Home Mysterie

Mysterie

De oude vrouw

Photobucket

Bij het verlaten van zijn voordeur keek hij nog eenmaal in de spiegel, gleed met zijn hand door zijn glibberkapsel, en trok zijn das recht. Hij glimlachte tegen zichzelf, dit deed hij dagelijks nml. Hij vond zichzelf wel een geschikte peer . De zon scheen warm en hij klapte zijn ray ban omlaag van zijn hoofd naar zijn neusbrug. Hij zwaaide naar zijn buurvrouw die haar plantjes water gaf, en stapte in zijn zwarte bolide. Strak reed hij weg, vlijmscherp door de bocht, de banden piepten. En de zon scheen onerbarmelijk op zijn autodak. Om zijn pols glom zijn dure horloge, deze tikte de tijd weg. Tijd die hij goed bestede, Silvio wist wat hij wilde, in het leven en had het al ver geschopt in zijn carriere.
Natuurlijk met ellebogenwerk, had hij zich een weg gebaand naar de top. Hij was geslaagd zogezegd. Beleggingen waren zijn ding en hij had geld teveel. Onderweg naar niemandsland, reed hij over de snelweg. De muziek hard, meezingend, dak open, zijn glibberkapsel bleef zitten zoals gewoonlijk.
Hij had geen zorgen, nooit gehad, nooit meegemaakt, niets gezien, niets ervaren enkel geslaagd zijn in het leven telde voor hem. Hij had alles mee, een goede look, een vlotte babbel, en charisma.
De zon scheen te heet die dag, slaperig van het rijden, stopte Silvio bij een bospad.
Even pauzeren, zijn vrije dag goed besteden, ontspannen,’’ relax is flex’’, zei hij altijd lachend.
Het was er stil op het bospad maar zo heerlijk koel. Silvio besloot een eindje te gaan wandelen. De natuur was er prachtig, en het was heerlijk koel. Koeien in de wei, vogels die opvlogen als hij langs kwam, en een eind verderop zag hij paarden lopen. Silvio knabbelde op een grasspriet, en genoot.
Hij dronk wat van zijn zakflacon en liep verder, steeds verder het bos in. Waar hij opeens een klein huis waarnam, dat was leuk! Silvio keek naar het wonderlijk kleine huisje, op het dak lag allemaal glassplinters en deze schitterden in de zon, prachtig was het effect, in allerlei kleuren, waren de glassplinters geplakt. De ruitjes waren klein, maar allen bedekt met kleine gordijntjes, vriendelijke roodgeblokte gordijntjes. De voordeur was klein, en blauw van kleur. Silvio klopte aan voor de gein, hier zou toch vast niemand wonen wel?
Silvio schrok enorm toen de voordeur krakend en piepend open ging..
Voor hem stond een klein oud vrouwtje, vreselijk gerimpeld was ze, maar ze glimlachte vriendelijk.
Dat vind ik nou fijn, dat er eens bezoek komt, zei ze hartelijk. Kom binnen, dan gaan wij even wat drinken. Ze opende uitnodigend de deur achter haar, kom wenkte ze hem.
Silvio dacht dat het geen kwaad kon, dat ouwe mens, die sloeg hij zo neer dus, hij stapte de kleine voordeur door en stond in een hele smalle gang. Kom zei het oudje met krakende stem, ze wenkte hem nogmaals. Ze troonde hem mee naar de achtertuin waar gezellig een klein tafeltje stond met hierover heen een eveneens rood geblokt tafelkleedje, en 2 gezellige stoeltjes completeerden het geheel. Midden in de tuin stond een appelboom vol appels, prachtige groene appels.
Kirrend wees het oudje Silvio zijn plek, en ze bracht hem snel een kan fris water, inclusief citroenen en ijsblokjes. Wat fijn zei ze weer en ze wreef in haar gerimpelde handen. Silvio kon denken wat hij wilde maar wat smaakte dat frisse drankje hem heerlijk. De zon scheen onerbarmelijk op alles, behalve de tuin scheen de koelheid zelve te zijn, want het was niet te merken dat het zulk warm weer was. Er was zelfs een lichte bries waar te nemen, Silvio genoot. Hij voelde zich opeens zeer gelukkig. De oude dame boodt hem een appel aan van de boom. Jij mag wel wat appels meenemen, als u straks weer weg gaat hoor, bood ze gul aan. Silvio knikte maar weer eens.
En langzaamaan terwijl de oude dame, aan een haakwerk bezig was, een tafelkleedje leek het wel, vielen Silvio’s ogen toe. Het was donker toen hij wakker werd, er was geen zon meer, geen licht, maar enkel donkerte om hem heen. Hij kon zich niet bewegen, hij zat vast, in iets.Hij lag op een bed oid. Silvio riep om hulp, wat was er toch gebeurd in vredesnaam? Hij kon het zich nauwelijks herinneren, zijn hoofd bonkte. Er had vast iets in het drankje gezeten, dacht hij. De oude dame kwam met een brandende kaars aanlopen, welke schaduwen toverde rondom hen. En hij zag om zich heen de vage contouren van een kelder, ‘’Wat is dit verdomme’’, riep hij uit. ‘’Verdraaid, laat me hier uit, ik moet naar huis’’. De oude dame glimlachte naar hem, en tot zijn afgrijzen stond ze naakt voor hem. Afgezakt gerimpeld als Methusalem, stond daar een oud wijf voor hem, naakt nog wel! Wat was ze van plan? In vredesnaam…Ze lachte kirrend en riep uit,’’Iik heb er een gevangen, ahahahaha, ik heb er een gevangen, jaja’’, en ze voelde aan het haakwerkje dat om Silvio heen was geknoopt. Snirpend klonk haar lach in de nacht. Wat bent u met mij van plan, oud rotwijf, laat me gaan! Riep Silvio uit.
De oude vrouw dook naar zijn geslacht en nam hem in haar mond, en tot Silvio’s afgrijzen bleek hij ook naakt te zijn.’’ Raaaghhhhhhhhhhh’’!!! Riep hij uit, neeeeeeeeeeee,….
Maar de oude dame kon er wat van, tandeloos masseerde ze zijn geslacht op vakkundige wijze.
Silvio werd opgewonden, nee dit kon toch niet waar zijn? Maar het was waar. En de oude vrouw ging op hem zitten, Hoepla zei ze lachend, en ze begon te bewegen op hem. Het was zo ranzig dat het bijna opwindend werd, Silvio wist niet meer hoe hij het had. De zomer had invloed op hormonen jazeker maar dit? Verbaast keek hij naar haar, het oude mens hoe lenig zij op hem tekeer ging, hoe zij kreunend haar hoofd achterover gooide en een tandeloze mond zijn verstand verbijsterde. Onderwijl vielen er haarspelden uit haar grijze knoetje en vielen er zilverachtige strengen haar over haar gerimpelde schoudertjes, ach got dacht Silvio, zo leek ze net nog een jonge vrouw, in het donker althans.
Nadat hij toch tot op onvoorstelbare hoogte was gekomen en zij ook blijkbaar, want ze viel plots over hem heen en was niet meer wakker te krijgen. Misschien was ze wel dood? dacht Silvio, wat moest hij dan?
Maar gelukkig na enige tijd begon ze weer te bewegen, en stond ze krakkemikkig en kreunend op van het bed, met een schaar knipte ze het haakwerkje los, ondertussen gevaarlijk bij zijn geslacht aan het knippen, waarop Silvio nog schreeuwde opdat ze voorzichtig moest zijn!
maar uiteindelijk was hij bevrijd en stond hij op, hij wreef zichzelf over zijn spieren, en wilde de oude vrouw een flinke klap verkopen, was ze nu helemaal zot? Maar hij keek in een paar lieve oude ogen en hij kon het niet over zijn hart verkrijgen om die oude vrouw een klap te verkopen. Ze kon zijn oma zijn bv. Nee dat zou hij niet doen. Hij begreep haar eenzaamheid wel heus. Hij kreeg nog appels mee van haar. En zo eens per jaar in de zomer gaat hij nog wel eens op bezoek bij de oude vrouw in het bos en krijgt hij appels mee.

De weduwe

De nacht verscheen,

de maan verduisterde, en de deur ging open. Hij kwam binnen, een windvlaag meenemend. Kil, ik rilde onwillekeurig.

Je bent er weer, fluisterde ik. Een streling langs mijn gezicht was zijn antwoord. Ik stak een kaars aan, voor mij op mijn pc. In concentratie, hoorde ik zijn stem, er kwam weer een verhaal.

Ik ben benieuwd zei ik. Hopenlijk beter dan de vorige keer, hij glimlachte en zei wacht maar af jij.

~*~

Ze was al jaren alleen, weduwe Roos Martens, toch nog in de bloei van haar leven, met haar blozende wangen en haar mooie blauwe ogen.

Wat mollig inmiddels, maar toch was haar leven nog lang niet voorbij. Doch het vinden van een man viel niet mee op haar leeftijd.

En ok ze had inmiddels genoeg aanzoeken gehad, zeker wel. Maar niet één die het haalde bij haar Kees, niemand die ook maar een tikkeltje op hem leek.

Zelfs geen fractie, en dat vond ze nu juist zo belangrijk. Ze miste hem vreselijk nml. Zonder hem was alles zo zinloos leek het wel.

En ze deed haar dingen wel, hield het huis aan kant, ging naar uitnodigingen toe van vriendinnen, samen winkelen vond ze ook erg gezellig maar toch. Soms een arm om je schouder was toch zo fijn.

Liefde maakte zoveel goed in het leven, waarom moest haar dit toch overkomen? Ze wist het niet, begreep het ook niet.

Zonder haar man, ach…

Het gemis werd zelfs niet minder maar alleen maar erger, en als ze sávonds bij haar tv zat, dan soms als ze bijna indommelde dan leek het net of Kees weer even naast haar zat en zijn arm om haar schouder sloeg, en zijn ene been over de hare legde, net als toen. Maar vaak schoot ze weer terug in de werkelijke wereld en dan, ja dan miste ze hem nog meer dan ervoor.

Ze ging naar bed, alleen, in die slaapkamer en dan huilde ze zichzelf vaak in slaap. Zo zonder Kees, met een arm om haar schouder om haar te troosten. Het viel werkelijk niet mee.

Op een dag ging ze naar een medium, om te vragen of zij misschien iets kon vertellen over haar man Kees.

Aangekomen bij de dame met de grote glittercape om en met een grote glazen bol voor haar op tafel, schoot ze dan toch vol. Of ze iets door kon krijgen van Kees haar man?

