Home Kerstverhalen

Kerstverhalen

Nachtmis

Nachtmis

 christmas GIF

Bij de nachtmis dat jaar stond hij te kleumen in de koude, druk bezochte kerk, eenmaal per jaar vertoonde hij zijn gezicht hier en Ach, het was wel een fijn gevoel met al die mensen samen te zijn in een kerstige sfeer. Hij haalde onder zijn jas een flacon goedkope drank tevoorschijn en nam een slok. De tranen schoten in zijn ogen want de slok was heftig maar ook het lied ”Ave Maria” schoot zijn ogen vol. Naast hem stond een oude dame haar ogen te drogen want ook zij scheen het niet gemakkelijk te hebben. Hij stootte haar aan en knikte bemoedigend, zijn schurftige jas stonk een uur in de wind maar ach, een zwerver weet immers al niet beter en erg vond hij het allerminst.

Ze knikte hem toe met haar lieve bleke oude ogen en schonk hem zelfs een lieve zachte glimlach. De Zwerver werd er week van, niet dat hij viel op oudere dames. Oh nee die perversiteiten waren aan hem niet besteedt. Het was of hij iets in haar herkende, een flauw glimp van hetzelfde voelen in deez hele wereld een stukje herkenning in het gezamenlijk verdriet, zo dacht hij!

Wederom schoten zijn ogen vol en nam hij een forse slok uit zijn flacon met goedkope drank, hij deed dit al jaren en het was wel rustgevend, zodoende, was het dat hij opeens in de ogen keek van de oudere dame naast hem en hij schrok van de pijn die hij in haar ogen zag op dat moment. Wat had dit met hem van doen? Onderwijl neuriede hij wat mee met de liederen die gezongen werden met zijn schorre maar mooie bariton stem. Hij werd er bijna enthousiast van en duwde de oude dame tegen haar magere schouders ten teken dat ze harder moest meezingen, ze klonken samen echt geweldig vond hij. En toen het lied was afgelopen bleven zij doorzingen, gezamenlijk en in de hele kerk was het muisstil en iedereen luisterde naar de oude dame en de zwerver die zongen het hoogste lied in een geweldig harmonieus geheel, men was stil van verbazing, het was in een woord geweldig. Toen ze uiteindelijk klaar waren met hun zang, begonnen er opeens mensen te klappen, en er volgden er meer en meer.. tot iedereen in de kerk een daverend aplaus gaf aan deze twee zo eenzamen mensen op aarde. Een beetje verlegen keek de zwerver de oude dame aan en zei, zo dat was echt goed he wij samen. De oude dame knikte met vochtige ogen naar hem en vroeg waar hij zo goed had leren zingen? Oh vroeger zat ik in een zangkoor en ik heb een tijdje gezongen bij een opera. Vertelde de zwerver aan de oude dame. Ze vroeg hem na afloop van de dienst om met haar mee te gaan naar huis, gewoon, vriendschap, praten want ze waren beiden immers al jaren alleen zo bleek nav de verhalen die ze elkaar kort vertelden. Hij vond het wel best, en ze liepen door de straten waar de eerste sneeuw begon te vallen, samen liepen ze daar een boom van een vent naast een klein mager oud dametje, en toen ze bijna uitgleed greep hij haar snel bij haar arm om haar te ondersteunen.

Ze kwamen aan bij een kleine aanleunwoning en zo goed en zo kwaad als het ging kwam de zwerver binnen in het kleine huisje en ging zitten in een warme behaaglijke leunstoel met bloemetjes erop. Hij zuchtte terwijl de oude dame een goed glas jenever voor hem inschonk.

En ze begonnen elkaar te vertellen over hun levens, over haar man die al jaren geleden overleden was en, over hem die zijn ouders niet meer had gezien sinds zijn 19de toen hij in een boze bui het huis had verlaten en toen over zijn vrouw met de kinderen die er met een ander vandoor ging en de schulden die hij had gekregen erna dankzij zijn gokverslaving.

Het was al diep in de nacht toen de oude dame hem met betraande ogen een logeerbed aanbood op haar bank, omdat hij met dit weer niet meer naar buiten kon gaan!

