreden was. En onderweg naar de bus, liep er opeens een man naast haar, hij zag er leuk uit, op zijn hoofd een gleufhoed, en net in het pak.

Hij stelde zich aan haar voor, vriendelijk pratend gingen ze in de bus zitten, hij moest toevallig ook die kant op nml.

Gezellig kletsend in de bus over van alles en nog wat, viel het haar wel op dat mensen vreemd naar hen keken. En hij zag er misschien wat oudbollig oud qua kleding maar het was toch zo’n charmante man!

Ze was helemaal in de wolken, want hij had best veel weg van haar Kees. Toen ze uitstapten, vroeg ze of hij misschien zin had in een bakje, en dat vond hij prima.

Gezellig pratend kwamen ze aan bij haar huis, en ze stak de sleutel in het slot. En terwijl ze zich omdraaide om de deur te openen, voelde ze ineens dat hij weg was, en ze draaide zich om en waarempel hij was er niet meer.

Roos keek verbaast om haar heen en snapte niet waar hij gebleven was. Ze liep de tuin in om te zien of hij misschien daar ergens…maar nee daar was hij ook niet.

Bevreemd ging ze haar huis binnen en maakte een sterke bak koffie, wat een vreemde belevenis was dit zeg? Vond ze eindelijk eens een echt leuke man en hij was zomaar ineens vertrokken. Zonder iets te zeggen?

Onbegrijpelijk,… schudde ze haar blonde hoofd, waarbij haar krullen heen en weer schudden. Jammer, moest haar weer overkomen.

Die avond toen ze ging slapen, hoorde ze de voordeur open en dichtgaan, ze schrok, maar er was niets te zien. Toen ze in haar bed lag, hoorde ze de slaapkamerdeur opengaan, maar weer was er niemand. Roos lag rillend van angst in haar bed. Ze liet het beddelampje maar aan die nacht, bah wat een nare belevenissen toch zo. Eerst die man die opeens verdwenen was en nu dit.

Roos viel niet prettig in slaap die nacht, woelend lag ze in haar bed. Om het uur wel even wakker. Tegen de morgen toen het al begon te schemeren, ontwaakte ze uit een verwarrende slaap en voelde hoe er iemand tegen haar aan ging liggen. Met een kreet draaide Roos zich om in bed maar zag niemand? Hhooe, hoe kan dit nou, stamelde ze. Angstig keek ze naast haar in bed, maar er was echt niets en toch voelde ze een warm lijf tegen haar aan, ze voelde, en ja, echt het was een lichaam van iets of iemand. Ben je onzichtbaar, vroeg Roos ongelovig. Ze bevoelde het gezicht, en voelde stoppels op zijn wangen, en een neus en een mond en zijn glimlach.

Ze gleed omlaag met haar handen, langs zijn hals, zijn borst, en voelde borstharen zowaar!

Lichtelijk hijgend ging de weduw Roos verder met haar zoektocht, en onder de dekens raakte zij zijn mannelijkheid aan die toch stevig rechtop stond. Zowaar, dit was een schok voor Roos, maar ach?

Hoeee K kann dit nou, stamelde Roos weer en een mannenstem antwoorde, dat hij de geest was die zij smiddags gesproken had.

De man met de hoed? Vroeg Roos ongelovig… Ja die ben ik lachte de stem. Oh…zei Roos ademloos,…Je zocht een man, en aangezien je hem niet kon vinden? En ik vond je zo mooi toen ik je daar zag, bij het medium.

Oohh…verzuchtte Roos. Ze schoof wat heen en weer in het bed. En nu ga je hier blijven? Jazeker, zei de mannenstem, ik blijf bij jou Roosje. Ik laat je niet alleen.

Roos giegelde toen hij haar borst omvatte, wat ongemakkelijk schoof ze achterover. En nu eh, kunnen wij de liefde ook bedrijven, vroeg Roos verlegen. Ja zeker dat ga ik ook doen Roosje lief.

Roos giegelde weer, tegen haar onzichtbare nieuwe vriend, dit was best wel spannend vond ze. Waarom kan ik je niet zien? Dan moet je het licht uit doen Roos, dan zie je mij wel.

En Roos knipte hierop razendsnel het bedlampje uit. En in een wazig geheel zag zij hem liggen, met zijn mooie glimlach, haar hart bonkte in haar lijf.

Ow zei ze ademloos, en likte langs haar volle lippen, en nu…eh..

Hij kwam bovenop haar liggen…

Roos was niet langer alleen, maar de buren tikten tegen hun voorhoofd als ze Roos in haar kamer geanimeerd zagen praten tegen iemand, maar er was niemand te zien. Ze had ze allemaal vast niet meer op een rijtje zei men.

Maar wij weten wel beter…

~*~

Glimlachend kijk ik op van het verhaal, bedankt zeg ik, deze is leuker.

Het is wel goed antwoord, de geest. Vlinderlicht voel ik een kus op mijn wang, de deur gaat weer open en dicht, tot een volgend keer fluisterd hij, voor weer een nieuw verhaaltje.

Ik blaas de kaars uit.

Het bos

Het bos

 loop walk woods GIF

In het woud liep een jonge man, zijn wandelschoenen waren doorweekt door de plassen water die overal verspreid lagen door de heftige regenval van de afgelopen nacht…

Hij keek om zich heen en zuchtte want hij was hopeloos verdwaald…

Uren liep hij hier al rond en hij kon geen enkele weg herkennen, het werd hem wat vreemd te moede.

Alle bomen leken op elkaar en waar hij ook keek het leek eindeloos en uitzichtloos.

Het werd al schemerig en, hij vloekte binnensmonds…

Dit was toch te gek?

Maar opeens vond hij toch een pad dat afweek van hetgeen hij de afgelopen uren had gezien…en hij stapte dapper door….

De bomen werden minder vol en hij kon al wat door de bomen heenkijken…

Er groeide groen gras, zo groen dat het bijna pijn deed aan je ogen.

Het leek wel mossig……en drassig.

Hij liep voort en kon geen weg herkennen.

Moedeloos ging hij op een gegeven moment zitten tegen de stam van een boom en.

Hij nam wat te drinken uit zijn flacon die hij altijd bij zich droeg in zijn borstzak.

Whisky deed hem goed…hij voelde de branderige smaak door zijn slokdarm naar beneden glijden…

Dom van hem om zo weg te gaan, hij dacht dat hij maar een uur of wat weg zou zijn, maar gezien de tijd op zijn horloge bleken het al uren te zijn.

Sebastiaan keek eens goed om zich heen en bespeurde ene verandering in de atmosfeer…

, een eind verderop groeiden opeens allerlei lupines. Vreemd…en onder een wirrelwar van klimop leek een oude muur te staan, misschien ..een ruïne?Sebastiaan keek en zag de

Prachtige lupines. In allerlei kleuren op verschillende hoogtes, en de bijen zoemden eromheen.

Sebastiaan stond op en liep erheen…om eens polshoogte te nemen…

Verbazingwekkend!

Er lag een stuk muur als van een oud kasteel…?

Oude brokken steen grijzig en groen beslagen, lagen daar de bouwwerken van eeuwen terug. Sebastiaan liep eromheen en vond aan de achterkant een soort binnenplaatsje.

Een glimlach lag om zijn mannelijke mond…en zijn ogen glommen door zijn ontdekking, misschien wist niemand dat dit hier lag?En was hij de enige op de hele wereld.

Hij huiverde opeens. De enige op de hele wereld…

De enige in dit bos leek het wel…

Hij merkte opeens op dat hij geen vogel meer hoorde fluiten. Geen dier meer hoorde ritselen in het struikgewas of gebladerte…

Stilte…zelfs geen zuchtje wind…was hoorbaar….

Hij greep naar zijn oren en was bijna bang dat hij plots doof was geworden. Want dit was heel erg vreemd…

Hij begon te lachen van een soort schrik…

Die hem plots beving…

Zijn lach schalde door de stilte heen….en ook dat was angstverwekkend.

Niets maar dan ook niets echode zijn lach….en het werd hem wederom zwaar te moede.

Hij wilde naar huis. En keek om zich heen in een soort van wilde paniek. Hij liep snel langs het plaatsje achter de muur…en vond ineens een soort van prieeltje…..

Jezus!Dacht hij….hoe is dit mogelijk. Het was van mooi smeedijzer…

Maar erg verroest. Sierlijk krullend smeetijzer. En erboven een puntig dakje…

Eveneens hier groeide de klimop welig om de stalen puntjes en stangen heen.