Het medium deed enorm haar best, maar het leek werkelijk nergens naar, waar sloeg het op wat ze allemaal zei? Wat een oplichtster moest dat wel niet zijn?

Boos verliet zij het medium na een uur, ondanks dat ze wel betaalde maar niet tevreden was. En onderweg naar de bus, liep er opeens een man naast haar, hij zag er leuk uit, op zijn hoofd een gleufhoed, en net in het pak.

Hij stelde zich aan haar voor, vriendelijk pratend gingen ze in de bus zitten, hij moest toevallig ook die kant op nml.

Gezellig kletsend in de bus over van alles en nog wat, viel het haar wel op dat mensen vreemd naar hen keken. En hij zag er misschien wat oudbollig oud qua kleding maar het was toch zo’n charmante man!

Ze was helemaal in de wolken, want hij had best veel weg van haar Kees. Toen ze uitstapten, vroeg ze of hij misschien zin had in een bakje, en dat vond hij prima.

Gezellig pratend kwamen ze aan bij haar huis, en ze stak de sleutel in het slot. En terwijl ze zich omdraaide om de deur te openen, voelde ze ineens dat hij weg was, en ze draaide zich om en waarempel hij was er niet meer.

Roos keek verbaast om haar heen en snapte niet waar hij gebleven was. Ze liep de tuin in om te zien of hij misschien daar ergens…maar nee daar was hij ook niet.

Bevreemd ging ze haar huis binnen en maakte een sterke bak koffie, wat een vreemde belevenis was dit zeg? Vond ze eindelijk eens een echt leuke man en hij was zomaar ineens vertrokken. Zonder iets te zeggen?

Onbegrijpelijk,… schudde ze haar blonde hoofd, waarbij haar krullen heen en weer schudden. Jammer, moest haar weer overkomen.

Die avond toen ze ging slapen, hoorde ze de voordeur open en dichtgaan, ze schrok, maar er was niets te zien. Toen ze in haar bed lag, hoorde ze de slaapkamerdeur opengaan, maar weer was er niemand. Roos lag rillend van angst in haar bed. Ze liet het beddelampje maar aan die nacht, bah wat een nare belevenissen toch zo. Eerst die man die opeens verdwenen was en nu dit.

Roos viel niet prettig in slaap die nacht, woelend lag ze in haar bed. Om het uur wel even wakker. Tegen de morgen toen het al begon te schemeren, ontwaakte ze uit een verwarrende slaap en voelde hoe er iemand tegen haar aan ging liggen. Met een kreet draaide Roos zich om in bed maar zag niemand? Hhooe, hoe kan dit nou, stamelde ze. Angstig keek ze naast haar in bed, maar er was echt niets en toch voelde ze een warm lijf tegen haar aan, ze voelde, en ja, echt het was een lichaam van iets of iemand. Ben je onzichtbaar, vroeg Roos ongelovig. Ze bevoelde het gezicht, en voelde stoppels op zijn wangen, en een neus en een mond en zijn glimlach.

Ze gleed omlaag met haar handen, langs zijn hals, zijn borst, en voelde borstharen zowaar!

Lichtelijk hijgend ging de weduw Roos verder met haar zoektocht, en onder de dekens raakte zij zijn mannelijkheid aan die toch stevig rechtop stond. Zowaar, dit was een schok voor Roos, maar ach?

Hoeee K kann dit nou, stamelde Roos weer en een mannenstem antwoorde, dat hij de geest was die zij smiddags gesproken had.

De man met de hoed? Vroeg Roos ongelovig… Ja die ben ik lachte de stem. Oh…zei Roos ademloos,…Je zocht een man, en aangezien je hem niet kon vinden? En ik vond je zo mooi toen ik je daar zag, bij het medium.

Oohh…verzuchtte Roos. Ze schoof wat heen en weer in het bed. En nu ga je hier blijven? Jazeker, zei de mannenstem, ik blijf bij jou Roosje. Ik laat je niet alleen.

Roos giegelde toen hij haar borst omvatte, wat ongemakkelijk schoof ze achterover. En nu eh, kunnen wij de liefde ook bedrijven, vroeg Roos verlegen. Ja zeker dat ga ik ook doen Roosje lief.

Roos giegelde weer, tegen haar onzichtbare nieuwe vriend, dit was best wel spannend vond ze. Waarom kan ik je niet zien? Dan moet je het licht uit doen Roos, dan zie je mij wel.

En Roos knipte hierop razendsnel het bedlampje uit. En in een wazig geheel zag zij hem liggen, met zijn mooie glimlach, haar hart bonkte in haar lijf.

Ow zei ze ademloos, en likte langs haar volle lippen, en nu…eh..

Hij kwam bovenop haar liggen…

Roos was niet langer alleen, maar de buren tikten tegen hun voorhoofd als ze Roos in haar kamer geanimeerd zagen praten tegen iemand, maar er was niemand te zien. Ze had ze allemaal vast niet meer op een rijtje zei men.

Maar wij weten wel beter…

~*~

Glimlachend kijk ik op van het verhaal, bedankt zeg ik, deze is leuker.

Het is wel goed antwoord, de geest. Vlinderlicht voel ik een kus op mijn wang, de deur gaat weer open en dicht, tot een volgend keer fluisterd hij, voor weer een nieuw verhaaltje.

Ik blaas de kaars uit.

Laila

 

De wind waait om het huis, de regen slaat tegen de ramen, het is donker buiten.

Een koude windvlaag en ik weet, hij is weer gekomen. Mijn vertel geest, met zijn bijzondere verhalen.

Ik zucht even, maar voel een liefdevolle streling over mijn rechterwang.

Ik fluister, hallo, je bent er weer?

Ja zegt hij ditmaal met een mooi verhaal.

Loopt het goed af? vraag ik. Schrijf maar, zegt hij…

En ik schrijf….

~*~

Op het zolderkamertje, zit Laila alleen, achter haar computer. Het is al laat.

Ze heeft net wat administratie gedaan voor haar man.
Ze moet wel, hij doet het niet, hij ontvangt alleen maar en zij lijkt wel zijn slavin.

Ze is zijn slavin!

Te jong getrouwd, het moest van haar ouders, ze ging speciaal naar Nederland, om met hem te trouwen. Ze kende hem niet, maar hij was heel erg rijk, zeiden haar ouders.

Vermoeid wreef ze over haar ogen, het enige dat zij deed was de hele dag het grote huis schoonhouden, wat niet meeviel, omdat zijn eisen erg hoog waren.

Als ze iets verkeerds deed kreeg ze een klap of een duw, en soms nog erger dan dat.

Dat hield haar in het gareel. Zo hoorde dat in haar thuisland, maar toen ze ging trouwen met deze man, die toch wel erg modern zou moeten zijn, had Laila nooit verwacht dat hij zo ouderwets was.

Gelukkig had ze nog geen kindje van hem gekregen, dat zou ze er niet bij kunnen verdragen, ze had al genoeg ellende en om haar kind dan ook nog te zien lijden?

Laila kende gelukkig enkele middeltjes uit haar thuisland, doorgegeven van grootmoeder tot moeder en dochter.

Nee, een kind van deze man, liever niet.

Hier op zolder voelde ze zich nog wel veilig, hier kwam hij niet graag.

Tenzij hij dat wilde van haar, dan wist hij haar overal te vinden.

Liefde kende ze niet. Nooit gehad en nooit ondervonden. Het leven was hard voor haar en saai. Ze zag niemand, had geen vrienden of familie om haar heen.

Als hij bezoek kreeg mocht ze er nooit bij zijn.

Hij was vreselijk bezitterig en andere mannen mochten haar niet zien.

Hij kon niet verdragen dat zij zich aan haar verlekkerden, dus zat ze in de keuken aan de keukentafel, of op de zolder achter haar pc.

Gisteren had hij haar weer genomen, zonder enig gevoel, ze was enkel zijn speelpop, ze lag dan heel passief onder hem tot hij kwam. Dan draaide hij zich van haar af en viel in slaap.

Vaak sliep ze heel slecht, hij snurkte nogal.

Ze was een bijzonder mooie vrouw, met gitzwarte lange glanzende haren. En amandelvormige lichtbruine ogen.

Ze was klein, en tenger, ze leek wel een sprookjesprinses zonder prins in haar leven.

Laila ging maar naar beneden, hij zou inmiddels wel in slaap zijn, het was al heel erg laat namelijk, en dan hoefde zij niet weer….

Zachtjes liep zij de trap af, en wilde naar de slaapkamer gaan, maar hij kwam net de douche uit. Met zijn handdoek om zijn schouders stond hij daar naakt en dampend voor haar.

Hij glimlachte naar haar, net op tijd…zei hij.

Hij pakte haar bij haar arm en trok haar tegen zijn behaarde borst.

Laila wilde dit niet langer ze duwde hem van haar af.

NEE riep ze uit, nu niet. Ik wil niet!

De klap kwam hard aan, haar wang zwol op en gloeide. Hij pakte haar bij haar keel en duwde haar voor zich uit, de slaapkamer in, op het bed en hij rukte wild haar kleding van haar af.

Ze sloeg hem terug, en weer sloeg hij haar, versuft liet ze het maar gebeuren allemaal.

Het had immers toch geen zin.

Midden in de nacht zat ze daar, huilend op de zolderkamer weg van die nare man. Alleen in het duister, alleen de pc gaf nog wat licht in het kamertje.

Haar ogen waren gezwollen evenzo haar gezicht.

Ze was zo moe van alles. Ze wilde zo niet verder meer…ze kon het ook niet!

Radeloos was ze, waar moest ze naartoe? Ze had geen keus, ze moest wel bij hem blijven, hij had haar paspoort in bezit,die zou ze nooit krijgen.
Hij was haar baas, zij zijn slavin.

En terug naar haar ouders kon ze nooit meer,als ze bij hem weg ging.

Met betraande ogen keek ze naar het beeldscherm, zag ze dat nu goed?

Op het beeldscherm zag ze het gezicht van een mooie man, hij glimlachte naar haar.

Laila wreef haar ogen uit, hoe kon dit nu?

Was er iets mis met haar?

Ze wreef zich nogmaals in haar ogen en keek weer, en ja heel wazig maar toch, zag ze daar een man in het beeldscherm verschijnen, hij werd steeds duidelijker.

Ze werd vast gek!

Ze slikte hoorbaar, wat is dit, mompelde ze.

Ik ben het, Laila! Zei hij zacht, alsof hij door een trechter sprak. Ik ben het, je prins.

Kom Laila kom bij mij!

Hij stak zijn hand uit naar haar, en zelfs door het beeldscherm heen, kwam de hand.

