Korte Verhalen

Sinterdrama

Sinterdrama

Sinterklaas en Pieterbaas:

Eindelijk daar kwam hij aan, op zijn grote wit grijze schimmel torende de oude man met zijn lange grijze baard, boven alle kinderen uit, op het schoolplein.
Mies gaf een gilletje van opwinding, daar is Sinterkaasssssssss, riep ze uit.
Ze friemelde aan de knopen van haar nieuwe winterjas.
Ze begon te springen van blijdschap, want Sinterklaas bracht altijd cadeautjes met zich mee, dus moest het wel een lieve man zijn.
Klaas haar buurjongetje mompelde bozig naar Mies, houd eens op! Met je stomme gegil.
Sinterkaasssssssss, zei ze weer met blije ogen keek ze Klaas aan.
Kijk, ze wees naar de Sint op zijn paard.
Murat spuwde op de grond, ze waren allen uit de tweede kleuterklas op de school, maar verschilden nogal van mening. Nu al, maar dat kwam door de wijsheid die de kleintjes al opdeden via de computer.
Bah vies, zei Mies en wees met een vingertje naar de klodder spuug op de grond.
Waarom doe jij dat?
Ik haat die Sint, man, zei Murat. Het ies een vieze slavendrijver.
Zie juh die dan niet, die zwarte pieten zijn, zijn slaven. Mijn broer heeft het zelluf verteld jonguh. Ik ben geen jongen, mopperde Mies.
En het is jongen en geen jonguh, zei ze behulpzaam, want zo was ze ook wel weer.
Klaas keek Murat aan, wat is een slaaf, vroeg hij met grote ogen.
Ow gewoon misbruik maken van andereuh mensuh.
Chuck kwam er ook bijstaan, ook hij keek intens boos naar sinterklaas.
Het is waar wat hij zegggg, die sinterklaas van jullie is een slavendrijver, die zwarte pieten zijn slaven man! Zij zijn zwart daarom!
Mies keek hem aan, hoezo zwart? Ze zijn bruin hoor, ze giegelde wat.
Het plezier van de aankomst was zo wel verpest.
Net als ik zei Chuck kijk maar, ik ben ook zwart een zwarte en dat is een scheldwoord in jullie landen.
Jullie discrimineren ons altijd. Wij hebben jullie nieks gedaan hé?
Mijn overgrootouders stammen af van de slaven hé!
Trots keek Chuck in het rond, Murat sloeg gebroederlijk zijn arm om de schouder van Chuck. Precies wat hij zeggen man!
Hij heeft gelijk gewoon!
Jullie snappen niets, jullie zijn dom.
Allemaal, hahahaha, jullie vreten varkensvlees daarom zo dom.
Martijn kwam erbij staan en zei toen, dat varkens enorm slimme dieren waren.
Hij wist alles over dieren, daar lag nu eenmaal zijn passie, nu al!
Murat keek hem misnoegt aan, jonguh die varkens zijn onreine dieruh jij weet tog?
Wat een onzin, zei Martijn, hij duwde zijn knaloranje bril boven zijn wipneus.
En jij Murat, jouw ouders hebben onze voorouders ook als slaven gebruikt hoor.
Jullie stammen af van de Moren nml.
Nou én jonguh!
Net goed! Murat stoof op Martijn af en wilde zijn bril van zijn neus slaan.
Mies begon te gillen en de juf kwam snel aanlopen.
Hups jongens geen ruzie maken, sinterklaas is er en als jullie stout zijn moeten jullie mee met zwarte Piet.
Mies begon te huilen, hoezo mee met zwarte Piet?
Ze raakte er overspannen van al die rare volwassen verhalen, mochten ze nou nooit eens een keertje gewoon kind zijn?
In de rij spuwde Murat over zijn schouder richting Martijn, die achter hem stond, waarna er een klodder spuug, over zijn ene brilglas droop.
Zo gingen zij naar binnen, achter Sinterklaas aan.
Op het schoolplein, nam de vader van Chuck een pistool uit zijn jaszak en schoot op de Sint en toen op zijn Pieten.
Gillend stoof iedereen in paniek uit elkaar.
Sint viel van het paard, hij was morsdood, en zijn pieten ook allemaal.
Niks geen kinderfeestjes meer…zoals vroeger was het al jaren niet meer.
Het was een debiele opgefokte zooi geworden in Nederland.
Hierdoor miste Chuck jarenlang een vader, omdat deze jaren de gevangenis in moest.
Martijn en Murat hadden jarenlang een gruwelijke haat voor elkaar en Mies?
Mies spoorde niet helemaal meer na de schietpartij.
Want toen de Sint viel, spatten er bloedspetters op haar mooie nieuwe winterjas…en dát kon zij nooit meer vergeten…

©Angel-Wings

Het Pokemonster

monster - Google zoeken:

De hitte lag zinderend op het wegdek, trillingen stegen op van het asfalt.
Sven keek op van zijn mobiel en zag hoe de lucht voor zijn ogen trilde.
Hm, apart dat wel, vond hij.
Hij was het nog niet zo gewend om buiten rond te struinen.
Vanaf zijn 7e verjaardag had hij een computer gekregen van zijn ouders en in feite had hij daar jaren van zijn leven verdaan achter dat ding.
Hij kon gamen als de beste, hij speelde dit spel dan ook dagelijks, urenlang.
Dit hield in dat hij z.g.a. jaren niet meer buiten kwam.
Maar inmiddels, dankzij de nieuwe game van Pokemon, kwam hij weer dagelijks buiten en zelfs vele uren lang. Zelfs zijn armen raakten gebruind, voor het eerst sinds zijn jongere jaren.
Sven was inmiddels 23 jaar oud.
Hij voelde zich wel prettig, zoals het nu ging.
Sven was een lange magere jongen met nog steeds een rugzak op zijn rug,simpele doorsnee kleding, zijn haren waren lang en verwilderd, op zijn neus droeg hij een donker montuur.
Hij had niets op met mode, het interesseerde hem niet zo en in feite droeg hij nog eenzelfde soort kleding als toen hij zeven jaar oud was.
Maar inmiddels, zag hij weer iets van de wereld, de levenden, de mensen, en ergens besefte hij wel wat hij gemist had al die jaren.
Hij zag weer mensen, hij sprak zelfs met mensen. Dat viel nog niet mee, zijn stem leek wel vastgeroest te zijn, omdat hij eigenlijk jarenlang met geen mens meer écht had gesproken.
Maar nu leerde hij weer om te communiceren en dat vond hij toch wel fijn.