Hij zag dat het ooit goudkleurig was beschilderd.

Verbaast was hij en ging erin staan en keek aan de achterkant ervan uit over een kleine vijver.

Hij greep door zijn blonde kuif en…kon even zijn ogen niet geloven….Want daar midden in het bos stond bij die vijver een wonderschone vrouw.

Haar lange donkere haar gleed af langs haar tere schouders en langs haar witte gewaad droeg zij een gouden koord.

Hij keek naar haar gebiologeerd en. Zijn adem sneed hem af toen ze naar hem keek.

Wonderschone ogen staarden hem aan…en het was alsof hij nog nooit een dergelijk mooie vrouw had aanschouwd in zijn hele leven niet…

Ze was bovenaards mooi.

Haar gezicht omlijst door het zwarte haar en die ogen groot in een wit albasten gezicht.

Haar kleine mond was rood als bloed en.

Haar blik zo koud als ijs…hij kreeg de rillingen over zijn rug maar kon zijn blik toen hij de hare ontmoete niet meer losmaken…

Ze kwam langzaam op hem toe en het leek of ze niet liep maar eerder danste.

Vreemd. Hij voelde zich duizelig worden.

Alsof al het bloed uit zijn hoofd trok en zij hem uitzoog vanuit een afstand van nog maar vier meter…

Hij hervond zijn evenwicht opeens. En keek even de andere kant op.

Toen hij weer naar haar wilde kijken.

Was ze weg.!Verdwenen!

Sebastiaan greep naar zijn flacon Whisky en dronk hem in een teug leeg..dit was toch te gek, en zijn hart ging als een razende tekeer…

En..Hij wist niet meer hoe hij het had.

Hij zocht steun bij de stangen van het kleine prieeltje.

En dacht dat hij het zich alles verbeeld had…

Hij keek de omgeving af en zag dat er echt niemand daar was.

Niks niemendal. Alleen hij, verdwaald in een bos…

Hij ging een kijkje nemen bij de vijver en zag wat afgeknapt Engels gras bij de rand van de vijver.

Dus iemand had hier wel gelopen bedacht hij verward.

Sebastiaan wist niet meer hoe hij het had. En hij keek een ogenblik in de vijver en zag.

Mijn God!Stiet hij uit, de adem barste uit zijn maag omhoog. En zijn borst ging als een razende op en neer.

Oh mijn God!Riep hij weer.

In het water lag een lijk. Een oud lijk. Het geraamte hing tussen de rietkraag en lang zwart haar dreef op het licht golvende water.

Mijn God, riep Sebastiaan weer uit.

En opeens zette hij het op een lopen.

hij rende alsof zijn leven ervan af hing en…hij rende door de struiken de takken rakelings langs zijn gezicht en…hij schramde zijn armen open aan bramenstruiken en terug zwiepende takken….waarlangs hij rende..

Alsof de duivel hem op de hielen zat.

Hij schramde zijn wang ernstig aan een struik met scherpe doorns en hij veegde met zijn hand het bloed weg.

Zag dat het erg bloede…en..

Hij bleef opeens stil staan.

Jezusssssssssss……..!!!!!

Dacht hij…keek om zich heen………..waar was hij toch?

Verdomme vloekte hij hardop…

Verdomme……help me god……..!!!!!

Hij schreeuwde inmiddels…….

en er klonk geen enkele echo uit het bos…

niets…..dan stilte..en die stilte was dreigender dan wat dan ook…….

Angst bonsde in zijn borstkas.

Sebastiaan voelde zich verloren…eenzaam en alleen in dat grote woud……….waarin hij een speld was in een hooiberg,…niemand zou hem hier vinden……Niemand.

Het was al donker en Sebastiaan zeeg neer langs een boom.

En sloot zijn ogen.

Het was al nacht toen hij zijn ogen weer opende en het maanlicht dor de bomen scheen.

Sebastiaan…wreef in zijn ogen en herinnerde zich opeens weer waar hij was….

Zijn hart begon weer te bonzen…en..hij hoorde iets naast zich………

Hij keek en in afgrijzen zag hij de mooie vrouw naast hem zitten.

Ze keek hem aan met die donkere ogen onpeilbaar diep. Onpeilbare diepten.

Ze ademde zwaar. En keek hongerig naar hem.

Sebastiaan wilde iets zeggen maar zijn stembanden weigerden dienst. God wat was ze toch mooi.

Dacht hij en…hij zag haar lippen waartussen haar tanden flitsten..wit als parels…en..scherp………

Ze nam zijn mond met haar lippen. En hij voelde de kou stromen uit haar dode lippen.

Ze greep in zijn blonde haar en woelde erdoorheen.

Hij kuste haar terug in een verzengend vuur. Dat hij nooit had ervaren.

Haar handen leken klauwen toen ze hem ontklede. Zijn shirt van zijn gespierde body scheurde.

Hij hoorde het scheuren van zijn shirt nagalmen. In het stille bos…

Ze ademde kou tegen zijn lippen. En het vuur waarmee ze hem verslond was niet van hier.

Dat was…dat was…

Zijn hersens weigerden dienst. En toen hij zover was dat hij in haar goddelijke lichaam drong. Was ook dat koud. Maar met een ijzingwekkend vuur in zijn lendenen. Bereed hij haar. Alsof het het laatste was dat hij doen zou. In dit leven. Hij was waanzinnig van genot…en lust…en zij klauwde met haar nagels over zijn lichaam bloedsporen achterlatend. Zij beet hem overal. Niet pijnlijk maar toch hard genoeg. Om hem tot waanzin te drijven.

Haar puntige borsten staken kil tegen zijn borst aan…en leken op scherpe naalden..die hem doorboorden….

maar in zijn sekshonger naar deze bloedmooie vrouw…..en de angst die hij had ervaren…bemerkte hij dat niet eens meer. En toen hij tesaam met haar het hoogtepunt bereikte…was het

zijn geest die het af liet weten en het dierlijke in de mens die hem tot het hoogste genot dreef dat een menselijk wezen maar zou kunnen bereiken. Het was nacht en het was koud. De maan verscheen vanachter wolken en bescheen de man die omarmd door klimop onder een boom lag. Zijn ogen keken angstig voor zich uit. Zijn mond verstomd in een schreeuw. Die de wereld nooit meer bereikte. En in zijn hals twee puntige gaatjes. Waar nog bloeddruppels uitdrupten. Hij was niet meer.

Laila

 

De wind waait om het huis, de regen slaat tegen de ramen, het is donker buiten.

Een koude windvlaag en ik weet, hij is weer gekomen. Mijn vertel geest, met zijn bijzondere verhalen.

Ik zucht even, maar voel een liefdevolle streling over mijn rechterwang.

Ik fluister, hallo, je bent er weer?

Ja zegt hij ditmaal met een mooi verhaal.

Loopt het goed af? vraag ik. Schrijf maar, zegt hij…

En ik schrijf….

~*~

Op het zolderkamertje, zit Laila alleen, achter haar computer. Het is al laat.

Ze heeft net wat administratie gedaan voor haar man.
Ze moet wel, hij doet het niet, hij ontvangt alleen maar en zij lijkt wel zijn slavin.

Ze is zijn slavin!

Te jong getrouwd, het moest van haar ouders, ze ging speciaal naar Nederland, om met hem te trouwen. Ze kende hem niet, maar hij was heel erg rijk, zeiden haar ouders.

Vermoeid wreef ze over haar ogen, het enige dat zij deed was de hele dag het grote huis schoonhouden, wat niet meeviel, omdat zijn eisen erg hoog waren.

Als ze iets verkeerds deed kreeg ze een klap of een duw, en soms nog erger dan dat.

Dat hield haar in het gareel. Zo hoorde dat in haar thuisland, maar toen ze ging trouwen met deze man, die toch wel erg modern zou moeten zijn, had Laila nooit verwacht dat hij zo ouderwets was.

Gelukkig had ze nog geen kindje van hem gekregen, dat zou ze er niet bij kunnen verdragen, ze had al genoeg ellende en om haar kind dan ook nog te zien lijden?

Laila kende gelukkig enkele middeltjes uit haar thuisland, doorgegeven van grootmoeder tot moeder en dochter.

Nee, een kind van deze man, liever niet.

Hier op zolder voelde ze zich nog wel veilig, hier kwam hij niet graag.

Tenzij hij dat wilde van haar, dan wist hij haar overal te vinden.