Laila keek aarzelend naar de hand, bang was zij niet. Nee totaal niet zelfs, dit was toch wat zij wilde?

Weg van hier?

Ze raakte de hand aan, en deze voelde warm en echt.

De man glimlachte in de pc,….kom bij mij Laila!

Kom!

Wie ben je dan? Hoe kan dit? Vroeg ze hem verbaast. Ik kom van Xantilowe, een planeet ver weg van jullie melkwegstelsel, wij hebben elkaar al eens eerder ontmoet in vorige levens Laila!

Ik volg je al een tijdje, ik vind het zo erg je te zien lijden, dit heb je niet verdiend!

Jij niet, je hebt zulke goede dingen gedaan altijd voor mensen en dieren in vorige levens.

Ik heb besloten je mee te nemen naar mijn planeet, maar dat kan alleen als je mij ook wilt.

Als je mij weer herkennen kunt, in je hart en je gevoel!

Kom probeer het je te herinneren.

Laila was in de war, ze herkende zijn gezicht wel, maar niet vanuit het nu, wel vanuit dromen bv, ja dat wel.

Vorige levens? Wat klonk dat vaag en vreemd, daarvan had ze wel eens gehoord en andere planeten>?
Bestonden die dan, kon je daar ook leven zoals op aarde?

Maar dan zie ik mijn ouders nooit meer terug, zei Laila.

Lieverd ik verzeker je als je bij deze man blijft jij je ouders ook nooit meer zult zien in dit leven, want dan leef je niet zo lang meer nml.

Kom met me mee, ik kan het kanaal niet te lang openhouden voor je.

Ik heb flink wat elexitrons bij elkaar gebracht om de tijdstunnel te creeeren.

Kom Laila!

Kom nu voor het te laat is smeekte hij.

Laila stak aarzelend haar hand weer uit naar de zijne en het voelde goed en vertrouwd, ja ik ga met je mee!

Glimlachend voelde ze hoe de wind langs haar huid streelde, hoe ze opgenomen werd in een draaikolk van liefde..

Op de zolderkamer stond een pc de hele nacht nog aan, toen de man de volgende morgen kwam kijken, zag hij een blue screen en een druppel bloed naast het toetsenbord.

Laila heeft hij nooit meer gezien.

AngelWings

Het bos

Het bos

 loop walk woods GIF

In het woud liep een jonge man, zijn wandelschoenen waren doorweekt door de plassen water die overal verspreid lagen door de heftige regenval van de afgelopen nacht…

Hij keek om zich heen en zuchtte want hij was hopeloos verdwaald…

Uren liep hij hier al rond en hij kon geen enkele weg herkennen, het werd hem wat vreemd te moede.

Alle bomen leken op elkaar en waar hij ook keek het leek eindeloos en uitzichtloos.

Het werd al schemerig en, hij vloekte binnensmonds…

Dit was toch te gek?

Maar opeens vond hij toch een pad dat afweek van hetgeen hij de afgelopen uren had gezien…en hij stapte dapper door….

De bomen werden minder vol en hij kon al wat door de bomen heenkijken…

Er groeide groen gras, zo groen dat het bijna pijn deed aan je ogen.

Het leek wel mossig……en drassig.

Hij liep voort en kon geen weg herkennen.

Moedeloos ging hij op een gegeven moment zitten tegen de stam van een boom en.

Hij nam wat te drinken uit zijn flacon die hij altijd bij zich droeg in zijn borstzak.

Whisky deed hem goed…hij voelde de branderige smaak door zijn slokdarm naar beneden glijden…

Dom van hem om zo weg te gaan, hij dacht dat hij maar een uur of wat weg zou zijn, maar gezien de tijd op zijn horloge bleken het al uren te zijn.

Sebastiaan keek eens goed om zich heen en bespeurde ene verandering in de atmosfeer…

, een eind verderop groeiden opeens allerlei lupines. Vreemd…en onder een wirrelwar van klimop leek een oude muur te staan, misschien ..een ruïne?Sebastiaan keek en zag de

Prachtige lupines. In allerlei kleuren op verschillende hoogtes, en de bijen zoemden eromheen.

Sebastiaan stond op en liep erheen…om eens polshoogte te nemen…

Verbazingwekkend!

Er lag een stuk muur als van een oud kasteel…?

Oude brokken steen grijzig en groen beslagen, lagen daar de bouwwerken van eeuwen terug. Sebastiaan liep eromheen en vond aan de achterkant een soort binnenplaatsje.

Een glimlach lag om zijn mannelijke mond…en zijn ogen glommen door zijn ontdekking, misschien wist niemand dat dit hier lag?En was hij de enige op de hele wereld.

Hij huiverde opeens. De enige op de hele wereld…

De enige in dit bos leek het wel…

Hij merkte opeens op dat hij geen vogel meer hoorde fluiten. Geen dier meer hoorde ritselen in het struikgewas of gebladerte…

Stilte…zelfs geen zuchtje wind…was hoorbaar….

Hij greep naar zijn oren en was bijna bang dat hij plots doof was geworden. Want dit was heel erg vreemd…

Hij begon te lachen van een soort schrik…

Die hem plots beving…

Zijn lach schalde door de stilte heen….en ook dat was angstverwekkend.

Niets maar dan ook niets echode zijn lach….en het werd hem wederom zwaar te moede.

Hij wilde naar huis. En keek om zich heen in een soort van wilde paniek. Hij liep snel langs het plaatsje achter de muur…en vond ineens een soort van prieeltje…..

Jezus!Dacht hij….hoe is dit mogelijk. Het was van mooi smeedijzer…

Maar erg verroest. Sierlijk krullend smeetijzer. En erboven een puntig dakje…

Eveneens hier groeide de klimop welig om de stalen puntjes en stangen heen.

Hij zag dat het ooit goudkleurig was beschilderd.

Verbaast was hij en ging erin staan en keek aan de achterkant ervan uit over een kleine vijver.

Hij greep door zijn blonde kuif en…kon even zijn ogen niet geloven….Want daar midden in het bos stond bij die vijver een wonderschone vrouw.

Haar lange donkere haar gleed af langs haar tere schouders en langs haar witte gewaad droeg zij een gouden koord.

Hij keek naar haar gebiologeerd en. Zijn adem sneed hem af toen ze naar hem keek.

Wonderschone ogen staarden hem aan…en het was alsof hij nog nooit een dergelijk mooie vrouw had aanschouwd in zijn hele leven niet…

Ze was bovenaards mooi.

Haar gezicht omlijst door het zwarte haar en die ogen groot in een wit albasten gezicht.

Haar kleine mond was rood als bloed en.

Haar blik zo koud als ijs…hij kreeg de rillingen over zijn rug maar kon zijn blik toen hij de hare ontmoete niet meer losmaken…

Ze kwam langzaam op hem toe en het leek of ze niet liep maar eerder danste.

Vreemd. Hij voelde zich duizelig worden.

Alsof al het bloed uit zijn hoofd trok en zij hem uitzoog vanuit een afstand van nog maar vier meter…

Hij hervond zijn evenwicht opeens. En keek even de andere kant op.

Toen hij weer naar haar wilde kijken.

Was ze weg.!Verdwenen!

Sebastiaan greep naar zijn flacon Whisky en dronk hem in een teug leeg..dit was toch te gek, en zijn hart ging als een razende tekeer…

En..Hij wist niet meer hoe hij het had.

Hij zocht steun bij de stangen van het kleine prieeltje.

En dacht dat hij het zich alles verbeeld had…

Hij keek de omgeving af en zag dat er echt niemand daar was.

Niks niemendal. Alleen hij, verdwaald in een bos…

Hij ging een kijkje nemen bij de vijver en zag wat afgeknapt Engels gras bij de rand van de vijver.

Dus iemand had hier wel gelopen bedacht hij verward.

Sebastiaan wist niet meer hoe hij het had. En hij keek een ogenblik in de vijver en zag.

Mijn God!Stiet hij uit, de adem barste uit zijn maag omhoog. En zijn borst ging als een razende op en neer.

Oh mijn God!Riep hij weer.

In het water lag een lijk. Een oud lijk. Het geraamte hing tussen de rietkraag en lang zwart haar dreef op het licht golvende water.

Mijn God, riep Sebastiaan weer uit.

En opeens zette hij het op een lopen.

hij rende alsof zijn leven ervan af hing en…hij rende door de struiken de takken rakelings langs zijn gezicht en…hij schramde zijn armen open aan bramenstruiken en terug zwiepende takken….waarlangs hij rende..

Alsof de duivel hem op de hielen zat.

Hij schramde zijn wang ernstig aan een struik met scherpe doorns en hij veegde met zijn hand het bloed weg.

Zag dat het erg bloede…en..

Hij bleef opeens stil staan.

Jezusssssssssss……..!!!!!

Dacht hij…keek om zich heen………..waar was hij toch?

Verdomme vloekte hij hardop…

Verdomme……help me god……..!!!!!

Hij schreeuwde inmiddels…….

en er klonk geen enkele echo uit het bos…

niets…..dan stilte..en die stilte was dreigender dan wat dan ook…….

Angst bonsde in zijn borstkas.

Sebastiaan voelde zich verloren…eenzaam en alleen in dat grote woud……….waarin hij een speld was in een hooiberg,…niemand zou hem hier vinden……Niemand.

Het was al donker en Sebastiaan zeeg neer langs een boom.

En sloot zijn ogen.

Het was al nacht toen hij zijn ogen weer opende en het maanlicht dor de bomen scheen.

Sebastiaan…wreef in zijn ogen en herinnerde zich opeens weer waar hij was….

Zijn hart begon weer te bonzen…en..hij hoorde iets naast zich………

Hij keek en in afgrijzen zag hij de mooie vrouw naast hem zitten.

Ze keek hem aan met die donkere ogen onpeilbaar diep. Onpeilbare diepten.

Ze ademde zwaar. En keek hongerig naar hem.

Sebastiaan wilde iets zeggen maar zijn stembanden weigerden dienst. God wat was ze toch mooi.

Dacht hij en…hij zag haar lippen waartussen haar tanden flitsten..wit als parels…en..scherp………

Ze nam zijn mond met haar lippen. En hij voelde de kou stromen uit haar dode lippen.

Ze greep in zijn blonde haar en woelde erdoorheen.

Hij kuste haar terug in een verzengend vuur. Dat hij nooit had ervaren.

Haar handen leken klauwen toen ze hem ontklede. Zijn shirt van zijn gespierde body scheurde.