Vandaag was het bizar heet, 35 graden zelfs.
Maar toch wilde hij een nieuwe Pokemon scoren.
Hij had al vele uren rondgelopen, van het park tot aan het ziekenhuis en weer terug, want ergens verstopt tussen de bomen moest er een Pokemon zijn.
Het was er best druk, ondanks de hitte.
Sven kneep zijn ogen even samen, om weer te focussen op zijn smartphone beeldscherm, vooruit hij ging er weer voor. Hij tuurde naar het beeld en zag nog niets.
Maandenlang had hij zich hierin verdiept. Hij speelde dagelijks Pokemon.
Hij droomde in de nacht van Pokemon’s, die overal waren, overal rondom de mensheid op de meest vreemde plaatsen.
Een virtuele wereld, die steeds meer leek te versmelten met de realiteit.
Nu kende Sven na al die jaren gamen, al niet veel realiteit meer.

Het was die avond een mooie zomeravond en Sven liep met zijn bakje patat naar een bankje in het park.
Er zaten nog twee mensen op het bankje, ook op zoek naar de Pokemon dichtbij.
Ze spraken af om door te gaan in het donker, met elkaar.
Op jacht naar de Pokemon in het bos.
Ergens moest er één zijn.

Rond het middernachtelijke uur liepen zij nog steeds tussen de struiken te banjeren.
Het was gelukkig volle maan, dus ze konden nog zien waar zij liepen.
Sven struikelde echter over een boomstronk, en lag even voluit, plat voorover op de grond.
Tegen de tijd dat hij opstond, zag hij zijn twee medezoekers niet meer.
Plotseling waren zij verdwenen. Hij riep hen nog maar vreemd genoeg hoorden ze hem niet of waren ze al te ver weg.
Sven haalde zijn schouders op en liep verder.
Continu turend op zijn mobiel.
Ergens verderop zag hij een vreemd rood licht schijnen op zijn beeldscherm.
Daar moest hij dus zijn.
Sven liep snel door, richting het schijnsel.
Hij keek door zijn beeldscherm naar de Pokemon die hij zou zien, als eerste!
Ja, daar was wat te zien, maar wat was het?
Sven zijn adem stokte hem in zijn keel.
Op zijn beeldscherm staarde een duivels wezen hem aan.
Sven keek op van zijn mobiel en zag niets.
Hij zag enkel het duister van de bomen. Hij keek weer op zijn beeldschermpje en zag het weer een monsterlijk wezen dat hem grijnzend aanstaarde.
Sven werd plotseling intens duizelig. Hij wreef eens over zijn voorhoofd, welke vochtig was, was het zweet of was het bloed?
In het, door de maan beschenen donkerte, zag Sven tot zijn schrik een zwarte vlek op zijn hand, bloed dus?
Hij voelde nogmaals aan zijn voorhoofd, een flinke snee, niets ernstigs toch? Was hij soms even buiten bewustzijn geweest?
Waren zijn medezoekers vertrokken zonder hem?
Sven wist het niet, maar voor hem was een naar lelijk wezen dat een Pokemon zou voorstellen.
Hij tuurde nogmaals naar het beeldschermpje, ja, kijk daar was het weer, het wezen was dichterbij gekomen.
Sven schrok weer intens, want het was een smerig wezen, wanstaltig lelijk en griezelig.
Dit was zo geen Pokemon wat hij kende…hoe konden ze dit nu als een Pokemon wezen in een bos neerzetten.
Sven begreep er niets van.
Hij mikte maar op het wezen voor hem.
De eer was aan hem, hij had hem toch? De rode mist rondom het wezen werd groter…
Een vreemde rottende geur trok aan hem voorbij, Sven durfde niet op te kijken van zijn smartphone.
Oh mijn god, dacht hij, is het echt soms?
Er hijgde iets in zijn nek, een stinkende warme adem.
Op zijn schouders voelde hij klauwen klemmen, met flinke nagels, die pijnlijk in zijn huid staken.
Sven wilde zich omkeren, maar dat lukte niet, verlamd van angst en de handen hielden hem tegen, ze waren ijzersterk namelijk.
Wie bent u, wat wilt u van mijjjj…stamelde Sven…
Ik, ik ben het Pokemonmonster!
siste het monster achter hem, je bent de eerste die er één ziet.
Jij hebt bijna alle Pokemon’s gevonden en daar staat een beloning tegenover.
Mij! Het Satanische Pokemonster, en jij hebt mij als eerste gevonden.
Wat een wonder en wat duurde dit lang, lachte het wezen in zijn nek.
En nu? Vroeg Sven aan het Pokemonster.
Het monster lachte hard in zijn oren en Sven voelde hoe de klauwen richting zijn rug gingen.
Het zweet brak Sven inmiddels uit, wat ging er gebeuren en hoe kon dit gebeuren? Dit was niet de game zoals hij dit kende.
Wat wilt u van mij Pokemonster?
Oh dat, mompelde het monster verhit, laat dat maar aan mij over jongen.
Diegenen die mij vinden mogen ervoor betalen uiteraard, hierna ben je wel the king of the Pokemons!
Eigenlijk ben ik de eindstreep van de game snap je.
Sven voelde hoe de klauwen richting zijn broekriem gingen en behendig de riem los gespte.
Wat gaat u doen met mij…? Gilde Sven uit met een hoge stem.
Hahahahaa lachte het Pokemonster, wat ik ga doen?
Dat merk je zo wel.
Het Pokemonster stroopte behendig de broek van Sven naar beneden.
Daar stond Sven in zijn blote kont midden in de nacht in het bos, wie zou hem vinden, dacht hij nog angstig.
Met enorm veel kracht duwde het Pokemonster Sven voorover op zijn knieën.
Oh god neeeeeeeee…. riep Sven uit. Neeeeeeeeee niet dat!!?? Het Pokemonster snoof eens heftig.
Hmmmmmm heerlijk riep het monster uit.
Helaas, van achteren kwam er een flink geslachtorgaan kokendheet gloeiend in Sven zijn anus.
Sven gilde het uit van de pijn, en verloor het bewustzijn.