Liefde kende ze niet. Nooit gehad en nooit ondervonden. Het leven was hard voor haar en saai. Ze zag niemand, had geen vrienden of familie om haar heen.

Als hij bezoek kreeg mocht ze er nooit bij zijn.

Hij was vreselijk bezitterig en andere mannen mochten haar niet zien.

Hij kon niet verdragen dat zij zich aan haar verlekkerden, dus zat ze in de keuken aan de keukentafel, of op de zolder achter haar pc.

Gisteren had hij haar weer genomen, zonder enig gevoel, ze was enkel zijn speelpop, ze lag dan heel passief onder hem tot hij kwam. Dan draaide hij zich van haar af en viel in slaap.

Vaak sliep ze heel slecht, hij snurkte nogal.

Ze was een bijzonder mooie vrouw, met gitzwarte lange glanzende haren. En amandelvormige lichtbruine ogen.

Ze was klein, en tenger, ze leek wel een sprookjesprinses zonder prins in haar leven.

Laila ging maar naar beneden, hij zou inmiddels wel in slaap zijn, het was al heel erg laat namelijk, en dan hoefde zij niet weer….

Zachtjes liep zij de trap af, en wilde naar de slaapkamer gaan, maar hij kwam net de douche uit. Met zijn handdoek om zijn schouders stond hij daar naakt en dampend voor haar.

Hij glimlachte naar haar, net op tijd…zei hij.

Hij pakte haar bij haar arm en trok haar tegen zijn behaarde borst.

Laila wilde dit niet langer ze duwde hem van haar af.

NEE riep ze uit, nu niet. Ik wil niet!

De klap kwam hard aan, haar wang zwol op en gloeide. Hij pakte haar bij haar keel en duwde haar voor zich uit, de slaapkamer in, op het bed en hij rukte wild haar kleding van haar af.

Ze sloeg hem terug, en weer sloeg hij haar, versuft liet ze het maar gebeuren allemaal.

Het had immers toch geen zin.

Midden in de nacht zat ze daar, huilend op de zolderkamer weg van die nare man. Alleen in het duister, alleen de pc gaf nog wat licht in het kamertje.

Haar ogen waren gezwollen evenzo haar gezicht.

Ze was zo moe van alles. Ze wilde zo niet verder meer…ze kon het ook niet!

Radeloos was ze, waar moest ze naartoe? Ze had geen keus, ze moest wel bij hem blijven, hij had haar paspoort in bezit,die zou ze nooit krijgen.
Hij was haar baas, zij zijn slavin.

En terug naar haar ouders kon ze nooit meer,als ze bij hem weg ging.

Met betraande ogen keek ze naar het beeldscherm, zag ze dat nu goed?

Op het beeldscherm zag ze het gezicht van een mooie man, hij glimlachte naar haar.

Laila wreef haar ogen uit, hoe kon dit nu?

Was er iets mis met haar?

Ze wreef zich nogmaals in haar ogen en keek weer, en ja heel wazig maar toch, zag ze daar een man in het beeldscherm verschijnen, hij werd steeds duidelijker.

Ze werd vast gek!

Ze slikte hoorbaar, wat is dit, mompelde ze.

Ik ben het, Laila! Zei hij zacht, alsof hij door een trechter sprak. Ik ben het, je prins.

Kom Laila kom bij mij!

Hij stak zijn hand uit naar haar, en zelfs door het beeldscherm heen, kwam de hand.

Laila keek aarzelend naar de hand, bang was zij niet. Nee totaal niet zelfs, dit was toch wat zij wilde?

Weg van hier?

Ze raakte de hand aan, en deze voelde warm en echt.

De man glimlachte in de pc,….kom bij mij Laila!

Kom!

Wie ben je dan? Hoe kan dit? Vroeg ze hem verbaast. Ik kom van Xantilowe, een planeet ver weg van jullie melkwegstelsel, wij hebben elkaar al eens eerder ontmoet in vorige levens Laila!

Ik volg je al een tijdje, ik vind het zo erg je te zien lijden, dit heb je niet verdiend!

Jij niet, je hebt zulke goede dingen gedaan altijd voor mensen en dieren in vorige levens.

Ik heb besloten je mee te nemen naar mijn planeet, maar dat kan alleen als je mij ook wilt.

Als je mij weer herkennen kunt, in je hart en je gevoel!

Kom probeer het je te herinneren.

Laila was in de war, ze herkende zijn gezicht wel, maar niet vanuit het nu, wel vanuit dromen bv, ja dat wel.

Vorige levens? Wat klonk dat vaag en vreemd, daarvan had ze wel eens gehoord en andere planeten>?
Bestonden die dan, kon je daar ook leven zoals op aarde?

Maar dan zie ik mijn ouders nooit meer terug, zei Laila.

Lieverd ik verzeker je als je bij deze man blijft jij je ouders ook nooit meer zult zien in dit leven, want dan leef je niet zo lang meer nml.

Kom met me mee, ik kan het kanaal niet te lang openhouden voor je.

Ik heb flink wat elexitrons bij elkaar gebracht om de tijdstunnel te creeeren.

Kom Laila!

Kom nu voor het te laat is smeekte hij.

Laila stak aarzelend haar hand weer uit naar de zijne en het voelde goed en vertrouwd, ja ik ga met je mee!

Glimlachend voelde ze hoe de wind langs haar huid streelde, hoe ze opgenomen werd in een draaikolk van liefde..

Op de zolderkamer stond een pc de hele nacht nog aan, toen de man de volgende morgen kwam kijken, zag hij een blue screen en een druppel bloed naast het toetsenbord.

Laila heeft hij nooit meer gezien.

AngelWings

Hoe een vakantie

Hoe een vakantie

Sarah keek naar het meisje naast haar in de klas. Het meisje dat tegenover hen woonde in de straat, was enkele maanden ervoor nog op vakantie geweest in Mexico, ze had het heel erg leuk gehad. Ze had in geuren en kleuren verteld over haar vakantie en wat ze allemaal hadden gedaan.
Roos, was haar naam, haar steile blonde haartjes vielen sluik langs haar smalle wangen, en haar bleekblauwe ogen keken onschuldig de wereld in. Maar zo onschuldig was zij helemaal niet vond Sarah. Sarah keek haar doordringend aan, het zat haar behoorlijk dwars dit alles.
Zou ze het zeggen? Kon Roos er iets aan doen?
Jazeker, het was de schuld van Roos geweest! Haar vader had het zelf gezegd. En ook was het de schuld geweest van de school, want toen Roos terug kwam uit Mexico had ze de mexicaanse griep meegenomen, en ook haar ouders hadden die griep bij zich gehad. En de school wilde niet dichtgaan,omdat alle ouders werkten en de kinderen niet zomaar thuis konden houden natuurlijk. Niemand kon de kinderen opvangen, die ziek zouden worden. Dus die griep was de hele school rondgegaan. En toen had Sarah de griep ook gekregen! En hierna haar moeder, en haar vader en haar broertjes. Gelukkig waren ze er op tijd bijgeweest, en hadden ze antivirale middelen gekregen. Gelukkig was dit alles goed gegaan dat wel maar… het was niet eerlijk gewoon. Het was gewoon niet eerlijk!!! Boos keek Sarah naar Roos. Roos lachte tegen een meisje, dat haar een pen gaf. Sarah’s ogen spoten vuur.Ze was zo boos op Roos.
Door haar, door haar schuld, was.. Sarah kon er en wilde er ook niet meer aan denken.
De tranen sprongen in haar bruine ogen, verwoed veegde ze de tranen weg. Verdriet overmande haar nog zo jonge ziel. Waarom moest dit gebeuren? Waarom? En een antwoord kreeg Sarah niet op haar vragen. Ik haat haar, dacht ze. Ik mag haar niet. Ondanks dat ze toch vele maanden bevriend waren geweest dat wel, maar nu niet meer. NOOIT MEER! Sarah wist het heel erg zeker.
Ze wilde nooit meer met Roos spelen, want het was Roos haar schuld.
Tijdens de lessen, was Sarah afwezig en tekende bloemen in haar schrift. Ze hoorde niets, ze was ver weg in gedachten. De juf wist het wel wat er scheelde en liet Sarah maar even begaan.
En toen het vrijdagmiddag was en zij eindelijk weekend hadden, schopte Sarah keihard tegen Roos haar fiets en rende hard weg. Roos wist niet wat er scheelde maar fietste even later naar huis, haar schouders optrekkend.
Huilend stoof Sarah de keuken binnen waar haar moeder zat, samen met haar tweelingbroertjes. Sarah huilde het uit, met gierende ademhaling, huilde ze tot ze niet meer kon.
Het is haar schuld mama, het is haar schuld, mompelde ze de hele tijd. En haar moeder streelde verdrietig haar haren, en kuste haar wang.
Die zondag gingen ze weer naar het graf van oma zoetje, oma had een bijnaam omdat ze altijd zoveel zoets in huis had en zelf ook een zoete lieve vrouw was geweest.
Snikkend stond Sarah bij het graf, in haar hand een rode roos voor Oma.
En toen vader en moeder even niet keken, knakte Sarah de roos die ze voor oma had meegenomen. En ze mompelde, Oma ik krijg haar nog wel. En Sarah gooide de roos op de grond en zette haar voeten er op. Fijngestampt lag daar de roos naast oma’s graf, die de griep niet overleefd had.