Hij hoorde het scheuren van zijn shirt nagalmen. In het stille bos…

Ze ademde kou tegen zijn lippen. En het vuur waarmee ze hem verslond was niet van hier.

Dat was…dat was…

Zijn hersens weigerden dienst. En toen hij zover was dat hij in haar goddelijke lichaam drong. Was ook dat koud. Maar met een ijzingwekkend vuur in zijn lendenen. Bereed hij haar. Alsof het het laatste was dat hij doen zou. In dit leven. Hij was waanzinnig van genot…en lust…en zij klauwde met haar nagels over zijn lichaam bloedsporen achterlatend. Zij beet hem overal. Niet pijnlijk maar toch hard genoeg. Om hem tot waanzin te drijven.

Haar puntige borsten staken kil tegen zijn borst aan…en leken op scherpe naalden..die hem doorboorden….

maar in zijn sekshonger naar deze bloedmooie vrouw…..en de angst die hij had ervaren…bemerkte hij dat niet eens meer. En toen hij tesaam met haar het hoogtepunt bereikte…was het

zijn geest die het af liet weten en het dierlijke in de mens die hem tot het hoogste genot dreef dat een menselijk wezen maar zou kunnen bereiken. Het was nacht en het was koud. De maan verscheen vanachter wolken en bescheen de man die omarmd door klimop onder een boom lag. Zijn ogen keken angstig voor zich uit. Zijn mond verstomd in een schreeuw. Die de wereld nooit meer bereikte. En in zijn hals twee puntige gaatjes. Waar nog bloeddruppels uitdrupten. Hij was niet meer.

Hoe een vakantie

Hoe een vakantie

Sarah keek naar het meisje naast haar in de klas. Het meisje dat tegenover hen woonde in de straat, was enkele maanden ervoor nog op vakantie geweest in Mexico, ze had het heel erg leuk gehad. Ze had in geuren en kleuren verteld over haar vakantie en wat ze allemaal hadden gedaan.
Roos, was haar naam, haar steile blonde haartjes vielen sluik langs haar smalle wangen, en haar bleekblauwe ogen keken onschuldig de wereld in. Maar zo onschuldig was zij helemaal niet vond Sarah. Sarah keek haar doordringend aan, het zat haar behoorlijk dwars dit alles.
Zou ze het zeggen? Kon Roos er iets aan doen?
Jazeker, het was de schuld van Roos geweest! Haar vader had het zelf gezegd. En ook was het de schuld geweest van de school, want toen Roos terug kwam uit Mexico had ze de mexicaanse griep meegenomen, en ook haar ouders hadden die griep bij zich gehad. En de school wilde niet dichtgaan,omdat alle ouders werkten en de kinderen niet zomaar thuis konden houden natuurlijk. Niemand kon de kinderen opvangen, die ziek zouden worden. Dus die griep was de hele school rondgegaan. En toen had Sarah de griep ook gekregen! En hierna haar moeder, en haar vader en haar broertjes. Gelukkig waren ze er op tijd bijgeweest, en hadden ze antivirale middelen gekregen. Gelukkig was dit alles goed gegaan dat wel maar… het was niet eerlijk gewoon. Het was gewoon niet eerlijk!!! Boos keek Sarah naar Roos. Roos lachte tegen een meisje, dat haar een pen gaf. Sarah’s ogen spoten vuur.Ze was zo boos op Roos.
Door haar, door haar schuld, was.. Sarah kon er en wilde er ook niet meer aan denken.
De tranen sprongen in haar bruine ogen, verwoed veegde ze de tranen weg. Verdriet overmande haar nog zo jonge ziel. Waarom moest dit gebeuren? Waarom? En een antwoord kreeg Sarah niet op haar vragen. Ik haat haar, dacht ze. Ik mag haar niet. Ondanks dat ze toch vele maanden bevriend waren geweest dat wel, maar nu niet meer. NOOIT MEER! Sarah wist het heel erg zeker.
Ze wilde nooit meer met Roos spelen, want het was Roos haar schuld.
Tijdens de lessen, was Sarah afwezig en tekende bloemen in haar schrift. Ze hoorde niets, ze was ver weg in gedachten. De juf wist het wel wat er scheelde en liet Sarah maar even begaan.
En toen het vrijdagmiddag was en zij eindelijk weekend hadden, schopte Sarah keihard tegen Roos haar fiets en rende hard weg. Roos wist niet wat er scheelde maar fietste even later naar huis, haar schouders optrekkend.
Huilend stoof Sarah de keuken binnen waar haar moeder zat, samen met haar tweelingbroertjes. Sarah huilde het uit, met gierende ademhaling, huilde ze tot ze niet meer kon.
Het is haar schuld mama, het is haar schuld, mompelde ze de hele tijd. En haar moeder streelde verdrietig haar haren, en kuste haar wang.
Die zondag gingen ze weer naar het graf van oma zoetje, oma had een bijnaam omdat ze altijd zoveel zoets in huis had en zelf ook een zoete lieve vrouw was geweest.
Snikkend stond Sarah bij het graf, in haar hand een rode roos voor Oma.
En toen vader en moeder even niet keken, knakte Sarah de roos die ze voor oma had meegenomen. En ze mompelde, Oma ik krijg haar nog wel. En Sarah gooide de roos op de grond en zette haar voeten er op. Fijngestampt lag daar de roos naast oma’s graf, die de griep niet overleefd had.

De Heilige

 window butterfly GIF

In de sobere kamer lag een oude man op het bed, om zijn lichaam windsel van wit doek, zijn ogen sloeg hij nog eenmaal op, om hierna zijn laatste adem uit te blazen.
De Heilige man was heengegaan.

Zijn ziel steeg op naar de hemelse hemelen, door een donkere tunnel met aan het uiteinde stralend licht, verwelkomde zijn uitgeputte ziel.
Een ziel die zijn diensten op aarde wel had bewezen inmiddels door goedheid en wijsheid te betonen aan mens, dier en plant.

De heilige was een volmaakte ziel geworden na alle reïncarnaties op aarde, dit was zijn laatste leven, hij wist het nu weer, plots kon hij zich alle levens weer herinneren.
Hij was weer alleswetend zoals altijd wanneer zijn ziel uit het lichaam vertrok naar de andere zijde.

Ditmaal was alles anders dan voorheen, dit was waar hij naartoe gewerkt had eeuwen lang.
Het punt was bereikt, hij was bijna God geworden.
De mensen op aarde hadden hem aanbeden om zijn pure ziel, om zijn Heilige weten, wijsheid en zijn goedheid. Hij was de Heilige geweest op aarde.
Hij had veel boeken geschreven op aarde aan wijsheden en had hiermee vele zielen de weg gewezen op hun aardse pad.
Hij was voltooid als ziel, hij was af.
En eindelijk zou gebeuren waar hij naartoe gestreefd had.

Toen hij aankwam in het Hemelrijk, zag hij vele bekende zielen, van eeuwen geleden zelfs die hem kwamen begroeten met een liefdevolle hartelijkheid.
Met een warmte die de mens op aarde niet tentoon kon spreiden, omdat de atmosfeer in de hemel zo teer en subtiel was, kon een ziel gemakkelijker zichzelf openen voor anderen.
En zonder de stress en de zwaarte van de aarde was alles hier zo licht en vrolijk. De Heilige omhelsde al die geliefde zielen, het waren er zoveel. Maar hij had ook al zoveel levens op aarde geleefd, inmiddels kende hij er ook enorm veel.
Iedereen lachte en was enorm blij dat hij eindelijk gekomen was, en eindelijk klaar was voor het nieuwe dat hem te wachten stond.
Het was er zo prachtig, de kleuren zo intens, de gebouwen van een gouden glans, de planten en bloemen geurden heerlijk, en waren van een hemelse schoonheid.
De Heilige mocht een tijdje bijkomen van het leven dat hij op aarde achter zich had gelaten.
Eeuwen geleden moest hij dan in gesprek met zijn geleidegeesten om zijn levens te evalueren maar ditmaal was dat alles onnodig.
Hij was namelijk volmaakt geworden.
Hij had tijden gehad waarin hij geleidegeest was geweest voor geliefden op aarde, hij was tijden engel geweest in de hemel en het laatste leven, zijn laatste opdracht, had hij zichzelf gekozen, zonder behulp van enig hemels wezen mocht hij deze zelf bepalen.
Nu was de tijd aangebroken, hij had het behaald nml.

Het moment kwam waarop hij geroepen werd.
Er klonken 7 bazuinen, bij elke bazuin die klonk voelde de Heilige dat zijn chakra’s openbraken in een gouden energie, prachtige stralen kwamen er uit zijn zielenlichaam.

Op zijn schouder drukte een hand, de hand van God.
De Heilige draaide zich om en kon eindelijk God aanschouwen, het was een zo intens liefdevolle energiematerie, die in feite niemand kon ervaren, behalve als de ziel volmaakt was geworden.
Dan kwam dit intense gevoel die je ziel doordrong.
Alle pijn en leed in alle aardse levens, doordrong en alles wegnam, alle zonden, alle pijnen, al het verdriet, alle nare herinneringen.
Het was het grootste kosmische orgasme dat een ziel kon ervaren.
Alsof men in een keer alle keren seksuele ervaringen op aarde in een keer doorstond.
De Heilige sidderde, en kronkelde en viel neer aan de voeten van God,
God keek hem aan vol liefde, alleen maar liefde want spreken deed hij niet.
Zijn ogen waren zo vol liefde, zo diepvorsend tot in het puntje van de ziel van de Heilige, en de Heilige snikte het uit van geluk.
Nog nooit had hij zoveel liefde ervaren, na geen enkele aardse dood, in geen enkele liefdesrelatie, of verbinding met een aards mens had hij zoiets gevoeld…maar dit maal…
Het was te heftig, de Heilige keek God aan en knikte, het was goed zo.
Dit was het einde van zijn zielszijnsbestaan, hij wist het, hij zou plaats gaan maken.
Bijzonder plaats.

De liefde explodeerde in de ziel van de Heilige, en brak de ziel in tweeën.
De Ziel stierf maar was gelijk geboorte van twee nieuwe zielen.
Een tweelingziel. Zo gaat dat in de hemelse sferen namelijk.
Andersom dan op aarde.
De tweelingzielen hoorden bij elkaar omdat zij uit een volmaakte ziel geboren werden.
Ze gingen nieuwe levens leven, en waren altijd op zoek naar elkaar, omdat de een nooit zonder de ander kon bestaan.
Altijd zou er connectie zijn tussen deze twee zielen, en intense liefde, voelbaar op afstand, als de een verdriet had zou de ander dat ook ervaren, als de een gelukkig was, was de ander dat ook.

