Home Korte Verhalen

Korte Verhalen

Waarom?

Waarom?

 

Verdrietig staarde ze naar haar MSN, hij was alweer niet online.Ze keek even snel in de msn plus, om te kijken of hij misschien online was geweest op een moment dat zij er niet was.
Photobucket

Maar zelfs plus gaf niets weer, geen teken van leven van zijn kant. Moedeloos sloot ze haar laptop af en ging naar haar bed. Al 5 dagen was hij niet online geweest en had hij geen enkele keer haar mails beantwoord.

Frustrerend was dit, en wat wist ze nu eigenlijk van hem? Ze hadden enkel gechat met elkaar, en met de webcam hadden ze elkaar bewonderd. Hij was mooi, zeker. En na 6 maand chatten, miste ze hem wel degelijk nu hij haar zo ineens liet vallen. Wat was er aan de hand, had ze iets fout geschreven? Een verkeerde smiley ergens geplaatst die niet goed was aangekomen? Nee zo moest zij niet denken. Misschien was er iets gebeurd? Een ongeluk ofzoiets?

Ze kon de slaap niet vatten en bleef maar denken aan het “waarom”! Ze begreep het niet en al malende viel ze toch langzaam in slaap, een rusteloze slaap.

Ze droomde over een mail die binnenkwam, maar niet van hem!

En weer een mail, maar weer niet van hem, en weer en en weer…en weer. Toen de wekker ging om 7 uur, werd zij vreselijk vermoeid wakker. Slaapwandelend bijna ging ze de deur uit en kwam bijna onder een auto toen ze met haar fiets door het rode licht fietste. Mopperend stond ze trillend langs de rand van de stoep met haar fiets in haar hand. Ze zag lijkwit.

De autobestuurder stak zijn middelvinger op naar haar en reed met piepende banden weg. Het begon op dat moment ook nog eens hard te regenen.

Zou hij een ander hebben, fantaseerde ze verder. Zuchtend stapte ze weer op haar fiets. Ditmaal beter oplettend door het verkeer, reed ze naar haar werk. Op kantoor die dag, was zij niets waard.

Witjes, zat ze daar maar te denken, aan het “waarom”.

Hoopvol sloot ze om 5 uur die middag haar pc af, want op kantoor mochten ze niet op internet komen, uiteraard. Stel je voor in de baas zijn tijd een beetje teveel leuteren online… In stilte vervloekte ze haar baas die dag wel duizend maal.

Maar ze kon eindelijk weer naar huis, haar mail checken, en dan, misschien, was hij wel online!

Blij fietste ze naar huis, ditmaal geen verkeersonveilige overtredingen makend. Ze smeet haar fiets tegen haar huisje, en wist niet hoe snel ze de sleutel moest pakken om de deur te openen.

Ze rende de hal in, smeet haar jas half op de grond, onder de kapstok en rende de kamer in om haar laptop aan te zetten. Onderwijl deed ze snel water in de waterkoker en pakte een grote mok, om een kop koffie te zetten.

De magnetron maaltijd kwam later wel, dacht ze en ze liep snel terug, met een klotsende beker koffie, naar haar laptop, eindelijk, ze zat!

Ze opende haar email, en als een volle klap teleurstelling, brandde ze haar tong op het moment, dat ze een slok gloeiend hete koffie dronk en tegelijkertijd erachter kwam, dat hij nog steeds niet gemailt had!

Bij het openen van haar MSN, zag ze dat hij alweer niet online was!

Laaiend werd ze, wat kon ze nu toch doen? Zenuwachtig tikte ze met haar sandaaltje op de parketvloer, tik tik, tikkerdetik. Wat nu? Zuchtend dacht ze diep na, ze had geen adres van hem. Ze wist niet wat zijn achternaam was!

Haar mond deed pijn evenzo haar hart. Wat had ze dan fout gedaan? Was het misschien het lingeriesetje die ze gedragen had de laatste keer op haar webcamsessie met hem?

Ze snapte er werkelijk niets meer van, ze las de berichten nog eens door op MSN, en ook de mails die ze elkaar gezonden hadden.Het was al donker voor ze besloot dat ze haar magnetron maaltijd maar eens ging opwarmen. Haar maag knorde nml. Ze had geen enkele aanwijzing waarom hij niets meer liet horen van zichzelf.

Twee weken later was er nog niets veranderd en ze zag steeds witter en was oververmoeid. Ze sliep slecht, ze had werkelijk gedacht dat hij iets voor haar was gaan voelen, dat had hij ook geschreven nml. Ik hou van je lieveling, we moeten maar eens snel afspreken. Maar niets, de lijn was dood. Ze wist het niet meer, ze wist het echt niet, ze mailde hem, waarom laat je niets meer horen, ik mis je.

Maar niets!

Geen antwoord. Op een dag kwam ze dan toch op een idee, een plan om zijn hotmail te hacken was de optie nml! Zo kon ze misschien meer achterhalen over hem. En al zoekende op internet kwam ze aan een hackprogrammaatje voor hotmail. Fluitje van een cent was het.

Ze was binnen! Ze zat in zijn mailbox! Zuchtend nipte ze aan haar wijntje, hm vele mails van haar waren nog ongeopend zo te zien. Hij had ze niet gelezen, wacht eens? Prullenbak? Kwamen haar mails binnen op zijn prullenbak?

Haar pantoffel tikte nerveus op de parketvloer, tik, tik, tikkerdetik.

Dat kon niet waar zijn!!! Zij in zijn prullenbak? De tranen schoten in haar ogen, waarom nu toch? Ze begreep er niets van, nog niet tenminste. Ze zocht verder en haar oog viel op enkele nieuwe berichten.

Maartje was haar naam, foto’s van Maartje in vol ornaat, Maartje blond met grote zwoele ogen, Maartje. De naam Maartje leek een vies woord opeens. Maartje met blote borsten, Maartje in haar blote kont, Maartje met gespreide benen. MAARTJE!

Misselijk was ze ervan, ze stond op en gaf over in de keukenwasbak, MAARTJE!!! Galmde het door haar hoofd. Dus MAARTJE had hem van haar afgenomen, die valse MAARTJE toch.

De tranen liepen over haar gezicht, een snottebel liep uit haar ene neusgat, die steeds roder werd, die neus.