De Heilige

 window butterfly GIF

In de sobere kamer lag een oude man op het bed, om zijn lichaam windsel van wit doek, zijn ogen sloeg hij nog eenmaal op, om hierna zijn laatste adem uit te blazen.
De Heilige man was heengegaan.

Zijn ziel steeg op naar de hemelse hemelen, door een donkere tunnel met aan het uiteinde stralend licht, verwelkomde zijn uitgeputte ziel.
Een ziel die zijn diensten op aarde wel had bewezen inmiddels door goedheid en wijsheid te betonen aan mens, dier en plant.

De heilige was een volmaakte ziel geworden na alle reïncarnaties op aarde, dit was zijn laatste leven, hij wist het nu weer, plots kon hij zich alle levens weer herinneren.
Hij was weer alleswetend zoals altijd wanneer zijn ziel uit het lichaam vertrok naar de andere zijde.

Ditmaal was alles anders dan voorheen, dit was waar hij naartoe gewerkt had eeuwen lang.
Het punt was bereikt, hij was bijna God geworden.
De mensen op aarde hadden hem aanbeden om zijn pure ziel, om zijn Heilige weten, wijsheid en zijn goedheid. Hij was de Heilige geweest op aarde.
Hij had veel boeken geschreven op aarde aan wijsheden en had hiermee vele zielen de weg gewezen op hun aardse pad.
Hij was voltooid als ziel, hij was af.
En eindelijk zou gebeuren waar hij naartoe gestreefd had.

Toen hij aankwam in het Hemelrijk, zag hij vele bekende zielen, van eeuwen geleden zelfs die hem kwamen begroeten met een liefdevolle hartelijkheid.
Met een warmte die de mens op aarde niet tentoon kon spreiden, omdat de atmosfeer in de hemel zo teer en subtiel was, kon een ziel gemakkelijker zichzelf openen voor anderen.
En zonder de stress en de zwaarte van de aarde was alles hier zo licht en vrolijk. De Heilige omhelsde al die geliefde zielen, het waren er zoveel. Maar hij had ook al zoveel levens op aarde geleefd, inmiddels kende hij er ook enorm veel.
Iedereen lachte en was enorm blij dat hij eindelijk gekomen was, en eindelijk klaar was voor het nieuwe dat hem te wachten stond.
Het was er zo prachtig, de kleuren zo intens, de gebouwen van een gouden glans, de planten en bloemen geurden heerlijk, en waren van een hemelse schoonheid.
De Heilige mocht een tijdje bijkomen van het leven dat hij op aarde achter zich had gelaten.
Eeuwen geleden moest hij dan in gesprek met zijn geleidegeesten om zijn levens te evalueren maar ditmaal was dat alles onnodig.
Hij was namelijk volmaakt geworden.
Hij had tijden gehad waarin hij geleidegeest was geweest voor geliefden op aarde, hij was tijden engel geweest in de hemel en het laatste leven, zijn laatste opdracht, had hij zichzelf gekozen, zonder behulp van enig hemels wezen mocht hij deze zelf bepalen.
Nu was de tijd aangebroken, hij had het behaald nml.

Het moment kwam waarop hij geroepen werd.
Er klonken 7 bazuinen, bij elke bazuin die klonk voelde de Heilige dat zijn chakra’s openbraken in een gouden energie, prachtige stralen kwamen er uit zijn zielenlichaam.

Op zijn schouder drukte een hand, de hand van God.
De Heilige draaide zich om en kon eindelijk God aanschouwen, het was een zo intens liefdevolle energiematerie, die in feite niemand kon ervaren, behalve als de ziel volmaakt was geworden.
Dan kwam dit intense gevoel die je ziel doordrong.
Alle pijn en leed in alle aardse levens, doordrong en alles wegnam, alle zonden, alle pijnen, al het verdriet, alle nare herinneringen.
Het was het grootste kosmische orgasme dat een ziel kon ervaren.
Alsof men in een keer alle keren seksuele ervaringen op aarde in een keer doorstond.
De Heilige sidderde, en kronkelde en viel neer aan de voeten van God,
God keek hem aan vol liefde, alleen maar liefde want spreken deed hij niet.
Zijn ogen waren zo vol liefde, zo diepvorsend tot in het puntje van de ziel van de Heilige, en de Heilige snikte het uit van geluk.
Nog nooit had hij zoveel liefde ervaren, na geen enkele aardse dood, in geen enkele liefdesrelatie, of verbinding met een aards mens had hij zoiets gevoeld…maar dit maal…
Het was te heftig, de Heilige keek God aan en knikte, het was goed zo.
Dit was het einde van zijn zielszijnsbestaan, hij wist het, hij zou plaats gaan maken.
Bijzonder plaats.

De liefde explodeerde in de ziel van de Heilige, en brak de ziel in tweeën.
De Ziel stierf maar was gelijk geboorte van twee nieuwe zielen.
Een tweelingziel. Zo gaat dat in de hemelse sferen namelijk.
Andersom dan op aarde.
De tweelingzielen hoorden bij elkaar omdat zij uit een volmaakte ziel geboren werden.
Ze gingen nieuwe levens leven, en waren altijd op zoek naar elkaar, omdat de een nooit zonder de ander kon bestaan.
Altijd zou er connectie zijn tussen deze twee zielen, en intense liefde, voelbaar op afstand, als de een verdriet had zou de ander dat ook ervaren, als de een gelukkig was, was de ander dat ook.

De Heilige ziel was gesplitst in 2, en een glimlach gloeide door de
2 lingzielen.
Twee mooie jongen zielen aan het begin van hun eeuwige reis.
De ene keer als man en vrouw en dan weer andersom. Zodat ze zouden leren wat elke energie inhield.
Man en vrouw, liefdevol, en als ze elkaar zouden ontmoeten zouden ze weten, wie ze waren, dan zouden ze elkaar altijd herkennen.
De twee nieuwe zielen werden voorgeleid en er werd gekozen welke geleidegidsen hen zouden bijstaan, er werden plannen gemaakt voor hun nieuwe levens, opdat zij veel zouden leren.
En ook ooit na vele eeuwen, opnieuw zouden splitsen in 2 delen.
Als de geboorte van een kind, was dit de geboorte van de zielen in de hemel.

En God glimlachte, het was goed zo.