De Heilige ziel was gesplitst in 2, en een glimlach gloeide door de
2 lingzielen.
Twee mooie jongen zielen aan het begin van hun eeuwige reis.
De ene keer als man en vrouw en dan weer andersom. Zodat ze zouden leren wat elke energie inhield.
Man en vrouw, liefdevol, en als ze elkaar zouden ontmoeten zouden ze weten, wie ze waren, dan zouden ze elkaar altijd herkennen.
De twee nieuwe zielen werden voorgeleid en er werd gekozen welke geleidegidsen hen zouden bijstaan, er werden plannen gemaakt voor hun nieuwe levens, opdat zij veel zouden leren.
En ook ooit na vele eeuwen, opnieuw zouden splitsen in 2 delen.
Als de geboorte van een kind, was dit de geboorte van de zielen in de hemel.

En God glimlachte, het was goed zo.

Geschreven door AngelWings

Angels

Photobucket
Angels

Bloedmooi was ze, de donkere engel met haar zwarte krullende lokken en fluweelbruine ogen.
Alles aan haar was van een onaardse etherische schoonheid. zo verfijnd, zo onmenselijk bijzonder schoon.
Haar karakter was ook van dien aard dat deze bestond uit zuivere puurheid en wijsheid. Alsof zij, gelijk een engel vanuit het hemelse rijk op aarde was neergevallen.
Maar hoe triest is het leven van een gevallen engel op aarde. Wie kon deze schone vrouw begrijpen?
Wie kon haar volgen in haar gedachtenpatronen, toch geen mens?
Hoe ze ook haar best deed om geliefd te zijn bij mensen op aarde, het lukte niet.
Groen en grauw van afgunst was men op haar, niemand kon haar uitstaan nml.
Ze was zo wijs, zo beschaafd en net, zo beleefd, zo vriendelijk het was werkelijk onuitstaanbaar.
Geen enkel mens was zo perfect als zij.
En ondanks haar schoonheid, straalde ze ook iets uit wat mannen bang maakte voor haar.
Iets onaantastbaars, iets dat niet te misbruiken was, iets dat ver uit steeg boven alles, wat een man eventueel aan duistere plannen had voor een vrouw, kon men bij haar gewoonweg niet maken.Dit voelde men bij haar, de zuivere engel bezoedelen dat zou je duur komen te staan ooit in de hemel. En dat voelt een mens heus wel aan hoor, in het verre onderbewustzijn. Dus de Engel, haar naam was toevallig ook nog eens Angel, had eigenlijk geen vrienden, geen lieve familie, geen leuke buren, helemaal niets eigenlijk?
Ze moest het alleen zien te rooien in het harde wereldje dat leven nu eenmaal was. En dat lukte maar half want als niemand aardig is tegen jou, dan moet je wel een hele taaie engel zijn wil je daar tegen kunnen.
Op een dag had de schone Angel het eindelijk door, ze zou fouten moeten maken, dan zou men haar wel aardig gaan vinden.
Dus met opzet maakte ze enkele fouten, en inderdaad enkele mensen begonnen waardering te krijgen voor de immer zo perfecte engel, die nooit eens een fout maakte. Maar dit wekte sympathie op bij de mensen, want zo zijn mensen vaak.
Als er wat fout gaat, hebben ze in ieder geval het idee dat zij die fout niet gemaakt hebben dus dat is dan wel fijn om te beseffen natuurlijk.
En iemand die onfeilbaar is, zien falen, dat geeft wel een kick! Dus Angel had wat nieuwe vrienden gemaakt…gelukkig maar. Wat was het fijn om vrienden te hebben.
Ze vergaf hen alles wat zij deden, want dat doen engelen nml. ze vergeven mensen alles.
Af en toe maakte ze expres wat fouten en deed ze domme dingen, zodat de mensen haar aardig bleven vinden natuurlijk.
Maar Angel had wel veel verdriet van wat mensen haar aandeden, en ze beseften dit natuurlijk niet altijd, want ook dat is mens eigen, nml anderen kwetsen zonder er zelf over na te denken. Dus het pure kwetsbare hartje van de engel had veel te verduren, de oneerlijkheid en jaloerzie van haar zogenaamde vrienden, deden haar wel heel erg veel pijn en verdriet. Toch zei ze het niet. Ze dacht laat maar, ze zijn nu eenmaal zo.
Ondertussen liep jan en alleman over de engel heen. Ze was net een deurmatje waar je de voeten aan af kon vegen. Wat kon het die mensen nu schelen?
Was toch niet hun probleem? Zolang die perfecte engel haar fouten maar maakte zo op zijn tijd waren zij allang tevreden nml.
En zo ging dat maar door jarenlang, en engelen hebben veel geduld hoor, maar het liep de spuitgaten uit.
Aan alle kanten viel men de engel lastig op het levenspad. Wat er ook gebeurde alles moest fout gaan, alles moest kapot gaan, alles wat goed had kunnen zijn, was het ineens niet meer…en niemand had enig begrip of mededogen voor die lijdzame engel.
Mensen luisteren liever naar grof geschut en een grote mond.
Als mensen deden wat engel deed, zei men oh wat geweldig en oh wat prachtig! En oh wat goed maar oei als engel toch eens dat deed wat die mensen deden dan zei niemand iets.
Men behandelde haar als een voetveeg, maar ondertussen vroeg men zich af hoe zij zich toch staande hield.
Onderwijl genietend van hun pesterijen af en toe, hun kleinzielige gedrag.
Ze werd genaaid bij het leven en nog zei ze niets want engelen doen dat niet.
Engelen zijn geduldige wezens ooit levende in het hemelse rijk waar niets dan schoonheid is.
Hoe kunnen zij weten hoe grof de aarde is? Dat kunnen zij toch niet.
Na vele lange jaren en kwellingen, werd het engel duidelijk.
De mensheid kende haar liefde niet, haar geduld niet, haar gevoelig zijn niet, mensen kennen niet dat wat zuiver is, omdat zij het zelf nog niet bezitten nml.
Gelukkig vond engel een andere gevallen engel op aarde, en ook hij had dezelfde vervelende ervaringen met de mensheid.
Was ook beschadigd door al die kul die mensen kunnen vertonen in het aardse rijk.
Maar toen zij elkaar vonden, hadden zij niemand meer nodig dan elkaar.
En leefden ze nog lang en gelukkig.
Ze hoefden niet te worden zoals die mensen op aarde, want zij hadden de wijsheid nog niet.
Zij hoefden niet te veranderen voor mensen op aarde omdat zij al goed waren zo zij waren.
En daarom waren zij uit de hemel komen vallen om dat te leren.
Namelijk dat je je nooit uit het veld moet laten staan door wezens sterker en groffer dan jij zelf.
Als mensen over je heen walsen denk dan aan de engelen.
En besef dat jij diegene bent die meer begrijpt dan zij ooit kunnen en dat zij nog vele levens nodig hebben om te leren.

Liefdesnacht

Liefdesnacht

Hij liep met grote passen over het strandgele bospad.

De wind waaide door de takken van de bomen en de lucht werd langzaamaan duister en grauw.

Terry was een beetje laat op pad gegaan. Hij riep zijn hond, een labrador, die in geen velden of wegen te bekennen was. ‘Zeker weer op konijnenjacht,’ dacht Terry.

Hij liep rustig door tot iets zijn aandacht trok.

Iets verderop zag hij een gebouwtje staan. In dit gedeelte van het bos was hij nog nooit geweest en het fascineerde hem mateloos. Hij werd nieuwsgierig en liep het pad op naar het grijze gebouwtje. Het was een klein bouwvallig huis, overal lagen stenen op de grond en hij zag een deur die half verrot, open stond. Hij wilde een kijkje gaan nemen en stapte over het bemoste paadje richting de deur. Hij schrok op van een kat die rakelings langs hem heen schoot. ‘Zwart’, dacht Terry glimlachend.

Hij was wel geschrokken dat wel. Hij opende de deur die plankjes losliet en toen hij eraan trok, knierpte deze in zijn scharnieren, oud en roestig. Terry liep naar binnen, het was er wat schemerig. Hij kon nauwelijks iets onderscheiden, maar schrok zich wezenloos toen hij in een hoek iemand zag staan. Langzaam wenden zijn ogen aan het duister en hij keek scherp naar die figuur daar in die hoek. Was het een mens of niet?

‘Hallo’, riep hij.

Hij hoorde geschuifel. De figuur liep naar een tafel en ontstak een licht.

Terry schrok wederom, want voor hem stond het mooiste wezen dat hij ooit had gezien

Een vrouw zo mooi als een duistere engel. Haar lange zwarte haar golfde over haar rug en in haar ogen was een blik van zinderende kou.

‘Mooie ogen’, dacht Terry, maar de kilte sloeg hem tegemoet.

Terry huiverde en zei nogmaals: ‘hallo, ik had niet gedacht dat hier nog iemand woonde.’

Ze keek hem alleen maar aan en glimlachte. Terry was betoverd door haar. Wat een prachtig figuur had zij en haar mond was als een pas ontloken bloem.

Ze liep naar hem toe, waarbij haar jurk ruiste in het voorbijgaan. Terry kreeg kippenvel toen hij de koele windvlaag voelde die hem tegemoet kwam.

‘Fris hè’, zei hij als om zich een houding te geven.

Ze glimlachte weer.

Ze was magnifiek en waanzinnig mooi. Hij kon haar geur ruiken die hem bereikte, mos en een kruiderig iets, de heerlijke geur van een vrouw. Terry werd het vreemd te moede.

Hij keek haar aan en zag in die staalblauwe ogen een blik die niets verried. Alleen haar mond lachte sensueel. Ze drong zich aan hem op, haar mooie lichaam tegen het zijne. Zijn hart bonkte hem in zijn keel, hij kreeg bijna geen adem meer. Sissend liet hij zijn adem tussen zijn tanden ontsnappen, langzaam alsof het een droom was waar hij in beland was.

Ze kronkelde tegen zijn lijf, alsof ze een krolse kat was en raakte met haar slanke hand zijn gezicht aan. Die hand was koel als marmer, maar liet wel een brandend spoor na. Het was onwerkelijk, hier in dit huisje in het bos. Ze sloeg haar armen om zijn hals en blikte naar zijn lippen. Hij staarde naar haar mond en zag dat ze half geopend lag en ertussen zag hij een glinstering van haar witte tanden. Terry zuchtte diep en zette alles op nul in zijn gedachten. Dit was een buitenkans, die hij nooit weer zou krijgen. Ze proefde zachtjes van zijn mond en hij van de hare. Ze trok hem dichter naar haar toe en hij kreeg het benauwd alsof een ijzeren band om zijn borst klemde. Vreemd, deze opwinding kende hij niet, dit was onwerkelijk en niet normaal. Ze likte met haar tong in zijn mond, langs zijn tanden en gehemelte. En alles wat ze bij hem deed, liet een spoor van vuur na. ‘Niet te geloven’, dacht Terry half beneveld in zijn brein. Ze kuste hem nu vol op zijn mond.