MAARTJE! Snikkend liep ze naar haar laptop. Ze klapte hem dicht met een zwaai van haar arm, ze pakte de laptop op, liep naar de balkon deur en smeet hem pardoes de straat op. Kletterend viel haar laptop in stukken en weergalmend in de nacht, hoorde ze nog een ding…MAARTJE!!!
Photobucket

Die nacht sliep ze eindelijk weer eens goed, voor het eerst sinds 3 weken

Veertig tinten grijs

Veertig tinten grijs

 

Het regende buiten, het raampje stond open in de doucheruimte, en daar stond zij.
Prachtig lang blond haar, een wipneusje, wangen als hollands welvaren.
Het was een mooie meis zeg maar.
Ze moest de was doen die dag, ieder had een taak, en ditmaal moest zij vier wassen wegdraaiden die dag. Ze deed dit zingend en heupwiegend.
Joris keek toe, zittend op een wasmachine. Liesje was een mooi meisje vond hij.
Haar bolle borsten vielen bijna uit haar strakke t shirtje als zij zich bukte.
Joris vond dat niet zo erg. In feite het was best wel warm daar in de doucheruimte. Hij veegde het zweet van zijn voorhoofd. Hij zag Liesje wel vaker de laatste tijd en hij droomde veel over haar.
Joris trok zijn shirt uit en zag de bewonderende blikken van Liesje.
Hij stond op en paradeerde wat langs haar blikveld. Hij wist heus wel hoe dat moest.
Hij kwam dichterbij haar, en terwijl ze net de was deur dichtdeed van de wasmachine, botste ze bijna tegen hem op. Hij zag hoe een druppeltje zweet parelend tussen haar borstengleuf zijn weg vond naar beneden. Hij keek Liesje eens diep in haar ogen, ze had chinese ogen en hij vond het prachtig.
Schuinstaande ogen die hem wellustig aankeken, zou hij het durven?
Ja hij deed het, hij bukte zich en likte het druppeltje zweet van haar borsten. Glimlachend kwam hij weer omhoog en keek haar aan. Ze likte haar zachte donzige lippen vochtig. Hij zag het glanzen van haar mond, en hij, kon zich niet langer beheersen. In zijn buik trilde een emotie hem niet onbekend. Hij moest haar hebben, nu!
Hij trok haar mee een zijkamertje in en trok haar jurk uit, snel en doortastend, zo was Joris.
Op het kastje achter hen, lag een rol ducttape, snel trok hij dit naar zich toe, en ontrolde een meter ducttape. Hiermee bond hij haar handen samen, ze giechelde, en ontsloot haar lippen, haar tanden staken wit af tegen haar rode wangen. Haar donkere ogen keken hem wanhopig stout aan.
Joris voelde hoe zij haar wang tegen de zijne duwde. ‘Oh Joris’, kreunde zij zachtjes.
Joris ontstak in een wild vuur. Hij trok snel zijn broek uit en duwde Liesje op haar knieën. Hij duwde haar gezicht tegen zijn stijve geslachtsdeel. “Kom nu Liesje, doe even dan”, smeekte Joris. Hij kneep zijn ogen al dicht voor het genot dat hem stond te wachten.
Liesje nam zijn genotsstaaf in haar grote mond en deed alsof het een lolly was.
Joris kreunde het uit. Die lekkere Lies toch, en kijk haar borsten eens zwabberen. Joris werd gek van verlangen.
Hij duwde haar snel op haar rug op de grond, haar handen achter haar hoofd, hij stak een potlood in haar geslachtssleuf, dat vond Liesje niet zo leuk. Ze riep hem toe: ’Nee, niet doen Joris’. Toch ging Joris nog even door met zijn spelletje. Hij vond dit wel leuk namelijk.
Hierna duwde hij Liesje op haar buik op de grond, hij trok daarbij wild aan haar haren, ze schreeuwde het uit van de pijn. Joris lachte alweer.
Zijn kloppende geslachtsdeel stak hij wild in haar, wild nam hij haar gelijk een cowboy.

 

Plots ging de deur open, de leidster van de groep kwam geschokt naar binnen.
‘’Liesje, wat heb jij gedaan?’’ Liesje keek verschrikt op. In de armen van de leidster droeg ze een wasmand. De was, was alle tinten grijs.
Verkleurd dus. “Nou Lies ik had gedacht dat je de was wel goed kon scheiden, maar blijkbaar niet”, mopperde de leidster.
Ze zette de wasmand neer en pakte een zwarte sok, die de boosdoener was, van de verkleurde witte was.
Liesje lag nog gebonden op de grond. Joris was even stilgevallen en keek naar wat er gaande was.
Kon dat mens niet weg gaan nu wisten ze het wel.

‘’Veertig tinten grijs’’, mompelde Liesje onder hem. De leidster van het tehuis voor geestelijk gehandicapten gooide de deur met een harde klap dicht.

‘’Zo’’, murmelde Joris, ‘Veertig tinten grijs hé?’

Liesje kreunde het uit.

©Angel-Wings.nl

Iek ben die Selfie specialiest.

Iek ben die Selfie specialiest.

Goedendag mensen,
ik stel mij voor als de specialist van de Ambieselfies.
Er is een nieuw woord gevonden voor de zelfgemaakte foto’s van u zelf.
Maar laten wij wel zijn, met zijn allen, de Selfie is leuk bedacht, maar niet nieuw.
Velen deden dit al jaren, voor men wist hoe men het zou gaan noemen.
Uiteraard ben ik zeer bedreven in het Selfieën en ik heb dan ook genoeg tips in deze.
Ware het niet dat ik meer gespecialiseerd ben in de tips voor mensen voor het maken van een AmbieSelfie…
Nu vraagt u zich af, wat is een AmbieSelfie?

Nou het gaat zo, u heeft vast ook wel enige vreemde aparte kennissen waarvan er soms één iemand zich afvraagt , ”wat is dit, ik heb er last van, en ik durf niet naar de huisarts om het te laten zien”.
Natuurlijk laat niemand dit aan anderen zien, zo onsmakelijk is het blijkbaar.
Want als je mensen kent die dit hebben, dan zie je gezichten betrekken…

Ik zal u uitleggen welke raad u dan moet geven.
Mijn advies is graties en voor nieks!

Bij een ambieselfie zorgt u voor voldoende licht.
U gaat staan in een zeer stabiele houding, doet wat rek en strekoefeningen, zodat u niet plots omver valt, tijdens het maken van de ambie selfie.

Hierna trekt u uw broek naar beneden, en uw ondergoed. Gewoon op de sokken neder laten dalen, later kunt u dit gewoon weer optrekken.

Houd uw camera in de aanslag, en buk voorover.

Ga zover mogelijk naar voren en probeer de camera tussen uw benen te duwen.

Ambie

Spreid uw benen een beetje veel, zoveel als u kan.

Hierna maakt u de foto, van uw aambeien, mits het dat was, waar u vragen over heeft. Het kan ook over iets anders zijn maar dan zou het geen ambie selfie heten natuurlijk.

Op de tekening ziet u hoe het niet moet, uw hoofd mag niet op de foto komen uiteraard, i.v.m. anonimiteit.