Geschreven door AngelWings

Angels

Photobucket
Angels

Bloedmooi was ze, de donkere engel met haar zwarte krullende lokken en fluweelbruine ogen.
Alles aan haar was van een onaardse etherische schoonheid. zo verfijnd, zo onmenselijk bijzonder schoon.
Haar karakter was ook van dien aard dat deze bestond uit zuivere puurheid en wijsheid. Alsof zij, gelijk een engel vanuit het hemelse rijk op aarde was neergevallen.
Maar hoe triest is het leven van een gevallen engel op aarde. Wie kon deze schone vrouw begrijpen?
Wie kon haar volgen in haar gedachtenpatronen, toch geen mens?
Hoe ze ook haar best deed om geliefd te zijn bij mensen op aarde, het lukte niet.
Groen en grauw van afgunst was men op haar, niemand kon haar uitstaan nml.
Ze was zo wijs, zo beschaafd en net, zo beleefd, zo vriendelijk het was werkelijk onuitstaanbaar.
Geen enkel mens was zo perfect als zij.
En ondanks haar schoonheid, straalde ze ook iets uit wat mannen bang maakte voor haar.
Iets onaantastbaars, iets dat niet te misbruiken was, iets dat ver uit steeg boven alles, wat een man eventueel aan duistere plannen had voor een vrouw, kon men bij haar gewoonweg niet maken.Dit voelde men bij haar, de zuivere engel bezoedelen dat zou je duur komen te staan ooit in de hemel. En dat voelt een mens heus wel aan hoor, in het verre onderbewustzijn. Dus de Engel, haar naam was toevallig ook nog eens Angel, had eigenlijk geen vrienden, geen lieve familie, geen leuke buren, helemaal niets eigenlijk?
Ze moest het alleen zien te rooien in het harde wereldje dat leven nu eenmaal was. En dat lukte maar half want als niemand aardig is tegen jou, dan moet je wel een hele taaie engel zijn wil je daar tegen kunnen.
Op een dag had de schone Angel het eindelijk door, ze zou fouten moeten maken, dan zou men haar wel aardig gaan vinden.
Dus met opzet maakte ze enkele fouten, en inderdaad enkele mensen begonnen waardering te krijgen voor de immer zo perfecte engel, die nooit eens een fout maakte. Maar dit wekte sympathie op bij de mensen, want zo zijn mensen vaak.
Als er wat fout gaat, hebben ze in ieder geval het idee dat zij die fout niet gemaakt hebben dus dat is dan wel fijn om te beseffen natuurlijk.
En iemand die onfeilbaar is, zien falen, dat geeft wel een kick! Dus Angel had wat nieuwe vrienden gemaakt…gelukkig maar. Wat was het fijn om vrienden te hebben.
Ze vergaf hen alles wat zij deden, want dat doen engelen nml. ze vergeven mensen alles.
Af en toe maakte ze expres wat fouten en deed ze domme dingen, zodat de mensen haar aardig bleven vinden natuurlijk.
Maar Angel had wel veel verdriet van wat mensen haar aandeden, en ze beseften dit natuurlijk niet altijd, want ook dat is mens eigen, nml anderen kwetsen zonder er zelf over na te denken. Dus het pure kwetsbare hartje van de engel had veel te verduren, de oneerlijkheid en jaloerzie van haar zogenaamde vrienden, deden haar wel heel erg veel pijn en verdriet. Toch zei ze het niet. Ze dacht laat maar, ze zijn nu eenmaal zo.
Ondertussen liep jan en alleman over de engel heen. Ze was net een deurmatje waar je de voeten aan af kon vegen. Wat kon het die mensen nu schelen?
Was toch niet hun probleem? Zolang die perfecte engel haar fouten maar maakte zo op zijn tijd waren zij allang tevreden nml.
En zo ging dat maar door jarenlang, en engelen hebben veel geduld hoor, maar het liep de spuitgaten uit.
Aan alle kanten viel men de engel lastig op het levenspad. Wat er ook gebeurde alles moest fout gaan, alles moest kapot gaan, alles wat goed had kunnen zijn, was het ineens niet meer…en niemand had enig begrip of mededogen voor die lijdzame engel.
Mensen luisteren liever naar grof geschut en een grote mond.
Als mensen deden wat engel deed, zei men oh wat geweldig en oh wat prachtig! En oh wat goed maar oei als engel toch eens dat deed wat die mensen deden dan zei niemand iets.
Men behandelde haar als een voetveeg, maar ondertussen vroeg men zich af hoe zij zich toch staande hield.
Onderwijl genietend van hun pesterijen af en toe, hun kleinzielige gedrag.
Ze werd genaaid bij het leven en nog zei ze niets want engelen doen dat niet.
Engelen zijn geduldige wezens ooit levende in het hemelse rijk waar niets dan schoonheid is.
Hoe kunnen zij weten hoe grof de aarde is? Dat kunnen zij toch niet.
Na vele lange jaren en kwellingen, werd het engel duidelijk.
De mensheid kende haar liefde niet, haar geduld niet, haar gevoelig zijn niet, mensen kennen niet dat wat zuiver is, omdat zij het zelf nog niet bezitten nml.
Gelukkig vond engel een andere gevallen engel op aarde, en ook hij had dezelfde vervelende ervaringen met de mensheid.
Was ook beschadigd door al die kul die mensen kunnen vertonen in het aardse rijk.
Maar toen zij elkaar vonden, hadden zij niemand meer nodig dan elkaar.
En leefden ze nog lang en gelukkig.
Ze hoefden niet te worden zoals die mensen op aarde, want zij hadden de wijsheid nog niet.
Zij hoefden niet te veranderen voor mensen op aarde omdat zij al goed waren zo zij waren.
En daarom waren zij uit de hemel komen vallen om dat te leren.
Namelijk dat je je nooit uit het veld moet laten staan door wezens sterker en groffer dan jij zelf.
Als mensen over je heen walsen denk dan aan de engelen.
En besef dat jij diegene bent die meer begrijpt dan zij ooit kunnen en dat zij nog vele levens nodig hebben om te leren.

Liefdesnacht

Liefdesnacht

Hij liep met grote passen over het strandgele bospad.

De wind waaide door de takken van de bomen en de lucht werd langzaamaan duister en grauw.

Terry was een beetje laat op pad gegaan. Hij riep zijn hond, een labrador, die in geen velden of wegen te bekennen was. ‘Zeker weer op konijnenjacht,’ dacht Terry.

Hij liep rustig door tot iets zijn aandacht trok.

Iets verderop zag hij een gebouwtje staan. In dit gedeelte van het bos was hij nog nooit geweest en het fascineerde hem mateloos. Hij werd nieuwsgierig en liep het pad op naar het grijze gebouwtje. Het was een klein bouwvallig huis, overal lagen stenen op de grond en hij zag een deur die half verrot, open stond. Hij wilde een kijkje gaan nemen en stapte over het bemoste paadje richting de deur. Hij schrok op van een kat die rakelings langs hem heen schoot. ‘Zwart’, dacht Terry glimlachend.

Hij was wel geschrokken dat wel. Hij opende de deur die plankjes losliet en toen hij eraan trok, knierpte deze in zijn scharnieren, oud en roestig. Terry liep naar binnen, het was er wat schemerig. Hij kon nauwelijks iets onderscheiden, maar schrok zich wezenloos toen hij in een hoek iemand zag staan. Langzaam wenden zijn ogen aan het duister en hij keek scherp naar die figuur daar in die hoek. Was het een mens of niet?

‘Hallo’, riep hij.

Hij hoorde geschuifel. De figuur liep naar een tafel en ontstak een licht.

Terry schrok wederom, want voor hem stond het mooiste wezen dat hij ooit had gezien

Een vrouw zo mooi als een duistere engel. Haar lange zwarte haar golfde over haar rug en in haar ogen was een blik van zinderende kou.

‘Mooie ogen’, dacht Terry, maar de kilte sloeg hem tegemoet.

Terry huiverde en zei nogmaals: ‘hallo, ik had niet gedacht dat hier nog iemand woonde.’

Ze keek hem alleen maar aan en glimlachte. Terry was betoverd door haar. Wat een prachtig figuur had zij en haar mond was als een pas ontloken bloem.

Ze liep naar hem toe, waarbij haar jurk ruiste in het voorbijgaan. Terry kreeg kippenvel toen hij de koele windvlaag voelde die hem tegemoet kwam.

‘Fris hè’, zei hij als om zich een houding te geven.

Ze glimlachte weer.

Ze was magnifiek en waanzinnig mooi. Hij kon haar geur ruiken die hem bereikte, mos en een kruiderig iets, de heerlijke geur van een vrouw. Terry werd het vreemd te moede.

Hij keek haar aan en zag in die staalblauwe ogen een blik die niets verried. Alleen haar mond lachte sensueel. Ze drong zich aan hem op, haar mooie lichaam tegen het zijne. Zijn hart bonkte hem in zijn keel, hij kreeg bijna geen adem meer. Sissend liet hij zijn adem tussen zijn tanden ontsnappen, langzaam alsof het een droom was waar hij in beland was.

Ze kronkelde tegen zijn lijf, alsof ze een krolse kat was en raakte met haar slanke hand zijn gezicht aan. Die hand was koel als marmer, maar liet wel een brandend spoor na. Het was onwerkelijk, hier in dit huisje in het bos. Ze sloeg haar armen om zijn hals en blikte naar zijn lippen. Hij staarde naar haar mond en zag dat ze half geopend lag en ertussen zag hij een glinstering van haar witte tanden. Terry zuchtte diep en zette alles op nul in zijn gedachten. Dit was een buitenkans, die hij nooit weer zou krijgen. Ze proefde zachtjes van zijn mond en hij van de hare. Ze trok hem dichter naar haar toe en hij kreeg het benauwd alsof een ijzeren band om zijn borst klemde. Vreemd, deze opwinding kende hij niet, dit was onwerkelijk en niet normaal. Ze likte met haar tong in zijn mond, langs zijn tanden en gehemelte. En alles wat ze bij hem deed, liet een spoor van vuur na. ‘Niet te geloven’, dacht Terry half beneveld in zijn brein. Ze kuste hem nu vol op zijn mond.