De zwerver nam dit aanbod diep geroerd aan, zo lief was in jaren niemand voor hem geweest nml. Hij sliep als een roos op die zachte bank met bloemen in een zalig verwarmde kamer..en zijn dromen gingen over van alles en niets, en de volgende morgen toen de sneeuw een dik pak getoverd had buiten op al wat was, stond hij op rond een uur of zes om even zijn dagelijkse plas te plegen. Toen hij terugkwam van het toilet gebeuren keek hij verbaast naar een foto in de gang, die hij in het voorbijgaan plotseling zag hangen. Op de foto stonden mensen, de oude dame die daar op die foto nog jong was en naast haar een aardig uitziende man en voor hen zag hij een meisje en een jongen, en die jongen…

De adem werd hem benomen op dat moment, hij zag..Nee dit kon niet waar zijn, hij rende de slaapkamer in van de oude dame waar zij verschrikt in haar bed overeind ging zitten, en met haar lange witte haren en tandeloze mond hem aanstaarde alsof,.. hij vroeg, hij vroeg het of het waar was.. ze knikte… Ja, hij was haar zoon, die jaren geleden vertrokken was in een boze bui, de tranen vielen, om dit weerzien na zovele jaren. En de sneeuw dwarrelde uit de hemel, op de straten, op al dat is. En die morgen liepen er twee mensen innig gearmd over de straat te mijmeren en te praten.. Het was werkelijk een mooie dag, vooral omdat de dochter die dag ook zou komen met haar kinderen..

Het was kerst en het was goed (2015)

Het was kerst en het was goed (2015)

Roderick was seksverslaafd, zoveel was hem zelf ook wel duidelijk inmiddels.
Zag hij een vrouwelijk wezen, hoe lelijk ze ook was, hij zag enkel schoonheid, en seksualiteit, hij snoof als hij achter hen stond in de supermarkt,
rook hun Goddelijke zoete vrouwengeuren in zijn ranzig verhitte neus.
Vaak raakten zijn handen, hun vrouwelijke haardos aan, per ongeluk natuurlijk, zogenaamd en toch zo expres!
Opzettelijk onschuldig zette hij dan grote ogen op, ”Pardon”, zei hij dan.

Vaak liet hij iets vallen bij de dames met rokken aan, zodat hij al bukkend langs hun wijde klokkende open poorten, bijna bij het walhalla van zijn intiemste dromen uitkwam.
Opgewonden stond hij dan vaak trillend op, met bevende handen!
Het zweet stond hem dan vaak op zijn voorhoofd, en vanuit koortsig kijkende ogen, staarde hij dan pardoes in de geschrokken vrouwenogen.

Zo had hij ze het liefst, puur en geschokt, alsof hij hen aangeraakt had diep in hun zielen.
Dat was natuurlijk niet zo, dat wist hij ook wel…
Maar toch.

In zijn fantasie raakte hij hen aan op zachte warme tedere delen, die hij niet kon zien, die hij in gedachten voor zich zag, tijdens zijn buk festijn.
En dan daarna rende hij naar zijn fiets en ging snel op huis aan, spelen met zijn makker, en zijn fantasiewereld.
Hij kreeg geen vriendin, er was geen normaal woord met hem te spreken.
Hij stotterde en stamelde, hij kwam niet uit zijn woorden bij al dat mooie vrouws!
Waar hij ook keek hij zag de Godin in elke vrouw, hoe dan ook en van welke leeftijd dan ook.
Hij kon het niet laten, hij kon er niet mee stoppen.
De huisarts kon hem ook niet helpen.
De pastoor wist het ook niet meer, bidden was zijn enige optie.
Nu dat deed Roderick dagelijks, als hij kwam.
Dan dankte hij de Here voor al dat schoons dat hij toch geschapen had immers.
De Eva’s, de bollebozen, de volle boobsen, de bolle bipsen, de lange benenstelten, de zichtbare kamelentenen in te strakke broekjes, de rokjes die omhoog waaiden.
Niets ontkwam aan zijn wellustige blik. Hij zag het, elke dag opnieuw, de schoonheid, de wulpsheid, de dikke billen van een oude oma, konden hem zelfs nog bekoren, omdat het een vrouw was.
Maar echt aan zijn trekken kwam hij nooit. Hij wist niet hoe dat moest, de liefde enzo.
Contact leggen met vrouwen, hij bloosde al als hij er aan dacht, nee in zijn fantasie ging hij zo ver, telkens opnieuw.
Meer was er voor hem niet weggelegd dacht hij.
Zo dacht hij al jaren.
In de kerk waar hij vaak kwam was er een groep die voor hem ging bidden, men wist er het fijne niet van, maar de pastoor had een kleine uitleg gegeven en hij moest weer normaal gaan worden, dat was alles wat men wist.
Uiteindelijk dat jaar, was het dat hij genezing vond van zijn prachtige dromen, over vrouwenlijven en lichamen en duistere spelonken en grotten.
Misschien had men te heftig gebeden?