Hierna stuurt u de zelfgemaakte ambieselfie naar uw pc, print deze daarna uit.
Maak een anoniem emailaccount aan, en stuur hierna de foto anoniem naar uw huisarts, met vermelding van uw nieuwe anonieme email account.
Schrijf in de brief, dat mocht uw ambie selfie inderdaad duiden op een aambei, dat hij u kan terug mailen, dat u langs moet komen.
Is er geen sprake van aambeien, dan hoeft de arts u niet terug te mailen.
Vraag wel met nadruk of hij u binnen 2 weken terug wil mailen, anders wordt u ook zo zenuwachtig.

 
© AngelWings

Schieten op de snelweg

Photobucket

De regen druppelde van zijn pet op de punt van zijn neus.
In zijn nek droop ook een kille druppel, zo zijn kraag in.
Wat een klotenzomer toch, hij baalde enorm.
Waakzaam keek hij om zich heen, de auto’s reden af en aan.
Achter hem stond zijn auto, wel een eindje verderop. Aan zijn voeten nog zijn oude Nikes.
Daar kon hij hard mee wegrennen als het nodig was.
Een politiewagen reed voorbij, snel dook hij weg en wreef zich in zijn nek.
Het water maakte zijn hals vochtig, een verkoudheid erbij zou de zaak geen goed doen, dat wist hij.
Zijn vader ook.

Hij veegde tevens het zweet van zijn voorhoofd, parelend van de schaamtevolle hitte die zijn lichaam in bezit nam.
Trage adrenalineactie van zijn lijf, hij wist het, de agenten waren al weg namelijk.
Hij durfde niet zo goed, het was enorm druk op de weg.
Hij kon het, dat wist hij wel.
Gewoon een schot en klaar, geen schade aan mensen, alleen het glas.
Meer niet.

Geen enkel mens raakte hij, hij had er jaren voor geoefend op de schietbaan samen met pa en zijn broer.
Maar alleen hij was zo accuraat.
Zijn jongere broer schoot erg fout, dan hadden ze de poppen aan het dansen.
Maar elke keer als het in het nieuws kwam, proefde hij de angst bij die mensen, die het overkwam.
Dan voelde hij zichzelf ook beroerd worden.
Want het was zijn schuld nml.
Hij deed het, hij schoot gewoon op auto’s en waarom?
Had hij dan een keuze?
Hoe kon zijn vader alles nog betalen?
Hun bedrijfje was bijna failliet, dankzij de euro en de hoge lasten.
Hij moest toch zijn steentje bijdragen ook al was het niet favoriet, maar ze moesten toch overleven?
En elke dag stond hij daar ergens in de buurt aan de snelweg met zijn luchtbuks, gewoon een raam kapot schieten.
Dan kreeg pa misschien weer klanten.
Tegenwoordig ging iedereen naar Carglaszz, irriterend bekend van de radio en tv het leek wel een hersenspoeling die de mensheid kreeg. Maar pa kreeg zo geen klanten.
Dus daar stond hij weer, hij dronk koffie uit zijn thermosfles, en nam een hap uit zijn boterham met kaas.
Het bleef ook maar regenen.
Hij zuchte eens diep.
Ah daar was er plots rust op de snelweg.
En een auto kreeg hij in het vizier, geen kinderen dit keer gelukkig, want dat vond hij wel zo erg.
Nee iemand alleen.

Hij keek en gooide zijn thermoskan snel in de tas, pakte zijn luchtbuks en richte…
“Pengggggg” hoorde hij.
Snel pakte hij de tas en rende naar zijn auto.
Zijn versleten Nikes deden hun werk wel.
De auto starte snel….
weg reed hij met in zijn achterhoofd nog het beeld van de slingerende auto op de snelweg.
Ach ja dat kwam wel goed, hij kon goed mikken op ramen.

AngelWings

Hannes en Jan Godenzonen -verhaaltje

Hannes en Jan Godenzonen -verhaaltje

Heel lang geleden op het woonwagenkamp van Aartien, was er een nieuw geloof ontstaan. Namelijk dat Hannes van Beertiena de zoon was van God.
Iedereen geloofde dat op het kamp en dit ging jaren door.
Eeuwenlang wist men dat ”Hannes”, de Goden zoon was geweest onder de kampers.
De meesten geloofden er heilig in, Hannes was diegene, die alle woonwagens die kapot gingen, zomaar wonderwel gerepareerd werden zonder dat Hannes eronder lag te prutsen.
Nu dat was toch wat.
En als Hannes met zijn grote handen op iemand zijn lijf zijn warmte energie doorgaf was diegene direct genezen voor lange tijden. Koppijn, rugpijn, alles haalde hij weg, hij had zelfs een kind uit de dood opgewekt.
Ja, men wist het nog goed te vertellen.
Het ging over van grootouders op de kinderen en ja, wie geloofde er nu niet in de heilige Hannes.
Iedereen, hoewel?
Op een groot woonwagenkamp in westersmilde, was een kamp dat niet geloofde in de heilige Hannes, maar in de heilige Jan!
Jan dat was me er een, die kon alles, 5 eeuwen terug, werd hij geboren bij Jantien, en Jantien had hem zonder seks ontvangen. Wat dat dan was wist men niet precies. Misschien had ze haar hoogblonde zoon wel gestolen van rijke mensen. Maar Blonde Jan, was heilig en een echte goden zoon.
Als Jan een kapotte woonwagen zag, was de wagen al klaar, alleen zijn blik was al voldoende nml. om de wagen weer in goed verkerende staat te doen verkeren.
Als iemand pijn in zijn kop had en Jan kwam deran, dan was het al over, hij zag en overwon!
Hij genas ook paarden, wat ze ook hadden, het was over als Jan langskwam en ze in het oor fluisterde.
Maar ene Hannes, nee daar wilde men niets van weten!
Kom, kom zeg onze blonde Jan! Dat was hem.
Niemand minder.
Dit kwam het woonwagenvolk op woonwagenkamp Duistereberg ter ore, en geloof me ze waren er niet blij mee!
Wat voor den donders had men nu weer bedacht een Blonde Jan!?
Kom zeg dat was geen volbloed kamper!
Geen denken aan.
Op een dag waren de gemoederen zo verhit dat men op weg ging richting het kamp van Blonde Jan!
Men moest even wat recht zetten, nu ging dat gepaard met rieken en harken en schoppen en veel bombarie.
Bij Jans kamp aangekomen, vond men een rustige bevolking die wat vreemd opkeek naar de wildebrassen van Kamp Hannes.
Wat ze kwamen doen enzo.
Nou eh dat leek hen wel duidelijk er was maar een Goden zoon en dat was Hannes, klaar en punt uit!
Wat zouden we nu gaan krijgen zeg.
Er volgenden wat vuistslagen over wie er nu gelijk had en dergelijke, zo ging dat daar.
Toen wat fikse scheldpartijen, toen wat doodsverwensingen over en weer, want niemand kwam aan hun godenzonen!
Nee geen denken aan.
Hierna schoot iemand van kamp Jan iemand dood van het kamp Hannes.
Een hele toestand.
Daarna schoot iemand van het kamp Hannes iemand dood van het kamp Jan.
En zo ging dat maar door over en weer.
We hebben het nu wel over vele jaren verspreid uiteraard, maar de dwaasheid?
In elk geval er bleef weinig kampvolk over.
Zowel Jan, als Hannes draaiden zich om in hun welbebloemde met kersverlichting verlichte graven.
Er was geen stoppen aan.
Tot op een dag Christelijk stiekem gelovige, slome Dientje, van kamp Jan, een mager scharminkeltje, haar kleine oogjes liet vallen op de kamper van het volk van Hannes, Harm was zijn naam en Harm was een mooi kerel.
Dientje hield haar oogjes niet van zijn lijf, en ook Harm kon dat deerntje dat zo teer en mager was wel waarderen.
Ze had mooie zwarte haren namelijk, heel lang tot over de billetjes ook al waren deze klein.
Heel stiekem gingen ze er vandoor een nacht en voor kampers betekend dit toch dat ze zo goed als getrouwd zijn!
Zo kwamen zij terug, in elk kamp, met uitgestreken smoelwerken.
Zo van wat willen jullie nu?
Dientje begon als eerste, dat ze enorm boos was op haar volk, want misschien had God wel meerdere zonen, hierbij keek ze verliefd naar haar Harm.
En waarom zou dat niet kunnen, al die haat en nijd, het moest maar eens over en uit.
Toen vertelde Dientje over Jezus dat zij daarin geloofde, en dat het eigenlijk niet uitmaakte wie nu echt een zoon van God was, want waren zij niet allen kinderen van God?
Had men daarom mensen gedood. Moest men zich niet diep schamen.
En ja dat deed men, die magere deern, zonder kont in der broekje, stond daar maar wat te kletsen maar ze had wel gelijk immers.
En Dientje en Harm waren gelukkig saam, moesten zij dat alles kapot maken omdat ze dachten dat ze gelijk hadden?
Men had veel om over na te denken, maar Harm maakte twee prachtige beelden, twee godenzonen, en met meer armen en benen en ogen, dan waar kon zijn.
Hij noemde het het Jan en Hannes beeld, de zonen van Gods stond eronder gebeiteld, daar was Harm goed in.
Steenhouwen.
Ze leefden hierna nog lang en gelukkig.
Het kan dus best wel!