Terry voelde een intense kou door zijn lichaam trekken. Het leek of zij steeds meer uit zijn lichaam trok.

Hij was hemels, alsof hij stoned was van een of andere drug. Ze opende zijn blouse en streelde zijn borst.

Kou en hitte liet ze nasporen en Terry werd bijna gek van verlangen om dit mooie wezen te bezitten. Hij stak zijn handen uit naar haar mooie forse borsten, voelde en woog ze in zijn handen. Ze waren perfect.

Zij gromde. Een kreun als van een dier kwam uit haar mond die de zijne bleef kussen, Ademloos, was hij. Hij voelde die zachte borsten met stijve knoppen, streelde ze en kneep er zachtjes in. Ze gromde wederom. Onverzadigbaar leek ze. Had ze als een geile stoeipoes op hem gewacht? Wie was zij?

Lang kon hij hierover niet nadenken. Hij voelde hoe ze zijn kleding uittrok, tergend langzaam.

Keihard spande hij tegen zijn rits om eruit gelaten te worden. Ze streek hem langs zijn kruis en knikte goedkeurend toen ze zijn geslacht voelde.

Hij werd opgewonden als een dier en begon te schokken toen ze hem tergend met haar nagels over zijn buik begon te krassen.

‘Wat een kat’, flitste het door hem heen.

‘Echt een kat en nog even en ze zegt miauw’, dacht Terry droog.

Maar dat deed ze niet, hoewel ze wel kon spinnen, merkte hij.

Zij maakte zijn broek los en greep met haar hand in zijn short. Ze duwde hem tegen de deurpost van het oude verlaten huis, dat niet zo verlaten bleek als hij dacht. Ze kreunde, gromde en grauwde als een wilde kat. Terry had het niet meer. Ruw duwde hij haar weg en ze sprong lenig op zij.

Liggend op haar ene heup gleed haar tong likkend langs haar lippen. Steunden op een arm zag hij haar prachtige borsten. Hij ging naast haar liggen en begon ze te kussen, met zijn tanden zachtjes op haar knoppen bijtend en knabbelend. Ze gooide haar hoofd in haar nek, grauwde wild en bewoog haar hoofd als een bezetene. Terry schrok van haar heftigheid. Stel dat ze een waanzinnige was? Wat dan?

Hij keek om zich heen en zag dat het buiten aardedonker was. Zijn hond was nog niet teug, vreemd!

Maar alles was al vreemd, maar Terry dacht nergens meer aan. Ze duwde hem nu weg, op de grond voor haar en tilde haar rok omhoog. Hij zag dat ze geen broekje droeg .’Wat opwindende vrouw’, dacht hij

Hij zag haar driehoek. Ze ging op hem liggen Zalig was het, hij genoot zoals hij nog nooit had genoten. Hij pakte haar zwarte lange haar beet, en trok eraan. Ze gromde tegen hem alsof ze het niet fijn vond en ze beet hem ineens in zijn arm. Dat deed zeer.

Het bloed liep er uit en hij wilde haar wegduwen, maar ze leek ijzersterk te zijn. De sex was intens zo intens dat hij bijna geen adem kreeg. Hij werd duizelig en snakte naar adem. Ze lachte, een hoge schrille lach. Terry huiverde , wilde wegkomen.

Hij spartelde maar niets hielp. Een demonische zwaartekracht hield hem gevangen onder deze fragiele vrouw. Bovenaards, nu wist hij een woord om haar te benoemen.

Ze gilde in de donkere nacht en lachte, een schrille kille lach… Terry dacht nergens anders meer aan dan aan dat duffe gevoel in zijn kop. Ze deed het fantastisch en gunde hem inmiddels weer wat lucht. Ze lachte weer en toen zag hij pas haar scherpe puntige tandjes. Hij schrok en was bang dat ze hem er mee zou bijten.

Vuur sloeg van hem af en hij dacht even rook te zien.

Met bovenmenselijke inspanningen duwde hij haar op haar rug.

Zij grauwde en klauwde met haar nagels in zijn rug.

Ze huiverde en gilde……..en toen zij kwam, kwam ook hij en weg was de wereld, erg ver weg

Het was weergaloos, hij zag niets dan sterren, duisternis en een gloed van vuur in zijn gedachten.

Hij kreunde en schreeuwde want er kwam geen eind aan zijn orgasme. Hij leek wel verdoofd.

Hij bleef maar komen, een orgasme als dit had hij nooit eerder meegemaakt.

Terry voelde zich wegzakken in een donkerte en hoorde hij nog haar lach scherp en kreunend.

De volgende morgen werd hij gevonden door een boswachter op zijn ronde. Terry lag nog op de grond en de kaars op tafel was opgebrand.

De boswachter keek hem bevreemd aan.

‘Is deze hond misschien van u?’ vroeg hij ‘terwijl hij naar zijn hond wees die bij de deuropening stond te wachten.

‘Hij liep gisteren in mijn tuin en ik dacht ik hou hem maar vast want …’

Hij keek nog eens naar Terry. ‘Is er iets gebeurd?’ vroeg hij.

‘Waar is die vrouw die hier woont?’

De boswachter keek hem niet begrijpend aan. ‘Er woont hier geen vrouw.’

‘Jawel want gister…’

Terry wreef over zijn hoofd en dacht na. Had hij alles gedroomd? Maar hij zag de beetwond op zijn arm en…..

Later hoorde hij in zijn stamcafé over de vrouw die hier gewoond had .Ooit een beeldschone vrouw die vermoord was door haar man, omdat ze overspel had gepleegd.

En er werd gefluisterd dat ze wel eens rondspookte daar in het donker en mannen besprong.

Terry zei niets maar dacht er het zijne van.

Een liefdesnacht met een geest?

De engel en een aardse vrouw

 bird angel flying peace wings GIF
De engel en een aardse vrouw

Het raam klapt plots met een hard geluid open, de zonnewarmte komt binnen gelijk de wind, anders dan anders.
Hij is er weer, de geest die mij verhalen komt vertellen, zelfs op deze hete zomerdag.
Ben je er weer fluister ik, hij knijpt in mijn wang. Ja zeker.
Wat ben je lang weggeweest, zeg ik. Dat klopt, ik had het erg druk.
Heb je weer een verhaal voor ons? Ja, daarom ben ik gekomen.
Ik kom je een verhaal vertellen over de zomer en de liefde.
Oh dit keer een goed aflopend verhaal? vraag ik. Wie weet, lacht hij.
Wie weet….

