Ilya Ibryaev Beautiful effect of light simplicity. Try this to try not to "overwork" your paintings.: Heel stil lag er een nevel over de tuin, het werd al schemerig.
Vogels vlogen naar hun nest of in de takken in de bomen.
De bloemen staken droog uit de aarde.
Verdord en dorstig keken zij op naar een aards menselijk wezen die hen eventueel zou voeden met wat water.
Ram lag te slapen in zijn tuinstoel. Zijn gesloten ogen omrand met donkere wimpers, om zijn lippen een glimlach alsof zijn dromen prettig waren.
Zijn huid was bruin verbrand en bezweet.
Zijn haren vochtig van de zomers hete dag.
Ze keek naar hem vanachter de boom in de tuin.
Een klein teer figuur, eenzaam en verlaten in haar zijn en met een etherische schoonheid.
Om haar mond een kleine trek, dat verdriet liet zien.
Voorzichtig liep ze naar hem toe.
Met haar helderblauwe ogen keek ze naar hem.
Haar kleine vingers streelden zijn wang.
Ram sliep door.
Een stille windzucht duwde de rozenstruik wat uiteen, waarbij een rozengeur rondom hen ontstond die intenser was dan normaal.
De atmosfeer was stil en mysterieus.
Ze zuchtte eens diep.
Haar kleine witte tandjes flitsten even op in het avondrood.
Hij moest het zijn, iemand anders kon het niet zijn namelijk.
Nog eenmaal streelde zij zijn wang.
Nog geen reactie, de jongeman voor haar sliep door.
Toen raakte ze zijn arm aan, een duwtje, meer niet.
Ram werd langzaamaan wakker.
Verrast, maar ook verschrikt, keek hij in de ogen van het wonderlijke kind voor hem.
Ze zweeg en keek hem aan met haar mooie blauwe ogen.
De stilte leek onverbrekelijk aanwezig.
Wie ben je en wat kom je doen, hoe kom je in mijn tuin meisje?
Waar is je moeder.
Het kind schudde haar hoofdje.
Zij niet hoor, zei ze schril met een hoog stemmetje.
Zij niet, hoor je mij?
Zij die vrouw met haar rode lippen, je mag haar niet tot je nemen.
Welke vrouw?
Ram ging rechtop zitten en wreef over zijn ogen, droomde hij nog?
Wie was dit kind? Ze stond er nog net zoals voorheen. In een dun wit jurkje, met haar bruine haren, in vlechtjes met witte strikjes.
Erg snoezig, vond Ram.
Ze liep op teenslippertjes zag hij.
Kleine teennageltjes op kleine teentjes, echt een meisjeskind.
Het kind zei nog niets.
Wil je iets drinken ofzo, vroeg Ram vriendelijk.
Misschien moest hij de politie maar bellen, want hoe kwam dat kind nu in zijn tuin?
Alles was afgesloten.
Zijn huid voelde branderig aan, hij had dorst, dus hij stond op en ging naar de keuken.
Het kind volgde hem stilzwijgend.
Ran schonk wat frisdrank in voor hen beiden.
Hier een glas drinken je hebt vast wel dorst.
Gretig nam ze het glas aan met fijne vingertjes rondom het glas.
Met grote teugen dronk ze het glas al snel leeg.
Ze lachte een parelend lachje toen ze het glas neergezet had op zijn aanrecht, ze kon er net bijkomen.
Ram voelde zich vreemd op zijn gemak, het voelde zo vertrouwd ergens en toch ook onnatuurlijk.
Waar woont je moeder meisje?
Mijn moeder, zei ze zachtjes, haar grote blauwe ogen kwamen op hem af. Mijn moeder, haar onderlip trilde en in haar ogen kwamen tranen opzetten. Oh God had hij weer, ze had vast geen moeder, dat arme kind.