©AngelWings

De Oude man

De Oude man
Photobucket

In een Amsterdam, op een bovenverdieping, lag een ouderwets woonkamertje, verscholen in vergetelheid, zoals de klok tikte, de tijd en de seconden van het leven ver weg, van de dagelijkse werkelijkheid. Het stof dwarrelde door het kamertje heen en de oude man in zijn stoel voor het raam, lag met zijn mond wagenwijd open te slapen. De zon scheen nog net in het kamertje

waardoor het leek of er een ouderwets waas over het geheel kwam. Alsof het hier ging om een vergeelde krant. die men had uitgestald om zijn bloemen te beschermen voor het raam

de man rochelde wat in zijn slaap en zijn bril zakte voorover over de punt van zijn neus

bijna gleed hij eraf. Het hoofd schokte wat. En de man gleed met zijn hoofd opzij

een luide snurk makend en een schokbeweging met zijn schouders. In zijn dromen maakte hij zijn leven weer mee en allerlei kwam in beelden voorbij,

beelden onsamenhangend, in het geheel.

Hij vroeg zich niet meer af hoe laat het was, het was al laat nml. De zon was onder, toen hij ontwaakte uit zijn slaap en in het donker keek. De stilte ontroerde hem opeens, alsof hij daar veilig in zijn eigen wereldje zat en niemand dat nog kon raken behalve hijzelf. Hij stond op en schurkte langs de tafel en liep tegen de leunstoel aan, die nog van zijn overleden vrouw was geweest, zijn Hannah. Hij zuchtte weemoedig toen hij aan haar dacht en dat deed hij nu al jaren zo.

In het kleine keukentje kookte hij een eitje en een bordje pap wat snel klaar was met wat gekookte melk van het fornuis. De melk kookte zoals gewoonlijk over en er lag een rand van aangekoekte en overgekookte melk rondom de gaspitten. Het was er smerig, maar toch was er sfeer in het kleine appartement. De oude man veegde de keukentafel schoon van de uitgedroogde broodkruimels van die morgen en zette zich neer aan het kleine tafeltje met het geblokte plastic zeil. Zuchtend at hij zijn kleine en sobere maaltijd. Bij het raam stond een kleine kandelaar, zevenarmig, en in de vensterbank stond een foto van zijn vader, vergeeld oud en verfrommelt in het lijstje, ernaast een omgevallen lijstje. Hij zag het niet meer. Hij zuchtte nogmaals en keek naar buiten de nacht in, en zijn geest vloog naar lang vervlogen tijden, zoals elke dag tikte de klok. De tijd weg. De uren. De minuten. De seconden. De dagen. De jaren. En hij? Hij was allang niet meer onder ons, zijn geest was ver weg in een ver verleden. En elke dag als de thuishulp kwam om hem te wassen en om zijn huisje met de Franse slag aan kant te maken dan sprak hij honderd uit, over zijn Hannah en zijn zoon

die in Amerika woonde, die nooit meer thuiskwam, zijn zoon, zijn alles, wat hij nog had.

Dat was zijn leven geweest…En de dag kwam, dat in dat kleine kamertje een man in zijn stoel in sliep om nooit meer wakker te worden. In zijn stoel lag hij daar. In alle stille stilte.

En de zoon die later in dat kleine kamertje rondliep. Om afscheid te nemen, proefde de sfeer van rust en ouderdom en wiste de tranen uit zijn ogen, voor zijn oude vader die niet meer was. Enigszins spijtig met wroeging, dat hij zijn vader al die jaren alleen had achtergelaten, doch hiervoor was het immers nu al veels te laat. Hij nam daarna de kandelaar uit de vensterbank en pakte het omgevallen lijstje van zijn moeder Hannah van de vensterbank en vertrok uit het rustige paradijs. Het kleine kamertje in Amsterdam. Het domein van de oude man.

Frederico

Lijst
Frederico zuchtte eens diep.
Op zijn gebochelde schouder droeg hij zware zakken meel naar de molen.
Al jarenlang was dit zijn dagelijkse taak, en was hij oud en versleten en enorm lelijk geworden.
De tand des tijds, zeg maar.

Op zijn ooit zo vol behaarde hoofd hingen welgeteld nog 11 overgebleven vage haaruitgroeiselen.
Zijn tanden daarvan miste hij er wel tig, hoeveel wilde hij al lang niet meer tellen. Hij had een grijze baard als beharing dat alles nog wat cache gaf.
In de spiegel keek hij al lang niet meer, toen hij aftands raakte, gooide hij al zijn spiegels weg, ten einde raad, hij kon niets veranderen aan het zelf.