Wie zal het zeggen, wat er gebeurde.
Roderick stond die dag op, om de post te halen van zijn voordeur, hij bukte en hoorde een flinke knal bij zijn voordeur.
De rook steeg omhoog door zijn brievenbus, en hij opende verbaast zijn voordeur.
“Wel voor den donder, wat is hier aan de ha….”.

Een vuurpijl schoot zo zijn gang in, ketste af tegen de muur en schoot hem zo in zijn kruis.

Met kerst lag Roderick in het ziekenhuis met een flink verbandje om zijn kruis.
Hij voelde zich vredig en gerust, de intense jeuk had hij eindelijk verloren, sinds zijn verschroeiing van zijn edele kruisdelen.
Eindelijk zag hij de wereld zoals deze was, en oké het was minder mooi dan daarvoor. Maar toch, geen intense ranzige drang meer, geen handen die zijn schrale voorhuid omvatten, ze lagen te ruste op het dek. De kerkgangers kwamen op bezoek, en brachten kaartjes mee en gebreide sokken.
men mompelde dat Roderick eindelijk eens normaal kon praten.
Dat hij eindelijk eens schoon uit zijn ogen keek.
Men bad voor zijn genezing. Niet te hard, waarschuwde de pastoor.
Roderick las kranten, las boeken, hij verslond ze. Eindelijk tijd voor andere zaken!
Hij genoot in zijn ziektebed in het ziekenhuis, van een eindelijke bevrijding van hetgeen hem alles ontnomen had in zijn leven aan echte contacten.
Eefje verzorgde hem gestaag, dagelijks kwam zij de vriendelijke man wat lekkers brengen.
Ze spraken wat af en toe, die flinke blonde deerne met een grote boezem.
Maar toch deerde het Roderick niet langer, hij kon er eindelijk naar kijken hoe het was.
Zij was een vrouw, en hij een man.
Waar had hij zich zo druk over gemaakt al die jaren.
Na een half jaar kon Roderick zich eindelijk gaan verlustigen in de spelonken van zijn geliefde Eefje, ze waren elkander zeer nagekomen.
Na wat opstartproblemen ontdekte hij eindelijk het geheim van de liefde.
Eindelijk was hij dan een man die de liefde genoot zonder absurde intense wellustigheid.
Met kerst een jaar later traden zij in het huwelijk voor de kerk.
De gemeente zuchtte het uit, bidden had dus wel degelijk zin, zie je nu wel!
Dankzij hen en God was het ten goede gekeerd.
Voor het altaar snoof Roderick de zoete vrouwengeuren op, van zijn eigen vrouw.
Het was goed zo…zoals het was.
Tevreden zei hij “JA” ten overstaan van de gehele gemeente.

©AngelWings

De sneeuwengel

Photobucket

De sneeuwengel

In het grote landhuis, aan de Greverderiuslaan, gingen die nacht de lichten aan in de grote hal, en toen in de woonkamer aan de linkervleugel. De sneeuw dwarrelde gestaag met flinke vlokken langs de witte raamkozijnen. Koortstachtig liep Mijnheer Frederick Hogendoorn door zijn woonkamer, heen en weer. De dokter was bij zijn Vrouwe, Marla Hogendoorn, zij lag met koortachtige rode wangen in het grote hemelbed. Doch de dokter kon weinig meer betekenen voor het op het einde lopende leven van Marla Hoogendoorn. Op 60 jarige leeftijd verliet zij dit luxe leven met een diepe zucht, en verliet zij haar geliefde man, die ineen stortte nadat hij zijn hand op haar koude hand legde en opeens voorgoed besefte dat zij dan toch echt was heengegaan van hem. Tranen liepen over zijn magere wangen uit zijn vaalblauwe ogen, op de zachte witte sprei. Oh lieverd, verzuchtte hij waarom moest je mij nu al verlaten, wat moet ik toch zonder jou mijn lief.