De zon kwam al op en op de grond in het gras lag Sven nog steeds bewusteloos met in zijn hand zijn smartphone vastgeklemd in zijn vingers.
De twee medezoekers zagen hem eindelijk liggen en waren opgelucht.
Sven!
Sven wakker worden, riep één van hen.
Sven opende zijn ogen, zijn anus deed enorm veel pijn,
dat was het enige dat hij voelde. Oh kreunde hij, oh, wat een pijn.
Hij vertelde wat hem overkomen was.
Meewarig keken de medezoekers hem aan. Wat een kul joh, hahahaha je bent vast verkracht hier door een homo!
Nee echt serieus, riep Sven vertwijfeld uit, kijk hier op mijn mobiel.
Hij liet de foto zien, ik ben nu de king van Pokemonsters,  mompelde hij nog bijna huilend.
Verbijsterd keken de medezoekers naar de foto van een afgrijselijk duivels monster.
Het grijnsde hen toe vanaf de smartphone.
Mijn god en dat heeft jou verkracht vannacht in dit bos?
Ik stop met dit spel hoor zei één van de medezoekers als ons dit allemaal te wachten staat.
Ik ook zei de ander, dit moet ik niet.
Nee he zei Sven met een vage glimlach op zijn gezicht, de pijn kwam hem bijna zijn oren uit.

Dit wil niemand!
De medezoekers sleepten Sven mee naar huis, strompelend door het park, liepen de tranen hem over zijn wangen.
Bij het ziekenhuis besloten ze Sven toch maar te laten onderzoeken, hij mocht meteen een paar dagen blijven i.v.m een gescheurde darmingang.
De medezoekers werden wel de beste vrienden van Sven, maar Pokemon spelen deden ze nooit meer.
Het spel was al snel over, toen de verhalen rondgingen die sommigen niet konden geloven.
Maar toch door de hele wereld kwamen er meer verhalen, over dat Pokemonster, het scheen een wezen te zijn die was opgeroepen vanuit de duistere werelden dankzij CERN.
Hoe men ervan af kwam, wist men niet want men kon het nooit te pakken nemen, maar hij nam mensen wel te pakken en flink ook.
Vaak in een donker bos.

©Angelwings

 

Wat ufo’s zijn

Ze keek in de spiegel naar haar gouden glitter haar. Het was goed gelukt.
Het was ook erg lang, en zijdeachtig zacht.
Het glom intens en het was prachtig, als ze zich bewoog dan glitterde haar gouden haar als gesponnen goud.
Popx glimlachte naar de kapper, die dit gedaan had. Het was een nieuwigheidje, en velen hadden zich al glitterhaar aan laten meten bij Sommers.
Het kon in allerlei tinten, en de lengte kon je erbij kiezen. De behandeling duurde 3 dagen achter elkaar, maar eerlijk was eerlijk dan had je wel wat!
Het was een blijvend iets, verder dan dit was men nog niet gekomen, je kon het je laten aanmeten maar wat er daarna gebeurde?
Niemand wist het, de pillen waren in elk geval ongevaarlijk.
Popx was erg blij met het resultaat.
Ze rekende af met haar pols-chip bij de betaalpaal.
Bedankt! riep ze nogmaals richting Sommers, die alweer bij een nieuwe klant aan de praat was. Hij zwaaide nog even snel en vriendelijk naar Popx.

Popx rende naar school, de Universiteit voor Kunst en Architectuur, haar lange gouden glitter haar zweefde achter haar aan, prachtig was het, in het zonlicht helemaal.
Ze kreeg bewonderende blikken van enkele mensen.
Popx glimlachte blij. Ze rende naar binnen de school in, richting het spierwitte klaslokaal, voor Kunst en Historie.
Ze had een belangrijk project vandaag.
Ze ging nml naar het verleden op aarde!

Het was het jaar 3062 en men kon middels drones terug naar de geschiedenis op de aarde.
Dit was een heikel project en daar moest je ook een lange tijd voor studeren.
Het was magnefiek. Popx moest om leren gaan met haar drone, in de vorm van een ufo, zoals men dat op aarde in het verleden dus noemde.
Het had de vorm van een eivormige schotel, Popx had van haar vader een zeer dure versie mogen kopen.
Haar vader werkte bij de Universal Nightshifts, een belangrijke baan ivm deze projecten en de aarde en de architectuur van alles wat er ooit had bestaan.
Popx had de drone leren besturen, en hierna les gekregen in hoe zij ermee door de Timehole moest navigeren.
Het belangrijkste was, om de drone onzichtbaar te maken voor de bewoners op aarde.
Dit mislukte wel eens en dan kreeg men een lange schorsing, als het voorkwam. Op aarde wilde men de geschiedenis niet veranderen door hun aanwezigheid zichtbaar te maken, maar soms gebeurde dat wel en dit had altijd gevolgen voor de toekomst ooit.
Mensen werden dan bv angstig voor buitenaardse wezens, en dit had invloed op de kinderen van deze mensen, de impact was niet te voorspellen, maar toch was het geen aanrader.
Popx haar vriend, Mydrax, stopte er altijd poppen in, wezens uit een tv serie in 3062, iedereen was dol op die serie, maar de poppen leken op kleine wezens met een grijze huid, een groot hoofd en enorme ogen en geen mond.
Als mensen op de aarde in het verleden zoiets zagen, dan noemden zij het aliëns, Popx moest daar flink om lachen altijd.
Men dacht in die tijd dat het ging om buitenaards leven, ze wisten niet dat dit ging om projecten op scholen in een verre toekomst, waarbij men de geschiedenis kon bestuderen uit het verleden.
Popx wist dat ze nooit mochten ingrijpen in de geschiedenis van de aarde.
Daar stond de doodstraf op zelfs, zo ernstig nam men dit vergrijp!
De uitspraak dat : De vleugelslag van een vlinder in China wellicht een orkaan in New York kon veroorzaken, stond overal aangegeven op de school.
Tot vervelens toe zelfs, maar het gaf wel aan hoe belangrijk deze projecten en de geheimhouding waren.
Er waren drones gecrasht in het verleden, dat gaf enorm veel ophef in die tijd, vaak als een drone crashte dan kon men de vernietigingsknop indrukken, dan ontplofte de drone in no time. Dan vond men niets terug, toch vroegen mensen zich dan vaak af hoe het mogelijk was, dat men iets gezien had dat gecrasht was, maar dat er nooit iets gevonden werd als bewijsmateriaal oid.

Mydrax de vriend van Popx stopte er poppen in, van een levensecht materiaal nagemaakt van de tv serie, en als zoiets crashte in hun drone, had men in het verleden flink wat om over na te denken en te onderzoeken.
Sommigen deden dit met opzet, ze vonden het grappig, bij de gedachte dat hun dure project hen een jarenlange ontzegging zou opleveren, als het crashte, dan maar wat plezier eraan beleven. Vaak keek men dan van afstand in de toekomst wat het opleverde via drones van anderen.
Dat was vaak hilarisch.