Ooit was hij een schitterende adonis geweest van Italiaanse origine.
Prachtige spieren, prachtig zwart haar, dat in golvende krullen om zijn mannelijke engelengelaat golfde.
Een mooi strak lichaam, waar vrouwen om stonden te springen.
Oh ja,… Frederico was ooit een zeer begeerd man geweest, maar sinds hij de 70 was gepasseerd werd dat wel minder.
Hoewel hij nog niets te klagen had hoor.
Welnee.

Hij kon nog genoeg dames versieren, ondanks zijn oude kop.
Hoe, dat wist niemand.

Niemand die het begreep, niemand die…ook maar in kon zien hoe.
Toch ging er een verhaal, maar omdat niemand er ooit iets over los liet, wilde men het niet geloven.
Of toch wel?

Het scheen aan de hand van vele verhalen zo te zijn dat Frederico 2 penissen had…
Ja echt, 2 stuks maar liefst.
En hij kon er wat van!

Het was een groot geheim,
nu hield Frederico altijd zeer wijselijk zijn mond hierover.
Maar de dames, niemand wilde er over uit wijden, men schaamde zich diep inzake de inmiddels lelijke oude man.
Ja zeer spijtig was het dat zijn uiterlijk in de loop der jaren onooglijk was geworden, maar qua energie en denken, en doen was er weinig veranderd aan hem.
Frederico genoot enorm van de heimelijke belangstelling die hem overkwam, als hij s ‘avonds naar zijn huisje liep en er weer een mooie deern in het steegje op hem stond te wachten.
Als zij aarzelend aan hem vroeg of het waar was.
Natuurlijk is het waar, bella, mompelde hij dan.
En hierop schuifelde hij zijn huisje binnen waarbij hij de deur open liet, om de dame te laten volgen, richting zijn bed.
Wat hij allemaal deed om die schone dames te beminnen, ach.
Daarvoor zou een boek vol, nog niet genoeg zijn om dat te vertellen, maar laten wij blijven bij het uiteindelijke resultaat, dat de dames ”gelukkig” zijn huisje verlieten.
Maar geen één die het geheim verklapte.
In de wandelgangen, ja…werd er gefluisterd door echtgenoten en moeders, maar niet één die er het fijne van wist.

Het genot scheen zo volledig te zijn, dat de dames er nimmer ooit over repten nml.
Die Frederico, en zelfs nu nog…weet niemand er het fijne van.
De onoogelijke lelijke Italiaan, die zijn uiterlijk niet langer mee had, maar toch de innerlijke verfijning bezat en misschien nog wel veel meer dan dat!
Maar wat dat was wist men niet, niet echt… Het was een groot geheim.

AngelWings
@

Het Pokemonster

monster - Google zoeken:

De hitte lag zinderend op het wegdek, trillingen stegen op van het asfalt.
Sven keek op van zijn mobiel en zag hoe de lucht voor zijn ogen trilde.
Hm, apart dat wel, vond hij.
Hij was het nog niet zo gewend om buiten rond te struinen.
Vanaf zijn 7e verjaardag had hij een computer gekregen van zijn ouders en in feite had hij daar jaren van zijn leven verdaan achter dat ding.
Hij kon gamen als de beste, hij speelde dit spel dan ook dagelijks, urenlang.
Dit hield in dat hij z.g.a. jaren niet meer buiten kwam.
Maar inmiddels, dankzij de nieuwe game van Pokemon, kwam hij weer dagelijks buiten en zelfs vele uren lang. Zelfs zijn armen raakten gebruind, voor het eerst sinds zijn jongere jaren.
Sven was inmiddels 23 jaar oud.
Hij voelde zich wel prettig, zoals het nu ging.
Sven was een lange magere jongen met nog steeds een rugzak op zijn rug,simpele doorsnee kleding, zijn haren waren lang en verwilderd, op zijn neus droeg hij een donker montuur.
Hij had niets op met mode, het interesseerde hem niet zo en in feite droeg hij nog eenzelfde soort kleding als toen hij zeven jaar oud was.
Maar inmiddels, zag hij weer iets van de wereld, de levenden, de mensen, en ergens besefte hij wel wat hij gemist had al die jaren.
Hij zag weer mensen, hij sprak zelfs met mensen. Dat viel nog niet mee, zijn stem leek wel vastgeroest te zijn, omdat hij eigenlijk jarenlang met geen mens meer écht had gesproken.
Maar nu leerde hij weer om te communiceren en dat vond hij toch wel fijn.

Vandaag was het bizar heet, 35 graden zelfs.
Maar toch wilde hij een nieuwe Pokemon scoren.
Hij had al vele uren rondgelopen, van het park tot aan het ziekenhuis en weer terug, want ergens verstopt tussen de bomen moest er een Pokemon zijn.
Het was er best druk, ondanks de hitte.
Sven kneep zijn ogen even samen, om weer te focussen op zijn smartphone beeldscherm, vooruit hij ging er weer voor. Hij tuurde naar het beeld en zag nog niets.
Maandenlang had hij zich hierin verdiept. Hij speelde dagelijks Pokemon.
Hij droomde in de nacht van Pokemon’s, die overal waren, overal rondom de mensheid op de meest vreemde plaatsen.
Een virtuele wereld, die steeds meer leek te versmelten met de realiteit.
Nu kende Sven na al die jaren gamen, al niet veel realiteit meer.

Het was die avond een mooie zomeravond en Sven liep met zijn bakje patat naar een bankje in het park.
Er zaten nog twee mensen op het bankje, ook op zoek naar de Pokemon dichtbij.
Ze spraken af om door te gaan in het donker, met elkaar.
Op jacht naar de Pokemon in het bos.
Ergens moest er één zijn.