Hij viel snikkend met zijn gezicht neer op haar hand, en bleef deze omknellen tot hij in een diepe slaap viel. De slaap die hem nachtenlang was ontnomen, door het ziekbed van zijn zo geliefde vrouw.

De dagen erna waren een hel voor Frederick Hogendoorn. Mensen kwamen in en uit lopen, de notaris, de kinderen, de buren, zijn broer die nog in leven was, zijn schoonzuster doch niemand onttrok hem uit de lethargie die hem was overvallen, op de dag dat zijn Marla het leven had verlaten. Rusteloos stond hij s’nachts op en sliep overdag, hij had geen zin meer in het leven. Haar grafsteen kwam te staan op het familie kerkhof van de Hoogendoorn’s, achter op het landgoed Greverda.

De sneeuw dwarrelde maar door tijdens die dagen en op de steen stond een mooie roos gebeiteld voor zijn lieve Vrouw Marla, in gouden letters, haar naam en data. Tranen liepen over het magere gezicht van Frederick alles leek zo zinloos, hij wilde ook niet meer verder.

De kerstboom die hij nog opgetuigd had voor haar stond eenzaam in de hal bij de open haard, de lichtjes werden niet langer ontstoken, Frederick keek er niet meer naar om. Verdriet tergde zijn lijf en ziel.

Verlaten voelde alles aan, wat was hij zonder haar?

De avond voor kerst had eenieder zijn best gedaan om Frederick mee te nemen voor de avondmis, en uit te nodigen voor de komende kerstdagen, maar Frederick wees alles vriendelijk af. Hij wilde alleen zijn zei hij dan. En zuchtend verliet men dan het toneel, er was geen helpen aan en als hij niet anders wilde, dan moest hij het zelf maar weten.

Die avond zat Frederick voor de open haard en zowaar hij had de kerstlichtjes ontstoken, en een deken over zijn magere lijf gelegd.

Muziek klonk door de luidsprekers van zijn radio, kerstliederen die zijn gemoed pijn deden. ‘Marla’, fluisterde hij, en weer overviel hem de weemoed, het verdriet. De sneeuw viel uit de hemel in gestage vlokken.

De hemel was donkergrijs.

Trillend nam Frederick zijn jas van de kapstok, hij moest er naartoe, naar haar graf, zo ver was dat niet van het huis af. Hij moest bij haar zijn, de eenzaamste kerst in jaren, zonder haar dat kon toch niet?

Steunend zocht hij zijn weg naar de steen, door de sneeuw, die in dikke pakken over het pad lag, Frederick greep zich vast aan bomen en takken, en sleepte zich verder. Op weg naar zijn geliefde vrouw die daar lag in dat koude graf, zijn hart kreet het uit van pijn, de kou was bitter die nacht, net zo bitter als zijn hart.

Bij het graf zat hij neer in de sneeuw, en huilde, hij huilde als een wolf, om zijn verloren geliefde. De sneeuw viel in gestage vlokken uit de hemel op het kleine kerkhof van de familie Hogendoorn.

Plots scheen er een ster vanuit de hemel op de grafsteen en verbaast keek Frederick op, door de tranen heen zag hij een fel licht op zich afkomen, en zowaar, hij lachte, ja hij lachte, daar was zij, zijn vrouw Marla!

Hij stond op en leek wel een dronkenman, hij stak zijn armen uit naar haar die hij zo intens lief had. Marla zijn vrouw kwam naar hem toe en omarmde hem en verwarmde zijn inmiddels verkilde ziel tot deze weer begon te stralen. Warmte doorstroomde hem, Frederick was zo gelukkig nu ze weer bij hem was..

De volgende morgen vonden zijn kinderen hem, op het graf van hun moeder, bevroren van de kou lag hij daar met uitgespreide armen, als een sneeuwengel, sneeuwvlokken op zijn gelaat en om zijn bevroren mond een intense glimlach.

Angelwings

 

Geen kerst voor hen!

Geen kerst voor hen!

Geen kerst voor hen! (kort verhaal)
Onder het afdakje stonden ze buiten, bij het asielzoekerscentrum, nog even een sigaret voor ze gingen slapen, op hun te kleine bedden,
met te weinig dekens, met 6 man op één kamer.