Er was een instituut dat al ontdekt had dat zij mensen terug konden sturen in de tijd, de gevolgen waren hier ook vaak niet te overzien.
Soms kwamen er mensen uit het verleden uit het apparaat, in de toekomst terecht, die zich geen raad wisten in deze tijd. Op aarde waren deze mensen dan plots verdwenen en wist niemand natuurlijk waar zij gebleven waren.
Toch wilden deze mensen nooit meer terug naar dat verleden op de aarde, alles was hier immers veel mooier geworden en de mensen waren allen vriendelijk en er was al lang geen oorlog meer.

Mydrax stond al op haar te wachten. Met een glimlach onthaalde hij haar en duwde haar neer op de witte zweefzetel.
Kijk eens zei hij, via zijn pols-chip liet hij een scherm zien, met daarop een video.
Op de video zag je een baby fabriek, met het kind van de broer, en zijn vrouw, van Mydrax. Zij hadden een kind besteld en deze was bijna klaar.
Het kind hing in een transparant veld van energie, aangesloten op goudkleurige draden, het kind was al heel mooi om te zien. Het werd een meisje. De broer van Mydrax had al een zoontje nml. Men moest een kind op bestelling plaatsen, maar dat kon pas, nadat je een baan en een huis had. Zolang je dit nog niet bereikt had, mocht je nog geen kind ontvangen. Ook daar had men strenge regels voor. Je moest goed voor een kind zorgen nml, anders kreeg je enkel probleem gevallen dat had het verleden wel geleerd.
Kinderen werden ook heel anders opgevoed dan vroeger en daar was een strenge controle op.
Veel tijd liefde en aandacht was belangrijk, evenals gezonde voeding en veel begrip van ouders voor hun kind was een vereiste, als men een kind niet goed op zou voeden werd het naar andere ouders gebracht die het wel konden opvoeden.
Het kind was genetisch dan wel van deze ouders, maar als het niet werkte dan was er geen medelijden voor de ouders als zij zich niet aan de regels hielden.
Mydrax vertelde dat het kindje nog een week of 3 moest groeien en dan ontvangen mocht worden.
Ze noemen haar Syleana! Mijn nichtje, zei hij nog trots.

Mooi kindje hoor, zei Popx.
Ze verlangde ook naar kinderen maar had nog enige tijd te wachten voor zij dit mocht.

Vandaag gaan wij beginnen! Het Project, Mydrax! Fantastisch toch?
Juist, zei Mydrax, we gaan de drone straks testen door de onzichtbaarheidsmantel.
Popx keek hem aan: “Heb je alles goed ingesmeerd met het onzichtbaarheidsmiddel”?
”Ja zeker”! ”Echt”?
”Wat denk je”, schamperde Mydrax, ”denk je dat ik jarenlang een ontzegging wil? Ik heb alle gaatjes en kiertjes goed ingesmeerd!”
”Mooi trouwens je haar”, Mydrax streek langs haar zijdeachte glitterlokken. ”Prachtig”… Hij keek haar doordringend aan.
”Dank je Mydrax”! ‘Koket keek ze hem aan. Ze waren al een jaar aan elkaar verbonden, middels een verlovingschip.
Dit hield in dat zij gecontroleerd werden door een overheid, die toezag op juiste koppels, die niet na korte tijd weer zouden gaan scheiden, maar langere tijd bij elkaar zouden blijven door hun verbond en beloften.
Hun chips waren aan elkaar verbonden door een soort connectie, en deze gaf bepaalde eigenschappen aan en gewoontes die bij elkaar pasten.
De tijd zou het leren of zij samen zouden blijven en ooit kinderen mochten opvoeden.
Ze liepen samen naar de room of drones, straks zou zij in staat zijn in de geschiedenis van de aarde te mogen kijken.
Als eerste wilde ze Jezus zien, daarna Boedha, en dan Allah…
De tijd zou het leren… Mydrax kuste haar op haar voorhoofd, kom, we gaan het doen meisje.

© Angelwings

De nieuwe winkel in het dorp

In het hoogste der Nederlanden was er eens een dorpje.
Een heel klein dorpje.

Hoe het kwam wist niemand, maar plotseling was ”de winkel” er dan gekomen.
Pontificaal midden in het dorp, bij de splitsing nog wel.
En die winkel werd mega druk bezocht, van heinde en ver kwam men daar naar toe op zoek naar een raar item.
De dorpelingen begrepen er maar niets van.
Geert riep nog uit tijdens een dorpsvergadering, dat hij het mar niet begriepen kon, dat die luu allemoalle doar henne kwoamen om te winkelen.
Hadden zij dan in eig’n stad gien winkel, zoals zij hadd’n?
Wat moesten zij doar die stadse luu!

Het werd vreselijk druk, vooral bij die splitsing en de dorpelingen waren vreselijk boos.
Wij wonen hier in een klein en rustig dorpje en noe ist elke dag oalmachtig drok!
Ze wollen dat niet langer meer.
Ze wilden ook stoplichten goan ploatsen waren zij noe helemoal gek geworden?
In hun dorpje waar nog nooit een voor de stoplichten had moeten staan wachten, ging men stoplichten plaatsen voor die stadsers? Bekiek het toch.

De burgemeester had hem zien noagels al van de vingers gevreten van de zenuwen, die hem opvraten van binn’n. Wat kon hij doen? De winkel bracht voldoende op, en daarbij de mensen gingen ook nog naar de Bakker om de hoek, de viswinkel verdiende er goed door, en de supermarkt mocht ook niet klagen.
Maar ja, die bewoners van het dorpje hadden het nu eenmaal in de kop en dan weet je het wel, dan hebben dorpelingen het echt niet in de kont zitten.

Dus dat was een heibel elke keer. Vergadering op vergadering volgde.

De burgemeester ging zelf maar eens undercover de winkel in. Hij wilde kijken wat er dan gekocht werd en waarom het zo druk was geworden in zijn dorpje.

Nu had de burgemeester het niet zo op verkleden, hij kende dat niet zo strak in het herenpak als hij was dus hij trok eerst een oranje strak pak aan, maar dat viel zo op en hij was de dunste ook niet meer, dus dat pakje uit de jaren tachtig kon zo de container in. Hij wilde zijn baard afscheren en verkleed gaan als vrouw, met een jurkje van zijn vrouw.
Maar de burgervader was een beetje bang dat hij de jurk te fijn vond zitten, dus dat deed hij dan ook maar weer niet. Je moest de man niet op het spek binden natuurlijk!