Rond het middernachtelijke uur liepen zij nog steeds tussen de struiken te banjeren.
Het was gelukkig volle maan, dus ze konden nog zien waar zij liepen.
Sven struikelde echter over een boomstronk, en lag even voluit, plat voorover op de grond.
Tegen de tijd dat hij opstond, zag hij zijn twee medezoekers niet meer.
Plotseling waren zij verdwenen. Hij riep hen nog maar vreemd genoeg hoorden ze hem niet of waren ze al te ver weg.
Sven haalde zijn schouders op en liep verder.
Continu turend op zijn mobiel.
Ergens verderop zag hij een vreemd rood licht schijnen op zijn beeldscherm.
Daar moest hij dus zijn.
Sven liep snel door, richting het schijnsel.
Hij keek door zijn beeldscherm naar de Pokemon die hij zou zien, als eerste!
Ja, daar was wat te zien, maar wat was het?
Sven zijn adem stokte hem in zijn keel.
Op zijn beeldscherm staarde een duivels wezen hem aan.
Sven keek op van zijn mobiel en zag niets.
Hij zag enkel het duister van de bomen. Hij keek weer op zijn beeldschermpje en zag het weer een monsterlijk wezen dat hem grijnzend aanstaarde.
Sven werd plotseling intens duizelig. Hij wreef eens over zijn voorhoofd, welke vochtig was, was het zweet of was het bloed?
In het, door de maan beschenen donkerte, zag Sven tot zijn schrik een zwarte vlek op zijn hand, bloed dus?
Hij voelde nogmaals aan zijn voorhoofd, een flinke snee, niets ernstigs toch? Was hij soms even buiten bewustzijn geweest?
Waren zijn medezoekers vertrokken zonder hem?
Sven wist het niet, maar voor hem was een naar lelijk wezen dat een Pokemon zou voorstellen.
Hij tuurde nogmaals naar het beeldschermpje, ja, kijk daar was het weer, het wezen was dichterbij gekomen.
Sven schrok weer intens, want het was een smerig wezen, wanstaltig lelijk en griezelig.
Dit was zo geen Pokemon wat hij kende…hoe konden ze dit nu als een Pokemon wezen in een bos neerzetten.
Sven begreep er niets van.
Hij mikte maar op het wezen voor hem.
De eer was aan hem, hij had hem toch? De rode mist rondom het wezen werd groter…
Een vreemde rottende geur trok aan hem voorbij, Sven durfde niet op te kijken van zijn smartphone.
Oh mijn god, dacht hij, is het echt soms?
Er hijgde iets in zijn nek, een stinkende warme adem.
Op zijn schouders voelde hij klauwen klemmen, met flinke nagels, die pijnlijk in zijn huid staken.
Sven wilde zich omkeren, maar dat lukte niet, verlamd van angst en de handen hielden hem tegen, ze waren ijzersterk namelijk.
Wie bent u, wat wilt u van mijjjj…stamelde Sven…
Ik, ik ben het Pokemonmonster!
siste het monster achter hem, je bent de eerste die er één ziet.
Jij hebt bijna alle Pokemon’s gevonden en daar staat een beloning tegenover.
Mij! Het Satanische Pokemonster, en jij hebt mij als eerste gevonden.
Wat een wonder en wat duurde dit lang, lachte het wezen in zijn nek.
En nu? Vroeg Sven aan het Pokemonster.
Het monster lachte hard in zijn oren en Sven voelde hoe de klauwen richting zijn rug gingen.
Het zweet brak Sven inmiddels uit, wat ging er gebeuren en hoe kon dit gebeuren? Dit was niet de game zoals hij dit kende.
Wat wilt u van mij Pokemonster?
Oh dat, mompelde het monster verhit, laat dat maar aan mij over jongen.
Diegenen die mij vinden mogen ervoor betalen uiteraard, hierna ben je wel the king of the Pokemons!
Eigenlijk ben ik de eindstreep van de game snap je.
Sven voelde hoe de klauwen richting zijn broekriem gingen en behendig de riem los gespte.
Wat gaat u doen met mij…? Gilde Sven uit met een hoge stem.
Hahahahaa lachte het Pokemonster, wat ik ga doen?
Dat merk je zo wel.
Het Pokemonster stroopte behendig de broek van Sven naar beneden.
Daar stond Sven in zijn blote kont midden in de nacht in het bos, wie zou hem vinden, dacht hij nog angstig.
Met enorm veel kracht duwde het Pokemonster Sven voorover op zijn knieën.
Oh god neeeeeeeee…. riep Sven uit. Neeeeeeeeee niet dat!!?? Het Pokemonster snoof eens heftig.
Hmmmmmm heerlijk riep het monster uit.
Helaas, van achteren kwam er een flink geslachtorgaan kokendheet gloeiend in Sven zijn anus.
Sven gilde het uit van de pijn, en verloor het bewustzijn.

De zon kwam al op en op de grond in het gras lag Sven nog steeds bewusteloos met in zijn hand zijn smartphone vastgeklemd in zijn vingers.
De twee medezoekers zagen hem eindelijk liggen en waren opgelucht.
Sven!
Sven wakker worden, riep één van hen.
Sven opende zijn ogen, zijn anus deed enorm veel pijn,
dat was het enige dat hij voelde. Oh kreunde hij, oh, wat een pijn.
Hij vertelde wat hem overkomen was.
Meewarig keken de medezoekers hem aan. Wat een kul joh, hahahaha je bent vast verkracht hier door een homo!
Nee echt serieus, riep Sven vertwijfeld uit, kijk hier op mijn mobiel.
Hij liet de foto zien, ik ben nu de king van Pokemonsters,  mompelde hij nog bijna huilend.
Verbijsterd keken de medezoekers naar de foto van een afgrijselijk duivels monster.
Het grijnsde hen toe vanaf de smartphone.
Mijn god en dat heeft jou verkracht vannacht in dit bos?
Ik stop met dit spel hoor zei één van de medezoekers als ons dit allemaal te wachten staat.
Ik ook zei de ander, dit moet ik niet.
Nee he zei Sven met een vage glimlach op zijn gezicht, de pijn kwam hem bijna zijn oren uit.

Dit wil niemand!
De medezoekers sleepten Sven mee naar huis, strompelend door het park, liepen de tranen hem over zijn wangen.
Bij het ziekenhuis besloten ze Sven toch maar te laten onderzoeken, hij mocht meteen een paar dagen blijven i.v.m een gescheurde darmingang.
De medezoekers werden wel de beste vrienden van Sven, maar Pokemon spelen deden ze nooit meer.
Het spel was al snel over, toen de verhalen rondgingen die sommigen niet konden geloven.
Maar toch door de hele wereld kwamen er meer verhalen, over dat Pokemonster, het scheen een wezen te zijn die was opgeroepen vanuit de duistere werelden dankzij CERN.
Hoe men ervan af kwam, wist men niet want men kon het nooit te pakken nemen, maar hij nam mensen wel te pakken en flink ook.
Vaak in een donker bos.

©Angelwings

 

Gert had niets met vrouwen.

Gert had niets met vrouwen. Hij vond het maar gedoe allemaal en waarom zou je. Neuh hij vond er niets aan.
Waarom, hij had geen enkel idee. Of ze nu blond was of donkerharig of rood, niets kon zijn ziel raken. En dat wilde Gert toch wel ervaren natuurlijk, de echte liefde.
Hij vond het wel jammer, maar er was niets aan te doen.
Dan maar niets. Gert reed elke zondag naar het bos voor een eenzame wandeling. Maar hij was er al zo aan gewend dat het hem niet kon deren. Inmiddels was Gert al 38, dus om nu nog voor de eerste keer een relatie aan te gaan, dat werd ook moeilijker. En hoewel zijn oude moedertje in het bejaardenhuis hem vaak vermanend toesprak dat hij wel eens op mocht schieten, en dat hij straks helemaal alleen zou overblijven als zij ging hemelen, of hij daar dan wel eens aan dacht allemaal. En dat hun geslacht uit zou sterven zo en of ze hem daarom soms had gekregen, al die moeite voor niets?!
Geen kinderen, oh here me tijd, riep ze dan uit.