Farouk mopperde tegen zijn kameraad, om die eeuwige regen in dit koude land.
Ali blies de rook de avondlucht in, en knipperde met zijn ogen, om tranen tegen te houden die bij hem opkwamen.
Hij voelde zich, ondanks alle andere vluchtelingen, intens eenzaam, hij miste zijn familie elke dag.
Rillend stonden ze daar, in het donker te staren.
Het is hier heel koud hé? Ik vind dit niks aan. Zei Amir in zijn moerstaal.
Ik denk niet dat ik mijn kinderen dit aan kan doen.
Nee, hij schudde zijn hoofd, zijn zwarte lok viel hem voor zijn ogen.
Ik denk dat ik terug ga naar mijn land.
Het duurt toch veel te lang allemaal. Ik hou dit niet vol en we krijgen niet veel geld.
Ik word gek anders, van al die mensen die ons willen vragen met hun kerstdagen.
Amir spuwde boos op de grond. Wat hebben wij met die kerst in dit vreemde land, helemaal niets.
Denken wij hier naar toe te komen voor geld en een mooi huis, met tuin, waar onze hele familie in kan wonen straks.
Wat krijgen wij, wij zijn niets meer dan een hond.

Ali keek met dichtgeknepen ogen, naar de rook van zijn sigaret die de nacht inwolkte.
Glimlachend zei hij: Heb je die ene meid gezien, met die dikke tieten?
Hmm grijnsde Amir, die gisteren kwam, die met die blonde haren?
Ja, die ja, ik heb haar over haar billen gewreven.
Zij wilde mij niet, maar ik heb fijn gedroomd over haar.
Maar thuis heb jij een vrouw?
Waarom doe jij dit? Amir keek verbaast naar zijn roommate.
In ons land hoort dit niet, hier ook niet. Oh hier mag alles, glimlachte Ali.
Die vrouwen hier zijn hoeren, meer niet. Farouk keek ook verstoord, jij mag zo niet denken.
Dat is niet waar, dat weet jij toch, wil jij problemen soms?
Jij weet toch wat Sarang laatst zei! Vrouwen hier zijn goed voor één ding.
Onzin, mompelde Amir.
Hij dacht aan zijn mooie vrouw in zijn vaderland.
Jij moet je hier gedragen, anders ga jij terug. Niet aan die vrouwen komen man.
Geloof mij…
Onwillig trapte Ali zijn sigaret uit.
Hij nam haastig een slok van zijn fles vodka. Dat was wel prettig. Het verwarmde zijn ziel van binnen.
Wat is dit een raar land, zei Amir, zij vinden alles goed hier, homo’s, ik vind dat niet normaal!
In ons land is het verboden en hier mogen zij alles. Dat is niet goed voor mijn kinderen.

Hoe kunnen wij onze kinderen hier grootbrengen?
Hier is alles zo anders, en ze zullen niet accepteren dat mijn vrouw haar hoofd bedekt. Ja, ja, ik weet het, zij doen alsof!
Geloof mij maar.
Hij nam de fles vodka over van Ali en nam ook een slok.
Alles was zo teleurstellend geweest, ze hadden zoveel anders verwacht dan dit.
De boekjes die zij kregen van de mensenhandelaren, waren zo mooi geweest, prachtige foto’s hadden zij gezien, en ook hoeveel ze in welk land kregen aan geld en spullen, zelfs huizen kreeg je zomaar gratis.
Ze werden met open armen ontvangen door mensen met een heel ander geloof en een zak vol knuffelberen.
Hier hadden ze dagen plezier van gehad door ermee te voetballen in het AZC.
Wat moesten ze hier nu mee, wachten, en wachten.

Ik ga echt terug, zei Amir ineens. Hmm ik denk dat ik ook terug ga, nog voor de kerst.
Anders moet ik eten bij die dikke mevrouw met haar katten. Ik weet dat zij mij wil, voor meer, ik ga niet daar eten.
Zij knipoogde naar mij! Ik heb het gezien en zij hield mijn hand vast alsof ik een klein kind was.