very pretty!!♥:
Hij streelde zachtjes haar, haar. Je hebt toch wel een huis waar je in woont, zei hij glimlachend en goedmoedig.
Beverig kwam er weer een lachje om haar mond.
Nog niet, zei ze stellig. Dat kan helemaal niet hoor, zei Ram.
Alle kinderen hebben een huis namelijk waar zij in wonen hoor.
Ik nog niet hoor, eigenwijs keek ze hem aan, hoewel eerder wijs, vond Ram.
Onnatuurlijk wijs voor haar leeftijd eigenlijk.
Maar je kunt hier niet blijven hoor, zei Ram uiteindelijk.
Hij veegde zijn haarlok voor zijn gezicht weg.
Deze viel altijd naar voren, als hij zich gespannen voelde.
Niet? zei ze teleurgesteld. Vind je mij niet leuk dan, wil je mij dan niet hebben, vroeg ze.
Ram lachte hardop, ik kan jou toch niet hebben meisje, dat zou gek zijn.
Helemaal niet, riep ze uit. Bozig keek ze hem aan.
Je kunt mij wel hebben hoor, riep ze weer.
Ram besloot dat hij zijn moeder zou bellen, want hij wist ook niet wat hij hiermee aan moest namelijk.
Hoe kan ik jou hier nu laten wonen, vroeg Ram aan het meisje.
Hoe heet je eigenlijk?
Wat jij wilt, zo heet ik, zei ze parmantig.
Ze stond met haar rug naar de keukendeur en de zonsondergang scheen over haar gestalte heen, ze leek zo teer, zo wonderlijk elfjesachtig. Zoals ze daar stond leek ze net een kleine engel.
Dan noem ik je Angel, zei Ram uiteindelijk.
Prima zei het kind.
Dan heet ik dus Angel, dat is een mooie naam!
Heb je honger, vroeg Ram. Nee ik moet weer gaan, zei ze treurig.
Waarheen dan? Zal ik jou brengen meisje?
Angel verbeterde ze hem.

Nee, je kunt mij niet brengen waar ik heenga.
Dat kan niet.
Hoe bedoel je, vroeg Ram verbaast.
Gewoon zoals ik het zeg, zei ze met enige meisjeslogica.
Maar ik kan jou toch niet alleen de straat op laten gaan.
Kom laten we samen gaan.
Ze keek hem aan een beetje blij dat wel.
Nee, dat kan niet, zei ik toch, beet ze hem toe.
Maar je wilt mij toch wel, toch?
Dat moet namelijk.
Want ik wil alleen bij jou zijn.
Ram snapte niets van dit kind, waar had ze het over allemaal, het sloeg nergens op.
Misschien was ze niet helemaal normaal, dat kon?
Dat kan dus niet Angel.
Jawel als je mij echt wilt kan ik komen hoor.
Maar je mag niet met die vrouw gaan.
Zij wil mij niet, zij wil geen kinderen.
Ze houdt niet van kinderen en dan kan ik niet komen.
Je moet mijn moeder kiezen.
Wie is je moeder dan wel niet.
Ram kreeg de kriebels van dit kind.
Waar had ze het toch over?
Mijn moeder is die blonde mevrouw, afijn dat merk je vanzelf wel.
Ik ga even in de tuin spelen, zei het meisje opgewekt.
Oké zei Ram opgelucht nu kon hij zijn moeder even bellen namelijk.

Hij keek het meisje na, terwijl ze zijn tuin inwandelde en plots zomaar oploste tussen de nevel die er hing, in het late zonlicht schitterde ze nog na, met het geluid van klapwiekende vleugels, zo leek het wel.
Een witte schittering schoot voor zijn ogen langs, naar niets.
Ram wreef weer in zijn ogen, hij begreep er niets van, waar was zij nu gebleven?
Hij zocht in zijn tuin maar zij was niet daar, een leegte overviel hem plots. Een onherkenbare leegte, ze was weg.

Na enige jaren na het gebeuren, koos Ram inderdaad voor een blonde vrouw, ze trouwden en waren gelukkig samen.
Op een dag kregen zij een dochtertje, zielsgelukkig nam Ram het kind in zijn armen.
Hij keek in hemelsblauwe grote ogen, en herkende haar.
Ik noem haar Angel, zei hij, sorry vrouw.
Nee dat is een prachtige naam voor haar.
Kleine tere vingertjes grepen zijn vingers vast, Ram zijn hart zwol van liefde voor dit kind.
Zijn engeltje, die hem ooit kwam vertellen wie haar ouders moesten worden.
Na enige jaren speelde ze in de tuin, in een wit jurkje, met teenslippertjes om haar voetjes.
In haar haren twee vlechtjes en Ram herkende haar van ooit.
Ze zwaaide lachend naar hem en hij zwaaide terug vanuit zijn tuinstoel.

©AngelWings