[Kate "Granny" Donaldson] :: Craft Revival

En over hoeveel zorgen zij daar over had. Handenwringend zat ze daar dan op haar oudrose fluwelen damesstoel. Waar al meerdere keren een kop thee, de bevlekkingen op de stof hadden veroorzaakt. Waarschijnlijk zat er wat Italiaans bloed in zijn moeders voorvaderen en moederen, want die kon zo passievol vertellen dat ze vaak haar armen wijduit spreidde tijdens een heftige vertelling uit jongere jaren. En daar ging dan weer een kopje thee.

Maar voor Gert verliep het alles gewoon wat anders.
Hij dacht er wel over na maar enige koppigheid was hem niet vreemd met zijn Friese voorouders. Dus het was of een vrouw waar hij zijn hart aan kon geven, of gewoon dan maar niets.
Maar nooit een relatie zonder gevoelens of zonder passie.
Nee geen denken aan. En zo was Gert.
In deze tijden was dat best bijzonder te noemen natuurlijk. Principiële Gert. Niets mis mee, deed hij zichzelf tekort hiermee? Misschien wel maar misschien ook wel niet.

Maar toch op een dag, het was einde zomer, kwam Gert eindelijk de vrouw tegen, die zijn hartje sneller deed slaan. Die zijn keel terstond deed uitdrogen. Zijn handen liet trillen alsof hij al jaren dementerend was of last had van Parkinson. Leuk was anders. Maar Gert hield zich kranig. Hij weerstond de verleiding zijn handen vast te klampen aan zijn sleutelbos, hij weerstond de verleiding om zijn droge keel te schrapen, want wat zou zij wel niet denken?

Het was bij een patatzaak in de buurt, zo snel kan dat alles gaan natuurlijk. Daar stond ze, bekleed met een duur gewaad. Een tafelkleed ofzo, dacht Gert nog. Hij vond het wel gewaagd, om zo door het dorp te durven lopen, maar toch hij had er wel enig respect voor en zowaar, toen hij haar van opzij aangluurde, zag hij twee donkere wonderlijke ogen en absurd lange wimpers die hem vragend aanstaarden.
Wat een prachtig gezicht had deze vrouw.
Gert was ter plekke verliefd tot over zijn 38 jarige oren.
Hij sprak haar aan en en bood haar een kroketje aan met een blikje fris. Ze raakten aan de praat en ze vertelde over haar geloof enzo.
En dat ze alleen maar met een moslim mocht trouwen ook al waren haar ouders dan wel modern enzo maar het moest wel een moslim zijn.
Nou zei Gert na enige maanden, dan word ik toch een moslim man?
Zo gezegd zo gedaan, voor de liefde deed je immers alles.

Ramina in Shiraz, Iran

Ze trouwden een dag na de 39ste verjaardag van Gert. Zijn moeder stond er handenwringend bij, ondersteund door nichtjes, terwijl ze even later weer vele kopjes thee omver zwaaide tijdens het bruiloftsfeest.
Het zou toch wat haar Gert een geloof, en dan nog wel zo’n vreemd geloof. En waarom nou toch hé? Er waren toch genoeg meidjes in hun dorp die ook leuk genoeg waren voor Gert! En natuurlijk was zijn bruidje een lieve meid, daar ging het niet om allemaal, maar dat geloof.
Na uren feesten met de families van beide zijden, mochten zij,  het bruidspaar dan eindelijk vertrekken.
Op het bed zat zij daar, met het kleed omwikkeld.

Gert kwam naar haar toe en voelde weer die intense spanning, nu zou het dan gaan gebeuren.
De huwelijksnacht, daar had hij al die jaren ergens op gewacht.
Hij snapte het niet, maar toch, terwijl hij zijn handen om haar hoofd legde en langzaamaan haar gewaad begon te ontwikkelen van haar lichaam, werd hij zich iets gewaar.

Een vreemd blij gevoel doortrok zijn ziel en zie daar…
Daar zat ze dan, bloot voor hem, om in te bijten…
Een suprise…

Ja, zo voelde dat, een suprise ei…alsof hij die kreeg, net als vroeger van zijn moeder.
En ineens begreep Gert dat hij al die jaren had gewacht op een vrouw die hem dat gevoel kon bezorgen.
Het gelukkigste gevoel ooit dat een kind kon ervaren was de suprise, van een suprise chocolade ei…

En zie hier, daar zat zij voor hem, ontdaan van het kleed, als een prachtig cadeau voor Gert.

sinterklaas surprise surprise-ei

De man en de rat

De man en de rat
Photobucket

 

De man zat voorovergebogen met zijn ellebogen op de tafel, in het halfduister van de kleine maar geriefelijke kamer. Zijn gedachten namen een vlucht naar weken geleden toen zij hem verlaten had en hem alleen achterliet in het huisje langs het water, het kabbelende water voor hun huisje, ·het idyllische huisje op de dijk, waar de wind waaide tijdens stormen, de ramen deed rammelen in hun luikjes en, ·waar de zon vriendelijk naar binnen scheen door de kleine maar knusse raamogen, als de storm was gaan liggen. Hij was er kapot van, hun twee kinderen had ze meegenomen en hij had ze nog niet weer gezien nadat ze vertrokken waren. Zowaar er drupten tranen uit zijn ogen op het plastic geblokte tafelkleedje, dat over de tafel lag. Moedeloos, wat was er nu fout gegaan? Kon hij het helpen dat zij zo jaloers was? Dat hij haar vriendin een handje had geholpen was alleen uit liefdadigheid en kon hij het helpen dat deze hem gekust had uit dankbaarheid, dacht hij. Net op het moment dat zijn vrouw binnenkwam? Hij had de blik niet gezien in de ogen van Annette toen de hare die van zijn vrouw troffen. Kon hij er iets aan doen dat Annette er een handje van had om getrouwde mannen te versieren? Hij kon er niets aan doen, maar dat kon hij zijn vrouw niet aan haar verstand brengen, Want Annette, wist wat ze wou en Annette had die speciale blik in haar ogen gehad zei zijn vrouw nog. En ja, vrouwen schenen die te begrijpen. Maar hij begreep het echt niet. Zo sufte hij de dagen door sinds ze weg waren uit het huisje aan de dijk en. Hij verslonsde natuurlijk tot en met.

De afwas stond huizenhoog in de kleine maar gezellige keuken. Het kon hem niks meer schelen, hij hoorde geen blije kinderstemmen meer in hun huisje, hij hoorde haar zang niet meer en

zonder dat al was het alles niets meer waard. Waar ze heen waren wist hij niet eens?