Ik ook niet, zei Farouk,… Ik ga ook weg en terug!
Ik wil geen kerst vieren, ik wil een vrouw uit mijn land of een hele mooie hier.
Maar dan nog blijft alles anders dan in ons thuisland.
Ik kan hier ook niet wennen, denk ik, zei Ali.
De regen drupte neder, in het donker, en onder het afdakje, spraken zij af, te vertrekken voor de kerst dat jaar.
Ze wilden geen feest vieren in een land zonder hun familie, een christelijk feest nog wel, waarom begreep niemand, dat zij dit niet leuk vonden?
Ze wilden niet bij vreemde vrouwmensen in huis gaan eten, met soms een man erbij of zelfs kinderen, ze misten hun kinderen toch?
Hoe wreed was het om hen te willen laten genieten van de geneugten van een familie, waar zij zo ver van waren?
Met eten dat zij vies vonden zelfs.
Nee, het klokje tikte nergens zoals het thuis tikt.

©AngelWings

KerstVerhaal 2012

KerstVerhaal 2012

 

Eindelijk was het dan zover, in de volksbuurt op nummer 33 was er een geboorte aanstaande.

Het was kerstavond, ook dat nog. De sneeuw dwarrelde romantisch uit de grijze avondhemel. En voor het raam hing een verlichte  kerstster. De gordijnen waren gesloten, maar boven brandde het licht.
Jan liep zenuwachtig heen en weer, zijn vrouw Marian lag in het grote tweepersoonsbed te krijzen van de pijn. De verloskundige een oude vrouw, mompelde voor zich uit, maar zei nog niet zoveel.
Jezus mens hoe lang duurt het nog?
Nou, nou meneer, als het komt dan komt het, wat er in gaat komp ter ook weer uit! Boos keek de oude heks hem aan, ze miste een voortand, erg irritant om tegen aan te kijken vond Jan. Vooral nu.
Het duurde gewoon veel te lang!
Ik ga met je naar het ziekenhuis Marian! Snel pakte hij de tas die klaarstond naast het bed, duwde de oude heks de deur uit en zette de tas in zijn autootje. Hij nam ondertussen de winterjas mee van Marian, stuiterde de trappen weer op en nam haar in zijn armen de trap af.
Helaas hij viel niet, dus het verhaal gaat door.

Hij krabde de ramen van de auto, de motor stond aan en de kachel in de auto  idem op de hoogste stand. Eindelijk was hij klaar en haalde zijn vrouw, die krijsend in de woonkamer stond te huilen, richting auto. Zo de auto wilde eerst niet starten, vloekend vervloekte Jan alles en vooral die oude heks van daar net, die waarschijnlijk veel te lang had gewacht met Marian naar het ziekenhuis door sturen.

Vroee… vrooeeeeeeee…vroemmmmm..eindelijk, hij gaf gas en de auto gleed van de straat bijna tegen de stoeprand aan. Uiteindelijk konden ze op weg naar het ziekenhuis.

Marian lag krom op de achterbank, kreunend en hijgend en puffend, als dat maar goed ging, dacht Jan nerveus.
Gaat het schatje, vroeg hij bezorgd. Nee LUL, riep ze venijnig naar hem.
Godverrrrrrrrrr kreunde ze weer, waauuuuuuuuw dit doet zeeheerrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr………..AUWWWWWWWWWWWWWWWWW!!!!!!!!!
Jan reed levensgevaarlijk langs de weilanden, dat achterlijke dorp moesten ze ook eens verlaten dat ziekenhuis was veels te ver weg van alles. Pikkedonker op een snelweg! Het moest niet gekker worden zeg.
Hoog in de lucht scheen een ster, Jan keek er naar en glimlachte vast een teken oid.

Hij moest die kant op richting het Oosten nml.
Na veel spanning in de auto, brak het water met grote golven over de achterbank en zelfs Jan zat er onder. Oh mijn god, zei hij nog, de zoete geur, wel apart, dreef hem in de neusgaten. Nu dat werd schoonmaken straks.
Later zorg, eerst naar het ziekenhuis, ‘’verdomd’’, vloekte Jan weer.