Zijn outfit met een arabische sjaal om, nah dat ging hem ook niet echt worden in zijn dorpje, dan had hij meteen de argus met de oogjes op zich…
Hij besloot te gaan als oude man met een hoedje op en de opajas van de opa van de burgemeester, was prima.
De burgemeester ging er op uit.

Ondanks de regen was het gruwelijk druk.
Het liep af en aan, en iedereen kwam met een plastic tasje de deur uit.
Bevreemd ging de burgemeester de winkel in.
Bij de deur klonk een vriendelijk tringeltje van de bel.
De winkel hing vol tot aan de nok met gordijnkoorden in allerlei soorten, kleuren en maten.
Vreemd waarom moesten mensen uit de stad nu gordijnkoorden kopen, hadden ze die in de stad dan niet?
De burgemeester besloot ook een koord te kopen.
Bij de kassa stond een vreselijk lange rij. De burgemeester ging een gesprekje aan met iemand naast hem.
Zo. Ook een gordijnkoord aan het kopen, vroeg hij.
De man naast hem keek hem verbaast aan, ja dat ziet u toch?
Alsof het de normaalste zaak van de wereld was om gordijnkoorden te kopen.
Is het mode ofzo bij jullie in de stad, vroeg de burgemeester aan een vrouw naast hem.
De vrouw keek hem ook verbaast aan, ze was mager en zag er vermoeid uit. Eigenlijk keek niemand blij of opgewekt.
De vrouw had vier gordijnkoorden in de hand, ze vroeg hem welke ze zou nemen.
Ik weet niet mevrouw hoe dik uw gordijnen zijn.
De vrouw keek hem aan met een glimlach op haar magere gezicht. Weet u het dan niet meneer?
Wat mevrouw?
De magische verkoper hier bij de kassa is de beste in het hele land.
Hoe bedoel je mevrouw, vroeg de burgemeester verbaast.
Nou met opmeten enzo en hoe dik het koord moet zijn.
De burgemeester keek haar begrijpen aan, aha zo bedoeld u dat!
Ik begrijp het.
Nee meneer u begrijpt het niet.
Ze wees naar de nek. Kijk hoe dik het koord moet zijn meneer. Geschrokken keek de burgemeester naar het koord in zijn handen. Bedoel je dat alle mensen hier… Nee mevrouw dat kan niet waar zijn toch?
De rij schoof wat op naar voren en de burgemeester zag de verkoper naast de kassa staan met een hand op een koord en de andere op de schouders van een dikke mevrouw.
Hierna schoof hij een gordijnkoord over het hoofd van de mevrouw. De burgemeester was misselijk en kon niet geloven wat hij zag.
De vrouw voor hem, zei fluisterend, ziet u nu wel?
Maar, maar waarom in vredesnaam.
Oh zei de vrouw voor ons allen is het leven te zwaar geworden, sommigen zijn hier ziek en zij kunnen de zorgkosten niet langer betalen en ze hebben bijna niets meer te eten!
Anderen hebben hoge schulden en moeten hun huis uit.
Anderen zijn bang dat ze ziek worden en dan hebben ze in ieder geval altijd dat koord achter de hand hé?
Het is heel simpel hoor.
Maar mevrouw en u dan? Riep de burgemeester geschrokken uit.
Mijn man, zei ze, hij is ziek en ik kan het niet langer meer betalen dus ik ga hem ophangen vanavond.
Ik neem ook vast een koord mee voor mijzelf natuurlijk.
Maarrr, hoe bedoeld u dit, ophangen hoe dan?
Aan dat koord natuurlijk, ik denk aan de trapleuning op zolder die is wel het stevigste.
Maar mevrouw!?
Ja meneer, u roept wel ja mevrouw, maar meneer? Wist u dan niet dat het zo slecht gaat in dit land?
We kopen het allemaal voor het geval dat het ooit nodig is!
Ze rekende af nadat haar de maat was genomen, de burgemeester stond met tranen in zijn ogen achter de kassa met het koord in zijn handen.
U moet een iets dikkere nemen meneer, daar bovenaan links van die kast, daar vind u ze …
Huilend vertrok de burgemeester uit de winkel.
Het belletje tringelde weer vriendelijk.
Thuisgekomen kon hij een tijdlang niet meer praten, en hij besloot er ook nog met niemand over te praten.
De winkel mocht blijven en er kwam geen stoplicht, dat hield mensen maar zo op enzo.
In de kast van de burgemeester lagen twee gordijnkoorden, voor hem en zijn vrouw, voor het geval dat, maar niemand mocht het weten ook zijn vrouw nog niet.
Voor het geval dat de stad entree deed in het dorp met de gruwelijke verhalen, mochten zijn dorpelingen best nog mopperen en zeuren en rustig slapen.

©Angel-Wings

Schokkend ranzig….

Schokkend ranzig….
Ik waarschuw maar even!
http://www.dumpert.nl/mediabase/6678052/1e0f65be/dumpert_pustv.html

Kennis van mij had ook zoiets midden op de borstpartij.
Het begon als een vaag uitsteeksel, het leken wel horentjes ik dacht nog zie je nou wel?
Eens komt het er uit! Het werd dan ook flink geshowd natuurlijk, kijk eens wat zou dit nou toch zijn?
Ja kwenie?

Maar het groeide en groeide maar…op een dag was het nog groter dan een tiet, en groter dan in dat filmpje.
De kennis moest naar een arts en ik ging maar eens mee, want, ik dacht kwenie wat het is…maar het is niet normaal natuurlijk!

Bij de arts aangekomen, ging het over andere zaken en was de kennis zga klaar, dus die klom al bijna in de jas…tot ik zei!
Ik vind dat u even moet kijken naar het Himalaya gebergte op de borst van mijn kennis!
Nee, was niet erg, niks aan het handje hoor zei de kennis nog!
Nee laat maar…
Ik zei tegen de arts ? kijk toch maar even, want dit is niet normaal nml.

De arts viel bijna achterover na het zien van die enorme puist…het was huge!
Het was onvoorstelbaar grootsssssssss…het was een derde borst, meer vrouwenborst dan…het was gewoon een tiet waardige puist!
Denk toch wel een cupje C!