~*~

 angel GIF

De hitte denderde door de tuin, de vogels lagen voor pampus in de dakgoot, en een enkele viel er zelfs van af. Waarop de dikke rode kater Hommel, er snel op af ging, voor wederom een gratis maaltje warm vlees. Maar na een week flauwgevallen vogeltjes eten, was hij het ook zat en liet hij de resten over aan de vliegen.
Raven lag op het luchtbed een damesblad te lezen, in haar fluoriserende oranje bikini, met de zonnebrandmelk scheutig uitgesmeerd over haar inmiddels goudbruine huidskleur.
Ze was loom van de warmte en langzaamaan vielen haar oogleden toe. De zon brandde weergaloos op haar lichaam, maar ze merkte het niet meer. Ze droomde en droomde alles kwam voorbij.
Ze werd wakker door een schaduw die over haar heenviel. Het voelde aan als koelte, alsof er vleugels klapwiekten achter haar rug, en haar een koelte gaven die ze zo nodig had, na een uur dromen.
Ze was wat dwaas in haar hoofd, gelukkig geen hoofdpijn met deze warmte, ze had wel een zonnesteek kunnen krijgen. Raven streek over haar voorhoofd waar de zweetdruppels vanaf gleden.
Pardoes in haar ogen, want zelfs wimpers hielpen niet tegen deze hitte.
Het zout prikte en ze wreef in haar ogen, wat het nog erger maakte, ze hoorde een donkere warme lach en ze keek tussen haar wimpers door naar hetgeen achter haar had plaatsgenomen.
Ze schrok, wazig zag ze de omtrek van een donkerharige man, met zowaar zwarte engelenvleugels op zijn rug. Hij waaierde koelte naar haar toe zag ze, doordat hij zijn vleugels op en neer bewoog in haar richting. Niet wrijven, zei hij, je maakt het zo alleen maar erger.
Uiteindelijk kon Raven weer goed zien en ze zag hoe prachtig deze engelenman was. Gewoonweg perfectie, in zijn totaliteit. Wie bent u? Vroeg ze verbaast, ben ik wakker? Ze kneep zichzelf even in haar roodverbrande arm. Dat was wel pijnlijk .
Hij lachte prachtige witte tanden bloot. Ik, ik ben de engel van de zon.
Raven knipperde even met haar ogen: Engel van de zon…maar je vleugels zijn zwart?
Verbranden zij dan niet?
Nee, glimlachte de engel, Ik heb enkele fouten gemaakt en daarom ben ik vervloekt en zijn mijn vleugels zwart ipv wit. Oh? Zei Raven verbaast, en waarom kom je nu bij mij?
Een angstig moment wist Raven even niet of dit wel een goed teken was nml, een engel met zwarte vleugels die haar kwam bezoeken, zou dat wel goed zijn?
Ehm, zei ze nadenkend op haar onderlip bijtend, wat is je naam eigenlijk?
Mijn naam is Hypnotrachnaton. Hij stond even op en en Raven zag de prachtige spieren op zijn lichaam, een vleugel raakte haar arm even en dat was zo zacht. Raven vroeg Hypnotrachnaton of ze even mocht voelen. En dat ,mocht ze zeker. Fluweelzacht waren zijn vleugels, bewonderend gleed ze er langs met haar vingers, heel voorzichtig. Wat mooi zeg!
Hypnotrachnaton lachte: Ja he?
Hij ging naast haar zitten op het luchtbed, en hij aaide Hommel de kater, die dichtbij hem was gaan zitten. Ok..zei Raven…eh en wat nu? Ik bedoel wat komt u doen eigenlijk, voegde ze er haastig aan toe. Ik heb een opdracht te vervullen en vandaag heb ik jou gekozen, omdat in slaap viel in de hete zon en als ik jou niet gewekt had, was je wakker geworden met een zonnesteek, en daarbij vind ik je een hele mooie en bijzondere vrouw. Raven bloosde, met zachtrose blossen op haar wangen.
Lief, heel lief, zei Hypnotrachnaton, en streek langs haar gezicht met een vinger.
Zijn aanraking was als een verkoelende vertroosting. Liefdevol, zoals nog nooit iemand haar had aangeraakt dat wist Raven heel zeker.
Hmm zei de engel, je mag 3 wensen doen.
Oh, verbaast keek Raven hem aan, je bedoeld net als in die sprookjes?
Ja, glimlachte hij.
Hij gooide zijn lange zwarte lokken naar achteren en boog voorover en kuste zo haar lippen.
Denk goed na liefje, murmelde hij in haar oor. Heel goed nadenken, je mag alles hebben wat je maar wenst. Echt alles.
Raven kreeg het benauwd van zijn aanwezigheid, dit was te heftig voor haar. Zo een mooi wezen zo dichtbij die haar kuste zoals nog geen enkele man haar ooit had gekust.
En nu mocht ze een wens doen?
Oh hemel, verzuchte ze… opgewonden keek ze hem aan.
Alles, vroeg ze aarzelend?
Ja hoor..zei Hypnotrachnaton, en weer streek hij vlinderlicht met zijn lippen langs de hare.
Alles!
Ze sloeg haar armen om zijn krachtige mannelijke nek. En zoende hem vol overgave, en hij kuste haar terug, het leek wel of ze in vuur en vlam stond, maar dat kon ook niet anders, want het was een engel van de zon uiteraard.
De hitte trekt zinderend door haar lichaam, het vuur brandt haar ziel, haar hart klopt onstuimig in de hitte, de hete zomerdag. Zwetend maken ze zich los van elkaar.
Weet je het al, zegt Hypnotrachnaton. Hunkerend kijkt hij in haar ogen.
Oh ja…lacht ze diep. Ja ik wil jou!!!!!
Dat is een wens, zegt de engel. Is dit je eerste wens?
Ja….mompelt ze, mijn eerste wens.
Een wens heeft soms ook consequenties dat weet je toch, lacht hij lief in haar haren.
Hm hm, murmelt ze.
En daar in haar tuintje, op het luchtbed bedrijven ze de liefde zoals ze nog nooit heeft ervaren, in haar hele leven niet. Geen aardse man kon dit gevoel bereiken bij een vrouw. Maar deze engel wel.
Ze bereiken Goddelijkheid, intense toppen van liefde, tederheid gevangen in vurige vlammen, verfrissende koelte in zinderende hittegolven, haar fluoriserende oranje bikini ligt achteloos in de lavendel. Naakt zo naakt ligt ze daar met hem, op het luchtbed, en uiteindelijk, drinken ze samen een glas verfrissende cola met ijsblokjes, en streelt hij nogmaals haar gezicht met liefdevolle aanrakingen.
Hm dit was mijn eerste wens, murmelt Raven tegen de engel. Nu mag ik er nog 2 toch?
Jazeker, glimlacht de engel. Nou dan zou ik graag veel geld willen.
Ok zegt de engel, dat had hij al verwacht nml en hij overhandigt haar een koffer met een flinke inhoud aan gelden. Vijf miljoen is wel voldoende dacht ik zo, zegt de engel, en wederom glimlacht hij.
Raven valt hem om zijn hals, oh wat geweldig!
Maar de volgende wens, ik weet nog niet wat ik precies wil.
Oh je mag er over nadenken hoor, zegt Hypnotrachnaton.
Over een jaar kom ik weer terug en dan mag je de wens aan mij vertellen.
Maar ik moet nu gaan!
Oh, Raven is duidelijk teleurgesteld.
Klapwiekend vertrekt de engel met de zwarte vleugels, richting de zon, dat ziet ze wel.
Ze kijkt hem na, een beetje verdrietig is ze wel.
Ze aait Hommel de kat.
Vijf miljoen Hommel…wat zullen we eens gaan doen?
Kom ik ga lekker de stad in, kleren kopen en ik ga ook een nieuw huis kopen en een auto en…
Verrukt rent Raven naar binnen om een douche te nemen en om eens heerlijk te gaan shoppen in de stad.

De engel op weg naar de zon lacht in de hoge luchtregionen. Zijn taak was volbracht, hij zou een kind verwekken bij een aardse vrow, dat was gemakkelijk gegaan.
En die 5 miljoen had hij even snel bij een bank beroofd, niemand die er erg in had tijdens de crisis immers? Maar de derde wens, hm, hij zou over een jaar komen kijken bij zijn kind.
Dan maar eens zien wat ze voor wens had.

~*~
Een jaar later, lag het mooie kindje in een kinderwagen in de grote tuin, de moeder zwom enkele baantjes in het prachtige zwembad.
En daar was hij weer de engel, de vader van het mooie kind.
Hypnotrachnaton! Riep Raven blij uit.
Kijk eens…ze wees naar de kinderwagen, kijk!
Je zoon!
Hypnotrachnaton liep naar het kind toe en bekeek het met trots, werkelijk een prachtig kind.
Til hem maar op hoor!riep Raven, terwijl ze uit het zwembad klom.
Met natte haren en een handdoek om haar lichaam liep ze naar hem toe.
Oh wat heerlijk je weer te zien!
Hij glimlachte weer zijn prachtige engelenlach.
Dag lieverd, en hij kuste haar op haar wang.
Hij hield het kind in zijn armen en kuste het op het hoofdje, het kind greep hem naar zijn lange haren.
Wat een mooie baby, bedankt zei de engel.
Raven keek hem gelukzalig aan, ja dat is hij zeker.
Ik weet de wens, ik heb er goed over nagedacht!
Oh zei Hypnotrachnaton, en wat wil je dan?
Ik wil jou, zei ze ademloos, jou alleen!
Geschrokken keek de engel haar aan, mij?
Eh…Mij?
Ja voor altijd bij je zijn! Dat is wat ik wil!
Geschokt keek hij naar haar, maar dat betekend dat je alles moet opgeven!
Je leven hier, je huis, alles!
Oh dat is niet erg, zei ze vol vertrouwen.
Ik wil alleen bij jou zijn.
Bij niemand anders.
Dan zal je wens vervuld worden, zei hij, en tesamen vlogen ze op naar de zon.
Naar zijn zomerse hemel, waar ze ook wel een zwembad hadden, maar geen huizen zoals hier, maar wel heerlijke zachte wolken om in te liggen, en de liefde die was daar in overvloed.
Ze waren gelukkig, de engel en zijn aardse vrouw en hun halfbloed kind.