Terry voelde een intense kou door zijn lichaam trekken. Het leek of zij steeds meer uit zijn lichaam trok.

Hij was hemels, alsof hij stoned was van een of andere drug. Ze opende zijn blouse en streelde zijn borst.

Kou en hitte liet ze nasporen en Terry werd bijna gek van verlangen om dit mooie wezen te bezitten. Hij stak zijn handen uit naar haar mooie forse borsten, voelde en woog ze in zijn handen. Ze waren perfect.

Zij gromde. Een kreun als van een dier kwam uit haar mond die de zijne bleef kussen, Ademloos, was hij. Hij voelde die zachte borsten met stijve knoppen, streelde ze en kneep er zachtjes in. Ze gromde wederom. Onverzadigbaar leek ze. Had ze als een geile stoeipoes op hem gewacht? Wie was zij?

Lang kon hij hierover niet nadenken. Hij voelde hoe ze zijn kleding uittrok, tergend langzaam.

Keihard spande hij tegen zijn rits om eruit gelaten te worden. Ze streek hem langs zijn kruis en knikte goedkeurend toen ze zijn geslacht voelde.

Hij werd opgewonden als een dier en begon te schokken toen ze hem tergend met haar nagels over zijn buik begon te krassen.

‘Wat een kat’, flitste het door hem heen.

‘Echt een kat en nog even en ze zegt miauw’, dacht Terry droog.

Maar dat deed ze niet, hoewel ze wel kon spinnen, merkte hij.

Zij maakte zijn broek los en greep met haar hand in zijn short. Ze duwde hem tegen de deurpost van het oude verlaten huis, dat niet zo verlaten bleek als hij dacht. Ze kreunde, gromde en grauwde als een wilde kat. Terry had het niet meer. Ruw duwde hij haar weg en ze sprong lenig op zij.

Liggend op haar ene heup gleed haar tong likkend langs haar lippen. Steunden op een arm zag hij haar prachtige borsten. Hij ging naast haar liggen en begon ze te kussen, met zijn tanden zachtjes op haar knoppen bijtend en knabbelend. Ze gooide haar hoofd in haar nek, grauwde wild en bewoog haar hoofd als een bezetene. Terry schrok van haar heftigheid. Stel dat ze een waanzinnige was? Wat dan?

Hij keek om zich heen en zag dat het buiten aardedonker was. Zijn hond was nog niet teug, vreemd!

Maar alles was al vreemd, maar Terry dacht nergens meer aan. Ze duwde hem nu weg, op de grond voor haar en tilde haar rok omhoog. Hij zag dat ze geen broekje droeg .’Wat opwindende vrouw’, dacht hij

Hij zag haar driehoek. Ze ging op hem liggen Zalig was het, hij genoot zoals hij nog nooit had genoten. Hij pakte haar zwarte lange haar beet, en trok eraan. Ze gromde tegen hem alsof ze het niet fijn vond en ze beet hem ineens in zijn arm. Dat deed zeer.

Het bloed liep er uit en hij wilde haar wegduwen, maar ze leek ijzersterk te zijn. De sex was intens zo intens dat hij bijna geen adem kreeg. Hij werd duizelig en snakte naar adem. Ze lachte, een hoge schrille lach. Terry huiverde , wilde wegkomen.

Hij spartelde maar niets hielp. Een demonische zwaartekracht hield hem gevangen onder deze fragiele vrouw. Bovenaards, nu wist hij een woord om haar te benoemen.

Ze gilde in de donkere nacht en lachte, een schrille kille lach… Terry dacht nergens anders meer aan dan aan dat duffe gevoel in zijn kop. Ze deed het fantastisch en gunde hem inmiddels weer wat lucht. Ze lachte weer en toen zag hij pas haar scherpe puntige tandjes. Hij schrok en was bang dat ze hem er mee zou bijten.

Vuur sloeg van hem af en hij dacht even rook te zien.

Met bovenmenselijke inspanningen duwde hij haar op haar rug.

Zij grauwde en klauwde met haar nagels in zijn rug.

Ze huiverde en gilde……..en toen zij kwam, kwam ook hij en weg was de wereld, erg ver weg

Het was weergaloos, hij zag niets dan sterren, duisternis en een gloed van vuur in zijn gedachten.

Hij kreunde en schreeuwde want er kwam geen eind aan zijn orgasme. Hij leek wel verdoofd.

Hij bleef maar komen, een orgasme als dit had hij nooit eerder meegemaakt.

Terry voelde zich wegzakken in een donkerte en hoorde hij nog haar lach scherp en kreunend.

De volgende morgen werd hij gevonden door een boswachter op zijn ronde. Terry lag nog op de grond en de kaars op tafel was opgebrand.

De boswachter keek hem bevreemd aan.

‘Is deze hond misschien van u?’ vroeg hij ‘terwijl hij naar zijn hond wees die bij de deuropening stond te wachten.

‘Hij liep gisteren in mijn tuin en ik dacht ik hou hem maar vast want …’

Hij keek nog eens naar Terry. ‘Is er iets gebeurd?’ vroeg hij.

‘Waar is die vrouw die hier woont?’

De boswachter keek hem niet begrijpend aan. ‘Er woont hier geen vrouw.’

‘Jawel want gister…’

Terry wreef over zijn hoofd en dacht na. Had hij alles gedroomd? Maar hij zag de beetwond op zijn arm en…..

Later hoorde hij in zijn stamcafé over de vrouw die hier gewoond had .Ooit een beeldschone vrouw die vermoord was door haar man, omdat ze overspel had gepleegd.

En er werd gefluisterd dat ze wel eens rondspookte daar in het donker en mannen besprong.

Terry zei niets maar dacht er het zijne van.

Een liefdesnacht met een geest?

De engel en een aardse vrouw

 bird angel flying peace wings GIF
De engel en een aardse vrouw

Het raam klapt plots met een hard geluid open, de zonnewarmte komt binnen gelijk de wind, anders dan anders.
Hij is er weer, de geest die mij verhalen komt vertellen, zelfs op deze hete zomerdag.
Ben je er weer fluister ik, hij knijpt in mijn wang. Ja zeker.
Wat ben je lang weggeweest, zeg ik. Dat klopt, ik had het erg druk.
Heb je weer een verhaal voor ons? Ja, daarom ben ik gekomen.
Ik kom je een verhaal vertellen over de zomer en de liefde.
Oh dit keer een goed aflopend verhaal? vraag ik. Wie weet, lacht hij.
Wie weet….