Ik ben de kamer maar uitgelopen want men ging erin snijden en wie weet zou alle drap de kamer doorspuiten, bedoel ik ken mijzelf en ik weet,
zul je net zien sta ik er naast…en dan zit ik er weer onder natuurlijks!
(Net als ooit de houtwurmen de oude kast uit kwamen kruipen in de tuin en iemand met een hamer op die ranzige -maden leken het bijna, lekker sammig dat dan weer wel… mepte…en ik dus de spetters om de oren kreeg gatverdamme!)
Sinds die tijd ben ik uiterst voorzichtig in deze, want blijkbaar trek ik dat aan?
Anyways op de gang, stond ik wel te luisteren aan de deur, normaal ben ik niet zo’n type, maar ja het was ergens wel een beetje ”funny” om te horen hoe de duivel eruit werd gehaald immers?
Ik hoorde gekerm en gejammer…ach ja?
Volgens mij mag je mega blij zijn als men een mega puist uitknijpt… bedoel?
Had dat direct gedaan!?

En wat als ik niets had gezegd, was het dan geëxplodeerd? Buk spetter…oid?
Ieuwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwww….kwil er niet aan denken!
Ik heb het filmpje dan ook maar met toegeknepen ogen bekeken op sommige seconden!
:O

Creatief misverstand

Creatief misverstand

Ik heb echt de schurft aan haken en breien!
Naaien idem… dat gesodemieter…
Maar nu had men een tijd terug een nieuw soort garen dat heet zpagetti oid, dat is eigenlijk stof waar men een soort draad van maakte.
Nou als je daar een haakje mee haakt, ben je al net zo ver als je bij gewone wol 10 x de linkeromslag rechtsom had moeten haken…
Dus daar zit wat meer vaart in, geduld is niet mijn beste eigenschap!
De rest dan weer wel dus dat scheelt ?
Ik had nog zo’n flinke knot zpagetti liggen… en ach?
Nog een reuzenhaaknaald…
Waar ik vorig jaar een flinke sjaal van had gehaakt waar de toren van Pisa enorm jaloers op zou zijn.
Schever kan ik het echt niet maken eh, haken!
Weejewattuh…ik ga eens een wc-mat haken! Hoe geen idee dat kwam ik onder het haken vanzelf wel tegen, moest ik rechtsaf, dan zou ik rechtsaf gaan haken.
Moest ik linksaf was dat ook geen enkel punt…

Het is redelijk te zien dat het een matje wordt..ofzo?
Ik kreeg bezoek van een buitenlandse kennis van mij en ze zei: Leuk wat maak je…
Nou ja leuk? Of het leuk wordt is nog de vraag natuurlijk, maar het is een wc matje!
Oh wat gaaf! Riep ze uit, lekker warm zo in de winter. Precies zei ik nog zo, een wc mat is warmer voor je voeten natuurlijk.
Wat een creatief idee zeg!
Hoh, hoh, meer veren zijn niet nodig. het is al behoorlijk scheef aan het worden…zei ik nog.
Lekker stevig ook zo, zei ze nog en ze kneep nog even in de a.s. wc-mat…
Dat moet je dan wel vaak wassen misschien, zei ze ook nog…
Ja, ehm, wc matten was je wat vaker hé? Leek me logisch.
Ja, zei ze als je er op zit en het wordt nat ofzo….

Watttttttt??? Hoezo erop zitten? riep ik uit.
Hoe bedoel je? Ja, gewoon, zo dat ding op de bril, dan zit je er toch op enzo, lekker warm voor in de winter, dat lijkt mij ook wel leuk zoiets hoor maar, eh?
Eh het is voor je voeten, zei ik nog aarzelend en geschokt ergens.
Ik heb toen maar even les gegeven in wc matten… waar ze voor zijn enzo…

Ik heb nog altijd hoop.

Ik heb nog altijd hoop.
Op een zomerse zaterdagochtend, liep ik even naar de supermarkt in mijn flamboyante gevlamde oranje dress, uitwaaierend rondom mijn onderstelsel, heerlijk luchtig natuurlijk. Ik zou een ontbijtje gaan halen.
De zon scheen al heerlijk, hoe dat mogelijk was in dit frisse kikkerland is natuurlijk de vraag. Echte zomers zijn niet meer zo van nu, en alleen van vroeger.
Maar die dag staat in mijn geheugen gegrift als ware het een bladzijde uit het boek des levens.
Op mijn slippers wist ik toch snel de super te bereiken, ik ben ze wel gewend immers.
Waar ik bij het binnengaan van de supermarkt hem tegen het lijf liep.
Mijn hemel mijn hart bonkte in mijn keeltje, dat kan ik wel zeggen, toen ik tegen zijn brede borst aanbotste.
Een pracht exemplaar zomaar tegen mij aan. En ik ben anti tattoeages maar bij dit heerschap stond het maar wat stoer. Wat zal hij geleden hebben, dacht ik nog, kijkend naar al die tekeningen op zijn armen.
Prachtige gespierde bovenarmen, onderarmen, armen, hij was het helemaal.
Ik stamelde, Oh sorry!
En hij zond mij een glimlach, die de sterren aan de hemel niet konden evenaren. Het leek alsof de bliksem insloeg.
Zijn ogen keken mij ondeugend aan, vanonder prachtige wimpers, onvoorstelbaar dat, dat bestaat zonder mascara!
Hij weer wel natuurlijk.
Zijn lippen krulden zich om zijn spierwitte tanden.
Hmmm geeft niets hoor, zei hij vriendelijk. Zijn Hmmm had een bepaalde bromtoon, als in beren die brommen ofzoiets, het sloeg mij direct in mijn zieltje.
In zijn handen hield hij een zakje croissants en een krantje.
Prachtige handen overigens, niets mis mee, lang en slank en mannelijk.
Om zijn pols een horloge, die ingebed leek in zijn harigheid des mans.
Ja, heerlijk, om naar te kijken, dat dan weer wel.
En zijn haren, golfden als de beste shampoo reclame ooit, tot in zijn nek.
Goudbruine krullen, glanzend en vragend om aangeraakt te worden.
Om doorheen gewoeld te worden.

Ik voerde een intens gevecht met mijzelf op dat moment, hoe kon een man dit in mij opwekken, dat was toch onvoorstelbaar?
Ik kende hem immers niet eens.
Onderzoekend keek hij mij aan, alsof hij als arts mijn hartslag kon waarnemen op dat moment.
De glimlach bleef om zijn mondhoeken.
Ik staarde als een verliefde idioot naar hem. Hij gaf mij een knipoog, mijn keel werd droog. Kurkdroog.
Ik slikte even snel.
Ik vroeg aan hem plotseling, kon mezelf wel voor mijn kop slaan:
Neuken?
Zijn ene wenkbrauw schoot omhoog, ik heb nu geen tijd helaas, zei hij.