Plots stond de auto stil. Hij deed niets meer, wat Jan ook probeerde, ook dat nog dacht hij woest.
Wat nu?
Mobiel vergeten uiteraard, zo een sukkel was hij wel. Godverde, godverde, hij knarste met zijn tanden, een eindje verderop stond een huisje, het licht scheen bleekjes door de bomen heen, de sneeuw lag hoog, hij moest Marian meesleuren door de sneeuw, in de koude richting dat huisje daar. Hun enige redding, misschien konden zij bellen?
Marian gilde het uit, oh ik voel het tusse me bene Jan! Het komp ter an!
Ik ga zittuh hoor, en pats daar zat ze midden in de sneeuw met haar natte broek, kom op meid!
Nog ff doorzetten we zijn er zo.

Waar zijn we, riep ze verwilderd rondkijkend naar Jan.
Ergens in the nowere, ik weet het niet zei Jan peinzend.
Kom, meid, hij tilde haar op, in zijn sterke armen. En ploeterde met een persende vrouw door de sneeuw in zijn armen.
Eindelijk kwamen ze verkleumd aan bij het huisje. Het was er feest, erg veel mensen en enorm druk. Hij belde aan, een vreemd gekleed man deed open, hij droeg een schortje, en daaronder niets.
Waar zijn we hier vroeg Jan.
Oh bij seksboerderie de HolleKnolleh, zei de man plat.
Wat? Jan viel bijna achterover toen zijn vrouw begon te gillen dat haar broek uit moest want het kwam deruit!
Oh help ons alsjeblieft, we krijgen een kind. We hebben autopech zei Jan nerveus.
Oh eh, ja binnen is het vreselijk druk en blotig allemaal? Maar we hebben wel een stal hier achter dat is ook warm en nu ja er staat een bed, voor als de koeien bevallen dan moeten we er wel eens een nachtje naast slapen dus. De man ging hen voor naar de stallen.
Er brandde een klein lichtje, er lag vers stro en er stonden wat koeien en een paard en zelfs een ezel.

Zijn die voor eh? Vroeg Jan geaggiteerd, zijn wangen waren ineens vuurrood, de man knikte.
Hm hm, maar het verdiend enorm goed dat wel.

Jan legde Marian op het bed in een hoek, en vroeg of de man een ambulance wilde bellen.
De man knikte, en gaf wat schone handdoeken, en bracht wat te drinken mee van uit het huis.
Marian lag inmiddels in haar blote kont op het bed in het stro, omringt door vee.
Het is bizar, hé? Fluisterde ze zachtjes er kwam weer een perswee.
Ja, knikte Jan liefdevol en streek haar over haar krullende haren.

Er kwam een man kijken, ik biedt u 10.000 euro als ik de bevalling mag zien, riep hij joviaal uit.
Hij had inmiddels vernomen dat er een kind in de stallen geboren zou worden. Als u zich netjes aan kleed dan is dat prima zei Jan.
Kon hem dat schelen?

Een dikbuikige burgemeester kwam ook langs en legde een cheque op het bed. Zo 150.000 euro die kan ik declareren dus, dat betaal ik voor de bevalling die aanstaande is. Hij keek vriendelijk en had zijn kleding nog aan dus hij mocht blijven.

Er kwam ook een travestiet kijken, prachtig gekleed in gouden gewaden, was dat geen bekende Nederlander, dacht Jan plots?
Nu ja, onherkenbaar inmiddels. Deze man bood hen een hele parfumerie keten aan, ter waarde van wel 200.000 euro. Ik vind het zo enig op kerstnacht een kindje dat geboren wordt, kirde hij.

Marian begon te persen, en te persen, de mannen hielpen flink mee, de travo drukte op de buik dat had hij gezien op tv ergens ooit lang geleden. Doe maar niet dreigde Jan.
Nou, zeg ik betaal er toch voor?
Ja geen geintjes man, anders deruit!
Het kind werd geboren en gleed zo uit de moeder. Ach een meisje! Wat geweldig fijn riep Marian met de tranen in de ogen. Ja mompelde Jan, gelukzalig, het kindje was mooi om te zien, alleen wat bloederig. De ambulance kwam er ook al aan, hoorde hij, in de verte.
Oh Jan, ik noem mijn dochter Jezus!

Ben je gek riep Jan geschokt uit, echt niet!
Jawel hoor, zei ze, terwijl ze het meiske over haar bolletje aaide. Het is kerstnacht, we zijn in een stal, er zijn 3 onwijzen bij uit het Oosten en nu ja ik noem haar Jezus.
Ok dan zei Jan, de ambulance medewerkers kwamen al binnen.

 

©AnGeLWinGs