~*~

 angel GIF

De hitte denderde door de tuin, de vogels lagen voor pampus in de dakgoot, en een enkele viel er zelfs van af. Waarop de dikke rode kater Hommel, er snel op af ging, voor wederom een gratis maaltje warm vlees. Maar na een week flauwgevallen vogeltjes eten, was hij het ook zat en liet hij de resten over aan de vliegen.
Raven lag op het luchtbed een damesblad te lezen, in haar fluoriserende oranje bikini, met de zonnebrandmelk scheutig uitgesmeerd over haar inmiddels goudbruine huidskleur.
Ze was loom van de warmte en langzaamaan vielen haar oogleden toe. De zon brandde weergaloos op haar lichaam, maar ze merkte het niet meer. Ze droomde en droomde alles kwam voorbij.
Ze werd wakker door een schaduw die over haar heenviel. Het voelde aan als koelte, alsof er vleugels klapwiekten achter haar rug, en haar een koelte gaven die ze zo nodig had, na een uur dromen.
Ze was wat dwaas in haar hoofd, gelukkig geen hoofdpijn met deze warmte, ze had wel een zonnesteek kunnen krijgen. Raven streek over haar voorhoofd waar de zweetdruppels vanaf gleden.
Pardoes in haar ogen, want zelfs wimpers hielpen niet tegen deze hitte.
Het zout prikte en ze wreef in haar ogen, wat het nog erger maakte, ze hoorde een donkere warme lach en ze keek tussen haar wimpers door naar hetgeen achter haar had plaatsgenomen.
Ze schrok, wazig zag ze de omtrek van een donkerharige man, met zowaar zwarte engelenvleugels op zijn rug. Hij waaierde koelte naar haar toe zag ze, doordat hij zijn vleugels op en neer bewoog in haar richting. Niet wrijven, zei hij, je maakt het zo alleen maar erger.
Uiteindelijk kon Raven weer goed zien en ze zag hoe prachtig deze engelenman was. Gewoonweg perfectie, in zijn totaliteit. Wie bent u? Vroeg ze verbaast, ben ik wakker? Ze kneep zichzelf even in haar roodverbrande arm. Dat was wel pijnlijk .
Hij lachte prachtige witte tanden bloot. Ik, ik ben de engel van de zon.
Raven knipperde even met haar ogen: Engel van de zon…maar je vleugels zijn zwart?
Verbranden zij dan niet?
Nee, glimlachte de engel, Ik heb enkele fouten gemaakt en daarom ben ik vervloekt en zijn mijn vleugels zwart ipv wit. Oh? Zei Raven verbaast, en waarom kom je nu bij mij?
Een angstig moment wist Raven even niet of dit wel een goed teken was nml, een engel met zwarte vleugels die haar kwam bezoeken, zou dat wel goed zijn?
Ehm, zei ze nadenkend op haar onderlip bijtend, wat is je naam eigenlijk?
Mijn naam is Hypnotrachnaton. Hij stond even op en en Raven zag de prachtige spieren op zijn lichaam, een vleugel raakte haar arm even en dat was zo zacht. Raven vroeg Hypnotrachnaton of ze even mocht voelen. En dat ,mocht ze zeker. Fluweelzacht waren zijn vleugels, bewonderend gleed ze er langs met haar vingers, heel voorzichtig. Wat mooi zeg!
Hypnotrachnaton lachte: Ja he?
Hij ging naast haar zitten op het luchtbed, en hij aaide Hommel de kater, die dichtbij hem was gaan zitten. Ok..zei Raven…eh en wat nu? Ik bedoel wat komt u doen eigenlijk, voegde ze er haastig aan toe. Ik heb een opdracht te vervullen en vandaag heb ik jou gekozen, omdat in slaap viel in de hete zon en als ik jou niet gewekt had, was je wakker geworden met een zonnesteek, en daarbij vind ik je een hele mooie en bijzondere vrouw. Raven bloosde, met zachtrose blossen op haar wangen.
Lief, heel lief, zei Hypnotrachnaton, en streek langs haar gezicht met een vinger.
Zijn aanraking was als een verkoelende vertroosting. Liefdevol, zoals nog nooit iemand haar had aangeraakt dat wist Raven heel zeker.
Hmm zei de engel, je mag 3 wensen doen.
Oh, verbaast keek Raven hem aan, je bedoeld net als in die sprookjes?
Ja, glimlachte hij.
Hij gooide zijn lange zwarte lokken naar achteren en boog voorover en kuste zo haar lippen.
Denk goed na liefje, murmelde hij in haar oor. Heel goed nadenken, je mag alles hebben wat je maar wenst. Echt alles.
Raven kreeg het benauwd van zijn aanwezigheid, dit was te heftig voor haar. Zo een mooi wezen zo dichtbij die haar kuste zoals nog geen enkele man haar ooit had gekust.
En nu mocht ze een wens doen?
Oh hemel, verzuchte ze… opgewonden keek ze hem aan.
Alles, vroeg ze aarzelend?
Ja hoor..zei Hypnotrachnaton, en weer streek hij vlinderlicht met zijn lippen langs de hare.
Alles!
Ze sloeg haar armen om zijn krachtige mannelijke nek. En zoende hem vol overgave, en hij kuste haar terug, het leek wel of ze in vuur en vlam stond, maar dat kon ook niet anders, want het was een engel van de zon uiteraard.
De hitte trekt zinderend door haar lichaam, het vuur brandt haar ziel, haar hart klopt onstuimig in de hitte, de hete zomerdag. Zwetend maken ze zich los van elkaar.
Weet je het al, zegt Hypnotrachnaton. Hunkerend kijkt hij in haar ogen.
Oh ja…lacht ze diep. Ja ik wil jou!!!!!
Dat is een wens, zegt de engel. Is dit je eerste wens?
Ja….mompelt ze, mijn eerste wens.
Een wens heeft soms ook consequenties dat weet je toch, lacht hij lief in haar haren.
Hm hm, murmelt ze.
En daar in haar tuintje, op het luchtbed bedrijven ze de liefde zoals ze nog nooit heeft ervaren, in haar hele leven niet. Geen aardse man kon dit gevoel bereiken bij een vrouw. Maar deze engel wel.
Ze bereiken Goddelijkheid, intense toppen van liefde, tederheid gevangen in vurige vlammen, verfrissende koelte in zinderende hittegolven, haar fluoriserende oranje bikini ligt achteloos in de lavendel. Naakt zo naakt ligt ze daar met hem, op het luchtbed, en uiteindelijk, drinken ze samen een glas verfrissende cola met ijsblokjes, en streelt hij nogmaals haar gezicht met liefdevolle aanrakingen.
Hm dit was mijn eerste wens, murmelt Raven tegen de engel. Nu mag ik er nog 2 toch?
Jazeker, glimlacht de engel. Nou dan zou ik graag veel geld willen.
Ok zegt de engel, dat had hij al verwacht nml en hij overhandigt haar een koffer met een flinke inhoud aan gelden. Vijf miljoen is wel voldoende dacht ik zo, zegt de engel, en wederom glimlacht hij.
Raven valt hem om zijn hals, oh wat geweldig!
Maar de volgende wens, ik weet nog niet wat ik precies wil.
Oh je mag er over nadenken hoor, zegt Hypnotrachnaton.
Over een jaar kom ik weer terug en dan mag je de wens aan mij vertellen.
Maar ik moet nu gaan!
Oh, Raven is duidelijk teleurgesteld.
Klapwiekend vertrekt de engel met de zwarte vleugels, richting de zon, dat ziet ze wel.
Ze kijkt hem na, een beetje verdrietig is ze wel.
Ze aait Hommel de kat.
Vijf miljoen Hommel…wat zullen we eens gaan doen?
Kom ik ga lekker de stad in, kleren kopen en ik ga ook een nieuw huis kopen en een auto en…
Verrukt rent Raven naar binnen om een douche te nemen en om eens heerlijk te gaan shoppen in de stad.

De engel op weg naar de zon lacht in de hoge luchtregionen. Zijn taak was volbracht, hij zou een kind verwekken bij een aardse vrow, dat was gemakkelijk gegaan.
En die 5 miljoen had hij even snel bij een bank beroofd, niemand die er erg in had tijdens de crisis immers? Maar de derde wens, hm, hij zou over een jaar komen kijken bij zijn kind.
Dan maar eens zien wat ze voor wens had.

~*~
Een jaar later, lag het mooie kindje in een kinderwagen in de grote tuin, de moeder zwom enkele baantjes in het prachtige zwembad.
En daar was hij weer de engel, de vader van het mooie kind.
Hypnotrachnaton! Riep Raven blij uit.
Kijk eens…ze wees naar de kinderwagen, kijk!
Je zoon!
Hypnotrachnaton liep naar het kind toe en bekeek het met trots, werkelijk een prachtig kind.
Til hem maar op hoor!riep Raven, terwijl ze uit het zwembad klom.
Met natte haren en een handdoek om haar lichaam liep ze naar hem toe.
Oh wat heerlijk je weer te zien!
Hij glimlachte weer zijn prachtige engelenlach.
Dag lieverd, en hij kuste haar op haar wang.
Hij hield het kind in zijn armen en kuste het op het hoofdje, het kind greep hem naar zijn lange haren.
Wat een mooie baby, bedankt zei de engel.
Raven keek hem gelukzalig aan, ja dat is hij zeker.
Ik weet de wens, ik heb er goed over nagedacht!
Oh zei Hypnotrachnaton, en wat wil je dan?
Ik wil jou, zei ze ademloos, jou alleen!
Geschrokken keek de engel haar aan, mij?
Eh…Mij?
Ja voor altijd bij je zijn! Dat is wat ik wil!
Geschokt keek hij naar haar, maar dat betekend dat je alles moet opgeven!
Je leven hier, je huis, alles!
Oh dat is niet erg, zei ze vol vertrouwen.
Ik wil alleen bij jou zijn.
Bij niemand anders.
Dan zal je wens vervuld worden, zei hij, en tesamen vlogen ze op naar de zon.
Naar zijn zomerse hemel, waar ze ook wel een zwembad hadden, maar geen huizen zoals hier, maar wel heerlijke zachte wolken om in te liggen, en de liefde die was daar in overvloed.
Ze waren gelukkig, de engel en zijn aardse vrouw en hun halfbloed kind.

(c) AngelWings

Rowena

Rowena

In een dorpje uit een heel ver verleden, lagen zonnestralen verscholen achter een horizon.

Takken van de bomen, in het bos, dropen nog na van de pasgevallen regen.

Moddersporen op het bospad, leiden naar een kleine hut.

Klein maar geriefelijk, was de inhoud beter dan de buitenkant.

In het hutje woonde een oude vrouw met haar kleindochter.

Rowena, de kleindochter was een bijzonder mooi meisje, met prachtige vuurrode lokken, die golfden tot op haar rug.

Haar ogen waren groot en omkranst met dikke lange donkere wimpers, als in schril kontrast met haar vuurrode lokken.

Doch het vreemde was, niemand kon haar in de ogen blikken, zonder een intens vreemd gevoel te krijgen.

De ogen hadden nml geen kleur, ze waren zo goed als wit!

Nooit had iemand dat gezien bij een ander menselijk wezen.

Mensen ontweken Rowena, als ze in het dorpje kwam, kinderen renden weg.

Men noemde haar ook wel eens een heks.

Een nog zeer jonge heks, dat wel.

Rowena haar ouders waren jaren geleden gestorven tijdens een pokken epidemie.

Rowena was weer genezen en grootmoeder ach die verging niet, dat was net onkruid.

Grootmoeder maakte altijd kruidendrankjes en genezende pleisters voor de dorpelingen.

Rowena leerde dit alles spelenderwijs mee, en op een dag zou zij de dorpelingen voorzien van geneeskrachtige zaken.

Maar zover was Rowena nog lang niet.

Naar school gaan deed zij niet, grootmoeder had haar nodig in huis omdat zij leed aan reumatiek.

En grootmoeder was een wijze vrouw die haar kleindochter alles zelf kon onderwijzen.Omdat Rowena gemeden werd, maar toch zo vreselijk mooi was, waren vele mannelijke dorpelingen stiekem wel een beetje bezig met die mooie meid, in hun dromen en fantasieën als moeders de vrouw te bed ging.

Of de zonen die soms toch wel erg dicht bij het hutje kwamen om een glimp op te vangen van Rowena..

Op een dag kwam Serben de zoon van de rijkste boer uit het dorp langs het hutje met zijn paard en wagen, hij was net terug van het land.Bezweet en vermoeid liep hij naast het paard, die de kar trok door de moddersporen op het bospad.

Het was al schemerig, en terwijl hij daar zo liep, zag hij plots Rowena staan, achter het hutje, bezig met takkenbossen bij elkaar binden.

Haar lange rok wapperde om haar benen, en haar lokken dansten om haar fijne gezichtje.

Ademloos keek Serben toe.

Maande het paard tot stilstand, en verborg zich wat achter enkele struiken, stiekem keek hij naar de jonge vrouw.

Lange tijd, tot bijna het duister kwam, keek hij naar haar, hij was helemaal in de ban van haar.

Het leek alsof hij betoverd was.

Het paard dat langdurig had lopen grazen een eindje verderop maakte opeens een snuivend geluid en Rowena schrok op.

Ze voelde zich ergens al een tijdje bespied maar dacht dat dit kwajongens waren uit het dorp.

Ze veegde een lok uit haar ogen en keek om haar heen, om plots oog in oog te staan met Serben, die tevoorschijn was gekomen.

Hij keek in haar ogen, die werkelijk bijna wit waren, zoals men had verteld.

Nog nooit zag Serben zo een schone vrouw, nog nooit had zijn hart zo gebonkt in zijn borstkas, voor een vrouw.

Hij snakte naar adem, en strekte zijn hand uit naar haar, en Rowena keek naar hem als een geschrokken hinde, en ook haar ademhaling sloeg op hol.

Want zo dichtbij, had zij nog nooit een man gezien, een nog wel zo’n knappe man..

Verlegen keek zij weg, en Serben trok het meisje tegen zich aan in een opwelling, en sleepte haar mee in zijn val naar de aarde, naar de zijkanten van het bospad.