Mooie jurk, zei hij nog bewonderend, zijn tong gleed langs zijn mooie lippen, hij knipoogde nogmaals zeer ondeugend en daar ging hij weer.
Voor mij uit, de winkel uit.
Ik moest nog naar binnen. Ik wilde me omdraaien maar toch, bleef mijn blik aan hem vastzitten, alsof ik onder zware hypnose was.
Ik zag zijn postuur, en keek toen naar zijn broek.
Een diepe zucht kwam uit mijn keeltje. Ach wat schattig.
Op zijn kont, hing zijn broek wat losjes slobberig te wezen en sindsdien…?
Val ik wel op mannen met slobberbroeken aan.
Gewoon van achteren, je weet wel. Zo van, ik draag je al 3 dagen, je moet bijna in de was- broeken.
Het heeft iets, die perfectie en dan dat!
Ik heb hem nog niet weer gezien, misschien woont hij niet eens in de buurt, maar toch.
Ik heb nog altijd hoop.

©AngelWings

Bevallen met een hitlersnor

Ans was hoogzwanger.
Haar buik puilde enorm uit en ze kon nog net haar tien tenen aanschouwen maar daar was dan ook alles mee gezegd.
Binnenkort was de bevalling aanstaande en nu dacht Ans daar dus over na. Wat allemaal mee moest mocht ze naar het ziekenhuis moeten gaan.
Een pyama, een tandenborstel met tandpasta, een handdoek misschien ook met een washandje?
Een borstel en make up zou ze als het moest op de dag zelf wel in de tas stoppen.
Oh natuurlijk ze moest haar teennagels nog wat bijwerken en lakken met een zacht roze kleurtje.
Met veel moeite kreeg ze het voor elkaar om bij haar tenen te komen, wat opzij gebuig van links naar rechts en ze kon er echt net bijkomen.
Nou ja het zat er uiteindelijk op, misschien niet perfect maar het was om aan te zien.
Hoe stond het inmiddels met haar bos hout voor de deur?
Bedoel daar keken die artsen dan toch maar tussendoor immers en ivm hygiene, ze zou het zo kort mogelijk scheren. Zover ze er nog bij kon komen dan.

In de douche had zij een spiegeltje rechtop neergezet tegen een toilettas op het wc deksel.
Een beetje bukkend door de knieen scheerde ze zo op het oog, via de spiegel, een mooie landingsbaan op haar venusheuvel. Oh ze schoot wat uit, links en rechts en de landingsbaan werd steeds smaller. Kaalscheren vond ze zelf niet echt mooi maar goed?
Nah dat stond zo seksueel natuurlijk, die artsen zouden wel denken dat Ans een wilde dame was tijdens haar zwangerschap. Nee ze wilde het echt niet kaal.
Helaas mislukte de scheerbeurt intens.
Mistroostig keek Ans later via een grotere spiegel in de slaapkamer naar het resultaat.
Nou ja ze had toch nog een vodje haar over.
De dag erna ging Ans in vliegende vaart naar het ziekenhuis omdat de bevalling was begonnen die nacht en zij toch voor de zekerheid in het ziekenhuis moest bevallen.
Terwijl Ans daar lag te bevallen, met alle pijn en moeite kwamen er allemaal leerlingen in opleiding haar bevingeren.
Vervelend, maar ja ze kon nauwelijks nee zeggen in barensnoden.
Gniffelend liep men dan de gang weer op.
Het ging als een lopend vuurtje door het ziekenhuis. Of men die barende mevrouw al had gezien met het hitlersnorretje tussen haar benen.
Gelukkig hadden ze in die tijd nog geen mobiele telefoontjes.
Ans kreeg een prachtige dochter, waar ze heel trots op was en enorm blij mee was en gelukkig.
Het haar groeide vanzelf weer aan.

©AngelWings

”De Koningsdag-Onwennigen…”

Het klinkt niet echt hé?
Koningsdag!
Ik mis dat ”inne…”?
En zeg nu zelf 27 april voelt echt aan als té vroeg!
Je ziet het aan het weer zelfs, 12 graden en klokslag de dertigste, zul je zien dan is het zondig weer hoor.
Heerlijk heet enzo…
Er zijn vast nog veel mensen die de dertigste langs de weg staan met een vlaggetje, neem het hen niet euvel.
Ze kunnen er niets aan doen.
Ze kunnen er niet aan wennen.
Dus zie je 3 dagen na dato van de koningsnacht en dag…
Mensen, feestjes vieren in hun eendje, tjah dan éh?
Ist zover, zeg maar, dat is er dan weer zo eendje.
”De Koningsdag-Onwennigen…”

En daarbij die koningshuizen kunnen de kids toch best plannen in de zomer?
Wat een gedoe een beetje einde winter, vooral hier hé, een beetje jarig zijn zeg!
Hallo?
Sta je dan te blauwbekken met je oranje muts en oranje jurkjes. Duhuh!!!
Bedoel tis geen dag om eventjes nieuw volk te verwekken hoor op deze manier.
Niks dus, als het gras 2 kontjes hoog is.
Helahi helahoow, je zou toch zeggen voor het vaderland hé?
Even een tranentrekker…:

Nu had moeders Beatrix belooft aan de Oma van Willem, dat 30 april altijd koninginnedag zou blijven toch?
Nu heeft Willem zijn oma onteerd, zeg maar.
Gelukkig heeft Willem gelukkig half, Retarded Nederland, ontzegd nog langer te mogen spelen met pleepotten smieten, koekhappen zonder broek aan,
Ezeltje prik in je anus, en andere idiote spelletjes, want Willem houdt niet van spelletjes nml!
Ik ook niet.
Ik bleef altijd maar thuis met koninginnedag, en ging dan de tuin maar doen ofzo, of de was.
Want er was niks aan!
Allemaal vage mensen ineens, die oude rommel verkochten op straat.
Vaak spullen waarvan je dacht: Jezus mens had dat ff naar vuilnisbelt gebracht.
Gewoonweg oud voddig spul, dat niet eens was gewassen  of schoongemaakt, maar gewoonweg de avond ervoor even snel uit de kasten was gerukt, alsof men plots had bedacht,
om met koninginnedag toch maar wat centjes te verdienen. Vaak las je ook over die foute kraampjes die etenswaren verkochten die zwaar over de datum waren.
Vast nog uit eigen vriezer, van het jaar ervoor.