Opeens klonk er een geluidje. Hij keek op in het halfduister? Jeeh wat was dat nou? Naast hem stond …Hij wreef zijn ogen uit. Nee maar, dat kon toch niet? Hij had het hok toch goed dichtgedaan van de week. Of was dat nu vorige week? ’Hèhè, eindelijk…Is het nou us afgelopen‘? Mompelde de kleine rat voor hem. Het was de rat van zijn zoontje. ‘Jemig kun jij praten‘? Riep de man uit.

‘Ja, als het moet wel ja‘, zei de rat laconiek. ‘Sjonge, zeg ik heb al twee weken niks te vreten gehad, dus ik heb mijn best gedaan om uit dat stinkhok te komen zeg’. ‘Zooo, dat wil je niet weten‘, vervolgde de rat verder. ‘Muh tanden doen der nog zeer van dat kan ik je wel vertellen‘. ‘Kijk, mijn over, over, over, over, over, over, over, over, over, over, etc. etc. grootvader zaliger…die beet zich nog uit een hokkie van hout‘. ‘Maar tegenwoordig…het valt niet mee anno 2008 echt niet‘, mopperde rat voort. ‘Plastic…sjonge niet te pruimen‘.
Photobucket

De man dacht dat hij droomde, dit was toch mesjokke? Zie je wel hij was gek geworden.

Zeker omdat hij al twee dagen niks had gegeten. Of was het nu drie dagen? Zie zelfs dat wist hij al niet meer, dus. Er was iets loos met hem. Hij knipte het lampje aan naast hem dat boven de tafel aansprong. ‘Nou‘? Vroeg de rat; ‘Komt er nog wat van of hoe zit dat‘? ‘Ik heb honger als een beer‘.

‘hèhè‘, lachte rat meesmuilend, ‘un beer‘. De man wreef nogmaals in zijn ogen. Dit bestond toch niet werkelijk? ‘Mmmmm mm M maar hoe kan ddddat dat je praat‘?

Stotterde hij… ‘Hèhè dat zei ik toch‘? Zei de rat geïrriteerd. ‘We zijn slimme dieren hoor wist je dat dan niet‘? ‘We gaan jullie niet aan je neus hangen dat wij euh, kunnen praten, kom zeg‘? ‘Euh… ‘,zei rat, ‘Je houdt dit wel geheim, hé‘? Zowaar het beestje gaf hem een vette knipoog. De man stond op en dacht werkelijk helemaal gestoord te zijn geworden. Rat liep een eindje mee op de tafel. ‘Nou krijg ik nog wat‘? ‘Ik lust wel een stukkie gebakken ei‘. En ik zie dat je nog iets in dat bord heb liggen, daar op het aanrecht’. De man keek naar het aanrecht en ja, zowaar er lag een oud stukje verdroogt ei naast een verschimmelde broodkorst. Sjeeh. Dat kon hij toch nog ervaren dus

er was dus nog hoop. ‘Nou’ zei de man, ‘dat broodkorstje is wel erg oud hoor en verschimmelt‘.

‘Ik heb wel wat anders voor je, denk ik‘? De man dacht:’ Jemig, hoor mij eens lullen tegen een rat’!!!?

Hij schudde zijn hoofd en pakte een halfje bruin uit de vriezer

en deed zijn koelkast open die nagenoeg helemaal leeg was…

Rat stond op zijn achterpootjes op tafel mee te loeren met zijn kleine knaagdieren oogjes.

‘Euh‘, zei de man. ‘Lust je augurk‘? ‘Nou nee, nie zo dol op eerlijk gezegd‘…antwoordde rat.

‘Heey’ zei de man…‘weet je wat ik heb nog een blikje knakworst in de kast‘.

‘Hm’ zei rat;’ dat lijkt me wel lekker‘.

‘Mits ik het maar niet hoef te openen met mijn tanden, blik is niet echt gezond voor je gebit hé‘?

En rat klapperde met zijn scherpe tandjes. Om aan te geven dat hij nog een goed gebitje had.

‘Kijk wij hebben geen rattentandarts hé’! Knipoogde rat weer.

De man strompelde naar de kast en pakte het blikje knakworsten, deed ze even later in de magnetron en wachtte een minuut tot de pieptoon van de magnetron aangaf dat de boel wel klaar zou zijn.

Gul gaf de man een hele knakworst aan rat die verzaligt begon te smullen.

Zelf at hij de rest op van de knakworst op bruine boterhammen met mayonaise erbij.

‘Heey geef mij wat Mayo joh‘…riep rat uit, toen hij zag hoe smakelijk de man zijn brood achter zijn kiezen stopte. Gezellig aten ze samen aan tafel en ze gingen even later samen slapen in bed, want zei rat, hij had wel eens een fijne nachtrust verdiend en zodoende zou hij bij de man zijn als hij wakker werd s’nachts, wat nogal vaak gebeurde, sinds zij was weggegaan enne hij wilde hem een gesprekje gunnen als het nodig was. Nu dat was erg aardig van rat. Dus zo gezegd zo gedaan.

Het blikje knakworst deed dienst als bedje voor rat inclusief wat pleepapier met vogels derop.

‘Zo’ zei rat,’ das pas lekker…’‘Je moet morgen mijn hok wel ff uitmesten hoor‘.

‘Want euh ik kan er niet meer verkeren zo langzamerhand’.

Zodoende vielen beiden in een diepe slaap, waarbij de man dromen had over hele rattenfamilies in zijn huis waar hij gezellig een ontbijtje mee at etc. De volgende morgen maakte hij het hok schoon van rat en rat vergezelde hem de hele dag op de schouder. De man had nog nooit een dergelijk geanimeerd gezelschap gehad, sjonge wat kon dat beest ouwehoeren zeg?

En die rattenhumor? Weergaloos gewoon. Rat vertelde de man allerlei geheimen uit de rattenwereld en ook dat rat nogal paranormaal begaafd was en voorspelde dat de vrouw van de man binnen de week thuis zou komen. Omdat vriendin Annette alles eerlijk zou opbiechten. Nou de man knapte zienderogen op en begon met schrijven. Hij schreef mooie verhalen want die rat inspireerde hem tot en met. Hij schreef zo hele epistels af in zeer korte tijd. En tegen de tijd dat de vrouw van de man terug kwam had hij zijn eerste boek af. Ze vloog hem in zijn armen en zei hoezeer het haar speet.

Rat zat op de schouder van de man en keek de man doordringend aan.

En fluisterde;” Onthoud ons geheim, hé”? Als je het verteld aan iemand, dan zal ik nooit meer met je praten. “Hmhm’, zei de man. En hij hield woord. Alles kwam goed in het huisje aan de dijk en de man werd een beroemd schrijver. Dankzij rat.

Ongelooflijk hé?Maar het is echt zo gebeurd…Echt waar!