Hij sloeg zijn hand voor haar zachte mond dat wilde schreeuwen doch, zijn hand voorkwam dat er enig geluid uitkwam.

Daar zolang te staan kijken naar zo een mooie meid was Serben naar de kop gestegen, hij dacht niet langer na, hij wilde haar nu bezitten.

En zo ook kwam het dat zij even later op de grond lag, met ontblote bovenbenen, met haar rok omhoog en haar blouse half open. De witte borsten als witte lelies in het schemerduister oplichtend als een spottende lach.

Uit haar ogen drupten tranen, en Serben, liep snel weg, naar de kar en het paard, onderwijl zijn broek optrekkend, en zonder een woord gezegd te hebben vertrok hij.

Haar achterlatend in het duister, op de koude kille natte grond.Het bloed klopte hem in de kop, en hij wilde snel weg van die duivelse vrouwe!

Hij joeg het paard op tot grote snelheid, hij wilde zo snel mogelijk weg uit dit heksenbos.

“Wat had hij gedaan?”

Ze had hem behekst! Dat was hem wel duidelijk.Rowena schikte zo goed en kwaad als het ging haar kleding en ging zich wassen bij de pomp.

Tegen haar grootmoeder zei ze niets, ze wilde de oude vrouw niet ongerust maken of verdrietig zien.

En elke dag vanaf die dag, was er weemoed in het hart van Rowena, naar iets dat zij gesmaakt had, maar nooit meer zou proeven, zo zij voorvoelde.

Meedogenloos en bruut had hij haar genomen, edoch, voelde zij een verbondenheid met hem, die zij niet kon verklaren.

Zij kon hem ergens vergeven voor zijn daad, alsof zij deze instinctief begrijpen kon.

Alsof ze zijn ziel liefhad maar zijn wezen in het aardse zijn niet.

Twee maanden later was het dan zover, elke morgen scheen zij misselijk bij het opstaan en grootmoeder die alles wist over zwangere vrouwen, maakte haar kleindochter hier attent op.

Rowena zette grote ogen op, en vertelde toen het verhaal, van die avond in het bos, en van de man met zijn paard en wagen.

De man met zijn donkere felle ogen en zijn ravenzwarte haren.

Grootmoeder wist wie deze jongeman zijn moest en glimlachte tegen haar kleindochter.

Het kind heeft gegoede voorouders, alleen als men dit te weten komt, zal het duister zich voltrekken.

Laat dit een geheim blijven mijn kind!

Grootmoeder staarde voor zich uit in de vlammen van de haard, en knikte hierbij bedachtzaam.

Zij kende de Hereboeren wel.

En zo zwegen de twee vrouwen in dat hutje in het bos over het kleine wondertje dat zich ging voldragen in de buik van de jonge vrouw.

In het dorp lag er een elke nacht te woelen en te draaien, kon de slaap niet langer vatten, na zijn daad in het bos..

Hij leek te zijn bezeten door de duivel zelf.

De ouders zagen met lede ogen aan hoe hun zoon zich ging misdragen in het dorpscafé waar bij veel te veel ging drinken.

Daar moest de pastoor aan te pas komen, want ook zij wisten het niet meer.

En met de pastoor kwam een goed gesprek op gang, over de heks in het bos die hem de kop gek had staan maken in het schemerduister.

Hoe ze naar hem gelonkt had, zei hij, terwijl het schaamrood hem naar de kaken steeg.

En ze hem verleide toen ze haar boezem ontbloot had, en hij onder haar bekoring raakte.

Het is een heks meneer pastoor!

Zo vergoelijkte hij zijn daden en moffelde hij een enig schuldgevoel, zo hij deze had weg onder een tapijt van rijkdom en aanzien in het dorp.

Iedereen was het er over eens, dat de mooie Rowena een heks was, net als haar grootmoeder en eenieder wist wel iets te vertellen.

Vergeten waren zij de goede giften van de oude vrouw, de behulpzaamheid van de oude dame, die immer voor anderen klaar had gestaan.

Nee daar had men het niet meer over.

De kippen van Lena waren van de leg of men dit al wist?

De koe van boer Kamps gaf geen melk meer, en de vrouw van de slager had een kind met 5 vingers gebaart en dit kwam omdat de oude vrouw vlak voor de bevalling in de winkel was geweest voor een pond spek.

Maar het mooiste verhaal kwam van een stel opgeschoten kwajongens die hadden staan loeren bij het hutje in het bos, nml dat de jonge vrouw een kind moest krijgen!

Nou men had de mond ervan vol, van wie dat nu zou wezen?

Vast van de duivel zelf, want had Jantien, de jonge vrouw met volle maan niet zien vliegen op een bezemsteel? Boven de boomtoppen uit!?

Precies ja!

Er was onrust in het dorpje gekomen

En daar hielden zij niet van, de dorpelingen.

Dat was niet goed dat was duivels werk.

En de maanden vorderden gestaag, de herfst ging over in de winter en de winter in de lente..en toen de zomer aanbrak, werd er in het hutje een kind geboren.

Grootmoeder tilde het wichtje tegen haar aan en zegde het geluk toe op deze wereld, terwijl Rowena vermoeid in een diepe slaap viel, bakerde grootmoeder het kind.Na vele beschuldigingen van de dorpelingen, kwam er na een jaar een climax, Serben ergens toch wel nieuwsgierig naar het kind, was eens langs het hutje gekuierd,

En had daar wederom een tijdje staan kijken, en wat hij zag dat gaf hem een heftige schok.

Het kleine wichtje was zo wonderschoon, met gitzwarte krullen om haar mooie fijne gezichtje, en een rood pruilmondje, en prachtige lichte ogen, niet zo licht als van de moeder maar toch..

Serben had het er moeilijk mee, dat was zijn kind.

En hij wist dit ook.

Vanaf die dag legde hij stiekem geld neer bij de achterdeur van het hutje, dit deed hij diep in de nacht als alles in rust was.

Rowena wist niet van wie de goede gaven kwamen maar ze waren er heel erg blij mee. Want zo ruim hadden zij het niet.

Ze kocht zelfs op een dag een jurkje voor haar kindje.

Een prachtig wit kanten jurkje, dat mocht het kindje aan op de zondag.

Ook al gingen zij dan niet naar de kerk maar toch, op zondag was het de dag van God en dan moest zij er net uitzien, zoals het hoorde bij de rijke mensen.

Grootmoeder werd ernstig ziek, en lag te bed, Rowena zorgde voor alles in het hutje en voor de haar zo geliefde personen.

De enige die zij had op deze hele wereld.

Op een dag moest zij eten halen uit het dorp en nu kwam zij daar al nauwelijks, meestal ging grootmoeder, nog altijd goed ter been, erop uit om eten te halen.

Doch ditmaal ging zij alleen en liet het wichtje achter bij grootmoeder.In het dorp aangekomen, bekeek men haar met argusogen en niemand sprak tegen haar, bij de slager aangekomen, gooide een kwajongen een appel tegen haar aan, Rowena schrok van de vijandigheid die zij voelde van de dorpelingen en alsof, dit het startschot was geweest, dromden er opeens vele mensen om haar heen.

Ze duwden haar en zeiden dat zij een heks was.

Dat ze op de brandstapel thuishoorde en met de duivel een kind had.Rowena was bang, en ze begon te rennen, en iedereen rende haar na.

Ze werd opgejaagd, met stokken en honden, alsof zij een hert was dat gevangen moest worden.

Het hart klopte in haar keel en haar vuurrode haren leken vlammen te zijn achter haar rennende figuurtje.

Serben zag dit aan van een afstand en riep dat ze moesten stoppen, doch niemand luisterde , men was bezeten van het feit dat deze heks de oorzaak was van alle ellende die de dorpelingen overkomen waren.

Ze renden en sloegen naar haar, de tranen vielen uit haar mooie ogen.

Blindelings in paniek rende ze maar door.

Ze kon geen woord nog uitbrengen.

Ze rende maar door..tot ze uitkwam bij het moeras.

En ze ineens voelde dat de grond onder haar plotsklaps week.

En zij gezogen werd, naar diepten waaruit geen mens ooit meer komen zou.

Ze gilde het uit, toen wel, en de mensen stonden daar toe te kijken, hoe zij zichzelf vrij wilde vechten van een onnodige dood.

Niemand hielp haar, niemand stak een hand uit.

Men was vergeten, wat zij en haar grootmoeder gedaan hadden aan goede daden, men dacht alleen aan schuldenaren.

Langzaam verdween de schone Rowena in het moeras, het laatste dat men zag was het vuurrode haar dat boven dreef, en men draaide zich toen pas om.

Ondertussen hadden kwajongens in het dorp het hutje in het bos in de brand gestoken.

Felle vlammen likten aan de donkere hemel die nacht.

Grootmoeder stikte in de vlammen, en niemand hoorde een kind schreien.

Het kind was door de duivel zeker al gered?

Zo dacht men in dat primitieve dorp in die dagen.Doch in het bos rende een man met een kindje op zijn armen in het wilde weg door de struiken.

Thuisgekomen zette hij het kind bij zijn moeder op schoot en riep dat hij geld nodig had en spullen.

Hij ging ervandoor zei hij.

De moeder verbaast vroeg hem wat er aan de hand was en van wie dat wichtje was?

Dat mooie kleine wichtje met haar schattige witte kanten jurkje, dat op haar schoot zat te kijken met wonderlijke ogen.

Hoe heet dit meisje dan vroeg de moeder weer.

Rowena riep Serben uit in paniek de tranen zaten hem in de keel dwars, en hij pakte snel alles wat hij nodig kon hebben voor een nieuw leven.

Hij kuste zijn moeder vaarwel en vertrok zonder pardon uit dat dorp.

In de donkere nacht reed hij met paard en wagen en keek nog eenmaal achterom.

Het bos stond in lichterlaaie, vlammen likten de hemel, alsof de duivel God wilde raken..

En zo ging hij heen met zijn kind.

Het kind dat zoveel van de ouders had.

In het dorp keerde de rust weder, na lange, lange tijd en niemand sprak nog over de heksen in het bos.

Waar het hutje had gestaan was nu enkel nog as.

En in de zijbermen bloeide een witte lelie, een beetje spottend glanzend wit stond zij daar..

Een beetje eigenwijs wel.

En in een ver land hier vandaan, stapte een vader met zijn dochter van een schip.

Eindelijk vast land onder de voeten.

Een nieuw begin, nieuw karma, door te zorgen voor het kind,

Dat was hij wel verplicht na al zijn schuldenaren.