Ik vind het maar raar klinken na 3 koninginnen, ineens een koningsdag, en had men het nu Koning Willemdag genoemd oké dat klinkt al beter.
Toch?
Ik vind het altijd zo saai op die dag dat ik vaak al graag weer naar huis wil als ik er ben aangekomen zo van, het moet toch leuk zijn en dan dat tis niets aan gevoel…
Dat gedoe en gezuip van bier, en zg leuke muziek,… ik haat bandjes! En dán?
Nou ja ik zal eens kijken wat er te zien valt morgen…maar.. ik vrees het ergste…
Padvinderij natuurlijk, rotzooi op de straat, kutbands,  overal vertrapte plastic bierglazen… brrrrrrr
🙂

 

Anna en Zombie

Anna heeft een nieuwe vriend.
Dat werd ook eens tijd, na enkele maanden alleen te zijn geweest, kwam ze hem tegen.
Zomaar op een zomerse dag in juni.
Hij was aardig en kwam de ramen wassen in de wijk, zodoende raakten zij aan de praat.
Het werd steeds gezelliger, de gesprekjes die zij voerden.
Uiteindelijke zoende Pedro Anna in het park, terwijl hij zijn middaglunch verorberde en Anna naast hem op een bankje zat.
Het was dus aan!
En vandaag zou Anna eindelijk bij Pedro op bezoek gaan.
Ze trok haar leukste kleding aan, stopte haar blonde sprietige haren in een staart, en vertrok op haar omafiets richting de flat waar Pedro woonde.
Hij zou voor haar koken vandaag.
Anna zong op de fiets en de zon scheen vrolijk op haar blonde hoofd.
Eindelijk ze was er, ze parkeerde de fiets voor de flat en belde aan.
Ze ging de lift in en kwam uiteindelijk aan bij zijn appartement. De deur ging en open Pedro keek haar blij aan en kuste haar op haar neus.
Dag schatje, zei hij, kom binnen!
Anna gaf Pedro een flesje wijn voor bij het avondeten.
De gang zag er al gezellig uit, een beetje rommelig misschien, maar toch voor een man was het knus.
Toen ging de binnendeur open en Anna staarde naar de grote kop van een pitbull. De hond keek haar lodderig aan met zijn scheve oogjes.
Bleww, Bleww, blafte de hond naar Anna.
Blewwwwwww!

 

Pitbulls. You have to know the dog before you judge it. Not every Pittbull is made to attack. It depends on who raised the dog. #society gave this dog a bad reputation. But it's one of the prettiest dogs.
Anna schrok zich rot, ze hield echt niet van die honden namelijk. Pedro had nooit verteld dat hij huisdieren had!
Zenuwachtig liep ze langs de hond, die met zijn natte bek tegen haar jurk aankwam. Oh god wat als hij mij bijt, dacht Anna. Ze laten dan nooit meer los.
Straks ben ik een been kwijt, gatverdamme dacht Anna.
Oh dit is Zombie, stelde Pedro zijn intens geliefde hond voor. Ze is heel lief en bijt echt niet hoor, lachte hij naar Anna.
Ik ga in de keuken even wat inschenken voor ons, ga zitten, ik ben zo terug.
Zombie, wat een naam dacht Anna nog en met tegenzin ging zij op de bank zitten.
De hond kwam bij haar zitten, hij keek haar weer met die scheve ogen aan en blafte weer: Blewww, BLEEWWWW!
Anna kreeg bijna een paniek aanval.
Oh god, dat voelen ze, die beesten, dacht ze nog zenuwachtig. Ze begon op haar nagels te bijten.
De hond kwam nog dichter bij haar zitten, bijna met de kop op haar linkerschoen.
Oh grote griezels, dacht Anna dit gaat niet goed.
Pedro was aan het zingen in de keuken en hij kwam, zo leek het, pas na uren die keuken weer uit met twee glazen fris met ijsklontjes erin.
Zo schatje, heb je al kennis gemaakt met Zombie?
Mijn lieve meisje, hé? Hij aaide het dier over de enorme kop, de hond liet haar tong uit de bek hangen en lebberde de baas eens flink over zijn hand.
Eh, ik hou niet zo van dit type honden sorry, zei Anna stijfjes. Verbaast keek Pedro haar aan. Dat ga je niet menen! Ze is heel lief!
Ja, dat zeggen ze allemaal, zei Anna.
En op een dag bijten ze toch en dan goed.
Welnee, dat ligt aan de opvoeding van de baas hoor, zei Pedro zelfverzekerd. Ze zijn gefokt op valsheid, hield Anna vol. Pedro ging een muziekje opzetten, en kuste Anna op haar mond. De hond blafte, Blew, Bleww, een schorre asociale blaf, vond Anna wel.
Alsof die hond dagelijks in de kroeg kwam, zeg maar. Oh, Anna kon zich niet ontspannen.
En wat was de hond toch vreselijk lelijk, die bek zo groot en die schele ogen!
Wat vond Pedro nu leuk aan zoiets?
Anna kon het zich niet voorstellen, dat je dat als huisdier zou willen. Op de bank duwde Pedro, Anna achterover, maar Anna was zo stijf als een plank. Wat is er meisje? Vroeg hij bezorgd. Die hond Pedro, ze moet uit de kamer ik ben bang voor haar!
Mopperend sloot Pedro de hond op in een slaapkamertje en kwam terug. Anna dacht aan een relatie met Pedro en eventueel kinderen die dan door de hond zouden worden gebeten. En zij zou geen voet meer durven verzetten dankzij die hond. Ze wilde dit dus echt niet.
Ze zei dan ook tegen Pedro dat die hond weg moest, als hij een relatie met haar wilde. Pedro was boos, en zei dat hij Zombie echt niet weg zou doen voor haar.
Zombie blafte vanuit de slaapkamer, Blew, Blewwwwwwww!
Blew!
Pedro had er wel zin in, zijn Anna en snel trok hij zijn broek uit, zodat ze misschien wel direct met hem het genoegen van seks wilde delen.
Vol afschuw keek Anna hem aan, en toen naar zijn geslachtsorgaan, die vreselijk klein was.
Ik begrijp het al, zei Anna, ze stond op en trok haar Jurkje recht. Het is dus waar.
Zombie is je verlengstukje.
Anna vertrok en kwam nooit meer terug, dankzij Zombie.
Zombie blafte haar nog blij na, Blewwwwwwwwwwww, Bleuwwwwwwwwwww, de hond leek te joelen van vreugde bijna.
In het vervolg vroeg Anna bij elke nieuw ontluikende liefde eerst of de man een huisdier had en welke dat dan wel niet was.

©AngelWings