(c) AngelWings

De supermarkt

Photobucket

De regen slaat tegen de ramen, kletterend hard. Het raam slaat plots open. En een windvlaag is mijn deel, ik krijg kippevel door de plotse kou, en plots een schaduw die over mij heenvalt.

Hij is er weer, na lange tijd.
Ik glimlach, en voel zijn hand onder mijn kin. Een ademtocht over mijn gezicht is mijn deel.

Ik ga zitten en ga schrijven, we zeggen niets.

~*~

Het is een dag als alle andere, een doordeweekse gewone dag. Voor alle mensen, werkenden, zorgenden, zoekenden, en noem ze maar op in het werelddeel op deze aarde.
We zijn allen op weg maar weten nooit echt waar naar toe.

Donna stapt van haar fiets en pakt de grote boodschappentas die aan haar stuur hangt. De fiets zet ze netjes op slot, zoals iedereen doet.
Nadenkend loopt ze de winkel in, haar boodschappenlijstje in de hand. Elke dag hetzelfde.
Elke dag opnieuw. Ze haalt een zakje sla, en een zak lenteuitjes, wat ham voor in de salade en mozarella. Aardappels in een zak, de beste, dat wel.
Hele mooie dure aardappels. Ze schilt en snijdt ze liever zelf. Dan smaken ze het best nml.
Straks begint ze weer aan een heerlijke maaltijd. Ze komt een kennis tegen en maakt een praatje.
Even later loopt Donna verder naar het vak voor de olijfjes en de franse kaasjes.
Even krijgt ze een steek van weemoed in haar zielshart. Haar moeder die ze al jaren zo mist.
Ze denkt even aan de avondjes met haar moeder, samen gezellig keuvelen over van alles en nog wat, hoe ze samen lachten, om allerlei. Met een soort van verheven humor die zij hadden en weinigen konden begrijpen als een soort geheimtaal. Zelfs nu nog na al die jaren, schieten de tranen haar bijna weer in de ogen. Het gemis is zo intens, vandaag lijkt het even erger nog dan normaal.
Wegstoppen is ook een kunst op zich natuurlijk.
Maar vandaag wordt het haar even teveel. De muziek op haar walkman, dreint net een gevoelig nummer, zelfs trance kan dat oproepen nml.
Ze draait zich om en botst tegen een vrouw aan.
“ Oh sorry, mevrouw” mompelt Donna verontschuldigend. De vrouw leg haar hand op haar schouder, “Lieverd dat geeft toch niet”, zegt de vrouw.
Donna kijkt de vrouw aan en het is alsof zeplots terugglijdt in een tijd jaren geleden.

Jaren geleden het lijken wel eeuwen. Het gemis is zo intens zo intens vreselijk diep. Want voor haar staat haar moeder, haar eigen moeder, in de supermarkt. Voor haar en ze leeft, ze is er nog!

Oh wat een zaligheid hoe kan dit toch?
Donna stamelt ze hapert ze, weet niet wat te zeggen en grijpt haar moeders handen met beide handen vast.” Oh Mam”! ” Oh Mam”! Is het enige dat ze nog uit kan brengen.

Ze vliegen elkaar om de hals daar in de winkel.
“Mam ik heb je zo gemist, mam!!! Mam”!!? Haar moeder glimlacht en knuffelt haar dochter eens stevig. “Mam hoe kan het dat er bent”? “Hoezo ben’, zegt haar moeder glimlachend.
“Ik was er toch altijd al”? “Dat je mij nu kunt zien, komt door bepaalde omstandigheden een of andere energie die rond de aarde hangt momenteel”.

“Maar ik ben er altijd hoor”. Haar moeder lacht haar toe.
Donna kijkt om haar heen en ziet de mensen rondgaan alsof er niets aan de hand is en er echt een moeder dochter ontmoeting plaats vindt in de winkel.
“Oh mama wat heerlijk je te zien en wat zie je er geweldig goed uit”!!!!!! roept Donna uit.

Mam lijkt wel jaren jonger en ze straalt intens prachtig licht uit. “Oh, oh mam, oh”. Donna is helemaal van slag.

“Oh mam wat heb ik je intens gemist, wat heerlijk dit”, meer kan Donna niet uitbrengen dan enkel de handen van haar moeder voelen in haar handen.
Na al die jaren dit…hoe kan dit?
Donna begrijpt het niet…hoe kan dit!
Maar weet ook dat dit niet lang kan duren.
“Mam, hoelang blijf je hier nu…hoelang mag je, kun je …” tranen komen op in Donna’s ogen.
“Niet zolang lieverd, maar ik ben niet weg ik ben altijd bij je”! Haar moeder glimlacht en trekt haar dochter nog eens tegen haar aan.

Een warme knuffel vol liefde, weer eindelijk even samen.
Op een doordeweekse dag, op een moment dat het even mocht maar iets dat eigenlijk nooit voorkwam op aarde.
Maar waar liefde is en een wil is een weg, en haar moeder had die weg gevonden, misschien op een raar tijdstip maar deed dat terzake?
Nee niets deed terzake als je mensen die je zo lang gemist hebt weer mag zien.
“Mam ik heb je nooit gezegd hoe vreselijk veel ik van je houdt”! stamelde Donna.

“Maakt het uit, ik weet het toch, ik voel het als je aan mij denkt op aarde, ik weet het toch als je een kaarsje voor mij aansteekt of als je hart verdriet heeft omdat je aan mij denkt en mij mist?”.
Haar moeder keek haar diep in haar ogen aan.

“Geloof me als ik zeg dat ik elke nacht over je waak, als je gaat slapen, dat ik je dingen influister die niet goed zouden zijn voor jou als je zou doen wat je dacht op dat moment, dat ik je een idee aangeef als je het nodig hebt, dat ik mee leef en denk ook al ben ik niet meer op aarde”.
“ Oh mam”, snikkend staat Donna in de winkel de mensen om hen heen kijken vreemd naar haar.
“Ik mis je zo erg, elke dag” snotterd Donna. “Dat is niet waar”, zegt haar moeder, “ik zorg ervoor dat je niet dagelijks meer aan mij hoeft te denken, ik gaf je huisdieren die bij je horen, waar je voor moet zorgen, om mij een deeltje te vergeten, en je kinderen”! “Een zeer belangrijke taak vergeet dit nooit”.

In de winkel valt plots het licht uit, flikkerende lampjes boven de vriezer en boven de broodafdeling.
Donna kijkt verbaast om haar heen.

“Mam moet je gaan nu”, vraagt ze angstig.
“Ja kind, ik moet nu gaan maar ons afscheid is niet voor altijd weet je, en ook al moet je nog een tijdje, maar ik ben er vergeet dat nooit, praat er met niemand over want niemand zal je geloven, maar jij weet als enige hoe echt dit was”.
Tranen blinken in de ogen van haar moeder.
Ze moet weer gaan, Donna stikt zowat in haar tranen. Maar toch wat is dit bijzonder en mooi!
“Dag lieverd, je kunt het”!!! “Ik ben zo trots op je hoe sterk je bent en hoe je leeft, ik begrijp je nu zoveel beter”.
Plots klinkt er een intense knal in de winkel alle stoppen slaan tegelijk door. Het is intens donker in de winkel, en Donna voelt nog de handen van haar moeder in de hare, ze knijpt er bijna in, zo bang is ze haar weer te verliezen.
Maar heel langzaam wordt alles zachter en lichter en als uiteindelijk het licht weer aanflakkert staat Donna daar midden in de winkel met niets in haar uitgestrekte handen.
Totaal overstuur wordt ze door winkelmedewerkers meegenomen naar boven naar het kantoortje waar ze huilend het verhaal doet.

Maar zelfs de beveiligingscamera’s staan op error er is het afgelopen uur niets gefilmd dankzij de stroomstoring. Zonnevlammen daar gooien ze het op.
Donna durft een tijdlang niet meer naar die winkel te gaan uit schaamte.
Maar later moet ze wel, omdat het zo dichtbij is en dan is men haar al vast weer vergeten.

Maar die bijzondere ervaring zal ze nooit meer vergeten en er is meer vrede in haar hart, meer rust.
Want ze weet nu zeker dat haar moeder altijd bij haar is, ook vanuit de hemel.

 

©AngelWings